Het werk van de Geest in verkondiging en doop…

Geciteerd 1: Preken die christenen uitdagen en laten groeien hoeven niet hoogdravend of moeilijk te zijn (zo is preken überhaupt niet bedoeld). Maar dit soort preken worden wel gehouden door mannen die zich hebben ondergedompeld in de tekst. Een voorganger die veel tijd besteed aan preekvoorbereiding hoeft zich bijna nooit af te vragen hoe het gedeelte waar hij over preekt christenen uitdaagt en hun groei bevordert. Gods Woord heeft zelf alles al in zich om Gods bedoeling ermee waar te maken (Jesaja 54:10-11). Alle moeite die de predikant gedaan heeft betaalt zich uit doordat de gemeente de vruchten plukt van zijn ijver.

Geciteerd 2: Een christelijke predikant is op grond van het Nieuwe Testament niet priester, maar lid van de gemeente, door Gods genade belast met de taak aan de gemeente het Woord en de Sacramenten te bedienen. Wat ieder gemeentelid op zijn of haar plaats is, elke christelijke vader of moeder, elke gelovige opvoeder van de jeugd en wat ieder ook maar als taak mag hebben in de maatschappij op eigen vakgebied, dat is voor God principieel niet anders, dan wat de dienst is van een predikant in een gemeente.

Opgemerkt 1: Ja, zo mag de landman ijverig bezig zijn en de wasdom en de vrucht over laten aan het werk van de Geest. Misschien had in dit tweede artikel (zie verwijzing onderaan) het werk van de Geest in de harten van de gelovigen door middel van de Sacramenten Doop en Avondmaal ook aan de orde gesteld zullen worden. Paulus doet dat beslist wel in zijn verkondiging. Hij laat de (nieuwe) leden van de gemeente van Jezus Christus horen dat zij tot geloof waren gekomen niet door de uitwendige prediking – die was waar het Paulus betrof niet erg indrukwekkend geweest – maar door kracht van de Geest, Die had de bereidheid in hen opgewekt om zich te laten dopen en zich te voegen bij de gemeente van Jezus Christus en om zich dan ook te stellen onder de voortgaande prediking van Gods Woord daar (ter plaatse).
Toen ze eenmaal gedoopt waren, toen kregen ze ook van de heilige Geest het gelovig aannemen van Gods Woord zoals dat in de verdere verkondiging en onderwijs van de apostelen en hun medewerkers aan de orde kwam. Dus de volgorde is: kracht van de heilige Geest om gehoor te geven aan de Boodschap van een mens, die als mens op geen enkele manier zich onderscheidde van andere predikers (van andere godsdiensten) in die tijd en die een voor de oren en het verstand van de ‘natuurlijke mens’ een ‘dwaze boodschap’ bracht. (1)

Opgemerkt 2: Daarom kunnen we Joden en heidenen die zich toentertijd lieten dopen geheel gelijk stellen aan onze ‘onwetende’ kinderen die gedoopt worden. Dat ze – de Joden op de eerste dag in Jeruzalem en de heidenen in Korinthe bijvoorbeeld – zich lieten dopen dat gebeurde niet op grond van allerlei wijsheid en kunde van mensen (aanwezig bij de apostelen of de dopelingen) maar puur en alleen door kracht van de heilige Geest. Daarom kan de doop ook zo’n vast en zeker hulpmiddel blijven (‘grond bieden’) voor het geloof, want ze wijst niet op iets in de mens maar op de bemiddeling en kracht van de Geest. En dat is dus echt niet ander bij de Doop van onze kleine kinderen (babies) in het midden van de gemeente van onze Heer! (2)

Opgemerkt 3: We kunnen hierbij dan ook nog iets zeggen over ‘uitverkiezing’. We zien bij de doop van bekeerlingen in Jeruzalem en later in Korinthe Gods uitverkiezing in praktijk! Degenen die gehoor gaven aan het Woord waren daar de uitverkorenen die voortaan de grote daden Gods zouden verkondigen – niet zoals de apostelen – maar door in hun levenspraktijk te laten zien dat ze zich nu in Christus Jezus kinderen van God wisten (3) en dat door de kracht van de heilige Geest, Die dat besef dagelijks en wekelijks werken wilde door het onderwijs van de apostelen en de door hen uitgekozen medewerkers en bij en door het ‘samen breken van het brood’. Die uitverkiezing toen in Jeruzalem of daar in Korinthe moest hen tot troost zijn en ook tot het besef brengen dat ook hun kinderen (direct al) mochten delen in die erfenis. Wat dat betreft was er geen breuk met het verleden waar eerder (maar dan alleen) de geboren kinderen van het Joodse volk deelden in de beloften aan Abraham. (4)

(1) Zie de eerste hoofdstukken van de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs.
(2) Zie o.a. 1 Korintiërs 2 de verzen 4-5 en Kolossenzen 2 de verzen 11-13.
(3) Zie 1 Petrus 1 de verzen 22-25 en 2 de verzen 9-10.
(4) Zie Handelingen 2 de verzen 37-42, Efeziërs 2 de verzen 11-22 en Galaten 3 vers 3 en de verzen 27-29.

Bron citaat 1:Preken voor ongelovigen, gelovigen en de gemeente (2)‘ – door Aaron Menikoff.
Bron citaat 2:De zeven gesprekken van Maleachi – Het derde gesprek‘ – door Walter Lüthi.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geen mooie folder maar ReisGids voor Onderweg!

Zeg daarom tegen de Israëlieten: “Ik zal er Zijn heeft mij naar u toegestuurd.” Ook zei Hij tegen Mozes: ‘Zeg tegen hen: “De Heer heeft mij gestuurd, de God van uw voorouders, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. En Hij heeft gezegd: ‘Zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik aangeroepen worden door alle generaties.‘”‘ (Uit Exodus 3 de verzen 14-15)

Geciteerd:Veel christenen struikelen over moeilijke Bijbelteksten die ze niet begrijpen”, merkt docent Pieter Siebesma op. “De Bijbel is geen verhaal over een vakantiereisje, waarbij we kunnen klagen als het appartement kleiner of het uitzicht minder mooi is dan in de folder.”

Opgemerkt 1: Het is (dan) ook geen boek waaruit we eerst door ‘grote breinen’ (als een Calvijn of een prof. dr. W.J. Ouweneel) allerlei theologische waarheden op een rijtje gezet dienen te krijgen om ons zo (eerst) een volgens hen juist beeld van God te laten vormen. Nee, het is een reisgids voor onderweg (1) waarbij de heilige Geest, Die onze Heer en Heiland (Redder) vertegenwoordigt in ons leven, onze Leidsman is. Daarom leven Christenen dagelijks van Woord en gebed en verzuimen ze ook de samenkomsten van de gemeente niet op een dag waarop de heilige Geest hen graag alle werk uit handen wil nemen en laten uitrusten (2) om dan Zelf het werk ter hand te nemen van hun toerusting door Woord en Sacrament. (3)

(1) Mozes kwam dan ook niet – na het schapenhoeden bij zijn schoonvader Jetro – terug in Egypte met een dik godsdienstig boek over God bij zich, nee, ze zouden door de levende God, Die zich aan Mozes geopenbaard had als JHWH, bevrijd gaan worden uit Egypte en een woestijnreis gaan (mee)maken onder Zijn hoede (en soms ook woede!) en voortdurende zorg…

(2) Zoals het volk in de woestijn op de Sabbat geen manna verzamelde.

(3) We lezen de Bijbel ook samen met de Kerk van alle eeuwen. De HC vind ik nog het beste hulpmiddel (voor jong en oud) om dat te leren doen, daarom hadden de gereformeerde kerken ook de gewoonte om dat in de tweede samenkomst als regel te doen.

Opgemerkt 2: Wat betreft het Bijbelonderwijs aan de hand van de Catechismus durf ik wel te stellen dat dat leeronderwijs in de tweede dienst (indertijd) meer ‘zoden aan de dijk zette’, dan het moeizame lesgeven tijdens catechisatie-uren. Meen dat de jeugd heel best zonder dat vroege (leeftijd 12-16 jaar) catechisatie-onderwijs kan, tenminste wanneer de ouders thuis eenvoudig praktisch onze Heer dienen en het gewone Bijbellezen en bidden met elkaar niet nalaten en ook niet verzuimen de samenkomsten van de gemeente samen met de kinderen bij te wonen. Maar dan zal ook de ‘leerdienst’ eerst weer in ere hersteld moeten worden. Of men daar nog ‘oren’ naar heeft?

