Verstrekkende gevolgen…

Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.
Vereer naast mij geen andere goden. Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde.‘ (Uit Exodus 20:1-17 en Deuteronomium 5 : 6-21)

En Jezus antwoordde (hem): Gij zult liefhebben de Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.‘ (Uit Mateüs 22 : 34-40)

De wet is door Mozes gegeven, maar de genade en de waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.‘ (Johannes 1 : 17-18)

Calvijns vooropstellen van ‘de ere Gods’…

Geciteerd: De zin van het eerste gebod is volgens Calvijn: ‘de bedoeling van dit gebod is, dat de Heer alleen de superioriteit hebben wil, en Hij wil geheel zijn recht behouden te midden van zijn volk. Opdat dit zal gebeuren, beveelt Hij dat iedere goddeloosheid en ieder bijgeloof, waardoor zijn goddelijkheid verminderd of verduisterd wordt, ver van ons blijft; en om dezelfde reden wil Hij door ons geëerd een aangebeden worden met een ware aandoening van godsvrucht’ (OS 3,357).
De rechtvaardiging door geloof alleen moet niet alleen onderwezen worden ter wille van de heilszekerheid van de gelovigen, maar in het bijzonder ook daarom, dat aan de eer van God recht gedaan wordt. Dat betekent, dat de zaligheid van de mens alleen van Hem afhangt.
De mens kan ‘niet het minste toegekend worden, zonder dat aan God de eer ontroofd wordt’ (OS 3,241).
Uitdrukkelijk accentueert Calvijn, dat de rechtvaardiging van de goddeloze de eer van God en de openbaring van zijn gerechtigheid dient en dat daarom diegene, die zích op zijn eigen gerechtigheid beroemt, God de eer ontrooft (OS 3,2i5w).
In de leer van de voorzienigheid en predestinatie spitst hij de erfenis van Augustinus op dezelfde wijze toe. Niet alleen de verkiezing, maar ook de verwerping hebben hun doel in de vermeerdering van de ‘gloria Dei’. De verworpenen ‘zijn naar Gods rechtvaardig, maar ondoorgrondelijk oordeel daartoe verwekt, door hun veroordeling zijn roem te verheerlijken’ (OS 4,426).
Het begrip zelfverloochening, wijst in de Institutie de fundamentele richting van de ethiek aan, dit wordt verduidelijkt met behulp van juridische terminologie en de verwijzing naar de aanspraak van God op het hele menselijke leven (OS 3,i46w). ‘Nu is het gemakkelijk te begrijpen, wat men moet leren uit de wet, namelijk dat God, zoals Hij onze Schepper is, ook terecht tegenover ons de plaats van Heer en Vader behoudt; om deze reden moeten wij Hem de eer geven, eerbied, liefde en eerbied. Daarom zijn wij niet vrij om de begeerte van ons hart te volgen overal waartoe die begeerte ons opwekt. Maar omdat wij helemaal afhangen van onze God, moeten wij ons alleen houden aan wat Hem behaagt’ (OS 3,344). De weloverwogen oriëntatie van heel het menselijke handelen aan de ‘gloria Dei’ wordt tot een krachtige ethische drijfveer in het vroege calvinisme. De concentratie op dit alles omvattende doel verscherpt de ethiek en neemt de hele mens in beslag…

(…) Maar ik wijs u een weg die nog voortreffelijker is… (Paulus aan het slot van 1 Korintiërs 12).

Opgemerkt: God geloven was en is nog altijd God liefhebben en vertrouwen op Zijn Woord. Dat gold (dus) ook al voor Adam en Eva in het paradijs. De boom van de kennis van goed en kwaad was er niet en Gods Woord bij/over die boom werd niet gezegd omdat Gods Zijn superioriteit op de een of andere manier wilde laten blijken en tot gelding brengen, maar Adam en Eva konden daarmee op een hoogst verantwoordelijke manier – een menswaardige manier! – laten blijken dat ze God liefhadden en Hem vertrouwden en (dus) ook geloofden op Zijn Woord.
Zoals liefhebbende kinderen het doen en laten van hun liefhebbende ouders niet opvatten en begrijpen als ‘superioriteit’ willen hebben en tot gelding (laten) brengen en hun (soms ook waarschuwende) woorden niet onder de verdenking van kwaadwilligheid stellen, maar vertrouwen dat die alleen hun heil en het heilzaam samenleven op het oog hebben…
Wanneer niet de liefde – tot God én tot de naaste – maar de eer van God de hoogste prioriteit verdient in de verkondiging en de liturgie van de kerk(en), dan kweken we wel een bepaald soort werklustige kinderen (en dat zal veel ‘kerkleiders’ grote voldoening bezorgen), maar dan moeten we ons niet verbazen dat velen afhaken en dat we daar liefhebbende dankbare kinderen dan met een lampje* moeten zoeken.
* Vanwege die duisternis in de verkondiging en liturgie! Door Gods genade zijn die er gelukkig toch vast nog (veel) meer dan we zouden kunnen menen of verwachten op basis van verkondigde/heersende theologische opvattingen.

Bron citaat: Calvijn en het recht‘ – door Chr Strom –  Johannes Calvijn – zijn leven, zijn werk (1) – door Willem Balke, Jan C. Klok en Willem van ’t Spijker – Uitgeverij Kok.

(1) Deze uitgave was een geschenk voor de leden van de vereniging Protestants Nederland en de abonnees van het gelijknamige maandblad, ter gelegenheid van de herdenking op 10 juli 2009 dat Johannes Calvijn vijfhonderd jaar geleden werd geboren.

Bron afbeelding:  King James Bible

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s