Omwille van Gods eigen Woord… (III)

(…) Ik zal de HEER om zijn ​rechtvaardigheid​ loven,
de naam van de HEER, de Allerhoogste, bezingen.
(Psalm 7 : 18)

Over rechtvaardiging en gebed (slot)

Heftige omgang

(…) Zo geeft Luther er ons oog voor hoe de rechtvaardiging van de goddeloze gestalte krijgt in de levende omgang met God. Tegelijk geldt dat deze levende omgang een heftige omgang is. Moeten we dat vandaag de dag niet met nadruk tegen elkaar zeggen, waar we ook als christenen met het nodige comfort en gemak omgeven zijn?

Een heftige omgang dus. Hóé heftig wil ik graag illustreren aan de hand van enkele zinsneden uit een van Luthers beroemde preken over de Kananese vrouw.

Jezus is constant· bezig haar terecht te wijzen, áf te wijzen. Er gaat een goed gerucht van Hem uit, maar tegenover de vrouw doet Hij niet anders dan dat gerucht ontkrachten. Hij antwoordt haar met geen woord, Hij gaat niet in op de voorbede van de discipelen, Hij vergelijkt haar ten slotte met een hond.

Wat moet de vrouw daarop antwoorden? Ze wordt door het woord van Christus tussen de veroordeelden en verlorenen gezet. Toch geeft ze niet op. Meer nog: ze geeft toe een hond te zijn: “Ja, Here.” – Ook in deze preek verwijst Luther net als in zijn commentaar naar Psalm 51 : Opdat U rechtvaardig blijft in uw woorden, wanneer U over ons rechtspreekt.

Dit is een meesterstuk van het geloof. Ze vangt Christus in Zijn eigen woorden door ermee in te stemmen dat ze een hond is. “Maar behandel me dan als een hond! Laat me eten van de kruimels. Dat is het recht van een hond.” Ja, en dan doet Christus zijn hart open en vervult haar wens. Ze is geen hond meer, maar een dochter van Israël.

Dit is tot ons aller troost en lering geschreven, opdat wij beseffen hoe diep God zijn genade voor ons verbergt en over Hem niet denken zoals ons gevoel ons wijsmaakt en ons hart ons ingeeft, maar enkel en alleen zoals zijn Woord vol beloften Hem ons voor ogen schildert.

Al duidt van Gods kant alles op “nee”, toch schuilt onder alles zijn (o zo genadig) “ja”.

Wat rest ons dus? Dat we van deze vrouw de kunst afkijken om God te vangen in zijn eigen woorden, en tegen Hem zeggen: “Ja, Here, het is waar: ik ben een zondaar en uw genade niet waard, maar aan zondaren hebt U toch vergeving beloofd? En U bent toch niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar om – zoals Paulus zegt – zondaren zalig te maken?”

Kijk, als we zo met God omgaan, moet Hij zich wel over ons erbarmen, omwille van Zijn eigen woord. Deze vrouw ging gerechtvaardigd naar huis, net als de tollenaar, net als David en Paulus, net als u en ik, wanneer wij God vangen in zijn eigen woorden.

(slot) Lees ook voorgaande gedeelten:
– “Omwille van Gods eigen Woord… (I)
– “Omwille van Gods eigen Woord… (II)

Bron tekst: “God vangen in zijn woorden (2, slot)” door dr. H.J. Lam, Barneveld, Ecclesia nr. 17 – augustus 2018

Bron afbeelding:  Bible Verse Images

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s