Over (nog) recht op het ‘beloofde land’ gesproken… (I)

(…) 5 Niet vanwege uw ​gerechtigheid​ of vanwege de oprechtheid van uw ​hart​ komt u hun land in om het in bezit te nemen, maar vanwege de goddeloosheid van deze volken verdrijft de HEERE, uw God, hen van voor uw ogen uit hun bezit, en om het woord gestand te doen dat de HEERE, uw God, uw vaderen, ​Abraham, Izak en ​Jakob, gezworen heeft. (Uit Deuteronomium 9)

Genade wordt nooit een recht!

Uit Genesis 6

(…) 5 En de HEERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en dat al de gedachtespinsels van zijn ​hart​ elke dag alleen maar slecht waren. 6 Toen kreeg de HEERE er ​berouw​ over dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het bedroefde Hem in Zijn ​hart. 7 En de HEERE zei: Ik zal de mens, die Ik geschapen heb, van de aardbodem verdelgen, van de mens tot het ​vee, tot de kruipende dieren en tot de vogels in de lucht toe, want Ik heb er ​berouw​ over dat Ik hen gemaakt heb. 8 Maar ​Noach​ vond ​genade​ in de ogen van de HEERE.

Opgemerkt: De mens heeft zelfs ‘het recht op de aarde’ verspeeld!

Uit Genesis 15

(…) 7 Ook zei de HEER tegen hem: ‘Ik ben de HEER, die jou heeft weggeleid uit Ur, uit het land van de ​Chaldeeën, om je dit land in bezit te geven.’
(…) 16 Pas de vierde generatie zal hierheen terugkeren, want pas dan hebben de Amorieten zo veel ​misdaden​ bedreven dat de maat vol is.’

Opgemerkt:  Niet vanwege Israël zelf, maar vanwege de misdaden van de toenmalige bewoners wilde God het beloofde land toen vrijmaken van de bewoners die zich daar gevestigd hadden en daarmee en daardoor kwam het vrij voor bewoning door het volk Israël dat Hij als slavenvolk uit Egypte bevrijd had.

Uit Deuteronomium 9

(…) 6 Daarom moet u weten dat het niet vanwege uw ​gerechtigheid​ is dat de HEERE, uw God, u dit goede land geeft om het in bezit te nemen, want u bent een halsstarrig volk.

(…) 7 Houd in gedachten en vergeet niet dat u de HEERE, uw God, zeer toornig hebt gemaakt in de woestijn: vanaf de dag dat u uit het land ​Egypte​ vertrokken bent, totdat u op deze plaats kwam, bent u ​ongehoorzaam​ geweest aan de HEERE. 8 Bij de ​Horeb​ hebt u de HEERE immers zeer toornig gemaakt; de HEERE werd zo toornig op u dat Hij u wilde wegvagen.

9 Toen ik de berg opgeklommen was om de stenen tafelen, de tafelen van het ​verbond​ dat de HEERE met u gesloten had, te ontvangen, bleef ik veertig dagen en veertig nachten op de berg. Ik at geen brood en dronk geen water.

(…) 11 Het gebeurde na verloop van veertig dagen en veertig nachten, toen de HEERE mij de twee stenen tafelen, de tafelen van het ​verbond, gaf, 12 dat de HEERE tegen mij zei: Sta op, daal snel vanhier af, want uw volk, dat u uit ​Egypte​ geleid hebt, handelt verderfelijk. Zij zijn al snel afgeweken van de weg die Ik hun geboden had: zij hebben voor zichzelf een ​gegoten beeld​ gemaakt.

13 Verder sprak de HEERE tot mij: Ik heb dit volk gezien en zie, het is een halsstarrig volk. 14 Laat Mij begaan, dan zal Ik hen wegvagen en hun naam van onder de hemel uitwissen. Dan zal Ik u tot een volk maken dat nog machtiger en talrijker is dan dit.

(…) 18 En ik wierp mij neer voor het aangezicht van de HEERE, net als de eerste keer, veertig dagen en veertig nachten. Ik at geen brood en dronk geen water, vanwege al de ​zonde​ die u begaan had, door te doen wat slecht is in de ogen van de HEERE om Hem tot toorn te verwekken. 19 Want ik was bevreesd vanwege Zijn toorn en grimmigheid: de HEERE was zo toornig op u dat Hij u wilde wegvagen. De HEERE verhoorde mij echter ook die keer.

Uit Matteüs 4

(…) 2 En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had ​gevast, kreeg Hij ten slotte honger. 3 En de verzoeker kwam bij Hem en zei: Als U Gods Zoon bent, zeg dan dat deze stenen broden worden. 4 Maar Hij antwoordde en zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.

Uit Deuteronomium 10

(…) 16 Besnijd​ dan de voorhuid van uw ​hart​ en wees niet langer halsstarrig. 17 Want de HEERE, uw God, is de God der ​goden​ en de Heere der heren; die grote, machtige en ontzagwekkende God, Die niet partijdig is en geen geschenk in ontvangst neemt, 18 Die recht verschaft aan de ​wees​ en de ​weduwe, Die de ​vreemdeling​ liefheeft door hem brood en ​kleding​ te geven. 19 Daarom moet u de ​vreemdeling​ ​liefhebben, want u bent zelf ​vreemdelingen​ geweest in het land ​Egypte. 20 De HEERE, uw God, moet u vrezen, Hem moet u dienen, aan Hem moet u zich vasthouden en bij Zijn Naam moet u zweren. 21 Hij is uw lof en Hij is uw God, Die bij u deze grote en ontzagwekkende dingen gedaan heeft, die uw ogen gezien hebben. 22 Met zeventig zielen trokken uw vaderen naar ​Egypte, en nu heeft de HEERE, uw God, u zo talrijk gemaakt als de sterren aan de hemel.

Uit Deuteronomium 11

16 Maar pas op: laat u er niet toe verleiden een dwaalspoor te volgen, voor ​andere ​goden​ neer te knielen en ze te vereren. 17 Want dan roept u de woede van de HEER over u af en zal hij de hemel sluiten. Er zal geen regen meer vallen en de hele oogst zal mislukken, en spoedig zult u verdwenen zijn uit het goede land dat de HEER u zal geven.

Uit Psalm 106

34 Zij roeiden de volken niet uit die de HEER hun had aangewezen,
35 vermengden zich zelfs met hen en spiegelden zich aan hun daden,
36 vereerden hun ​godenbeelden en raakten verstrikt in hun netten.

Uit Rechters 2

(…) 1 Er kwam een ​engel​ van de HEER uit Gilgal naar Bochim. Daar zei hij: ‘Ik heb jullie uit ​Egypte​ geleid naar het land dat ik jullie voorouders onder ede had beloofd. Ik heb gezegd dat ik mijn ​verbond​ met jullie nooit zou verbreken. 2 Maar jullie mochten geen verdragen sluiten met de inwoners van dit land en hun ​altaren​ moesten jullie afbreken. Maar jullie hebben niet geluisterd naar wat ik heb gezegd. Hoe hebben jullie dat kunnen doen? 3 Daarom heb ik besloten dat ik de inwoners van dit land niet voor jullie zal verdrijven. Zij zullen jullie in hun netten verstrikken en hun ​goden​ zullen jullie ondergang worden.’

(…) 20 De HEER ontstak in woede tegen Israël en zei: ‘Dit volk overtreedt de regels van het ​verbond​ die ik hun voorouders heb opgelegd en het luistert niet naar mij. 21 Ik zal daarom geen enkel volk meer verdrijven dat nog in het land woonde toen Jozua stierf.’ 22-23 De HEER had die volken namelijk in het land laten blijven en ze niet onmiddellijk verdreven omdat hij de Israëlieten op de proef wilde stellen. Hij had ze niet aan Jozua uitgeleverd, omdat hij wilde zien of de Israëlieten zich net als hun voorouders zouden houden aan de weg die Hij hun had gewezen of niet.

Wordt vervolgd.

Bron afbeelding:  BibleVerseImageBrowser

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Ontsluit mijn lippen Heer…

Maar de engel antwoordde en sprak tot de vrouwen: Vrees niet, want ik weet dat u Jezus, de Gekruisigde, zoekt. Hij is niet híér – Hij is opgestaan, zoals Hij gezegd heeft’ (Matteüs 28 : 5-6, weergave DB 1545).

Pasen 1531 – 2019

(…) “Neem nu dit andere tafereel ook voor u, waarin u ziet hoe de Heere Christus, Die vanwege uw zonden zo gruwelijk en ellendig was – nu schoon, rein, heerlijk en vrolijk is, en dat alle zonden aan Hem verdwenen zijn.

Maak nu de rekening op: als uw zonden aan u niet meer zijn te vinden, omwille van het lijden van Christus, maar door God Zelf van u zijn afgenomen en op Christus gelegd – en uw zonden tóch vandaag op Paasdag, na Zijn opstanding, ook niet meer op Christus zijn – waar zijn ze dan? (1)

Luister naar wat Micha zegt:Ze zijn in de diepte der zee verzonken’ (vgl. Micha 7 : 19). Nu is er immers geen duivel of enig schepsel die ze nog kan vinden.

Hoe vaster wij dit nu in onze harten geloven, hoe meer vreugde en troost wij zullen ondervinden.

Want het is onmogelijk, dat dit tafereel u niet zou verblijden:

dat u aan Christus nú uw eigen schone, reine, gezonde mens ziet – aan Hem, Die te voren vanwege uw zonden zo ellendig en jammerlijk was. Want nu bent u zeker dat uw zonden volkomen zijn weggenomen en nergens meer zijn te vinden.”

Maarten Luther: Publiek gehouden op eerste Paasdag 1531, Hauspostille 1544, vgl. WA 52, 247, 34 – 248, 22 (verkort)

(1) Zie ook ‘Goede Vrijdag 2019

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres:  info@maartenluther-citaten.nl

(…) Ontsluit mijn lippen Heer, en mijn mond zal Uw lof verkondigen.
(Uit Psalm 51)

Bron afbeelding: Heartlight

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Pasen en het ‘Israël van God’…

(…) 15 Want in ​Christus​ Jezus heeft niet het ​besneden​ zijn enige kracht, en ook niet het onbesneden zijn, maar wel dat (!) we een nieuwe schepping zijn.(a) 16 En allen die overeenkomstig deze regel wandelen: ​vrede​ en ​barmhartigheid​ zij over hen en over het Israël van God. (Uit Galaten 6)

Vervullingsleer (b)

(…) 3 Wij zijn het die ​besneden​ zijn, wij verrichten onze dienst door de ​Geest van God​ en laten ons voorstaan op ​Christus​ ​Jezus, niet op onszelf, 4 hoewel ik redenen genoeg zou hebben om op mezelf (‘op vlees’) te vertrouwen. (Uit Filippenzen 3)

(…) 14 Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door ​Christus​ ​Jezus​ roept. 15 Hierop moeten wij ons allen als – reeds in Christus (a) – volmaakte mensen richten. Mocht u er op enig punt anders over denken, dan zal God het u wel duidelijk maken. 16 Maar tot zover wij gekomen zijn, laten wij – allen! – naar dezelfde regel wandelen, laten wij eensgezind zijn. (Uit Filippenzen 3)

(…) 20 Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze Redder (c), de ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus. 21 Met de kracht waarmee hij in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal hij ons armzalig lichaam gelijkmaken aan zijn verheerlijkt lichaam. (Uit Filippenzen 3)

(…) 27 U allen die door de ​doop​ één met ​Christus​ bent geworden, hebt u met ​Christus​ omkleed. 28 Er zijn geen ​Joden​ of Grieken meer, ​slaven​ of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in ​Christus​ ​Jezus. 29 En omdat u ​Christus​ toebehoort, bent u – allen! – nakomelingen van ​Abraham, erfgenamen volgens de belofte. (Uit Galaten 3)

(a) (…) 22 Want zoals allen in ​Adam​ sterven, zo zullen ook in ​Christus​ allen levend gemaakt worden. 23 Ieder echter in zijn eigen orde: ​Christus​ als Eersteling, daarna wie van ​Christus​ zijn, bij Zijn komst.
(…) 44 Een natuurlijk lichaam wordt ​gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam en er is een geestelijk lichaam. 45 Zo staat er ook geschreven: De eerste mens ​Adam​ is geworden tot een levend wezen, de laatste ​Adam​ tot een levendmakende Geest. 46 Het geestelijke is echter niet eerst, maar het natuurlijke en daarna komt het geestelijke. 47 De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk; de tweede Mens is de Heere uit de hemel. 48 Zoals de stoffelijke is, zo zijn ook de stoffelijke mensen, en zoals de Hemelse is, zo zijn ook de hemelse mensen. 49 En zoals wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen. (Uit 1 Korintiërs 15)

(b) (…) 17 Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. (Uit Matteüs 5)

(c) (…) 10 Wat die redding inhoudt, trachtten de profeten te achterhalen toen ze profeteerden over de ​genade​ die u ten deel zou vallen. 11 Zij probeerden vast te stellen op welke tijd en op welke omstandigheden ​Christus’ Geest, die in hen werkzaam was, doelde toen deze hun zei dat ​Christus​ zou lijden en daarna in Gods luister zou delen. (Uit 1 Petrus 1)
(…) 20 Besef daarbij vooral dat geen enkele ​profetie​ uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, 21 want nooit is een ​profetie​ voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de ​heilige​ Geest. (Uit 2 Petrus 1)

NB. Wij lezen dus voortaan de profeten en hun profetieën met het licht dat ons gegeven is door wat onze Heer Jezus Christus en de apostelen gesproken (geopenbaard!) hebben m.b.t. de  vervulling daarvan, en zijn (daarom) niet (eerst en vooral) uit op nog de letterlijke interpretatie ervan!

Bron afbeelding:  SlideShare

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

Goede Vrijdag (2019)

(…) 13 Broeders en zusters, ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. 14 Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door ​Christus​ ​Jezus​ roept. 15 Hierop moeten wij ons allen als volmaakte mensen* richten. Mocht u er op enig (ander!) punt anders over denken, dan zal God het u wel duidelijk maken. 16 Maar tot zover wij gekomen zijn, laten wij (allen!) naar dezelfde regel wandelen, laten wij (daarin!) eensgezind zijn. (Uit Filippenzen 3)
* In Christus Jezus volmaakt! (a)

(1) (…) ‘Dán alleen werpt u uw zonde van uzelf op Christus, als u vast gelooft dat Zijn wonden en lijden uw zonden zijn – dat Hij die draagt en betaalt. Zoals Jesaja zegt: ‘God heeft onze zonde op Hem gelegd’ (vgl. Jesaja 53 : 6). En Petrus zegt in zijn eerste brief: ‘Hij heeft onze zonden in Zijn lichaam gedragen aan het hout van het kruis’ (1 Petrus 2 : 24). Paulus spreekt daarover op dezelfde manier: ‘God heeft Hem tot een zondaar gemaakt voor ons, opdat wij door Hem rechtvaardig werden’ (vgl. 2 Korinthe 5 : 21).

Op deze en dergelijke uitspraken moet u zich met volkomen vertrouwen verlaten, zoveel temeer als uw geweten u pijnigt. Want als u dit nalaat en zo vermetel bent dat u denkt rust te kunnen vinden door berouw en voldoening, dan zult u nooit tot rust komen en zult tenslotte tot wanhoop vervallen.

Want als wij met onze zonde in ons geweten handelen en ze bij ons laten blijven, ze in ons hart aanzien, dan zijn zij ons veel te sterk en leven zij eeuwig. Maar als wij ze op Christus zien liggen en Hij ze overwint door Zijn opstanding, en wij dat onbevreesd geloven, dan zijn zij dood en tot niets geworden. Want op Christus konden zij niet blijven – zij zijn door Zijn opstanding verslonden.

Nu zien wij geen wonden, geen smarten en geen lijden meer aan Hem, dat is: geen tekenen van zonde. Zo spreekt Paulus: dat Christus gestorven is om onze zonden en opgestaan is om onze rechtvaardiging (Romeinen 4 : 25). Dat is: door Zijn lijden openbaart Hij onze zonden en doodt die aan het kruis, maar door Zijn opstanding maakt Hij ons rechtvaardig en vrij van alle zonden – tenminste, als wij dit geloven.”

Maarten Luther: Ein Sermon von der Betrachtung des heiligen Leidens Christi, 1519, vgl. WA 2, 140, 6 26

(1) Op 13 maart 1519 schreef Luther aan Spalatin dat hij van plan was een preek uit te geven met als titel ‘Een meditatie over het heilige lijden van Christus’. Ondanks het vele werk waarmee hij was bezet, voerde hij zijn voornemen uit. Reeds op dinsdag na Lätare (5 april) kon hij de genoemde preek gedrukt en wel aan een paar vrienden verzenden. Hoezeer hij daarmee aan de geestelijke nood van het volk te gemoed kwam, bewijzen de vele herdrukken van het geschriftje. Tenminste 26 aanwijsbare herdrukken van de preek zouden kort daarop volgen in Wittenberg, Leipzig, Bazel, Neurenberg, Augsburg, Straatsburg, Zürich en andere steden.

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres: info@maartenluther-citaten.nl

(a) (…) 15 Want in ​Christus​ Jezus heeft niet het ​besneden​ zijn enige kracht, en ook niet het onbesneden zijn, maar wel dat we een nieuwe schepping zijn. 16 En allen die overeenkomstig deze regel wandelen: ​vrede​ en ​barmhartigheid​ zij over hen en over het Israël van God. (Uit Galaten 6)

Bron afbeelding:  Dribbble (Chris Lee)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

De apostel Paulus als voorbeeld ter navolging?

(…) 17 Volg mij na, broeders en zusters, en kijk naar hen die leven volgens het voorbeeld dat wij u gegeven hebben. (Uit Filippenzen 3)

(…) 7 Denk aan uw voorgangers, die het Woord van God tot u gesproken hebben. Let op de uitkomst van hun levenswandel, en volg hun geloof na. (Uit Hebreeën 13)

Wanneer we (opnieuw) lezen wat Paulus in Filippenzen 3 de gemeente van Filippi schrijft en voorhoudt, dan wordt duidelijk dat Paulus de gemeente en ook ons oproept om ons niet bij elkaar op iets te (willen) laten voorstaan dan alleen op Jezus Christus Zelf. Wij zullen ons alleen en volkomen op Christus richten en alles waarmee wij ons zouden kunnen laten voorstaan op en bij anderen als vuilnis beschouwen en wegdoen!

Wij hebben ons burgerrecht in de hemelschrijft Paulus en dat zegt zoveel als: wij hebben hier op aarde geen zaken waarmee we bij anderen ‘voor de dag kunnen komen’ en waarmee kan worden aangetoond (door besnijdenis, door bijzondere ervaringen, door bijzondere prestaties bijv.) dat wijzelf of een ander inmiddels daarmee of daardoor ‘rechtens’ hemelburger geworden is. (1) Dat blijft voor ons allen van het begin (vanaf onze bekering en Doop of vanaf onze Doop als kind) tot ons levenseinde toe een zaak van geloof alleen!

Paulus roept ons dus beslist niet op om hem na te volgen in zijn missionaire ijver of om hem na te volgen in zijn praktiseren van meditatie en bidden of in zijn ijver voor de gemeenten, etc. Dat (dus) heel beslist niet! Dan zou hij ons overvragen en geen rekening houden met ieders bijzondere roeping en gaven!

Nee, hij roept ons op tot iets wat wij allen – net als hij – vermogen door Christus (alleen) namelijk door de kracht die Christus ons schenkt door de bijstand van Zijn heilige Geest. En dat betekent dat wij net als Paulus (en anderen die ook zo leven) ons op niets zullen laten voorstaan bij elkaar, maar dat wij ons volledig zullen richten op Christus alleen en dat wij onze broeders en zusters door het geloof alleen ‘in Christus’ zullen zien en aanvaarden als mensen die ook hun burgerrecht – evengoed als wijzelf – in de hemel weten/hebben en dat wij Christus (van dáár) verwachten als ‘onze Redder, die ons armzalig lichaam gelijk zal maken aan Zijn verheerlijkt lichaam.‘ (2)

Paulus treedt dus met zijn oproep tot navolging niet buiten zijn bevoegdheid én hij overvraagt ons niet door iets van ons te vergen waartoe hij (alleen) op bijzondere wijze bekwaam was en werd gemaakt vanwege zijn bijzondere roeping tot het apostolaat en het werk van het apostolaat (m.n. onder de heidenen).

Wanneer we de oproep van Hebreeën 13 : 7 lezen dan vinden we daar in feite eenzelfde soort oproep als die we horen in Fillippenzen 3 : 17. Niet tot het navolgen van de praktijk(en) van die voorgangers worden wij opgeroepen, maar wij worden opgeroepen om hun geloof na te volgen. Wij mogen en kunnen dus ook nu nog anderen tot voorbeeld nemen of stellen en dan m.n. diegenen die tot en met hun levenseinde hebben getoond dat ze door het geloof alles van Christus alleen verlangd en verwacht hebben en dus niets van hun eigen prestaties of wat ze ook maar konden inbrengen om bij anderen indruk te maken (3).

Tot slot nog (ter vergelijking) een oproep – aan toenmalige slaven gericht – die hen (maar natuurlijk ook ons!) tot navolging van de levenspraktijk van Christus (hier op aarde) oproept:

(…) 21 Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem 22 die geen enkele zonde beging en over Wiens lippen geen leugen kwam. 23 Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, Hij leed en dreigde niet, Hij liet het oordeel over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. (Uit 1 Petrus 3)

(1) Denk aan het Romeinse burgerschap dat bepaalde voorrechten verleende aan haar bezitters en waar Paulus eerder gebruik van maakte in Filippi (zie Handelingen 16 : 35-40)
(2) Lees en herlees ook Galaten 6!
(3) Je willen laten voorstaan op anderen vanwege je ‘bekeringsgeschiedenis’ bijvoorbeeld, waardoor je jezelf wel een plaats aan de Avondmaalstafel gunt en waardig vind en/of dat anderen dat voor je laat (mee) beoordelen, terwijl anderen met een ‘minder verhaal’ hun (‘hemels burgerrecht’) plaats daar niet nemen of krijgen.

~~~~~~

(…) 4 Laat de ​Heer​ uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. 5 Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De ​Heer​ is nabij. 6 Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw ​gebeden. 7 Dan zal de ​vrede​ van God, die alle verstand te boven gaat, uw ​hart​ en gedachten in ​Christus​ Jezus bewaren. (Uit Filippenzen 4)

Bron afbeelding: Pinterest

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

De Heer regeert, volken beef…

(…) 1 De HEER is ​koning​ – volken, beef!
Hij troont op de ​cherubs​ – aarde, sidder!
2 Groot is de HEER op de ​Sion,
verheven is Hij boven alle volken.
3 Uw naam moeten zij loven,
zo groot en geducht.
Heilig​ is Hij.
(Uit Psalm 99)

Peilingen, enquêtes, harde cijfers en statistiek…

Bron:  MessiaNieuws  – “Hoe Bibi won en Bennie verloor” – Yochanan Visser

(…) De Hebreeuwse Bijbel gebruikt hetzelfde woord voor peilingen en enquêtes als het woord voor leugens, zoals mijn collega David Lazarus op maandag schreef.

Lazarus citeerde prof. Avshalom Kor, een linguïst en expert in de Hebreeuwse grammatica en semantiek. Kor verklaarde dat het woord voor leugen in het Hebreeuws sheker is, geschreven met een rechtse shin (שׁקר). Het woord voor enquête is seker, geschreven met een samech (סקר). Kor legde uit dat ‘de letters שׁ shin, שׂ sin en סsamech in veel Hebreeuwse woordenboeken en ook in talmoedische geschriften uitwisselbaar zijn.’ De vermaarde linguïst kwam tot de conclusie dat beide woorden ‘van dezelfde wortel stammen’.

Bron: Oude Sporen 2013 –  De volkstelling door David – Kris Tavernier

(…) Toch was de telling die David beval, kwaad in Gods ogen (1 Kronieken 21 : 7). Ze leidde uiteindelijk tot de dood van zeventigduizend man door de pest (vs. 14). Wellicht gaat het hier ook weer om militairen. Ook Joab had meteen door dat Davids bevel verkeerd was, en hij probeerde hem ervan te weerhouden (vs. 3-4). We lezen zelfs dat Joab het bevel van de koning een gruwel vond, en het niet helemaal uitvoerde; daarom had hij twee stammen niet geteld (vs. 6). Het woord gruwel wordt in het Oude Testament gebruikt om iets weerzinwekkends, iets afschuwelijks aan te duiden. Joab was de legeraanvoerder van David (vgl. 1 Kronieken 18 : 15). Als er iemand baat zou hebben bij het kennen van de legersterkte, dan was het Joab wel. Maar juist hij verzette zich tegen dit plan van David om het leger te gaan tellen.
Ook David besefte naderhand de ernst van zijn daad. Hij omschreef die als een zware zonde, als zeer dwaas en als zeer verkeerd (vs. 8, 17). Het woord ‘dwaas‘ heeft in het Oude Testament een heel negatieve betekenis. David schrijft zelf in de psalmen: ‘De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God’ (Ps. 14 : 1; 53 : 2; vgl. Deut. 32 : 21; 1 Sam. 13 : 13; Jes. 32 : 6). Als David zegt dat hij handelde als een dwaas, dan zegt hij eigenlijk dat hij heeft gehandeld als iemand die God niet kende of op zijn minst geen rekening hield met God. Het was de satan, die David aanzette tot het tellen van het leger om zo het volk Israël te treffen (1 Kronieken 21 : 1). Het is begrijpelijk dat David dit niet direct door had; hij had echter eerst zijn eigen motieven moeten toetsen waarom hij het getal van het leger wilde weten.

Bron: Refoweb – David ‘moest’ het volk tellen –  Ds. W. G. Hulsman

(…) In 2 Samuel 24 : 1 staat:En de toorn des HEEREN voer voort te ontsteken tegen Israël, en Hij porde David aan tegen hen, zeggende: Ga, tel Israël en Juda“. En in 1 Kronieken 21 : 1 staat: “Toen stond de satan op tegen Israël, en hij porde David aan, dat hij Israël telde.
(…) De Bijbel leert ons dat er niets buiten de Heere om geschiedt. De Heere staat boven alle dingen. Hij is het, Die alle dingen leidt en regeert. Hij zit op de troon. Hij regeert. Er is geen Koning boven de Heere. Ook geen enkele kwade macht staat boven Hem. Wat zou het vreselijk benauwend zijn, als dat wel het geval was. Want dan zou de Heere alles niet in de hand houden. Zo is het de Heere, Die alle dingen beschikt, hoewel Hij niet de auteur van de zonde is. Hij heeft ook geen schuld heeft aan de zonde, die er geschiedt (NGB, art.13).

(…) 10 U die de HEER bemint: haat het kwade.
Hij behoedt het leven van wie Hem trouw zijn,
uit de greep van de goddelozen bevrijdt Hij hen.
11 Licht is uitgezaaid voor de rechtvaardige,
vreugde voor de oprechten van ​hart.
12 Verheug u, rechtvaardigen, in de HEER,
en breng hulde aan Zijn ​heilige​ Naam.
(Uit Psalm 97)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie

Mijn schapen kennen Mijn stem…

(…) 4 Dit heeft de HEER, mijn God, gezegd: ‘Weid de schapen die voor de slacht bestemd zijn. 5 Hun kopers kunnen ze zonder wroeging slachten, de verkopers danken de HEER dat ze er rijk van worden, en de ​herders​ sparen hen​ niet. (Uit Zacharia 11)

Ik ben de goede Herder; en Ik ken de Mijnen en word door de Mijnen gekend
(Johannes 10 : 14, weergave DB 1545).

(…) “Niet één christen heeft immers reden dat hij moet klagen, dat hij verlaten zal worden. Het kan wel zijn dat het iemand ontbreekt aan geld en goed, een ander aan gezondheid, een derde aan weer iets anders. Het schijnt dan, als leefden wij midden onder wolven en wij geen Herder hadden. Zoals Christus tegen Zijn discipelen zegt: ‘Zie, Ik zend jullie als schapen onder de wolven’ (vgl. Mattheüs 10 : 16).

En wij zien het dagelijks ook voor ogen dat het met de christelijke kerk niet anders is gesteld dan met een schaapje, dat de wolf zojuist bij de vacht heeft gegrepen en wil opvreten. Het lijkt er niet op dat wij een Herder zouden hebben Die voor ons zou zorgen.

Maar zo moet het gaan, opdat wij geen andere troost hebben dan de stem van de Herder en het liedje dat Hij op Zijn herdersfluit speelt.

De Heere zegt ervan: ‘Mijn schapen kennen Mijn stem.’ Wie nu naar deze stem luistert en deze volgt, die kan zich beroemen dat hij zijn Herder goed kent en dat zijn Herder hem ook kent.”

Maarten Luther: Hauspostille 1544, Predigten des Jahres 1533, vgl. WA 52, 280, 1-13

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres: info@maartenluther-citaten.nl

(…) Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen, maar houd goede moed:
Ik heb de wereld overwonnen.
(Uit Johannes 16)

(…) 35 Wat zal ons scheiden van de ​liefde​ van ​Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het ​zwaard? 36 Er staat geschreven: ‘Om U worden wij dag na dag gedood en afgevoerd als schapen voor de slacht.’
37 Maar wij zegevieren in dit alles glansrijk dankzij Hem die ons heeft liefgehad. 38 Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, ​engelen​ noch machten noch krachten, heden noch toekomst, 39 hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de ​liefde​ van God, die Hij ons gegeven heeft in ​Christus​ ​Jezus, onze ​Heer.
(Uit Romeinen 8)

Bron afbeelding:  Gethsemane Bible-Presbyterian Church

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Gebod met een belofte… (III)

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XXXV)

Het werk van het vierde gebod (III)

(…) “Er is nog een ander soort onteren van ouders, veel gevaarlijker en subtieler dan wat eerder genoemd werd, [een ontering] die zich verbeeldt en zichzelf voordoet als een waarlijk eren van de ouders.

Dat is wanneer een kind zijn eigen wegen kiest en de ouders dit toestaan ​​uit natuurlijke liefde. In dit geval eren ze elkaar en houden ze van elkaar. Van alle kanten is het iets kostbaars – de moeder en de vader zijn tevreden en het kind is tevreden.

Dit soort onteren komt voort uit het feit dat de ouders verblind zijn en God niet kennen of eren in de zin van de eerste drie geboden. Om deze reden kunnen ze niet inzien wat de kinderen missen, of hoe ze hen moeten onderwijzen en opvoeden. Het is alleen om mensen te behagen en om vooruit te komen dat ze hun kinderen vaardig maken voor het verkrijgen van wereldse eer, werelds vermaak en wereldse bezittingen. De kinderen waarderen dat, en ze gehoorzamen en eren hun ouders hierom natuurlijk heel graag, zelfs zonder tegenspraak.

O hoe hachelijk is het om vader of moeder te zijn, waar alleen vlees en bloed het hoogste goed zijn! Inderdaad, omdat ouders geboden wordt hun kinderen te onderwijzen, daarom is het dat de kennis en het houden van de eerste drie en de laatste zes geboden afhankelijk zijn van dit (vierde) gebod. Zoals Psalm 78 [: 5-6] zegt: ‘Hoe strikt heeft God onze voorouders opgedragen om Zijn geboden aan hun kinderen bekend te maken, opdat de komende generatie ze zouden kennen en weer doorgeven aan hun kinderen.

Zeg nu zelf, heeft vanwege deze opdracht niet iedereen meer dan genoeg goede werken om te doen, of hij nu opvoeder of kind is. Maar wij, blinde mensen die wij zijn, verwaarlozen deze werken en zoeken elders allerlei andere werk dat ons niet worden bevolen.”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 252 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 82/83)

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Uit Psalm 78 (onberijmd, NBV)

(…) 7 Dan zouden zij op God vertrouwen,
Gods grote daden niet vergeten
en zich richten naar zijn geboden.
8 Dan zouden zij niet worden als hun voorouders,
een onwillig en ​opstandig​ geslacht,
onstandvastig van ​hart​ en geest,
een geslacht dat God ontrouw was.

Uit Psalm 80 (berijmd, vers 7)

Dan zullen wij niet van U wijken,
uw naam zal op ons voorhoofd prijken,
uw naam is ons als een dageraad.
Laat lichten ons uw aanschijn, Heer,
doe ons opstaan en help ons weer.

Bron afbeelding: Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Voortdurend beproefd, steeds meer gezuiverd…

…en toch ook al ‘helemaal rein’

(Uit Johannes 13 : 10) (a)

Opdat uw geloof rechtschapen en veel kostelijker zal bevonden worden, dan het vergankelijke goud (dat door het vuur beproefd wordt), tot lof, prijs en eer, wanneer nu Jezus Christus geopenbaard wordt’ (1 Petrus 1 : 7, weergave DB 1545).

(…) “Hiertoe moet het kruis en allerlei tegenspoed dienen, opdat men daardoor het valse geloof van het ware geloof kan onderscheiden.

God brengt ons in de oven van beproeving, omdat daardoor niet alleen ons geloof beproefd wordt, maar ook dat het openbaar komt voor de wereld. Zodoende worden ook andere mensen tot het geloof gebracht en worden ook wij daarvoor geloofd en geprezen.

Want zoals wij God (ge)loven, zo zal Hij ons ook loven, prijzen en eren.

De hele Schrift vergelijkt de verzoeking met een vuur. Zo vergelijkt hier ook Petrus het goud, dat door vuur beproefd wordt, met de beproeving van het geloof door verzoeking en lijden. Het vuur maakt het goud niet minder. Het maakt het echter wel zuiver en puur, want alles wat er aan toegevoegd is, wordt eruit gebrand.

Om deze reden heeft God aan alle christenen het kruis opgelegd, waardoor zij gereinigd en gezuiverd worden. Zo is het ook met het christelijke leven gesteld: het moet altijd toenemen en reiner worden. Wanneer wij tot het geloof komen door de prediking van het evangelie, dan worden we rechtvaardig en beginnen dan ook rein te worden.

Echter, zolang wij nog in het vlees zijn, zullen we nooit geheel rein zijn. (1) Daarom werpt God ons midden in het vuur, dat is: in lijden, in schande en in ongeluk. Zó worden wij steeds meer gereinigd – zolang als wij leven.” (a)

(1) (…) 21 Ik zal daarom geen enkel volk meer verdrijven dat nog in het land woonde toen Jozua stierf.’ 22-23 De HEER had die volken namelijk in het land laten blijven en ze niet onmiddellijk verdreven omdat Hij de Israëlieten op de proef wilde stellen. Hij had ze niet aan Jozua uitgeleverd, omdat Hij wilde zien of de Israëlieten zich net als hun voorouders zouden houden aan de Weg die Hij hun had gewezen of niet. (Uit Richteren 2 – Lees heel dit hoofdstuk!)
(a) Wanneer wij met en door het bloed van Christus gereinigd zijn (met en door onze Doop bewees Hij het ons al), hebben wij ons leven lang ons steeds weer de voeten te laten wassen* door Jezus Christus, dan zullen wij in Gods ogen ‘geheel rein‘ zijn,  want we weten Hem altijd weer onze ‘Voorbidder’ in de hemel (Zie 2 Kronieken 30 : 17-20 (!) en Johannes 13 : 8-11, Romeinen 8 : 26-28, Hebreeën 4 : 14-16). We zullen dus niet nalaten om gelovig en eerbiedig het Avondmaal mee te vieren
* En is de opdracht om ook elkaar de voeten te wassen niet erkennen dat (ook) de ander een door Christus gereinigd kind van God is en dat ook wij die ander daarom vergeven (zullen).

Maarten Luther: Epistel S. Petri gepredigt und ausgelegt. Erste Bearbeitung 1523. Vgl. WA 12, 272, 27 – 273, 10

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres: info@maartenluther-citaten.nl

(…) 10 Want U hebt ons beproefd, o God,
U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert.
11 U had ons in het net gebracht,
U had een knellende band om ons middel gelegd,
12 U had de sterveling over ons hoofd doen rijden.
Wij waren in het vuur en in het water gekomen,
maar U hebt ons uitgeleid naar de overvloed.
(Uit Psalm 66)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Wat dankbaarheid is…

Gelooft (en belijdt) dat ge het ontvangen hebt.
(Uit Markus 11 : 24)

  • Er zijn uren dat we zullen waken en bidden en dat kunnen en willen waken en bidden komt mee voort uit dankbaarheid.
    Hoevelen bidden wel vóór hun eten en om hun brood maar zonder dat dit voortkomt uit werkelijk diepe (ware!) vreugde en dankbaarheid?
  • Het onze Vader is het dankbaarste gebed dat er is en we hebben dat bij voorkeur iedere dag eerst persoonlijk te bidden, niet vóór en om het gewone brood van die dag, maar omdat we ons met die eerste drie bedes vol dankbaarheid mogen en kunnen wijden aan onze hemelse Vader en aan Zijn wil en aan alle arbeid in dienst van Zijn koninkrijk. Iedere dag zijn Zijn gunstbewijzen nieuw en daarom bidden we dit gebed dagelijks ook met elkaar.
  • En Jezus leerde ons dat wanneer wij zó als aan onze Vader dankbare kinderen leven en bidden, wij Hem niet om ons dagelijkse brood (en kleding etc.) hoeven te vragen, want Hij weet wel – veel beter dan wij – wat wij nodig hebben…
  • Maar hoe zouden wij ons vergeven weten en anderen vergeven kunnen en (met dit gebed) zeggen hen reeds vergeven te hebben(!) wanneer wij niet dagelijks het ‘Brood des Levens‘ zouden ontvangen en weten het toch ook al ontvangen te hebben! ‘Gelooft dat ge het ontvangen hebt.’! Zo hebben we het Onze Vader gebed te bidden! ‘En het zal u geschieden.‘ (Markus 11 : 24)
  • En verder: hoe zouden wij  verlost worden van de boze wanneer God om Zijn Zoon ons niet genadig is en wanneer de kracht van Zijn Zoon ons niet reeds geschonken is en wordt met en door de heilige Geest, waarom wij dagelijks bidden met het Onze Vader gebed. Lees het vervolg onderwijs van onze Heer bij dit gebed  in Lukas 11!
  • Met dit gebed belijden wij dan ook door de kracht van de heilige Geest dat ons alles geschonken is door God de Vader en wel om Zijn Zoon. Niet onze Drie-enige God heeft dat gebed nodig om ons wat wij biddend belijden te schenken, maar wij hebben als Gods dankbare kinderen dagelijks dat gebed te bidden – om dankbaar te belijden en ons eraan te herinneren wat ons geschonken is!
  • Het Onze Vader eindigt met: Amen.

Slotsom:  De dankbaarste schepselen zijn de gelovige kinderen van God en die vinden we in de gemeente van Jezus Christus – de Kerk (van alle eeuwen en plaatsen). 

Bijbehorende Bijbelteksten:

  • Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden. (Marcus 11:24)
  • Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. (Lucas 11: 9)
  • Want een ieder, die bidt, ontvangt en wie zoekt, vindt en wie klopt, hem zal opengedaan worden. (Lucas 11: 10)
  • Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden? (Lucas 11: 13)

NB. Dat alles is dan ook de reden waarom onze Heidelbergse Catechismus de kinderen en ons allen onderwijst en leert zeggen (gelovig belijden): Dat (ook) ik met lichaam en ziel, in leven en in sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus.

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie