‘Niets anders te weten dan’…

Want het woord des kruises is wel dengenen die verloren gaan, dwaasheid;
maar ons, die behouden worden, is het een kracht Gods.
(1 Korinthe 1 : 18)

Geciteerd 1: De hoogste wijsheid is: als je aan de zwakke gestalte van de gekruisigde Christus hangt en je niet aan Hem ergert en als je niets anders van God weet of over Hem denkt, dan dat Hij gekruisigd is.
Het is gevaarlijk om te denken aan Zijn majesteit, want een boze geest kan zich voordoen alsof hij de gestalte van de majesteit is. Hij kan echter niet doen alsof hij de gestalte van het kruis is, want dan is hij overwonnen en op de grond geworpen. Daarom haat hij dit met alle vijandigheid.

Niet zelf ‘de boze majesteit van God’ uithangen voor het volk…

Geciteerd 2: De HEER zei tegen Mozes: ‘Neem de staf en roep met je broer Aäron de Israëlieten bijeen. In hun bijzijn moeten jullie de rots daar bevelen water te geven. Jullie zullen water voor hen uit de rots laten komen, en mensen en vee te drinken geven.’
Mozes nam de staf uit het heiligdom, zoals de HEER hem had opgedragen. Hij en Aäron lieten iedereen bij de rots samenkomen. ‘Luister, opstandig volk,’ zei Mozes, ‘zullen wij voor u uit deze rots water laten stromen?’ Hij hief zijn hand op, sloeg tweemaal met zijn staf op de rots, en het water stroomde eruit, zodat iedereen te drinken had, en ook het vee. De HEER zei tegen Mozes en Aäron: ‘Omdat jullie niet op Mij vertrouwd hebben, en in het bijzijn van de Israëlieten geen ontzag hebben getoond voor Mijn heiligheid, zullen jullie dit volk niet in het land brengen dat ik het geef.’ (Uit Numeri 20 : 7-12)

Geciteerd 3:HEER, mijn God, u bent begonnen uw dienaar uw grootheid en kracht te tonen. Welke god in de hemel of op aarde kan uw daden en uw macht evenaren? Sta mij toch toe over te steken en dat goede land aan de overkant van de Jordaan te zien, die mooie bergen en de Libanon.’
Maar door uw schuld was de HEER tegen mij in woede ontstoken en Hij weigerde naar mij te luisteren. Hij zei: ‘Genoeg, zwijg hier verder over! Beklim de Pisga en kijk vanaf de top uit naar het westen, het noorden, het oosten en het zuiden. Kijk goed om je heen, want je zult de Jordaan niet oversteken. (Uit Deuteronomium 3 : 24-27)

Opgemerkt 1:Maar door uw schuld‘… Probeert Mozes hier de schuld toch nog wat van zich af te schuiven en bij het volk te leggen? Dat blijven wij mensen altijd wel sterk geneigd om de schuld niet bij onszelf te zoeken maar te wijten aan ‘de omstandigheden’ of door naar ‘de ander(en)’ te wijzen.

Opgemerkt 2: Doet Paulus dat ook niet min of meer wanneer hij (later) schrijft ‘maar ik handelde uit onwetendheid’ (toen hij de gemeente fel vervolgde), want bij zijn roeping klonk in feite toch het verwijt: Paulus, waarom handel jij – hoewel het je zwaar valt (1) – tegen beter weten in (2), en vervolg je Mij?’ (zie Handelingen 9 : 3)

(1) Prikkels de verzenen, een ouderwets woord voor “hiel”. De ‘verzenen opheffen’ heeft betrekking op het achteruit trappen dat een trekdier doet om zich te verweren. Runderen werden namelijk gebruikt om te ploegen en als ze ongewillig waren, trapten ze met hun poten achteruit. De boer gebruikte dan een stok met een punt in de hand die hij achter hun poten hield of had op de ploeg een dwarslat met prikkels gemonteerd, waardoor ze zich bezeerden als ze trapten en het dus afleerden.
(2) Paulus was er ook bij toen Stefanus zijn rede uitsprak voor het Sanhedrin waar op het laatst de leden van het Sanhedrin schreeuwden en tierden en de handen voor hun oren hielden omdat ze die woorden niet (langer) wilden aanhoren en aannemen.

Bron citaat 1:  checkluther-comMeditatie 27 augustus 2020 – Luther Heritage Foundation (Veenendaal)

Bron afbeelding: SlideShare

Afbeelding kan het volgende bevatten: tekst
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

‘Wonderlijk gesprek’…

Hij vertelde hun deze gelijkenis: Iemand had een vijgenboom in zijn wijngaard geplant en ging kijken of de boom vrucht droeg, maar hij vond geen vijgen‘…
(Uit Lukas 13 : 6-9)

Geciteerd 1: Rachel is ervan overtuigd dat haar zus (1) niet dood heeft gewild. “Haar geheim werd steeds groter en ze heeft geen andere uitweg gezien. We hoorden vlak na Diannes overlijden dat er een term voor bestaat: pretend student. Het begint met het vertellen van een klein leugentje, vaak om bestwil, maar het vertaalt zich naar een oneindig web van leugens.”

Met Diannes verhaal hoop ik mensen aan het denken te zetten. Ik hoop dat mensen die in dezelfde situatie zitten als Dianne, wél durven praten, wel iemand in vertrouwen durven nemen. Want je kunt wél terug.

Ik wil hun vertellen dat het er niet om gaat wat je doet, dat het niet gaat om status en prestatie, maar om wie je bent; en dat je er mag zijn, ook als je faalt.”

Geciteerd 2: Terug naar de afgelopen zes jaar. Rachel vertelt over zus Dianne, die na twee jaar biomedische wetenschappen en farmacie in Leuven in 2013 eindelijk was ingeloot voor geneeskunde. “Dat was haar grote droom. We begrepen dus wel dat het haar goed af ging. We zijn een hecht gezin. In het weekend was het vaak gezellig, samen aan de witte wijn, lekker eten, kletsen. De aanhang erbij.”

Opgemerkt 1-2: Het kan ons in het leven in deze wereld overkomen – ondanks de mooie plek die we daar ontvingen en alles leek mee te werken aan onze ontplooiing – dat we het gevoel krijgen en/of beseffen daar wel tot een bladrijke vijgenboom uitgegroeid te zijn op een bevoorrechte plaats, maar dat we ook beseffen dat het toch niet lukt of lukken zal om daar vrucht te dragen zoals dat van een vijgenboom verwacht mag worden*… En daar kan iemand zich heel machteloos en ellendig onder voelen…

* Lees de gelijkenis over de onvruchtbare vijgenboom in Lukas 13 : 6-9.

Geciteerd 3: De Franse schrijfster Simone Wijl had het goed begrepen toen ze schreef diep geschokt te zijn door deze gelijkenis. Is dit, zo vroeg ze zich af, het beeld van mijn leven?

Opgemerkt 3: Heeft ‘de heer van de wijngaard’* niet alle reden om aan dat nutteloze bestaan een eind te maken? – en stemmen wij daar op een gegeven moment misschien zo mee in dat we zelf maar een einde maken aan dat nutteloos bestaan.

* Die ‘heer van de wijngaard’ dat kan ook ‘onze omgeving’ zijn en ‘ons eigen ik’ en het voortdurende vergelijk dat men ons leert maken en dat we zelf ook voortdurend doen en dat ten gunste of ten ongunste van onszelf kan uitvallen…

Geciteerd 4: Maar dat wonderlijke gesprek vind plaats. Het gesprek tussen de wijngaardenier (tuinman) en de eigenaar (‘de heer van de wijngaard’). Tussen de Vader en de Zoon. Meer nog dan Abraham pleitte voor Sodom, komt de Here Jezus op voor de vruchteloze mensenlevens op aarde.

Niet vanwege iets in die mensen, maar vanwege Zijn eigen werk. Als Ik nu… En dat pleiten bezegelde Hij met Zijn offer aan het kruis. Twee stemmen klinken in de gelijkenis aangaande die (nutteloze) vijgenboom. De rechthebbende stem van de eigenaar en de liefhebbende stem van de wijngaardenier.

We moeten er wel voor oppassen die twee stemmen van elkaar te scheiden en tegen elkaar uit te spelen. Dat kan makkelijk gebeuren. De Vader wordt dan gezien als de God van toorn, die hardvochtig is en de zoon als de God van genade. Het Oude Testament wordt dan uitgespeeld tegen het Nieuwe. Maar zo moeten we het niet zien. In werkelijkheid zijn de eigenaar en de wijngaardenier Eén.

Dit gesprek heeft iets van een geheim. Het is de kern van het Evangelie. Het Evangelie van Jezus Christus in Wie God omwille van onvruchtbare mensen optornt tegen zijn eigen terechte nee. Wat is het kruis van Christus anders dan dit gesprek. Nee, doorgronden kunnen we het niet. Dit Evangelie is voor de mens van huis uit een dwaasheid. (…*)

* Lees vervolg van dit citaat in deze bijlage.

Bron citaten 1-2: AD (via Blendle) – ‘Zes jaar deed Dianne alsof ze studeerde‘ – door Lieke Mulder (Heesch)
Bron citaten 3-4: Lukas IX-XVI – Deel 2 – door ds. D.M. van der Linde (1952)

(1) Tot in detail liet Dianne Tonies iedereen geloven dat ze geneeskunde studeerde, jarenlang. Het eindigde toen de 26-jarige Heesche een einde aan haar leven maakte, op haar kamer in een studentenhuis in Leiden. Haar zus Rachel vertelt. “Haar geheim is haar fataal geworden.”

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on Eschatological parables)

Geplaatst in Bijbel, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Pastorale handreiking voor gebed en een ‘biddend leven’… (VI)

 ‘En wat jullie in Mijn Naam vragen, dat zal Ik doen, zodat door de Zoon de grootheid
van de Vader zichtbaar wordt. Wanneer je iets vraagt in Mijn Naam zal Ik het doen.
(Johannes 14 : 13-14)

Opgeschreven voor een goede vriend (1535)

Geciteerd 1: (…) De zesde bede.Leid ons niet in verzoeking.” Zeg: “O lieve Heer, Vader en God, houd ons fit en alert, gretig en ijverig in uw Woord en dienst, zodat we niet zelfgenoegzaam, lui en traag worden alsof we alles al hadden bereikt. Op die manier kan de vreselijke duivel niet op ons vallen, ons verrassen en ons uw kostbare Woord ontnemen of strijd en facties onder ons aanwakkeren en ons in andere zonde en schande brengen, zowel geestelijk als lichamelijk. Schenk ons liever wijsheid en kracht door Uw Geest, zodat we hem moedig kunnen weerstaan en de overwinning kunnen behalen. Amen.”

Geciteerd 2: (…) De zevende bede.Maar verlos ons van de boze.” Zeg: “O lieve Heer, God en Vader, dit ellendige leven is zo vol ellende en rampspoed, van gevaar en onzekerheid, zo vol boosaardigheid en trouweloosheid (zoals de apostel Paulus zegt: De dagen zijn kwaad [Efeziërs 5 : 16] opdat we met recht het leven moe zouden worden en naar de dood verlangen.

Maar U, lieve Vader, kent onze zwakheid; loods ons daarom om veilig door zoveel goddeloosheid en geweldenarij heen; en schenk ons, wanneer ons laatste uur komt, in Uw barmhartigheid een gezegend vertrek uit dit dal van verdriet en tranen, zodat we bij de dood niet bang of moedeloos worden, maar in vast geloof onze ziel in Uw handen toevertrouwen. Amen.”

Geciteerd 3: (…) “Je moet ook weten dat ik niet wil dat je al deze woorden in je gebed reciteert (opzegt). Dat zou het niets anders maken dan ijdel geklets en geprevel, of door ze op te lezen, net als de rozenkransen van de leken en de gebeden van de priesters en monniken. Ik wil liever dat uw hart wordt bewogen en geleid met betrekking tot de gedachten zoals die met en in de woorden van het Onze Vader ons zijn gegeven. Deze gedachten kunnen op veel verschillende manieren en met meer woorden of minder worden uitgedrukt, als uw hart oprecht en met warme gloed geneigd is tot gebed.

Ik bindt mijzelf niet aan zulke woorden of lettergrepen, maar zeg mijn gebeden vandaag op de een en morgen op een andere manier, afhankelijk van mijn stemming en gevoel. Ik blijf echter zo dicht mogelijk bij dezelfde algemene gedachten en ideeën. Het kan af en toe gebeuren dat ik verdwaal tussen zoveel ideeën/gedachten in een bede dat ik de andere zes negeer. Als er zo’n overvloed aan goede gedachten tot ons komt, moeten we de andere bedes negeren, ruimte maken voor dergelijke gedachten, in stilte luisteren en ze in geen geval tegenhouden.

De Heilige Geest Zelf predikt hier, en één woord van Zijn preek is veel beter dan duizend van onze gebeden. Vaak heb ik meer van één gebed geleerd dan van veel lezen en speculeren.

Geciteerd 4: (…) Dit is in het kort de manier waarop ik het Onze Vader gebruik als ik het bid. Tot op de dag van vandaag zuig ik aan het Onze Vader als een kind, en als een oude man eet en drink ik ervan en krijg ik nooit genoeg. Het is het allerbeste gebed, zelfs beter dan het psalter, dat mij zo dierbaar is. Het is zeker duidelijk dat een echte meester het heeft gecomponeerd en onderwezen. Wat jammer dat het gebed van zo’n meester over de hele wereld zo oneerbiedig wordt gebrabbeld en gepreveld!

Hoevelen bidden in de loop van een jaar duizenden keren het Onze Vader, en als ze dat duizend jaar zouden blijven doen, zouden ze er nog geen ‘tittel of jota’ van hebben geproefd of gebeden! Kortom, het Onze Vader is de grootste martelaar op aarde (net als de Naam en het Woord van God). Iedereen martelt en misbruikt het; weinigen putten troost en vreugde uit het juiste gebruik ervan.

Bron citaat 1: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 38, S. 358 ev (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 43, p.197)
Bron citaat 2: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 38, S. 358 ev (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 43, p. 198)
Bron citaat 3: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 38, S. 358 ev (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 43, p. 198 ev)
Bron citaat 4: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 38, S. 358 ev (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 43, p. 198 ev)

Bron afbeelding:  SlideShare

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Geen andere Naam…

Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus, de Heere;
en dat wij uw dienaars zijn om Jezus’ wil.
‘ (2 Korintiërs 4 : 5)

Citaat: De godzalige mensen hebben op aarde niets kostbaarders dan de Naam van de Heere. Die alleen loven, verkondigen en belijden ze voor de mensen, want Die alleen is machtig, wijs, heilig, goed, vroom en rechtvaardig. Hun eigen naam roemen en loven ze echter helemaal niet

(…). Maar zo makkelijk we dit kunnen zeggen, zo moeilijk is het dit te doen. Want het is heel moeilijk voor een mens om van zijn naam af te komen en voor God en alle mensen tot niets te worden zowel in de tegenwoordige als in de toekomstige wereld.

En toch: als dat niet gebeurt, dan kan de Naam van de Heere op aarde niet grootgemaakt worden en kunnen we Hem in de hemel niet danken.

~~~

De wapens waarmee wij ten strijde trekken dienen niet ons eigen belang, maar zijn er om met hun kracht bolwerken te slechten voor God. We halen spitsvondigheden neer en iedere verschansing die wordt opgetrokken tegen de kennis van God, we maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen en zullen op het moment dat u Hem volledig gehoorzaam bent geworden, paraat staan om anderen voor hun ongehoorzaamheid te straffen.’ (2 Korintiërs 10 : 4-6)

Wij zijn niet zo overmoedig om ons te vergelijken met degenen die zichzelf zo aanprijzen, laat staan ons aan hen gelijk stellen. Zij tonen aan hoe dom ze zijn door zichzelf als maatstaf en norm te nemen.‘ (2 Korintiërs 10 : 12)

Wil iemand zich op iets beroemen, laat Hij zich op de Heer beroemen, want niet wie zichzelf aanprijst is betrouwbaar, maar wie door de Heer wordt aangeprezen.‘ (2 Korintiërs 10 : 17-18)

Bron: Maarten Luther – Meditatie zondag 23 augustus 2020 – checklutehr-com – Luther Heritage Foundation (Veenendaal)

Bron afbeelding:  http://www.instazu-com

Afbeelding kan het volgende bevatten: de tekst '2Corinthians 10 NLT 12Oh, don't worry, we wouldn't dare say that we are as wonderful as these other men who tell you how important they arel But they are only comparing themselves with each other, using themselves as the standard of measurement. ra'
Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Weet gij het niet, hebt u het niet gehoord? – II

(…) 6 Volg de weg van Christus Jezus, nu u Hem als uw Heer aanvaard hebt. 7 Blijf in Hem geworteld en gegrondvest, houd vast aan het geloof dat u geleerd is en wees vervuld van dankbaarheid. 8 Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op menselijke tradities zijn gebaseerd en zich richten op de machten van de wereld en niet op Christus. 9 Want in Hem is de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig, 10 en omdat u één bent met Hem, het hoofd van alle machten en krachten, bent ook u van die volheid vervuld. 11 In Hem bent u ook besneden, niet door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam. 12 Toen u gedoopt werd bent u immers met Hem begraven, en met Hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die Hem uit de dood heeft opgewekt. (Uit Kolossenzen 2)

Geciteerd 1:Als ik mezelf enigszins als zondaar, in m’n verlorenheid en verkeerdheid, ontdekt heb*, dan kán ik het eenvoudig niet geloven, dat het mogelijk zou kunnen zijn, dat er genade voor mij is en dat ik een kind van God mag zijn. Als de dominee me dat niet iedere zondagmorgen met ambtelijk gezag van Godswege zei, dan zou dat voor mij iedere werkdag alleen maar volstrekte waanzin zijn. Ook daarom moet ik om mijns levens wil iedere zondag naar de kerk” (Van Ruler, ”Waarom zou ik naar de kerk gaan?”).

* Opgemerkt AJ: De heilige Geest ontdekt ons daaraan en zelfs steeds meer door/onder de verkondiging van Gods Woord, maar Hij overtuigd ons daarbij ook van Gods liefde en genade!

Geciteerd 2: De eigenlijke vraag voor elk mens is: Hoe vind ik een genadige God?* Men gaat naar de kerk om een kans op de bekering te lopen. Zo loterij-achtig moeten we het wel zeggen.** We gaan er allerminst vanuit dat de prediking de bekering automatisch schenkt. De bekering is iets wat in de mens zelf moet gebeuren. Zij is het werk van de Geest. Áls de Geest gaat werken in het hart van een mens, dan doet Hij dat door middel van het Woord. Een mens moet in „de weg van de middelen” blijven, die door de Heere zijn ingesteld. Daarom moet hij zijn leven lang trouw en regelmatig naar de kerk. Wie weet: misschien slaat de Geest op een gezegend ogenblik als een bliksem in zijn hart.**

* Opgemerkt AJ: Maarten Luther zou versteld hebben gestaan wanneer men de moeilijke weg die hij moest gaan om een ons genadig God weer voor zichzelf en anderen te ont-dekken in Gods Woord nu aan iedereen wordt opgelegd! Dan is al zijn moeite vergeefs geweest en is iedereen weer ‘terug bij af’!
** Opgemerkt AJ:  Dit soort denken en spreken is de consequentie van een rationalistisch omgaan met hoe de levende God tot ons wil spreken door Zijn Woord en daarnaar niet willen luisteren als een gehoorzaam kind dat zijn/haar Vader tot hem/haar als Vader hoort spreken. Men maakt zichzelf en/of anderen tot slaven die slaafs de kerkdiensten bezoeken omdat dit nu eenmaal de weg is die God ons heeft opgelegd: in de samenkomsten van de gemeente je kans(je) afwachten.

Opgemerkt AJ: Onze Heer Jezus Christus verweet de Schriftgeleerden van Zijn tijd dat ze de sleutel tot de kennis hadden weggenomen. Ze hadden zich met het Woord van God in de hand en de mond belangrijk gemaakt en anderen van hun inzichten afhankelijk gemaakt. Ze versperden met hun leringen het ingaan in het koninkrijk der hemelen – in het hier en nu! – voor zichzelf en ook voor anderen. En we zien in deze citaten een theoloog dat ook weer doen!

Jezus roept allen tot zich die vermoeid en belast zijn en zegt: Ik zal u rust geven. En die rust schenkt Hij ons bij de eerste ontmoeting met Hem en voor velen was dat het moment dat ze als baby gedoopt werden in het midden van Zijn gemeente. ‘Laat de kinderen tot Mij komen en verhinder ze niet‘, zegt onze Heer, ‘want van hun (van ‘zodanigen’) is het koninkrijk van God‘ (Marcus 10 : 14).

De ouders van zo’n gedoopte baby en dat gedoopte kind(je) gaan (later) niet elke zondag naar de kerk, zoals men naar een loterij gaat, waar de kans op een winnend lot (statistisch gezien) groter wordt naarmate je er meer aan meedoet (vaker en meer loten koopt) – wat een afschuwelijke voorstelling van zaken! – maar omdat ze elke dag mogen en behoren te leven vanuit het geloof in een hen om Christus’ wil genadig God en Vader. Dat moeten ze niet iedere zondag maar weer (ambtshalve) van de predikant horen om het weer te (kunnen) geloven om dat het hen in de afgelopen week weer ‘waanzin’ (b)leek!

Het zal eerder nog zo zijn dat een zondagse verkondiging mensen doet/moet opschrikken dan dat het hen helpen moet om ‘het’ (dat er genade is bij God) maar weer te kunnen aanvaarden en geloven. En ook is het niet zo dat de predikant daar iedere zondag (ambtshalve) genade en geloof aan het uitdelen is! Hij verkondigd het Woord en dát – niet de voorganger/predikant – moet dan en daar maar ook elke werkdag weer aanvaard en geloofd worden!

De vieringen van het Avondmaal dié zijn de gemeente/ons gegeven om van Gods genade weer verzekerd te worden en om daarmee en daardoor ons geloof te versterken en van die vieringen moet de voorganger/predikant het niet minder hebben dan de leden van de gemeente.

In hoeveel van onze gemeenten en kerken in Nederland moet er echter eerst heel wat gekend en ervaren worden en beleefd of ‘toe-geëigend’ zijn en (daarom) aan verstandelijke vermogens zich ontwikkeld hebben, voordat je – volgens veel huidige ‘Schriftgeleerden’ mag ‘ingaan in het koninkrijk van God’? En kunnen en moeten we daarom die “Schriftgeleerden’ niet hetzelfde verwijt voorhouden dat onze Heer Jezus Christus de Schriftgeleerden van Zijn tijd hier op aarde voorhield: Door jullie hoogmoed hebben jullie de sleutel tot de kennis weggenomen en daarom hebben jullie eenvoudige gelovigen – ‘kinderen, zondaars en tollenaars’ – de Weg niet gewezen, maar juist versperd, waardoor ze niet in durven en/of kunnen gaan!
Dát – die opgeworpen godsdienstige/theologische versperringen! – die blokkeren een dankbaar en blijmoedig leven van mensen die er altijd weer tegenaan lopen dat ze toch altijd nog weer zondige Adams-kinderen blijken te zijn, maar die desondanks toch altijd weer mogen (moeten!) horen en weten dat – en dat van kinds af aan – ze om Christus’ wil geliefde kinderen zijn van de Vader!

Onze Heer Jezus Christus onderwijst ons aan het begin van Lukas 11 bij zijn onderwijs over het (“Onze Vader!) gebed, wat voor een hemelse Vader wij hebben en hoe Hij zorg draagt voor Zijn kinderen en Zijn Geest schenkt aan allen die Hem daarom vragen en lees het vervolg van Lukas 11 en ook Lukas 12 om te lezen/’horen’ wie en wat dat ‘onbezorgde’ leven als ‘kinderen van de Vader’ bedreigen en hoe wij ons daarop hebben voor te bereiden en tegen te wapenen en welke strijd wij kunnen verwachten.

Zo te horen en te geloven en (daarnaar) te leven dat kan alleen door dagelijks te leven van Woord en gebed en door bij samenkomsten van de gemeente en de vieringen van het Avondmaal niet verstek te laten gaan. Het moet ons nu veel te zeggen hebben dat juist dat gemeentelijk vieren van het Avondmaal ons ontvallen (‘afgenomen’) is. Maar Gods kinderen mogen ook nu – vast en zeker, op grond van Gods Woord weten: Jezus Christus blijft Dezelfde, gisteren en vandaag en tot in Eeuwigheid.*

Soli Deo Gloria!

*  Zie de tekst uit 1 Kronieken 17 op de afbeelding!

Zie ook: ‘Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord… (I)’

Bron citaat 1: RD Opinie – ‘Zonder verzoening blijft er geen goed woord over‘ – door prof. dr. M.J. Kater
Bron citaat 2: De hervormde theoloog prof. dr. A. A. van Ruler (1908-1970) aangehaald in een artikel van het RD.

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Weet gij het niet, hebt u het niet gehoord? – I

(…) 21 Eerst was u van Hem vervreemd en was u Hem in al het kwaad dat u deed vijandig gezind, 22 maar nu heeft Hij u door de dood van zijn aardse lichaam met zich verzoend om u heilig, zuiver en onberispelijk bij zich te brengen. 23 Maar dan moet u blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest zijn in de hoop die het Evangelie brengt, het Evangelie dat u gehoord hebt en dat aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is, en waarvan ik, Paulus, de dienaar ben geworden. (Uit Kolossenzen 1)

Geciteerd: „Als ik mezelf enigszins als zondaar, in m’n verlorenheid en verkeerdheid, ontdekt heb, dan kán ik het eenvoudig niet geloven, dat het mogelijk zou kunnen zijn, dat er genade voor mij is en dat ik een kind van God mag zijn. Als de dominee me dat niet iedere zondagmorgen met ambtelijk gezag van Godswege zei, dan zou dat voor mij iedere werkdag alleen maar volstrekte waanzin zijn. Ook daarom moet ik om mijns levens wil iedere zondag naar de kerk” (Van Ruler, ”Waarom zou ik naar de kerk gaan?”).

Opgemerkt: Zó zal ik het Van Ruler niet na willen en kunnen zeggen en ik zal uitleggen waarom niet. Laten we het leven van Maarten Luther als voorbeeld nemen. Op zijn gedachten over God lag de bedekking van eeuwen kerkgeschiedenis. Een bedekking die door de theologen/kerkleiders was aangebracht en in stand gehouden en die daarom zo moeilijk ont-dekt kon worden bij het lezen van Gods Woord waarmee Maarten Luther toch dagelijks bezig was.

We zien datzelfde precies zo in de geschiedenis van Gods volk in het Oude Testament. Heel de OT-geschiedenis door probeerden de leiders van Gods volk samen met de afvallige profeten een voor het volk aantrekkelijke godsdienst te creëren en van het dienen van God er een voor (bepaalde) mensen ‘haalbare kaart’ van te maken. Natuurlijk mocht en moest die Godsdienst best heel wat kosten, maar toch!

Hoe anders leert de Bijbel ons! Het liefhebben van God – Hem vertrouwen door Hem te geloven op Zijn Woord! – en het liefhebben van de naaste als onszelf, dat is voor ons mensen een ‘onhaalbare kaart’. Dat bleek al in het paradijs… Dat lukt ons natuurlijke mensen niet en we Zijn daarvoor helemaal aangewezen op onze liefhebbende en ons – om Christus’ wil – genadige God.

Dat hoorden Adam en Eva direct al na hun val in het paradijs. Ze wisten dus – dat hadden ze gehoord – waar ze aan toe waren, met God, met zichzelf, met de wereld en met de boze en behalve God Zelf zouden die anderen hen voortdurend problemen bezorgen. Toch hadden ze de vaste belofte van overwinning van God Zelf gehoord. De overwinning op het kwaad was hun voorzegd, maar hoe dat zou gaan gebeuren dat moest nog openbaar worden in de loop van de mensengeschiedenis…

Niet alleen Adam en Eva, maar ook wij mensen konden en kunnen dus al ‘van den beginne’ weten waar wij met ‘deze God’ (de God van de Bijbel, de God van het Oude en Nieuwe Testament) aan toe zijn:

(…) 28 Weet u het niet? Hebt u het niet gehoord? De eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, wordt niet moe en niet afgemat. Er is geen doorgronding van Zijn inzicht.
29 Hij geeft de vermoeide kracht en Hij vermeerdert de sterkte van wie geen krachten heeft. 30 Jongeren zullen moe en afgemat worden, jonge mannen zullen zeker struikelen; 31 maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen, zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden, zij zullen snel lopen en niet afgemat worden, zij zullen lopen en niet moe worden. (Uit Jesaja 40)

(…) 13 Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden. 14 Hoe zullen zij dan Hem aanroepen in Wie zij niet geloven? En hoe zullen zij in Hem geloven van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder iemand die predikt? 15 En hoe zullen zij prediken, als zij niet gezonden worden? Zoals geschreven staat: Hoe lieflijk zijn de voeten van hen die vrede verkondigen, van hen die het goede verkondigen!
16 Maar zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest. Jesaja zegt namelijk: Heere, wie heeft onze prediking prediking – geloofd? 17 Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God. (Uit Romeinen 10)

Wordt vervolgd! – Zie  ‘Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord? – II’

Bron citaat: RD Opinie – ‘Zonder verzoening blijft er geen goed woord over‘ – door prof. dr. M.J. Kater.

Bron afbeeldingPinterest (Pin on Isaiah 40 268-31)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De profeet Ezechiël over ‘witkalkers’…

Hoor, de Heer roept tot de stad – wie wijs is heeft ontzag voor Uw Naam. Hoor het striemen van de roede: wie zou er dan nog voor haar getuigen?
(Micha 6 : 9)

Kunnen we deze corona-tijd en de gevolgen ervan voor de samenkomsten van de gemeente(n) van onze Heer Jezus Christus zien als vergelijkbaar met de tijd van de teloorgang van de tempeldienst van het vroegere Israël?
Dat ‘verlies’ wordt beschreven in het Bijbelboek Ezechiël en daar blijkt dat God Zelf Zich terugtrekt en dan kan niemand de teloorgang van de tempeldienst nog tegenhouden. En later is het in het jaar 70 na Christus opnieuw zo ver….
Nu zijn ons de gemeentelijke vieringen van het Avondmaal ontnomen en nu kunnen we wel heel druk zijn met het zoeken en creëren van allerlei oplossingen, maar vragen we ons daarbij ook af of we ons niet vooral druk hebben te maken over het waarom van dit verlies…

Het Godsvolk bouwt zelf muren en de profeten kalkten ze wit…

(…) 9 Ik keer me tegen de profeten met hun bedrieglijke leugens en valse voorspellingen. Ze zullen uit de gemeenschap worden gestoten. Ze zullen niet meer ingeschreven staan in de boeken van het volk van Israël, en in het land van mijn volk zal geen plaats meer voor hen zijn. Dan zullen jullie inzien dat ik God, de HEER, ben.
10 De profeten hebben mijn volk op een dwaalspoor gebracht toen ze zeiden dat het vrede zou blijven, en mijn volk bouwde muren die door de profeten met witkalk werden bepleisterd – maar het bleef geen vrede.
11 Zeg daarom tegen die witkalkers dat hun muur zal instorten. Als er slagregens komen, als er hagelstenen neerkletteren, als er een stormwind losbreekt 12 en de muren instorten, zal er dan niet worden gezegd: ‘Waar is jullie pleisterwerk gebleven?’
13 Daarom – zegt God, de HEER – zal ik in mijn woede een stormwind laten losbreken en slagregens doen neerslaan, ik zal hagelstenen laten neerkletteren in mijn allesverwoestende toorn.
14 Ik haal de witgepleisterde muren omver, ze zullen instorten en hun fundamenten zullen bloot komen te liggen. De stad zal in puin vallen en jullie zullen omkomen. Jullie zullen weten dat ik de HEER ben.
15 Ik zal mijn woede koelen op de muren en op de witkalkers, ik zeg jullie dat de muren zullen verdwijnen samen met hen die ze hebben bepleisterd: 16 de profeten van Israël met hun profetieën over Jeruzalem, die visioenen hadden van vrede terwijl het geen vrede zou blijven – zo spreekt God, de HEER.”  (Uit Ezechiël 13)

~~~

(…) 59 Dit zegt God, de HEER: Door je niet te houden aan ons verbond heb je je eed gebroken, en daarom zal Ik je behandelen zoals je verdient. 60 Toch zal Ik aan dat verbond blijven denken, het verbond dat Ik met je gesloten heb in de dagen dat je nog jong was. Daarom zal Ik nu een verbond met je sluiten dat eeuwig zal duren. 61 Als je grote en je kleine zusters weer bij je komen, zul je over je gedrag nadenken en je ervoor schamen. Je zult ze van mij als dochters krijgen, al maken zij van het verbond geen deel uit. 62 Als Ik mijn verbond met jou heb gesloten, zul je beseffen dat ik de HEER ben 63 en overdenken wat je gedaan hebt; je zult je schamen, en zwijgen omdat je vernederd bent – maar Ik vergeef je alles wat je hebt gedaan. Zo spreekt God, de HEER.’ (Uit Ezechiël 16)

Geciteerd: Ds. F. van Deursen (emeritus predikant van de NGK) in ‘Bijbellezingen over het boek Ezechiël*  bij het slot van hoofdstuk 16 van dit Bijbelboek:

Hoe Hij zich toch nog over haar ontfermde, vs. 53-63, 42

U hebt het zo zachtjesaan al wel gemerkt: wanneer je de profeten leest, zegt de Here telkens tegen Israël: ’t Is afgelopen! Nu is het afgelopen! Maar dan hoor je Hem daarna ook zeggen: ‘Maar hélemaal afgelopen is het niet!’ Hier in Ezechiël 16 : 53-63 hoort u dat ook weer.

Want hoe zou het gaan? In vs. 42 zegt de Here: Als Ik u dan zus en zo gestraft heb, ‘dan zal Ik tot rust komen en me niet langer getergd voelen’.  Het lijkt wel of de Here een mens is, een woedende vader, die nog zit uit te hijgen van zijn boosheid. ‘Dan zal Ik tot rust komen’. Zo is God.

En dan? Dan schep Ik toch weer betere tijden voor mijn zwaar getergde echtgenote Israël. Als het Oude Verbond dan zo geschonden is, dan zal Ik toch terugdenken aan de tijd datje nog zo jong en zo mooi was. En dan zal Ik een eeuwig, een blijvend verbond met je sluiten.

Dat is het Nieuwe Verbond waarin ook wij, van afkomst heidenvolken, door het geloof zijn opgenomen. Ik zeg ‘óók’: want het omvat ook talloze gelovige Israëlieten. Het is het verbond waarvan Jezus Christus Borg en Middelaar geworden is. Daartoe heeft God zijn afvallige, ontrouwe vrouw Israël toch nog willen verwaardigen.

Want onze Here Jezus is voortgekomen uit het Israël dat uit de ballingschap terug mocht keren. Maar elke Jood, die in die Heiland der wereld gelooft en de geschiedenis ook van zijn volk ootmoedig beziet in het licht van Ezechiël 16, zal zich wel moeten schamen. Heeft Jahweh mijn volk toch nog verwaardigd om de Zaligmaker der wereld te mogen voortbrengen? Wat een genade!

Ja, diepe schaamte, dát past het gelovige Israël. Maar diepe schaamte past evengoed de kerk-uit-de-heidenen. Om haar afkomst, haar roeping, haar schuld en haar begenadiging. Hoe is het mogelijk dat er nog een kerk bestaat!

Wat een aansporing om ons hele, maar dan ook ons hele hart te verpanden aan niets en niemand anders dan aan onze trouwe, genadige en liefdevolle God en Vader en aan zijn lieve Zoon, onze Here Jezus Christus, de Rots van onze levens en ons deel in eeuwigheid.

* Uitgave 2002, lees ook het Voorwoord via deze link

Bron afbeelding:  Greg Sloop Blog

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

Een én-én prediker… *

Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; (…) en bidt voor degenen (…) die u vervolgen.’ (Mattheüs 5 : 44)

‘Twee kanten van dezelfde de medaille’*…

Hier moeten we onderscheid maken tussen eenvoudige christenen en personen die een ambt hebben. Want hoewel christenen vriendelijk zijn voor elkaar en bidden voor mensen die hen beledigen en vervolgen, moet er ook sprake zijn van recht en straf van ambtswege.

(…) Want anders zouden we de boze helpen, dan zou hij gesterkt worden en ruimte krijgen. Dan zou het net zijn alsof ik tegen onze vijanden, die het Evangelie en de eenvoudige mensen die daaraan vasthouden vervolgen en met voeten treden (1a), zou zeggen: ‘Beste heren! Moge de lieve God u belonen!’

(…) Nee, mijn beste broeder, eerder moeten we dit zeggen: ‘Ik ben een prediker met tanden in zijn mond en ik kan bijten en mensen ongezouten (#) de waarheid zeggen. (1b)

En als ze het niet willen horen, dan moet de prediker hen in de ban doen, de hemel toesluiten en van Godswege een hels vuur en de duivel op hen afsturen.’ (2)

Bron: Maarten Luther – Meditatie 19 augustus 2020checkluther-com – Luther Heritage Foundation (Veenendaal).

(#) ZieVerkondiging is: zout in de wonden wrijven!

(1 a+b) Jezus over en tegen de ‘kerkleiders/theologen’ van zijn tijd:

1a (…) ‘Terwijl de menigte luisterde, zei Hij tegen zijn leerlingen: ‘Pas op voor de Schriftgeleerden die zo graag in dure gewaden rondlopen en op het marktplein eerbiedig begroet willen worden, en een ereplaats verlangen in de synagogen en bij feestmaaltijden: ze verslinden de huizen van de weduwen en zeggen voor de schijn lange gebeden op. Over hen zal strenger worden geoordeeld dan over anderen!’ (Uit Lukas 20 : 45-47)

1b (…) ‘U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben. Welnu, de Schriften getuigen over Mij, maar bij Mij wilt u niet komen om leven te ontvangen. Niet dat de mensen mij moeten eren, maar Ik ken u: u hebt geen liefde voor God in u. Ik ben gekomen namens mijn Vader, maar u accepteert Mij niet, terwijl u iemand die namens zichzelf komt, wel zou accepteren. Hoe zou u ooit tot geloof kunnen komen? Van elkaar wilt u wel eer ontvangen, maar u zoekt niet de eer die de enige God u kan geven. (Uit Johannes 5 : 39-43)

(2) Zie 1 Korintiërs 16 : 22 en 1 Timoteüs 1 : 20 

* Bij de titel: N.a.v.  woorden in de ‘Preek’ tijdens dienst van NGK ‘De Ontmoeting’ (Voorthuizen-Barneveld) op zondagmorgen 16 augustus 2020

Bron afbeelding:  BibleWordings-com

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

‘Christus voor ogen geschilderd’…

(…) Galaten, u hebt uw verstand verloren! Wie heeft u in zijn ban gekregen? Ik heb u Jezus Christus toch openlijk en duidelijk als de gekruisigde voor ogen geschilderd? 2 Ik wil maar één ding van u weten: hebt u de Geest ontvangen door de wet na te leven of door te luisteren en te geloven? 3 Bent u werkelijk zo dwaas weer op uw eigen kracht te vertrouwen, en niet langer op de Geest? 4 Is alles wat u hebt meegemaakt dan voor niets geweest? Dat kan toch niet! 5 Geeft God u de Geest en goddelijke krachten omdat u de wet naleeft? Of geeft Hij ze omdat u naar Hem luistert en op Hem vertrouwt? (Uit Galaten 3)

Geciteerd:Als het kruis naar de achtergrond wordt geschoven, kan de Heilige Geest niet werken. De ontkerkelijking is mede een gevolg van tientallen jaren van matte prediking, waardoor de Geest Zijn werk niet kan doen.” (1)

Opgemerkt:  Nogal een ‘kip en ei’ vraag/situatie! Natuurlijk hebben predikant en kerkenraad een grote verantwoordelijkheid wat betreft de bediening van het Woord en de Sacramenten en wat daarmee en daarover gezegd wordt in de samenkomsten en op bezoek bij de gemeenteleden thuis.

Toch ligt de verantwoordelijkheid altijd in de eerste plaats bij de mensen thuis en in de gezinnen. Leeft men daar bij het Woord en belijdt men daar met woord en daad de diepe afhankelijkheid van de genade van onze God over onze levens.

Want thuis is zoveel afleiding en in het gewone leven valt zoveel te beleven dat het verlangen naar een zondagse samenkomst om daar het Woord te horen en de Sacramenten te ontvangen en daarmee/daardoor gemeenschap met elkaar te hebben zomaar wegkwijnt.

En dan helpt het niet om van de samenkomst een hele happening te maken en van de preek een soort vurig en aanvurend betoog, want dat soort strovuur dat daar brandt en opgewekt wordt is niet in staat om ons leven door de week diepgaand te veranderen!

Laat predikanten en kerkenraad maar heel gewoon blijven zaaien ook al gebeurd dat met veel tranen, dan kunnen ze met een gerust hart de uitkomst aan God overlaten!

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Ds. Geluk: „Ontkerkelijking komt mede door matte prediking‘ – door RD-verslaggever

(1) ‘Waardoor de Geest Zijn werk niet kan doen’? Lijkt me beter om dat niet zo te stellen.  Waar het Woord opengaat doet de Geest Zijn werk. We kunnen – waar het Woord open gaat of open ging (aan het begin van de dag bijvoorbeeld) – wel op allerlei manieren het werk van de Geest – direct al of later – tegenstaan en tegenwerken of ontlopen, maar dat is toch wat anders dan te stellen dat de Geest Zijn werk niet kan doen.

(…) Terwijl Hij dit zei, verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep tegen Hem:  Gelukkig de schoot die u gedragen heeft en de borsten waaraan u gedronken hebt. Maar Hij zei: Gelukkiger (Zalig) zijn zij die naar het Woord van God luisteren en er naar leven (het bewaren, zich er aan houden). (Lukas 11 : 27-28)

Bron afbeelding:  King James Bible

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

‘Kom mij in mijn ongeloof te hulp’…

Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen.
(Psalm 73 : 24)

Weerstaan met ‘mannelijke rijpheid’! *

Telkens als we verdrietig zijn en aangevochten worden, moeten we ons vlees mannelijk weerstaan.*
Als het door de aanvechting boos en ongeduldig wordt, moeten we zeggen: ‘Ik weet niet waarom God mij nu zo verlaten heeft.  Maar ik twijfel er niet aan dat de liefhebbende, genadige Vader dat volgens Zijn goede, wijze raad doet, zodat het uiteindelijk voor mijn bestwil is, ook al ziet en begrijpt mijn zondige vlees dit niet, maar moppert het en verweert het zich tegen de Geest.
Want dit kruis moet toch in het geloof en met geduld overwonnen worden. Daarom zal ik het geduldig dragen.
Het vlees is weliswaar zwak, het zucht, roept en klaagt.’ Maar God zegt: ‘Jij weet er niets van, je bent een dwaas; het is Mijn raad en Mijn wil dat Ik uit jouw kruis iets moois zal laten ontstaan.’

* De ‘mannelijk rijpheid’ die vrouwen/moeders haast ‘van nature’ bezitten en waarbij m.n. de ‘rijpe mannen’  van ‘het pastoraat’ (de voorgangers/predikanten, de ouderlingen en diakenen, de pastoors, bisschoppen en pausen)  moeten oppassen dat ze het een gelovige vrouw niet afnemen!
* Teneinde: “de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus” (…) “Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar Hem die het hoofd is: Christus.“(Uit Efeziërs 4)

Bron: Maarten Luther – Meditatie 18 augustus 2020checkluther-com – Luther Heritage Foundation (Veenendaal).

Bron afbeelding:  Knowing Jesus

Geplaatst in Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie