Hervormingsdag – 2018 (I)

(…) – wij allen horen hen in in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.
(Uit Handelingen 2 : 11)

Luther zegt in zijn boekje ‘Deutsche Messe und Ordnung Gottis diensts’ uit 1526: “Ik ben het echter niet eens met hen die slechts het gebruik van één taal voorstaan en alle andere verachten. Want ik wil graag de jeugd op die manier opvoeden dat ze ook in andere landen voor Christus nuttig kunnen zijn en ook daar met de mensen kunnen spreken. Want de Heilige Geest is ook niet met één taal begonnen – Hij heeft niet gewacht tot de hele wereld naar Jeruzalem kwam om Hebreeuws te leren, maar liet het evangelie verkondigen in allerlei talen, zodat de apostelen overal waar zij later zijn gekomen, verstaanbaar konden spreken. Dit voorbeeld wil ik graag volgen. Het is daarom heel terecht dat men de jeugd leert om veel talen te spreken. Wie weet hoe God dat later zal gebruiken tot Zijn dienst? Dit is ook de reden waarom de scholen gesticht en onderhouden moeten worden.”

Tot zover Luther. Nu de vraag: is deze zendingsijver van Luther later ook in praktijk gebracht?

Vóór mij ligt een boekje uit 1760, met op het titelblad: ‘HISTORISCHE AANMERKINGEN over de beide CATECHISMUSSEN van DR. MARTINUS LUTHERUS, te Amsterdam, door Henricus Hageman, bij Georg Jacob Wishoff, boekverkoper in de Hartestraat, Anno 1760.’

In het voornoemde boekje wordt o.a. een verslag gegeven van de verschillende uitgaven van de Catechismus van vóór 1760. In deze mail moet ik mij vanzelf wat beperken en geef ik uitsluitend en summier enige eerste drukken (of eerst bekende drukken) weer, van de zeer vele verschillende uitgaven van Luthers Catechismus, zonder andere boeken of herdrukken daarvan te vermelden:

Dit heeft Luther nooit kunnen dromen:

In het Latijn o.a. door Justus Jonas (1529); in het Grieks o.a. door Joachim Camerarius (1529); in het Hebreeuws door Joh. Clajus (1570).Een Syrische Overzetting wordt vermeld, vertaald door Suenus Jona, een Zweed (1708). Dan was er nog een Arabische Overzetting onder opzicht van ene Salomon Negri (1729).

Verder: Daar zyn nog vele andere drucken in vreemde Talen, zowel Europische als Asiatische en Americaansche, aldus Henricus Hageman (1760). Ook nog één in het Boheems o.a. door Graaf van Hardeck, Glotz en Machland enz. (1550). In het Croatisch of Crobatisch o.a. door Antonius Dalmata (1562).

Nog een Ehstnische of Estlandse uitgave in (1721); Russische uitgaven onder toestemming van Czaar Petrus I de Grote (rond 1720). Dan nog een uitgave in de Dörptiche mondaart te Riga in Lijfland (Letland). Dan volgen nog een massa drukken in de verschillende Duitse dialecten.

Bovendien lezen we van de vele drukken vanaf 1529 in het Nederlandsch en Nederduitsch, waarvan nog nauwelijks voorbeelden voorhanden zijn, aldus de schrijver in het jaar 1760. Verder worden nog apart vermeld: uitgaven in het Portugeesch, Spaansch, Deensch, Finsch, Poolsch, Plat-Duitsch, Neder-Saxisch, Preusnisch, Pommerisch, Slavonisch of Wendisch, en Amerikaansch-Virgienisch enzovoort.

Er zijn nog uitgaven in het IJslandisch, in het Italiaansch, daarbij nog een speciale vertaling voor de gevangen christenen in Turkyen in de Italiaansche Sprake. Verder nog in het Laplandisch voor de heidense Lappen, onder toezicht van Koning Gustavus Adophus van Zweden.

En niet te vergeten de ook bij Hageman vermelde uitgave van de Catechismus in het Groenlandisch met de Latijnsche letters: Hans Egede (1686-1758) was een Deens-Noorse Lutherse zendeling op Groenland, hierdoor kreeg hij de bijnaam de Apostel van Groenland. Egede was werkzaam op de Lofoten toen hij verhalen hoorde over de Oud-Noorse nederzettingen op Groenland, waarmee het contact al eeuwen geleden verloren was gegaan. In mei 1721, vroeg hij Frederick IV van Denemarken toestemming voor het zoeken naar de kolonie en veronderstelde dat de plaatselijke bevolking op het eiland katholiek was gebleven en dus niet af wist van de Deense Reformatie of zelfs het christelijke geloof helemaal had verloren. Frederik gaf toestemming voor het gedeeltelijk herstellen van de kolonie op het eiland. Egede (zelf een zeer behoudende Lutheraan) herschreef de Lutherse Catechismus voor gebruik op Groenland in de taal van de Eskimo’s (1747).

Vervolgens vonden we nog vertalingen in het Malabaarsch en Tamulisch(talen uit India) door de Deense zendeling Bartholomeus Ziegenbalg, de eerste Deensche zendeling na Tranquebar op de kust van Coromandel(India) tot betere bekering der Indiaansche Heidenen.

Ook is er nog een Warugische druk – door zendeling Benjamin Schültz.
Hij heeft daarbij nog den Catechismus uit de Malabaarsche Sprake in het KERENDUM, het welk het Latijn der Malabaren, of de taal der priesteren of Brahmanen is, laten overzetten door enen Brahmaan, tot dienst en gebruik der Brahmanen.

Op Madras (India) worden zoveel vreemdelingen gevonden, dat men er wel drie-en-twintig verscheide Spraken hoort spreken, en bijzonder voor de Warugische, en ook de Gentovische of Telungische, heeft Benjamin Schültz niet alleen de moeite genomen om die talen te leren, maar ook den Catechismus in die talen ten nutte voor aldaar wonende heidenen overgezet.

Tenslotte blijkt dat het voor de schrijver nog maar de vraag is of Luthers Catechismus ooit in de Engelsche Sprake is overgezet (!). Wel schijnt er ergens melding te zijn gemaakt van de Latijnse Catechismus van Justus Jonas die door aartsbisschop Cranmer (1489-1556) in het Engels zou zijn vertaald. Hageman heeft echter naa veel vragens en onderzoekens, de minste speur daarvan niet konnen vinden (Anno 1760).

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

‘En had de liefde niet’… (III)

Mijmeringen bij de herdenking van de Reformatie (1517) en 400 jaar Dordt.

(…) 5 Mijn ​hart​ krimpt in mijn binnenste, doodsangst heeft mij bevangen,
6 vrees en beven grijpen mij aan, ik huiver over heel mijn lichaam.

(Uit Psalm 55)

De Psalmen

(…) Reformatieherdenking 2018. Al lezend, aangekomen bij Psalm 55, hoor ik Luther zeggen tijdens een college over deze Psalm (twee jaar voor 1517): Hier stort Christus zijn tranen en Hij beklaagt zich bij zijn Vader vanwege Judas. Wie van Christus is, zal omwille van Hem lijden, een kruis dragen. ‘Zo heeft iedere Abel zijn Kain, iedere David zijn Saul (…) ieder die vroom wil leven in Christus moet vervolging lijden’. In een brief (27 juni 1530) troost Luther zijn vriend en collega Melanchthon met woorden uit Psalm 55. Hij wijst op Johannes Hus die een eeuw tevoren om het geloof door zijn mede-ambtsbroeders werd verbrand. ‘De zaak is het waard! (…) en als zij niet waar is, laten we dan herroepen (…) Het is niet onze zaak!’

Ondertussen ligt het vijandelijk gevaar vooral binnen de Kerk. Psalm 55 opnieuw: ‘Het is geen vijand die mij hoont (…) nee, hij is het met wie ik vertrouwelijk omging, met wie ik, in gezelschap van velen, naar het huis van God wandelde‘ (Psalm 15) en- zeg maar – het Avondmaal vierde. Hij die mooie woorden sprak, maar zij bleken zwaarden te zijn (Psalm 22). ‘Mannen van bloed en bedrog‘ (Psalm 24) preken over de ‘levende stenen” (1 Petrus 2) die gebouwd worden ‘tot een heilig priesterschap‘.

Maar dat Petrus de priesters waarschuwt voor bedrog, huichelarij, afgunst en kwaadsprekerij, komt niet aan de orde. Dat komt niet zo uit. Calvijn (Psalm 55): “Satan kwelt en plaagt de Kerk van God niet slechts door het zwaard en door moord, maar hij port ook vijanden aan die tot het eigen huis behoren‘. Er is en wordt wat kapotgemaakt door jaloezie, laster, concurrentiedenken, hypocrisie, machtswellust, egoïsme en allerlei andere “ismen”.

Kapotgemaakt door vroomheid waarin Christus niet de dienst uitmaakt. Kortweg: gedoe. De klokkenluiders die aan de bel trekken, de “stenen die de bouwspecialisten hebben weggesmeten” (Psalm 118), zij die een steen in de kerkelijke vijver gooien door uit te spreken wat zij niet langer kunnen opkroppen, worden als liefdeloos monddood gemaakt. Hoeveel onrecht ligt er onder de vloerkleden in rechtbanken en ministeries, onder de tapijten in de salons van topbankiers, in kerkenraadskamers en synodezalen.

In ruimten waar uitgerekend de Psalmen worden gezongen. Klokkenluiders worden als zondebokken geofferd om ‘de lieve vrede’ te waarborgen en lasteraars uit de wind te houden met behulp van “verborgen codes en mores’ (Sake Stoppels).
Heksenprocessen zijn geen verleden tijd. Raddraaiers worden op het paard getild, verborgen in het paard van Troje. Luther roept op tot boete, schuldbelijden, biecht. Voor het te laat is.

‘Biechten’? Dat is voor de ‘Roomsen’. Wij zijn niet ‘rooms’. Nee, maar zijn wij dan katholiek? Waar staan wij dan en hoe is dat te merken? Moge 31 oktober een boetedag zijn en het evenement in Dordt worden aangegrepen om op te roepen tot bekering: “Wij hebben God op ’t hoogst misdaan, wij zijn van ’t heilspoor afgegaan; ja, wij en onze vaad’ren tevens …”(Psalm 106).

Calvijn (Psalm 55): ‘Dit is een grondprincipe dat wereldse lieden niet kennen, maar dat vastligt door de voorzienigheid van God, dat de ene mens zich verbonden weet aan de andere door het gezamenlijk uitoefenen van een ambt of een beroep… ” God geeft daarin een teken om in broederlijke liefde (!) met elkaar om te gaan en elkaar de helpende hand te bieden en niet elkaar te grieven en te kwellen.

Kerkhervorming 2018. Stelling 62 van Luther, 31 oktober 1517: ‘De ware schat der Kerk is het heilig Evangelie van de heerlijkheid en de genade van God‘. ‘Maar deze schat is natuurlijk zeer gehaat, want daardoor wordende eersten tot laatsten’. Luther’s oproep boete te doen, geldt niet slechts ons innerlijk – zegt hij – ‘want dat is waardeloos, als zij niet uiterlijk op allerlei wijze het vlees -het ik- bewerkt”.

Wat wordt er van de Kerk?Al wordt de wereld ook een hel en ’t leven niets dan lijden, wij vrezen niet, Immanuël zal stellig ons bevrijden…’ (Luther). Dit lied wil ik wel boven en tegen alles uitzingen. Want Gods Verbond staat vast!

(wordt vervolgd)

Bron tekst:  Ecclesia nr 21 – oktober 2018, door dr. M. Verduin, Zeist.

(…) 10 U, Heer, zal ik loven onder de volken, over U zingen voor alle naties.
11 Hemelhoog is uw ​liefdetot aan de wolken reikt uw trouw.
12 Verhef u boven de hemelen, God, laat uw ​glorie​ heel de aarde vervullen.
(Uit Psalm 57)

Bron afbeelding:  YouTube

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Ommekeer…

(…) “Als wijkverpleegkundige was ik me ervan bewust dat ik in het leven van onze patiënten iets kon betekenen. Ik kon het verschil maken, mensen de mogelijkheid bieden een menswaardig bestaan te leiden. Toen ik begon, was er nog nauwelijks management in de zorg. We hadden één keer in de week een bijeenkomst met de andere verpleegkundigen in de wijk waar we moeilijkheden en oplossingen bespraken, en voor de rest vooral een hoop plezier maakten. Als het eropaan kwam, nam iedereen zijn of haar verantwoordelijkheid, dat wisten we van elkaar.”

(…) Jos de Blok schenkt een kop koffie voor ons in en laat een korte stilte vallen. We zijn duidelijk aanbeland bij wat in de loop van de tijd zijn onderwerp is geworden. Mensen versus systemen, management versus gezond verstand, de oorzaken en de gevolgen. Zijn nuchtere kijk op de wereld van de zorg legt binnen enkele minuten een hier en daar pijnlijke werkelijkheid bloot.

(…) “Het ging allang niet meer over de problemen van de patiënten en de mogelijke oplossingen; het ging over doelstellingen, productafspraken en marktstrategieën. En al die organisaties gingen fuseren, werden groter en kregen duurbetaalde financieel directeuren die de boel gingen bepalen terwijl ze geen flauw benul hadden van wat er zich in de zorg afspeelde.”

(…) “Dwangmatig denken vanuit management leidt tot ontzettend veel ballast en is funest voor de motivatie. Wat is er mis mee om werkplezier tot uitgangspunt van het beleid te maken? Iedereen voelt op zijn klompen aan dat blije medewerkers hun werk beter doen, dat is toch geen hogere wiskunde?”

(…) “Buurtzorg is uitzonderlijk omdat we heel gewone dingen doen. Meer is het niet. Ons werk is niet zo ingewikkeld, maar het blijkt soms behoorlijk ingewikkeld om van die ingewikkelde narigheid af te komen. Zonder managementlaag redden we het uitstekend.

Steeds vaker zie ik dat er op dat gebied een ommekeer aan zit te komen; die beweging is niet meer te stoppen. De jongere generatie, de millennials, staat anders in het leven. Dat is een groot voordeel.

Het is een groot deel van onze generatie, de 50+’ers, die het verprutst heeft. We hebben stilzwijgend de afbraak toegestaan van enkele wezenlijke pijlers onder onze samenleving. Maar het beweegt zich nu weer traag de andere kant op. Ja, dat gevoel heb ik. Daar ben ik heel optimistisch over.”

Bron tekst:  Tijdschrift Zin – Artikel “Jos de Blok” –  interview met Jos de Blok  (1960), directeur van Buurtzorg.

Bron afbeelding:  Tubantia – Jos de Blok, directeur Buurtzorg.

Geplaatst in Diversen, Geschiedenis, Politiek | Plaats een reactie

En had de liefde niet… (II)

Mijmeringen bij de herdenking van de Reformatie (1517) en 400 jaar Dordt.

(…) 14 Hij heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle ​zonde​ vrij te kopen, ons te ​reinigen​ en ons tot zijn volk te maken, dat vol ijver is om het goede te doen. (Uit Titus 2)

De liefde

(…) Een wat vreemde inleiding… Niet zomaar schreef ik boven dit artikel het woord ‘mijmeren’. Wat mij bezighoudt en verontrust, is dat ik, na een halve eeuw op een bepaalde plek in de Kerk te hebben gestaan en gedurende al die jaren Bijbelstudie heb gepleegd, kerk- en dagbladen heb gelezen, bestudeerd heb o.m. wat de Kerkvaders, de Reformatoren Luther en Calvijn en in hun spoor Kohlbrugge hebben geschreven en gezegd, (dat ik) nauwelijks of niet merk dat men lijdt aan de Kerk, aan de verdeeldheid en de liefde-loosheid. Binnen die halve eeuw verdiep ik mij de laatste tijd voornamelijk in de reformatorische uitleg van de Psalmen.

Luther en Calvijn ‘hadden iets’ met het Psalmboek. Van beiden geldt wat Calvijn bekent, namelijk dat hij zijn eigen nood en strijd herkent in de ervaringen van David. Beiden citeren Bernard van Clairvaux om te verwoorden de ernst en de vreugde van de omgang met God, de gemeenschap met Christus in een leven van ‘vreemdelingschap’. Met als voornaamste kenmerk van wedergeboorte: liefhebben.

Psalmwoorden gaan leven op de hoogte van de aanbidding van God, In de diepten ook van angst en wanhoop. In de Psalmen horen wij Christus! De Kerk, de Ecclesia, is het ene lichaam van Christus. Wie die eenheid scheurt, schendt Christus’ lichaam, begeeft zich op het terrein van de zonde tegen de Heilige Geest!

Zou deze ernst eindelijk eens aan de orde komen bij ‘Dordt 400 jaar’ en op de Hervormingsdag 2018? Of verloopt alles (weer) op de oude voet: datgene wat niet deugt, benoemen als ontsporing van de anderen het ‘onze’ camoufleren met een Reformatie-herdenking als momentopname, inclusief het zingen van het ‘Lutherlied’, om vervolgens vanaf Allerheiligen terug te keren tot de orde van de dag: verdeeldheid, liefde-loosheid.

Dat kan niet bestaan onder het ene Hoofd van de ene katholieke Kerk. Dat bestaat niet in de Kerk van Paulus, Augustinus, Luther, Calvijn, de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus, de Dordtse Leerregels, Kohlbrugge… Met onze mooie woorden, ook op en rond de Hervormingsdag 2018, komen we, vrees ik, dikwijls helaas niet verder dan te benoemen hoe het zou moeten zijn. Enkele uitzonderingen – zonderlingen, klokkenluiders, onruststokers – daargelaten.

(wordt vervolgd)

Bron tekst:  Ecclesia nr 21 – oktober 2018, door dr. M. Verduin, Zeist.

(…) 3 Ook wij waren eens onverstandig, ​ongehoorzaam, op de verkeerde weg, ​slaaf​ van allerlei begeerten en lusten. Ons leven stond in het teken van boosaardigheid en afgunst, we verafschuwden en haatten elkaar. 4 Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God, onze redder, openbaar geworden 5 en heeft Hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit ​barmhartigheid. Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de ​heilige​ Geest, 6 die Hij door ​Jezus​ ​Christus, onze redder, rijkelijk over ons heeft uitgegoten. (Uit Titus 3)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

En had de liefde niet… (I)

(…) 5 In wie zich aan Gods woord houdt, is Zijn ​liefde​ ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in Hem zijn. 6 Wie zegt in Hem te blijven, behoort in de voetsporen van ​Jezus​ te treden. (Uit 1 Johannes 2)

Ieder die denkt de Schrift of een gedeelte daarvan te hebben begrepen, maar desondanks de tweevoudige liefde niet betracht, heeft de Schrift niet begrepen. (Augustinus, Doctr. christ. I, 40)

Mijmeringen bij de herdenking van de Reformatie (1517) en 400 jaar Dordt.

Wat verbindt ons?

Op en rond wat wij noemen ‘Hervormingsdag’ werd en wordt veel geschreven en gesproken. Op z’n minst driemaal per jaar lijkt het wel of de zich ‘reformatorisch’ noemende gezindte ook zichtbaar deel uitmaakt van de ene heilige katholieke Kerk.
’s Zomers in het buitenland, tijdens vakanties van ‘reformatorische christenen’ uit Holland, die thuis leven innerlijk ver van elkaar vervreemd, maar op grote afstand van de thuis-gemeente ineens onder hetzelfde dak samenkomen voor een kerkdienst. Een uitgelezen gelegenheid voor een reformatorisch evenement binnen onze landsgrenzen zit er aan te komen op 31 oktober. Niet lang daarna doet zich nog een buitenkans voor wanneer er een ‘Kerst-cruise’ wordt georganiseerd voor een gezelschap van reformatorischen en evangelischen.  Advertenties worden vroegtijdig gepubliceerd. Want ‘vol is vol’. Begeleidende foto’s om een indruk te geven van de sfeer, kunnen zo over¬genomen zijn uit opnamen van een miljonairsbeurs. Soms zie je op dezelfde pagina of die ernaast schrijnende beelden van wat ‘de vervolgde Kerk’ wordt genoemd.

Dit kalenderjaar 2018 biedt nog een extraatje met een signaal van ‘verbroedering’: ‘Dordt 400 jaar’. Wat verbindt ons? Wat de eenheid van de Kerk betreft: er is amper of geen verbinding. Wij hebben met verdeeldheid leren leven. Vandaar zoveel kerkgebouwen. Voor elk wat wils. Onze Dordtse vaderen echter hebben het niet in hun hoofd gehaald de Kerk te scheuren. Zij beleden en leefden de belijdenis van de ‘ene heilige katholieke Kerk’. Eenheid in de liefde. Wij, nazaten van de Dordtse vaderen, onderschrijven plichtsgetrouw de ‘drie Formulieren van enigheid’, al worden wij reeds jaar en dag niet ernstig opgeroepen schuld te belijden over het ontbreken van zichtbare eenheid.

Zwaarwichtiger kwesties krijgen de voorrang, zoals ‘schepping/evolutie’, en sinds kort weer de exegese van de ‘bedekking van het hoofd ‘, die Paulus aan de orde stelt in 1 Korinthiërs 11. Het reformatorische volk moet immers blijvend bepaald worden bij wat het zwaarst weegt in het licht van de eeuwigheid. Allerlei verschijnselen opgeteld: linksom of rechtsom mengvormen van religie, entertainment en commercie, en dat binnen de omheining van ‘rechtzinnigheid’. ‘De vreemdelingen hier beneden’ kunnen inschrijven voor een trip naar de Mercedes-fabrieken en ontvangen ruim van tevoren reeds de verzekering dat Vertrek op de geplande datum wordt gegarandeerd’. Vanzelfsprekend bij vooruitbetaling.

Preken van de Reformatoren, bijvoorbeeld over de nabije komst van Christus, komen dan niet erg gelegen. Zij hinderen ons. Maar goed, die horen we pas later, rond de Hervormingsdag. Zo is het wel uit te houden, wanneer althans de selectie uit citaten van de Hervormers niet al te scherp is. Ofwel: wanneer de spreker niet een spelbreker is en het niet al te concreet heeft over de liefde tot God en de naaste. Dat horen we al elke zondag – wordt het nog gehoord?- als samenvatting van de Wet. Dat mag in een bepaalde orde van de eredienst niet ontbreken. Augustinus (citaat boven) houdt ons een spiegel voor. Paulus doet er nog een schepje bovenop: ‘Al zou ik de talen van de mensen en van de engelen spreken, maar ik had de liefde niet, dan zou ik…’ (1 Korintiërs 13).

(wordt vervolgd)

Bron tekst:  Ecclesia nr 21 – oktober 2018, door dr. M. Verduin, Zeist

(…) 21 Dat is uw roeping; omdat ook ​Christus​ voor ons heeft geleden, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem (uit 1 Petrus 2)

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Christus, Die ons leven is…

God is liefde!

Luther spreekt herhaaldelijk over de onverklaarbare beweegreden van God om deze wereld lief te hebben. In een preek over Johannes 3 vers 16 vraagt hij: “Wat is toch de oorzaak dat God Zijn Zoon geeft? Wat beweegt Hem om zoiets te doen? Het is niets anders dan volmaakte en onuitsprekelijke liefde, want Hij geeft niet omdat Hij dat verplicht is. Ook geeft Hij niet omdat iemand Hem erom heeft gevraagd of erom heeft gebeden, maar Hij doet dat alleen omdat Hij daartoe door liefde wordt bewogen. Hij is een Heere Die graag alles voor niets weggeeft, en dat met vreugde en blijdschap doet, zonder er iets voor terug te vragen” (vgl. WA 21, 482, 30-34)

Het volgende citaat komt uit een preek (1532) over hetzelfde onderwerp:

Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat allen die in Hem geloven, niet verloren gaan, maar het eeuwige leven hebben’ (Johannes 3 : 16, weergave DB 1545).

Als God de wereld alleen vriendelijk goedendag had gezegd, was dit al meer dan genoeg geweest. In plaats daarvan komt Hij Zelf [naar deze aarde] omdat Hij de wereld liefheeft – die verrotte vrucht! Deze wereld is voorzeker het hatelijkste en vijandigste voorwerp van alles [om lief te hebben].

Dit is in waarheid wat de wereld is: het is een stal vol met verdorven en schandelijke mensen, die alle schepselen van God op de meest onterende manier misbruiken – God lasteren en Hem overal de schuld van geven.

Deze gruwelijke mensen heeft God lief. Dit is een alles te boven gaande liefde. Hij moet werkelijk een goede God zijn. Ja, Zijn liefde moet een onmetelijk en onbegrijpelijk groot liefdesvuur zijn, veel groter dan het vuur dat Mozes zag in de braambos – nee, veel groter dan het vuur van de hel!

Omdat God de wereld op deze manier Zijn liefde verklaartwie zou dan nog wanhopen? Deze liefde is weergaloos en gaat alle verstand te boven. Mijn woorden schieten te kort! Ik kan er niet zó uitvoerig over spreken en het niet zó rijk verkondigen als het in werkelijkheid en waarheid is.”

Maarten Luther: Predigten des Jahres 1532, vgl. WA 36, S. 180 ff, weergave: Die Haus-Postille nach Georg Rörer, W(2) 13b, S. 2086 § 5

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres:  info@maartenluther.com

(…) Wanneer Christus verschijnt, Die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid. (Kolossenzen 3 : 4)

Bron afbeelding:  Bob Smerecki (Flickr)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XVIII)

(…) 2 Elke dag opnieuw wil ik U prijzen
Uw Naam loven tot in eeuwigheid. 

(Uit Psalm 145)

Het werk van het eerste en tweede gebod (IV)

(…) “Het is altijd weer zo dat hoe hoger en beter de werken zijn, met des te minder vertoning ze gepaard gaan. Het is duidelijk dat iedereen denkt dat dergelijke werken gemakkelijk gedaan kunnen worden, omdat men al gauw meent dat Gods naam en eer niet meer geprezen kunnen worden dan door wat men ervan terecht brengt vooral bij vergelijk met mensen die het nooit doen.

De mensen maken er graag een indrukwekkende vertoning van, maar toch is hun hart zonder geloof en dat leidt ertoe dat dit kostbare werk wordt veracht, zodat de apostel Paulus kortweg durft te zeggen in Romeinen 2 [: 23] dat degenen die zich beroemen op de wet van God Zijn naam nog het meest lasteren.

(…) “Want het is heus zo niet moeilijk niet om de naam van God te noemen en zijn eer op papier of op een muur te schrijven; maar oprecht Hem prijzen en zegenen om Zijn goede daden en vol vertrouwen Hem aan te roepen in alle tegenspoed, deze werken zijn, naast geloof, werkelijk de minst gevonden en meest hoge (verheven) werken, zodat, als we zouden zien hoe weinig hiervan gevonden wordt bij de christenheid, wij wanhopig zouden kunnen worden vanwege het verdriet daarover.

Toch valt er ondertussen een constante toename van hoge, knappe en glorieuze werken, die mensen hebben bedacht, waar te nemen, of anders gezegd we zien veel werken met de schijn van waarlijk goede werken, maar die uiteindelijk geheel zonder geloof en vertrouwen werden en worden verricht, en waarin, eerlijk gezegd, werkelijk niets goeds te vinden valt.

Aldus berispt Jesaja het volk van Israël in Jesaja 48 [: 1-2]: ‘Hoor dit, jij die de naam Israël draagt ​​alsof je het volk van Israël (daadwerkelijk) bent, jij die zweert bij de naam van God en meent dat je nog steeds staat in waarheid en gerechtigheid.

Met die woorden maakte Jesaja duidelijk dat zij niet handelden in waarachtig geloof en vertrouwen, wat echte waarheid en gerechtigheid is, maar dat ze een vertrouwen hadden in zichzelf, ze vertrouwden op hun werken en op hun eigen kunnen, terwijl ze daarbij ook nog Gods naam wilden aanroepen en loven. Deze twee dingen gaan echter niet samen.

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 219 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 41/42)

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) Het is echter een blijk van Gods ​genade​ wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. 21 Dat is uw roeping; ook ​Christus​ heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem 22 die geen enkele ​zonde​ beging en over wiens lippen geen leugen kwam. 23 Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, Hij leed en dreigde niet, Hij liet het oordeel over aan Hem die ​rechtvaardig​ oordeelt. 24 Hij heeft in Zijn lichaam onze ​zonden​ het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de ​zonde, ​rechtvaardig​ zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen. 25 Eens dwaalde u als schapen, nu bent u teruggekeerd naar Hem die de ​herder​ is, naar Hem die uw ziel behoedt. (Uit 1 Petrus 2)

Bron afbeelding:   International Full Gospel Church

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XVII)

(…) 17 Ontsluit mijn lippen, Heer,
en mijn mond zal uw lof verkondigen.
(Uit Psalm 51)

Het werk van het tweede gebod (III)

(…) “Het wonderbaarlijke en rechtvaardige oordeel van God is hierop gebaseerd, dat in de privésfeer van zijn huis een eenvoudige arme man, aan wie men geen grote geloofswerken toe zal schrijven, met vaste regelmaat God vreugdevol prijst wanneer het hem goed gaat, of vol vertrouwen tot Hem roept wanneer hij tegenspoed ondervindt.

Hij doet hiermee een groter en aangenamer werk voor God dan een ander die vast en veel bidt, kerken begunstigd met z’n geld, bedevaarten aflegt en zichzelf belast met het her en der verrichten van (vooral ook bij anderen) indrukwekkende daden. Zo’n dwaas zet een grote mond op (over zichzelf) en zoekt ijverig naar nog groter werken om te doen.

Hij is zo verblind dat hij aan dat grootste werk om te doen helemaal voorbij ziet, want voor hem is het loven van God maar een heel kleine zaak vergeleken met de grootse voorstelling die hij zich gemaakt heeft van de werken naar eigen ontwerp, en waarin en waarmee hij zichzelf misschien wel meer prijst en lof toebrengt (ook uit/door de mond van anderen) dan aan God, en waarin hij meer vermaak vindt dan dat hij vreugde vindt in God. Zo weerstreeft hij het tweede gebod en de goede werken daarvan met zijn eigen(dunkelijke) goede werken.

In het evangelie vinden we in de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar [Lukas 18 : 10-14] een treffend voorbeeld hiervan. De tollenaar roept vanuit zijn zonden en zondig bestaan (om genade) tot God, en prijst en eert Hem (daarmee) en vervult zo de twee grootste geboden: God geloven en eren. De Farizeeër blijkt bij beide van die geboden in gebreke te blijven. Hij komt aanzetten met (heel) andere goede werken (die hij eerder verricht heeft en) waarmee hij zichzelf prijst, en niet God, en hij toont daarmee meer vertrouwen te hebben in zichzelf en op wat hijzelf heeft kunnen en mogen verrichten dan dat hij vertrouwen heeft in (de genadevolle vergevende aanneming van) God. Daarom wordt hij terecht afgewezen en de ander aangenomen.”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 218/119 (translation used: Luthers Works, American Edition, vol. 44, p. 41)

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 14 Ik zeg jullie: Deze man ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis, in tegenstelling tot die andere. Want ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden. (Uit Lukas 18)

Bron afbeelding:  Presbydestrian

 

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

De ware dienst aan God…

Opdat u eendrachtig [als] met één mond God en de Vader van onze Heere Jezus Christus prijst’ (Romeinen 15 : 6, weergave DB 1545).

(…) “Al het goede dat we God kunnen geven, is lof en dank, wat de enige echte en ware godsdienst is. Zoals Hij Zelf zegt: ‘Het dankoffer prijst Mij, en dat is de weg waardoor Ik hem Gods heil doe zien’ (vgl. Psalm 50 : 23). Al het andere ontvangen we van Hem, om Hem daarvoor dank- en lofoffers te brengen. En wanneer iemand je een andere godsdienst voorstelt, weet dan dat het dwaling en bedrog is.

Godsdienst is God loven – meer niet! Het moet echter wel vrijwillig en ongedwongen uit het hart komen. God loven en prijzen mag je aan tafel doen, in de kamer, in de kelder, op de zolder, in huis of op het veld, op alle plaatsen, bij alle mensen en op alle tijden. Wie zegt dat het anders is, die liegt alsof hij de duivel zelf is.

Maar hoe kan nu Gods lof en dank – de echte godsdienst – bij ons zijn, als we Hem niet liefhebben en Zijn weldaden [of: genade] niet willen ontvangen? Hoe zullen we Hem kunnen liefhebben, als we Hem niet kennen en ook Zijn weldaden niet kennen? Hoe zullen we Zijn weldaden kennen, als men daarover niet preekt en het evangelie onder de bank laat liggen?

Want waar het evangelie niet wordt verkondigd, daar is het onmogelijk dat God wordt gekend, daarom is het ook onmogelijk dat daar liefde en dank zou zijn. Wel, dan is het ook onmogelijk dat God daar wordt gediend – al zou je de bekwaamste koorleider [of: dirigent] van alle koorleiders hebben, het mooiste orgel van alle orgels, de beste prediker van alle predikers, de mooiste kerk van alle kerken, de klinkendste klok van alle klokken. Om kort te zijn: als al deze dwaze godsdienst in gewijde plaatsen en kerken nog honderdduizend maal meer en groter zou zijn… Wat dan nog? Vraagt God naar dat klucht- en goochelspel?”

Maarten Luther: Adventspostille, 1522, vgl. WA 10.1.2, 80, 18 – 81, 17 (verkort)

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com

(…) U, mijn God en ​koning, wil ik roemen,
Uw naam prijzen tot in eeuwigheid.
2 Elke dag opnieuw wil ik U prijzen,
Uw naam loven tot in eeuwigheid:
3 ‘Groot is de HEER, Hem komt alle lof toe,
Zijn grootheid is niet te doorgronden.’

4 Laat geslacht na geslacht van Uw schepping verhalen,
Uw machtige daden verkondigen.
5 Laten zij spreken over de ​glorie​ van Uw majesteit,
ook ik wil Uw wonderen bekendmaken.

(…) 8 ‘Genadig​ en liefdevol is de HEER,
Hij blijft geduldig en groot is Zijn trouw.
9 Goed is de HEER voor alles en allen,
Hij ontfermt zich over heel Zijn schepping.’

(…) 17 Rechtvaardig​ is de HEER in alles wat Hij doet,
Zijn schepselen blijft Hij trouw.
18 Allen die Hem aanroepen is de HEER nabij,
die Hem roepen in vast vertrouwen. 
(…)

(Uit Psalm 145)

Bron afbeelding:  Bible Verses

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Drink liever uit de Bron zelf…

Op 22 juni 1522 houdt Luther een preek over de rijke man en de arme Lazarus. Vervolgens werd deze preek in druk uitgeven met een klein voorwoord van Luther. Daarin keert hij zich tegen de piraten-drukkers die zijn boeken ‘onzorgvuldig en incorrect’ uitgeven. Verder zegt Luther: ‘Wat helpt het, dat men veel boeken maakt en toch altijd weer het goede en voornaamste Boek voorbijloopt. Drink toch liever uit de Bron zelf, dan uit de beekjes die u naar de Bron hebben geleid! Kan het dan toch niet anders zijn, laat dan onder mijn naam geen boeken uitgeven zonder mijn weten en tegen mijn wil. Dat God mocht geven, dat ik mijn boeken voor het merendeel weer thuis zou hebben! Vooral die, waarin ik de paus en de concilies nog teveel heb toegegeven. God, geef ons Uw genade! Amen.’

In lijden en sterven aangenaam voor God
en dienstbaar aan God en mensen… 

‘En er was een rijke man die zich kleedde met purper en kostbare linnen kleding, en hij leefde alle dagen heerlijk en in vreugde. Er was echter ook een arme man, met de naam Lazarus, die lag voor zijn deur, vol zweren, en hij verlangde zich te voeden met de kruimels die van de tafel van de rijke vielen – maar de honden kwamen en likten zijn zweren’ (Lukas 16 : 19-21, weergave DB 1545).

(…) “De arme Lazarus moeten wij niet alleen uitwendig bezien met zijn zweren, armoede en ellende. Er zijn immers genoeg mensen die ook in ellende en nood verkeren en toch daarmee niets gewinnen. Net als koning Herodes in jammer en nood verkeerde [zie Handelingen 12:23], maar daardoor toch niet beter werd voor God. Want armoede en lijden maken niemand aangenaam voor God.

Echter wie tevoren aangenaam is voor God [door het geloof], diens armoede en lijden is ook aangenaam voor God – zoals Psalm 116 vers 15 zegt: ‘De dood van Zijn heiligen wordt kostbaar gehouden bij de HEERE.’ Daarom moeten wij Lazarus in het hart zien, en daar zoeken naar de schat die zijn zweren zo kostbaar heeft gemaakt. Dat echter is zonder twijfel zijn geloof en liefde geweest, zoals Hebreeën 11 vers 6 ons zegt: ‘Zonder geloof kan men God niet behagen.’ Het geloof van Lazarus maakt dus zijn lijden tot zaligheid en aangenaam voor God.

In zijn hart was het zo gesteld dat hij graag anderen gediend zou hebben, als hij dat had gekund. Maar omdat hij dat toen niet kon, beschikte God het zo, dat hij tot op heden met zijn zweren, naaktheid en honger de hele wereld dient en tot troost is. Dat is een kunst- en meesterstuk door God gewerkt – zoiets geweldigs is het als een mens in het geloof staat. Lazarus heeft ons met zijn honger gevoed, met zijn naaktheid gekleed, en met zijn lijden vertroost – zozeer duister en verborgen is de regering van God!”

Maarten Luther:  Predigten des Jahres 1522, vgl. WA 10.3, 185, 14-23; 185, 5 – 186, 2

Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com

En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is‘ (2 Petrus 1 : 19).

Bron afbeelding:  HolyBibleVerse

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie