Oude Testament lezen als leerling van Jezus…

25 Toen zei hij tegen hen: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? 26 Moest de Messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ 27 Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten. (Uit Lucas 24)
Pasen na Golgotha
Het is de avond van de Paasdag, niemand van de discipelen heeft Jezus al gezien, zoals Lukas ons vertelt. Je kunt zeggen: Het is wel Pasen geweest, maar het is nog geen Pasen geworden. Twee leerlingen onderweg naar Emmaüs en in gesprek met elkaar over wat gebeurd is met Jezus. Droefenis en teleurstelling en vragen. En dan voegt Jezus zich bij hen, en gaat met hen in gesprek.
Gesloten ogen
Lukas vertelt dat ze Jezus niet herkennen omdat hun blik vertroebeld werd. Hoe kan dat? Omdat ze alles verwachten behalve dát! Is dat ongeloof te noemen? Dat is wel een mooie gedachte om het zo te zien en te zeggen: Ongeloof beneemt je het zicht op de werkelijkheid. Dat is iets om over na te denken. Maar, er staat ook dat hun ogen werden toegesloten en Lukas vertelt het zo: dat gebeurde door God. Pas later opent God hun de ogen. Waarom gebeurde het zo op die manier?
Opening van de Schrift
De vreemdeling opent voor hen eerst de Schrift en dan vind er een omslag plaats. Verdriet en teleurstelling maken plaats voor brandende harten en inzien dat de Messias moest lijden. Blijkbaar hadden ze de Bijbel, Mozes, de profeten, de Psalmen nooit zo gelezen en begrepen dat de Messias lijden moest en daardoor was de Schrift voor hen toch een gesloten boek gebleven. Pas wanneer je de Schrift leest als leerling van Jezus, dan gaat de Schrift voor je open. Dan wordt de Schrift Paasevangelie.
Sleutel
Wat is de sleutel om de Schrift te openen. Dat is zien dat de Messias MOEST lijden. Drie keer klinkt dat MOETEN na de opstanding van Jezus en bij de verschijning aan de discipelen. Blijkbaar is dat “moeten” een woord van cruciale betekenis.
De leerlingen hadden allerlei eigen gedachten over de Messias, over Jezus en hoe hij Gods volk opnieuw bevrijden zou, zoals eertijds Israël uit Egypte. Israël leek vastgelopen en doodgelopen in z’n geschiedenis en van God verlaten. Israël was in feite weer in slavernij geraakt, Israël was toen inmiddels al eeuwen lang bezet gebied…
Wij hoopten
En toen kwam Jezus. Wij hoopten dat Hij degene was die Israël bevrijden zou, maar Hij eindigde aan het kruis, van God verlaten en bespot door mensen. En dan komt die vreemdeling die de Schriften voor hen opent en laat zien dat de Messias moest lijden en dat de weg met Israël doodloopt, maar dat die doodloopt op het kruis van Christus. Zijn dood is het bewijs van God’s ultieme trouw aan Zijn volk. Hij geeft ze niet prijs, maar Hij draagt Zelf de zonde van het volk. Hij trekt zelf de consequenties van Zijn Verbond. Dan kost Hem dat de dood van Jezus, de Messias. Zo verlost Hij ons van de zonde.
Humor
Jezus zoekt zijn leerlingen op. Jezus kwam niet op hun geloof af. Hij komt eerder op hun ongeloof af. Dat trekt Hem naar hen toe. Hij zoekt ons waar wij zijn en waar wij gaan en vraagt naar wat onze vragen zijn bij Pasen. Als er iemand is die weet wat er gebeurd is met Pasen, dan is het Jezus wel. En u proeft de humor wel in dit verhaal. Die humor is iets heel kostbaars in het Paasevangelie. Wij worden volstrekt serieus genomen in onze vragen en zorgen en tobben. Maar, door al die zorg heen speelt ook een relativerende vrolijkheid. Je ziet het nog niet, maar je moest eens weten. Ziet u ze lopen? Ze zien het nog niet, maar ze moesten eens weten.
Nieuw geloof
Zo komt het tot een nieuw geloof. Niet door het lege graf, niet door de verschijning en het getuigenis van de engelen, want ze zagen Hém niet. Maar dan verschijnt de levende Heer hen in de opening van het Woord. In de opening van het Woord zet Hij ons leven in het licht van Pasen. Het licht van de genade en het licht van het nieuwe leven.

 Zie u het?!
U moest met al uw vragen en met al uw strijd, u moest eens weten!
Het is Pasen. Hij heeft overwonnen.
Amen

Bron tekst: Samenvatting van meditatie van ds. A. Juffer
(emeritus, momenteel bijstand pastoraat Maranathakerk Lunteren)

Emmausgangers-lukas-24 - SlideShare
Bron afbeelding: SlideShare
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

Elkaar opvoeden “in de vreze des Heren” (I)

Zie, de vreze des Heren – dat is wijsheid, en van het kwade te wijken is inzicht.
In de vreze des Heren ligt sterke gerustheid, zelfs voor zijn zonen is er een schuilplaats.
 

De vreze des Heren is een bron van leven, om de strikken van de dood te ontwijken. 
Wie zijn vriend medelijden onthoud, die verzaakt de vreze des Almachtigen.
(Spreuken 1:7, 9:10, 15:33, Job 6: 14)

Hierboven staan een aantal zegeningen van de “vreze des Heren” genoemd: wijsheid en bewaard worden voor het kwaad door daar (tijdig) afstand van te houden, sterke gerustheid (in het Engels staat hier: vertrouwen), een schuilplaats, een bron (in het Engels staat hier:fontein) van leven en het ontwijken van de strikken van de dood. Ook leert het ons op de juiste manier oog te hebben voor en mededogen met het lijden van onze medemensen.

Gevaarlijk wordt het in de wereld en in de kerk wanneer de vreze des Heren wijkt, als die niet meer weerhoudt. En we zien dat heel sterk in niemand en niets ontziende terreuraanslagen, in zogenaamde medische ingrepen op weerlozen, die de dood ten gevolge hebben. En soms hebben we zelf ook enige ervaring met kerkmensen die het een en ander aandurven in niets ontziende ijver, die niet geremd lijken te worden door eerbiedige schroom voor de rechtvaardige Rechter.

Maar wie zou in de wereld waarin wij leven nog terugschrikken voor Hem, wiens eer de Schepper van hemel en aarde te zijn, wordt afgenomen door evolutiepraat. Wiens eer de Verlosser te zijn, wordt ingeruild voor een leer waarin de mensen het zelf moeten klaren door te vertrouwen op eigen kennis en inzicht en revolutie. En wie zou nog vrezen voor een God die alles wel goed vindt of die alleen maar zou bestaan in de verbeelding van mensen die nog niet wijzer zijn…

Hoe kunnen en behoren we onszelf en elkaar elkaar op te voeden in de vreze des Heren? Denk hierbij niet alleen aan ouders, maar ook aan alle onderwijsgevenden en ambtsdragers, en verder iedereen die verantwoordelijkheid heeft naar en voor andere mensen in gezin- of familiekring, in de gemeente of op allerlei andere plaatsen waar mensen met elkaar omgaan en samenwerken in de samenleving.  Daarvoor moeten we naar de Schrift, Gods Woord. We lezen wat daar in verband met de vreze des Heren en omgaan met elkaar wordt opgemerkt in Efeziërs 5 (vers 18): ‘En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met de Geest.’ Dat is altijd de sleutel. Het leven in de Geest, het leven van iemand die vervuld is met de Geest, altijd door twee zaken wordt gekenmerkt: kracht en beheersing. Het is een beheerste kracht. Denk aan de woorden die Paulus schrijft aan Timoteüs: ‘God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid, maar van kracht en van liefde en van gematigdheid’ (2 Timoteüs 1:8). Geen onbeheerste kracht, maar een kracht die beheerst wordt door liefde, gematigdheid, door kennis van Gods Woord wat leidt tot een gezond gebruik van ons verstand! Dat zijn altijd de kenmerken van iemand die vervuld is met de Geest.

Bron tekst: “Ouders en kinderen – Paulus als pedagoog” van D.M. Lloyd-Jones (1899-1981) en “Met het oog op de gemeente – Lezen in het Nieuwe Testament” van  J.D. Janse (1932-2005).
Bron afbeelding: Derek-Prince Ministries Nederland

De-Vreze-des-Heren - Derek-Prince Ministries Nederland

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie

Langdurige armoede en stress: ingrijpend effect op onze hersenen…

Want ik redde de ellendige die om hulp riep, de wees en hem die geen helper had …en het hart der weduwen deed ik jubelen…tot ogen was ik voor de blinde, en tot voeten voor de kreupele; een vader was ik voor de armen… (Job 29:12-16)

(…) Dat mensen in armoede soms onverstandige beslissingen nemen, is hun niet per se aan te wrijven. Hersenonderzoek laat zien dat langdurige armoede een ingrijpend effect heeft op het brein en daarmee op het cognitief vermogen.

(…) We hadden altijd eten en de meest noodzakelijke dingen. Maar ik vroeg me als kind wel altijd af: hoe kan het dat anderen zoveel meer hebben dan wij? De armoede was voor mij niet een omstandigheid, het werd eigenlijk mijn identiteit. Ik voelde me altijd te min. Dat ik er niet bij hoorde.’
Toen Alaoui later zelf ging werken bleef zijn gevoel van minderwaardigheid hem parten spelen. De grootste gemiste kans kwam in het ziekenhuis waar hij werkte. ‘Ik kon daar laborant worden op de afdeling radiologie. Had ik toen maar wat meer kunnen denken aan de lange termijn.’

Zouden de verbindingen in de hersenen van Alaoui zijn aangetast in zijn jeugd waardoor hij in zijn latere leven onverstandige beslissingen heeft genomen? Trudy Dehue, emeritus hoogleraar wetenschapsfilosofie, is kritisch over het kwistige gebruik van hersenscans in dit soort discussies. ‘Armoede zal ook vast iets doen met je darmen. Ik kan me voorstellen dat je er buikpijn van krijgt. Maar we gaan daarom toch niet intensief speuren naar bepaalde gebieden in de darmen?’ Dehue juicht het toe dat we de verantwoordelijkheid voor de problemen kennelijk niet meer zo automatisch zoeken bij het individu dat ze heeft. Maar waarom hebben we daar sexy hersenscans uit Amerika voor nodig? ‘Al dat geld voor hersenonderzoek zouden we beter kunnen stoppen in fundamentele, maatschappelijke veranderingen.’

(…) Nu is het inzicht dat ‘arme mensen domme dingen doen’ niet nieuw. ‘Maar wel nieuw is dat we nu weten dat er neuro-anatomische veranderingen in het brein optreden’, vertelt Nadja Jungmann, lector schulden en incasso aan de Hogeschool Utrecht, aan de telefoon. Jungmann legt uit hoe het werkt. ‘Mensen tekenen op een A4’tje hun eigen verhaal uit. Niet alleen hun schuldsituatie, maar juist ook de samenhang met andere gebieden in hun leven, zoals hun gezondheid en hun familie. In totaal zijn er zes pijlers met een ladder waarop de cliënt zijn eigen situatie kan scoren. Zo wordt hij geholpen om het grotere plaatje te zien. Daarna wordt gesproken over hoe je hoger op die ladder kunt komen, telkens in kleine stapjes. Dit wordt de “brug naar zelfredzaamheid” genoemd.’

(…) Ook Robin Kaas van de Praktijkschool weet: ‘75 procent van de kans van slagen in de schuldhulpverlening hangt af van communicatie.’

Uit “onze Koningspsalm”, Psalm 72
11 Laten alle koningen zich neerwerpen voor hem,
alle volken hem dienstbaar zijn.
12 Hij zal bevrijden wie arm is en om hulp roept,
wie zwak is en geen helper heeft.
13 Hij ontfermt zich over weerlozen en armen,
wie arm is, redt hij het leven.
14 Hij verlost hen van onderdrukking en geweld,
hun bloed is kostbaar in zijn ogen.
15 Leve de Koning! Men zal hem goud van Seba schenken,
zonder ophouden voor hem bidden,
hem zegen toewensen, dag aan dag.

Bron tekst: De Groene Amsterdammer (via Blendle) – “Waarom arme mensen vaker domme beslissingen nemen”
Bron afbeelding: Derek Prince Ministries nederland

Gods-hart - Derek Prince Ministries Nederland

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie

Uitdragen Evangelie verdraagt geen menselijk spektakel, “mooiermakerij” en “gewichtigdoenerij”…

Pasen 2017 (zie 1)

(…) “Moet ik, arme madenzak (2) die ik ben, ik die puur zonde ben, vast geloven dat Christus Die nooit zonde heeft gedaan, voor mij moest sterven en mijn zonde op Zich nemen? Wie kan dat geloven? Laat mij iemand zien die dat gelooft – die moet wel een groot hart hebben! Maar ik, ik heb de eeuwige dood en de eeuwige toorn van God verdiend. Moet ik mijn huid afstropen, geloven en zeggen: ik heb geen schuld, ik weet van geen zonde, de dood gaat mij niets aan, ik zal niet sterven?

Hoe is het mogelijk dat de natuur dit begrijpt? Terwijl ik weet dat schuld en zonde op mij ligt, moet ik dan zo hoogmoedig zijn dat ik zeg: ‘Ik weet van geen dood, ik weet van geen zonde, van geen straf en oordeel?’

Nu, deze grote roem overkomt een christen die een nieuwe mens wordt, zodat hij niets weet van dood en zonde. ‘Wat?’ zegt het hart, ‘kijk maar eens naar je zondenregister, je bent toch vol zonde!’ Dan antwoord ik: ‘Er is niets dan puur leven en onschuld. Christus is voor mij gestorven en opgestaan. Hij heeft Zich voor mij laten verslinden door dood en graf. Niets (en niemand) kan mij nu nog kwaad doen.’ (3)

Op dit hoofdstuk hebben wij ons leven lang genoeg te studeren en wij kunnen het dan nog niet onder de knie krijgen – ook niet als wij er honderd jaar over doen! Voor u is het heel makkelijk als er gepreekt wordt over de opstanding van Christus. Ja dat u het ook gelooft, daar gaat het om – begin en probeer het maar! Laat mij eens iemand zien die deze vier woordjes ‘opgewekt om onze rechtvaardiging’ (vgl. Romeinen 4:25) kan bevatten.

Alle mensenharten zijn niet genoeg om deze woorden te begrijpen, de hele wereld is te klein voor dit woord – want te groot zijn de woorden! Hoe zou vlees dit kunnen begrijpen? Ik ben vleselijk, vol zonde en ik hoor: dat de Zoon van God is neergedaald voor mij en tot mij zegt: ‘Je hebt gezondigd – maar Ik wil je plaats innemen! Je hoeft nu voor geen zonde of dood meer te vrezen.’ Dit kan ik niet begrijpen, want de Persoon is te groot – en het werk is te groot! Deze woorden zijn vol vuur, zodat zij in hen die geloven, zonde, dood en alle vrees verteren.”

Maarten Luther: Predigten des Jahres 1525, vgl. WA 17.1, 185, 28 – 186, 32

(1) Op Paasdag, 16 april 1525, preekte Luther volgens de toen gebruikelijke orde van Schriftlezing (wéér) over Markus 16 vers 1 tot 8. Maarten Luther (1483-1546) hield zich op zon- en feestdagen aan de oud-kerkelijke perikopen. Hoewel er op zondagmiddag en doordeweeks uit vervolgteksten gepreekt werd, was Luther heel voorzichtig met het afschaffen van wat voor hem maar bijzaken waren. Ulrich Zwingli (1484-1531) brak met het hele systeem – hij meende dat de perikopen de toegang tot het geheel van de Schrift in de weg stonden. Ook Johannes Calvijn (1509-1564) koos zo consequent mogelijk voor de doorlopende Schriftlezing en een daarbij aansluitende doorlopende prediking. Hoewel Calvijn persoonlijk geen voorstander was van christelijke feestdagen liet hij anderen daarin vrij. In het gereformeerd protestantisme ontwikkelde zich later toch weer een soort kerkelijk jaar op en rondom de grote feestdagen, echter zonder dat men daarbij terugkeerde tot de oude perikoop-voorlezingen.

(2) Madenzak: een typische uitdrukking van Luther om het ‘lichaam der zonde en des doods’ aan te duiden (vgl. Romeinen 7:24).

(3) (Romeinen 8 : 31-39 – Liedboek gezang 477, vers 2)
Wat kan ons schaden, wat van U scheiden,
Liefde die ons hebt liefgehad?
Niets is ten kwade, wat wij ook lijden,
Gij houdt ons bij de hand gevat.
Gij hebt de zege voor ons verkregen,
Gij zult op aarde de macht aanvaarden
en onze koning zijn. Halleluja!
Gij, onze Here, doet triomferen
die naar U heten en in U weten,
dat wij Gods zonen zijn. Halleluja!

Bron: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com

Bron afbeelding: Forum Refoweb

Om zondaren te behouden - Forum Refoweb

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

U hebt de Rechtvaardige veroordeelt en vermoord…

U hebt de Rechtvaardige veroordeeld en vermoord (1), en hij heeft zich niet tegen u verzet. (Jakobus 5 : 6)

En hij zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor Mij niet gedaan.” (Matteüs 25 : 45)

1 En nu iets voor u, rijken! Weeklaag en jammer om de rampspoed die over u komt. 2 Uw rijkdom is verrot en uw kleding is door de mot aangevreten. 3 Uw goud en zilver is verroest, en die roest zal tegen u getuigen en als een vuur uw lichaam verteren. U hebt uw schatkamers gevuld, hoewel de tijd ten einde loopt. 4 Hoor de klacht van het loon dat u de arbeiders die uw velden maaiden hebt onthouden. Het geroep van de maaiers is tot de Heer van de hemelse machten doorgedrongen. 5 U hebt op aarde in weelde gebaad en losbandig geleefd, u hebt uzelf vetgemest voor de slachttijd. 6 U hebt de rechtvaardige veroordeeld en vermoord, en hij heeft zich niet tegen u verzet. (Uit Jakobus 5)

Uit Jakobus 4:

(…) 4 Trouwelozen! Beseft u dan niet dat vriendschap met de wereld vijandschap jegens God betekent? Wie bevriend wil zijn met de wereld, maakt zich tot vijand van God. 5 Denk toch niet dat dit loze woorden zijn in de Schrift: ‘Hij die ons het leven gaf, maakt er vurig aanspraak op; 6 maar de genade die hij schenkt is nog groter.’ Daarom staat er: ‘God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn genade.’ 7 Onderwerp u dus aan God, en verzet u tegen de duivel, dan zal die van u wegvluchten. 8 Nader tot God, dan zal hij tot u naderen. Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, weifelaars. 9 Weeklaag, wees treurig en laat uw tranen vloeien. Laat uw lachen veranderen in droefheid en uw vreugde in somberheid. 10 Verneder u voor de Heer, dan zal hij u verheffen.

11 Spreek geen kwaad van elkaar, broeders en zusters. Wie kwaadspreekt van een ander of een ander veroordeelt, spreekt kwaad van de wet en veroordeelt de wet. En als u de wet veroordeelt, handelt u niet naar de wet, maar treedt u op als rechter. 12 Er is maar één wetgever en rechter: hij die bij machte is te redden of in het verderf te storten. Maar wie bent u, om uw naaste te veroordelen?

(…) 17 Als iemand weet hoe het hoort maar er niet naar handelt, dan zondigt hij…

***

(1) 62 De hogepriester stond op en vroeg hem: ‘Waarom antwoordt u niet? U hoort toch wat deze getuigen zeggen?’ 63 Maar Jezus bleef zwijgen. De hogepriester zei: ‘Ik bezweer u bij de levende God, zeg ons of u de messias bent, de Zoon van God.’ 64 Jezus antwoordde: ‘U zegt het. Maar ik zeg tegen u allen hier: vanaf nu zult u de Mensenzoon zien zitten aan de rechterhand van de Machtige en hem zien komen op de wolken van de hemel.’
65 Hierop scheurde de hogepriester zijn kleren en hij riep uit: ‘Hij heeft God gelasterd! Waarvoor hebben we nog getuigen nodig? Nu hebt u met eigen oren gehoord hoe hij God lastert. 66 Wat denkt u?’ Ze antwoordden: ‘Hij is schuldig en verdient de doodstraf!’ (Uit Matteüs 26)

Bron afbeeldingen:  Lucas Cleophas en Rumoer in het midden der aarde

De rijken steeds rijker - Lucas Cleophas ww_gg_stad_Babylon - Rumoer in het midden der aarde

 

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Ongehoord: De stem van een vrouw tijdens de rechtspraak…

2 Machtigen en raad van rechters, spreekt u werkelijk recht, beoordeelt u de mensen eerlijk? 3 In uw hart bedrijft u al onrecht, en overal op aarde geeft u vrij spel aan het geweld van uw handen. (Uit Psalm 58)

Tot driemaal toe spreekt Pilatus, de rechter, het onschuldig uit.
“Heb niets te doen met die rechtvaardige”, waarschuwt hem zijn vrouw.
De onschuld van de beklaagde staat onomstotelijk vast.
En dus volgt vrijspraak? Loslating? Neen, veroordeling! Wegleiding!
“En Pilatus besliste dat hun eis moest worden ingewilligd (…) en leverde hem over om gekruisigd te worden“.

De processen tegen Jezus bestonden uit zes fases: drie fases voor een religieus hof en drie fases voor een Romeins hof. Jezus stond terecht voor Annas, de voormalige hogepriester; Kajafas, de hogepriester van dat moment, en het Sanhedrin. In deze “kerkelijke” rechtszaken werd Hij aangeklaagd wegens godslastering (omdat Hij beweerde de Zoon van God te zijn, de Messias).

De processen bij de Joodse autoriteiten, de religieuze rechtszaken, toonden aan hoe zeer de Joodse leiders Hem haatten, want zij lieten veel van hun eigen wetten nalatig buiten beschouwing. Er waren diverse onrechtmatigheden aan deze processen vanuit de Joodse rechtspraak bezien:

1) Er mochten geen rechtszaken gehouden worden gedurende een feest, en Jezus stond terecht tijdens Pesach. (2) Elk lid van het hof moest persoonlijk zijn stem uitspreken of men wilde veroordelen of vrijspreken, maar Jezus werd veroordeeld zonder hoofdelijke stemming. (3) Wanneer de doodstraf opgelegd werd, moest er een nacht overheen gaan voordat de straf ten uitvoer werd gebracht, maar slechts enkele uren later werd Jezus al gekruisigd. (4) De Joden waren niet gerechtigd om iemand te executeren, maar toch brachten zij de executie van Jezus tot stand. (5) Er mocht geen proces gehouden worden gedurende de nacht, maar dit proces vond plaats vóór zonsopgang. (6) De veroordeelde moest advies krijgen of een advocaat, maar Jezus had niemand. (7) Aan de veroordeelde mochten geen vragen gesteld worden die voor hemzelf belastend waren, maar aan Jezus werd gevraagd of Hij de Christus was.

De vijf belangrijkste vereisten om tot een rechtvaardig oordeel te komen zijn:
1 – Het moet een rechtvaardig oordeel zijn.
2 – Het oordeel moet gebaseerd zijn op bewezen feiten.
3 – De beschuldigde heeft het recht zich tegenover zijn beschuldigers te verdedigen.
4 – Er mag pas een oordeel worden uitgesproken als er minimaal twee, maar het liefst drie betrouwbare getuigen zijn.
5 – Getuigen worden verantwoordelijk gehouden voor hun getuigenis. Als hun getuigenis onjuist is, verdienen ze de straf die de beschuldigde had moeten ondergaan als hun getuigenis juist was geweest.

16 Ik heb nog iets onder de zon gezien: op de plaats waar recht gesproken wordt, heerst onrecht. Ik zag de plaats waar gerechtigheid zou moeten zijn, en er heerst onrecht. 17 Ik zei tegen mezelf: God zal zowel de rechtvaardigen als de goddelozen aan zijn oordeel onderwerpen, want er is bij hem voor alles wat gebeurt en voor elke daad een tijd en een plaats. (Uit Prediker 3)

1 God staat op in de hemelse raad, Hij spreekt recht in de kring van de goden:
2 ‘Hoe lang nog oordeelt u onrechtvaardig en kiest u partij voor wie kwaad doen? sela
3 Doe recht aan weerlozen en wezen, kom op voor verdrukten en zwakken,
4 bevrijd wie weerloos zijn en arm, red hen uit de greep van wie kwaad wil.
5 U toont geen inzicht, geen begrip, en doolt in duisternis rond (…)
(Uit Psalm 82)

Bron tekst: bodedesheils.nl en derekprince.nl
Bron afbeelding: wikipedia.nl

Jezus en de rechtspraak - wikipedia

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek | Plaats een reactie

God’s glorierijke overwinning…

(…) “Het Paaslicht is de morgenglans niet van deze maar van een nieuwe aarde. Pasen is het goddelijke: ‘Er zij licht!’ tot een wereld die (ten onrechte) verheerlijkt wordt! Daarin ligt zijn unieke ‘Sursum corda’. Geen ander feest eist zo gebiedend dat wij over de aardse grenzen heen treden als dit feest. Pasen wordt in de lente gevierd. De vernieuwde aarde is echter maar een armoedige gelijkenis van dit feest. In het christelijke opstandingsgeloof gaat het niet om de oneindige vernieuwing van het natuurlijke en daarom altijd weer sterfelijke leven. Niet in de natuur, maar in de doop en het opbiechten van de zonde is het dat wij de weerschijn van Pasen moeten zoeken. De Opgestane die de discipelen zagen, is Hij die naar de hemel opvaart. Het ‘halleluja’ dat de Kerk aanheft, geeft geen stem aan de jubel die bestemd is voor deze kant van het graf. Zij is er vanwege de eeuwigheid aan de andere kant van het graf.

Pasen ziet dus op het eeuwige leven. Toch is daarmee nog niet het diepste geheimeniskarakter van de Paasmorgen aangegeven. Het ligt vooral daarin dat dit ‘halleluja’ dat betrekking heeft op de eeuwigheid, toch al op aarde gezongen wordt. De Opgestane die naar de hemel vaart, is verschenen aan zijn discipelen. Hij, de verheerlijkte, heeft hen uit de nacht van Golgotha weggetrokken. De Verheerlijkte heeft tot hen gesproken: ‘Onderwijst alle volkeren”. De Opgestane is degene die in zijn Kerk voortleeft. Dat wil niet alleen zeggen dat de roeping van de Kerk stamt uit de verheerlijking van het leven na dit leven. Het wil ook zeggen dat haar lotsbestemming altijd en reeds hier op aarde iets heeft van het leven hierna; anders gezegd: zij is wel in de wereld, maar niet uit deze wereld.

Van hieruit wordt veel van het verdrietige verklaarbaar, dat anders onverklaarbaar zou blijven. (…)

Niet het feit dat de Kerk in haar uiterlijke verschijning over kan komen als een machtsinstituut, roept de diepste tegenspraak op (1) – deze kant van de Kerk is voor de tegenstanders in zekere zin nog een troost en een toevlucht, omdat dit de sfeer is waarin zij haar tegemoet kunnen treden, hoewel tegen haar strijdend. De eigenlijke tegenspraak echter hangt samen met het bovenwereldlijke en boventijdelijke karakter van het christendom!”

Wat Gertud von le Fort naar voren brengt, is prachtig onder woorden gebracht door dr. W. Aalders. Hij vergelijkt de Kerk met de weduwe uit de gelijkenis (Lukas 18). Zij hoort, als haar man is heengegaan, niet meer bij deze wereld. Ze kan er niet meer volop in opgaan. Om die houding wordt ze gezien als een spelbreekster en wordt ze nauwelijks geduld. Op die manier wordt haar onrecht aangedaan.

Gertrud von le Fort schrijft verder:
“De tegenspraak van de tegenstanders doet ook denken aan de teleurstelling en de moedeloosheid van veel vrome christenen, als het met het christendom niet goed gaat. (…)

Vanuit dit gezichtspunt wijst al het mislukken, ja de triomf van de antichristelijke en de heidense machten, in de grond van de zaak op de triomf van Christus, dat wil zeggen de triomf van zijn lijden en van zijn dood. Maar in deze triomf gaat alleen de triomferende wereld (ook de “godsdienstige”! – AJ) te gronde. Het christendom zelf wordt de kroon op het hoofd gezet (2). Zijn ‘dood is verslonden tot overwinning.’ Wat van de mens uit gezien kruis en graf heet, dat heet van God uit reeds verheerlijking en eeuwig leven. Zo wordt het hoogste jubellied mogelijk, dat ooit op aarde heeft geklonken. Het ‘Dat zij jubele!’ en het ‘Halleluja’ dat op Stille Zaterdag wordt aangeheven, zijn de beide liederen waarvan men heeft gezegd: zij zijn geen liederen meer, maar ‘gezongen licht van de eeuwigheid‘.”

Gertrud von le Fort houdt ons voor:

  • Pasen is het feest van het eeuwige leven dat zich realiseert aan de andere kant van de doodsgrens.
  • Pasen is het feest van het eeuwige leven dat toch doorbreekt in deze wereld. Zo is de Kerk in de wereld, maar niet van de wereld.
  • Pasen laat vooral zien dat de schijnbare overwinning van de boze de triomf van Christus betekent. Toen de Emmaüsgangers dat begrepen, sloeg de stemming om.

Blijkt op die momenten dat de Kerk van Christus moedeloos is en niet verder komt dan “wij hoopten…”, dat haar gezichtseinder veel te beperkt is geworden? Heeft zij het nodig om, evenals de Emmaüsgangers, bijgepraat te worden?

Wanneer de Kerk daarvoor openstaat, welke perspectieven breken zich dan baan!

(1) Ook voor gelovigen is de kerk als “machtsinstituut” en de glans en glorie die de mens daarmee toekomt en daarmee verspreiden kan nogal eens een houvast en troost.
(2) Beter is het hier niet te spreken over Christendom (of Jodendom…) maar over Gods kinderen. En in deze wereld betekent die kroon (dus) vooral nog “kruisdragen”.

Bron tekst: Ecclesia nr. 8 – april 2017 – “De discipelen toen en de Kerk van nu – eenzelfde les” van H. Klink, Hoornaar.
Bron afbeelding: Bemoedigende Bijbelteksten

Hand-2622-23 - Bemoedigende Bijbelteksten

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Goede vrijdag: Een slaaf staat niet boven zijn Heer…

24 De discipel staat niet boven de Meester en de slaaf niet boven zijn Heer. 25 Het moet genoeg zijn voor de discipel dat hij wordt zoals zijn Meester, en dat de slaaf wordt zoals zijn Heer. Als ze de Heer van het huis Beëlzebul genoemd hebben, hoeveel te meer Zijn huisgenoten! (Uit Mattheus 10)

(…) We behoeven er niet van te schrikken en huiveren, wanneer de Schrift de woorden heren en slaven gebruikt. Jezus is zo’n goede Heer voor ons, dat Hij zijn leven voor ons heeft overgegeven aan het kruis.

Vroeger gebruikte men de naam HEERE (vijf hóófdletters) ter vertaling van de Hebreeuwse naam van God Jahweh. Tegenwoordig schrijft men in plaats daarvan Here (God). Maar omdat onze Heiland als Middelaar tussen God en mensen in het Grieks KURIOS heet, wordt Hij vaak ook de Heer Jezus genoemd. Kurios was te gebruiken als hoge titel bijvoorbeeld voor de Romeinse keizer, maar men kon er ook de bezitter van een wijngaard mee aanduiden (Marcus 12:9), waarover zijn zorgen zich uitstrekte, of over een hond (Matteüs 15:27), of een slavin (Handelingen 16:16) of een slaaf (Efeziërs 6:5).

Meermalen wordt onze Heiland Kurios (Heer) genoemd en dan niet omdat Hij God was – wat ook had gekund – maar omdat Hij echt mens geworden was en als zodanig ten dode toe gehoorzaam aan de Middelaarsstaat door lijden. Totdat Hij echter opstond uit het graf en zeggen kon: “Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde” (Matteüs 28:18; Romeinen 14:9). Voor het woord heerschappij voeren staat dan het Griekse “kurios zijn”. Geen woord met een nare klank of betekenis. God heeft zich over het gehele menselijke geslacht ontfermd en wil het Evangelie van het Leven daar gepredikt hebben (1 Petrus 1:17-19).

20 Herinner u het woord dat Ik u gezegd heb: Een slaaf is niet meer dan zijn heer. Als zij Mij vervolgd hebben, zullen zij ook u vervolgen; als zij Mijn woord in acht genomen hebben, zullen zij ook het uwe in acht nemen. (…)
25 Maar het woord moet vervuld worden dat in hun wet geschreven is: Zij hebben mij zonder reden gehaat. (Uit Johannes 15)

Bron tekst:  Toelichting (deels) bij Zondag 13 van “De Heidelbergse Catechismus – Bijbels leerboek over de enige troost” van ds. C. Vonk (1904-1993).
Bron afbeelding: IsGeschiedenis.nl

christenvervolging-Romeinse-Rijk - Appie Abspoel

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

Dat wij Gods zonen zijn…

58 Jezus zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren was, ben Ik. 59 Zij namen dan stenen op om ze op Hem te werpen. Maar Jezus verborg Zich en ging de tempel uit; Hij ging midden tussen hen door en zo ging Hij weg. (Uit Johannes 8)

Over het lijden van Christus (6)

Het citaat voor deze week komt uit een doordeweekse preek die Luther gehouden heeft op zaterdagmiddag 6 maart 1529 over Johannes 19 vers 7. Kort voor onze hoofdtekst zegt hij het volgende: ‘Dit is wel het duidelijkste bewijs van de onschuld van Jezus, dat Pilatus niet eenmaal, maar twee, drie, ja, zesmaal roept en aantoont dat Jezus geweld en onrecht wordt aangedaan. Want hij had goed begrepen dat de Joden geen goede reden hadden om Jezus te beschuldigen. Voor de Joden echter kon er evenwel geen grotere zonde bestaan dan dat iemand van zichzelf zou zeggen: ‘Ik ben Gods Zoon.’ Daarom ook, als Christus voor de geestelijke rechtbank belijdt dat Hij Gods Zoon is, dan scheurt de hogepriester zijn klederen en roept: ‘Hij heeft God gelasterd, wij hebben verder geen getuigen nodig!’ (vgl. Mattheüs 26:65). Zij hadden immers het gebod: ‘Wie Gods Naam lastert, die moet gestenigd worden (vgl. Leviticus 24:16). Nu was voor hen ‘Gods Naam lasteren’ niet alleen het vloeken en schenden van Gods Naam, maar ook als iemand zou zeggen: ‘Ik ben God’ (vgl. Johannes 10:33). Ook deze zonde moest Christus voor ons dragen. Christus heeft dat woord ‘Ik ben Gods Zoon’ goed en duidelijk uitgelegd. In de eerste plaats als Hij zegt: ‘Als u de Zoon des mensen zult verhoogd hebben [aan het kruis], dan zult u erkennen dat Ik Die ben’ (vgl. Johannes 8:28 plus kanttekening SV). En verder zegt Hij: ‘Ik zeg u, van nu af zult u zien dat de Zoon des mensen zit aan de rechterhand van de Kracht en zal komen op de wolken des hemels’ (vgl. Mattheüs 26:64). Maar dit getuigenis heeft voor de Joden niets te zeggen. Hij moest de zonde dragen dat Hij een godslasteraar was, omdat Hij Zich Gods Zoon genoemd had.’

‘De Joden antwoordden hem [= Pilatus]: Wij hebben een wet, en naar de wet moet Hij sterven, want Hij heeft Zichzelf tot Gods Zoon gemaakt’ (Johannes 19:7, weergave DB 1545).

(…) “Voor ons is dit ook een goede preek en waarschuwing: dat Christus moest sterven omdat Hij Zich tot Gods Zoon had gemaakt (vgl. Genesis 2:17 en Leviticus 24:16). Want de wet is onze dood en duivel – deze ligt allen op de hals die zichzelf tot Gods Zoon hebben gemaakt. De uitspraak van Mozes is zeker goed: want wie zich dan ook tot Gods Zoon maakt, moet de dood sterven. Ieder mens heeft zich tot God of Gods Zoon gemaakt. Daarom zijn wij allen de dood schuldig en moeten allen sterven.

Van deze vloek der wet heeft Christus ons verlost. Hij wordt terechtgesteld, omdat Hij in onze plaats is getreden en ook deze zonde voor ons heeft willen betalen. Wat Zijn Persoon betreft was Hij echter geheel onschuldig aan de wet van Mozes – dus dat men de godslasteraar moest doden, ging Hem niets aan. Maar omdat Hij op Zich had genomen dat Hij in de plaats van alle mensen zou staan, moest Hij ook hun straf verwachten.

Wij mensen zijn het immers, die onszelf tot zonen [of kinderen] van God willen maken, ja, die God Zelf willen zijn. Adam is met deze zonde begonnen in het paradijs. Want hij liet zich door de oude slang, de duivel, opstoken dat het niet genoeg was om een prachtig schepsel van God te zijn, naar het beeld van God geschapen. Daarom wilde Adam geen mens blijven maar God zijn – goed én kwaad kennen. Toen hij nu hierin de oude slang navolgde en God gelijk wilde zijn, werd hij geen God, maar [werd als het ware] een duivel (vgl. Genesis 3:1 vv)

Nu volgen wij allen onze eerste vader Adam na en willen God gelijk zijn. Want ónze wijsheid, ónze kracht, ónze godsdienst, ónze heiligheid, óns geld en ónze dingen moeten ons tot zonen [of kinderen] van God maken. Daarop verlaten wij ons. Maar wij vertrouwen niet op Gods goedheid, barmhartigheid en genade. Kort gezegd: dit is de eerste zonde die Adam heeft bedreven en op ons heeft overgeërfd.

Deze zonde is het die nu in ons en door ons allen zonder ophouden wordt voortgezet. Adam wilde zelf God zijn en God moest niets zijn. Zo doen alle adamskinderen, daarom is het waar en goed gezegd: ‘Wie zichzelf tot Gods Zoon maakt, moet de dood sterven’ – dat zijn wij!”

Maarten Luther: Wochenpredigten über Joh. 16 20, 1528/29, vgl. WA 28, 348, 31 – 350, 8

Bron: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com (contact op de homepage)

Wat kan ons schaden,
wat van U scheiden,
Liefde die ons hebt liefgehad?
Niets is ten kwade, wat wij ook lijden,
Gij houdt ons bij de hand gevat.
Gij hebt de zege voor ons verkregen,
Gij zult op aarde de macht aanvaarden
en onze Koning zijn. Halleluja!
Gij, onze Here, doet triomferen
die naar U heten en in U weten,
dat wij Gods zonen zijn. Halleluja!

Geest van hierboven, leer ons geloven…
Gezang 477, zetting: G.G. Gastoldi (1591)
Tekst: M. Jacobse (1909-1972)

Gezang 477 - SlideShare

Bron afbeelding: SlideShare

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Het waren de hoeren en de tollenaren niet, Heer Jesu…

29 Alle mensen die dit hoorden, ook de tollenaars, brachten hulde aan God en zijn gerechtigheid: zij hadden zich immers door Johannes laten dopen. 30 Maar de farizeeën en wetgeleerden verwierpen het plan van God: zij hadden zich immers niet door hem laten dopen. (Uit Lukas 7)

De Farizeeën en Schriftgeleerden, de godsdienstige leiders van Gods volk in de dagen van Jezus, de mensen dus die Jezus voor Pilatus brachten, worden nogal eens afgebeeld als mensen met harde, boze gezichten met vaak ook opvallende Joodse kenmerken… Mensen die min of meer eenvoudig en vrijwel direct al aan hun uiterlijk te herkennen zouden zijn geweest als onbetrouwbare booswichten van een “soort” waarvan haast al bij voorbaat vast stond dat ze wel meer kwaadaardige streken hadden uitgehaald en nog weer zouden kunnen uithalen…

Toch doen we er beter aan, ook al zal ons dat – met in gedachten nog de moordenaars van onze totaal onschuldige Heer Jezus – nog niet zo maar meevallen, om hierbij nu eens heel gewone, doorgaans vriendelijke en eerbiedwaardige mensen “voor ogen” te nemen. Neem bijvoorbeeld eens uw eigen predikant en de leden van de kerkenraad van uw gemeente in gedachten of wat ook mogelijk is en misschien beter passend nog, mensen die zichzelf tegenwoordig als kerkleiders kunnen en durven presenteren (mogelijk denken uw predikant en leden van de kerkenraad inmiddels ook al zo over zichzelf). Het moeilijkst wordt het natuurlijk wanneer we onszelf hierbij voor ogen zouden nemen om onszelf dan te zien en te verplaatsen in de verantwoordelijke positie van de toenmalige leiders van Gods volk.

Wat zouden wij gedaan hebben wanneer we zo’n belangrijke positie en rol in het leven van Gods volk hadden gekregen en bereikt door veel studie en veel inzet in m.n. ook dienst van en aan God ten bate van het volk en uiteindelijk natuurlijk ook niet zonder op den duur nogal wat verworven eigen belang. Al die inzet en inspanning vooral toch met goede bedoelingen (1), namelijk om Gods volk te bewaren bij de overleveringen van het oude volk Israël en vooral ook bij Gods wet en bij de dienst aan God in de herbouwde tempel. Met heel wat mensenwijsheid en ervaring, met veel voorzichtigheid, met tactiek en diplomatie was er toentertijd inmiddels door hen ook nog eens een voor Gods volk “redelijk leefbare” verstandhouding bewerkt met de vaak onberekenbare, meedogenloze en wrede bezetter(s)…

En dan worden al die verworvenheden en ook al die eigen belangen, die deze godsdienstige leiders steeds op het oog hadden en in het oog hielden – uit onverwachte hoek – bedreigd door een mens, die al die verworven mensenwijsheid en inzichten en al die menselijke berekening met Goddelijk gezag in het Licht van Gods Woord kwam stellen en die daarbij Gods volk en hun leiders wilde en durfde te vragen om een heel andere Weg met Hem te gaan. Om niet langer het vertrouwen te stellen op de inzichten en macht en “de wapens” (tactiek, diplomatie en zo nodig geweld) van mensen, maar op Gods Woord alleen en dus op Hem, Die van Zichzelf getuigde – en met ontzagwekkende woorden en wondertekenen bevestigde – dat Hij de Weg, de Waarheid en het Leven is. En ook dat daarom alle mensen van Gods volk (hun eerbiedwaardige leiders incluis) nu met Woord én Daad Zijn leerlingen moesten worden…

Hebben wij – van die moeite van ons mensen met Jezus – inmiddels niet ook al genoeg gezien en opgemerkt in het huidige samenleven van ons mensen? In de samenleving, maar zeker ook in de eigen kerk(en)/gemeente(n) en in eigen familie en gezinskring? En hoe staat het ermee in ons persoonlijk leven? En waar heeft dat bij ons inmiddels toe geleid, wanneer u let op uw eigen leven en de inzet die u toont voor uw eigen belang en die van anderen? Geeft u zich steeds weer gewonnen aan het Woord van God dat levend en krachtig is! Heeft u zich daadwerkelijk al een discipel van Jezus Christus betoond, een discipel die niet staat boven zijn Heer? Heeft u uw kruis al opgenomen? En weet u goed  en beseft u elke dag weer wat dat persoonlijk van u vraagt? Draagt u dat kruis nu trouw uw Heiland volgend na? Of hebben wij Hem – eerlijk gezegd en niet verzwegen – nog niet werkelijk al ons vertrouwen gegeven en leeft u ook nog steeds met en van allerlei menselijk inzicht en menselijke wijsheid en berekening en laat u toch ook liever – net als de Farizeeën en Schriftgeleerden en veel andere mensen uit Gods volk – als het er op aankomt uw eigen inzicht en uw eigen belang prevaleren boven Gods Woord, vooral wanneer u dat op zo’n moment toch even het beste uitkomt? Misschien heeft u niet zo’n heel hoge en verantwoordelijke positie en lijkt het allemaal nog wel mee te vallen en zo’n vaart niet te lopen. Toch zullen wij allen onszelf daarover ernstig hebben te bevragen en – in feite iedere dag weer – op te bezinnen, en dat met dagelijkse hulp van Gods Woord en eerbiedig gebed en met hulp van en overleg met onze broeders en zusters die ons (daarvoor) van God gegeven zijn. En van zulke broeders en zusters moeten wij ons ook er goed van vergewissen, dat zij de Here werkelijk van harte liefhebben en dat zij zich werkelijk op Gods Woord verlaten door zelf ook af te zien van allerlei vormen van “eigen inzicht” waar in plaats daarvan Gods Woord ons de weg wil en moet wijzen…

Opgemerkt: (bij de titel en tekst uit Lukas 7) Jezus moest ook voor de hoeren en tollenaars lijden en sterven aan het kruis, maar het waren de toenmalige kerkleiders die in hun (ver)blindheid Jezus veroordeelden, Hem lieten veroordelen door een Romeinse rechtbank en (daarmee) naar en aan het kruis lieten brengen door de Romeinse overheid.

(1) Kerkleiders weten en zeggen – altijd weer, daar zijn ze vooral aan te herkennen – te werken met “goede bedoelingen” en menen (daarom) altijd weer dat ook in de Kerk deze goede doelen de middelen wel zullen en mogen en moeten heiligen…

Woorden van Jezus tot ons allen (bewerkt):
‘Eén ding ontbreekt u: ga heen, doe weg alles wat u gebonden houdt (en waardoor en waarmee u God en medemensen veel tekort doet) en u zult een schat hebben in de hemel; en kom dan, neem het kruis op en volg Mij’ (naar Markus 10:21b).

Woorden van Jezus tot een “overactieve” kerkenraad/kerkleiders (bewerkt):
‘Broeders, broeders, u bent bezorgd en maakt u druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Hebben ook jullie dat goede deel (voor jullie zelf en voor de gemeente) uitgekozen?’ (Naar Lukas 10 : 42)

Woorden van een “blindgeborene” (in feite woorden die nagezegd zullen worden door alle ware gelovigen!): ‘Eén ding weet ik, dat ik blind was en nu zie’* (Johannes 19:25b).
* Wij leren Hém zien als onze Profeet, Priester en Koning door het gelovig gebruik van de middelen, zoals Petrus zijn hoorders ook nog weer inprent in zijn tweede brief – lees het in 2 Petrus 1 : 12-21.

Woorden van een bekeerde Farizeeër:
‘Een ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus’ (Filippenzen 3:14).

Sanhedrin en Pilatus - Holyhome.nl
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie