Bijbelwijs of wereldwijs…

De wet (leidraad/onderwijzing) van de HEER is volmaakt: levenskracht​ voor de mens.
De richtlijn van de HEER is betrouwbaar: wijsheid voor de eenvoudige.
(Psalm 19 : 8)

De mens/wetenschapper als wezen zonder leidraad*

Oftewel: de mens als ‘ongeleid projectiel’ waarvan men niet weet waar en wat voor schade deze zal aanrichten!

Citaat 1: Darwin bewees twee belangrijke ideeën: dat soorten aan elkaar verwant zijn en dat ze evolueren door natuurlijke selectie. Voor de mens is bewezen dat hij een gemeenschappelijke voorouder deelt met mensapen zoals de bonobo en de chimpansee.
Citaat 2: Daaruit volgen enkele filosofische conclusies. Een eerste is dat er wetenschappelijk gezien geen enkele aanwijzing is om in een natuurlijke doelgerichtheid te geloven. De bedenker van de doeloorzaak (‘causa finalis’) is Aristoteles: God is de onbewogen beweger, die al wat bestaat tot een hoger doel aanspoort. De essentie van de boom zit reeds in het zaad, de doeloorzaak veroorzaakt de ontwikkeling.
Citaat 3: Darwins ideeën hebben een duizelingwekkende kracht.
Citaat 4: Darwins theorie geeft ook opdrachten: als dier heb ik een beladen erfenis, die ik het best zo goed mogelijk begrijp. Maar die erfenis bepaalt me ook niet helemaal. Als mens moet ik zelf doelen formuleren. En Darwins theorie beantwoordt wel een fundamentele oorsprongsvraag, maar ze biedt daarvoor geen leidraad, zoals de oorsprongsverhalen in Heilige Schriften of mythen wel doen.

Opgemerkt:  Dus wordt niet Aristoteles denken en ook niet ‘het verhaal’ in/van de ‘Heilige Schriften’ maar de theorie van Darwin de leidraad voor ons leven en zoals de schrijfster zelf al aangeeft bevat dat geen leidraad…

* Een leidraad is een handleiding of gebruiksaanwijzing, maar kan ook een richting aangeven voor iemand. Een synoniem is richtsnoer. Bij het kopen van een apparaat kan men een leidraad oftewel gebruiksaanwijzing volgen om te begrijpen hoe het werkt.

Bron citaten: Knack (via Blendle) – ‘Maakt het uit dat ik een dier ben?‘ – door Tinneke Beeckman

Bron afbeelding:  BibleWise

Afbeelding kan het volgende bevatten: tekst
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie

Goede gave(n) van God goed leren gebruiken…

(…) 16 Dwaal niet, mijn geliefde broeders! 17 Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer. 18 Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn. (Uit Jakobus 1)

Seksuele opvoeding/ontwikkeling is o.a. (m.n.!) ‘afleren’
van ‘penetratie-gerichtheid’

Citaat: (1) Hoe kunnen vrouwen meer plezier aan seks beleven? ‘Allereerst helpt het als heterostellen seks breder zien dan penetratie, als ze proberen te vrijen zonder haast, met veel aanrakingen, tederheid en speelsheid,’ adviseert Ellen Laan. ‘Bijna alle vrouwen hebben stimulatie van de clitoris nodig om opgewonden te raken en een orgasme te krijgen.’

Opgemerkt 1:  Sommigen beseffen dat al (heel) vroeg en anderen lijken dat zelfs op hoge leeftijd nog niet geleerd te hebben. Anderen menen om ‘godsdienstige’ redenen dat alleen een door penetratie opgewekt orgasme (bij zowel man als vrouw) een ‘behoorlijke’ lichamelijke/seksuele beleving is. En een man als Augustinus vond – na jaren zich een bepaalde vrijheid gegund te hebben op seksueel gebied – het penetreren en het orgasme uiteindelijk niet veel meer dan een ‘dierlijke drift/belevenis’. (2)

Opgemerkt 2: Wat hebben jongeren en jonge stellen er veel belang bij dat ze lichamelijk welbevinden (ook die van erotiek en seksualiteit) van/bij zichzelf en de ander (al voor en in verkeringstijd) mogen ontwikkelen en ‘benutten’ zonder penetratie-gerichtheid (met in verkeringstijd én huwelijk de kans op ongewenst in verwachting maken/raken) wat hen veel beter leert om om te gaan met hun lichaam en hun seksualiteit dan allerlei geschreven en ongeschreven regels. Het is en blijft voor hen – en ieder mens! – onder alles een grote zegen om daarbij van jongsaf te leren dat zij, ook in/met die ontwikkeling, praktiseren en beleving van hun seksualiteit, leven voor het ‘vriendelijk – gunnend en vergevend! – aangezicht van God’.

Bron citaat: Psychologie Magazine (via Blendle) – ‘Feiten+fabels over seks‘ – tekst: Judith van Ankeren, Monique Kitzen, Dagmar van der Neut, Anne Pek, Marloes Zevenhuizen / bewerking: Saskia Decorte

(1) Over lust en erotiek doen allerlei verhalen de ronde, maar hoe zit het nu écht? Psychologie Magazine deed onderzoek.
Op seksgebied willen we zo normaal mogelijk zijn, weten seksuologen. En we hebben allerlei ideeën in ons hoofd over wat dat ‘normaal’ dan is. Dat je minstens twee keer per week zin moet hebben, bijvoorbeeld, of dat er boven je vijftigste weinig meer aan is. En dat het funest is voor je relatie als je geen seks hebt. Waar of niet?

(2) Geciteerd: Augustinus’ zonden zijn twijfelachtig, zijn braafheid is dat evenzeer.* Hij verstoot tenslotte zijn vriendin, omdat zijn moeder een betere huwelijkspartij voor hem weet. Tot zijn verontschuldiging zij gezegd dat hij zich ellendig voelt over de scheiding -vanwege die verdomde seks natuurlijk!-, maar geen woord van medelijden met de naamloze moeder van zijn kind. Het hoogtepunt van zijn biografie komt als hij na lange twijfel in het achtste boek door een stem wordt aangespoord de Bijbel ter hand te nemen, en een tekst op te slaan. Een barse vermaning van Paulus om het pad der zonde te verlaten zet hem eensklaps op het rechte pad, en zijn bekering is een feit.
Zie eventueel de brontekst:  Samuel de Lange herleest Augustinus

* Ook bij een man als Augustinus blijkt dat hij een heel gewone broeder van ons is geweest en dat we beter van hem kunnen leren om zelf en samen met onze gemeente Gods Woord biddend te lezen en te overdenken, dan dat we heel ijverig bestuderen wat hij allemaal beleefd en gezegd heeft. Al kunnen we zeker daar ook van leren (maar het is niet ‘zalig-makend’ te noemen!).

Bron afbeelding:  Civis Mundi

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Een Geestelijk of een natuurlijk verlangen?

En als hij alles overlegd had, ging hij naar het huis van Maria de moeder van Johannes, die toegenaamd was Markus, alwaar velen samenvergaderd en biddende waren.
(Handelingen 12 : 12)

Heer, leer (en schenk) ons (het gezamenlijk) bidden!

O, dat God zou geven, dat ergens nog een plaats was waar mensen samenkomen en bidden, waar een algemeen gebed van de hele gemeente tot God opgaat; hoe grote genade en verlossing zou op dat gebed volgen! Hoe zou je beter alle duivelen kunnen treffen? (…)

Dat weet de duivel heel goed, daarom doet hij alles wat hij kan om dit gebed te verhinderen. Dan laat hij ons liever prachtige kerken bouwen, schenkingen doen, orgelspelen, lezen en zingen, veel kerkdiensten beleggen en alles met pracht en praal versieren.

Dat doet hem helemaal geen verdriet, ja, hij helpt erbij, zodat wij deze dingen de beste denken te zijn en menen dat we het allemaal goed voor elkaar hebben. Maar dat dit algemene, machtige, gezegende gebed ondertussen verdwijnt en door dit gehuichel bijna onmerkbaar nagelaten wordt, dat heeft niemand door…, want dan heeft de duivel zijn zin!

Opgemerkt: Dan gunt en geeft de duivel ons graag een heel plezierig gevoel in onze samenkomsten en wij menen dat dat ‘natuurlijk’ ook zo behoort te zijn. En dus laten we onze ‘natuurlijke mens’ daar graag vertroetelen. En dan verlangt de ene mens ‘orthodox dogmatische’ en een ander ‘vooruitstrevend evangelische’ vertroeteling.

Maarten Luther: Von den guten Werken, 1520, vgl. WA 6, 238, 35 – 339, 20

Lezen:  Handelingen 12 : 1-19 en en 2 Timoteüs 2 : 1-15

Bron tekst: checkluther-com – ‘Samenvergaderd‘ – Meditatie van 1 mei 2020

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Verlost uit de angst…

1 ‘Loof de HEER, want Hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.’
2 Zo spreken zij die door de HEER zijn verlost,
die Hij verloste uit de greep van de angst,
3 bijeenbracht uit alle landen,
uit het oosten en het westen,
uit het noorden en het zuiden.
(Uit Psalm 107)

Maar de vreesachtigen, en ongelovigen, en gruwelijken, en doodslagers, en hoereerders, en tovenaars, en afgodendienaars, en al de leugenaars, is hun deel in de poel die daar brandt van vuur en sulver; hetwelk is de tweede dood.‘ (Openbaring 21 : 8)

Je gerechtigheid kan je niet helpen!

Je bent zo ellendig en goddeloos als het maar zijn kan…, toch moet je daar niet op blijven staren. De reden waarom wij bidden is immers dat wij ellendige en goddeloze zondaren zijn! Juist daarom is het nodig dat wij om genade bidden. Begrijp dan toch dat het er duizend maal meer aan gelegen is, dat je Gods Waarheid gelooft en met je vreesachtigheid en ongelovigheid Zijn beloften niet tot leugens maakt. Je ongerechtigheid kan je niet hinderen en je gerechtigheid kan je niet helpen. Vrees en ongeloof zullen je verdoemen maar geloof en vertrouwen zullen je behouden. Daarom mag je nu – je leven lang – nooit meer denken dat je te slecht bent om te bidden en dat je om te bidden goed moet zijn! Je bent alleen geschikt als je een gelovige waaghals bent en vertrouwt op de zekere en vaste beloften van een genadige God! Die alle arme zondaren zonder verdienste uit enkel genade op grond van Zijn beloften vergeving van zonden en het eeuwige leven beloofd heeft. Hij heeft je deze genade en barmhartigheid alleen willen openbaren en schenken, opdat je – hoewel je Zijn toorn en straf verdiend hebt – nochtans uit louter genade, tot eer van Zijn Waarheid, Hem zal loven, danken en prijzen.

Maarten Luther:  Sommerpostille 1526, vgl. WA 10.1.2, 265, 14-27

De lessen van de (Bijbelse) geschiedenis

(…) 38 Zegent Hij hen, zij worden zeer talrijk
en ook hun ​vee​ breidt zich uit,
39 zegent Hij niet, hun aantal neemt af, ze buigen
onder de last van onheil en verdriet.
40 Hij stort schande uit over de aanzienlijken,
Hij laat hen dolen in een woestenij zonder uitweg;
41 de armen behoedt Hij voor slavernij,
hun families maakt Hij talrijk als kudden.
42 Wie oprecht zijn, zien het met blijdschap,
wie ​onrecht​ doet, moet zwijgen.
43 De wijze neemt dit ter harte
en kent de trouw van de HEER.
(Uit Psalm 107)

De zekerheid des geloofs (NBG)
(…) 31 Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen? Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn? 32 Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken? 33 Wie zal uitverkorenen Gods beschuldigen? God is het, die rechtvaardigt; 34 wie zal veroordelen? (…) 37 … in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, Die ons heeft liefgehad. (Uit Romeinen 8 : 31-39)

Deze lofzang op Gods liefde in de brief aan de Romeinen is een lievelingsgedeelte van veel gelovige mensen. Het geeft hun troost en kracht als ze door moeilijke tijden heen moeten. In de NBG-vertaling hebben vertalers dit gedeelte als titel mee gegeven: ‘De zekerheid des geloofs’.  Altijd weer klampen mensen in moeilijke omstandigheden aan deze zekerheid vast. Het is ook een troostrijk gedeelte. Want wat moet je nu zeggen over alle kwaad in de wereld en in je eigen leven? Is het kwaad dan toch sterker? Paulus zegt: wij zijn voor Gods rekening, nu en in de toekomst. Geen kwaad zal tussen God en ons in kunnen komen. Niets en niemand zal sterker zijn dan Gods liefde, in Zijn Zoon Jezus ons gegeven. Eenmaal zullen we de zegen van de overwinning ervaren. Godlof!

Bron eerste meditatie: checkluther-com – ‘Vreesachtigen en ongelovigen’ – Meditatie van 29 april 2020
Bron tweede meditatie: Dag in Dag uit 2020 – 30 april 2020 – Leger des Heils | Ark Media

Bron afbeelding:  Bible Verses (Psalms of Thanksgiving)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

Moed en angst, afwijzing en compassie/empathie…

Nee, ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht. (Psalm 131 : 2a)

Citaten:  Marc Rietveld (1): ‘Mindfulness komt uit de boeddhistische traditie. Maar mensen beoefenen dit soort technieken al eeuwenlang, ook in andere geloven. Er zit een verwantschap in met bidden, want een echt gebed begint met stilte.’

  • (…) ‘Als geestelijk verzorger ben je vooral jezelf, denk ik. We kunnen mens zijn: luisteren en aandacht hebben. Iemand het gevoel geven dat hij ertoe doet. Wij komen geen trucjes toepassen of interventies doen. We kijken of er echt contact is. Ik heb mezelf vaak tot de orde moeten roepen, want ik heb ook de neiging om meteen in de doe-modus te schieten en een oplossing te zoeken. Dat is vaak helemaal niet wat passend is.’
  • (…) ‘Je hebt moed nodig om te zien wat je liever niet wilt zien. In mijn geval was dat angst. Je ziet mensen opbloeien als ze het lef hebben om dat inderdaad te doen. Mindfulness is een vriendelijke en zachte weg om het te doen. Je doet het samen. We zijn allemaal gewoon mens en je bent niet de enige met dit soort dingen.’
  • (…) ‘Ja, in die zin is deze samenleving erg prestatiegericht*.  Mensen moeten altijd aanstaan, en dat maakt ze moe.’ Jezelf niet accepteren als een bron van chronische vermoeidheid? ‘Dat je niet accepteert dat je beperkt bent, of middelmatig. Dat zijn we uiteindelijk allemaal natuurlijk…
    * En hoe is dat binnen onze gemeenten/kerken?
  • (…) ‘Je moet die machteloosheid onder ogen zien, en vervolgens bij die ander zijn. Ik zie mijn eigen onvermogen, maar ik laat dat even los. Dan is het bij de ander zijn misschien wel het enige wat echt draagt. Zowel voor de ander als voor mij.’

Psalm 131
HEER, niet trots is mijn ​hart,
niet hoogmoedig mijn blik,
ik zoek niet wat te groot is
voor mij en te hoog gegrepen.

Nee, ik ben stil geworden,
ik heb mijn ziel tot rust gebracht.
Als een ​kind​ op de arm van zijn moeder,
als een ​kind​ is mijn ziel in mij.

Israël, hoop op de HEER,
van nu tot in eeuwigheid.

Bron citaten: De Correspondent – ‘Luisteren: Zorgverleners zien meer mensen sterven. Deze geestelijk verzorger staat ze bij‘ – door Lex Bohlmeijer

(1) Geestelijk verzorger Marc Rietveld werkt in een zestigkoppig team van het UMC Utrecht dat patiënten, naasten en zorgverleners mentaal ondersteunt in de coronacrisis. ‘We zitten nu op een kantelpunt. We gaan van de sprint naar de marathon.’

Bron afbeelding:  YouTube (Sing the KJV)

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Je (hooghartig) gedragen als ‘het verkozen volk(je)’…

(…) 5 Met recht kan men van ​Sion​ zeggen: ‘Welk volk ook, het is hier geboren,
de Allerhoogste houdt ​Sion​ in stand.’ (Uit Psalm 87)

Citaat 1 (Als Duitsers): Nu Hanson (1) in de VS woont, maakt ze zich nog altijd hard voor de vrijheid. De herinnering aan de Duitse bezetters, die in hun grijze uniformen door de straten liepen en iedereen afblaften, maakt haar nog steeds boos. ‘Ze waren zo hooghartig. Het verkozen volk’ .  In Amerika ziet ze, net als veel inwoners van Arizona, de macht van het verafgelegen Washington DC als een bedreiging. De centralisatie van de macht vindt ze zo dreigend dat ze als een trotse Amerikaanse naar de vertegenwoordiger van Arizona in het Congres is toegestapt om die haar persoonsbewijs uit de oorlog te laten zien: een boekje dat het Nederlandse oorlogskabinet in 1941 onder druk van de nazi’s liet maken. Hierin stonden alle persoonsgegevens van burgers; later in het jaar werd daar ook een dikke J aan toegevoegd als iemand Joods was. Nederlanders moesten dit boekje altijd bij zich dragen en konden op straat gearresteerd worden als ze het niet bij zich hadden…

Citaat 2 (Als Amerikanen): Hanson hangt dan ook dat andere typisch Amerikaanse standpunt aan: iedereen moet de vrijheid hebben om wapens te mogen dragen, zoals dat is beschreven in het Tweede Amendement. ‘Het was voor Hitler zo makkelijk om Nederland binnen te vallen omdat er geen wapens waren. Het leger was klein en verder kon niemand iets doen,’ zegt ze. ‘Als mijn vader een geweer had gehad, had hij echt wel een Duitser neergeschoten. Dat doe je toch, als er vreemden in je land zijn?’

Citaat 3 (als Joden): (…) 3 Maar zelfs Titus, die mij vergezelde, werd niet gedwongen zich te laten ​besnijden, hoewel hij toch een Griek is. 4 Dat wilden alleen een paar schijnbroeders, die als spionnen waren binnengedrongen om erachter te komen hoe wij onze vrijheid, die we in ​Christus​ ​Jezus​ hebben, gebruikten. Ze wilden ​slaven​ van ons maken. 5 Maar we zijn geen moment voor hen gezwicht, want de waarheid van het ​Evangelie​ moest in uw belang behouden blijven. 6 De belangrijkste broeders – hun positie interesseert me trouwens niet, God slaat geen acht op het aanzien van een mens – hebben mij tot niets verplicht.

Opgemerkt: Waarom mocht het volk Israël een stukje land in deze wereld veroveren en (tijdelijk) bezitten? Opdat daar ‘het bedehuis voor alle volken’ zou staan totdat de tijd gekomen zou zijn waar Jezus over sprak tot de Samaritaanse vrouw, zoals we dat lezen in Johannes 4 : 23-24 en zoals dat al bezongen werd in Psalm 87.

(1) De Nederlandse Lucy Hanson (90) groeide op in het Hilversum van de Tweede Wereldoorlog. De Amerikaan Richard Bushong (96) vloog er met zijn B-17-bommenwerper talloze malen overheen. In Arizona, waar ze nu beiden wonen, halen ze herinneringen op aan de oorlog. Afsluitend vertelt Hanson dat ze nooit ook maar een moment heeft gevreesd dat de bezetting permanent zou zijn. In de oorlog was ze altijd optimistisch dat de Amerikanen op een dag zouden komen, daar wachtte ze op, net als iedereen in haar familie. (…) Je wist dat de bezetting uiteindelijk zou ophouden.

Bron citaten 1-2:  Nieuwe Revu (via Blendle) – ‘Herinneringen aan WO II – Onze opoffering was enorm‘ – door Jurriaan van Eerten
Bron citaat 3:  Paulus brief aan de Galaten.

Bron afbeelding: Timothy Lutheran Bible Study

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Het bedehuis van de Heer niet meer waard?

Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden,
voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen.‘  (1 Timoteüs 2 : 1)

Er wordt veel gesproken over het gebed dat je voor jezelf doet, maar het gebed dat tot het eerste gebod behoort en zondagswerk is, is veel hoger en groter. Dat moet gedaan worden voor de hele christenheid, voor de nood van alle mensen, voor vijand en vriend.

Paulus spreekt tot Timoteüs: Zo vermaan ik nu voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen en dankzeggingen voor alle mensen, voor koningen en alle overheden, opdat wij een gerust en stil leven mogen lijden in alle godzaligheid en eerbaarheid.

Dit algemene en openbare gebed – waarom wij als gemeente samenkomen – is nuttig en nodig. Daarom heet deze plaats kerk of bedehuis, dat wij daar eendrachtig als gemeente vanwege onze en de nood van alle mensen, God om genade aanroepen.

Dit gelovige bidden moet echter wel gebeuren met bewogenheid en ernst, zodat wij echt aangedaan zijn over de nood van de wereld en met een hartelijk medelijden bezet zijn.

Indien voor dit gebed in de dienst geen plaats zou zijn, dan kan je beter de hele eredienst nalaten dan deze voorbidding.

Want hoe zou je dat kunnen rijmen dat wij allen samenkomen in een bedehuis, waarvan duidelijk is dat we hier allen voor elkaar zouden bidden, en dat toch niemand medelijden heeft met zijn naaste of zich bekommert over andermans zorgen?

Opgemerkt: De eer van God is mensen (steeds weer) te redden! (zie o.a. Psalm 106) Maar, wat als de geredden zich gaan gedragen als mensen die hun redding (natuurlijk) waard waren en steeds meer waard weten te maken en die zich daarom zelfs ook in de samenkomsten niet (meer) gedragen als onnutte slaven, die daar vooral heel goed luisteren en dáár en daarna precies doen wat hun meester hen heeft opgedragen, namelijk anderen dienen, zoals Hij dat ook gedaan heeft en doet. Maar dat ze/we daar en elders gaan feestvieren en het er van nemen en andere slaven in deze wereld beginnen te minachten en slaan… Dan zijn en maken deze ‘geredde slaven’ zich een onderkomen en dienst in en buiten het huis van hun heer niet waard (Zie Matteüs 24 : 45-51 en Lukas 12 : 41-48).

Maarten Luther:  Von den guten Werken, 1520, vgl. WA 6, 237, 33 – 238, 25

Bron tekst:  checkluther-com – ‘Voorbidding‘ – Meditatie 28 april 2020

Bron afbeelding:  A God-man in Christ

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Gunnen wij alleen onszelf een nieuwe jas?

(…) 11 Want als de Geest van Hem die Jezus uit de dood heeft opgewekt in u woont, zal Hij die Christus heeft opgewekt ook u die sterfelijk bent, levend maken door Zijn Geest, Die in u leeft. (Uit Romeinen 8)

Citaat 1: Vanaf mijn geïmproviseerde thuiswerkplek heb ik zicht op een paar vuilcontainers. Restafval, glas, oud papier, textiel en plastic: elk een eigen bak.
Afgelopen week viel mij niet alleen op hoeveel mensen hun oude meuk buiten de deur hadden gezet (van een weggeroest wasrek tot een lampenkap in de vorm van een courgette – of was het toch wat anders?), maar ook hoeveel kartonnen bol.com- en GoFresh-dozen rondom de papierbak slingerden.
Maar wat mij nog het meest in het oog sprong, was de grote belangstelling voor de textielbak. Daar kwamen op een zeker moment zoveel mensen op af, dat ik haast de neiging kreeg om mijn buurmeisje te vragen met haar stoepkrijt lijnen te tekenen om die anderhalve meter afstand te kunnen waarborgen.

Citaat 2: Ben je nog steeds blij met je nieuwe jas? Misschien verlang je soms naar je oude jas, omdat hij helemaal naar je lichaam gevormd was en daarom zo lekker zat. Maar als je een nieuwe jas hebt, dan wil je die ook dragen en je draagt nu eenmaal niet twee jassen over elkaar.
Zo is het ook met het nieuwe leven dat je door het geloof in Jezus Christus hebt ontvangen. De Geest woont in je en doet je verlangen naar een leven zoals Jezus ons het heeft voorgeleefd. Je hoeft je niet af te vragen of de Geest wel krachtig genoeg is. Immers het is de Geest van God Die Jezus uit de dood heeft opgewekt. (zie Romeinen 8 : 11)
En diezelfde Geest bevrijd ons van dat oude leven, zelfs als we daar naar terug verlangen. Diezelfde Geest, Die nu ook in ons woont, doet ons verlangen naar het nieuwe leven zoals Jezus dat leefde. Aandoen die nieuwe jas en weg met de oude.

(…) De velden zijn wit om te oogsten… (Uit Johannes 4 : 35 )

Citaat 3: Dat betekent dat ook wij in deze door onze Heer Jezus Christus genoemde oogsttijd leven. En dan heeft het beeld van de oogsttijd ons veel te zeggen! Wie bekend is met het boerenbedrijf, weet dat de oogsttijd een drukke tijd is. Er is werk aan de winkel, alle handen zijn nodig. Er worden lange dagen gemaakt, tot al het graan of al het hooi binnen is. (…)
Want de oogsttijd is een bepaalde tijd, die je niet voor het kiezen hebt en die je niet voorbij kunt laten gaan. Als het graan rijp is moet je maaien – als je niets doet valt het graan uiteindelijk uit de aren op de grond, verloren. Als de sla gegroeid is, moet je gaan snijden, anders schiet hij door en heb je er niets meer aan.
Kijk, en zo is het ook met Gods grote oogst: in Zijn oogsttijd, nú, is er werk aan de winkel! De inzet van iedereen is nodig om de oogst binnen te halen, om mensen tot Hem te brengen. En net als bij een echte oogst is er maar een beperkte tijd daarvoor.

Leestip:  ‘Aan Mij is alle macht gegeven‘ – (preek van ds. A.J. Molenaar, zie Bron citaat 3)

(…) 38 Ik stuur jullie eropuit om een oogst binnen te halen waarvoor je geen moeite hebt hoeven doen; dat hebben anderen gedaan en
jullie maken hun werk af.

(Uit Johannes 4)

Bron citaat 1:  De Correspondent – ‘Deze week: wat moeten we met onze afdankertjes?‘ door Emy Demkes
Bron citaat 2:  Dag in Dag uit 2020 – Meditatie zondag 26 april – Leger des Heils | Ark Media
Bron citaat 3:  ajmolenaar-nl – Preek Johannes 4 : 35 – ‘De velden zijn wit om te oogsten’

Bron afbeelding: Mission Ventures Ministries (WordPres-com)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

Waarom we lege flesjes niet (meer) weggooien…

(…) Liefdevol en ​genadig​ is de HEER, Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.
Niet eindeloos blijft Hij twisten, niet eeuwig duurt zijn toorn.
(Uit Psalm 103)

Citaat 1: Als wij ons willen beroemen, kunnen wij ons alleen hierin beroemen dat wij uit de volheid van Christus nemen (zie Johannes 1 : 16).

Citaat 2: Wie nu – niemand uitgesloten – Zijn genade wil proeven en smaken, die mag tot Hem komen en drinken: niemand zal deze Bron kunnen leegdrinken. Hij zal het niet opgeven. Iedereen kan overvloedig genoeg daaruit ontvangen en toch blijft Hij een oneindige Springader van levend water.

Allen, allen, zowel Joden als heidenen, als zij tot deze genade willen komen, moeten uit deze Fontein drinken, Hier moeten zij hun LEGE FLESJES vullen: waar het altijd stroomt en overloopt. Zo moeten zij hun dorst lessen bij deze Bron van levend water, Die in het eeuwige leven ontspringt. Zijn volheid heeft geen eind of maat, daarom, schenk maar volop in, en drink met blijdschap en verheuging, want hier is overvloed en genoeg tot in het eeuwige leven, waar dan met loven en danken van God uw dorst voor eeuwig voorbij zal zijn.

(…) Prijs de HEER, al zijn schepselen, prijs Hem, overal in zijn rijk.
Prijs de HEER, mijn ziel. (Uit Psalm 103)

Leestip:  Psalm 103

Mijn enige troost | 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus’ – Woensdag Zondag 15 Vraag: Wat verstaat gij onder het woordje: Geleden – Samen gesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden – © 2015 Den hertog B.V., Houten

Bron afbeelding:  Talk To The World

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

Waarop al ons bidden gegrond is…

Want u komt de belofte toe. En uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zovelen als er de Heere, onze God, toe roepen zal.‘ (Handelingen 2 : 39)

De vastheid van Gods beloften gelovig beamen!

God Zelf grondt ons bidden op Zijn beloften en nodigt ons daarmee tot het gebed. Als er geen beloften waren…, wie zou dan nog durven te bidden?

Wij hebben tot nu toe veel manieren gebruikt om te bidden – er zijn hele boeken over geschreven – maar wil je goed voorbereid en geschikt zijn, neem dan eerst de beloften van God in gedachten en grijpt Hem hier aan!

Dan zal je spoedig het verlangen en vertrouwen zien komen om te bidden. Deze vrijmoedigheid zal je vast en zeker niet krijgen…, behalve als je bidt op grond van Gods beloften.

Zij die zonder de beloften van God bidden, die verzinnen en bedenken altijd bij zichzelf dat God boos en kwaad op hen is, en willen Hem dan tevreden stellen met hun bidden of met iets anders.

Als er dus geen verlangen en vertrouwen is om te bidden, maar alleen onzekere en verkeerde gedachten, en een bezwaard geweten, dan worden zulke gebeden niet verhoord, maar beide, je gebed en je moeite zijn tevergeefs.

Maarten Luther: Predigten des Jahres 1525, vgl. WA 17.1, 249, 26-36

Lezen: Handelingen 2 : 37-47, tekstvers voor meditatie: vers 39

Dankzegging (Uit Gereformeerde formulier voor het dopen van kinderen)

Almachtige, barmhartige God en Vader, wij danken en loven U, dat Gij ons en onze kinderen, door het bloed van uw lieven Zoon Jezus Christus, al onze zonden vergeven, en ons door uw Heiligen Geest tot lidmaten van uw eniggeboren Zoon, en alzo tot uw kinderen aangenomen hebt, en ons dit met den Heiligen Doop bezegelt en bekrachtigt.
Wij bidden U ook, door Hem uw lieven Zoon, dat Gij deze gedoopte kinderen met uw Heiligen Geest altijd wilt regeren, opdat zij christelijke en godzalig opgevoed worden, en in den Heere Jezus Christus wassen en toenemen; opdat zij uw Vaderlijke goedheid en barmhartigheid, die Gij hun en ons allen bewezen hebt, mogen bekennen, en in alle gerechtigheid, onder onzen enigen Leraar, Koning en Hogepriester, Jezus Christus, leven, en vromelijk tegen de zonde, den duivel en zijn ganse rijk strijden en overwinnen mogen, om U, en uw Zoon Jezus Christus, mitsgaders den Heiligen Geest, den enigen en waarachtigen God, eeuwiglijk te loven en te prijzen. Amen.

Bron tekst:  checkluther-com – ‘Gods beloften’ – Meditatie van 18 april 2020

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on do everything unto the glory of God)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie