Oneindige Liefde!

De liefde houdt nooit op, al is het dat de profetieën zullen ophouden, en de talen zullen ophouden, en de kennis zal ophouden’ (1 Korinthe 13 : 8, weergave DB 1545).

(…) “En hier breekt Paulus uit in woorden om te spreken over het onderscheid van dit leven in het geloof én van het andere leven in de hemelse heerlijkheid, namelijk het aanschouwen van God.

Dan is dit de gedachte: wat wij hier in dit leven hebben én wat wij daar in het andere leven hebben, is hetzelfde. Het is immers dezelfde God Die wij hier geloven en daar zullen aanschouwen – daarin is geen onderscheid. Maar het onderscheid ligt in de kennis: dat wij dezelfde kennis van God op een andere manier hier in dit leven, en weer op een andere manier daar in het andere leven hebben.

De manier in dit leven is dat wij Hem nu niet zien, maar geloven. Nu is het geloof een onvolkomen en duister zien. Een zien, waarbij het Woord noodzakelijk is, dat bevorderd wordt door het predikambt, door talen en profeteren. Want zonder het Woord kan het geloof niet staande blijven. (1)

Maar de manier in het andere leven is, dat wij Hem daar niet in het geloof zien, maar in een dadelijk aanschouwen. Dat is een volmaakte kennis, waarbij geen [geschreven] Woord, geen prediking, geen talen en geen profeteren meer nodig zijn. Daarom zal dit alles daar ophouden.”

Maarten Luther: Fastenpostille 1525, vgl. WA 17.2, 169, 14-27

(1) En het is niet de prediking en het zijn niet de woorden ‘an sich’ maar het is God Zelf die door de heilige Geest Zijn Woord en de verkondiging daarvan kracht verleend en dit alles laat doen wat Hem behaagd (o.a. Jesaja 55 : 10-11, Ezechiël 37 : 4Johannes 16 : 12-16)

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com

Nooit kan ’t geloof te veel verwachten,
des Heilands woorden zijn gewis.
’t Faalt aardse vrienden vaak aan krachten,
maar nooit een vriend als Jezus is.
Wat zou ooit zijne macht beperken?
’t Heelal staat onder zijn gebied!
Wat zijne liefde wil bewerken,
ontzegt Hem zijn vermogen niet.
(Gezang 244 vers 3)

(…) Want geen woord, dat van God komt, zal krachteloos wezen.
(Lukas 1 : 37)

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Hemelse bloedband…

Niet iedereen die ‘Heer, ​Heer’ tegen mij zegt, zal het ​koninkrijk
van de hemel​ binnengaan‘… (Uit Matteüs 7 : 21)

Als je een broertje of zusje hebt, heb je een onlosmakelijke band. Een bloedband. Dat is je familie. Iemand anders is niet zomaar je familie. Met hem of haar mis je die speciale band.
Jezus laat hier zien dat er nog een andere band bestaat.

Zijn familie komt Hem halen (1). Het is voor het eerst in Marcus dat we de familie van Jezus tegenkomen. Eerder in dit hoofdstuk wordt vermeld dat zijn familieleden menen dat ze Jezus moeten corrigeren. Wat hij doet, dat kan niet. Als vanzelf spreken ze Hem als familielid aan.

Dan draait Jezus zich om naar de mensen om Hem heen. ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers? Jullie’, zegt Hij dan. Als je Jezus volgt, dan ben je familie. Als je kiest voor een hechte band met Jezus, dan kies je voor een familieband. Want Hij laat je, zoals een vader en een moeder, nooit meer los.

(1) Opgemerkt AJ: Ze stuurden toch maar even een ander naar binnen (mogelijk iemand met nogal wat autoriteit) om Hem te halen, zelf bleven ze buiten wachten.  Die ‘ander’ en ook de woorden van de omstanders oefenen druk uit op Jezus door Hem er op te wijzen ‘uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken u’. Maar Jezus laat zich er niet door ‘van de wijs’ brengen.

Bron tekst: Bijbels dagboek “Dag in dag uit – 2019” (17 januari)
Leger des Heils – Ark Media.

(…) 34 Hij keek de mensen aan die in een kring om Hem heen zaten en zei: ‘
Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. 35 Want iedereen die de wil van God doet,
die is mijn broer en zuster en moeder.’
(Uit Markus 3)

Bron afbeelding: Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Kinderarbeid op school?!

(…) 12 Ik schrijf u, lieve ​kinderen, want de ​zonden​ zijn u ​vergeven​ omwille van Zijn Naam. 13 Ik schrijf u, vaders, omdat u Hem kent Die er vanaf het begin is. Ik schrijf u, jonge mannen, omdat u de boze hebt overwonnen. Ik schrijf u, ​kinderen, omdat u de Vader kent. 14 Ik heb u geschreven, vaders, omdat u Hem kent Die er vanaf het begin is. Ik heb u geschreven, jonge mannen, omdat u sterk bent en het Woord van God in u blijft en u de boze hebt overwonnen. (Uit 1 Johannes 2)

Twee citaten (zie bronvermelding onderaan):

  • (…) Welke missie heeft de christelijke docent? Een school is geen bekeringsinstituut. En toch is dit het belangrijkste: onze jongeren tot Christus leiden. Die overtuiging moet heel het onderwijs en de omgang met de jongeren doortrekken.
  • (…) Om het goud van Gods Woord te kunnen doorgeven, is het allereerst van belang dat wij als opvoeders zelf daarbij leven. En dat begint heel eenvoudig met dagelijks de tijd nemen om voor onszelf de Bijbel open te doen. We kunnen het goud van Gods Woord pas doorgeven als het door onze eigen handen en door ons eigen hart is heen gegaan. Jongeren voelen het feilloos aan of wij bij deze dingen leven of dat het voor ons gestolde vormen zijn. Besef dat we grote kansen hebben, maar ook grote verantwoordelijkheden.’

Opgemerkt AJ:
Op christelijke/reformatorische scholen hebben we in de regel te maken met kinderen die gedoopt zijn, die thuis opgevoed zijn bij de Bijbel en ook in de eigen gemeente, die met kinderlijke ontvankelijkheid en geloof hebben geluisterd naar Gods Woord, samen met hun ouders hebben gebeden om de heilige Geest en die inmiddels toch al wel begrepen hebben dat van Gods kinderen gevraagd wordt omdat te blijven doen, willen ze stand houden in deze wereld. Het is nodig vanwege hun eigen natuur (en die van ouders en andere medemensen) vanwege de wereld en haar verleidingen en vanwege de boze, die nog steeds zijn geweldige macht doet gelden niet in het minst in de christelijke/reformatorische gezinnen en gemeenten/kerken.

Docenten hebben de kinderen/de jeugd op school dan ook niet tot discipelen van Jezus te maken of hen tot discipelschap te brengen, die kinderen zijn reeds tot discipelen gemaakt (door hun Doop) en tot discipelschap bewogen en gebracht door hun ouders, in de kerk en ook al tijdens het eerdere onderwijs in voorafgaande jaren.

Zelfs de discipelen die Jezus Zelf uitgekozen had die moesten niet tot discipelen gemaakt worden maar die mochten van Hem leren (zeg maar ‘uit eerste Hand’) wat het inhoudt om als discipel van Jezus te leven en wat ze moesten doen om dat vol te houden.

Een docent mag dus voortbouwen op het werk van anderen en m.n. dus op het werk van de heilige Geest dat Hij al begonnen is te doen in en met deze kinderen! Daarom is het maar niet zo maar waar dat een docent een ‘zo doorleeft’ (als in het artikel aangeduid) persoon moet zijn. Hoeveel jonge docenten (en oudere niet uitgesloten) zullen het gevoel hebben dat ze dat niet zomaar van zichzelf kunnen/durven beweren laat staan dat ze zich bekwaam achten omdat zichtbaar en aanvoelbaar onder woorden te kunnen brengen, bijvoorbeeld bij en na het lezen van een Bijbelgedeelte tijdens een dagopening op school…

Leerkrachten in het onderwijs mogen dat werk in en aan het hart van de leerlingen dan ook met een gerust hart overgeven en overlaten aan het werk van Gods Woord en dus aan de kracht en bijstand van de heilige Geest. Die verwachting mag en kan iedereen hebben en dat wil onze Drie-enige God graag zegenen, want dan gaat werkelijke alle eer naar Hem en niet naar wat wij inmiddels bereikt menen te (moeten) hebben om wat door te kunnen geven aan onze jeugd…

Helaas is het ook niet altijd maar zo dat de jeugd ‘feilloos aanvoelt’ wat waar en waarachtig is en wat niet. Anders zou er niet zoveel verwarring zijn (hierover) onder jongeren in de kerk en laten we het dan maar niet hebben over hoe het met de ouderen staat wat dat betreft…

Dus niet onze eisen (doelstellingen) en pretenties maar ons geloof, onze verwachting (=liefde en vertrouwen, ons afhankelijk weten) van het werk dat onze Drie-enige God wil en zal doen ook mee door ons werk, dát mag en zal bepalen hoe we omgaan met onze kinderen en hoe we ons werk doen thuis, in de gemeente/kerk en op school! Discipelschap is en blijft kinderwerk.

Bron tekst:  “Docent moet jongere tot geloof leiden” door ds. P. den Ouden – RD Opinie (16-01-2019)

(…) 15 Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de ​liefde​ van de Vader niet in hem. 16 Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. 17 En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid. (Uit 1 Johannes 2)

Bron afbeelding:  Quietly Reminded

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie

Zijn verstand verloren…

want volgens hen had Hij Zijn verstand verloren. (Uit Markus 3 : 21)

Hij is gek geworden! Dat denken zijn moeder en zijn broers. En de Schriftgeleerden uit Jeruzalem zeggen hetzelfde in theologentaal: Hij is bezeten door Beëlzebul, de overste van de boze machten.

Jezus moet heel wat opschudding hebben veroorzaakt om dergelijke beoordelingen uit te lokken. Je bloedeigen familie zal je maar voor gek verklaren! Het doet vermoeden hoe zwaar de confrontaties zijn geweest tussen Jezus en de religieuze formalisten met hun verlammende en ziekmakende structuren en systemen.

Het geeft iets weer van de enorme passie en ‘bezetenheid’ waarmee Jezus Gods rijk gestalte gaf. Bezeten van God (door de heilige Geest – AJ). Bezeten van een heilige verontwaardiging over de invloed van de machten van de duisternis.

Lijken we daarin een beetje op Hem? Ook al verklaren anderen ons voor gek?

Bron tekst: Bijbels dagboek “Dag in dag uit – 2019” (16 januari)
Leger des Heils – Ark Media.

(…) 32 Er zat een groot aantal mensen om hem heen, en die zeiden tegen hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken u.’ 33 Hij antwoordde: ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?’ 34 Hij keek de mensen aan die in een kring om Hem heen zaten en zei: ‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. 35 Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.’ (Uit Markus 3)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Werk maken van ons geloof…

(…) Zonder geloof is het onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is van wie Hem ernstig zoeken.
(Uit Hebreeën 11 : 6)

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XXV)

Het werk van het derde gebod (II)

(…) “Gebed is (daarom) een speciale oefening van geloof, en geloof maakt het gebed zó aannemelijk dat het óf zeker zal worden verhoord, óf iets beters dan wat we vragen in plaats daarvan zal worden gegeven. De heilige Jakobus zegt: ‘Hij die van God vraagt, mag niet twijfelen in geloof; want als hij twijfelt, laat zo iemand dan niet denken dat hij ook maar iets van God ontvangen zal‘ [Jacobus 1 : 6-8]. Dit is een duidelijke uitspraak die zonder omwegen stelt: iemand die niet vertrouwt, ontvangt niets, noch wat hij vraagt, noch ook iets beters.

En om dat van ons gevraagde geloof bij ons te wekken heeft Christus zelf in Marcus 11 [: 24] gezegd: ‘Ik zeg u: wat u ook vraagt in gebed, geloof dat u het ontvangen hebt en u zult het ontvangen.‘ En Lucas 11 [: 9-13] : ‘Daarom zeg ik jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. Welke vader onder jullie zou zijn ​kind, als het om een ​vis​ vraagt, in plaats van een ​vis​ een slang geven? Of een schorpioen, als het om een ei vraagt? Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je ​kinderen​ al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de ​heilige​ Geest​ geven aan wie hem erom vragen.

Wie is er zo hard en versteend dat zulke machtige woorden hem niet zullen bewegen om vreugdevol, graag en met alle vertrouwen te bidden? Maar hoeveel gebeden (bidders) moeten er niet hervormd worden om met werkelijk geloof in deze woorden van onze Here Jezus te bidden? Ja inderdaad, alle kerken en kloosters zijn vol van bidden en zingen, maar waarom is er dan zo weinig verbetering en vloeit er geen zegen uit voort maar zien we eerder dat de dingen dagelijks moeilijker en zwaarder worden? De reden is niets anders dan waar Jakobus op wijst wanneer hij zegt: ‘Jullie vragen wel veel maar ontvangt niets, omdat jullie niet goed bidden‘ [Jakobus 4: 3].

Want waar het gevraagde geloof en vertrouwen gemist wordt bij ons bidden, daar is het gebed dood en is het niets meer dan een zware last en een zwaar werk. Als er iets wordt gegeven als resultaat van dit gebed, is het alleen maar tijdelijk van nut en zonder enige zegen en hulp voor de ziel. In feite is het niet alleen geen zegen voor een mens, maar het is zelfs tot grote schade en verblinding van zielen, waardoor mensen eindeloos blijven roepen met hun mond, ongeacht of ze werkelijk vertrouwen en opmerken dat ze iets ontvangen van alles wat ze verlangen. En zo blijven ze daarbij onveranderd in hun staat van ongeloof, in een gemoedsgesteldheid die juist zo geheel tegengesteld is aan de uitoefening van het geloof en de aard van het gebed.’

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 232/233 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 58/59)

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

(…) 11 Het is onze vurige wens dat ieder van u tot het einde toe dezelfde ijver aan de dag blijft leggen, totdat alles waarop wij hopen verwezenlijkt zal zijn,
12 en dat u niet achterblijft, maar in het spoor treedt van hen
die dankzij hun standvastig geloof ontvangen hebben wat hun beloofd was.

(Uit Hebreeën 6)

Bron afbeelding:  Pinterest

 

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk | Plaats een reactie

Liefde, Die de kennis te boven gaat…

Wij zien nu door een spiegel in een duister woord, maar dan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen, zoals ook ik gekend ben
(1 Korinthe 13:12, weergave DB 1545).

Van aangezicht tot aangezicht…

(…) “Daarom zegt Paulus:Ons kennen’ – dat is ons kennen in dit leven – ‘is maar ten dele.’ Het is onvolkomen, want het bestaat in geloof en niet in aanschouwen. ‘Wanneer echter het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal wat ten dele is, te niet gedaan worden.

Verder zegt hij:Want wij zien nu door een spiegel in een duister woord, dán echter van aangezicht tot aangezicht.Geloven is in dit leven als het zien ‘door een spiegel in een duister woord’, en wel daarom: in een spiegel zien we niet het aangezicht zelf, maar een beeld daarvan, dat aan het aangezicht gelijk is.

Op dezelfde manier zien wij in het geloof ook niet het heldere aangezicht van de eeuwige Godheid, maar een beeld daarvan (1), zoals het geopenbaard is in het Woord.

In het andere leven echter bestaat deze spiegel en deze duisternis van het geloof niet meer. Daar wordt geloof aanschouwen, daar zal God mij, en ik zal God, van aangezicht tot aangezicht zien. ‘En nu ken ik ten dele’ – zegt hij – ‘maar dan zoals ook ik gekend ben.’”

Maarten Luther: Fastenpostille, 1525, vgl. WA 17.2, 170, 1-23 (verkort)

(1) Opgemerkt AJ:  Ook in het geloof leven we echter niet bij een (door ons uit Gods Woord afgeleid en/of kerkelijk opgesteld) beeld maar bij en van het levende Woord!

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com (…)

Geworteld en gegrond in de ​Liefde, zult gij dan samen met alle ​heiligen,
in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is,
en te kennen de ​liefde​ van ​Christus, die de kennis te boven gaat,
opdat gij vervuld wordt tot heel de volheid van God.

(Uit Efeziërs 3 : 18-19)

Bron afbeelding:  christine’s bible study

 

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat uit het menselijk hart voortkomt…

(…) 5 Toen de Here zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn ​hart​ voortbrachten te allen tijde slechts boos was, 6 berouwde het de Here, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn ​hart. (Uit Genesis 6)

Smartphone zou reformatorische jongeren aan het denken zetten

Citaat: (…) Kenners van de gereformeerde gezindte houden er intussen rekening mee dat de telefoon wel voor grote veranderingen kan zorgen. (1) Maar wat die gevolgen van die mediaconsumptie precies zullen zijn, is nog onduidelijk, zegt Johan Roeland, onderzoeker naar media, religie en cultuur aan de VU. “Je zou kunnen zeggen: in de meeste films en series heerst een totaal andere huwelijksmoraal. Als je daar als orthodoxe jongere genoeg mee in aanraking komt, kan het je aan het denken zetten. Dan is het goed denkbaar dat je eindigt in een volstrekt seculiere positie. Voor homoseksualiteit geldt hetzelfde. In die zin kunnen YouTube en Netflix een bedreiging zijn voor de orthodoxie.” Of het daar ook op uit gaat lopen, weten we niet, benadrukt Roeland. “Maar áls het gebeurt, kan de impact groot zijn. De gereformeerde gezindte heeft lange tijd bestaan bij gratie van het isolement.” (…)

Opgemerkt: Wat een onzin uitspraken weer van “geleerde” mensen (“kenners van de gereformeerde gezindte”).

Laten we twee uitspraken in dit artikel/citaat even onze aandacht geven:

  • Citaat: “Je zou kunnen zeggen: in de meeste films en series heerst een totaal andere huwelijksmoraal. Als je daar als orthodoxe jongere genoeg mee in aanraking komt, kan het je aan het denken zetten. Dan is het goed denkbaar dat je eindigt in een volstrekt seculiere positie.”
    Opgemerkt. De schrijver Jan Wolkers kwam uit een “gereformeerd nest”, zonder televisie in huis en zonder smart-phone… Maar veel belangrijker is te luisteren naar wat Jezus ons voorhoudt (en dat hebben we alle eeuwen door bevestigd gezien in allerlei kringen en gezindten!):  Maar de dingen die uit de mond komen, komen voort uit het hart, en die verontreinigen de mens. Want uit het hart komen voort kwaadaardige overwegingen, alle moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen, lasteringen. Deze dingen zijn het die de mens verontreinigen; (Uit Matteüs 15)
    *
  • Citaat: “De gereformeerde gezindte heeft lange tijd bestaan bij gratie van het isolement.”
    Opgemerkt: De gereformeerden in Nederland hebben wel opgeroepen tot een (noodzakelijke) vorm van isolement, maar ze hebben hier nooit in het soort isolement kunnen leven dat met de geciteerde uitspraak en de inhoud van het artikel gesuggereerd wordt. De gereformeerden leefden te verspreid in de Nederlandse samenleving en de Nederlandse samenleving was te divers en te open om van een “geïsoleerd bestaan” (in welke vorm dan ook) te kunnen spreken! Ook is de term “gereformeerd” hier te algemeen en dient men bij bepaalde vormen van isolement zoeken en voorstaan (en in praktijk brengen) nog weer onderscheid te maken tussen de verschillende gezindten van gereformeerden!

(1) Mobieltjes – Televisie is onder veel reformatorische christenen taboe, maar via de mobiele telefoon komt dat vermaak nu alsnog hun huizen binnen. ‘Dit hebben we gewoon niet zien aankomen.’

Bron tekst: Trouw/de Verdieping – “Smartphones: revolutie in refoland” door Robin de Wever

(…) 10 Nadat hij de mensen bij zich geroepen had, zei hij tegen hen: ‘Luister en kom tot inzicht. 11 Niet wat de mond in gaat maakt een mens ​onrein, maar wat de mond uit komt, dat maakt een mens ​onrein.’ 12 Daarop kwamen de ​leerlingen​ bij hem en zeiden: ‘Weet u dat de ​farizeeën​ uw uitspraak gehoord hebben en dat ze die stuitend vinden?’
(Uit Matteüs 15)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

 

Geplaatst in Bijbel, Geschiedenis, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie

‘De eenvoudige Heidelberger’…

(…) Wie niet bij de leer van Christus blijft maar verder wil gaan, heeft God niet.
Wie bij die leer blijft, heeft zowel de Vader als de Zoon.

(Uit de tweede brief van Johannes)

(…) Wat heeft Kohlbrugge (1) bedoeld met de uitdrukking ”De eenvoudige Heidelberger”, nota bene op zijn sterfbed? En tot welke kinderen richt hij zich wanneer hij hen oproept aan deze Heidelberger vast te houden?

Kohlbruggekenner H. Boele: „Hij heeft deze woorden met name gezegd tegen Julius Künzli, zijn opvolger in Elberfeld. Hij bedoelt met kinderen denk ik ook zijn catechisanten, de volgende generatie. De woorden zijn voor hem een testament geweest.”

Prof. De Reuver: „Misschien heeft hij met het woord ”eenvoudig” bedoeld dat de catechismus zich weinig inlaat met diepzinnige, leerstellige zaken. De catechismus is niet toegespitst op systematische doordenking, maar op persoonlijke opbouw en vertroosting: „Wat nut u?” Het is een praktisch leerboek en gebedsboek. Bij die oproep om eraan vast te houden dacht hij wellicht vooral aan zondag 1: we zijn niet van onszelf, maar van Christus. Daar moest hij het ook zelf in leven en sterven van hebben: ik heb Hem niets te bieden, maar Hij is mij alles.”

(…) Hoe functioneerde de drieslag ellende, verlossing en dankbaarheid in zijn prediking?

Prof. De Reuver: „Kohlbrugge beschouwt die zeker niet als een opklimming met drie trappen, waarbij je de een na de ander achterlaat en bevorderd wordt tot een volgend stadium. De drie stukken vormen veeleer één drievoudig genadegeschenk. We hebben ze alle drie ”van horen zeggen”. God zegt in Zijn heilige wet, en in het kruisevangelie bij uitstek, hoe ellendig en schuldig ik eraan toe ben. In de evangeliebeloften zegt Hij mij de verlossing in Christus toe en verbindt Hij mij aan Hem Die ons tot heiliging geworden is. Opwas? Jawel, maar dan zoals Kohlbrugge zegt: Als men meent volleerd te zijn, dan moet men weer van voren af aan beginnen.”

(1) Hermann Friedrich Kohlbrugge (1803-1875), zie evt. ook  Ecclesia (st. Vrienden Kohlbrugge)

Bron tekst:  RD Boeken – “De eenvoudige Heidelberger” van Kohlbrugge grondig herzien en uitgebreid” door Klaas van der Zwaag (NB. Alleen een gedeelte van het artikel is hier overgenomen)

(…)  4 U, ​kinderen, komt uit God voort en u hebt de valse profeten overwonnen, want Hij die in u is, is machtiger dan hij die in de wereld heerst. 5 Die valse profeten komen uit de wereld voort. Daarom spreken zij de taal van de wereld en luistert de wereld naar hen. 6 Wij komen uit God voort. Wie God kent luistert naar ons. Wie niet uit God voortkomt luistert niet naar ons. Hieraan kunnen we de Geest van de Waarheid en de geest van de dwaling herkennen.

7 Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar ​liefhebben, want de ​liefde​ komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God. (Uit 1 Johannes 4)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Geloof, door Liefde werkende…

(…) Belangrijk is dat men geloof en de Liefde kent, Die het geloof Zijn kracht verleent.
(Galaten 5 : 6b)

HET EERSTE DEEL VAN HET GELOOF [OF: DE 12 ARTIKELEN]

“Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde – dat is:

Ik zeg de dienst op aan de duivel, aan alle afgoderij, aan alle toverij en schijngeloof.

Ik stel mijn vertrouwen op geen mens op aarde, ook niet op mijzelf of op mijn kracht, kennis, bezit, vroomheid of wat ik verder kan hebben.

Ik stel mijn vertrouwen niet op enig schepsel, waar het ook is, in hemel of op aarde.

Ik verlaat mij en stel mijn vertrouwen alleen op de eenvoudige, onzichtbare, onbegrijpelijke, enige God, Die hemel en aarde geschapen heeft, en alleen over alle schepselen regeert. Daarentegen ben ik niet bevreesd voor alle kwaad van de duivel en de zijnen, want mijn God heerst over hen allen.

Ik geloof niets minder in God, hoewel ik ook door alle mensen verlaten en vervolgd zou worden.

Ik geloof niets minder, hoewel ik ook arm, onwetend, ongeleerd, veracht zou zijn en ik ook aan alles gebrek zou hebben.

Ik geloof niets minder, hoewel ik een zondaar ben. Want mijn geloof moet verheven zijn boven alles wat is en niet is, boven zonde en deugd en boven alles, opdat ik mij, puur en zuiver, alleen aan God houd, zoals het eerste gebod mij duidelijk leert.

Ik begeer van Hem ook geen teken om Hem te verzoeken.

Ik vertrouw onveranderlijk op Hem, hoelang Hij ook uitstelt, en ik schrijf Hem geen doel, tijd, maat of manier [van verhoring] voor, maar geef alles over aan Zijn Goddelijke wil met een vrijwillig en oprecht geloof.

Als God dan almachtig is, wat kan mij nog ontbreken wat Hij mij niet kan geven of voor mij zou kunnen doen?

Als Hij Schepper is van hemel en aarde, en Heere over alle dingen, wie kan dan iets van mij nemen of mij kwaad doen? Ja, hoe zullen voor mij niet alle dingen werken en dienen ten goede?

Als Hij aan Wie allen gehoorzaam en onderdanig zijn, het goede met mij voorheeft, wat kan mij dan nog schaden?

Omdat Hij God is, kan Hij en weet Hij het op zijn best met mij te maken. Omdat Hij mijn Vader is, zal Hij dat ook doen en doet het van harte gewillig (vgl. Zondag 9, antwoord 26).

Hieraan twijfel ik niet! Ik stel mijn vertrouwen alleen op Hem, daarom ben ik zeker voor eeuwig Zijn kind, dienaar en erfgenaam – zoals ik dit alles geloof, zal het ook zeker geschieden!

Maarten Luther: Betbüchlein, 1522, vgl. WA 10.2, 389, 24 – 391, 6

Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com (contact op de homepage)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Boodschap van Kerst dichtbij…

“Boodschap Kerst komt dichtbij in hoopvolle getuigenissen”

Zo kopte men enthousiast op onze gemeente-website naderhand n.a.v. de dienst op eerste kerstdag 2018.

Is het werkelijk waar dat wij kunnen vaststellen dat wij met onze persoonlijke getuigenissen in de samenkomsten van de gemeente van Jezus Christus de Evangelie-Boodschap dichtbij brengen? Maar waarom brengt Gods Woord ons dan tot een zo heel andere conclusie?

Niemand minder dan de heilige Geest is nodig voor het brengen van het Evangelie in de harten van de hoorders en daarvoor gebruikt Hij Gods Woord, niet meer en niet minder. En we weten dat Hij door Zijn werk met het Woord de levende Christus in ons hart woning doet maken…

Dat is dan ook de reden geweest dat de Reformatie-kerken de eenvoudige Woordverkondiging weer centraal hebben gesteld en hebben willen houden in de geregelde (zondagse) samenkomsten van de gemeente en ook met en bij de viering van de christelijke feestdagen, bijvoorbeeld Kerst.

Laten we nog eens letten op wat de Bijbel ons leert over de inbreng van mensen bij de verkondiging van het Evangelie.

Jezus zegt tegen Petrus dat Hij Zijn kerk zal bouwen op de belijdenis (!) van Petrus en steeds weer blijkt Petrus zelf (en zijn persoonlijk optreden en getuigenis) daar veel te zwak voor te zijn, zelfs na de uitstorting van de heilige Geest blijft Petrus een gewoon en feilbaar mens, die ook nog wel eens terecht moet worden gewezen. (zie bijv. Galaten 2 : 11-14). De bekering van wel drieduizend mensen op de eerste Pinksterdag is zo’n voorbeeld van het bijzondere werk van de heilige Geest bij en met de belijdenis van Petrus door verkondiging van Gods Woord: de gekruisigde Jezus is Gods Zoon, de Messias aangekondigd in het OT.

De discipelenschaar van Jezus was maar een zwak groepje mensen zonder een door Jezus gegeven plan van aanpak en/of aangeleerde communicatie-technieken, ook hadden ze geen connecties met de toonaangevende mensen in de kerk van toen en ook niet bij de overheid. Van Jezus woorden was nog niets op papier gesteld, ook hadden ze geen groep verzameld van eerder door Jezus genezen (of zelfs uit de dood opgewekte) mensen om daar straks mee door Israël te trekken of mogelijk zelfs verder weg. Het enige dat ze moesten doen voor ze aan de slag mochten gaan was wachten op en bidden om de heilige Geest…

Dat God zelfs niet afhankelijk is van het door Jezus gegeven onderwijs aan de discipelen daarvan getuigt de ‘late roeping en bekering’ van de apostel Paulus. Deze is met zijn verkondiging van het Evangelie ‘niet bij vlees en bloed te rade gegaan’ (1) en hij heeft zelfs meer werk mogen verzetten voor de verkondiging van het Evangelie ‘aan de heidenwereld’ dan Jezus ‘eigen discipelen’…

Laten we dus niet (nooit) in de gemeente van Jezus Christus de indruk wekken of de pretentie voeren dat wij het Evangelie dichtbij moeten brengen met de inzet van allerlei andere hulpmiddelen dan de verkondiging van het Evangelie, zoals dat o.a. ook is vastgelegd in het geschreven getuigenis (=belijdenis van Jezus Christus als Zoon van God) van de apostelen.

(1) Lees de brief aan de Galaten nog weer, zeer leerzaam in meerdere opzichten in dit verband.

Zal onze gemeente een ‘worship/aanbiddingsgemeente’ worden
of zo genoemd (kunnen/gaan) worden?

De laatste zondag in 2018 werd er bij ons gepreekt n.a.v. Openbaring 4Aanbidding van God en van het Lam‘.

Johannes krijgt daar een deur te zien die openstaat in de hemel en wordt uitgenodigd om te komen zien wat er (op aarde) gebeuren zal en ‘moet’. Maar voordat dit gebeurd krijgt Johannes te zien wat er in de hemel gebeurd. Dáár is de voortdurende aanbidding van God en van het Lam.

God zit (daarom) beslist niet ook nog op een dergelijke aardse aanbidding te wachten, want die is er al in de hemel. Daar aanbidt men God volmaakt om alles wat Hij doet en nog doen zal. God vraagt ook – Johannes en/of ons – niet om zulke aanbidding op aarde en dat is ook beslist niet de reden dat Johannes uitgenodigd wordt en gelegenheid krijgt om dit hemelse gebeuren te aanschouwen.

Nog voor Johannes te zien krijgtwat nog gebeuren moet‘ krijgt hij te zien en te horen welke volmaakte hemelse aanbidding er reeds is en welke volledige instemming daar is met alles wat God doet. Dat ligt bij en voor ons mensen wel anders. Veel van ‘wat nog gebeuren moet‘ en wat wij daarvan in deze wereld te zien kregen en krijgen wekt bij ons (eerder) onbegrip en schrik en ergernis op en we komen er zelfs helemaal niet aan toe om God (daarin) te aanbidden om veel van deze dingen. Dat weet God ook wel en juist daarom heeft hij ons ook nog het (slot)boek Openbaring gegeven met daarin de steeds weer herhaalde oproep om ‘te luisteren naar wat de Geest tot te gemeenten zegt‘. Dat we ons zullen laten troosten en getroost leven bij al het gebeuren op ‘het wereldtoneel’ en in ons leven.

In welvaartstijd kunnen we wel menen dat we tijdens onze bijeenkomsten van ons kerkzaaltje een soort afspiegeling van het hemelse aanbiddingstafereel kunnen of moeten maken om daarmee ook wat van onze kant God de eer en de instemming te brengen die Hem toekomt… Maar we zullen dan toch ook wel kunnen inzien en begrijpen dat we dat niet kunnen ‘exporteren’ naar al die landen waar de mensen toch vooral samenkomen om getroost te worden uit en door wat Gods Woord (Zelf) ons te zeggen heeft?!

(…) 1 Galaten, u hebt uw verstand verloren! Wie heeft u in zijn ban gekregen? Ik heb u ​Jezus​ ​Christus​ toch openlijk en duidelijk als de gekruisigde bekendgemaakt? 2 Ik wil maar één ding van u weten: hebt u de Geest ontvangen door de wet na te leven of door te luisteren en te geloven? 3 Bent u werkelijk zo dwaas weer op uw eigen kracht te vertrouwen, en niet langer op de Geest?… (Uit Galaten 3)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie