Vluchten hoeft niet meer!

Hou zou ik aan Uw aandacht ontsnappen? (Uit Psalm 139 : 7)

Heb je soms iets te verbergen?

Heel wat jongeren zingen graag: ‘Heer, U doorgrondt en kent mij…’ Zij geloven en vinden het kennelijk niet hinderlijk dat God hen wel doorheeft.  Zij voelen zich juist veilig bij een God die hen beter kent dan zij zichzelf kennen… (1)

Zij hebben blijkbaar begrepen wat Johannes schrijft in een van zijn brieven: ‘De liefde laat geen ruimte voor angst.‘ (1 Johannes 4 : 18)

Zo kun je vers 7 van Psalm 139 ook het beste lezen, vanuit Gods Liefde.

In de grondtekst wordt hier de heilige Geest genoemd: waarheen zou ik vluchten voor Uw Geest? Dat gaat je niet lukken en het hoeft ook niet.

Zo’n zinnetje helpt om na te gaan of je iets te verbergen hebt, zoals Adam. God roept hem tevoorschijn. Dat je niet aan Gods aandacht ontsnapt en dat je niet aan z’n blikken ontkomt is juist een hele troost. En waar troost werkt, werkt Gods Geest.

Bron tekst: Meditatie van dinsdag 4 juni – Bijbels dagboek “Dag in dag uit 2019” – Leger des Heils | Ark Media

(1) Zelfs ook de angst voor mensen en wat zij ons mogelijk nog (meer) kunnen en zullen aandoen is een zich angstig en onveilig voelen dat een Christen niet past, maar ze wordt ook in christenlevens helaas zichtbaar als een bron van afkeer, afstand nemen en negeren en zelfs vijandschap waar vertrouwen op God en (daarom!) de ander vertrouwen geven en liefde bewijzen op hun plaats zouden zijn. Lees bijvoorbeeld heel Psalm 27.

(…) 4 Ik vraag aan de HEER één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het ​huis​ van de HEER
alle dagen van mijn leven,
om de ​Liefde​ van de HEER te aanschouwen,
Hem te ontmoeten in Zijn tempel.
(Uit Psalm 27)

(…) 19 Of weet u niet, dat uw lichaam een ​tempel​ is van de ​Heilige​ Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent? (Uit 1 Korintiërs 6)

(…) 15 Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. 16 Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger (trooster) te geven, Die altijd bij je zal zijn: 17 de ​Geest​ van de waarheid. De wereld kan Hem niet ontvangen, want ze ziet Hem niet en kent Hem niet. Jullie kennen Hem wel, want Hij woont in jullie en zal in jullie blijven. (Uit Johannes 14)

Bron afbeelding: King James Bible – Inspirational Image

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Weeskinderenzondag…

….neem uw heilige Geest niet van mij weg… (Uit Psalm 51 : 12-15)

We lezen in Gods Woord dat David Psalm 51 schreef nadat hij zich bezondigd had aan de vrouw van een ander. Wat doet zoiets in de relatie met de eigen (of andermans) vrouw (1), maar ook in de relatie met God. Is het nu over en uit? Kan God nu niet langer in actie komen via David (bijvoorbeeld)?

Kerkhervormer Maarten Luther schrijft bij deze Psalm: God is geen timmerman die weggaat (hemelvaart) omdat hij zijn karwei heeft afgemaakt, ‘geschaft’. Luther benadrukt dat God gedurig met Zijn creatie aan de slag blijft, dus waarom ook niet met jou? (2)

Maar je kunt soms het gevoel krijgen dat je God kwijt bent. De kerk van alle eeuwen besteedt daar zelfs een zondag aan: de zondag voor Pinksteren, vandaag dus. Die zondag heeft men genoemd: Weeskinderen zondag.

Jezus belooft zijn volgelingen dat Hij hen niet als wezen zal achterlaten. Hij doelt dan op de heilige Geest, die de Vader geeft aan Zijn kinderen.

(1) Zie 2 Samuel 12 : 24-25. David vindt (ontvangt!) de kracht om Batseba te troosten en Batseba heeft (ontvangt!) geloof en kracht om zich door David te laten troosten.
(2) Zie Johannes 5 : 17 en lees Psalm 106.

(…) 15 Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. 16 Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger (trooster) te geven, Die altijd bij je zal zijn: 17 de ​Geest​ van de waarheid. De wereld kan Hem niet ontvangen, want ze ziet Hem niet en kent Hem niet. Jullie kennen Hem wel, want Hij woont in jullie en zal in jullie blijven. (Uit Johannes 14)

Bron tekst: Meditatie van zondag 2 juni – Bijbels dagboek “Dag in dag uit 2019” – Leger des Heils | Ark Media

Bron afbeelding: Express Your Love Gifts

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

De wortel van alle kwaad…

(…) 10 Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht. (1) Door daarnaar te haken zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele smarten doorboord.
11 Gij daarentegen, o mens Gods, ontvlucht deze dingen, doch jaag naar ​gerechtigheid, godsvrucht, geloof, ​liefde, volharding en zachtzinnigheid.
(Uit 1 Timoteüs 6)

Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XXXIX)

Het werk van het zevende (of achtste) gebod (I)

Gij zult niet stelen

(…) “Dit gebod heeft ook een werk dat heel veel goede werken omvat en tegelijkertijd vele ondeugden tegenwerkt. In het Duits wordt dit werk ‘onbaatzuchtigheid’ [= Mildtätigkeit] genoemd, de bereidwilligheid om alle naasten (die God op onze weg brengt, zie Lukas 10 : 25-37) te helpen en te dienen met alle middelen die ons ter beschikking staan. Verder bestrijdt het niet alleen diefstal en roof, maar ook alle vileine praktijk (slinkse streken) die mensen tegen elkaar inzetten bij het verzamelen van wereldse goederen.

Zoals daar te noemen zijn: hebzucht woeker, teveel in rekening brengen, imitatie en vervalsing, oneerlijkheid in maat en gewicht, en wie kan aangeven hoeveel meer slimme en scherpzinnige trucs er zijn en zelfs dagelijks nog in aantal toenemen bij allerlei zakelijke transacties.

Met al dit soort slinkse praktijken zoekt iedereen zijn eigen voordeel ten nadele van de ander en vergeet hij de wet die zegt: ‘Behandel anderen dus steeds zo, zoals je zou willen dat ze jullie zelf behandelen.‘ [Matteüs 7 : 12]. Iedereen die zich aan deze regel houdt, ieder in zijn eigen beroep of vak, in zaken doen en in handeldrijven met zijn naaste, zal heel snel doorhebben en begrijpen hoe hij behoort te kopen en verkopen, geven en nemen, lenen en schenken zonder terug te ontvangen, beloven en je daaraan houden, en dergelijke.

Maar als we naar de wereld om ons heen kijken zoals die werkelijk is en zien hoe hebzucht de overhand heeft in alle zakendoen, dan zouden we niet alleen genoeg te doen vinden in het – in de ogen van God – op eerbare manier verdienen van ‘de dagelijkse boterham’, maar zouden we ook huiveren en vrezen voor dit gevaarlijke en beklagenswaardige leven dat zo overbelast, verward en vol van kommer is vanwege het verdienen van de dagelijkse kost en het oneerlijke streven naar winst.

Het was niet zomaar dat de wijze Sirach zei: ‘Gelukkig is de rijke man die onberispelijk blijkt, en niet achter goud aanloopt en zijn vertrouwen niet heeft gesteld op het bezit van geld en goed. Wie is hij? We zullen hem prijzen omdat hij in zijn leven een wonder heeft verricht ‘ [Sirach 31: 8-9]. Dit laatste is zoveel als te zeggen: ‘Niemand kent zo’n mens, of heel misschien bij uitzondering een enkeling.’

Er zijn maar weinig mensen die dit ‘achter goud aanlopen‘ bij zichzelf opmerken en herkennen. Want de hebzucht heeft voor het verhullen van de onbeschaamdheid ervan een zeer mooie en aantrekkelijke dekmantel; het wordt zorg voor het lichaam en vervullen van al de natuurlijke behoeften van de mens genoemd. Onder deze dekmantel verzameld de hebzucht zich onverzadigbaar en onbeperkt allerlei rijkdom. Zoals de wijze Sirach ook opmerkte: wie in dit opzicht zuiver en oprecht wil leven, moet beslist wonderen doen of wonderlijk handelen in zijn leven.

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 270 / S. 271 (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, deel 44, p.106 / p.107

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

(1) Het is de gedachte en vaak ook een (heimelijke) wens om op eigen kracht en zelfstandig en onafhankelijk van God en van Zijn Woord te kunnen of te moeten leven en daarmee gelijk aan de eerste zonde in het paradijs.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Verhef Mij nu tot Uw majesteit…

Vader verhef Mij nu tot Uw majesteit, tot de grootheid die Ik bij U had
voordat de wereld bestond (Johannes 17 : 5)

Hemelvaartsdag 2019

U bent in de hoogte gevaren, en hebt de gevangenis gevangen genomen – U hebt gaven ontvangen voor de mensen, ook [voor] de afvalligen. Opdat God de HEERE toch daar zal wonen’ (Psalm 68 : 19, weergave DB 1545).

(…) “Dat is nu Zijn heerschappij, dat laat Hij prediken: dat allen die in Hem geloven uit de gevangenis zijn bevrijd. Ik geloof immers in Hem, Die zonde, dood en alles wat ons bestrijdt en aanvecht, heeft gevangengenomen.

Het zijn lieflijke en troostrijke woorden, wanneer je mag verkondigen dat de dood zó weggenomen en gedood is, dat men die niet meer voelt of ondergaat – dit geldt echter alleen voor hen die in Hem geloven. (1)

U zult zoiets niet vinden in uw werken: vasten, bidden, kastijden en in meer uitwendige dingen die u kunt doen. Dáár kunt u het vinden: waar Christus zit en waarheen Hij is opgevaren, en waarheen Hij de gevangenis met Zich heeft gevoerd.

En daarom, wie van de zonde verlost wil worden, en gered wil worden van duivel en dood, die moet daarheen, waar Hij is.

Maar waar is Hij dan? Hier, bij ons is Hij, en Hij is daarom in de hemel gezeten, opdat Hij ons nabij zou zijn. Wij zijn bij Hem daarboven en Hij is bij ons hierbeneden: door de prediking daalt Hij tot ons af, en door het geloof varen wij tot Hem op.

Maarten Luther:  Predigten des Jahres 1523. Vgl. WA 12, 565, 9-21

(1) Zie ook over geloven:  ‘De hoeren en de tollenaars gaan u voor…

Bron tekst:  Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres: info@maartenluther-citaten.nl

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De tollenaars en de hoeren gaan u voor…

(…) Voorwaar, Ik zeg u dat de ​tollenaars​ en de ​hoeren​ u voorgaan in het ​Koninkrijk van God. Want Johannes is bij u gekomen in de weg van Gods ​gerechtigheid, en u hebt hem niet geloofd; maar de ​tollenaars​ en de ​hoeren​ hebben hem geloofd; en hoewel u dat zag, hebt u later geen berouw gehad zodat ook u hem (Hem*) geloofde. (Matteüs 21 : 31-32 – * Zie Lukas 7 : 29-30.)

(…) Mijn vrienden, er is werkelijk geen enkele zonde, hoe gruwelijk, hoe boosaardig, hoe afschuwelijk en schadelijk ook – die het ook maar enigszins kan winnen van het ongeloof. Alle andere zonden bij elkaar zijn beslist niet met het ongeloof te vergelijken. Dat God Zelf hierover zo oordeelt, blijkt immers uit de verschrikkelijke bedreigingen die Jezus voortdurend over het ongeloof uitspreekt. Zo klinkt het in Markus 16: ‘Die niet zal geloofd hebben, die zal verdoemd worden.‘ En in Johannes 3 : 18 horen we: ‘Die niet gelooft, is reeds veroordeeld.‘ In vers 36 van datzelfde hoofdstuk klinkt het ons tegen: ‘Die de Zoon ongehoorzaam is – dat is: die Hem door ongeloof verwerpt – zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.

Bronnen van ongeloof

De eerste bron is weinig kennis van God in de praktijk van het geestelijke leven. Dit mag terecht als hoofdoorzaak van het ongeloof beschouwd worden. Wij zijn in ons natuurlijke leven verduisterd in ons verstand en missen de echte kennis van God. Maar zelfs als de Heere door Zijn scheppende almacht al in ons hart geschenen heeft en er enige verlichting in ons hart gekomen is door de kennis van Gods heerlijkheid in het aangezicht van Christus – dán nog blijft er veel onkunde in de ziel. Ook dan is er nog zoveel blindheid aangaande God en Christus, dat het hart nog maar weinig van de zaak kent. Deze nog overblijvende diepe verblinding, deze geestelijke duisternis is de belangrijkste oorzaak van al ons ongelovig wantrouwen. Kenden we God méér en zagen we helderder in Wie God is – we zouden geen ogenblik aarzelen om ons met al onze belangen rustig aan Hem toe te vertrouwen. Het kan toch niet anders zijn dan dat zij die Zijn naam kennen op Hem betrouwen zullen?

Een tweede bron is de aangeboren hoogmoed en trots van ons hart. Daardoor zijn wij onwillig om als arme, diepschuldige en totaal machteloze zondaren de beloften van God ‘om niet’ aan te nemen. Daar hapert het bij ons. En dat komt niet zelden voor onder de schijn van innemende nederigheid. Men denkt immers dat men de grote zaken die in Gods beloften ons worden aangeboden, helemaal niet waard is… Maar op de keper beschouwd is dit werkelijk niets anders dan hoogmoed.

Als derde bron moet onze wettische instelling genoemd worden. We zijn vanuit de natuur van ons bestaan heel vast verbonden met de Wet, omdat we onder een verbroken werkverbond (1) geboren zijn. Hierdoor komt het dat wij – het koste ons wat het wil – proberen gerechtvaardigd te worden door onze werken. We willen althans eerst onszelf geschikt maken, al was het alleen maar om eerlijk te durven zeggen dat het ons om genade te doen is vóór wij de beloften met vertrouwen durven aanvaarden. Hoe meer God met Zijn ontdekkend licht in de ziel schijnt, hoe meer wij onze slechtheid, onoprechtheid en zelfs het verdorven karakter van onze beste daden gaan inzien. Ons wettische bestaan vindt dan geen grond meer in zichzelf, en dáárom durft en kan het niet geloven.

Tenslotte noem ik als vierde oorzaak het heimelijke wantrouwen dat we in ons hart voeden tegen God en tegen Christus, wat voortspruit uit onze aangeboren vijandschap tegen God. Ons hart is helemaal doortrokken van wantrouwen tegen de Heere (2) – en wij verdenken Zijn barmhartigheid en liefde tegenover ons. Ons vijandige hart denkt altijd kwaad van God. Als dat niet zo was, waren we niet zo vijandig tegenover de Here; dan hadden we minder achterdocht en daardoor ook minder wantrouwen. Als we van dit beginsel meer genezen waren, zouden we nooit zoveel twijfelen door ongeloof.

(1) Opgemerkt AJ: Beter is het m.i. om hier te spreken van een in het (goede) paradijs verbroken liefdesband. Van Zijn kant heeft God die liefdesband met de mens nooit verbroken en zelfs onmiddellijk laten horen en blijken dat die van Zijn kant nog bestond en dat er een door Hem bewerkte weg van herstel zou komen. Heel onze relatie met God bestond en bestaat uit geloof hechten aan Zijn Woord, aan Hem die het levende Woord Zelf is. Onze relatie met Hem moet hersteld worden, daar konden en kunnen wij echter niets aan bijdragen, maar die alleen in dankbaarheid met een gelovig hart aanvaarden en er naar leven.

(2) Opgemerkt AJ: Zoals ‘aangestoken’ in het paradijs door de ‘leugenaar van den beginne’. De heilige Geest overwint dat wantrouwen bij ons, zoals Paulus schrijft in 1 Korintiërs 2 : 11-12: ‘Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods. Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods. Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is.

Bron tekst/citaat:  Verhandeling van Theodorus Avinck (1740-1782) zoals gepubliceerd in de Reveil-serie in “God vervult al Zijn beloften“, No. 555,  Mei 2019, door stichting “Smytegelt-Fonds”.

(…) 23 Dit is zijn gebod: dat we geloven in de naam van Zijn Zoon ​Jezus​ ​Christus​ én elkaar ​liefhebben, zoals Hij ons heeft opgedragen. 24 Wie zich aan zijn geboden houdt blijft in God, en God blijft in Hem. Dat Hij in ons blijft, weten we door de Geest die Hij ons heeft gegeven. (Uit 1 Johannes 3/Johannes 15 : 12)

Bron afbeelding:  Heartlight

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

Dit is Zijn gebod…

Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de ​gemeenten​ zegt.
(Uit Openbaring 2-3)

Luisteren

(…) Zo krijgt het boek (1) een mooie opbouw van liefde naar luisteren. „Hoe kunnen we de luisterende mens definiëren? Hij is de mens die aanwezig is bij de ander met twee open, stille, naakte oren. Met de stilte van luisteren geeft hij ruimte aan het spreken van de ander, opdat het vrij naar buiten kan komen uit diens bewuste en onbewuste zelf zoals een stromend water uit een bron naar buiten stroomt.”

”Gratuïte stilte” bij het luisteren! Romantisch gezegd? Nee, want alle hindernissen bij het luisteren, vanwege de ik-gerichtheid van mensen, komen langs. Van der Lugt biedt hier pastorale psychoanalyse.

Behoeftig

Maar dan wil Van der Lugt vooral luisteren naar het Woord. In ons huis is geen plaats voor Hem. We hebben God alleen nodig als we behoeftig zijn. Maar het Woord komt nochtans bij „luisterende zielen”, bij „iemand die godvrezend is” binnen (Johannes 9 : 31).

Nauwgezet spelt hij dan de woorden ”horen” en ”luisteren” in het Nieuwe Testament. „Het woord van God dat in Christus is, ontsteekt een vuur in het hart van de luisterende mens. Het komt over de tong van de Emmaüsgangers in het Evangelie van Lukas: „Brandde ons hart niet in ons, terwijl Hij onderweg met ons sprak?” (Lukas 24 : 32).”

Hier gaan de Schriften open, in het luisteren naar de woorden van Jezus, bijvoorbeeld in de verhandeling over de gelijkenis van de zaaier. Maar vooral ook bij het luisteren van Jezus naar de stem van Zijn Vader.

En mensen onderling? Ze hebben „een derde oor” nodig om „te luisteren met het hart.” Want daar zetelt de liefde. (2)

Bron tekst:  Gedeelte uit artikel “De luisterende liefde van pater Frans van der Lugt” door Jan van der Graaf zoals geplaatst op RD  Boeken, 24 mei 2019.

(1) Op 7 april 2014 werd pater Frans van der Lugt in het Syrische stad Homs vermoord. Vijf jaar na dato verschijnt het verzameld werk van hem.

(2) Niet vanzelf, maar daar wil de Liefde woning maken wanneer we luisteren naar Zijn stem: 23 Dit is zijn gebod: dat we geloven in de naam van Zijn Zoon ​Jezus​ ​Christus​ (a) en elkaar ​liefhebben (b), zoals Hij ons heeft opgedragen. 24 Wie zich aan zijn geboden houdt blijft in God, en God blijft in Hem. Dat Hij in ons blijft, weten we door de Geest die Hij ons heeft gegeven. (Uit 1 Johannes 3/Johannes 15 : 12)

(a) Dat is: God liefhebben boven alles en (b) de naaste liefhebben en liefde bewijzen zoals we dat zouden doen wanneer we in zijn omstandigheden zouden verkeren. Dat vraagt allereerst geloof, dat vraagt een ‘geopend hart’ en dat vraagt door Gods Woord en Zijn Geest onderwezen en geleerde empathie.

Bron afbeelding:  OverviewBible – Bible verse art

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Totdat Hij ons genadig zij…

Een Pelgrimslied

1 Naar U sla ik mijn ogen op, (1)
naar U die in de hemel troont,
2 zoals de ogen van een ​slaaf
de hand van zijn heer volgen,
en de ogen van een ​slavin
de hand van haar meesteres,
zo volgen onze ogen
de HEER, onze God,
tot Hij ons ​genadig​ wil zijn.
3 Wees ​genadig, HEER, wees ons ​genadig,
wij worden veracht, meer dan te dragen is.
4 Meer dan onze ziel kan dragen
raakt ons achteloze spot,
de hoogmoed van onverschilligen.

(Psalm 123)

Troost voor de treurenden

(…) 14 Maar ieder die bij Mij schuilt (2)
zal het land in bezit nemen
en Mijn ​heilige​ berg​ in eigendom krijgen. (3)

15 Toen werd er gezegd:
‘Ruim baan! Effen de weg voor mijn volk!
Verwijder elk struikelblok.’
15 Dit zegt Hij die hoog is en verheven,
die troont in eeuwigheid – ​heilig​ is Zijn naam:

In hoogheid en ​heiligheid​ zal Ik tronen

met hen die verslagen en onaanzienlijk zijn, (4)
opdat de onaanzienlijke geest herleeft,
opdat het verslagen ​hart​ tot leven komt. (5)
16 Want niet eindeloos blijf ik twisten, 
niet eeuwig duurt mijn toorn. (6)

Al doe Ik
de levensadem stokken, (7)

Ik ben het ook Die het leven geeft.
17 Mijn toorn was op hun zondige hebzucht gericht,
Ik heb hen gestraft en me in mijn woede verborgen.
Maar zij gingen onverdroten voort
op de weg die ze zelf hadden gekozen. (8)

18-19 Ik heb gezien wat ze deden,
maar toch zal Ik hen genezen, hen leiden
en hun barmhartigheid bewijzen.
Treurenden bied Ik troostrijke woorden:
Vrede, vrede voor iedereen, ver weg of dichtbij
– zegt de HEER –, Ik zal genezing brengen. (9)

20 Maar de goddelozen blijven onrustig
als de zee, die nooit rust kent;
haar golven woelen vuil en modder op.
21 Goddelozen zullen geen ​vrede​ kennen – zegt mijn God.

(Uit Jesaja 57)

(1) Psalm 121
(2) Psalm 34
(3) Psalm 87
(4) Psalm 123
(5) Psalm 51
(6) Psalm 103
(7) Psalm 90
(8) Psalm 106
(9) Psalm 22

Bron afbeelding:  Bible Verse Images

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Jezus leeft, en wij met Hem!

Als plotseling een ramp verderf zaait,
spot Hij met de wanhoop van onschuldigen.
De aarde wordt gegeven aan de goddelozen,
het gezicht van haar rechters wordt bedekt.
Als niet Hij dit doet, wie dan?
(Job 9 : 23-24)

Ik weet: Mijn Verlosser Leeft,
en Hij zal ten slotte hier op aarde ingrijpen.
(Job 19 : 25)

(…) Telkens lijkt het ons weer dat God ons wil verlaten, dat Hij zijn Woord niet houdt, dat Hij voor ons hart een leugenaar wordt. God kan niet God zijn, of Hij moet eerst een duivel worden. Wij kunnen niet in de hemel komen, zonder eerst ter helle te varen (…)

Alles wat God spreekt en doet, daarvan moet het eerst schijnen alsof de duivel het gesproken en gedaan heeft, alsof de duivel het Hem heeft ingefluisterd’ (Luther). Zo had ook Kohlbrugge het kunnen zeggen.

Wie verstaat dat? Het lijkt wel waanzin. De emeritus – paus, Benedidus XVI, zei in een interview: ‘De mens van vandaag is dit denken (als dat van Luther) vreemd, omdat men meent dat het God is die zich rechtvaardigen moet voor alle vreselijke dingen die op aarde gebeuren’. Denk aan ΜΗ17, aan Parijs, Brussel, Utrecht, Sri Lanka…

Dit is een teken van onze tijd. Nog eens Benedictus: ‘Men heeft het almaar over de barmhartigheid van God, over de toorn van God moet je ’t niet hebben (…) zo leven we onder een vernis van zelfrechtvaardiging en zelfverzekerdheid.’

God te kennen in de pijn van het leven – als dat van Job – daar gaat het om. En dan ‘in hoger beroep gaan bij God tegen God!’ (Luther). Dat leren we als het licht van de Opstanding over het Kruis valt. Hoor Jezus in de nacht van Golgotha: ‘Mijn Godwaarom…?’

Christus ademt in de Psalmen. Job’s geschiedenis is een gelijkenis van ‘de Man van smarten’, Die de Opgestane uit de doden is, de Eersteling van een schare die niemand tellen kan.

Job zingt reeds een Paaslied: ‘Ik weet, ik geloof dat mijn (Ver)losser leeft!

Hij zal! De Laatste… Het laatste woord is aan Hem!
Hem zal ik zien als mijn vlees is vergaan.

Dit moet op mijn grafsteen: Letters in graniet!
Ik geloof dat Jezus leeft!

Het oordeel dat ik verdien, heeft Hij op zich genomen. Hem zien wij hier in Woord en Sacrament. Hem zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht. Wij zullen Hem kennen, omdat Hij ons gekend heeft. ()

Bron tekst:  Fragmenten uit de meditatie ‘Mijn Verlosser‘ door dr. M. Verduin in Ecclesia nr. 10 – mei 2019.

(…) De vernederden (ootmoedigen) zullen eten en worden verzadigd.
Zij die Hem zoeken, brengen lof aan de HEER.
Voor altijd mogen jullie leven!
(Psalm 22 : 27)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Een bloem die verwelkt…

(…) 1maar hun prachtige ​sieraad​ is een bloem die verwelkt.

(…) 7Priester​ en ​profeet​ zwalken door sterke drank. Zij zijn opgeslokt door de ​wijn, zij dwalen rond door de sterke drank. Zij zwalken bij het uitleggen van het ​visioen, zij struikelen tijdens hun gerechtelijke uitspraak.

(…) 11 Ja, met belachelijke klanken en in een andere taal zal Hij tot dit volk spreken, 12 tegen wie Hij zei: Dit is de rust, geef de vermoeide rust, en dit is de verademing – maar zij wilden niet luisteren. 13 Daarom zal voor hen het woord van de HEERE zijn: gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een beetje, daar een beetje, zodat zij, als zij weggaan, achterovervallen, verpletterd worden, verstrikt raken en gevangen worden. (Uit Jesaja 28)

Wonderbaarlijk…

Toen echter de mensen sliepen, kwam Zijn vijand en zaaide onkruid tussen de tarwe, en ging weg’ (Matteüs 13 : 25, weergave DB 1545)

(…) “De geestdrijvers en dwaalgeesten kunnen hun bedoelingen heel goed mooier maken dan ze zijn. Zij geven grote wijsheid en heiligheid voor en hebben een aanzien onder het volk. Ze lijken net op de mooie grote distels, die tussen het koren staan met hun prachtige rode bloemknoppen. Ze steken boven het koren uit en zien er veel mooier uit dan het koren. Ze hebben mooie groene bladeren en prachtige brede bloemen – ze groeien en bloeien en ze staan te kleuren en te blozen als een mooi meisje – ze zijn rood, schoon en sterk.

Daar tegenover heeft het lieve koren geen mooi en heerlijk aanzien, maar het staat half verdord met bleekgele halmen op het veld. Wie ze beide niet goed kent, zou er een eed op doen – omdat de distels op de goede akker en midden tussen het koren staan, en zich zo dik en breed maken, dat zij ook het koren overschaduwen – dat het wel een heel goede en nuttige plant en bloem moet zijn.

Het zijn echter alleen kwade stekelige distels, voor niemand nuttig, ja eerder schadelijk. Als men met hen te doen krijgt of te dicht bij hen komt, dan steken ze je in je hand. Distels zijn en blijven distels! Het helpt ook niet om ze te verbeteren, totdat de maaier komt en ze afsnijdt en ze in de poel van vuur gooit – of dat de duivel er een krans van vlecht. Het koren blijft tenslotte alleen over en komt in de schuur.”

Maarten Luther: Predigten des Jahres 1546 – 7. Februar, in Eisleben gehalten – Vgl. WA 51, 184, 38 – 185, 13

(1) Dit citaat komt uit één van Luthers de laatste preken. Kort voor zijn dood heeft hij deze preek op 7 februari 1546 te Eisleben gehouden. Op 23 januari 1546 werd vanuit Wittenberg een reis naar zijn geboorteland ondernomen, waar de graven van Mansfeld hem als bemiddelaar hadden aanvaard om een al jaren voortslepende broedertwist bij te leggen. In Eisleben zouden de onderhandelingen plaatshebben. De gezondheid van Luther ging na aankomst in Eisleben – waar hij in de St. Andreaskerk nog zijn laatste preken heeft gehouden – snel achteruit. Op 18 februari 1546 is Luther ’s morgens om 3 uur in zijn geboorteplaats Eisleben, waar hij 63 jaar tevoren – kort na zijn geboorte – gedoopt werd, overleden.

Bron citaat: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres: info@maartenluther-citaten.nl

(…) 23 Hoor Mij aan en leen Mij je oor,
luister aandachtig naar mijn woorden.
24 Als een boer ​zaaien​ wil, ​ploegt​ hij dan alle dagen?
Blijft hij voren trekken in zijn land?
25 Als hij het land geëffend heeft,
strooit hij toch komijn en karwij,
zaait​ tarwe in rijen, gerst in vakken
en spelt langs de rand van zijn ​akker?
26 Het is zijn God die hem daarin onderricht,
Die hem leert wat hij moet doen.
27 Zo ​dorst​ men komijn niet met een ​dorsslede
en over karwij rolt men geen wagenrad;
komijn wordt met een stok uitgeklopt
en karwij met een roede.
28 Graan moet voor brood worden ​fijngemalen;
maar een boer blijft niet eindeloos ​dorsen:
hij stuurt zijn paarden en het wagenrad eroverheen,
maar hij laat het niet verpletteren.
29 Ook dit vindt zijn oorsprong
bij de HEER van de hemelse machten:
zijn beleid is wonderbaarlijk
en Hij volvoert het in grote wijsheid.
(Uit Jesaja 28)

Bron afbeelding:  DWELLING in the Word

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

De strijd om een rein hart…

(…) 16 Ik zeg u dus: laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten. 17 Wat wij uit onszelf najagen is in strijd met de Geest, en wat de Geest verlangt is in strijd met onszelf. Het een gaat in tegen het ander, dus u kunt niet doen wat u maar wilt. 18 Maar wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet. (Uit Galaten 5)

Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XXXVIII)

Het werk van het zesde (of zevende) gebod (I)

Pleeg geen overspel

(…) “Ook in dit gebod wordt een goed werk bevolen dat veel deugd omvat en veel ondeugd uitdrijft. Het werk wordt reinheid, zuiverheid of kuisheid genoemd, en daar is veel over geschreven en gepreekt.

Wat met kuisheid bedoelt wordt is algemeen bekend, maar het is toch niet zo zorgvuldig overdacht en in praktijk gebracht als andere werken die ons niet worden bevolen. We staan zomaar klaar om te doen wat ons niet bevolen wordt en laten ongedaan dat wat ons uitdrukkelijk geboden is.

We weten dat de wereld vol is van de schandelijke werken van onkuisheid (onzedelijk gedrag), onfatsoenlijke woorden, verhalen en deuntjes, en dat de verleiding daartoe dagelijks wordt vergroot door gulzigheid en dronkenschap, nietsdoen en buitensporige opsmuk. Toch willen we bij dat alles het nog steeds doen voorkomen dat we christen zijn.

Dat we zondags naar de kerk gaan, onze gebedjes opzeggen, de vastendagen en feesten onderhouden, daarvan menen we dat we dan toch wel zo’n beetje het belangrijkste gedaan hebben van wat we moeten doen.

Toch zullen we niet te wanhopen wanneer we niet spoedig van de verleidingen op dit gebied af komen. Sterker nog, we mogen niet aannemen dat we in dit leven verlost zullen worden van deze en andere soorten van verleiding. We zullen verleiding (hebben te) accepteren als niets anders dan een aansporing en vermaning tot bidden, vasten, waken, werken en nemen van andere nodige maatregelen om ‘de oude mens af te leggen’ (en de nieuwe mens – Christus! – aan te doen), vooral door het praktiseren en oefenen van ons geloof in God.

Want dat is geen werkelijk en waarachtig rein leven dat alle rust en vrede geniet. Echte kuisheid wordt daar gevonden waar men strijd voert met onreinheid, er mee worstelt en onophoudelijk al het vergif uitdrijft dat door het vlees en de duivel wordt geïnjecteerd.

De apostel Petrus zegt:Geliefden, ik vermaan u als bijwoners en ​vreemdelingen, dat u zich onthoudt van (toegeven aan) de vleselijke begeerten (onreine lusten en andere verkeerde verlangens), die strijd voeren tegen uw ziel;‘ [1 Petrus 2 : 11]. En Paulus zegt in Romeinen 6 [: 12]: ‘Laat de ​zonde​ dus niet als koning heersen over uw sterfelijke bestaan, geef niet toe aan uw (vleselijke) begeerten‘, enzovoort.

Deze en vergelijkbare passages maken duidelijk dat niemand op dit gebied zonder verkeerde verlangens is, maar dat iedereen er dagelijks tegen behoort te strijden en daartegen moet vechten. En ondanks dat dit rusteloosheid en ongemak voor ons met zich meebrengt, is strijd voeren voor een rein leven toch een werk dat God behaagt, en dat moet ons tot troost en voldoening zijn.

Degenen die denken dat ze verleidingen in bedwang kunnen houden door er aan toe te geven, wakkeren die (de verkeerde lusten) alleen maar aan. En zelfs als de verleiding een tijdlang wegblijft, keert deze op een bepaald (onverwacht) moment nog weer sterker terug en vindt dan bij zo iemand nog minder natuurlijke (en Geestelijke) weerstand dan daarvoor.

Dus je ziet: dat je alleen gered kunt worden van deze zonde en van alle andere zonden door het werk van het eerste gebod. Het eerste, hoogste en meest waardevolle van alle goede werken is geloof in Christus, zoals geschreven staat in Johannes 6 [: 28-29], toen de Joden hem vroegen: ‘‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?’ ‘Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft.’’ Want in dit werk bestaan alle goede werken en uit het geloof ontvangen deze werken een geleende (ons geschonken) goedheid.’

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 268; 270; 204 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 103; 106; 23

Zie ook:  Weten van genade te leven…

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 12 Schep, o God, een zuiver ​hart​ in mij,
vernieuw mijn geest, maak mij standvastig,
13 verban mij niet uit uw nabijheid,
neem uw ​heilige​ Geest​ niet van mij weg.
14 Red mij, geef mij de vreugde van vroeger,
de kracht van een vrijmoedige geest.
(Uit Psalm 51)

Bron afbeelding:  God’s group

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie