De hemelse profeten…

1 Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het Woord dat leven is. 2 Het leven is verschenen, wij hebben het gezien en getuigen ervan, we verkondigen u het eeuwige leven dat bij de Vader was en aan ons verschenen is. 3 Wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen we ook aan u, opdat ook u met ons verbonden bent. En verbonden zijn met ons is verbonden zijn met de Vader en met zijn Zoon ​Jezus​ ​Christus. 4 We schrijven u deze brief om onze vreugde volkomen te maken. (Uit 1 Johannes 1)

Luther stond al spoedig na de reformatie als het ware tussen twee vuren: aan de ene kant was er de toen heersende kerk waar hij zich tegen moest verdedigen en aan de ander kant waren er de geestdrijvers en enthousiasten – Luther noemt ze hier ‘de hemelse profeten’ – waar hij heel wat mee te stellen had. Het onderstaande citaat komt uit een geschrift uit 1525: ‘Wieder die himmlischen Propheten, von den Bildern und Sakrament’. Dr. Andreas Karlstadt (1486-1541) die in het citaat met name wordt genoemd, was aanvankelijk een collega en vriend van Luther. Tijdens Luthers verblijf op de Wartburg (1521/22) wilde Karlstadt, mede onder invloed van de ‘Zwickauer profeten’, de juist begonnen reformatie radicaliseren. Luther en Karlstadt zijn in theologisch opzicht steeds verder uit elkaar gegroeid. De onderlinge verschillen liepen voornamelijk over het goede gebruik van de middelen der genade: Woord en sacramenten.

(…) Jij ellendige geest, waarom bestrijd je niet de hoofdzaken? Waarom bestraf je onze leer niet? Je beschuldigt ons ervan een vreemde leer te brengen, die je ons aanwrijft en toedicht en die onze leer niet is. Wat is gemakkelijker: een leugen verzinnen en erover uitweiden óf erover strijden en de overwinning behalen? Dít is echter onze leer: dat brood en wijn niets helpen. Ja, dat ook het lichaam en bloed in brood en wijn niets helpen. Ik wil nog meer zeggen: dat Christus aan het kruis met al Zijn lijden en dood niets helpt, zelfs niet wanneer dat ook – zoals jij leert – op het aller begeerlijkste, warmste en hartelijkste verstaan en overdacht zou worden. Er is voornamelijk nog iets anders nodig. Wat dan? Het Woord, het Woord, het Woord! Hoor je dat goed, leugengeest! Het Woord moet het doen en doet het! Want of Christus duizendmaal voor ons gegeven en gekruisigd zou zijn, dan was het alles tevergeefs als het Woord niet zou komen en het mij verkondigde en schonk en tot mij sprak: ‘Dit is voor jou, neem het en heb het voor jezelf.’

Ook dit nog: als ik volgens de leringen van Karlstadt de gedachtenis en de erkentenis van Christus in het avondmaal met zo’n groot verlangen en eerbied zou oefenen dat ik er bloed van zweette of mijzelf erom liet verbranden, dan zou dit alles nog tevergeefs en geheel verloren zijn. Dan was het immers nog maar enkel en alleen werk en gebod. Het is dan geen ‘geschenk’ of Gods Woord, waardoor Christus’ lichaam en bloed aan mij wordt aangeboden en geschonken.

Er gebeurt met mij niets anders dan dat er voor mij ergens een kist met guldens of een grote schat was begraven of werd bewaard. Dan zou ik dat tot aan mijn dood kunnen ‘gedenken’ en mij met alle ‘erkentenis’ daarover kunnen verblijden. Bovendien, zou ik daarbij zo’n groot verlangen en hevig begeren naar deze schat kunnen ondervinden dat ik er ziek van zou worden. Maar wat zou mij dit alles baten als deze schat nooit voor mij geopend, nooit aan mij gegeven, nooit bij mij gebracht en nooit aan mij in eigendom werd gegeven?

Maarten Luther: Wieder die himmlischen Propheten, von den Bildern und Sakrament, 1525, vgl. WA 18, 202, 28 – 203, 13

Bron: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com

23 Jezus​ antwoordde en zei tegen hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem ​liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen. 24 Wie Mij niet liefheeft, neemt Mijn woorden niet in acht; en het woord dat u hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, Die Mij gezonden heeft.25 Deze dingen heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik bij u verblijf. 26 Maar de Trooster, de ​Heilige​ ​Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb. (Uit Johannes 14)

25 En Hij zei tegen hen: O onverstandigen en tragen van ​hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben! 26 Moest de ​Christus​ dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan? 27 En Hij begon bij ​Mozes​ en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven was. (Uit Lucas 24)

Het Woord dat Leven doet...

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s