Bron citaat: CIP-NL – ‘De bijbel is geen verhaal over een vakantiereisje’ – docent Hebreeuws Pieter Siebesma

Bron afbeelding: Bol-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Bieden de Sacramenten geen zekerheid?

De wind blaast, waarheen hij wil en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet vanwaar hij komt en waar hij heengaat; alzo is een ieder die uit de Geest geboren is.” (Uit Johannes 3 vers 8 )

Geciteerd: Wij lezen ook nergens in de heilige Schrift, dat iets zichtbaars –zoals de sacramenten– met zekerheid de Geest meebrengt. Integendeel, indien ooit iets zichtbaars met de Geest medegebracht is, dan was de Géést de drager en niet dat zichtbare. Zo kwamen, toen een sterke wind opstak, door de kracht van de wind de vurige tongen mee, maar niet andersom de wind door de kracht der tongen. Zo bracht de wind kwakkels mee en voerde sprinkhanen weg, maar geen kwakkels of sprinkhanen waren ooit zo snel, dat zij de wind konden meebrengen.

Opgemerkt: Tot zulk soort uitspraken ‘niet met zekerheid de Geest meebrengt’ kom je wanneer je bij de uitleg van een Bijbeltekst niet heel de context van de tijd en de omstandigheden waarin die woorden gesproken (en/of opgeschreven) werden meeweegt. Je zou ook – met Luther – kunnen zeggen: wanneer je niet lang genoeg ‘klopt op zo’n tekst’ en bidt om opening daarvan door de heilige Geest!

Onze Heer Jezus Christus spreekt daar de Schriftgeleerde/Farizeeër Nikodemus aan op het getuigenis van Hem en dat van Johannes. Op dát werk van de heilige Geest moesten de Schriftgeleerden en Farizeeën acht geven in plaats van – voornamelijk uit eigen belang – het te ontkennen en te negeren. Daar was de heilige Geest bezig met het passeren van het vele werk dat de Joodse Schriftgeleerden en Farizeeën hadden verzet en waar ze trots op waren en waarvan ze alle credits verlangden van al hun Joodse broeders en zusters en dus ook van onze Heer Jezus Christus en van Johannes de Doper. Dat nieuwe werk van de Geest in het optreden en de doop van Johannes de Doper en het werk dat onze Heer begonnen was te doen, dat was in geen mensenhart opgeklommen en daarom hadden de Joodse ‘theologen/kerkleiders’ het ook niet ‘voorzien’. (Lees hierbij 1 Korintiërs 1 en 2!)

Jezus’ woordde Geest blaast waarheen Hij wil‘ is dus niet te gebruiken om iets te kunnen zeggen over of de heilige Geest Zich vast met/aan de bediening van de Sacramenten verbonden heeft of niet. Daar hebben we andere Bijbelgedeelten bij nodig om daar een uitspraak over te kunnen doen!
We lezen in Lukas 7 dat de heilige Geest bij het onderwijs van Jezus de oren en ogen opende van degenen die zich eerder door Johannes de Doper hadden laten dopen, maar dat Hij dat niet deed bij de Farizeeën en Wetgeleerden die zich niet hadden laten dopen.

Toen u gedoopt werd bent u immers met Hem begraven, en met Hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die Hem uit de dood heeft opgewekt.‘ (Uit Kolossenzen 2 vers 12)

Bron citaat: RD Kerk & religie – Meditatie ‘Johannes 3 : 8‘ – Huldrych Zwingli (1)

(1) Huldrych Zwingli, reformator in Zürich (in ”Verantwoording des geloofs voor keizer Karel”, 1530)

Bron afbeelding: YouTube

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Paulus’ burgerrecht was ‘in Rome’ en het deed ertoe!

Maar Paulus zei tegen de gerechtsdienaars: ‘Ze hebben ons zonder proces in het openbaar stokslagen laten geven, hoewel we Romeins staatsburger zijn, Daarna hebben ze ons in de gevangenis opgesloten, en nu willen ze ons heimelijk laten gaan? Geen sprake van! Laat ze zelf maar komen om ons vrij te laten.‘ (Uit Handelingen 16 vers 37)

De commandant ging erheen en zei: “Zeg mij eens, ben jij een Romein?” Paulus zei: “Ja.” De commandant antwoordde: “Ik heb het Romeinse burgerrecht voor veel geld gekocht.” Paulus antwoordde: “Maar ík ben als Romein geboren.” (Uit Handelingen 22 de verzen 27-28)

‘… maar als deze beschuldigingen die deze mensen tegen mij inbrengen op niets berusten, kan niemand mij aan hen uitleveren. Ik beroep me op de keizer!’ Na overleg met zijn raadgevers verklaarde Festus toen: ‘U hebt u beroepen op de keizer, dan zult u ook naar de keizer gaan!‘ (Uit Handelingen 25 de verzen 11-12)

Geciteerd:Christus is in u, Hij is uw hoop op Goddelijke luister.‘ (Uit Kolossenzen 1 vers 27)
Het zelfstandig naamwoord ‘luister’ wordt tegenwoordig niet zoveel meer gebruikt. Het betekent: schittering, glans*. De Bijbel in de Gewone Taal spreekt van een schitterende toekomst. Dat is volgens Paulus een mysterie dat hij door zijn prediking bekend heeft willen maken aan zijn hoorders. Dat heeft wel tot gevolg gehad dat hij heel wat moest lijden en nu in Rome gevangen zit ( best ontluisterend was dat allemaal, toch?! – AJ). Maar het is zeker de moeite waard geweest. (…) In de tekst van vandaag heeft hij het nog eens samengevat: ‘Christus is in u, Hij is uw hoop op Goddelijke luister.‘ Zonder Christus ontbeert ons leven glans. Maar door Hem kunnen we schitterend leven.

* Opgemerkt 1: Best ‘ontluisterend’ wanneer ‘luister’ domweg vertaalt/weergegeven word met ‘schittering, glans’. Gods luister dat is zoveel meer! Het is Zijn enorme macht en majesteit zoals die ons blijkt uit heel de schepping, maar het is ook Zijn hemelse luister zoals daar in de Bijbel ook over gesproken wordt en het is ook Zijn Zelf-openbaring in onze mensengeschiedenis en die van de Kerk hier op aarde. Heel de schepping en alle hemelingen bezingen die ontzaggelijke luister van God. En wij mensen zullen die luister van God straks niet meer door de zonde ‘onluisterd’ tegenspreken, maar onderdeel zijn van die Goddelijke luister met heel ons bestaan.

Opgemerkt 2: De mensen uit de tijd van Paulus zullen niet veel (goddelijke/Goddelijke) ‘luister’ aan deze man ontdekt hebben. Net zoals van zijn ‘buitenkant’ niet konden zien dat hij (geboren) Romeins staatsburger was, net zo min konden andere mensen (waaronder gelovige leden van de gemeenten) zien dat Paulus een apostel was met een hemels burgerrecht. Dat glansde echt niet van hem af. Zo schitterend was het allemaal niet wat en hoe hij sprak en wat anderen over hem vertelden en wat hem allemaal overkwam vanwege zijn apostelschap. In 1 Korintiërs 4 de verzen 6-21 maakt hij nog eens duidelijk hoe ‘schitterend’ zijn bestaan wel niet was en dat tegenover leden van de gemeente in Korinthe die al de ‘schitterglans’ van een koning hadden in die gemeente.

Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze Redder, de Heer Jezus Christus. Met de kracht waarmee Hij in staat is alles aan Zich te onderwerpen, zal Hij ons armzalig lichaam gelijk maken aan Zijn verheerlijkt lichaam’ (Uit Filippenzen 3 vers 20)

NB. Opgemerkt bij de kop: Paulus had vanwege de wet van God en zijn geboorte als Jood ook ‘burgerrecht’ in Jeruzalem, maar de verantwoordelijken daar die wilden dat niet (meer) horen en hem dat niet geven.

Bron citaat: Dag in Dag uit – Meditatie 21 april 2021 – Leger des Heils | Ark Media

Bron afbeelding: ImageQuote

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De wapenrusting van de Kerk…

De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.
(Psalm 23 : 1)

Van dr. Maarten Luther (1536)
Op een avond na gebed aan de eettafel uiteengezet.

Psalm 23 (25)

U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand, u zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over
‘ (Psalm 23 vers 5)

Geciteerd: Hoe kan het dat de christenheid, die zo zwak is, toch bestand is tegen de listen en tirannie van de duivel en ook die van de wereld? De Heer is haar Herder; daarom ontbreekt het aan niets. Hij voedt en herstelt hen geestelijk en lichamelijk; Hij houdt hen op de goede weg; Hij geeft hen ook Zijn stok en Zijn staf als een zwaard. Dit zwaard wordt echter door hen niet met de hand gehanteerd, maar met de mond. Hiermee worden niet alleen de treurenden getroost, maar daarmee wordt ook de duivel en al zijn apostelen op de vlucht gejaagd, hoe sluw en doortrapt ze zich ook mogen gedragen en verdedigen.

Bovendien heeft de Heer voor hen een tafel of paaslam gereed gemaakt en bereid, en dat om hun vijanden volledig te vernietigen als ze hevig woeden, tegen haar knarsetanden, gek worden, krankzinnig, en razen en tieren, en al hún hulpmiddelen, vakmanschap, kracht en macht tegen hen inzetten. Toch kan de dierbare bruid van Christus aan de tafel van haar Heer gaan zitten, van het paaslam eten, van het frisse water drinken, gelukkig zijn en zingen: “De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.” Dit zijn de haar gegeven wapens, waarmee ze tot nu toe al haar vijanden heeft verslagen en overwonnen. 

Hiermee behoudt ze ook zeker de overwinning tot aan de dag van het oordeel. Hoe meer de duivel en de wereld haar treiteren, tiranniseren en martelen, hoe beter het haar vergaat. Ten bate van haar loutering en groei overkomt haar vervolging, lijden en sterven. Daarom heeft een van de oudvaders gezegd: “Het bloed van de martelaren is zaad.” Waar er één wordt geëxecuteerd, staan honderd anderen op. Van deze wonderbaarlijke overwinning zingen verschillende psalmen; bijvoorbeeld de negende, de tiende en er zijn er meer.

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 51, S. 271 ev (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 12, p. 147 ev)

Opgemerkt AJ: De wapenrusting van de Kerk is dus niet haar (machtige) theologie (die kan zeker gemist worden!) of haar gemeenschappelijk en goed georganiseerd (missionaire of cultuur scheppende) streven en zelfs eenstemmigheid onder christenen mag er niet toe worden gerekend. De Kerk is aangewezen op het Woord en de Sacramenten en de eenvoudige trouwe voortgaande bediening daarvan onder de leiding van de heilige Geest, om Wiens leiding altijd weer nederig en eerbiedig gebeden wordt.

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wel contact niet verbonden met elkaar?

Want hoewel ik lijfelijk niet aanwezig ben, ben ik in de geest wel bij u, en ik zie met vreugde hoe hecht u met elkaar verbonden bent en hoe onwrikbaar uw geloof in Christus is.‘ (Uit Kolossenzen 2 vers 5)

Geciteerd 1: En ineens had Acharya tijd om na te denken. ‘In de politieke omgeving van Washington geeft niemand zichzelf die ruimte’, vertelt hij in het boek. ‘Het draait om neurotisch op je telefoon kijken, je mail checken – het schaadt je vindingrijkheid.’

Geciteerd 2: In A World Without Email schrijft computerwetenschapper Cal Newport over de horror die e-mail is geworden – Acharya is een van de mensen die hij in het boek opvoert. Heb je een kantoorbaan, dan herken je vast het gevoel dat je de hele tijd verbonden moet zijn, via e-mail en telefoon maar ook via chatdiensten zoals Slack en WhatsApp. Veel levens zijn één grote inbox geworden.

Geciteerd 3: E-mail en andere online berichten, schrijft Newport, laten zien wat wij ten diepste zijn – namelijk: sociale wezens. De mens is succesvol als soort, omdat we het vermogen hebben verbinding te maken met elkaar en in grote groepen samen te werken.

Geciteerd 4: Daarom blijft er vaak iets knagen als je je inbox uitgespeeld hebt. Je was wel verbonden, maar had je ook contact?

Bron citaat: De Correspondent – ‘Weg met e-mail!’ – door Sanne Blauw (Correspondent Ontcijferen)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Calvinist ‘in hart en nieren’?

Want al hadt gij tienduizend leermeesters in Christus, zo hebt gij toch niet vele vaders; want in Christus Jezus heb ik u door het Evangelie geteeld.* (Uit 1 Korintiërs 4 vers 15)

Geciteerd 1: Ds. Baan (…) stelde dat hij zich „toch ook een rascalvinist voelt.” Volgens hem komen de zaken van heilsfeit en heilsvrucht voortdurend terug in de ”Institutie” van Calvijn. „Ik was blij de conclusie te kunnen trekken dat ik dat ook bij Luther, tot mijn grote verrassing, terugvond.”

Geciteerd 2: Prof. Selderhuis, die het gesprek leidde: „Uw antwoord dat u een rascalvinist bent, zal in ieder geval voor veel kijkers thuis een geruststelling zijn.”

Opgemerkt: De opmerking van prof. Selderhuis n.a.v. de uitspraak van ds. Baan dat hij zich ‘rascalvinist’ voelt getuigt van wijsheid, wijsheid om te weten wat je wel en niet zeggen kunt/moet tijdens een promotie. Maar nu mag daar inmiddels wel met wat andere woorden over gesproken worden en de vinger bij gelegd. Want het is toch niet voor niets dat Paulus de christenen in Korinthe dat zich noemen naar mensen die naam gemaakt hebben of zich naam aan het maken waren met het Evangelie uitdrukkelijk vermaant om dat niet te doen.

Wanneer Paulus dat niet onmiddellijk gedaan (‘de kop ingedrukt’) had dan had men misschien in die tijd al onderscheid willen zien en maken tussen ‘paulinische christenen’ en christenen die meer hadden met een of meer van de andere apostelen, met alle gevolgen voor het (nog) kunnen verstaan en aanvaarden van de eenheid van de Schrift en alle verdeeldheid waartoe dat aanleiding – vooral ook naderhand – had kunnen geven. Jezelf calvinist noemen (of lutheraan, etc.) heeft toch altijd weer met mensverering en mensverheerlijking te maken.

Wij zijn Christenen en als het goed is zijn we dat ‘in hart en nieren’. Maar als niet Christus ons ‘geteeld’ heeft, maar leermeester Calvijn, ja, dan kan iemand zichzelf misschien wel met reden een ‘rascalvinist’ noemen…

Zullen we de wens van deze predikant om nu de muziek (en zang?) van Bach de ‘eredienst(en)’ binnen te halen binnen de Gereformeerde Gemeenten niet ook weer hebben te zien als een vorm van mensverheerlijking. Want waarom ‘Bach binnenhalen’ wel en anderen niet?

* Zie ook de over de bijzondere taak van Paulus en de andere apostelen de woorden in Kolossenzen 1 de verzen 24-29.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Ds. G. J. Baan bij promotie: Graag zou ik Bachs muziek incorporeren in eredienst’ – door RD-verslaggever

Bron afbeelding: Defend the Catholic Faith

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over God eren in onze samenkomsten…

Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.‘ (Uit Matteüs 20 de verzen 20-28)

De eer van God is dat we Zijn weldaden aannemen‘ (Maarten Luther)

Geciteerd 1: Dat Calvijn geen instrument in de eredienst wilde, vind ik echt een misser. Luther zag de muziek als de dienstmaagd van de theologie; degene die de muziek verzorgde bekleedde een vierde ambt. Woord en muziek vormen daarom in de lutherse traditie een twee-eenheid. We hebben in onze kring grote achting voor Luther als het gaat om de rechtvaardiging door het geloof, maar ook op dit punt zouden we veel van hem kunnen leren. Ook in onze diensten nemen zang en orgelspel zomaar twintig tot dertig minuten in beslag. Dat is een derde van de dienst. Dan kan je toch geen genoegen nemen met slecht orgelspel? De héle dienst moet tot eer van God zijn.

Opgemerkt 1: Wanneer we uit Gods Woord hebben leren verstaan dat de (zondagse) samenkomsten van de gemeente er zijn om onze Heer Zijn dienstbetoon aan ons te laten voortzetten, dan gaan we zien (begrijpen) waarom de gereformeerde samenkomsten en liturgie zo eenvoudig van opzet en uitvoering zijn. We moeten bij die samenkomsten echt (eerst) denken aan het onderwijs van onze Heer in de synagogen en ook aan de laatste avond waarop hij het Pesachmaal met zijn discipelen vierde. Allereerst heeft Hij toen – als eenvoudig dienstknechtje – de voeten van Zijn discipelen willen wassen. En dat had alles te maken met de doorgaande schuldvergeving die Zijn discipelen altijd weer nodig hadden. Hij verklaarde hen als reeds geheel rein – op grond van hun Doop – maar toch maakten ze in het dagelijks leven altijd weer ‘vuile voeten’. Petrus die eerst dit dienstbetoon van onze Heer wilde weigeren, kreeg te horen dat Hij geen deel zou hebben aan Hem wanneer hij dat dienstbetoon zich niet liet welgevallen… En daarna zouden ze voor het eerst Avondmaal vieren waarbij Jezus op Zichzelf wees als hét Paaslam…

Opgemerkt 2: Wij moeten dus niet menen dat onze samenkomsten bedoeld zijn als gelegenheden waarin wij ons dienstbetoon en het eren van God zullen te hebben te maximaliseren met gaven en talenten van onze kant! Nee, we zullen het beperken tot een eenvoudig samenzijn onder het dienstbetoon van God aan ons – door Woord en Sacrament en ook door ons samen bidden daar. En natuurlijk zullen we daar ook samen de door Hem ons gegeven Psalmen en liederen zingen, maar ook dat zullen we niet opschroeven tot een groots eren van Hem met de prachtigste eigen liederen en muziek.

Opgemerkt 3: We leren uit het boek Openbaring dat er al een hemelse liturgie is waar God alle eer wordt toegebracht en dat doet ons weer beseffen dat God niet onze aardse liturgie nodig heeft om aan Zijn eer te komen. Ook dat moet ons bescheiden maken. Het kan ons ook helpen om te begrijpen waarom de broeders en zusters in de eerste gemeenten (in Jeruzalem en elders) en in landen met veel minder mogelijkheden om de samenkomsten op te tuigen tot veel eerbetoon van ons aan God, helemaal niet minder af waren of zijn en minder ontvingen of ontvangen dan wij hier in het vrije, vredige en welvarende Nederland.

N.a.v. ‘Promotie ds. G. J. Baan: passie voor Bachs paasmuziek in de pastorie’ – RD Kerk & religie

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Tussen Pasen en Pinksteren en (kort) daarna…

Kunnen/durven wij christenen nog met ‘lege handen’ staan…

Toen de Here Jezus was opgestaan heeft Hij niet lang voordat Hij voor hun ogen zou worden omhooggeheven gezegd: Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt zullen jullie kracht ontvangen en van Mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria tot aan de uiteinden der aarde. (Uit Handelingen 1 vers 8)

De discipelen hadden niet meer dan beloften. Ze hadden geen land, ze hadden geen synagogen en leerscholen en ook hadden ze geen connecties van belang bij de Joodse leiders of bij de Romeinse overheden. Ja, ze hadden nog wel een bovenvertrek in Jeruzalem waar ze konden bidden. We kunnen goed begrijpen waarom de Joodse leiders en de ‘geleerde wereld’ in Jeruzalem – ook na die bijzondere Pinksterdag – geen enkele interesse hadden voor deze ‘nieuwe sekte’ in hun land en ingrepen toen het aantal volgelingen in Jeruzalem ondanks alles (alle beperkingen) toch wel sterk aan het oplopen was.

Toen even later bleek dat dit ingrijpen niet had geholpen wilden ze naar nog zwaarder middelen grijpen, maar toen heeft een van hun ‘eigen mensen’ de volgende woorden gesproken: ‘Daarom zeg ik u, houdt u afzijdig van deze mensen en laat hen begaan, want als het mensenwerk is wat ze nastreven, zal het op niets uitlopen, maar als het Gods werk is, zult u niets tegen hen kunnen uitrichten, of het zou wel eens kunnen blijken dat u tegen God strijdt’. (Uit Handelingen 5 de verzen 38-39)

Het mag duidelijk zijn dat deze woorden van Gamaliël niet van geloof maar van ‘(wereld)wijsheid’ getuigen. Men had er in Jeruzalem geen belang bij om een broedertwist gepaard met broedermoord op touw te zetten tegen op zich vredelievende mensen. Dat zou zich alleen maar tegen de Joodse leiders kunnen keren nu de apostelen en hun aanhangers zich al gunst hadden verworven bij het volk. Maar toch waren het ook ‘profetische woorden’ van deze Gamaliël (vergelijk Johannes 11 de verzen 49-53) en daar mogen we de Joodse religieuze leiders van nu best op wijzen. Dat hun (Joodse) broeders in Jeruzalem indertijd deze woorden hebben gesproken en dat ook onze Heer zoveel gezegd heeft dat later is uitgekomen en natuurlijk verdient Hij nog meer de aandacht vanwege alles wat van het Oude Testament in en door Hem in vervulling is gegaan.

Maar, vooral wonderlijk toch, met hoe weinig Gods kinderen toe kunnen om toch zeker weten toekomst te hebben! Durven wij christenen nog wel met lege handen te staan – met bijv. niet meer dan een bovenzaal(tje) waar we nog kunnen bidden – en dan toch op God vertrouwen en van Hem getuigen?

Bron afbeelding: Bible Study Power

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een beeld van de Christelijke Kerk…

De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.
(Psalm 23 : 1)

Van dr. Maarten Luther (1536)
Op een avond na gebed aan de eettafel uiteengezet.

Psalm 23 (24)

U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand, u zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over
‘ (Psalm 23 vers 5)

Geciteerd: David spreekt hier niet alleen over zijn eigen persoon, maar door middel van deze woorden laat hij zien hoe het met de heilige Christelijke Kerk in deze wereld gaat. Hij geeft het een passende kleur en schildert er een mooi beeld van. Voor God is het een aangename groene weide, waarop gras en water in overvloed is. Dat wil zeggen, het is Gods paradijs en lusthof, versierd met al Zijn gaven, en het heeft Zijn onuitsprekelijke schat: de heilige sacramenten, het dierbare Woord, waarmee het Zijn kudde instrueert, regeert, herstelt en troost.

Voor de wereld ziet het er echter heel anders uit. Die ziet er een zwarte, sombere vallei, waar noch vreugde, noch plezier te vinden en te zien valt, maar alleen leed, angst en moeiten. De duivel bestormt het uit alle macht vanwege haar schat. Van binnen martelt hij het met zijn giftige, vurige pijlen (Efeziërs 6 : 16); uiterlijk scheidt hij het met schisma’s en overtredingen (Romeinen 16 : 17). En hij roept ook zijn bruid, de wereld, ertegen op, die haar alle ellende en hartzeer oplegt door middel van vervolging, laster, godslastering, veroordeling en moord.

Het zou daarom niet verwonderlijk zijn als de dierbare christelijke kerk in een oogwenk volledig zou worden vernietigd door het grote vakmanschap en de macht van zowel de duivel als de wereld. Want het kan zichzelf niet verdedigen tegen zijn vijanden: ze zijn er veel te sterk, sluw en machtig voor. Daarom is het, zoals de profeet het hier beschrijft, een onschuldig, eenvoudig, weerloos lam, dat niemand enig kwaad wil en kan doen, maar te allen tijde niet alleen bereid is goed te doen, maar ook kwaad in ruil daarvoor te ontvangen. “

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 51, S. 271 ev (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 12, p. 147 ev)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie