Maarten Luther – mens van verzoening…

‘Want Hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: In Jezus Christus geschapen om
de weg te gaan van de goede daden die God mogelijk heeft gemaakt.
‘ *
(Uit Efeziërs 2 : 8-10)

Luther een moeilijk man?

Geciteerd 1: Wie in de kerkgeschiedenis had u graag eens willen ontmoeten?
Van de Kamp: „Geert Grote, die zijn carrière opgaf om zijn leven aan God te wijden. Of Luther, hoewel hij me wel een moeilijk man lijkt. En Calvijn, om zijn doordachtheid. Of iemand als Jonathan Edwards, vanwege zijn toewijding en verlangen naar een opwekking. Maar ik zou ook weleens willen praten met verlichtingsdenkers als Voltaire en Rousseau: waarom waren ze zo negatief over de kerk en gingen ze anders denken over het gezag van de Bijbel?”

Een vrolijk mens!

Geciteerd 2: De laatste dagen (van zijn leven) was Luther nog zeer vrolijk geweest. Zo kenden en waardeerden zijn vrienden hem! Hij had een moeilijke opdracht tot een goed einde gebracht. De bemiddeling in een langdurig conflict tussen de gebroeders Gebhard en Albrecht, de beide graven van Mansfeld, was de aanleiding geweest voor zijn reis van Wittenberg naar Eisleben. Urenlang had Luther tussen de partijen gezeten en moeten luisteren naar de slimme argumenten van die lieden, die hij sedert de tijd dat hij rechten studeerde aan de universiteit, elkaar niet meer konden luchten of zien: juristen in dienst van het hof.

Een gevraagd en gezien onderhandelaar!

Uiteindelijk waren de partijen na moeizame onderhandelingen, die veertien dagen duurden, dichter tot elkaar gekomen met een – tijdelijke – verzoening als resultaat. Er bestond dus reden om vrolijk te zijn. Luther had een vermoeden gehad dat hij in Eisleben, waar hij ook geboren was, zou sterven. Maar hij maakte zich daarover geen zorgen, ofschoon hij er zeker van was dat hij niet lang meer te leven zou hebben.

Een verzoend mens!

De voorgevoelens die Luther had omtrent zijn dood, zouden reeds een dag later werkelijkheid worden. Hij is niet meer levend uit zijn geboorteplaats teruggekeerd in Wittenberg, de stad waar hij werkte. In het begin van de middag van 18 februari vervaardigde een schilder het dodenmasker dat de ontspannen gelaatstrekken van de laatste uren moest vastleggen om op die manier niet alleen aan de kring van familie en vrienden, maar vooral ook aan het nageslacht in de verre toekomst het bewijs te kunnen leveren dat hij – niet alleen gelukzalig geleefd had, maar ook (AJ) – een gelukzalige dood was gestorven.

Een waardig echtgenoot!

Geciteerd 3: Over het huwelijk – Hij (Luther) beschouwde het niet als onmannelijk, wanneer een vader luiers wast en het bed opmaakt. Dan spotten mensen wel, maar ‘God lacht samen met alle engelen creaturen’. En omgekeerd vertrouwt hij met een gerust hart aan zijn vrouw het beheer van financiën en het bezit toe. Zelfs wanneer mannen kinderen konden baren dan nog zou zonder vrouwen de wereld ondergaan, want zij weten heel goed ‘te bewaren en te sparen‘ – en daarop berusten politiek en staat! (1)

(1) Leven we inmiddels – niet alleen in ‘politiek en staat’ – sinds lang niet in een tijd van liefst ‘exploiteren en uitgeven‘?!

*  Deze Bijbeltekst noteerde mijn vader op de  titel pagina (zie bron citaten 2+3) toen mijn ouders op 23 maart 2001 dit boek cadeau gaven.

Lees eventueel ook nog:  Luther en het Avondmaal

Bron citaat 1: RD Kerk & religie – ‘„Kerk van de eeuwen blaast christenen weer schoon”‘ – door Maarten Stolk
Bron citaat 2: – ‘De wagenvoerder van Israël is gevallen‘ – pagina’s 17-18 in: Luther – Mens tussen God en duivel – door Heiko A. Oberman – Kok Kampen 1988
Bron citaat 3: idem citaat 2 – ‘In weerwil met de duivel: Vreugde in het huwelijk en vrede met de wereld‘ – pagina’s 274-275

Bron afbeelding: HeHasPlans

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Een trouwe Herder…

‘De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.‘*
(Psalm 23 : 1)

Van dr. Maarten Luther (1536)
Op een avond na gebed aan de eettafel uiteengezet.

Psalm 23 (7)

(…) Mij ontbreekt niets – Zo spreekt de profeet in het algemeen over de verschillende soorten lichamelijke en geestelijke zegeningen die we ontvangen door het ambt van de Woordverkondiging. Het is alsof hij wil zeggen: “Als de Heer mijn Herder is, natuurlijk zal het me dan aan niets ontbreken. Ik zal ontvangen vlees, drank, kleding, voedsel, bescherming, vrede en alles wat nodig is en die noodzakelijk zijn voor mijn dagelijks (voort)bestaan in dit aardse leven. Want ik heb een rijke Herder die mij geen gebrek laat lijden. “

Hij zal Zijn Woord zegenen

Hij spreekt echter met name over de geestelijke bezittingen en gaven die Gods Woord verschaft en zegt: “Omdat de Heer mij in Zijn kudde heeft opgenomen en mij weidt en voor mij zorgt, dat wil zeggen, omdat Hij mij rijkelijk Zijn heilig Woord heeft gegeven, zal Hij het mij aan niets laten ontbreken. Hij zal Zijn Woord zegenen zodat het effectief kan zijn en vrucht in mij voortbrengt. Hij zal me daarbij Zijn Geest schenken, Die me zal helpen en troosten in alle verleidingen en benauwdheden en Die ook mijn hart een vast en zeker vertrouwen schenkt (vast en zeker/verzekerd maakt – zie Romeinen 8 : 38-39).

Niet twijfelen

Mijn hart zal er daarom niet aan twijfelen dat ik een geliefd schaap van mijn Heer ben en dat Hij mijn trouwe Herder is. Hij zal me vriendelijk behandelen als een van Zijn arme, zwakke schapen. Hij zal mijn geloof versterken en mij andere geestelijke gaven geven; mij troosten in al mijn moeilijkheden; mij horen als ik Hem aanroep; ervoor zorgen dat de wolf, dat wil zeggen de duivel, mij geen kwaad kan doen; en mij uiteindelijk verlossen van alle tegenslag en kwaad.”

Dit is wat de psalmist in gedachten heeft als hij zegt: “Mij ontbreekt niets.“

Maarten Luther: Dr.Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 51, S. 271 ev (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 12, p. 147 ev)

Zie ook:  De Goede Herder onmisbaar…

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding:  Knowing Jesus

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

Ondoorgrondelijk en onnaspeurlijk…

‘O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen*! Want: wie heeft de zin des Heren gekend? Of wie is Hem tot raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor hij vergoeding ontvangen moet? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.‘ (Romeinen 11 : 33-36)

* We kunnen niet zonder eerbiedig luisteren naar en eerbiedig buigen voor wat ons geopenbaard is in en door Gods Woord en dat onder dagelijks gebed om wijsheid zoals God ons die om Christus’ wil door het werk van de heilige Geest altijd weer schenken wil, zonder verwijt! (zie Jakobus 1 : 5)

‘Te midden van de razernij, bidt Christus’…

Geciteerd: Wat we pas zullen zien op de jongste dag: de redding van de rechtvaardige en het oordeel van de goddeloze, is nu nog verborgen door de Gekruisigde in Zijn liefde. Dat kunnen wij op aarde nog niet dragen. Maar we mogen er zeker van zijn, dat alles tot vreugde van de rechtvaardige zal dienen.

Het is de zege en de triomf van Christus die daar openbaar zal worden in redding en gericht. Maar tot die dag zal de satan echter voortgaan de vijanden van Christus en zijn gemeente aan te sporen, met onrecht, geweld en leugen.

Te midden van deze razernij bidt Christus deze Psalm* plaatsvervangend voor ons. Hij klaagt de goddeloze aan, hij roept Gods wraak en gerechtigheid over hen af, en hij geeft Zichzelf aan alle goddelozen over door onschuldig te lijden aan het kruis. Ons ten goede.

En nu bidden wij deze Psalm* vurig mee, dankbaar dat ons redding van de toorn geschonken is door het kruis van Christus: God wil al onze vijanden onder het kruis van Christus verzamelen en hun genade schenken, in het brandende verlangen dat die dag spoedig zal aanbreken; de dag dat Christus zichtbaar zal triomferen over al zijn vijanden en hij zijn Rijk opricht. Zo hebben wij geleerd deze Psalm te bidden. Amen.

* Lees: Preek over wraakpsalm 58 van Dietrich Bonhoeffer in z’n geheel.

Zie ook deze blog: ‘Habakuk kende dat geheim…‘

Bron citaat: ‘Mijn ziel keert zich stil tot God – Meditaties bij de Psalmen‘ (Preken van Dietich Bonhoeffer)

Bron afbeelding:  Pinterest (Pin on Bible verse of the day)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

‘Habakuk kende dat geheim’…

‘Here, ik heb de tijding aangaande U vernomen,
ik ben, Here, met vreze voor uw werk vervuld;
roep het in het leven in de loop der jaren,
maak het openbaar in de loop der jaren;
gedenk in de toorn aan ontfermen!‘
(Habakuk 3 : 2 – NBG51 – ‘Het gebed van de profeet’)

Gods ontferming hult zich in toorn

Lezen: Habakuk 3.

Geciteerd 1: Wij hebben gezien (bespreking van Habakuk in eerdere afleveringen – AJ) hoe de profeet op de rechte plaats kwam. Al zijn bekommernissen hébben zich opgelost in de ene bekommernis omtrent ‘het werk Gods‘. Hij vraagt niet om de afwending van het oordeel, maar dat de Heere Zijn genadewerk in stand mag houden.

Habakuk is bekommerd over het werk Gods. Zijn gebed is: „Uw werk, o Heere behoud dat in het leven.“* Hij besluit dat gebed om de instandhouding van het werk van Gods genade in en met Israël met de bede: „gedenk in de toorn aan ontfermen.” Hoe is dit nu mogelijk? Hoe kan God in het midden van Zijn toorn aan ontferming denken? Toch vraagt de profeet dit.

De profeet Habakuk wist hoe God in toorn Zich ontfermt. Hij kende het geheim van de verzoening. Hij wist hoe God over de zonde kon toornen en tegelijk zich over de zondaar ontfermen. (1)
In Christus gedenkt God in de toorn aan Zijn ontferming.
Op Golgotha zien wij de toorn van God tegen de zonde geopenbaard, maar wij zien tegelijk Gods ontferming over de verloren en schuldige zondaar in het heerlijkste licht geplaatst.
Er is liefde en ontferming in het midden van deze toorn.

Wat is dat een geheim!
Wat een zaligheid om dit geheim te kennen. Habakuk kende dat geheim.

De profeet had in het midden van Gods toorn in Christus ontferming gevonden. Gods ontferming is maar niet iets goedkoops. Zij schijnt in het midden van de toorn. Wat hebben wij het rechte gezicht op Gods toorn verloren!
De God van de Bijbel is een God, Die over de zonde toornt.
Hoe ver is deze Bijbelse gedachte verwijderd van de opvatting van velen die God niet anders willen zien als de lieve en goede God, Die maar met Zich laat sollen en Die men overal voor gebruiken kan.

„Onze God“, zo zegt de apostel, „is een verterend vuur.” God toornt over de zonde!

In de ware schuldovertuiging
wordt dit gevoeld. De toorn van God wordt dan iets reëels. Wat wij zingen in Psalm 38 wordt als beleving in het hart gevoeld:

Door Uw gramschap, fel ontstoken, is verbroken** Al mijn vlees en lichaamskracht. Rust noch vrede wordt gevonden, om mijn zonden, In mijn beend’ren, dag of nacht.

Het is vanwege een gebrek aan een waar besef van Gods toorn, dat Gods ontferming ons zo goedkoop voorkomt.

Ontferming is alleen een wonder voor de mens, die Gods toorn over zijn zonden heeft gevoeld en’ doorvoeld. Het licht is het lieflijkst als het uit de duisternis schijnt. Zo is ook ontferming het rijkst als zij uit de toorn oprijst.
Dit is de ervaring van de schuldverslagen zondaar. Hij vindt in de toorn ontferming. De schuldig, zondaar wordt het geheim bekendgemaakt hoe op Golgotha ontferming zich openbaart in toorn.

Dit is Gods ontferming. Het is Zijn toornen over de Borg Jezus Christus. Gods ontferming is het laten komen van het gericht over de Borg Christus Jezus. Zo manifesteert zich Gods ontferming.
Het gericht dat ons had moeten treffen, treft de Borg Jezus Christus. Dat is ontferming van de hoogste norm, dat is Gods ontferming.
Al het andere is maar door de mens verzonnen’ en ingebeelde ontferming. Ontferming is te zien op Golgotha, want Gods ontferming hult zich in toorn.

~~~

(1) Zie over dit geheim ook deze blog: ‘Ondoorgrondelijk en onnaspeurlijk…‘

* Deze tekst staat op de grafsteen van mijn grootvader A. Janse.
**
Geciteerd 2: De “Kerk aan het plein” in Voorthuizen. Dit kerkgebouw dateert van 1890. Het bood toen onderdak aan de gereformeerden in Voorthuizen die in 1886 met hun predikant dr. mr. Willem van den Bergh uit de Nederlandse Hervormde Kerk stapten en mede een aanzet gaven tot de Doleantie, waaruit de Gereformeerde Kerken in Nederland ontstonden. Op een gevelsteen boven de ingang staan woorden uit *Psalm 51 vers 19: „Een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God, niet verachten. Doe wel bij Zion naar Uw welbehagen. Bouw de muren van Jeruzalem op.”, waarmee ds. Van den Bergh in 1884 in Voorthuizen intrede deed. In 1927 werd een nieuwe gereformeerde kerk in gebruik genomen. Het oude kerkje werd daarna jarenlang gebruikt als schilderswerkplaats.

Bron citaat 1: Daniel (via Digibron) – ‘De profeet Habakuk (12)‘ – door ds. C. Harinck – Publicatiedatum 02-01-1976
Bron citaat 2: RD Kerk & religie – ‘Nieuwe gemeente Gkv/Ngk in historische kerk Voorthuizen‘ – van RD correspondent

Bron afbeelding:  Heartlight

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

‘Een nieuw verbond’ – ‘In Zijn bloed’…

‘De dag zal komen – spreekt de HEER – dat Ik met het volk van Israël en het volk van Juda een nieuw verbond sluit, een ander verbond dan Ik met hun voorouders sloot toen Ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte weg te leiden. Zij hebben dat verbond verbroken, hoewel ze mij toebehoorden – spreekt de HEER.‘ (Uit Jeremia 31 : 31-32)

Verbond verbroken!

Geciteerd: Het boek Jeremia is te karakteriseren als een profetische tekst die behalve profetische uitspraken ook verhalen over het optreden van de profeet bevat. Het centrale thema van het boek is dat de schuld voor de catastrofe die de Israëlieten treft bij het volk en zijn leiders ligt, en niet bij God.
Net als in de andere profetische boeken zijn de oproep tot inkeer (bekering) en afzweren van sociaal onrecht daarbij belangrijke motieven, evenals het geloof in een nieuwe toekomst en een nieuw verbond van God met Zijn volk.
Jeremia hekelt ook het vertrouwen in de tempel en in de eredienst alsof die zonder meer garantie zouden bieden voor Gods hulp.
Uit het boek blijkt duidelijk hoezeer Jeremia, afkomstig uit een familie/geslacht van priesters, de godsdienstige en politieke ontwikkelingen van zijn tijd heeft gevolgd. Hij neemt het op tegen de gevestigde orde, maar vindt zelden gehoor bij de koningen van Juda.
Zijn inschatting van (en de Godsoordelen die hij verkondigen moet over – AJ) de politieke machtsverhoudingen brengt hem uiteindelijk in de gevangenis.

(…) 33 Maar dit is het verbond dat Ik in de toekomst met Israël zal sluiten – spreekt de HEER: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal Ik hun God zijn en zij Mijn volk. 34 Men zal elkaar niet meer hoeven te onderwijzen met de woorden: “Leer de HEER kennen,” want iedereen, van groot tot klein, kent Mij dan al – spreekt de HEER. Ik zal hun zonden vergeven en nooit meer denken aan wat ze hebben misdaan.

Dit zegt de HEER,
die de zon heeft gemaakt als het licht voor de dag,
de maan en sterren als de lichten voor de nacht,
die de zee opzweept, zodat de golven bruisen,
wiens naam is HEER van de hemelse machten:
36 Pas als deze orde ophoudt te bestaan – spreekt de HEER –
bestaat ook Israël niet meer,
is het niet meer voor altijd Mijn volk.
37 Dit zegt de HEER:
Zoals de hoogte van de hemel niet gemeten wordt,
de diepte van het fundament der aarde niet gepeild,
zo verwerp ik niet het nageslacht van Israël
om alles wat het heeft misdaan – spreekt de HEER.
(Uit Jeremia 31)

Bron citaat:  Inleiding op Jeremia – NBV

Bron afbeelding: Honest Talk with God – blogger

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Blut und Boden*…

‘Waar blijft dan het roemen? Het is uitgesloten.‘
(Uit Romeinen 3 : 27)

Concurrerende volkeren/naties?

* Blut und Boden is een begrip dat een verband legt tussen de afstamming en de bodem. Het begrip is bekend geworden als centraal bestanddeel van de nationaalsocialistische ideologie.

Geciteerd 1: Ik hoop dat, als we vriendelijk met de Joden omgaan en ze onderwijzen uit de Heilige Schrift, velen van hen goede christenen worden en weer terugkeren tot het geloof van hun vaders, de profeten en aartsvaders. Als we echter hun zaak verwerpen en hen hoogmoedig en met verachting behandelen en hen niet accepteren, dan schrikken we ze alleen maar meer af. Als de apostelen, die ook Joden waren, zo met ons, heidenen, waren omgegaan als wij, heidenen, met de Joden, dan was niemand onder de heidenen een christen geworden. Want al zijn we nog zo trots op onszelf, we blijven toch heidenen. De Joden echter hebben hetzelfde bloed als Christus. Ze zijn bloedverwanten, neven en broers van onze Heere. Daarom, áls we willen roemen in het vlees en in het bloed, dan staan de Joden dichter bij Christus dan wij (Romeinen 9).

‘Zo roem niet tegen de takken; en indien gij daartegen roemt,
gij draagt de wortel niet, maar de wortel u.‘
(Romeinen 11 : 18)

Geciteerd 2: Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in [Jezus] Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden – om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is. Waar blijft het roemen dan? Het is uitgesloten. Door welke wet? Der werken? Neen, maar door de wet van geloof. Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet. Of is God alleen de God der Joden? Niet ook der heidenen? Zeker, ook der heidenen. Indien er namelijk één God is, die de besnedenen rechtvaardigen zal uit het geloof en de onbesnedenen door het geloof. Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet.

Bron *: Wikipedia
Bron geciteerd 1: checkluther-com – Meditatie 11 oktober 2020 – Luther Heritage Foundation (Veenendaal)
Bron geciteerd 2: Romeinen 3 (NBV)

Bron afbeelding: The Consecrated Woman

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Verstrekkende gevolgen…

‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.
Vereer naast mij geen andere goden. Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde.‘ (Uit Exodus 20:1-17 en Deuteronomium 5 : 6-21)

‘En Jezus antwoordde (hem): Gij zult liefhebben de Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.‘ (Uit Mateüs 22 : 34-40)

‘De wet is door Mozes gegeven, maar de genade en de waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.‘ (Johannes 1 : 17-18)

Calvijns vooropstellen van ‘de ere Gods’…

Geciteerd: De zin van het eerste gebod is volgens Calvijn: ‘de bedoeling van dit gebod is, dat de Heer alleen de superioriteit hebben wil, en Hij wil geheel zijn recht behouden te midden van zijn volk. Opdat dit zal gebeuren, beveelt Hij dat iedere goddeloosheid en ieder bijgeloof, waardoor zijn goddelijkheid verminderd of verduisterd wordt, ver van ons blijft; en om dezelfde reden wil Hij door ons geëerd een aangebeden worden met een ware aandoening van godsvrucht’ (OS 3,357).
De rechtvaardiging door geloof alleen moet niet alleen onderwezen worden ter wille van de heilszekerheid van de gelovigen, maar in het bijzonder ook daarom, dat aan de eer van God recht gedaan wordt. Dat betekent, dat de zaligheid van de mens alleen van Hem afhangt.
De mens kan ‘niet het minste toegekend worden, zonder dat aan God de eer ontroofd wordt’ (OS 3,241).
Uitdrukkelijk accentueert Calvijn, dat de rechtvaardiging van de goddeloze de eer van God en de openbaring van zijn gerechtigheid dient en dat daarom diegene, die zích op zijn eigen gerechtigheid beroemt, God de eer ontrooft (OS 3,2i5w).
In de leer van de voorzienigheid en predestinatie spitst hij de erfenis van Augustinus op dezelfde wijze toe. Niet alleen de verkiezing, maar ook de verwerping hebben hun doel in de vermeerdering van de ‘gloria Dei’. De verworpenen ‘zijn naar Gods rechtvaardig, maar ondoorgrondelijk oordeel daartoe verwekt, door hun veroordeling zijn roem te verheerlijken’ (OS 4,426).
Het begrip zelfverloochening, wijst in de Institutie de fundamentele richting van de ethiek aan, dit wordt verduidelijkt met behulp van juridische terminologie en de verwijzing naar de aanspraak van God op het hele menselijke leven (OS 3,i46w). ‘Nu is het gemakkelijk te begrijpen, wat men moet leren uit de wet, namelijk dat God, zoals Hij onze Schepper is, ook terecht tegenover ons de plaats van Heer en Vader behoudt; om deze reden moeten wij Hem de eer geven, eerbied, liefde en eerbied. Daarom zijn wij niet vrij om de begeerte van ons hart te volgen overal waartoe die begeerte ons opwekt. Maar omdat wij helemaal afhangen van onze God, moeten wij ons alleen houden aan wat Hem behaagt’ (OS 3,344). De weloverwogen oriëntatie van heel het menselijke handelen aan de ‘gloria Dei’ wordt tot een krachtige ethische drijfveer in het vroege calvinisme. De concentratie op dit alles omvattende doel verscherpt de ethiek en neemt de hele mens in beslag…

(…) Maar ik wijs u een weg die nog voortreffelijker is… (Paulus aan het slot van 1 Korintiërs 12).

Opgemerkt: God geloven was en is nog altijd God liefhebben en vertrouwen op Zijn Woord. Dat gold (dus) ook al voor Adam en Eva in het paradijs. De boom van de kennis van goed en kwaad was er niet en Gods Woord bij/over die boom werd niet gezegd omdat Gods Zijn superioriteit op de een of andere manier wilde laten blijken en tot gelding brengen, maar Adam en Eva konden daarmee op een hoogst verantwoordelijke manier – een menswaardige manier! – laten blijken dat ze God liefhadden en Hem vertrouwden en (dus) ook geloofden op Zijn Woord.
Zoals liefhebbende kinderen het doen en laten van hun liefhebbende ouders niet opvatten en begrijpen als ‘superioriteit’ willen hebben en tot gelding (laten) brengen en hun (soms ook waarschuwende) woorden niet onder de verdenking van kwaadwilligheid stellen, maar vertrouwen dat die alleen hun heil en het heilzaam samenleven op het oog hebben…
Wanneer niet de liefde – tot God én tot de naaste – maar de eer van God de hoogste prioriteit verdient in de verkondiging en de liturgie van de kerk(en), dan kweken we wel een bepaald soort werklustige kinderen (en dat zal veel ‘kerkleiders’ grote voldoening bezorgen), maar dan moeten we ons niet verbazen dat velen afhaken en dat we daar liefhebbende dankbare kinderen dan met een lampje* moeten zoeken.
* Vanwege die duisternis in de verkondiging en liturgie! Door Gods genade zijn die er gelukkig toch vast nog (veel) meer dan we zouden kunnen menen of verwachten op basis van verkondigde/heersende theologische opvattingen.

Bron citaat: ‘Calvijn en het recht‘ – door Chr Strom –  Johannes Calvijn – zijn leven, zijn werk (1) – door Willem Balke, Jan C. Klok en Willem van ’t Spijker – Uitgeverij Kok.

(1) Deze uitgave was een geschenk voor de leden van de vereniging Protestants Nederland en de abonnees van het gelijknamige maandblad, ter gelegenheid van de herdenking op 10 juli 2009 dat Johannes Calvijn vijfhonderd jaar geleden werd geboren.

Bron afbeelding:  King James Bible

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

De Goede Herder zorgt voor alles wat ons ontbreekt…

‘De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.‘*
(Psalm 23 : 1)

Van dr. Maarten Luther (1536)
Op een avond na gebed aan de eettafel uiteengezet.

Psalm 23 (6)

De oren spitsen en luisteren…

(…) “Dan [wanneer we onszelf kunnen leiden en weiden, onszelf kunnen beschermen tegen dwaling, genade en vergeving van zonden kunnen verkrijgen door onze eigen verdienste, de duivel en alle tegenslagen kunnen weerstaan, zonde en dood kunnen overwinnen …] zullen we een Christus ook niet nodig hebben als herder die ons zou zoeken, bijeenbrengen en leiden, onze wonden zou verbinden, over ons zou waken en ons kracht verlenen om de duivel te weerstaan.
Dan heeft Hij ook tevergeefs Zijn leven voor ons gegeven. Want wanneer we deze dingen kunnen doen en verkrijgen door eigen kracht en vroomheid, hebben we de hulp van Christus helemaal niet nodig.

Maar hier horen we meteen het tegenovergestelde, namelijk dat wij als verloren schapen de weg naar de Herder niet zelf kunnen vinden, maar alleen in de wildernis kunnen ronddolen. Als Christus, onze Herder, ons niet zocht en ons niet terugbracht, zouden we gewoon ten prooi moeten vallen aan de wolf. Maar nu komt Hij, zoekt en vindt jou. Hij neemt je op in Zijn kudde, dat wil zeggen in de Christelijke gemeente, en dat doet Hij door middel van het Woord en het Sacrament.

Hij geeft Zijn leven voor jou en mij, Hij wijst ons altijd de goede weg, zodat we niet in de fout gaan. Je hoort werkelijk niets over je eigen kracht, over goede werken en verdiensten – tenzij je zou zeggen dat het een bewijs van eigen kracht, en van goede werken en van verdiensten is wanneer je zelf ronddoolt in de wildernis en daar weerloos en verloren bent.

Nee, Christus alleen is hier werkzaam, maakt Zich verdienstelijk en manifesteert Zijn kracht. Hij zoekt, draagt en leidt je. Hij verdient leven voor jou door Zijn dood. Hij alleen is sterk en zorgt ervoor dat je niet omkomt, dat je niet uit Zijn hand wordt gerukt (Johannes 10 : 28). En voor dit alles kunnen wij helemaal niets anders doen dan onze oren spitsen, luisteren en met dankzegging de onuitsprekelijke schat ontvangen, en de stem van onze Herder goed leren kennen, Hem volgen en de stem van de vreemdeling vermijden. “

Maarten Luther: Dr.Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 51, S. 271 ev (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 12, p. 147 ev)

Zie ook:  De Goede Herder onmisbaar…

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding:  Heartlight

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Wat hebben Augsburg, Emden en Nunspeet (nog) ‘gemeen’?

‘Wees waakzaam, volhard in het geloof, wees moedig en sterk. Alles wat u doet
moet u met liefde doen.‘ (1 Korintiërs 16 : 13)

Emden (1571) ligt dichterbij Augsburg (1530)
dan Nunspeet (2020)…

Geciteerd 1: Laten we (dat wil zeggen allen die gereformeerd heten en willen zijn) in gesprek gaan over de basis waarop we destijds (overigens in een tijd van crisis en oorlog) samenkwamen en we elkaar als gereformeerden vonden. Dan weten we tenminste weer waar we met elkaar aan toe zijn en kunnen we daarna altijd nog kijken of we bij elkaar blijven, uit elkaar gaan of misschien wel samen met andere gereformeerden tot een vernieuwd en hereend kerkverband overgaan. In Emden begon in 1571 een bloeiende kerk die generaties lang wereldwijd tot zegen was. Waarom zou dat vanuit Nunspeet 450 jaar later niet nog eens kunnen?

Opgemerkt 1: Omdat de Augsburgse confessie (Luther en Melachton typeerden dit geschrift als een ‘apologie’) een uiterste poging was om verzoening te bereiken met/binnen de Rooms Katholieke Kerk lijkt het me goed om dit belijdenisgeschrift – waarvan in een nawoord gezegd wordt dat daarin ‘slechts datgene is vermeld wat noodzakelijkerwijs gezegd moet worden’ – (ook nu weer) goed te bestuderen (en mogelijk zelfs als uitgangspunt te nemen) bij het gesprek over wat in Emden de basis was waarop de Nederlandse gereformeerden samenkwamen en elkaar vonden.

Geciteerd 2: Hoe was nu die Augsburgse confessie ontstaan? (…) Toen nu de rijksdag te Augsburg gehouden zou worden en de keizer de Protestanten uitgenodigd had de punten van geschil met de Roomse kerk op te geven „opdat deze dwaling en tweedracht des te beter gekend en overwogen en ook alzo een eendrachtig Christelijk bestaan te spoediger hersteld en vereffend mocht worden”, gebood de keurvorst van Saksen aan de godgeleerden Jonas, Bugenhagen en Melanchton, om de mening van de Protestanten kort samen te vatten met verwijzing naar de Heilige Schrift.

Geciteerd 3: De Confessio was gematigd van toon, daar Melanchton en Maarten Luther hoopten op een verzoening met de Rooms-Katholieke Kerk. “En daarbij is niets gezegd of samengevat om ook maar iemand te beschadigen. Slechts datgene is vermeld wat blijkbaar noodzakelijkerwijs gezegd moet worden, opdat men zou kunnen begrijpen dat in onze leer of ceremoniën niets is aangenomen wat tegen de Schrift of de katholieke kerk ingaat”, zegt het nawoord.

Geciteerd 1A: Verder wordt bij ons geleerd, dat na Adams val alle op natuurlijke wijze verwekte mensen geboren worden in zonde, dat wil zeggen: zonder vreze Gods, zonder geloofsvertrouwen jegens God, gedreven door de eigen kwade begeerte. En ook, dat deze oorspronkelijke ziekte en dit oorspronkelijk gebrek werkelijk zonde zijn, het oordeel en de eeuwige dood teweegbrengen bij hen die niet worden wedergeboren door >>de doop en de Heilige Geest.<<
Geciteerd 2A: Wij veroordelen de wederdopers en anderen, die menen dat de Heilige Geest de mensen bereikt zonder woord van buitenaf, maar >>door hun eigen voorbereidingen en hun werken.<< (1)
Geciteerd 3A: Ook wordt geleerd, dat er altijd één heilige kerk zal blijven. En deze kerk is de vergadering van de heiligen, waarin het Evangelie zuiver geleerd en de sacramenten op de juiste wijze bediend worden. En voor de ware eenheid van de kerk is het genoeg om het eens te zijn over de leer van het Evangelie en over de bediening van de sacramenten. Het is niet nodig, dat menselijke tradities en door mensen ingestelde riten en ceremoniën overal hetzelfde zijn, zoals Paulus zegt: Eén geloof, één doop, één God en Vader van allen etc. [Efeziërs 4 : 5,6].
Geciteerd 4A: Hoewel de kerk eigenlijk de vergadering van de heiligen en ware gelovigen is, is het toch, daar er in dit leven nog vele huichelende en slechte mensen tussen gemengd zijn, geoorloofd* om de sacramenten te ontvangen, ook als ze door slechte mensen bediend worden, naar het woord van Christus: Schriftgeleerden en Farizeeën zitten op de stoel van Mozes etcetera [Matteüs 23 : 2]. En de sacramenten en het Woord zijn werkzaam vanwege de instelling en de opdracht van Christus, ook als ze door slechte mensen worden uitgereikt.
* Voor de Reformatie hangt de sacramentsbediening (en ‘werking’ – AJ) niet af van de mens, maar van het handelen van God, in gehoorzaamheid aan (beter hier: in overeenstemming met – AJ) het Woord.

(1) Opgemerkt AJ: Hierbij moet ik denken aan en wil ik verwijzen naar de woorden van hervormde theoloog prof. dr. A. A. van Ruler (1908-1970) zoals die onlangs nog met instemming werden aangehaald in het RD: De eigenlijke vraag voor elk mens is: Hoe vind ik een genadige God? Men gaat naar de kerk om een kans op de bekering te lopen. Zo loterij-achtig moeten we het wel zeggen. We gaan er allerminst vanuit dat de prediking de bekering automatisch schenkt. De bekering is iets wat in de mens zelf moet gebeuren. Zij is het werk van de Geest. Áls de Geest gaat werken in het hart van een mens, dan doet Hij dat door middel van het Woord. Een mens moet in „de weg van de middelen” blijven, die door de Heere zijn ingesteld. Daarom moet hij zijn leven lang trouw en regelmatig naar de kerk. Wie weet: misschien slaat de Geest op een gezegend ogenblik als een bliksem in zijn hart.[einde citaat]
Deze afgrijselijke (dit ‘helle-woord’ durf/wil ik hier heel bewust gebruiken) voorstelling van zaken dient m.i. in dit gesprek van ‘gereformeerden’ beslist ook ‘ter tafel’ gebracht en dan ook uitdrukkelijk ‘van tafel’ gehaald te worden.

Zie ook: Weet gij het niet, hebt u het niet gehoord? – II

Bron geciteerd 1: RD Opinie – ‘Emden ligt bij Nunspeet‘ – door prof. dr. H.J. Selderhuis
Bron citaten 2-3: christipedia-nl/Artikelen/A/Augsburgse_confessie
Bron citaten 1A t/m 4A: protestantsekerk-nl/zoeken/?q=augsburg (PDF Onveranderde Augsburgse Confessie (Protestantse Pers Heerenveen 2009)

Bron afbeelding: Yumpu

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente | Plaats een reactie

Luther als profeet (1)

‘Let op uw voeten als u naar het huis van God gaat. Het is beter dat men daar komt om te luisteren dan om als vrome dwazen daar God een offer te komen brengen, want zulke mensen beseffen niet dat zij kwaad doen.‘ (Prediker 4 : 17, HSV, bewerkt)

De ware ‘eredienst’…

“De pausgezinden zijn dol en onzinnig tegen ons; ze willen hun leringen met lange speren en geweld doordrijven, omdat zij met pen [lett.: ganzenveer] en waarheid niets tegen ons kunnen inbrengen. Ik [= Luther] heb met grote ernst tot God gebeden en bid nog dagelijks, dat Hij hun voornemen zal besturen en tijdens mijn leven geen oorlog in Duitsland zal laten komen. Ik ben verzekerd dat God mijn gebed werkelijk verhoort, en weet, dat, zolang ik leef geen oorlog in Duitsland zal zijn. Wanneer ik nu sterf, rust en slaap, bid dan ook [voor uzelf] (1).

Niemand echter kan Jezus, Maria’s Zoon, Heere noemen, dat is, Hem als God met heel z’n hart vertrouwen en aanroepen, tenzij hij de Heilige Geest heeft [ontvangen] (vgl. 1 Korintiërs 12 vers 3). Deze wordt echter niet gegeven aan de verachters van Gods Woord, of aan godslasteraars, epicureërs [die zeggen laten wij eten en drinken want morgen sterven wij], niet aan ongehoorzamen, moordenaars, afgunstigen, zwelgers, zuipers, hoereerders, echtbrekers, ontuchtigen, dieven, gierigaards, woekeraars en die het onrecht ruimbaan geven. Idem, niet aan hen die hun naaste afzetten en oplichten, die vals getuigenis geven, en niet aan onrechtvaardige en zelfverzekerde mensen. Want zij en allen die zo vermetel voortgaan, als zou er geen ander leven na dit korte, ellendige leven komen, zijn en blijven eeuwig onder de macht van de duivel.*

Daarom is dit het belangrijkste: dat ieder Gods Woord vlijtig zal horen en met een waar geloof zal aannemen; zijn zonden zal belijden; voor de grote toorn van God zal verschrikken en zijn zondige leven zal opgeven, en zich zal beteren en bekeren, en met ernst de vergeving van al zijn zonden van God zal begeren en afsmeken – en ook vast zal geloven dat zijn zonden hem om Christus’ wil vergeven zijn, Die Zich Zelf daarvoor heeft geofferd en overgeven.”

Bron: Tom. 8. Jen. E. 379 a. R. 344 b. Weergave: Doctor Martin Luthers äußerst merkwürdige Weissagungen, gesammelt Dreißig Jahre nach seinem Tode, im Jahre 1576, herausgegeben von Johannes Lapäus, 1846, S. 261 ff

(1) Nog in 1546, het jaar van Luthers dood, brak de Schmalkaldische Oorlog (1546/47) uit. In 1618 brak nog eens de Dertigjarige Oorlog (1618/48) uit. Ook deze oorlog was begonnen als godsdienstoorlog (contrareformatie) en zaaide in heel Duitsland onnoemelijk veel dood en verderf tot in 1648 de Vrede van Munster werd gesloten.

* Opgemerkt AJ:  De heilige Geest Die ons belooft en geschonken wordt bij onze Doop en op het (gezamenlijk) gebed kunnen we zeker ook bedroeven, (openlijk) weerstaan, en zelfs uitblussen. Dat weerstaan van de heilige Geest door misverstaan en misbruik van Gods Woord kan zelfs onderdeel (geworden) zijn van een vrome godsdienstige traditie. De apostel Paulus stond in zo’n traditie en werd er genadig van bevrijd!

Bron citaat:  maartenluther.com

Bron afbeelding:  Pinterest (Spreuken 10 : 17)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie