Blijf uw behoudenis bewerken…

(…) Blijf uw behoudenis bewerken met vreze en beven, want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt. (Uit Filippenzen 2 : 12)

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XXVI)

Het werk van het derde gebod (III)

(…) “We zien we dus dat dit gebod, net als het tweede, niets anders moet zijn dan het doen en onderhouden van het eerste gebod, dat wil zeggen, van geloof, vertrouwen, overtuiging, hoop en liefde jegens God, zodat bij het naleven van alle geboden het eerste gebod leidsman zal zijn en het geloof het voornaamste werk en leven van alle andere werken, zonder welke, zoals gezegd, onze werken niet goed en aangenaam voor God kunnen zijn.

Maar als u zegt of tegenwerpt: “Wat nu als ik niet kan geloven dat mijn gebed wordt gehoord en aanvaard?” Dan antwoord ik dat geloof, gebed en alle andere goede werken (door God) worden bevolen, zodat u kunt weten wat u wel kunt doen en wat u niet kunt doen. (1) En als je dan merkt dat je [op deze manier] niet kunt geloven en niet kunt doen wat je wordt bevolen, verneder jezelf dan voor God, betreur dit feit, en begin op deze manier met een zwakke vonk van geloof en versterk het elke dag meer en meer door het zó te doen in uw/jouw leven en werk. (2)

Want er bestaat geen mens die niet zelf ook volledig medeplichtig is aan het verbreken van het eerste en grootste gebod, d.w.z. het gebod om te geloven. Zelfs de heilige apostelen in het evangelie, en met name Petrus, waren zwak in het geloof, waarom zij ook Christus vroegen en zeiden: ‘Heer, vergroot ons geloof‘ [Lukas 17 : 5]. En Hij berispt ze regelmatig omdat ze er blijk van geven weinig vertrouwen (klein geloof) te hebben.

Daarom zul je niet wanhopen of maar een ogenblik ophouden met bidden en werken wanneer je beseft dat je niet zo vast en sterk geloof hebt (gelooft) als je zou moeten en willen. Je moet juist God met heel je hart danken dat hij jou jouw zwakheid onthult, en jou door jouw zwakte leert en je vermaant en laat zien wat je werkelijk nodig hebt en wat werkelijk nodig is, namelijk: je elke dag oefenen en je (laten) versterken in geloof (2).

Want merk op dat bij velen die, hoewel ze doorgaan met bidden, zingen, lezen en werken, en daarmee naar het schijnt grote heiligen zijn, toch nooit het punt bereiken te weten waar ze aan toe zijn met betrekking tot het belangrijkste werk: geloof. En daarmee en daardoor verblinden zij zichzelf en leiden ook andere mensen op een dwaalspoor. Ze nemen aan bij alles wat ze doen dat het wel goed en aangenaam zal wezen voor God, en in hun duisternis bouwen ze zonder enig geloof helemaal op het zand van hun eigen werken en niet (steeds weer door het geloof) op Gods genade en belofte(n) alleen.

Daarom, hoe lang we ook leven, we zullen altijd onze handen vol hebben als we leerlingen blijven van het eerste gebod en van geloof door alle werken en lijden heen, en daarbij nooit ophouden te leren. Niemand weet wat een geweldige zaak het is om alleen op God te vertrouwen, behalve hij die begint te vertrouwen en zich inzet om de werken van (en door) het geloof te doen. ‘

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 233/234 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 60/61)

(1) Bij wat God ons beveelt behoort ook het besef  – want Hij belooft het Zelf, het staat in Zijn Woord! – dat Hijzelf in ons werken wil en zal wat Hij beveelt.
(2) Door de middelen die God ons gegeven heeft te gebruiken: lofprijzing, luisteren naar Gods Woord, bidden, samenkomsten van Christus’ gemeente bijwonen met (daar ook) de bediening van de sacramenten Doop en Avondmaal.

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

(…) 3 Zijn goddelijke macht heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht. 4 Hiermee zijn ons kostbare, rijke beloften gedaan, opdat u zou ontkomen aan het verderf dat de wereld beheerst als gevolg van de begeerte, en opdat u deel zou krijgen aan de goddelijke natuur. 5 Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, 6 uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, 7 uw vroomheid met ​liefde​ voor uw broeders en zusters, en uw ​liefde​ voor uw broeders en zusters met ​liefde​ voor allen. 8 Als u deze eigenschappen in overvloed bezit, is uw kennis van onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus​ niet nutteloos maar vruchtbaar. (Uit 2 Petrus 1)

Bron afbeelding:  Pinterest

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s