Het gelovig gebed…

(…) 16Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig
en mist zijn uitwerking niet
.
(Uit Jakobus 5)

Elk gelovig gebed is krachtig omdat God er kracht aan verleend. Wanneer we moeten concluderen dat ons geloof aan kracht heeft ingeboet dan noemt de Bijbel dat kleingeloof. Dat kleingeloof kunnen we compenseren door het soort bidden waar professor Te Velde ons op wijst (1): veel verbaliteit, rationaliteit en verzakelijking, Maar we kunnen het ook vervangen door ‘Getijdengebed’. Dan heet het bijgeloof wanneer we het van dit soort bidden willen verwachten in plaats van het eerder soort genoemde bidden in kleingeloof.

Laten we maar eerlijk erkennen (net als de discipelen/apostelen) dat we niet weten wat we bidden zullen, dan houden we onze gebeden kort en eenvoudig en staan we het (zuchtend) bidden van de Heilige Geest niet onnodig in de weg. Twee of driemaal daags (gelovig en dus aandachtig en met eerbied!) het ‘Onze Vader’ bidden (vergelijkbaar met de dagelijkse regelmaat van onze maaltijden) is zeker voldoende voor elke dag, maar omdat God Zijn kinderen graag hoort mogen we tijdens alle werk en ontspannen door er op allerlei manier blijk van geven dat we Hem nodig hebben en niet missen kunnen omdat we het alleen niet af kunnen…

Zie/lees m.n. ook wat geschreven is in Jakobus 5 : 13-20. Daar staat ook: het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet. Dat betekent in de eerste plaats dat een rechtvaardige weet dat hij/zij een ‘gerechtvaardigde’ is, dus zo iemand zoekt niets bij zichzelf en verwacht ook niets van zijn of haar (manier van) bidden, maar hij/zij aanvaardt gelovig dat niets zijn bidden tot God hem of haar in de weg staat – ook zijn/haar ‘dagelijkse zonden’ niet – maar dat zijn of haar gebeden om Christus wil gehoord en verhoord worden en dus ‘uitwerking’ zullen ontvangen.

N.a.v. : RD – Redactie kerk “Prof. Te Velde: Getijdengebed kan gebedsleven vernieuwen” (15-11-2018)

(1) Volgens professor Te Velde heeft het gebed in het gereformeerd protestantisme aan kracht ingeboet. Ook is rondom het gebed „ongewild” een spiritualiteit ontstaan „die zich kenmerkt door veel verbaliteit, rationaliteit en verzakelijking.”
De traditie van het getijdengebed kan stimulansen bieden voor „vernieuwing en versterking van het gebedsleven onder allen in Nederland die hartelijk in God geloven en met Hem willen leven.” Dat betoogt prof. dr. M. te Velde in een boekje dat deze week verscheen.

Bron afbeelding: King James Bible (Inspirational Image)

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XXI)

Een goede naam is te verkiezen boven grote rijkdom,  waardering
boven zilver en goud.
(Spreuken 22 : 1)

Het werk van het eerste gebod (VII)

(…) “Maar niettemin is het waar dat we een goede naam en reputatie behoren te hebben en dat iedereen zo moet leven dat niemand iets kwaads over hem of haar kan zeggen en dat men niemand aanstoot geeft, zoals de apostel Paulus zegt in Romeinen 12 vers 17: ‘We moeten ons beijveren om het goede te doen, niet alleen voor God maar ook voor alle mensen.‘ En 2 Korinthiërs 4 vers 2: ‘We wandelen zo oprecht en eerlijk dat niemand iets tegen ons weet in te brengen

Maar bij ons moet er grote ijver en zorg zijn, om te voorkomen dat zo’n reputatie ons hart opblaast en ons tot zelfgenoegzame mensen maakt. Hier past de spreuk van Salomo: ‘Zoals goud aangetoond wordt door het vuur van de oven, zo bewijst een mens zich (zijn goede naam) door de lof uit de mond van een ander mens‘ (zie Spreuken 27:21) (HSV: Een smeltkroes is er voor het zilver en een oven voor het goud, zo wordt iemand getoetst op zijn goede naam.)

Zulke mensen, die zich niet van de wijs laten brengen door de lof en de eer die zij ontvangen van anderen, zijn schaars, het zijn mensen die zich laten leiden door de Geest, zodat ze er geen behagen in scheppen of trots van worden, maar volkomen vrij en onbezorgd blijven, terwijl ze al hun roem en goede naam toeschrijven aan God alleen, Hem daarvoor danken, en het voor geen ander doel aanwenden dan lof brengen aan God en ten bate van hun medemensen en helemaal niet om daar zelf beter van te worden.

Wij zijn mensen net als u(a)

Zulke mensen stellen hun vertrouwen niet op eigen roem en eer, en verhogen zichzelf beslist ook niet boven de meest nutteloze en verachtelijke mens op aarde, maar zien zichzelf als dienknechtjes van God, die hen die eer heeft toevertrouwd om God en de naaste te dienen, alsof Hij hen opdroeg (of: vergelijkbaar met de opdracht) om hun geld onder de armen te verdelen ten dienste van Zijn koninkrijk en gerechtigheid hier op aarde.

In Mattheüs 5 vers 16 zegt Christus:Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader die in de hemel is verheerlijken.‘ Hij zegt niet ‘opdat de mensen u zullen prijzen‘, maar ‘dat uw werk alleen gedaan wordt om anderen ermee te dienen, zodat zij God(s naam en werk) in u en in zichzelf zullen opmerken en verheerlijken.

Het juiste gebruik van onze eer en goede naam is wanneer God erom gedankt en geprezen wordt doordat wij anderen dienen. En als mensen óns willen prijzen en niet God die in ons werkt, moeten we dat beslist niet toestaan, maar alles doen wat we kunnen om onszelf te beschermen tegen hun lof door het te voorkomen of door het te (ver)mijden als de ergste van alle zonden en door het te zien en kenmerken als het God beroven van de eer die alleen Hem toekomt.’

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S.221 / S.222 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 44/45)

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(a) (…) 14 Maar toen de ​apostelen​ ​Barnabas​ en ​Paulus​ merkten wat de bedoeling was, ​scheurden​ ze van ontzetting hun ​kleren, drongen zich door de menigte heen en riepen: 15‘Wat doet u toch? Wij zijn mensen, net als u. (Uit Handelingen 14)

Bron afbeelding:  BibleWordings.com

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Een debat van eeuwigheidsbelang?

(a) (…) 2 Verkondig de boodschap, blijf aandringen, of het nu uitkomt of niet, wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist. 
(Uit 2 Timoteüs 4)

(…) Als de prins slechts wilde toestaan om in schuren en huizen het Evangelie
te preken (a),  zou hij het remonstrantisme  (b) doodpreken (1) …

Het volk, de predikanten en de overheid
en de verkondiging van Gods Woord…

(…) Daar heeft Maurits zeer beslist geantwoord dat de kerken toekwamen aan de gereformeerden. Op 23 juli 1617 bleef Maurits weg uit de hofkapel bij Uytenbogaert. Hij ging ter kerke bij de slijkgeuzen in de Kloosterkerk. Van Oldenbarnevelt kwam op 4 augustus met de Scherpe Resolutie. Daarin werd bepaald dat er geen synode zou worden gehouden en dat het leger onder bevelhebberschap van de overheid kwam te staan. Daarmee werd het ontnomen aan prins Maurits. Bovendien werden overheden in steden gemachtigd om eigen soldaten (waardgelders) in dienst te nemen om de samenkomsten van de dolerenden uit elkaar te jagen.

Zo was de verwarring tot een climax geklommen. Er was een theologische discussie over de verkiezingsleer. Er was een kerkrechtelijk geding om de vraag wat de reeds aanvaarde belijdenis betekende. Er was een kerkpolitiek conflict omtrent de relatie van de overheid en de kerk waarbij de contra-remonstranten ‘moderner’ waren dan de remonstranten in hun pleidooi om de overheid buiten de kerk te houden. Daar kwamen ook de internationale verhoudingen nog bij. Van Oldenbarnevelt oriënteerde zich op het roomse Frankrijk, terwijl Maurits zich richtte op het protestantse Engeland.

Voor Maurits was de maat vol, omdat het leger zich tegen gereformeerde volksgenoten zou keren en het gevaar van een burgeroorlog dreigde. In overleg met de Staten-Generaal trok Maurits naar Utrecht om daar de waardgelders af te danken. Van Oldenbarnevelt werd schuldig verklaard aan landverraad. Deze politieke wending gaf de ruimte om een synode te organiseren.

Ten slotte

We komen toe aan een terugblik op deze geschiedenis. Ongetwijfeld zijn er aan beide zijden van dit kamp onheilige krachten werkzaam geweest. Ondanks al deze menselijkheid en kleinmenselijkheid ging het wel ergens over, namelijk over Gods genade. Deze diepste intentie kunnen we niet uit het oog verliezen als we ons vandaag verdiepen in het belijden van Dordt.

Achteraf mogen we belijden dat Gods genadige hand in deze geschiedenis is geweest en dat we ook vandaag door dezelfde onweerstaanbare genade als vierhonderd jaar geleden zeker zalig zijn en worden.

Bron tekst: “De historische context van ‘Dordt’ – Gomarus of Arminius:  Een debat van eeuwigheidsbelang” door prof. dr. W. van Vlastuin in Protestants Nederland.

(b) (…) 3 Omdat ze Gods gerechtigheid (Christus Jezus!, Romeinen 3 : 21-31, 1 Korintiërs 13) niet kennen, proberen ze hun eigen gerechtigheid te laten gelden en verlaten ze zich niet op Gods vrijspraak. (Uit Romeinen 10)

(1)  Verzoek van Jacobus Trigland (1583-1654). Lees in dat  ‘doodpreken’  geen zelfvertrouwen maar het geven van alle (!) vertrouwen aan Gods Woord en aan het werk dat alleen de Heilige Geest met en door de verkondiging van dat Woord verrichten kan.

Opgemerkt bij de blog-titel:
Een debat van eeuwigheidsbelang?‘ Laten we dit debat en m.n. de neerslag daarvan (in de Dordtse leerregels) niet de eer geven die alleen aan onze drie-enige God en de verkondiging van Zijn Woord toekomt. Wanneer we letten op de ontstane verdeeldheid van de reformatorische/protestantse kerken (toen en naderhand) dan kunnen we alleen maar nederig schuld belijden over wat we met de (zeker ook wel noodzakelijke, maar vaak heftige) onderlinge debatten en met dit (menselijk) geschrift al of niet  bereikt en aangericht hebben. Overigens is dat zeker ook de strekking van het artikel en (dus) doel van de auteur geweest (en valt mee af te leiden uit andere publicaties van deze auteur).

(…) 1 Overigens, mijn broeders, verblijdt u in de Here! Hetzelfde aan u te schrijven is voor mij niet verdrietig en voor u is het veilig.  (…)
15 Laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn. En indien gij op enig punt anders gezind zijt, God zal u ook dat openbaren; 16 maar hetgeen wij bereikt hebben, in dat spoor dan ook verder! (Uit Filippenzen 3)

Bron afbeelding:  Word For The Day

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Politiek | Plaats een reactie

Want de letter doodt, maar…

U zult liefhebben God uw HEERE, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede is hieraan gelijk: U zult uw naaste liefhebben als uzelf’ (Mattheüs 22:37-40, weergave DB 1545).

(…) “Wat moeten we nu doen? Als de wet altijd eist en drijft, en wij het toch nooit kunnen volbrengen? Hier word ik altijd door mijn eigen geweten veroordeeld, want ik moet immers God liefhebben met mijn hele hart en mijn naaste als mijzelf, en als ik dat toch niet doe – dan moet ik verdoemd worden, en God zegt daar ‘ja’ op en bevestigt het ook.

Wie kan mij hier raad geven? ‘Ik kan je geen raad geven’ – zegt de wet – ‘ik wil en eis slechts dat je gehoorzaam bent.’ Hier komen nu de profeten en prediken over Christus en zeggen: ‘Er zal Eén komen Die jou in je ongeluk raad kan geven, zodat je weer komt tot datgene wat je verloren hebt en weer in de staat komt, waaruit je gevallen bent – wat de wet je laat zien.’

Dat is de tweede prediking (a), die zal en moet duren tot aan de Jongste Dag, namelijk de verlossing van zonde, dood en duivel, en het begonnen herstel van ons lichaam en van onze ziel. Zodat wij weer in de staat komen, waarin we God hartelijk liefhebben en ook onze naaste. Dat zal dáár in het andere leven volkomen en volmaakt worden, maar toch hier in dit leven beginnen.”

Maarten Luther: Predigten des Jahres 1537 (30. September), vgl. WA 45, 148, 16-30

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com

(a) (…) 3 Het is immers openbaar geworden dat u een brief van ​Christus​ bent, door onze bediening opgesteld, geschreven niet met ​inkt, maar door de Geest van de levende God, niet op stenen tafelen, maar op tafelen van vlees, van de ​harten.

(a) (…) 6 Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe ​verbond​ te zijn, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. (Uit 2 Korintiërs 3)

(a) (…) 14 Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben? Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker? 15 En hoe zal men prediken zonder gezonden te zijn? Zoals geschreven staat: Hoe liefelijk zijn de voeten van hen, die een goede boodschap brengen. (Uit Romeinen 10)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XX)

(…) 21 want hoewel ze God kennen, hebben ze Hem niet de eer en de dank gebracht
die Hem toekomen.
(Uit Romeinen 1)

Het werk van het eerste en tweede gebod (VI)

Volwaardige mensen

(…) Zo diep is de menselijke natuur verzonken in het kwaad van eigendunk en zelfvertrouwen, en in tegenspraak met de eerste twee geboden, dat iedereen – zelfs de meest geringe – graag geëerd en gezien wil zijn en niet de minste.

Nu beschouwt de wereld deze vreselijke ondeugd juist als de hoogste deugd, en dit maakt het bijzonder gevaarlijk voor hen die de geboden van God (nog) niet goed begrepen hebben en niet goed op de hoogte zijn van de geschiedenissen van de Heilige Schrift om zich dan wel te verdiepen in wat de ‘wereldse’ (heidense) boeken en geschiedenissen hen te bieden en te onderwijzen hebben.

Want alle ‘wereldse’ (heidense) boeken worden door en door vergiftigd vanwege het zoeken naar het lof en eer brengen aan de mens; de lezers vinden daarin het onderwijs van het (ver)blinde menselijke verstand dat onderstelt dat men geen krachtig en volwaardig mens kan zijn wanneer men niet bewogen en gedreven wordt door het verlangen naar roem en eer en hoogachting, en dat zij die lichaam en leven, vrienden en goederen, en al het andere daarvoor prijsgeven, gerekend moeten worden tot mensen van de beste soort.

Alle heilige (kerk)vaders hebben geklaagd over deze ondeugd en zijn eensgezind in hun conclusie dat dit de allerlaatste ondeugd is die overwonnen moet worden. Alle andere ondeugden, zegt Augustinus, leiden tot het doen van oneervolle en boze werken (kwade praktijken); maar eerzucht en zelfbevrediging brengen ons tot het doen van goede werken.

Daarom, wanneer een mens niets anders te doen had behalve het tweede werk van dit gebod (Gods naam eren, groot maken, door Hem te loven en te danken), dan zou hij nog zijn hele leven zich moeten inspannen om deze ondeugd die ons zo ‘op het lijf geschreven is’ te bestrijden, en die zo bedrieglijk, zo moeilijk om te vatten, en zo verraderlijk is,  dat het ons steeds weer zwaar valt om er aan te ontkomen.

Hierdoor komen we niet toe aan het bovenal goede werk en spannen we ons in voor het verrichten van vele andere minder goede werken. En inderdaad, door andere goede werken te doen, verijdelen en vergeten we het doen van dit hoogste werk. En zo wordt de heilige naam van God, die als enige geëerd moet worden, genegeerd, ontheiligd en onteerd vanwege onze eigen vervloekte naam, onze eigen zelfingenomenheid en het zoeken naar onze eigen eer.

Deze zonde is in Gods ogen ernstiger dan moord en overspel, maar vanwege zijn subtiliteit (h)erkennen we deze goddeloosheid niet zo gemakkelijk als die van moord en overspel, want dit kwaad vinden we niet in het ‘aardse vlees’ maar in de geest van de mens.

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S.220 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 42/43)

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) Zing en jubel met heel uw ​hart​ voor de ​Heer​
20 en dank God, die uw Vader is, altijd voor alles
in de naam van onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus.
(Uit Efeziërs 5)

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Dankdag 2018

Jeruzalem, prijs de HEERE – Sion loof uw God
(Psalm 147 : 12, weergave DB 1545).

Een makkelijk werkje?!

(…) “God eist voor Zijn weldaden geen grote offers of kostbare juwelen, die veel hebben gekost. Ja, Hij vraagt daarvoor slechts een makkelijk werkje, namelijk lof en dank, waaraan geen moeite of kosten zijn verbonden.

Daarom is het ook een grote schande – als we ons tenminste konden schamen – dat men ons in deze Psalm eerst tot dankzegging moet aanzetten als luiaards, en opwekken als slapers. Bovendien moet deze Psalm ook nog al de weldaden optellen en uitmeten en ons voor ogen houden, voordat we die zelf opmerken.

We worden er toch alle dagen mee overspoeld en overstroomd! Ze worden door ons toch onophoudelijk gebruikt en we leven er toch van? Zodoende hebben we redenen genoeg onszelf aan te sporen en te vermanen en ook zonder deze Psalm er aan herinnerd te worden om God te loven en te danken – door de weldaden zélf bewogen, uitgelokt en aangespoord.

Maar er komt niets van terecht! Men moet er ons met alle macht toe aanzetten en opwekken dat wij de HEERE zullen loven en prijzen. Bovendien moet het Woord voor ons voorgekauwd en in onze monden gestopt worden, zoals in deze Psalm gebeurt.

Nog wil onze smerige boef [= ons zondige lichaam] er niet aan om dit lichte, blije, vrolijke werkje en mooie godsdienstje te verrichten. Bah, wat is dát voor schaamteloosheid dat wij niet schrikken of blozen als wij één versje lezen of horen uit deze of uit een andere Psalm.”

Maarten Luther: Der 147. Psalm, Lauda Jerusalem, ausgelegt, 1532, vgl. WA 31.1, 433, 1-3; 17-28

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com

(…) 9 Daarom verheugt zich mijn ​hart​ en juicht mijn ziel,
mijn lichaam voelt zich veilig en beschut.
(Uit Psalm 16)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Vanwaar dankbaarheid…

10 Al Uw werken zullen U loven, HEERE; Uw gunstelingen zullen U danken.
Psalm 145 (HSV 2010)

Psalm 110: 1 Een psalm voor het dankoffer (NBV 2004)
Psalm 110: 1 Een psalm bij het lofoffer (NBG 51 ).
Psalm 100: 1 een lofpsalm (HSV 2010)

Ongeveer 12 jaar geleden was een wetenschapper een promotieonderzoek gestart naar het begrip “dankbaarheid” in de moderne Nederlandse literatuur. Zij onderzocht boeken van recente Nederlandse auteurs en probeerde te ontdekken welke rol dankbaarheid daarin speelde. Tot haar verbazing kwam ze er al snel achter dat het begrip in geen van de boeken voor kwam en dus geen enkele rol speelde. Uiteindelijk is zij maar aan een heel ander onderzoek begonnen.

Wat is de reden dat dankbaarheid niet voorkomt in de boeken van de Nederlandse schrijvers van de laatste tijd? Hoe is dat te verklaren? En als de Nederlandse schrijvers ook een weerspiegeling vormen van onze maatschappij, zou je dan de conclusie kunnen trekken dat dankbaarheid ook nauwelijks meer een rol speelt in ons land? Dankbaarheid, wat is het?

Een antwoord kunnen we vinden wanneer we onderzoeken welke rol dankbaarheid in de Bijbel speelt. Dan valt op dat het woord ‘danken’ weinig voorkomt in de Bijbel. Sterker nog, er is eigenlijk geen woord dat alleen “danken” betekent. We komen het wel af en toe tegen in onze Nederlandse vertaling (zie boven), maar dat is slechts een vertaling van twee Hebreeuwse woorden uit het Oude Testament die eigenlijk “loven“, en “zegenen” betekenen. Heel soms worden die woorden vertaald met “danken” en daarom vinden we het woord ‘danken” af en toe terug in onze Nederlandse Bijbel.

In Psalm 145 : 10 staat er bijvoorbeeld: Uw gunstelingen zullen U danken. Letterlijk staat er echter: Uw gunstelingen zullen uw naam zegenen (zo is het in andere vertalingen vertaald). In de vertaling boven staat dat al uw werken U zullen loven, maar in bijvoorbeeld de Willibrord vertaling is het vertaald als: “En wat U gemaakt hebt is U dankbaar, HEER“. Nog een voorbeeld. Vers 1 van de bekende Psalm 100 wordt vertaald als “een psalm voor een dankoffer, ” een “psalm voor bij het lofoffer“, of simpelweg “een lofpsalm“. Je ziet dus weer dat danken en loven door elkaar wordt gebruikt.

Danken in de Bijbel blijkt altijd verbonden te zijn met God en is ten diepste aanbidding: een loven van God. Overal waar bijvoorbeeld opgeroepen wordt in de Bijbel om God te loven en te prijzen, zou je dat kunnen vertalen als een oproep om God te danken. Dankbaarheid is dus eigenlijk een vorm van aanbidding van een God die goed (genadig) voor ons is geweest. In andere talen is dat verband veel beter zichtbaar.

Dankbaarheid is in het Engels en het Frans gratitude. In het Spaans zeggen ze gracias als ze je willen bedanken.

Het komt allemaal van het Latijnse gratus wat genade betekent. Het verwijst direct naar de genade van God. Ons Nederlandse woord danken komt van het woord “gedenken”. Het verwijst naar het gedenken van de goedheid van iemand. Danken is dus eigenlijk de goedheid (genade) van iemand gedenken/herinneren en bij wie is er meer goedheid en genade dan bij God?

Inmiddels leven we in een land waar steeds minder aan de goedheid en genade van God gedacht wordt. Het heeft tot gevolg dat de dankbaarheid verdwijnt. Natuurlijk zijn we elkaar als mensen nog wel dankbaar, maar er is geen overkoepelende dankbaarheid meer naar onze schepper. Als mensen steeds minder in God geloven, valt de bron van de dankbaarheid weg. Dat is de reden dat het begrip dankbaarheid niet meer terug te vinden is in de moderne literatuur. Bij de meeste moderne schrijvers speelt God immers geen rol in hun boeken en daarmee valt er niemand meer te eren en te danken. Het besef van genade verdwijnt en waar dankbaarheid gaat ontbreken, komt ontevredenheid en mopperen snel opzetten.

De eerste woensdag van november is in de kerk gereserveerd als vaste dankdag. We zetten een dag apart om God te eren en God te danken. Een goed middel tegen ontevredenheid. Hij heeft ons gemaakt. Hij zorgt voor ons. Hij is genadig voor ons. Er zijn genoeg redenen om Hem te eren en te danken: er bij stil te staan en te bedenken dat Hij goed is.

Bron tekst:Dankbaarheid. Wat is het?”  Dr. M. Dubbelman, Giessenburg in Ecclesia, nr 22, november 2018.

Loof de Heer, want Hij is goed, eeuwig duurt Zijn trouw.
(Uit Psalm 136)

Bron afbeelding:  Scripture Wall Art

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Die alles kennis overtreft…

Maar wast op in de genade en de kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus.
(2 Petrus 3 : 18a)

Deze kennis is geen andere kennis dan dat wij weten wat men van Christus en van de Vader geloven moet. Daarover vermaant de heilige Petrus in 2 Petrus 3 : 18. Alsof hij wilde zeggen: Denk hierover en laat dit alleen onderwerp van onderzoek van uw gedachten en van uw zorg zijn, dat u slechts die Mens goed leert kennen, en laat niemand iets anders of beters zoeken. Want dat is alleen onze wijsheid en kunst, die een christelijke kunst of leer heet (maar het niet is).

Wat men overigens buiten of naast haar leren kan, moet men niet voor een christelijke kunst houden, en als iemand zou vragen wat de christenen toch kennen of leren, dan moet men niets anders antwoorden dan dat men Christus kent, Die gezonden is door de Vader.

Wie dat niet kent en niet leert of houdt, die moet zich op geen christelijke kennis beroemen. Want ofschoon iemand alles zou weten wat onder de zon is, hoe God de hemel en aarde geschapen heeft en alle werken en wonderen, die Hij ooit gedaan heeft. Ja, ook al kende hij de Tien Geboden en hield die.

Maarten Luther.

Bron tekst:  RD Meditatie (2 november 2018)

Het kennen van Jezus Christus, mijn Heer, overtreft immers alles.
(Uit Filippenzen 3 : 8)

Bron afbeelding:  Dribble

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Belangrijk…

(…) ‘We wonen op een rotsblokje dat om een ster cirkelt’ (Ewine Dishoeck)

De veelbekroonde sterrenkundige Ewine van Dishoeck (63) houdt zich al haar hele leven bezig met de geboorte van planeten en zonnestelsels. Ze denkt moeiteloos in miljarden jaren. Onlangs kreeg ze in Noorwegen de Kavli-prijs

Het besef van nietigheid heeft Ewine nooit afgeschrikt

Ewine van Dishoeck is in de wieg gelegd om iets geweldigs te bereiken en dat heeft ze gedaan. Op haar geboortekaartje stond een baby die vastberaden afkoerste op de universiteit. Dat werd geen geneeskunde, zoals haar ouders wilden, maar wiskunde en scheikunde (bij allebei altijd alles cum laude gehaald). Ze werd hoogleraar moleculaire astrofysica aan de Universiteit Leiden en is de meest geciteerde astrochemica ter wereld geworden, een prestatie net zo duizelingwekkend als staren naar het zwerk. Ze bestudeert de moleculen in het heelal die ten grondslag liggen aan het ontstaan van sterren en planeten, zoals ons zonnestelsel, en zoals er nog ontelbaar veel andere zijn. Ontelbaar zijn de sterren aan de hemel en de zandkorrels aan de oever van de zee, staat al in het Oude Testament. (…)

Opgemerkt: Wanneer we door Gods Woord ons de oren en ogen hebben laten openen voor wie Hij is en welke woorden/boodschap Hij ons mensen altijd weer gebracht heeft, dan hebben we toch leren beseffen dat het alleen van belang is, wie Hij is en wat Hij ons te zeggen heeft. Het moet in deze door de hoogmoed van de mens gevallen schepping ook duidelijk worden dat de mensen ‘als muggen zijn’ en dat God heel best zonder hen/ons kan. Dat moet voorkomen dat wij mensen grond in onszelf menen te moeten zoeken en kunnen vinden voor God’s liefde voor ons. Dan gaan we die ook niet verwachten en zoeken waar ze niet te vinden is.

Moeten we niet zeggen: zolang wij het belangrijk vinden om te horen dat wijzelf belangrijk zijn, vinden we onszelf nog te belangrijk. Maar wanneer we horen en gaan begrijpen wie God is en wat Zijn Bijbelse Boodschap is over Zichzelf en Zijn Zoon en (daarom ook) Zijn schepping en schepsel, dan maakt het niet meer uit welke status wij onszelf (laten) toekennen en ontvangen in deze wereld, maar vertrouwen wij onszelf toe aan Hem. Dan gaan we ook begrijpen dat onze woorden tot Hem ook van Hem aan ons gegeven worden (Psalm 139 o.a.) en dat we werkelijk bedelaars zijn, die in alles leven van ‘de geef’. Maar God laat ons weten dat Hij ‘die bedelaars’ Zijn kinderen noemt, en Zichzelf een Vader, Die bereid is om alles aan Zijn geheel van Hem afhankelijke kinderen te schenken.
“Maak de Here maar groot” was het devies van mijn vader en grootvader…

Bron tekst: Juist (via Blendle) – “We wonen op een rotsblokje…” door Liesbeth Wytzes

(…) 6 Kijk omhoog naar de hemel,
kijk naar de aarde beneden:
al vervliegt de hemel als rook,
al valt de aarde uiteen als een oud gewaad
en sterven haar bewoners als muggen,
de redding die IK breng, zal voor altijd blijven
en mijn recht zal geen einde hebben.
(Uit Jesaja 51)

Bron afbeelding: Inspirationa Bible Verse Images

Geplaatst in Bijbel, Geschiedenis, Wetenschap | Plaats een reactie

Hervormingsdag – 2018 (II)

Hongarije en de Heidelbergse Catechismus

(…) We willen nu wat meer vertellen van de geschiedenis van dit boekje in Hongarije, en citeren daartoe uit het boek “Der Heidelberger Katechismus in Ungarn” dat in 1967 in Budapest werd uitgegeven ter gelegenheid van de herdenking van de Reformatie aldaar (toen 400 jaar geleden).

Als bijlage van een advies naar Hongarije

Het oudste bericht over de Catechismus dat in verband met de Hongaarse kerken werd teruggevonden is een brief van professoren uit Heidelberg die aan predikanten en ambtsbroeders in Zevenburgen (Roemenie, er is daar nog een grote Hongaarse Gereformeerde kerkengroep) een antwoord brief schreven. Want ook daar in Zevenburgen was er strijd tussen Lutheranen en Gereformeerden over het Avondmaal. “Heidelberg” was om advies gevraagd en stuurde nu bij het antwoord onder meer als bijlage de Catechismus op. En dit antwoord verscheen compleet in druk in 1565. Het is echter typerend, dat in de geschiedenis ook op te merken is dat daar waar Gods Woord gezaaid wordt de Satan zijn onkruid aandraagt.

In 1566 al verscheen in Klausenbürg een catechismus waaruit Unitariërs veel geschrapt en gewijzigd hadden. Zondag 1 was niet meer te vinden en evenmin het hele eerste deel van des mensen ellende en het begin van het tweede deel over des mensen verlossing (tot vraag 22). Christus werd wel waarachtig God en mens genoemd maar in Zondag 33 en 35 werd geknoeid om de Godheid te loochenen. Invloeden van Servet en Castellio (voor velen geen onbekende namen) waren hier merkbaar. Typerend ook dat twee voormannen van de unitariërs verder en verder van de Christus der Schriften afdwaalden. Eén stierf als Mohammedaan aan het hof van de Sultan, de ander haalde het Sabbathisme in in Zevenburgen! Maar Gods werk gaat voort.

Al in 1567 wordt op de Synode van Debrecen duidelijk stelling genomen tegen de dwaalleraars. In gemeenten en classis wordt ”ongemerkt” overal de Catechismus als leerboek aanvaard. In 1676, op de Synode van Szatmarnêmeth wordt dit boekje nationaal geaccepteerd. Dan zijn al vele Hongaarse uitgaven verschenen.

De eerste Hongaarse drukken.

Wat zal dat boek gelezen zijn! In 1577 verscheen de eerste in het Hongaars vertaalde Heideibergse Catechismus. De predikant David Huszar van Papa heeft waarschijnlijk uit veiligheidsoverwegingen in zijn uitgave niet vermeld in welke stad die is gedrukt en bovendien de titel als volgt gesteld: ”Overzicht van de leer van het Christelijk geloof in korte vragen samengevat”. Ook verscheen het tezamen met een omvangrijk gebedenboek. Eveneens ter camouflage?
De tweede uitgave uit 1604 heet echter voluit: Catechismus van de Paltz. En dát was even een waardevolle uitgave! De bewijsteksten waren er voluit bij af gedrukt. Ziet u het nut daarvan in? Bedenk: hoe weinig mensen hadden zelf een complete Bijbel!

Werk ten bate van de gemeenschap der heiligen

In 1612 verschijnt een Nieuw Testament met Psalmen, Catechismus en Kerkenorde en ook een aantal gebeden. Van dit boek verscheen in 1645 in Amsterdam een derde druk! De bewerker was Albert Molnár van Szençz. Molnár was een man die 30 jaar in Europa had rond getrokken, voornamelijk in Duitsland. In 1622 was hij bij de verwoesting van Heidelberg door de soldaten van Tilly geplunderd en zwaar gefolterd. Hij was zo’n aktieve man dat iemand van hem zei dat als je hem ontmoette je nooit wist of hij nu kwam of ging. Zeer literair begaafd was dit werktuig van de HEER. Zijn Psalterium Hungaricum wordt nog (weer) gebruikt.

Hij bewerkte de eerste complete Hongaarse Bijbel. Grammatica’s, woordenboeken en de vertaling van Calvijn’s Institutie zijn van zijn hand. Hij was het dus die aan het Nieuwe Testament plus Psalmen de Catechismus toevoegde: “gevolg gevend aan de wens van trouwe vrienden”, “Dat alles deed ik met te meer vreugde, omdat ik de genade gaven van kerken van andere Christelijke naties, voor de gelovigen die in onze arme kerkgemeenten leven op een of andere wijze meedelen wilde en de onzen met de overeenstemmende leer van de in vele landen verspreide schare gelovigen, naar de mij gegeven genade, verblijden wilde, waarbij ik tegelijk dacht aan de gemeenschap der heiligen”.

Molnár had van buitenlandse en Hongaarse koninklijke en vorstelijke vrienden financiële steun gekregen, zodat zijn uitgave niet in een oplage van enkele honderden maar in een oplage van duizenden kon verschijnen. En hij had in Duitsland betere lettertypes ontdekt en die voor zijn boek nu laten gebruiken. Zo verscheen een uiterst moderne uitgave in vele steden en dorpen van Hongarije. En vele predikanten predikten het Woord…en de geestelijke vrijheid…

Vijf jaar later, in 1650, verschijnt er in Amsterdam al weer een Hongaarse uitgave van de Catechismus. De kosten van deze uitgave worden gedragen door de Amsterdamse uitgever Johannes Jansonius. Aan de uitgave werkte een groep Hongaarse studenten mee. Want al jaren werden hier door Hongaren colleges gevolgd van de professoren Amerius, Coccejuc, Voetius, Maccovius en anderen. Naast bepaalde theorien (waardoor ze later last krijgen) leren ze hier ook het uit Engeland overwaaiende gematigde puritanisme kennen. Sporen daarvan zijn ook terug te vinden in deze catechismus. Maar wat in deze catechismus vooral opvalt is in het voorwoord een lange prachtige passage over “het privelege van de geestelijke vrijheid”.

In de tijd waarin Roomse “missionarissen” Hongaarse predikanten op de galeien slaan met het ijzeren kruis waarvoor ze niet willen knielen, prediken de predikanten de geestelijke vrijheid voor de mens, die geacht wordt lijfeigene te zijn en die maar heeft te denken zoals de staats- en kerkdienaar, pastoor, bisschop, aartsbisschop of vorst wenst.

Hier volgt die passage:

“En omdat wij ons – ingevolge het rechtvaardig oordeel des Heren en hoofdzakelijk in tegenstelling tot hen die ondanks alle wetten der natuur met eigen vlees en bloed hun naasten plegen vol te stoppen – tevergeefs zouden kunnen beijveren om het lichamelijk (lijfelijk) juk van een onbarmhartig, vermoeiend knechtschap van de hals van het arme volk af te nemen… zo is het waardig en terecht, als alle geestelijke leraars zich daaromtrent bemoeien, dat tenminste het edele deel, de ziel, niet het ondragelijke juk van geestelijke onwetendheid opgelegd krijgt.
Heeft zijn lichaam geen vrijheid zo moge toch zijne ziel hare vrijheid hebben. Wordt zijn lichaam door zijn eigen lichaam (zijn lichamelijke heer, denk aan ”lijfeigene”) verteert, zo moge toch zijn geest door deze geestelijke spijziging gedijen. Geen tyran kan de geest overweldigen, want hem (de geest) heeft de Heer niet aan zijn (tyrannen-) hand maar aan uw (predikanten-) hand toevertrouwd „ Daarom moet u zich zonder ophouden voor het verkrijgen en voor het versterken van het privelege zijner geestelijke vrijheid beijveren, opdat – hoewel zijn arme lichaam onder de versmachtende slaafse arbeidslast zweet, zijn geest zich toch innerlijk verheugen mag. – Dit moge u, toegenegen lezer, voor alles goed bedenken alvorens uw oordeel over een uitgave als deze edele catechismus te vellen.

(Einde passage en einde geciteerde artikel)

Bron tekst:  Kerkblad NGK Rijswijk (1973) – C.J. Janse

 (…) 17 De Heere nu is de Geest; en waar de Geest van de Heere is, daar is vrijheid.
(Uit 2 Korintiërs 3)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie