DWDD : onze authenticiteit en nieuwe collectiviteit…

(…) 24 En een zekere Jood, genaamd Apollos, geboortig uit Alexandrië, een geleerd man, doorkneed in de Schriften, kwam te Efeze. 25 Deze was ingelicht omtrent de weg des Heren en, vurig van geest, sprak en leerde hij nauwkeurig hetgeen op Jezus betrekking had, ofschoon hij alleen wist van de doop van Johannes. 26 En deze begon vrijmoedig op te treden in de synagoge. En toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen zij hem tot zich en legden hem de weg Gods nauwkeuriger uit. 27 En toen hij naar Achaje wilde oversteken, moedigden de broeders hem daartoe aan en schreven aan de discipelen, dat zij hem vriendelijk moesten ontvangen. Deze, daar aangekomen, was door (Gods) genade van veel nut voor hen, die geloofden. 28 Want onvermoeid bestreed hij de Joden in het openbaar en bewees uit de Schriften, dat Jezus de Christus is. (Uit Handelingen 18)

Dagelijks onderwezen door DWDD…

Citaat: “Hoe voelt het om individu te (moeten) zijn? Wat voor mens moet je zijn om in een geïndividualiseerde samenleving te overleven? Welk mens wordt je in een dergelijke samenleving? Wat voor menstype komt hier uit voort? Want hoe geïndividualiseerd we ook denken te zijn, de samenleving blijft ons altijd in hoge mate beïnvloeden. Net als vroeger samenlevingen met harde hand het gebod oplegden ‘conformeer je aan de groep’, wordt nu, met even harde hand opgelegd ‘je zult jezelf zijn, een individu’. Dat is de nieuwe collectiviteit.
Wat hebben al die ‘ikken’ van tegenwoordig voor gemeenschappelijke mentaliteit. Heel kort kunnen we die als volgt omschrijven: Ik ben zelf de maatstaf voor alle dingen. Als iets voor mij goed voelt, is het ook goed – of beter, dan kan het niet fout zijn. Als het erop aankomt, kan ik, mag ik, niet mezelf en mijn eigen gevoelens aan de kant zetten. Ik zou dan mijn authenticiteit verliezen – en dat is het hoogste, het meest dierbare dat ik heb.
Boven alles moet ik dus hoeder zijn van mijn diepere zelf, mijn authentieke ik. Dat moet ik dus ook zoeken – wie ben ik eigenlijk? Heb ik dat ‘zelf’ eenmaal gevonden, dan heb ik de plicht het te beschermen. Achter het individualisme ligt dus een hoog moreel ideaal, een ideaal dat ook breed gedeeld wordt.
Filosoof Charles  Taylor spreekt dan ook over onze eeuw als ‘the age of authenticity’. In praatprogramma’s wordt door iedereen instemmend geknikt als iemand onder tranen vertelt dat hij of zij in een moeilijke situatie ‘voor zichzelf gekozen’ heeft. Iemand die dit niet gedaan heeft, wantrouwen we in morele zin. Die deugt niet, of is nog niet eerlijk tegenover zichzelf, zit nog in de ontkenningsfase.”

Bron citaat:Individualisering: het plotselinge einde van een uniek experiment (1) door Govert Buijs in Soφie (uitgave van Stichting voor Christelijke Filosofie) 9e jaargang nr. 4 – augustus 2019.

(…) 1 Ik wil dat u weet hoe zwaar de strijd is die ik voor u en de gelovigen in Laodicea* voer, en voor alle anderen die mij nog nooit in levenden lijve hebben gezien. 2 Zo wil ik hen bemoedigen en hen in liefde bijeenhouden, opdat ze tot de volle rijkdom van allesomvattend inzicht komen, tot de kennis van Gods mysterie: Christus, 3 in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen.
4 Dit alles schrijf ik opdat niemand u met fraaie redeneringen op een dwaalspoor brengt. 5 Want hoewel ik lijfelijk niet aanwezig ben, ben ik in de geest wel bij u, en ik zie met vreugde hoe hecht u met elkaar verbonden bent en hoe onwrikbaar uw geloof in Christus is.
6 Volg de weg van Christus Jezus, nu u hem als uw Heer aanvaard hebt. 7 Blijf in hem geworteld en gegrondvest, houd vast aan het geloof dat u geleerd is en wees vervuld van dankbaarheid. (Uit Kolossenzen 2)

* (…) 14 Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: “Dit zegt Amen, de trouwe en betrouwbare getuige, het begin van Gods schepping: 15 Ik weet wat u doet, hoe u niet koud bent en niet warm. Was u maar koud of warm! 16 Maar nu u lauw bent in plaats van warm of koud, zal ik u uitspuwen. 17 U zegt dat u rijk bent, dat u alles hebt wat u wilt en niets meer nodig hebt. U beseft niet hoe ongelukkig u bent, hoe armzalig, berooid, blind en naakt. (Uit Openbaring 3)

Bron afbeelding:  BibleWordings.com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Israëlzondag…

(…) 1 Zie, de hand des Heren is niet te kort om te verlossen, en zijn oor niet te onmachtig om te horen; 2 maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw ​zonden​ doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort.
3 Want uw handen zijn met ​bloed​ bezoedeld en uw vingers met ongerechtigheid; uw lippen spreken leugen, uw tong prevelt ​onrecht.
4 Er
is niemand die een gegronde aanklacht indient, en niemand die naar waarheid richt; zij vertrouwen op ijdelheid, spreken valsheid, gaan zwanger van moeite en baren onheil.
(…) 8 De weg van de vrede kennen zij niet, en er is geen recht in hun sporen; zij gaan langs kronkelpaden; niemand die ze betreedt, kent ​vrede.
(Uit Jesaja 59)

Zij kúnnen de wapens niet opnemen tegen elkaar…

Citaat: Heeft God de menselijke natuur niet goed genoeg begrepen om te weten dat oorlogen nu eenmaal plaatsvinden in deze wereld, zoals de wetten der natuur? Bedoelde God soms dat wij over vrede zouden spreken, maar dat dit niet betekent dat er letterlijk daden aan verbonden zijn?

Heeft God soms echt gezegd dat we moeten werken voor de vrede, maar tegelijkertijd tanks en gifgas moeten fabriceren voor onze veiligheid? En dan misschien wel de ernstigste vraag: heeft God soms gezegd dat wij ons eigen volk niet mogen beschermen? Heeft God gezegd dat je een prooi voor de vijand moet zijn?

Nee, God heeft dat níet gezegd. Wat hij wél heeft gezegd is dat er vrede onder elkaar moet zijn, dat wij hem moeten gehoorzamen zonder vragen te stellen. Dat is wat hij bedoelt. Wie het gebod van God in twijfel trekt vóór het te hebben gehoorzaamd, heeft hem al ontkend.

Er zal vrede zijn vanwege de kerk van Christus, waardoor de wereld nog bestaat. En deze kerk van Christus leeft te allen tijde in alle volken, en overstijgt alle grenzen, zowel nationaal als politiek, sociaal of raciaal.

En de broeders van deze kerk zijn door het gebod van de Heer Christus, waarnaar zij horen, sterker verbonden met elkaar dan alle banden van de geschiedenis, het bloed, de klasse of de taal. Al deze bindingen, die een deel zijn van onze wereld, zijn geldige bindingen, beslist niet onbelangrijk. Maar in de tegenwoordigheid van Christus zijn ze ook niet definitief.

Voor de leden van de oecumenische kerk, voor zover ze vasthouden aan Christus, is zijn Woord, zijn gebod van vrede heiliger, onverbrekelijker dan de meest heilige woorden en werken van de natuurlijke wereld. Want zij weten dat wie niet haat zijn vader en moeder om zijnentwil, Hem niet waardig is, en liegt als hij zichzelf christen noemt.

Deze broeders in Christus gehoorzamen zijn Woord; zij betwijfelen het niet, maar houden zich aan zijn gebod van vrede. Zij schamen zich er niet voor zelfs te spreken van een eeuwige vrede, wat de wereld er ook van denkt.

Ze kunnen de wapens niet opnemen tegen Christus zelf – en toch doen ze dat als ze de wapens opnemen tegen elkaar! Zelfs in de angst en de benauwdheid van het geweten is er geen uitvlucht voor het gebod van Christus dat er vréde zal zijn.

Bron citaat: Morgentoespraak (dagopening) van Dietrich Bonhoeffer gehouden op op 28 augustus 1934 tijdens de Oecumenische Conferentie in Fanö (Denemarken) gepubliceerd in ‘Mijn ziel keert zich stil tot God – meditaties bij de Psalmen van Dietrich Bonhoeffer’

Zie verder ook:  Wacht u voor teleurstellingen en ongeduld…

Vervolg citaten uit Jesaja 59:

(…) 12 Want onze ​overtredingen​ zijn talrijk voor U en onze ​zonden​ getuigen tegen ons; van onze ​overtredingen​ zijn wij ons bewust en onze ongerechtigheden kennen wij: 13 overtreden, verloochenen van de Here, afvallen van onze God, spreken van onderdrukking en afwijking, zwanger gaan van leugentaal en die uit het binnenste voortbrengen. 14 Het recht wordt teruggedrongen en de ​gerechtigheid​ blijft verre staan, want de waarheid struikelt op het plein en oprechtheid vindt geen ingang. 15 Zo ontbreekt de waarheid en wie wijkt van het kwade, wordt het slachtoffer van uitbuiting.

(…) 20 Hij zal als Bevrijder naar ​Sion​ komen,
naar allen uit ​Jakobs​ nageslacht
die met de ​misdaad​ breken – ​spreekt de HEER.

21 Dit ​verbond​ sluit Ik met hen – zegt de HEER:
Mijn Geest, die op jou rust,
en de woorden die Ik je in de mond heb gelegd,
zullen uit jouw mond niet wijken,
noch uit de mond van je ​kinderen,
noch uit de mond van je kindskinderen,
van nu tot in eeuwigheid – zegt de HEER.

Bron afbeelding:  Student Devos

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

Als wij de goede Herder toch niet kenden en hebben…

Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.
(Johannes 10 : 11)

Als wij graag zouden geloven en wij versterkt en vertroost willen worden, dan is het echter wel nodig om de stem van onze Herder te leren kennen en alle andere stemmen te laten varen. Stemmen die ons laten dwalen en ons heen en weer jagen en drijven. Wij moeten alleen de Geloofsartikelen horen en bewaren. Die schilderen Christus in ons hart vriendelijk en troostrijk af, zo schoon als je Hem maar schilderen kan, zodat ons hart met een volkomen vertrouwen kan zeggen: ‘Mijn Heere Jezus Christus!

Heere Jezus, U bent immers de enige Herder en helaas ben ik het verloren schaap dat jammerlijk verdwaald is, daarom ben ik bevreesd en bang en zou zo graag een genadige God en vrede in mijn geweten hebben… Nu hoor ik hier in deze gelijkenis, dat het U zo bang is om mij, als dat het mij bang is om U. Ik ben angstig en bezorgd hoe ik tot U kom, zodat ik veilig ben. U bent – in deze gelijkenis – ook vol angst en zorg en U begeert niet anders dan dat U mij weer tot U brengt en ik U daarvoor loof en dank in eeuwigheid.’

Maarten Luther: Predigten des Jahres, 1532, vgl. WA 36, 292, 29-40

Lezen: Johannes 10 : 1-21, tekstvers voor meditatie: vers 11

Bron tekst: Maarten Luther, Uit de diepten roep ik tot U. Dagboek bij de Bijbel (uitg. Den Hertog, Houten) – (nu via checkluther.com)

Bron afbeelding: Den Burg, Nationaal Comité 4 en 5 mei

Het monument symboliseert ‘de onschuld van het lam in nood, het zoeken van bescherming bij de herder en het uiteindelijk vinden van bevrijding der verschrikking in de dood’. De oorlogsslachtoffers op Texel waren voor het grootste deel geen verzetsmensen, maar onschuldige mensen die aan het oorlogsgeweld ten offer vielen. Het monument is onthuld op 4 mei 1961 door mevrouw M. Jullens-Lenting en mevrouw A.W. Timmer-Witte (weduwen van in de Tweede Wereldoorlog omgekomen Texelaars). De onthulling vond plaats onder het toeziend oog van vertegenwoordigers van vele organisaties en instellingen, een aantal weduwen en de toenmalige burgemeester De Koning.
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Zelfredzaamheid? Je Redder komt naar jou toe!

Zegt tot de dochter van Sion: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong van een jukdragende ezelin.‘ (Mattheüs 21 : 5)

Als het gaat over Gods Koninkrijk zijn er in deze wereld grote dwalingen! De grootste is wel: je uiterste best doen vroom te worden en daardoor zelf tot Gods Koninkrijk komen om zalig te worden! De een gaat naar Rome de ander naar St. Jakob, deze bouwt een kapel, die sticht weer een gewijde plaats.

Helaas, waar het om gaat kunnen zij niet begrijpen! Dat is: dat zijzelf hun hart aan God geven en zelf Gods Koninkrijk moeten worden. Zij doen wel heel veel uitwendige dingen en kunnen mooi doen alsof, maar ze blijven in hun hart toch vol verkeerde streken, drift, haat, hoogmoed, ongeduld, onkuisheid en ga zo maar door.

Het was tot hen dat Jezus – toen Hem gevraagd werd wanneer Gods Rijk zou komen – zegt: Het Koninkrijk van God komt niet met uiterlijk gelaat en is niet gelegen in uitwendige dingen. Alsof Hij zegt: ‘Als je wilt weten waar Gods Koninkrijk is, dan hoef je het niet ver te zoeken.

Het Koninkrijk is dichtbij, het is niet alleen dichtbij, maar…, als tucht, nederigheid, waarheid, eerbaarheid, oprechtheid, en alle deugden – want dat is het echte Koninkrijk van God – in je hart zijn, dan ben je in het Koninkrijk van God en het Koninkrijk is binnen in je.

Niemand hoeft dat Koninkrijk over zee en land te zoeken, want het moet in je hart komen.’ Daarom bidden wij niet: ‘Lieve Vader, laat ons komen tot Uw Rijk’ – want dan moesten wij er zelf heen lopen – maar: Uw Rijk kome tot ons!

Maarten Luther: Auslegung des Vaterunsers für die einfältigen Laien, 1519, vgl. WA 2, 98, 4-28

Lezen: Jesaja 62, tekstvers voor meditatie: vers 11

Bron tekst: Maarten Luther, Uit de diepten roep ik tot U. Dagboek bij de Bijbel (uitg. Den Hertog, Houten)

Bron afbeelding: Daily-Bible-Verse.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Het was de Geest van de Heer…

(…) 3 Nog nooit is zoiets gehoord,
niet eerder zoiets vernomen.
Geen oog zag ooit een god buiten U,
Die opkomt voor wie op Hem wacht.

4 U komt ieder tegemoet
die van harte ​rechtvaardig​ handelt,
die Uw weg gaat, met U voor ogen.
Maar nu bent U in toorn ontstoken,
omdat wij gezondigd hebben.
Hadden we maar de oude weg gevolgd,
dan zouden we worden gered.

5 Wij allen zijn ​onrein​ geworden,
onze ​gerechtigheid​ is als het kleed
van een menstruerende vrouw.
Wij allen zijn als verwelkte bladeren,
verwaaid op de wind van ons wangedrag.

6 Er is niemand die Uw naam aanroept,
die zich ertoe zet Uw hand te grijpen.
U hebt uw gelaat voor ons verborgen,
U hebt ons moedeloos gemaakt
en ons overgeleverd aan ons eigen wangedrag…

(Uit Jesaja 64)

~~~

Ik dring er bij u op aan eensgezind te zijn… (Uit Filippenzen 4 de verzen 1-3)

Gedoe onder elkaar. Wat kost dat een energie! Onder Gods volk, in de kerk zou je wat anders verwachten, maar we blijven mensen. Eensgezind zijn, het lukte ook al niet in de eerste christelijke gemeenten. Maar met de juiste mensen erbij (die hun ‘Bijbelse roeping en taak’ en de begrensdheid daarvan hebben leren verstaan – AJ) worden vaak problemen voorkomen.

Was die (zo iemand) maar hier (beschikbaar, in ons midden) geweest!’ Daarom roept de apostel ons op om ‘in de Heer‘ te blijven. Als er plek is voor Christus te midden van de meningsverschillen (en allerlei soorten van verschil tussen mensen – AJ) dan bewaar je de eenheid. Want Hij is erbij.

De twee (in Filippenzen 4 : 1-3) genoemde vrouwen (!), Eudochia en Syntyche, hadden allebei hun sporen verdiend naast (!) Paulus. Maar hier verprutsten ze het zomaar. Ze staan er in één zin gekleurd op. Hoe staan wij bekend? Of hoe wil jij bekend staan?

Bron meditatie:  Dag in Dag uit 2019 – 27 september – Leger des Heils | Ark Media

~~~

(…) 7 Ik zal de ​liefde​ van de HEER gedenken
en Zijn roemrijke daden bezingen:
alles wat de HEER voor ons heeft gedaan,
de ​goedheid​ die hij het volk van Israël bewees
in zijn ontferming en onbegrensde ​liefde.

8 Hij zei: ‘Natuurlijk, het is mijn volk!
Mijn ​kinderen​ zijn te vertrouwen.’
Daarom wilde Hij hun redder zijn.

9 In al hun nood was ook Hijzelf in nood:
zij werden gered door de ​Engel​ van Zijn tegenwoordigheid.
In zijn ​liefde​ en mededogen heeft hij Hen zelf verlost,
Hij tilde hen op en heeft hen gedragen, alle jaren door.

10 Maar zij zijn in opstand gekomen
en hebben zijn ​heilige​ Geest​ gekrenkt.
Daarom werd hij hun tot vijand
en bond Hij de strijd met hen aan…

(…) 14 …Het was de ​Geest van de HEER​ die hun rust gaf.
Ja, U hebt Zelf uw volk geleid
om U een luisterrijke naam te verwerven…

(Uit Jesaja 63)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Delen…

(…) Ik wil Christus (leren) kennen en de kracht van Zijn opstanding, ik wil delen in Zijn lijden en aan Hem gelijk worden in zijn dood, in de hoop ook zelf uit de dood op te zullen staan. (Filippenzen 3 : 10-11)

Alles gemeenschappelijk – met Christus en met elkaar!

(…) 5 Zoals wij volop delen in het lijden van ​Christus, zo delen wij volop
in de troost die God ons door ​Christus​ geeft.  (Uit 2 Korintiërs 1)

Verbinding met de ander, gemeenschap, dat geeft zin aan ons leven. Die verbinding groeit door lief en leed te delen. Dat gebeurt niet vanzelf. Daar moet je heel hard je best voor doen. Want het lijden kan je ook uit elkaar drijven.

Paulus verlangt naar een diepe verbondenheid met Christus. Hij heeft z’n doel nog niet bereikt. Hij is nog verre van volmaakt. Via kruis en opstanding kan/zal het groeien.

Kruis is wat je naar beneden drukt, wat zwaar is en wat je (ook) confronteert met je eigen tekorten of falen. Opstanding is daar waar je leven toekomst en een soort ‘en toch‘ (1) beleeft. Daar openbaart God Zich aan ons midden in onze werkelijkheid.

~~~

(1) Of misschien beter te zeggen: een ‘nochtans‘ doet uitroepen (belijden), zoals de profeet Habakuk het zegt: nochtans zal ik juichen in de Here, jubelen in de God van mijn heil. (Habakuk 3 : 18) en zie ook Romeinen 8 : 37-39.

Bron tekst: Dag in Dag uit 2019 – 24 september 2019 – Leger des Heils | Ark Media

(…) 4 We zijn door de ​doop​ in Zijn dood met Hem ​begraven​ om, zoals ​Christus​ door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. 5 Als wij delen in Zijn dood, zullen wij ook delen in Zijn opstanding. (Uit Romeinen 6)

Bron afbeelding: Knowing Jesus – Bible

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Bewonderend gekir tijdens een doopdienst…

(…) 27 Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen (aannemen) wat hem door (uit) de hemel gegeven wordt. 28 Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de Messias niet, maar ik ben voor Hem uit gezonden.” 29 De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. 30 Hij moet groter worden en ik kleiner. (Uit Johannes 4)

Een doopdienst is geen baby-bewonderdienst!  

We zongen vanochtend voordat de baby’s gedoopt werden het volgende (doop?) lied van Kinga Ban:

Meer dan een wonder…
Nooit gedacht dat je zo mooi zou zijn.
Nooit gedacht, zo perfect en klein.
Zo overweldigend, zo onbeschrijfelijk.
Je bent meer dan een wonder.
Door Hem bedacht… (en wat verder nog volgt van dat lied, zie onderaan)

Laten we toch aub Bijbels sober en nuchter en eerlijk zijn en blijven (of weer worden) in onze diensten en dan zeker en vooral ook in onze Doopdiensten. (1)

Want wij welvaartsmensen (onze gemeente bestaat uit heel wat leden met gemiddeld een goede opleiding, een mooi inkomen en vaak gezonde kinderen) nemen tegenwoordig  ook graag zelf het woord in een doopdienst om dan zelf ook allerlei woorden tot en over onze kinderen en de gemeente en tot en over God uit te spreken, maar hoe nuttig en hoe waarachtig is dat?

Tegenwoordig vinden veel ouders drie (of vier) van die wonderen wel genoeg en ze kijken neer op de refo’s en islamieten die van zulke wonderen maar niet genoeg lijken te krijgen. En wanneer zo’n wondertje ergens op onze stranden aanspoelt en dat in beeld en onder onze ogen wordt gebracht, dan zijn we wel een poosje aangedaan, maar we gaan er natuurlijk niet minder om genieten en vakantie vieren.

Die wondertjes van ons moeten straks natuurlijk ook kunnen leven en ze worden niet in een vrolijke wereld neergezet, maar dan zingen we met hen liever mooie slaap/wiegeliedjes, zoals ‘stil maar, wacht maar…’ dan dat we werkelijk onze levensstijl aanpakken en (laten) veranderen… Daar zijn dan de politiek en de techniek toch veel beter voor en beter in?

En, wacht even, we zijn natuurlijk ook niet voor niets lid van deze/een ‘geweldige’ en ‘bruisende’ gemeente, daar kunnen we ook heel wat voor onze kinderen van verwachten toch?! Wat daar allemaal niet door en voor ons en onze kinderen georganiseerd wordt! Dat maakt echt wel verschil! Dat is ‘boter bij de Vis’ vinden we. En dat mogen we ook anderen toch wel zeggen en voorhouden…

(1) De doopdienst van vanochtend in onze gemeente is – alleen al – met deze inhoud en strekking van het ‘doopgedeelte’ werkelijk een voorbijzien aan de diep ernstige kant van de doop zoals we die (bijvoorbeeld met name) vinden in de verkondiging van Gods Woord in de hoofdstukken zes tot en met acht van de brief aan de Romeinen.

Bron afbeelding: Knowing Jesus – Bible (Bible verses about unselfishness)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Eén Heer, één geloof, één doop…’

Eén lichaam is het, en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt tot één hoop uwer roeping; één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen, en in u allen” (Efeziërs 4 : 4 – 6).

Citaat: Velen zeggen volgens ds. Roos tegenwoordig dat je de toevlucht tot Christus mag nemen als God je ontdekt aan jezelf. „Dat klinkt mooi, maar er klopt niets van. We nemen van onszelf de toevlucht tot de vorst der duisternis. Wedergeboorte betekent dat je de dood in moet en dat je dat niet wilt. Als God een mens aan zichzelf ontdekt, gaat Hij door tot het bittere einde: dat je berouw hebt en het ermee eens bent wat God doet. Dat doe je niet uit jezelf maar door Christus. Als je jezelf schuldig hebt bevonden, zegt de Heere: „Ik heb verzoening gevonden.” Als Jezus Christus in je leven geopenbaard is, ga je de erfenis zien.”

Opgemerkt AJ: Wanneer men begrijpen gaat waarom de gemeente van Jezus Christus in deze wereld fundament en pijler van de waarheid genoemd wordt, namelijk omdat aan de gemeente het Woord en de Sacramenten zijn toevertrouwd, dan zal men met Luther gaan inzien en met hem instemmen dat daar waar verkondigd en gedoopt wordt dat daar Gód spreekt en doopt (1). En dan zal men ook kunnen aanvaarden en begrijpen dat de Joden (in Jeruzalem op de eerste Pinksterdag) en de heidenen een ‘zuigelingendoop’ ondergingen na het aanhoren van een preek (verkondiging) van een of meer apostelen of (later) ook van hun medewerkers. De mensen die zich toen vanwege de verkondiging van de apostelen lieten dopen, die hadden echt nog geen verhaal over zichzelf, over hun wedergeboorte of over wat geloven en zich bekeren nu precies inhield en zou gaan betekenen in hun leven(s). Maar de apostelen vertrouwden daarbij op het werk van de heilige Geest en maten zichzelf verder ook geen oordeel (of beoordeling) aan over de werkelijkheid van het geloof van de mensen die bereid gevonden werden om zich te laten dopen.
Bij het latere onderwijs werd hun echter wel onder ogen gebracht wat de heilige Geest in hen door de doop bewerkt had en ook nog verder wilde bewerken en uitwerken. Paulus schrijft de leden van de gemeente in Rome (en daarmee ook aan alle andere gemeenten en hun leden):

Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood? We zijn door de doop in Zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. Als wij delen in Zijn dood, zullen wij ook delen in Zijn opstanding. Immers, we weten dat ons oude bestaan met Hem gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn. Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Wanneer wij met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met Hem zullen leven, omdat we weten dat Hij, die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft. De dood heeft geen macht meer over Hem. Hij is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd; en nu Hij leeft, leeft Hij voor God. Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God. Laat de zonde dus niet heersen over uw sterfelijke bestaan, geef niet toe aan uw begeerten. Stel uzelf niet langer in dienst van de zonde als een werktuig voor het onrecht, maar stel uzelf in dienst van God. Denk aan uzelf als levenden die uit de dood zijn opgewekt en stel uzelf in dienst van God als een werktuig voor de gerechtigheid. De zonde mag niet langer over u heersen, want u staat niet onder de wet, maar leeft onder de genade. (Uit Romeinen 6 : 3-14)

Deze woorden zijn waar voor alle gedoopte leden van de gemeente en dus ook voor hen die al als baby werden gedoopt!

Onze Heer Jezus Christus zegt tegen Nicodemus in Johannes 3:
Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en Geest. 6 Wat geboren is uit een mens is menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk.

Wat in deze woorden te beluisteren valt is tevens een uitnodiging aan Nicodemus om zich te laten dopen. En Nicodemus zal aan die oproep vroeger of later ook zeker gehoor hebben gegeven. In de door de apostelen gestichte gemeenten werden/waren alle mensen gedoopt, zowel de Joodse als de ‘heidense’ leden evenals de kinderen die ze meebrachten (bijvoorbeeld op de eerste Pinksterdag in Jeruzalem) – zou er nog één apostel geweest zijn die dat kon/wilde/durfde weigeren na al het onderwijs van Jezus als hun moeders of vaders de kinderen ook meebrachten om gedoopt te worden? Want indien niet, wat zou er dan veel reden geweest/gebleven zijn om de Joodse jongetjes in de gemeenten toch maar te blijven besnijden!

Wat we echter zien/horen (in bijv. kerken van de ‘nadere reformatie’ zoals de Gereformeerde Gemeenten) dat is dat men de doop van de kinderen helemaal niet zo serieus wil nemen, namelijk zo serieus als de apostel Paulus beschrijft in Romeinen 6. We kunnen zelfs stellen dat men de kinderen van de gemeente in feite niet eens beschouwt als lammetjes die in de schaapskudde meelopen en die daar – als alle schapen – de stem van de Goede Herder leren kennen en volgen, maar men kijkt met argus-ogen naar deze kleine schaapjes omdat men er helemaal niet zeker van is en er vanwege hun doop erop vertrouwd hier met schaapjes van doen te hebben. Het schaap-zijn wordt hen zelfs door de vette schapen (m.n. de onderherders, die zelf ook schapen zijn) ontzegd en deze arme diertjes wordt daarom ook het klare water en het vette gras onthouden (het troostrijke Woord van God wordt vertroebeld en vertrapt door de sterke en vette schapen!) en later wordt hen zelfs ook het krachtvoer (Avondmaal) onthouden. Tenzij ze vroeg of laat net zoveel durven te mekkeren en te mekkeren hebben (over zichzelf) als de sterke en vette schapen waardoor ze worden beoordeeld. Maar die vette en sterke schapen in deze gemeenten, die moeten nog maar eens heel goed lezen in Matteüs 18 (2) wat de Here Jezus zegt over degenen die deze ‘kleinen’ ergeren (ook met en door hún ‘godsdienst’) en hoe Hij Zelf als Goede Herder zich juist over ‘die kleinen’ ontfermt.

(1) Zie Het heerlijk Evangelie… (IV) of Kijken met ogen als van een koe…
(2) Matteüs 18 o.a. want er wordt vaker in Gods Woord gesproken over (slechte) onderherders en de Goede Herder.

Bron citaat: RD – Kerk & religie – ‘Ontmoetingsdag Ede: Wedergeboorte vanuit mens onmogelijk’ – door correspondent

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

Startzondag…

(…) Ik weet nu al waar hun hart naar uitgaat, nog voor Ik hen in het land gebracht
heb dat ik hun onder ede heb beloofd. (…) Leer hen daarom dit lied
(Uit/naar Deuteronomium 31 : 19-30 en 32)

Maar, wij maken er weer wat van met elkaar
in dit nieuwe seizoen!

(en iedereen behoort eraan mee te doen volgens de leiders/leiding…)

Wij zongen aan het begin van de startdienst:

Maak groot onze God

(…) De Koning in zijn pracht,
bekleed met eer en macht;
kom aarde, juich voor Hem,
aarde, juich voor Hem.  
(…) Maak groot onze God
Het duister vreest zijn licht;
als Hij rechtvaardig richt,
dan vlucht het voor zijn stem,
vlucht het voor zijn stem

In deze wereld waar in de samenleving en zelfs ook binnen kerkgemeenschappen en gemeenten mensen elkaar allerlei onrecht aandoen (en dat blijkbaar onbevreesd durven laten voortgaan en laten voorbestaan), daar kan (men) een gemeente aan het begin van een startdienst van het nieuwe seizoen beter maar (bijvoorbeeld) bescheiden een aantal verzen uit Psalm 106 (laten) zingen, beter dan dit opwekkingslied en/of één of meer verzen uit Psalm 150. ‘De Koning in Zijn pracht’ is nog niet aan ons verschenen, maar is ook nu nog voor ons verborgen en alleen maar aanwezig en met ‘geloofsogen’ te zien in Zijn – voor natuurlijke mensenogen* – verwerpelijke nederige gestalte van een dienende en lijdende knecht. Daar heeft een gemeente op alle mogelijke manieren mee te maken en zal dat daarom ook steeds in rekening behoren te brengen!

* De (moderne) wetenschap is pontificaal gaan staan voor (de blijken van) Gods scheppingskracht en pracht, zodat velen – ook binnen de kerken/gemeenten – het zicht daarop benomen wordt, zelfs als ze er zondags nog van/over meezingen. En de overgrote meerderheid van de mensheid, zelfs ook van het kerkvolk, heeft geen oog voor Gods gerichten en vreest daarom niet zó voor de duisternis in eigen leven en in deze wereld als gepast zou zijn op grond van wat Gods Woord ons leert.

Christus (leren) kennen…

Door Hem nu bent u in Christus, Die ons van God gemaakt is tot Wijsheid, en Gerechtigheid, en Heiliging, en Verlossing; opdat gelijk er geschreven staat: Wie zich beroemt, beroemt zich in de Heere.‘ (1 Korinthe 1 : 30-31)

Lezen: 1 Korinthe 1:17-31, tekstvers voor meditatie: vers 30-31

Geef ons heden ons dagelijks brood! Wat is dan Christus kennen? Daarop antwoord ik dat het kennen van Christus is, dat je verstaat wat de apostel in de Brief aan de Korinthiërs zegt: Door Hem nu bent u in Christus, Die ons van God gemaakt is tot Wijsheid, en Gerechtigheid, en Heiliging, en Verlossing; opdat gelijk geschreven staat: Wie zich beroemt, beroemt zich in de Heere.

Dit woord van Paulus versta je dan, als je erkent, dat al je wijsheid verdoemelijke dwaasheid, je gerechtigheid verdoemelijke ongerechtigheid, je heiligheid verdoemelijke onreinheid en je ingebeelde zaligheid een ellendige verdoemenis is, en ook ondervindt dat je voor God en alle schepselen, een dwaas, zondaar, onreine, en terecht een verdoemd mensenkind bent.

Dat je niet alleen met woorden maar met je gehele hart, en ook met al je werken bewezen hebt dat voor jou geen roem of eer overblijft, dan dat Christus je van God geschonken is. In Wie je gelooft, en Hem zo bezit, dat Zijn gerechtigheid je alleen behoudt. Waarom je Hem aanroept en op Hem vertrouwt, en dat geloven niet anders is dan dit Brood eten zoals Hij in het Johannes Evangelie zegt: Mijn Vader geeft u het ware Brood uit de hemel.

Maarten Luther: Auslegung des Vaterunsers für die einfältigen Laien, 1519, vgl. WA 2, 113, 5-19

Bron tekst: checkluther.com https://www.checkluther.com/nl/ (meditatie van zondag 15 september 2019)
Bron citaat: Maarten Luther, Uit de diepten roep ik tot U. Dagboek bij de Bijbel (uitg. Den Hertog, Houten)

Bron afbeelding: Heartlight

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Geen andere Naam…

(…) Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de Naam geschonken
die elke naam te boven gaat.
(Filippenzen 2 : 9)

De naam van Jezus

Er zijn op aarde en in de hemel ontelbaar veel namen. Onbekende namen en bekende namen. Boven al die namen stijgt één naam uit. Het is de naam van mijn Zoon Jezus! Ik zelf, God je Vader, vind die naam de allerbelangrijkste! Want er is onder de hemel geen andere naam waardoor je kunt worden gered. Alles zit in die ene naam: alles wat je nodig hebt, alles wat je gelooft, alles wat je hoopt, alles wat je liefhebt. In die ene naam Jezus ligt heel mijn openbaring besloten: mijn genade, mijn kracht, mijn trouw, mijn ontferming, mijn betrokkenheid. Hoe belangrijk is de naam van Jezus voor jou, mijn kind?

(…) 8 En: ‘Het is een steen waarover men struikelt, een rotsblok waaraan men zich stoot.’ Zij struikelen omdat ze Gods woord niet gehoorzamen, daartoe zijn ze bestemd. 9 Maar u bent een ​uitverkoren​ geslacht, een koninkrijk van ​priesters, een ​heilige​ natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar Zijn wonderbaarlijke licht. 10 Eens was u geen volk, nu bent u Gods volk; eens viel Gods ontferming u niet ten deel, nu wordt Zijn ontferming u geschonken. (Uit 1 Petrus 2)

Niet te pas en te onpas de wereld…

Petrus gebruikt grote woorden. hij noemt de gelovigen een uitgelezen geslacht, koninklijk, priesterlijk. Geroepen om de grote daden van God en Zijn liefde voor deze wereld te verkondigen. Nee, niet door te pas en te onpas over Jezus te preken en de wereld te vertellen en voor te houden wat ze hebben te doen, alsof jij de waarheid in pacht zou hebben. Maar door als vreemdeling (migrant) simpelweg het goede te doen. Door ieder te respecteren en rechtvaardig te zijn (in je oordelen over anderen of door dat juist niet te doen – AJ). Dat is je roeping. En als dat opvalt en mensen je vragen waarom je zo leeft, vertel dan van de (vaste! Hebreeën 11) hoop die in je is en die door God gewekt is. Vertel over hét leven, dat God voor de mensen heeft bestemd en dat jij nu al zoekt in je samenleven met de ander. Omdat God liefde is en vol ontferming.

Bron 1:  Luisteren naar Gods stemMeditatie(s) van ds. Jos Douma
Bron 2:  Dag in Dag uit 2019 – zaterdag 31 augustus – Leger des Heils | Ark Media

Bron afbeelding: Verse of the Day

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie