Roedelvorming…

Citaat 1:  Trendwatcher Adjiedj Bakas ziet steeds meer van dergelijke samenleefvormen ontstaan in Nederland (1). Hij beschouwt het fenomeen zelfs als de belangrijkste maatschappelijke trend van dit moment. Hij noemt het ‘vramilie’, een samenstelling van ‘vrienden’ en ‘familie’, wat duidt op groepen vrienden of gelijkgestemden die de traditionele functies van de familie als het ware overnemen. De vramilie past volgens Bakas goed in deze tijd, waarin dingen niet meer zo vastliggen, mensen wél behoefte hebben aan vrijheid, maar er tegelijkertijd tegenop zien om alleen te zijn.

Citaat 2:  De communes uit de jaren zeventig gingen vaak gepaard met veel gedoe. Dan móést je van alles samen doen, er hing een sfeer van dwang en controle. En er werd bovendien onderling nogal eens gerommeld, dan kwam er al snel gedonder in de glazen. Dat is in de leefgemeenschappen van nu niet meer zo: je eet af en toe samen en gaat samen naar de bioscoop als dat zo uitkomt. Het is een stuk vrijblijvender. Je hoeft niet ‘chummy-chummy’ met elkaar te zijn, maar je moet wel dezelfde energie hebben.

Opgemerkt:  Valt het ons niet op dat de huidige ‘bevolking’ en de leiding van kerkelijke gemeenten al aardig inspelen op en in de pas lopen met deze trend?

* Wolven vormen roedels binnen een hiërarchie met bovenaan een sterke leider, schapen leven in een kudde bijeengehouden en beschermd door de leiding van de Herder.

(1) In Nederland kiezen mensen er steeds vaker voor om samen te leven met een zelfgekozen familie van vrienden of goede bekenden. Hoe werkt deze vorm van samenwonen met ‘vramilie’ precies en wat zijn de voor- en nadelen?

Bron tekst: Margriet (via Blendle) – “Een grote Vramilie” – Door Alexander Hiskemuller

Bron afbeelding: Today God Is First

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Alles behoort U toe…

(…) 3 Erken het: de HEER is God,
Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe,
Zijn volk zijn wij, de kudde die Hij weidt.
(Uit Psalm 100)

Stelen: dat doen wij toch niet? We hebben nog nooit wat gestolen. We hebben nooit ergens ingebroken of een ramkraak gepleegd. En dat zijn we ook niet van plan. Dan hebben we het over materiële zaken, maar zou God dat bedoelen?

In de tien geboden staat het ingeklemd tussen de geboden die allemaal te maken hebben met mensen en de omgang met elkaar. Ik denk dat God dat heeft bedoeld met dit woord. Je hebt geen recht op het leven van een ander. Je hebt geen recht op de partner van een ander. Je hebt geen recht op (over) de eer en de goede naam van de ander. Maar ook mag je niemand onthouden wat diegene zo broodnodig is om van te bestaan. Dat is ook diefstal.

Kortom: je moet bij de ander laten wat van hem of haar is en niet van jou is. Het omgekeerde is trouwens ook waar: alles wat ik bezit en gebruik, dat heb ik uiteindelijk ook maar gekregen. Van God wel te verstaan!

(…) 10 Toen loofde ​David​ de HEER, ten aanhoren van de hele gemeenschap. Hij zei: ‘Geprezen bent u, HEER, God van onze voorvader ​Israël, voor altijd en eeuwig. 11 U, HEER, bent groots en machtig, vol luister, roem en majesteit.

Alles in de hemel en op aarde behoort u toe, HEER, u bezit het koningschap en de heerschappij. 12 Roem en rijkdom zijn van u afkomstig, u heerst over alles. In uw hand liggen macht en kracht besloten, u beslist wie groot en machtig is.

13 Daarom danken wij u, onze God, en prijzen wij uw luisterrijke naam. 14 Wat ben ik, en wat is mijn volk, dat wij in staat zijn gebleken zo veel kostbaarheden af te staan? Alles is van u afkomstig, en wat wij u schenken komt uit uw hand.

15 Net als al onze voorouders zijn wij slechts ​vreemdelingen​ die als gasten bij u verblijven, ons bestaan op aarde is als een schaduw, zonder enige zekerheid. 16 HEER, onze God, al deze rijkdom die we bijeengebracht hebben om voor u een tempel te bouwen voor uw ​heilige​ naam, komt uit uw hand en aan u dragen wij die op.

17 Ik weet, mijn God, dat u de ​harten​ van de mensen beproeft en oprechtheid verlangt. Welnu, uit de oprechtheid van mijn ​hart​ heb ik u dit alles geschonken, en ook uw volk, dat hier bijeen is, heb ik zijn bijdrage met vreugde zien schenken. 18 HEER, God van onze voorouders ​Abraham, ​Isaak​ en ​Israël, koester dit blijk van de gezindheid van uw volk voor altijd en laat hun ​hart​ op u gericht zijn.

19 Geef ook dat mijn zoon ​Salomo​ met volle toewijding uw geboden, bepalingen en wetten naleeft en alles in het werk stelt om de burcht te bouwen waarvoor ik de voorbereidingen heb getroffen.’ 20 Daarna droeg ​David​ de gemeenschap op de HEER, hun God, te loven.

Heel de gemeenschap loofde de HEER, de God van hun voorouders, en knielde neer en boog diep voorover voor de HEER en voor de ​koning.

(Uit 1 Kronieken 29)

Bron tekst: Bijbels dagboek “Dag in dag uit – 2019” (zaterdag 9 februari)
Leger des Heils – Ark Media.

Bron afbeelding:  Flickr

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

Dit is een troost(lied) alleen voor kinderen…

het is ‘gisteren’ gemaakt*

Want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht’ (Mattheüs 11 : 30, weergave DB 1545).

(…) “De goddelozen hebben geen ondervinding van vreugde in beproeving – dat hebben ze niet geleerd. Deze kracht komt ook niet vanuit de mens, maar is een werk van de Heilige Geest. Hij verandert de mensen zó, dat zij nu onbevreesd zijn voor dingen, waar anderen voor sidderen – en waar anderen over klagen, daar kunnen zij om lachen.

Er is zeker een grote kracht voor nodig, om een ondragelijk juk, niet alleen dragelijk,
maar zelfs zoet en licht te maken. Hoe kan dat dan?

De Heilige Geest verandert in dit geval niet het gewicht van de last, maar de persoon die de last draagt, wordt door Hem veranderd. Want de persoon zelf wordt bekleed met nieuwe kracht, waardoor hij, zoals Paulus zegt: ‘Alle dingen kan doen door Hem Die hem kracht geeft’ (vgl. Filippensen 4 : 13).

Stel je voor: dat mij werd bevolen om de hemel en de aarde te dragen, dat alleen al zou een uiterste verschrikking zijn om aan te denken. Maar als iemand mij kracht genoeg zou geven om dit te doen, dan zou het voor mij net zo makkelijk zijn, als dat ik een bal in de lucht moest gooien. Ik zou niet alleen kracht genoeg hebben voor het dragen, maar er zelfs mee spelen en er plezier in hebben!

En dit is nu de kracht van Christus. Hij zegt: ‘Míjn last’. Het is alsof Hij wilde zeggen: ‘Mijn last is niet als andere lasten. Mijn last drukt je niet neer, maar tilt je op. Mijn last draagt eerder jou, dan dat jij die moet dragen.’”

Maarten Luther: Annotationes in aliquot capita Matthaei, 1538, vgl. WA 32, 530, 29-41, weergave: W(2) 7, S.143- S.145

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres: info@maartenluther-citaten.nl

* gekozen regel uit begin van een lied van Dimitri van Toren.

Zie evt. ook:  Astronomisch verlossingswerk…

Bron afbeelding:  Rest for the Weary

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Astronomisch verlossingswerk…

(…) Simon​ ​Petrus​ dan antwoordde Hem: Heere, naar wie zullen wij heen gaan?
U hebt woorden van eeuwig leven.
(Johannes 6 : 67)

Geciteerd:

Antwoord op een vraag aan Avi Loeb, hoofd afdeling sterrenkunde aan Harvard (1):

Als we uiteindelijk intelligent buitenaards leven vinden… wat dan?
Dan hebben we de belangrijkste ontdekking uit de geschiedenis van de mensheid gedaan. Belangrijker dan de eerste mens die een rondje om de aarde vloog. Belangrijker dan de ontdekking van Amerika. Het zou ons ineens op een kosmisch podium plaatsen, laten zien dat we allemaal voor hetzelfde team spelen. Dat we onze verschillen zo snel mogelijk moeten overstijgen. Ik wil dat tijdens mijn leven graag nog meemaken.’

Opgemerkt AJ:

Wie kan ons verlossen van dit astronomische bedragen verslindende soort van onderzoek en het ook veilig willen stellen van de toekomst daarvan voor onderzoekers en geleerden die daar belang bij hebben en dit soort onderzoek uitvoeren en steeds weer bekostigd willen zien en die er niet van terugschrikken om het belang van dit onderzoek met de meest hoogdravende en idealistische argumenten te motiveren en daarmee bezieling en toekomst te geven.

Vergelijk dat eens met de woorden en het werk van onze Heer Jezus Christus hier op aarde. Dat waren nu eens woorden en werken die toekomst hadden en hebben en die al onze aandacht en energie en tijd en geld waard zijn… Zijn Woord en Werk die kunnen ons werkelijk helpen om de verschillen tussen mensen en groeperingen (daarvan) te overstijgen, maar Jezus was zo eerlijk om ons mensen en ook zijn discipelen/volgelingen/aanhangers te waarschuwen met de woorden die hieronder volgen:

(…) Meent niet, dat Ik gekomen ben om ​vrede​ te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om ​vrede​ te brengen, maar het ​zwaard. Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader en tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn. (Uit Matteüs 10)

~~~~

(1) Die merkwaardige ‘ruimtesigaar’ die vanaf Hawaï werd waargenomen, en de naam ‘Oumuamua kreeg? ‘Ik denk dat die is gemaakt door een buitenaardse beschaving’, zegt Avi Loeb. Waarom het hoofd van de afdeling sterrenkunde aan Harvard dat een heel normaal idee vindt. (Inleidende woorden bij/van het artikel dat hier geciteerd is)

Bron tekst: de Volkskrant (via Blendle) – “De topastronoom zegt: dit kwam van een buitenaardse beschaving” door George van Hal

Bron afbeelding:  DagelijkseBroodkruimels

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Geschiedenis, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie

Wie zichzelf spiegelt…

(…) Ik ben me echter pas door de wet bewust geworden van de ​zonde.
(Uit Romeinen 7 : 7)

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XXVII)

Het werk van het derde gebod (IV)

(…) “Maar waarmee zal een mens aankomen en zich stellen voor het aangezicht van onze almachtige God en waarmee Hem aanroepen om daardoor en daarmee zijn geloof te oefenen?

Wanneer een christen zijn nood niet kent of erkent, of geen geestelijke aanvallen ervaart, dan moet zo iemand weten dat hij of zij zich in de ergst denkbare toestand bevind. Want de grootste verzoeking is daarin gelegen dat je zo verhard, onbarmhartig en ongevoelig wordt of al bent geworden dat je door je werkelijke nood niet meer wordt geraakt.

Geen betere spiegel waarin je je nood ziet dan de Tien Geboden, waarin je ontdekt wordt aan wat je mist en wat je (bij God) zou moeten zoeken. (1)

Daarom, waar je in jezelf een zwak geloof, zwakke hoop en weinig liefde tot God vindt; waar je merkt dat je God niet looft en eert, maar wel steeds je eigen eer en roem op het oog hebt, veel geeft om de gunst van mensen, niet graag Gods Woord beluisterd, weinig bidt (iets waarvan niemand kan zeggen dat hij daarin zonder schuld is), dan moet je aan deze zwakheden meer aandacht schenken dan aan alle lichamelijke noden en kwalen en tekort aan geld en goederen, eer van mensen en een goed leven, en geloven dat ze erger zijn dan alle dodelijke ziekten en de dood zelf.

Je moet dit [deze zwakheden – t.a.v. de Eerste Tafel van de geboden] met alle ernst aan God voorleggen, erover treuren en klagen en Hem om hulp vragen, en met alle vertrouwen hulp van Hem verwachten, in het geloof dat je wordt gehoord en dat je hulp en genade zeker zult ontvangen.

Ga dan vervolgens naar de Tweede Tafel van de geboden. Ontdek hoe ongehoorzaam je bent geweest en nog steeds waar het het eren betreft van je vader en moeder en allen die boven je gesteld zijn; hoe je tegen je naaste zondigt met woede, haat en slechte woorden; hoe je verleid wordt tot onkuisheid, hebzucht en onrecht in woord en daad tegen je naaste. Op deze manier zul je ongetwijfeld merken dat je vol nood en ellende bent, en dat je reden genoeg hebt om zelfs druppels bloed te huilen, als je dat zou kunnen”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 236/237 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 62/63)

(1) Volgens de apostel Jakobus is het lezen of beluisteren van Gods Woord zonder ernaar te handelen net zoiets als in een spiegel kijken en meteen weer vergeten wat we gezien hebben (Jakobus 1 : 22-24). Veel beter is het om goed te kijken, en dat als uitgangspunt voor ons handelen te nemen. In de woorden van de apostel: ‘Wie zich daarentegen spiegelt in de volmaakte wet die vrijheid brengt, dat blijft doen, niet als iemand die hoort en vergeet, maar als iemand die ernaar handelt – hem valt geluk ten deel, juist om wat hij doet’ (Jakobus 1 : 25).

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Zie ook:  Zó wil God gekend worden…

(…) Door het gebod te gebruiken laat de ​zonde​ zien hoe verderfelijk ze is. Wij weten dat de wet het werk van de Geest is, maar door mijn natuur ben ik uitgeleverd aan de ​zonde.  (Uit Romeinen 7 : 13-14)

Bron afbeelding:  CCCoopersAgency’s Blog

 

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Zó wil God gekend worden…

(…) Ik ben de HEER, uw God, Die u… heeft bevrijd.
(Uit Deuteronomium 5 : 6)

Volgens de Joodse overlevering is dit de eerste van de tien woorden. God moet gedacht hebben:  Ik kan wel allerlei regels gaan opstellen maar de mensen moeten eerst weten wie Ik ben. Hij stelt zich voor.

Nu had de God natuurlijk kunnen zeggen:  Ik ben de Heer uw God, die aarde en Hemel gemaakt heeft. Of: Ik ben de Heer, uw God, die machtiger en sterker is dan alle andere goden. Of: Ik ben de Heer, uw God, die in alle opzichten boven jou, kleine mens staat. Als dat daar had gestaan, zouden mensen kunnen reageren:  Dat is me veel te verheven. Dat staat te ver bij mij vandaan.

Maar God zegt: Ik ben je bevrijder. Ik heb je letterlijk uit het slijk getrokken, uit de leemputten van Egypte. Zó wil God gekend worden. Als de God die mensen losmaakt uit de slavernij. Losmaakt van alles wat ons belemmert om als mens tot ons recht te komen.

Bron tekst: Bijbels dagboek “Dag in dag uit – 2019” (1 februari)
Leger des Heils – Ark Media.

Zie evt. ook:  Wie zichzelf spiegelt…

Maar God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is
toen wij nog zondaars waren.*

(Romeinen 5 : 8)

(…) Maar God zij gedankt: *wij waren allenslaven​ van de ​zonde, maar wij zijn van harte gehoorzaam geworden aan die vorm van onderricht, die ons overgeleverd is; en, vrijgemaakt van de ​zonde, zijn wij in dienst gekomen van de ​gerechtigheid.
(Naar Romeinen 6 : 17)

Bron afbeelding:  Christian Wallpapers

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Wie denkt u wel dat u bent?!

Dit is het Brood, dat uit de hemel komt, opdat wie daarvan eet, niet sterft
(Johannes 6 : 50, weergave DB 1545).

(…) “De Heere neemt hier eenvoudig een voorbeeld van het lichamelijke brood, waarom zij Hem volgden en naliepen. Hij spreekt in dit hele hoofdstuk evenwel over het geestelijke Brood. Hij zegt immers: ‘De woorden die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven’ (vgl. Johannes 6 : 63). Hij wil daarmee laten zien, dat Hij hen dáárom gevoed had, dat zij voortaan in Hem zouden geloven. En, zoals zij hier het zichtbare brood hebben gegeten, zó moesten zij nu ook het geestelijke Brood eten.

Laten wij hierbij opmerken: dat de Heere zo genadig en vriendelijk met hen omgaat, dat Hij Zichzelf aan hen aanbiedt om Zijn bloed en vlees te eten. Hij doet dat met zulke innemende woorden, dat het terecht hun hart moest bewegen om in Hem te geloven. Namelijk, dat dit Brood, Zijn vlees en bloed, dat Hij uit de maagd Maria heeft aangenomen, daarom is gegeven, dat Hij in onze plaats de dood moest smaken en de hel moest verduren, daarbij de zonde, die Hij nooit had gedaan, als Zijn eigen zonden moest dragen – dit alsof Hij die Zelf had gedaan. Wat Hij dan ook gewillig en vrijwillig heeft gedaan om ons als Zijn broeders en zusters aan te nemen.”

Maarten Luther: Festpostille 1527, vgl. WA 17.2, 433, 36 – 434, 10

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres:  info@maartenluther-citaten.nl

(…) 51 Waarachtig, ik verzeker u: als iemand Mijn woord bewaart zal hij de dood nooit zien.’ 52 Toen zeiden de ​Joden: ‘Nu weten we zeker dat u ​bezeten​ bent! ​Abraham​ is gestorven, en de profeten ook, en u zegt: “Wie mijn woord bewaart zal de dood nooit proeven”! 53 Bent u soms meer dan onze vader ​Abraham, die gestorven is? Ook de profeten zijn gestorven. Wie denkt u wel dat u bent?’ (Uit Johannes 8)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

David als profeet…

En de belofte(n) aangaande zijn koningshuis

Te gebruiken voor/bij ”gesprek met Israël”?!  (Van Ruler)

Uit 1 Kronieken 17

(…) 2 ‘Doe wat uw ​hart​ u ingeeft,’ antwoordde ​Natan, ‘God staat u immers terzijde.’ 3 Maar diezelfde nacht richtte God zich tot ​Natan: 4 ‘Zeg tegen mijn dienaar ​David: “Dit zegt de HEER: Jij zult voor mij geen ​huis​ bouwen om in te wonen. 5 Nooit heb ik in een ​huis​ gewoond, vanaf de dag dat ik de Israëlieten uit ​Egypte​ heb geleid tot nu toe! In ​tent​ en ​tabernakel​ ging ik van de ene verblijfplaats naar de andere. 6 Overal in Israël heb ik rondgetrokken, en heb ik ooit aan een van de rechters van Israël, die ik had aangesteld om mijn volk te weiden, gevraagd om voor mij een ​huis​ van cederhout te bouwen?” 7 Welnu, zeg tegen mijn dienaar, tegen ​David: “Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik heb je achter de kudde vandaan gehaald om mijn volk Israël te leiden. 8 Ik heb je bijgestaan in alles wat je ondernam, ik heb al je vijanden voor je uitgeschakeld en ik heb je naam gevestigd als een van de groten der aarde. 9 Ik heb aan mijn volk Israël een gebied toegewezen. Daar heb ik het geplant en daar kan het nu onbevreesd wonen. Het wordt niet langer geplaagd door misdadige volken, zoals toen het er pas woonde 10 en ik rechters over mijn volk Israël had aangesteld. Je vijanden heb ik allemaal onderworpen. Ik zeg je dat de HEER voor jou een ​huis​ zal bouwen: 11 Wanneer je leven voorbij is en je met je voorouders verenigd wordt, zal ik je laten opvolgen door een van je eigen nakomelingen en hem een bestendig koningschap schenken. 12 Hij zal voor mij een ​huis​ bouwen, en ik zal ervoor zorgen dat zijn ​troon​ nooit wankelt. 13 Ik zal een vader voor hem zijn en hij voor mij een zoon, en ik zal hem nooit mijn ​gunst​ ontnemen zoals je voorganger. 14 Ik zal hem voor eeuwig aanstellen in mijn ​huis​ en in mijn koninkrijk, en zijn ​troon​ zal nooit wankelen.(1)

15 Natan​ bracht alles wat hij had gezien en gehoord aan ​David​ over. 16 Koning​ ​David​ ging het ​heiligdom​ binnen, nam plaats voor de HEER en bad: ‘Wie ben ik, HEER, mijn God, wat is mijn ​familie, dat u mij zo ver hebt gebracht? 17 En alsof dat nog niet genoeg was, God, hebt u ook gesproken over de toekomst van mijn koningshuis. U hebt mij uitgekozen als ​kroon​ op de mensheid, door God, de HEER, verheven. 18 Wat kan ik verder nog zeggen over de grote ​eer​ die u mij bewijst? U kent uw dienaar. 19 Omwille van uw dienaar, HEER, en in overeenstemming met uw voornemen, hebt U al deze grootse dingen gedaan en ze bekendgemaakt. 20 Het is zoals ons altijd is voorgehouden, HEER: zoals U is er geen, er bestaat geen andere god dan U. 21 En wie kan zich meten met Israël, uw volk? Het is het enige volk op aarde waarvoor U zich hebt ingezet om het vrij te kopen en tot uw volk te maken, om zo voor uzelf een naam te vestigen door grootse en indrukwekkende daden: omwille van uw volk, dat U uit ​Egypte​ hebt bevrijd, hebt u vreemde volken verdreven. 22 U hebt uw volk Israël voor altijd aan U toegewijd, en U, HEER, bent hun tot God. 23 Welnu, HEER, moge de ​belofte​ die U aan mij en mijn koningshuis hebt gedaan voor altijd worden waargemaakt, laat uw woord in vervulling gaan. 24 Dan zal uw naam waargemaakt zijn en voor altijd in ere worden gehouden, en men zal zeggen: “De HEER van de hemelse machten, de God van Israël, is God over Israël,” en dan zal het koningshuis van uw dienaar ​David​ altijd standhouden. 25 U, mijn God, hebt aan uw dienaar onthuld dat u voor mij een ​huis​ zult bouwen. Daarom durf ik dit ​gebed​ tot U te richten. 26 U, HEER, u alleen bent God. U hebt me zo’n grootse toekomst beloofd. 27 Welnu, ​zegen​ dus mijn koningshuis opdat het altijd standhoudt. U, HEER, bent het die zegent. U bent gezegend voor altijd.’ (1)

Uit Psalm 89

(…) 4 ‘Ik heb met mijn uitverkorene een verbond gesloten,
aan mijn dienaar ​David​ gezworen:
5 Uw dynastie zal ik voor eeuwig vestigen,
uw ​troon​ in stand houden, geslacht na geslacht.’ sela

(…) 50 Waar is Uw ​liefde​ van vroeger, Heer,
hebt U ​David​ geen trouw gezworen?
51 Gedenk, Heer, dat uw dienaren worden bespot,
dat ik lijd onder de hoon van vele volken.
52 Uw vijanden, HEER, bespotten mij,
spotten met Uw ​gezalfde, waar hij ook gaat.

Uit Handelingen 2 (toespraak Petrus)

(…) 25 David​ zegt immers over hem:
“Steeds houd ik de ​Heer​ voor ogen,
Hij is aan mijn zijde, ik wankel niet.

26 Daarom verheugt zich mijn ​hart
en jubelt mijn tong van blijdschap.
Ja, mijn lichaam zal behouden blijven,

27 want U zult mij niet overleveren aan het dodenrijk
en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan. (1)

28 U hebt mij de weg naar het leven getoond,
uw nabijheid zal mij vervullen met vreugde.”

29 Broeders en zusters, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader ​David​ zeg dat hij gestorven en ​begraven​ is; zijn ​graf​ bevindt zich immers nog steeds hier. 30 Maar omdat hij een ​profeet​ was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen, 31 heeft hij de opstanding van de ​Messias voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. (1)

32 Jezus​ is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen. 33 Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de ​heilige​ Geest, die ons beloofd is, ontvangen. Die Geest heeft hij op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet en hoort. 34 David​ is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij: “De ​Heer​ sprak tot mijn ​Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, 35 tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’” 36 Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat ​Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot ​Heer​ en ​Messias​ is aangesteld.’

(1)  Hier blijkt toch duidelijk dat God hier over een heel bijzondere nakomeling van koning David spreekt, dat de nadruk ligt op de persoon van deze koning en dat we bij het huis dat God zal bouwen ook niet kunnen denken aan een/de tempel (in Jeruzalem) maar dat we alle volken en heel deze wereld en heel Gods schepping daarin en daarbij hebben te betrekken?!

Bron afbeelding: King James Bible

Aanvulling: De lezing over “Hoe denken Joden over de Messias‘ van Binyomin Jacobs (op 26 november 2017) beluisterd en van deze Messias verkondiging kunnen wij christen heel veel leren en die zelfs ook van harte onderschrijven. Je kunt zeggen dat de spreker zelfs beter en meer dan wij de Messias vanuit het OT weet te omschrijven en wenst aan te wijzen. Het gaat om de ‘tweede Adam’ die wel volledig op aarde Gods opdracht vervult en het is de taak van de Joden en ons om de Messias in onze (wereld)tijd aan te wijzen en blijkbaar hebben de Joden daarvoor ook steeds moeite gedaan om dat in te vullen en concreet te maken. Het enige dat bij hen daar nog aan ontbreekt is dat zij (de Joodse) Jezus uit Nazareth willen aanwijzen als Messias (in die tijd) en ook als dé Messias die verwacht werd. Zij hebben zelf meer redenen om dat (alsnog) te doen dan wij hen nu (naderhand) kunnen aanreiken. Wij weten niet wat de apostelen hen allemaal indertijd hebben aangereikt maar de eer en de belangen van de toen levende Joodse godgeleerden maakten het hun toen onmogelijk om de oren daarvoor te (willen) openen. (Bij de rede van Stefanus stopten zij die zelfs zelf toe). Die rol van eer en belangen als struikelblok om goed te (kunnen) luisteren wordt ook expliciet genoemd in deze lezing. Maar wij leven nu in een andere tijd en onze Joodse tijdgenoten hebben zoveel ‘in huis’ dat wij hen het ‘ontdekkingswerk’ eigenlijk beter zelf maar kunnen laten doen: Jezus identificeren als de tweede Adam, als de Messias die de Joden verwachten mochten en die wij nu uit de hemel mogen verwachten om Gods huis hier op aarde definitief te vestigen! Ook goed te horen dat ze samen met ons de te verwachten Messias, Die van God komt en God zelf is, wensen te verkondigen tegen de god van secularisatie in!

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

Blijf uw behoudenis bewerken…

(…) Blijf uw behoudenis bewerken met vreze en beven, want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt. (Uit Filippenzen 2 : 12)

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XXVI)

Het werk van het derde gebod (III)

(…) “We zien we dus dat dit gebod, net als het tweede, niets anders moet zijn dan het doen en onderhouden van het eerste gebod, dat wil zeggen, van geloof, vertrouwen, overtuiging, hoop en liefde jegens God, zodat bij het naleven van alle geboden het eerste gebod leidsman zal zijn en het geloof het voornaamste werk en leven van alle andere werken, zonder welke, zoals gezegd, onze werken niet goed en aangenaam voor God kunnen zijn.

Maar als u zegt of tegenwerpt: “Wat nu als ik niet kan geloven dat mijn gebed wordt gehoord en aanvaard?” Dan antwoord ik dat geloof, gebed en alle andere goede werken (door God) worden bevolen, zodat u kunt weten wat u wel kunt doen en wat u niet kunt doen. (1) En als je dan merkt dat je [op deze manier] niet kunt geloven en niet kunt doen wat je wordt bevolen, verneder jezelf dan voor God, betreur dit feit, en begin op deze manier met een zwakke vonk van geloof en versterk het elke dag meer en meer door het zó te doen in uw/jouw leven en werk. (2)

Want er bestaat geen mens die niet zelf ook volledig medeplichtig is aan het verbreken van het eerste en grootste gebod, d.w.z. het gebod om te geloven. Zelfs de heilige apostelen in het evangelie, en met name Petrus, waren zwak in het geloof, waarom zij ook Christus vroegen en zeiden: ‘Heer, vergroot ons geloof‘ [Lukas 17 : 5]. En Hij berispt ze regelmatig omdat ze er blijk van geven weinig vertrouwen (klein geloof) te hebben.

Daarom zul je niet wanhopen of maar een ogenblik ophouden met bidden en werken wanneer je beseft dat je niet zo vast en sterk geloof hebt (gelooft) als je zou moeten en willen. Je moet juist God met heel je hart danken dat hij jou jouw zwakheid onthult, en jou door jouw zwakte leert en je vermaant en laat zien wat je werkelijk nodig hebt en wat werkelijk nodig is, namelijk: je elke dag oefenen en je (laten) versterken in geloof (2).

Want merk op dat bij velen die, hoewel ze doorgaan met bidden, zingen, lezen en werken, en daarmee naar het schijnt grote heiligen zijn, toch nooit het punt bereiken te weten waar ze aan toe zijn met betrekking tot het belangrijkste werk: geloof. En daarmee en daardoor verblinden zij zichzelf en leiden ook andere mensen op een dwaalspoor. Ze nemen aan bij alles wat ze doen dat het wel goed en aangenaam zal wezen voor God, en in hun duisternis bouwen ze zonder enig geloof helemaal op het zand van hun eigen werken en niet (steeds weer door het geloof) op Gods genade en belofte(n) alleen.

Daarom, hoe lang we ook leven, we zullen altijd onze handen vol hebben als we leerlingen blijven van het eerste gebod en van geloof door alle werken en lijden heen, en daarbij nooit ophouden te leren. Niemand weet wat een geweldige zaak het is om alleen op God te vertrouwen, behalve hij die begint te vertrouwen en zich inzet om de werken van (en door) het geloof te doen. ‘

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 233/234 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 60/61)

(1) Bij wat God ons beveelt behoort ook het besef  – want Hij belooft het Zelf, het staat in Zijn Woord! – dat Hijzelf in ons werken wil en zal wat Hij beveelt.
(2) Door de middelen die God ons gegeven heeft te gebruiken: lofprijzing, luisteren naar Gods Woord, bidden, samenkomsten van Christus’ gemeente bijwonen met (daar ook) de bediening van de sacramenten Doop en Avondmaal.

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

(…) 3 Zijn goddelijke macht heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht. 4 Hiermee zijn ons kostbare, rijke beloften gedaan, opdat u zou ontkomen aan het verderf dat de wereld beheerst als gevolg van de begeerte, en opdat u deel zou krijgen aan de goddelijke natuur. 5 Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, 6 uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, 7 uw vroomheid met ​liefde​ voor uw broeders en zusters, en uw ​liefde​ voor uw broeders en zusters met ​liefde​ voor allen. 8 Als u deze eigenschappen in overvloed bezit, is uw kennis van onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus​ niet nutteloos maar vruchtbaar. (Uit 2 Petrus 1)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk | Plaats een reactie

Komen tot Jezus…

Er is geschreven in de profeten: Zij zullen allen van God geleerd zijn.
Wie het nu hoort van de Vader, en het leert
(1)
, die komt tot Mij’
(Johannes 6 : 45, weergave DB 1545).

Wanneer nu de eerste prediking van de wet komt, die zegt dat wij met al ons doen verdoemd zijn, dan wordt het de mens bang om God en hij weet niet meer wat hij moet beginnen. Hij krijgt een kwaad, wanhopig geweten, en wanneer je hem niet spoedig te hulp zou komen, zou hij voor eeuwig in wanhoop wegzinken.

Daarom moet je met de tweede prediking niet lang wachten. Je moet hem het Evangelie prediken en hem tot Christus leiden. De Vader heeft Christus immers tot Middelaar gegeven. Zeg hem dan: dat wij alleen door Hem zalig zullen worden uit louter genade en barmhartigheid, zonder onze werken en verdiensten.

Dan wordt het hart vrolijk en komt tot deze genade, zoals een dorstig hert komt tot het water. Dat heeft David goed gevoeld toen hij zei: ‘Zoals een hert schreeuwt naar de waterbeken, zo schreeuwt mijn ziel, God, tot U – mijn ziel dorst naar God, naar de levende God’ (vgl. Psalm 42 : 1).

Wanneer nu de mens zo tot Christus komt, dat is: tot het Evangelie komt, dan hoort hij de stem van de Heere Christus Zelf – Die bevestigt wat de Vader deze mens heeft geleerd [door de profeten (1)], namelijk, dat God niet anders is, dan een genadevolle Zaligmaker, Die genadig en barmhartig wil zijn over allen die Hem in deze Zoon aanroepen.”

Maarten Luther:  Festpostille 1527, vgl. WA 17.2, 431, 26 – 432, 9

(1) Voor Jezus discipelen en voor allen die (toen) luisterden naar Jezus betekende dit het door de profeten gesproken Woord van God aanvaarden en Jezus erkennen, want door en in Hem leren wij God als liefdevolle en genadige Vader kennen, precies zoals we dat al voorzegd vinden in Jeremia 31 : 34 waar geschreven staat:  Men zal elkaar niet meer hoeven te onderwijzen met de woorden: “Leer de HEER kennen,” want iedereen, van groot tot klein, kent mij dan al – ​spreekt de HEER. Ik zal hun ​zonden​ ​vergeven​ en nooit meer denken aan wat ze hebben misdaan.
Dit woord van de profeet Jeremia is nu ook volle werkelijkheid voor ieder die Gods genade in Jezus Christus heeft leren kennen door het getuigenis van de apostelen. En wij mogen dan met Johannes mee verwonderd uitroepen zoals hij het voor ons opschreef in Johannes 1 : 14-18 Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van ​goedheid​ en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. (…) Uit zijn overvloed zijn wij allen met ​goedheid​ overstelpt. De wet is door ​Mozes​ gegeven, maar ​goedheid​ en waarheid zijn met ​Jezus​ ​Christus​ gekomen. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het ​hart​ van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres info@maartenluther.com

Bron afbeelding:  Bible Quote

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk | Plaats een reactie