Belijdenis doen en in het spoor blijven…

(…) Laat mij van ’t spoor, in Uw geboôn vervat,
Niet dwalen, HEER,  laat mij niet hulp’loos varen. (1)

Vanochtend (2017-05-07) bleken er twee trein-machinisten onder de jongeren  van onze gemeente die belijdenis wilden en mochten doen van ons algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof…

Dat bracht me tot de volgende gedachten:
Bij de NS (Lees: de gemeente) aangenomen worden en daarmee verkrijgen van een aanstelling (Doop) als nieuwe (aankomende leerling) machinist onder de machinisten, krijgen deze nieuwelingen als eerste een gedegen opleiding en daar wordt geleerd hoe nauwgezet machinisten de dienstregeling dienen te volgen en hoe alert ze dienen te zijn bij het naderen en passeren van seinpalen en wissels, namelijk om zichzelf en anderen niet in problemen of zelfs levensgevaar te brengen.
Toen de opleiding was afgerond en de (theorie- en praktijk) examens met goed gevolg doorlopen waren, bedachten een paar opleiders dat het misschien wel motiverend zou kunnen zijn en werken om deze machinisten nu eens te laten opschrijven hoe zij nu zelf dachten over wat het opvolgen en in praktijk brengen voor hen (“hoogst Persoonlijk”!) betekent en ook om hen in een bijeenkomst te midden van de andere machinisten te laten verklaren dat ze werkelijk echt bereid zijn om zich aan de “NS-dienstregelingen” te houden en ook om (daarmee en daarbij) te verklaren dat ze bereid zijn om geen eigen trajecten te kiezen of zelfs om hun trein te willen laten laten ontsporen…
Nu hadden veel eerder aangestelde machinisten er nooit eerder aan en over gedacht dat ze met zulk soort uitspraken ook maar iets konden toevoegen aan hun aanstelling en hun functioneren als machinist (eigenlijk alleen maar iets afdoen wanneer je over zulke belangrijke zaken voor jezelf in twijfel verkeerde), maar er bleken toch heel wat collega’s te zijn die heel enthousiast waren over dit plan. Dan kon je tenminste zeker weten dat deze nieuwe collega’s niet van plan waren om gekke dingen te doen op het spoor en kon je een stuk geruster in je cabine zitten…
Helaas stak de baas van de NS toen een stokje voor dit plan. Hij liet de machinisten en hun machinist-opleiders weten dat de aanstelling bij NS deze zaken impliceerde en dat daar geen vertoon van mocht worden gemaakt – alsof het na aanstelling bij NS ook nog anders zou kunnen…

Waarmede zal de jongeling zijn pad,
Door ijdelheen omsingeld, rein bewaren?
Gewis, als hij het houdt naar ’t heilig blad.
U zoekt mijn hart, mijn oog blijft op U staren;
Laat mij van ’t spoor, in Uw geboôn vervat,
Niet dwalen, HEER,  laat mij niet hulp’loos varen.
(1) Uit Psalm 119 vers 5, Oude Berijming.

Bron afbeelding: Slideplayer

Gedank uw Schepper in uw jongelingsjaren

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Vrees niet…

”Vrees niet, gij klein kuddeke, want het is uws Vaders welbehagen, u het Koninkrijk te geven. ”  (Lucas 12 : 32)

Het heeft de Heere altijd goed gedacht om het nederige en geringe uit het stof te verheffen tot uitmuntende heerlijkheid. Nog steeds is dit Zijn onveranderlijke welbehagen. Dat is geen wonder, want op deze wijze openbaart Hij de rijkdom van Zijn oneindige volmaaktheden op de voortreffelijkste wijze.
Zo laat Hij Zijn eindeloze vermogen zien om een onuitputtelijke schat van volmaaktheden in rijke mate uit te storten op een gering schepsel. Ook Zijn almacht om die geschonken heerlijkheid te bevestigen, zelfs als niets eraan meewerkt, maar eerder alles tegenwerkt.
Hij toont daarin ook Zijn goedheid, dat Hij Zichzelf als het hoogste Goed op een milde wijze geeft aan een mens die geen enkele aantrekkelijkheid bezit. Daarbij laat Hij ook Zijn vrijheid zien dat Hij als de Heere met het Zijne doet wat Hij wil (Mattheüs 20 : 15).
Op deze wijze maakt Hij ook Zijn onafhankelijkheid bekend. Hij is niet afhankelijk van iets wat eerder is geschied of gedaan. Daartegenover blijkt juist temeer hoe de geringe van Hem afhankelijk is. Zo bespeurt men ten slotte Zijn wijsheid, want op deze wijze wordt Zijn lof het meest verkondigd en Zijn Naam het meest verheerlijkt, welke beide het doel zijn van al Zijn w’erken.

Zou u graag bevestigd willen zien dat God het geringe verheft? Let dan eens op Jakob, David en anderen. Maar waarom zouden we hier bepaalde personen naar voren willen brengen om dit te bevestigen? Let eens op het volk van God in het algemeen. God heeft immers het dwaze en het zwakke der wereld, het onedele en het verachte uitverkoren (1 Korinthe 1 : 27-28). Het is het eeuwig vrije, soevereine en onveranderlijke welbehagen van God om het geringe en kleine te verheffen tot de uitnemendste heerlijkheid.

Geestelijk armen, machtelozen en kleinen worden uit vrije genade door de hemelse Vader tot de meest dierbare heerlijkheid verheven. Geen rijkdommen van de wereld, geen angstig zwoegen en zorgen voor tijdelijke dingen brengen ons daar. Nee, leeg is het goed van de wereld, zonder dat het de ziel baat. Het is zelfs niet eens in staat om de mens van tijdelijke vrees te bevrijden, zoals de Heere Jezus eens leerde in de gelijkenis van de rijke man. Zijn land had wel gedragen, hij dacht zijn schuren af te breken en grotere te bouwen en in overvloed van weelde lang te leven. Mijn ziel, zei hij, gij hebt vele goederen opgelegd voor vele jaren; neem rust, eet, drink en -wees vrolijk. Maar onverwacht klonk deze vreeswekkende stem in zijn oren: Gij dwaas, in deze nacht zal men uw ziel van u afeisen, en wat gij bereid hebt, van wie zal het zijn? (Lukas 12).

Schadelijk voor het verkrijgen van die uitmuntende heerlijkheid is de zorg voor dit broze en vergankelijke leven, voor voedsel, kleding en wat we verder nodig hebben. Al deze dingen zoeken de volken der wereld. Maar voor de uitverkorenen van God is het passend om voor dingen van meer nut zorg te dragen. Ze moeten niet vragen wat ze eten of drinken zullen, en waarmee zij zich kleden zullen. Daartegen worden ze door de Heere gewaarschuwd. Zij worden juist opgewekt tot een andere zorg van meer belang. Daardoor worden ze zelfs van alle vrees bevrijd voor de dingen van deze tijd. Zoek, zegt de Heere, eerst het Koninkrijk van God en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.
Als we nu letten op de geestelijke armoede, machteloosheid en kleinheid van de zwakke schapen van de Heere, wat zijn ze dan traag om de wijze raad van de Heere te volgen en zo aarzelend in het vinden van het Koninkrijk van God en de voorrechten die daarbij beloofd zijn. Daarom willen we uit de mond van de Heere Jezus aantonen, dat Zijn hemelse Vader juist deze geestelijk arme en machteloze kleinen uit vrije genade wil verheffen tot de meest dierbare heerlijkheid.

O Heere, laat het hart van Uw volk hieronder verkwikt worden en geef dat de natuurlijke mensen door dit woord gelokt mogen worden en met nieuwe ijver in hun hart werkzaam worden. Amen.

Bron tekst: Inleiding op preek “Zonder vrees naar het koninkrijk” van ds. Joannes Beukelman – uitgegeven in de Reveil-serie (No. 533 – April 2017) van Stichting “Smytegelt-Fonds”.
Bron afbeelding:  Uit het woord der waarheid

Wat is een herder - Uit het woord der waarheid

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk | Plaats een reactie

Het (h)eerlijke Evangelie…

3 Hoor, een stem roept: ‘Baan voor de HEER een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God.
4 Laat elke vallei verhoogd worden en elke berg en heuvel verlaagd, laat ruig land vlak worden en rotsige hellingen rustige dalen. (…)
8 Het gras verdort en de bloem verwelkt, maar het Woord van onze God houdt altijd stand.
.
(Uit Jesaja 40)

Vroeger meende ik dat bovenstaande teksten betekende dat er bij de geboorte en komst van de Messias en bij en voor de vestiging en uitbreiding van Zijn koninkrijk een soort heerbanen (“koninklijke wegen”) aangelegd behoorden te worden (o.a. van Nazareth naar Jeruzalem bijvoorbeeld) en dat die wegen daarbij strak en horizontaal aangelegd behoorde te zijn, dus net als in de regel het geval is bij de aanleg en loop van een spoorbaan met treinrails. Ook stelde ik me voor dat de weg naar Jeruzalem, dicht bij Jeruzalem een heel bijzonder karakter zouden krijgen en dat er verwacht werd, dat daar dan een soort feestcomité van belangrijke mensen (Farizeeën en Schriftgeleerden met name) Hem daar zou staan opwachten…
Wanneer deze fantasie-voorstelling juist was geweest, dan hadden wij mensen natuurlijk veel reden gehad om bij en voor Hem juist de rijken en machtigen en gezonde mensen en mensen met veel invloed en organisatievermogen belangrijk te vinden en om vooral naar hen te zien voor het uitvoeren van de taken ter voorbereiding en vestiging en uitbreiding van Zijn koninkrijk… En in feite was zoiets wel de gedachte en de verwachting bij het Joodse volk bij Jezus komst op aarde. En hoe is dat nu?
Bij de komst van onze Messias in deze wereld bleken de hierboven geciteerde Bijbelteksten echter een heel andere inhoud te hebben bij en voor de ontvangst en vestiging en uitbreiding van het rijk van onze werkelijke Messias. Ze bleken juist te beteken dat ieder die zichzelf te min (onwaardig) achtte om deze Messias te mogen verwelkomen en om mee te helpen aan de vestiging en uitbreiding van zijn rijk en anderen die meenden dat zij daartoe  juist bijzonder geschikt waren of nog weer anderen die meenden dat het onder hun stand was daaraan bij te dragen, dat al die mensen  voor deze Messias in een volkomen gelijke (rechts)positie kwamen te staan en verkeren en dat geen van hen te min is of een streepje voor heeft wanneer het gaat om hun noodzakelijke redding of wanneer het gaat om het kunnen en mogen leveren van een bijdrage aan de vestiging en uitbreiding van Zijn rijk. Wie zich daarvoor te min achten worden verheven en wie zichzelf te hoog inschatten worden verlaagd en zo komen alle mensen naast elkaar te staan. Zij allen hebben niets van zichzelf te verwachten, maar alles van de Redder die hen verschenen is en van de gaven die Hij hen toebedeelt om daarmee te kunnen werken aan de vestiging en uitbreiding van Zijn rijk hier op aarde…

1 Mijn broeders, houdt uw geloof in onze Here der heerlijkheid, Jezus Christus, vrij van aanzien des persoons. 2 Want stel, er kwam in uw vergadering een man binnen met een gouden ring aan zijn vinger en in prachtige kleding, en er kwam ook een arme binnen in schamele kleding, 3 en jullie zouden opzien tegen de man met de prachtige kleding en zeggen: neemt u hier deze goede plaats, maar tot de arme zouden jullie zeggen: ga jij daar maar staan, of ga beneden bij mijn voetbank zitten, 4 zouden jullie dan geen onderscheid maken onder elkander en optreden als rechters, die zich door verkeerde overwegingen laten leiden?
5 Hoort, mijn geliefde broeders! Heeft God niet de armen naar de wereld uitverkoren om rijk te zijn in het geloof en erfgenamen van het Koninkrijk, dat Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben? 6 Doch jullie hebben de arme smadelijk behandeld. Zijn het niet de rijken, die u geweld aandoen en die u voor de rechtbanken slepen? 7 Lasteren zij niet de goede Naam, Die over u is aangeroepen? 8 Indien gij echter de koninklijke wet vervult naar het Schriftwoord: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf, dan doet gij wél. 9 Doch indien jullie met aanzien des persoons handelen, doen jullie zonde en wordt gij door de wet overtuigd van overtreding. 10 Want wie de gehele wet houdt, maar op één punt struikelt, is schuldig geworden aan alle (geboden). (Uit Jakobus 2)

17 En wanneer jullie Hem als Vader aanroept, die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandelt dan in vreze gedurende de tijd van uw vreemdelingschap, 18 wetende, dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, bent vrijgekocht van uw ijdele/zinloze wandel, die (u) door uw voorouders overgeleverd is, 19 maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam. (Uit 1 Petrus 1)

Verdrukking en benauwdheid (zal komen) over ieder levend mens, die het kwade bewerkt, eerst de Jood en ook de Griek; 10 maar heerlijkheid, eer en vrede over ieder, die het goede werkt, eerst de Jood en ook de Griek. 11 Want er is geen aanzien des persoons bij God. (Uit Romeinen 2)

Bron afbeelding:  leefhetleven.punt.nl

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek | Plaats een reactie

De hemelse profeten…

‘Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het Woord dat leven is. Het leven is verschenen, wij hebben het gezien en getuigen ervan, we verkondigen u het eeuwige leven dat bij de Vader was en aan ons verschenen is. Wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen we ook aan u, opdat ook u met ons verbonden bent. En verbonden zijn met ons is verbonden zijn met de Vader en met zijn Zoon ​Jezus​ ​Christus.  We schrijven u deze brief om onze vreugde volkomen te maken. (Uit 1 Johannes 1 : 1- 4)

Luther stond al spoedig na de reformatie als het ware tussen twee vuren: aan de ene kant was er de toen heersende kerk waar hij zich tegen moest verdedigen en aan de ander kant waren er de geestdrijvers en enthousiasten – Luther noemt ze hier ‘de hemelse profeten’ – waar hij heel wat mee te stellen had. Het onderstaande citaat komt uit een geschrift uit 1525: ‘Wieder die himmlischen Propheten, von den Bildern und Sakrament’. Dr. Andreas Karlstadt (1486-1541) die in het citaat met name wordt genoemd, was aanvankelijk een collega en vriend van Luther. Tijdens Luthers verblijf op de Wartburg (1521/22) wilde Karlstadt, mede onder invloed van de ‘Zwickauer profeten’, de juist begonnen reformatie radicaliseren. Luther en Karlstadt zijn in theologisch opzicht steeds verder uit elkaar gegroeid. De onderlinge verschillen liepen voornamelijk over het goede gebruik van de middelen der genade: Woord en sacramenten.

(…) Jij ellendige geest, waarom bestrijd je niet de hoofdzaken? Waarom bestraf je onze leer niet? Je beschuldigt ons ervan een vreemde leer te brengen, die je ons aanwrijft en toedicht en die onze leer niet is. Wat is gemakkelijker: een leugen verzinnen en erover uitweiden óf erover strijden en de overwinning behalen? Dít is echter onze leer: dat brood en wijn niets helpen. Ja, dat ook het lichaam en bloed in brood en wijn niets helpen. Ik wil nog meer zeggen: dat Christus aan het kruis met al Zijn lijden en dood niets helpt, zelfs niet wanneer dat ook – zoals jij leert – op het aller begeerlijkste, warmste en hartelijkste verstaan en overdacht zou worden. Er is voornamelijk nog iets anders nodig. Wat dan? Het Woord, het Woord, het Woord! Hoor je dat goed, leugengeest! Het Woord moet het doen en doet het! Want of Christus duizendmaal voor ons gegeven en gekruisigd zou zijn, dan was het alles tevergeefs als het Woord niet zou komen en het mij verkondigde en schonk en tot mij sprak: ‘Dit is voor jou, neem het en heb het voor jezelf.’

Ook dit nog: als ik volgens de leringen van Karlstadt de gedachtenis en de erkentenis van Christus in het avondmaal met zo’n groot verlangen en eerbied zou oefenen dat ik er bloed van zweette of mijzelf erom liet verbranden, dan zou dit alles nog tevergeefs en geheel verloren zijn. Dan was het immers nog maar enkel en alleen werk en gebod. Het is dan geen ‘geschenk’ of Gods Woord, waardoor Christus’ lichaam en bloed aan mij wordt aangeboden en geschonken.

Er gebeurt met mij niets anders dan dat er voor mij ergens een kist met guldens of een grote schat was begraven of werd bewaard. Dan zou ik dat tot aan mijn dood kunnen ‘gedenken’ en mij met alle ‘erkentenis’ daarover kunnen verblijden. Bovendien, zou ik daarbij zo’n groot verlangen en hevig begeren naar deze schat kunnen ondervinden dat ik er ziek van zou worden. Maar wat zou mij dit alles baten als deze schat nooit voor mij geopend, nooit aan mij gegeven, nooit bij mij gebracht en nooit aan mij in eigendom werd gegeven?

Maarten Luther: Wieder die himmlischen Propheten, von den Bildern und Sakrament, 1525, vgl. WA 18, 202, 28 – 203, 13

Bron: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com

‘Jezus​ antwoordde en zei tegen hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem ​liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen. Wie Mij niet liefheeft, neemt Mijn woorden niet in acht; en het woord dat u hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, Die Mij gezonden heeft. Deze dingen heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik bij u verblijf. Maar de Trooster, de ​Heilige​ ​Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb. (Uit Johannes 14 de verzen 23- 26)

‘En Hij zei tegen hen: O onverstandigen en tragen van ​hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben! Moest de ​Christus​ dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan? En Hij begon bij ​Mozes​ en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven was. (Uit Lucas 24 de verzen 25-27)

Het Woord dat Leven doet...

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Vergiffenis en slachtofferschap…

David Brooks schreef vrijdag in The New York Times, naar aanleiding van een essay van Wilfred McClay, over schuld in onze tijd. Religie biedt doorgaans uitzicht op vergiffenis, al was het na de dood. Zonder dat uitzicht is er geen verleiding meer om ‘het goede’ te doen.
Jezus is uit grote delen van het Westen verdwenen, de schuld is gebleven. Via het concept van aangeboren privileges is de erfzonde stiekem teruggekeerd.
Schuld zonder hoop op vergiffenis maakt het slachtofferschap aantrekkelijk en vergiftigt het debat (gesprek). Hoe kom ik namelijk van mijn schuld af? Zelf slachtoffer worden, aldus Brooks.
De boze burger wordt meestal verklaard door economen en sociologen. Veel boze burgers echter lijken mij teleurgestelde, linkse idealisten die hun eigen schuldgevoel niet meer konden verdragen en daarom besloten zelf slachtoffer (1) te worden.
Hoe schelden we schuld kwijt in een geseculariseerde samenleving? Hoe moet vergiffenis eruit zien? Belangrijke, politieke vragen (1).

(1) Opgemerkt AJ: Gebrek aan vergeving, schaamtecultuur en slachtofferschap: Het verschijnsel is tegenwoordig helaas erg algemeen aan het worden, zelfs tot ook in christelijke kerken/gemeenten (kerkenraden, oudsten) toe, en ook in christelijke gezinnen en huwelijken speelt het steeds vaker nogal eens een faliekante rol…

7 Dwaal niet: God laat niet met Zich spotten, want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten. 8 Want wie in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderf oogsten; maar wie in de Geest zaait, zal uit de Geest het eeuwige leven oogsten. 9 En laten wij niet moe worden goed te doen, want te zijner tijd zullen wij oogsten, als wij het niet opgeven. 10 Laten wij dus, terwijl wij gelegenheid hebben, goeddoen (2) aan allen, maar vooral aan de huisgenoten van het geloof. (Uit Galaten 6)

(2) Goeddoen bestaat in de gemeente zeker niet voor het minste deel uit het elkaar (steeds weer!) genadig en liefdevol vergeven en aanvaarden: lees hierover in deze heldere preek “Zeventig maal zeven maal“ van ds. Jos Douma. Dat goede werk willen we nog wel eens liefst maar overslaan wanneer het ons niet uitkomt en het de eigen belangen niet (meer) lijkt te dienen, maar de Bijbelse opdracht is:  Verdraagt elkaar en vergeeft elkaar, indien de een tegen de ander een grief heeft, gelijk de Here u ook vergeven heeft, doet gij evenzo! (Kolossenzen 3 : 13)

Bron tekst: De Volkskrant (ma 3-04-2017) – Arnon Grunberg
Bron afbeelding: Stichting PaRDes

Vergiffenis - Adam en Eva - Stichting PaRDes

Geplaatst in Diversen, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie

“Onze paus” aan het (Bijbel)woord…

28 Maar deze ​slaaf​ ging naar buiten en trof een van zijn medeslaven aan, die hem honderd penningen schuldig was. Hij pakte hem beet, greep hem bij de keel en zei: Betaal mij wat u schuldig bent. (Uit Matteüs 18)

“Zonder nederigheid maakt macht mensen kapot“

(…) Alles hangt met elkaar samen; we moeten onze connecties weer gezond krijgen. Het harde oordeel dat ik in mijn hart heb over mijn broeder of zuster, de open wond die nooit genas, de misstap die nooit is vergeven, de wrok die mezelf alleen maar pijn doet – dat zijn allemaal voorbeelden van een gevecht dat ik in mezelf meedraag, een vlam diep in mijn hart die geblust moet worden, voor het verteerd wordt en er alleen nog as overblijft.  (…)

Samaritaan

Jezus vertelde een gelijkenis om ons het verschil te leren tussen mensen die wegkijken en mensen die voor elkaar zorgen. U kent het vast wel: het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. Jezus kreeg de vraag: wie is mijn naaste, dus: naar wie moet ik omzien? Toen vertelde hij dit verhaal, over een man die werd overvallen, beroofd, geslagen en achtergelaten langs een stoffige weg. Een priester en een Leviet, twee heel invloedrijke mensen uit die tijd, zagen hem, maar liepen voorbij. Even later kwam er een Samaritaan aan, iemand van een zeer geminachte minderheid in die tijd. Hij zag de gewonde man liggen en hij deed niet alsof die er niet was. Hij voelde bewogenheid voor hem en dat bracht hem tot heel concrete actie. Hij goot olie en wijn op de wonden van de hulpeloze man, bracht hem naar een herberg en betaalde uit zijn eigen zak om hem te laten verzorgen. (…)
Dit is het verhaal van de mensheid vandaag. Mensen maken zo veel lijden mee, doordat alles om geld en goederen draait, in plaats van om mensen. En vaak doen mensen die zichzelf‘respectabel’ noemen, niets om anderen te helpen; ze laten duizenden mensen, hele bevolkingsgroepen, langs de kant van de weg achter. Gelukkig zijn er ook anderen, die een nieuwe wereld maken door naar elkaar om te zien, zelfs op hun eigen kosten. (…)

Bron tekst: ND (nd.nl) do 27-04-2017 “Zonder nederigheid maakt macht mensen kapot” toespraak van paus Franciscus op evenement TED2017 in Vancouver, Canada

Bron afbeelding: holyhome.nl

vergeving 2 - holyhome.nl

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie

Wat de geschiedenis ons leert…

2 Ik zeg tot de HEER: ‘U bent mijn Heer, mijn geluk, niemand gaat u te boven.’
3 Maar tot de ​goden​ in dit land, de machten die ik vereerd heb, zeg ik:
4 ‘Wie u volgt, wacht veel verdriet.’ Ik pleng voor hen geen ​bloed​ meer,
niet langer ligt hun naam op mijn lippen. (Uit Psalm 16)

What history teaches!

History teaches that men will tolerate, if not practice, all manner of idolatry and abomination but become bitter and blasphemous when Christ and the Gospel of God’s love are preached.
(De geschiedenis leert ons dat de mens van alles verdraagt en tolereert, zo niet zelf(s) praktiseert, aan afgoderij en aan kwade leer en praktijk, maar dat men spot en nijdig, afkerig en godslasterlijk wordt wanneer en waar Christus en het (zuivere!) Evangelie van Gods Liefde en Genade worden verkondigd…)

In 1538 appeared the Reformer’s comments on the three Ecumenical Confessions of Christendom. Luther points out that in their age the divine intolerance of the Gospel was naturally accused of being divisive and disturbing by a syncretistic paganism – and, adds the Reformer: again the enemies of the Gospel are advancing the charge:

(…) The Christ of the Gospel is an Offense! Before the coming of Christ the world was already as full of all sorts of idolatries as a dog is full of fleas on St. John’s Day (June 24). Every place swarmed and teemed with idols. Yet no devil then cast out the other; no idol placed his foot on the other’s head – nor did any one of them bite the other’s heel. They could well tolerate and bear one another’s company, so much so that the Romans even gathered the idols from all the world and built a church, calling it the Pantheon, the church of all the gods. For the worldly-wise lords wanted to have all the gods in their city.

But when the true God, Jesus Christ, came, they would not tolerate Him. Is it not a remarkable thing to welcome all the other gods but to exclude and persecute only this One? All the others are quiet and keep peace among themselves, but with the coming of this One the sport and discord begin. Then all the gods threaten to become frantic, together with their servants, the Romans – they club to death apostles, martyrs, and all who dare call upon the name of Christ. Servants of other gods they do not injure but give them all honour and homage.

But if Christ had also been a devil, as the other gods, how gladly and gloriously would the devils have permitted Him to be welcomed and worshiped by their side! But now that they all rant and rave against Him, they confess thereby that He is the one true God, who bruises their heads and storms their palaces, conquers them and confiscates their holdings.

So they scream and bite His heel. They accuse Him of disturbing the peace of Rome and of the whole world and imagine that they are rendering God a great service by persecuting Him so violently and shedding so much blood. Yes indeed, if we do the devil’s bidding and let go of Christ, we shall have a solid peace from the devil. He can afford to let us enjoy all sorts of idolatry and falsehood, but this Bruiser of his head he cannot tolerate.

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 50, 271, 11 – 272, 2

Bron: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, they can use our web-form located on the homepage of www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. Our emails are free of charge and we do not ask for donations.

Bron afbeeldingen: Stream en Wikimedia Commons

Bible ReadMe - The StreamRembrandt_prophet_hannah - Wikimedia Commons

De profetes Hanna (Lucas 2 : 36-38) – Schilderij van Rembrandt

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Politiek | 2 reacties

Onze dankbare dienst aan God…

14 Breng God een ​dankoffer en doe wat je de Allerhoogste belooft. 15 Roep mij te hulp in tijden van nood, ik zal je redden, en je zult mij eren.’ (1) (…) 23 wie een ​dankoffer​ brengt, geeft mij alle ​eer (1), wie zo zijn weg gaat, zal zien dat God redt.. (Uit Psalm 50)

Onderstaand citaat komt uit de ‘adventspostille’ van 1522 – dus uit een tamelijk vroege preek van Luther. De tekst is Romeinen 15 vers 4 – 13. Een preek uit de beginperiode van de reformatie. Zó moet het citaat dan ook gelezen worden! Luther wilde in dit citaat zijn hart luchten over het godsdienstige leven van zijn tijd. Of het citaat van deze week daarom strikt tijdgebonden is, is nog maar de vraag. Zeker als we luisteren naar wat Luther in een andere preek zegt: ‘Als deze monniken en nonnen voorbij zijn, zullen er weer nieuwe monniken en nonnen komen, in andere kleding en met andere regels, maar ze zullen nog steeds allemaal hetzelfde bedoelen.’

‘Opdat u eendrachtig [als] met één mond God en de Vader van onze Heere Jezus Christus prijst’ (Romeinen 15:6, weergave WA).

“Al het goede dat we God kunnen geven, is lof en dank, wat de enige echte en ware godsdienst is. Zoals Hij Zelf zegt: ‘Het dankoffer prijst Mij, en dat is de weg waardoor Ik hem Gods zaligheid doe zien’ (vgl. Psalm 50:23, Vulgata). Al het andere ontvangen we van Hem, om Hem daarvoor dank- en lofoffers te brengen. En wanneer iemand je een andere godsdienst voorstelt, dan moet je weten dat het dwaling en bedrog is.

De wereld is nu onzinnig geworden door alles een dienst aan God te noemen: de bestemming van huizen, kerken, kloosters, goud en zilver, allerlei kostbare kleding, zilveren bekers en schalen, beelden, klokken en orgels, kaarsen en lampen. In plaats van dat men met deze uitgaven zijn naaste helpt, wil men God daarmee een dienst bewijzen. Bovendien prevelt en kweelt men dag en nacht in kerken om God te dienen. Ondertussen zwijgt Gods lof en dank in de hele wereld – want Gods lof en dank wil niet gebonden zijn aan bepaalde plaatsen en personen. Het is bedrog als priesters en monniken voorgeven dat hun manier van leven een dienst aan God is – het is verleiding en goochelwerk.

Godsdienst is God loven – meer niet – maar het moet wel vrijwillig en ongedwongen uit het hart komen. God loven en prijzen mag je aan tafel doen, in de kamer, in de kelder, op de zolder, in huis of op het veld, op alle plaatsen, bij alle mensen en op alle tijden. Wie zegt dat het anders is, die liegt alsof hij de duivel of de paus zelf is.

Maar hoe kan nu Gods lof en dank – de echte godsdienst – bij ons zijn, als we Hem niet liefhebben en Zijn weldaden [of: genade] niet willen ontvangen? Hoe zullen we Hem kunnen liefhebben, als we Hem niet kennen en ook Zijn weldaden niet kennen? Hoe zullen we Zijn weldaden kennen, als men daarover niet preekt (2) en het evangelie onder de bank laat liggen? Want waar het evangelie niet wordt verkondigd, daar is het onmogelijk dat God wordt gekend, daarom is het onmogelijk dat daar ook liefde en dank zou zijn.

Wel, dan is het ook onmogelijk dat God daar wordt gediend – al zou je de bekwaamste koorleider [of: dirigent] van alle koorleiders hebben, het mooiste orgel van alle orgels, de beste prediker van alle predikers, de beste monnik van alle monniken, de mooiste kerk van alle kerken, de klinkendste klok van alle klokken. Om kort te zijn: als al deze dwaze godsdienst in gewijde plaatsen en kerken, nog honderdduizend maal meer en groter zou zijn – wat dan nog – vraagt God naar dat klucht- en goochelspel?”

Maarten Luther: Adventspostille, 1522, vgl. WA 10.1.2, 80, 18 – 81, 17

Bron: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com

(1) God eren?: Lees Psalm 50 en zie afbeelding met tekst…

(2) Preken is het betreffende/gekozen Bijbelgedeelte recht doen en tot zijn recht laten komen door Schrift met Schrift te vergelijken, kennis te hebben van de betreffende wereld (van Gods volk en de “heidenwereld”) en die goed weten “in te brengen” en door mee te nemen wat de Kerk in de loop der eeuwen  daarover gezegd en gepreekt heeft (inbreng van de “traditie”). Het is niet een Bijbelgedeelte vooral en iedere keer weer gebruiken om een aantal Evangelische “waarheden als koeien” te communiceren en voor te houden aan de gemeente (een van de belangrijkste oorzaken waarom men de avonddiensten overbodig acht, men meent de Bijbelse boodschap wel zo’n beetje begrepen te hebben…)

Bron afbeelding: DailyVerses.net

jakobus-1-27 - DailyVerses.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek | Plaats een reactie

De meerdere zal de mindere dienen…

11 Want toen de ​kinderen nog niet geboren waren, en niets goeds of kwaads gedaan hadden – opdat het voornemen van God, dat overeenkomstig de verkiezing is, stand zou houden (…) Gods besluit blijft namelijk van kracht: God kiest een mens niet uit op grond van zijn daden, maar omdat hij hem roept. 13 Zoals geschreven staat: ​Jakob​ heb Ik liefgehad en ​Ezau​ heb Ik gehaat. (Uit Romeinen 9)

Het haten van God

Het haten van God (1) moeten we hier als volgt lezen en begrijpen: God geeft de mens een positie die anders is dan die wij mensen “rechtens” zouden verwachten. Ezau was de eerstgeborene en het lag in de lijn der verwachting dat hem het eerstgeboorterecht en de daarbij behorende zegen zou toevallen. Hij toonde zich ook de sterke en vrije mens die zichzelf – door te jagen – heel goed van voedsel kon voorzien…

Heel de Bijbel door zien we dit verkiezen van God en het “de mens zijn of haar plaats wijzen”. Dat “onze plaats wijzen” begon al vanaf en de schepping van de mens. En we zien daarbij steeds dat de liefde en de voorkeur van God in de eerste plaats uitgaat naar en geldt voor “tweede plaats” mensen.

Zo mag Eva het Zaad voortbrengen en krijgt Adam de taak (“roeping”) haar in en bij het volbrengen van die taak te dienen. Hij krijgt niet de opdracht om over haar te heersen om haar daarmee nog meer dienstbaar te maken, namelijk niet alleen aan de opdracht van God, maar ook nog aan hem als man en vader (dat willen heersen is vanwege de zondeval wel de natuurlijke neiging van de man(nen) en veel vrouwen hebben daaronder geleden en nog!).

We kunnen verder o.a. wijzen op Kaïn en Abel, op Ismaël en Izak,  Ezau en Jakob, op Saul en David, op Maria en Jozef en er zullen er nog meer aan dit rijtje kunnen worden toegevoegd.

De Liefde en de Rechtvaardigheid van dat “de meerdere zal de mindere dienen” is wel het heerlijkst aan het licht gekomen in het leven van onze Heer Jezus Christus. In Hem kwam God zelf als “dé Meerdere” ons mensen als “de mindere” dienen…
De mens die zichzelf niet meer verlossen kon en kan van het kwaad en van de schuld van de zonde en de straf van de dood, die wordt verlost en gered van de banden waarmee hij gebonden was aan kwaad en dood. (2)

(1) Het (zondige) haten van de mens valt als volgt te omschrijven:
God en de medemens en de dieren- en plantenwereld niet de hen van God gewezen plaats (zoals Gods Woord ons die wijst) gunnen en/of geven in ons samenleven met Hem en met elkaar en met het leven in de ons omringende natuur.

(2) In de gemeente zijn roeping tot en functioneren in “het ambt” te zien als “plaats wijzen” van het dienstbaar zijn aan en het dienen in en van de gemeente met het gezag van Gods Woord (dus met het gezag van Jezus Christus, die Hoofd is van de gemeente) en deze roeping en het daaraan verbonden gezag is dus niet te zien en te gebruiken voor plaatsing in een hiërarchie, waarbij dan sprake zou zijn van “de baas zijn” van of “de baas spelen” over een ander…

33 Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen. 34 ‘Wie kent de gedachten van de ​Heer, wie was ooit zijn raadsman? 35 Wie heeft hem iets gegeven dat door Hem moest worden terugbetaald?’ 36 Alles is uit Hem ontstaan, alles is door Hem geschapen, alles heeft in Hem zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. ​Amen. (Uit Romeinen 11)

Zie ook webpagina: “Opvattingen over “de ambten” in de gemeente…”

Bron afbeelding: Wikimedia Commons

Rembrandt_prophet_hannah - Wikimedia Commons

De profetes Hanna (Lucas 2 : 36-38) – Schilderij van Rembrandt

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Vreemde uitlatingen (opvatting?) van Andries Knevel…

De meerdere zal de mindere dienen. (Uit Romeinen 9,vers 12b)

“Zijn vrouw staat boven hem”, onthult EO-coryfee Andries Knevel… en “Omdat ik een gewoon gemeentelid ben, is zij dus hiërarchisch over mij de baas”. 

Het is niet te hopen dat Andries Knevel werkelijk meent dat de ambten een hiërarchie aangeven in de gemeente(n) – en daarmee in de huwelijken, gezinnen en kerken. Als er ergens beseft dient te worden dat een ambt alleen een dienende taak is, dan is dat in de gemeente van Jezus Christus. Wanneer een ambtsdrager daar niet komt aanzetten met het Woord en het gezag van het Woord (1), dan kan die ambtsdrager in feite geen gezag uitoefenen (vanwege de hiërarchie) en dient deze zelfs met het gezag van Gods Woord door de anderen te worden weerstaan (2).
Helaas is het wel zo, dat nogal wat ambtsdragers (waaronder predikanten) menen dat hun positie in de gemeente (tegenwoordig nogal eens vastgelegd in profielschets en in “visie en beleid”) hen een min of meer hiërarchische plaats en functie geeft en dan voelen ze zich al gauw “verheven” boven kritiek uit/van het Woord en wijzen ze er graag op dat ze toch leidinggevende dienaren van de (plaatselijke) gemeente zijn en dat ze “de hele gemeente op het oog hebben te houden” – een verantwoordelijke taak waarbij ze nog al eens “het pispaaltje” zijn (3) en dat ze daarom geen tijd hebben/maken voor (lastige) “theologische discussies” (4).

(1) Dus met het gezag van Jezus Christus zelf, die het hoofd van Zijn Gemeente/Lichaam is, en Hij aanvaardde de laagste plaats en werd zo en daarmee (eerst) ons aller dienaar! In Zijn Lichaam (de Gemeente) is er maar één hiërarchie en die komt van het (haar!) Hoofd en in het lichaam is er geen deel dat tegen de ander kan zeggen: “ik kan het wel zonder jou”. En wat is een hoofd zonder lichaam?
(2) Praktisch gezien kan/moet het soms dan maar als de “beste oplossing” gezien/gekozen worden (en doet een gemeentelid er goed aan om bescheiden, nederig en de minste te willen zijn), maar zó is het in feite (naar Gods Woord) toch niet de bedoeling.
(3) Zie wat Paulus over zijn apostelschap te zeggen heeft in 1 Korintiërs 4 “de laagste plaats gewezen”…
(4) Dan moeten we toch maar weer in de leer bij Paulus en wat hij ons te zeggen heeft over de ambten en de ambtsdragers in de gemeente en hoe hij dat heeft voorgeleefd door niet “op zijn strepen te staan”, maar door gemeente voortdurend te onderwijzen uit Gods Woord ( zie m.n. ook in Handelingen 20 : 17-38) en door dat zelf voor te leven o.a. door zich niet te laten betalen, maar door zijn eigen brood (en meer) te verdienen om daarmee een voorbeeld te geven hoe men zich dient “weg te cijferen” en in te spannen voor de steun aan de zwakken en minder bedeelden in de gemeente(n)… (Zie m.n. Handelingen 20 : 32-38)

18 Toen ze waren gearriveerd, sprak hij hen als volgt toe: ‘U weet hoe ik te midden van u geleefd heb, vanaf de eerste dag dat ik in Asia was: 19 ik heb de ​Heer​ in alle nederigheid gediend en heb al het verdriet en de beproevingen als gevolg van de samenzweringen van de ​Joden​ doorstaan. 20 U weet ook dat ik alles bekend heb gemaakt wat uw welzijn ten goede komt en dat ik u daarover in het openbaar en thuis heb onderricht.  (Uit Handelingen 20)

Bron tekst: ND – nd.nl/geloof – Gerald Bruins “Knevels vrouw staat boven hem” – dinsdag 17 april 2017
Bron afbeelding:  Assisi aan de Maas – De dominee en de broeder

Andries Knevel - de dominee en de broeder.jpg

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie