‘En doen den naam van Sions kind’ren dragen’…

God zal hen zelf bevestigen en schragen
En op Zijn rol, waar Hij de volken schrijft,
Hen tellen, als in Isrel ingelijfd,
En doen den naam van Zions kind’ren dragen.
Psalm 87 vers 4 (Berijming 1773, melodie Maître Pierre)

Gods belofte(n) voor een inclusieve samenleving…

Geciteerd: Psalm 87 is een bijzondere Psalm die altijd gezongen wordt bij het christelijke oogstfeest van Pinksteren, de dag waarop de Filistijnen, de Tyriërs en Moren naar Petrus luisterden en hem hun hoorde toespreken in hun eigen taal. Voor anderen sprak Petrus wartaal: hij heeft zeker te veel zoete wijn gedronken.

Die sfeer heeft ook Psalm 87. De dichters des vaderlands en des tempels, de Korachieten hadden een vrolijke dag en misschien wel teveel zoete wijn op. De Psalm bestaat uit slechts zeven zinnen. Het onderwerp van elke zin is weer anders. Daardoor is de tekst springerig.

Het zijn zeven oneliners achter elkaar over inclusie. Daarmee is de Psalm geschikt voor hele grote groepen, wat zeg ik voor de hele wereldbevolking. Grote groepen moet je niet toespreken met een doortimmerd betoog of met een degelijke preek. Een enkele zin volstaat, maar die zin moet dan wel raak zijn.

De boodschap van Psalm 87 is: ‘Wir sind alle Juden.’, maar dan in het Hebreeuws: ‘Anachnu Jehudim!’* Alle volken hebben Joodse wortels. Alle volken door wie de Joden zijn vervolgd, die ze als slaaf hebben gediend, waaraan ze als ballingen onderworpen waren, wier godsdienst ze hebben bestreden. Godsdienst, ras –  het doet er niet toe – de God van Israël benadert alle andere volken als Israël. Ze horen erbij.

Boven alle steden van Jacob heeft de HEER de poorten van Sion lief.

Die steden van Jakob – dat was toch het hele idee? Opgejaagd door al die volken, zou hij toch rust krijgen. Izak werd toch gedoogd bij zijn nieuwe waterput en dat was toch een begin? Dat moest allemaal toch uitgroeien tot een burgerbestaan van huisje-vijgenboompje-beestje? En dat was toch gerealiseerd? Top. Tof.

Maar daar ging het stiekem (de Bijbel is anders duidelijk genoeg – AJ) toch niet om. Het ging om de poorten. Om de ontmoeting met de ander, met de vluchteling, met de asielzoeker, met de toerist, Het ging om inclusie van alle volken.

Volken. Een collectief. Mensen tellen individuen, zieltjes. Drieduizend op de eerste Pinksterdag. God telt de volken en Hij neemt ze allemaal voor Zijn rekening zonder Israël in de uitverkoop te doen. De winst van de eerste Pinksterdag is duidelijk, 3000 christenen, maar het tegoed van Psalm 87 (om een uitdrukking van Miskotte te gebruiken) staat uit: een inclusieve wereldsamenleving. Alle volken hebben hoe ingewikkeld dit ook is, een dubbel paspoort. Ze zijn in de eerste plaats Joods.*

* De schrijver doet geen moeite om ‘Joodse wortels’, en “Jood zijn’ (‘Wij zijn allen Joden’) Bijbels of vanuit het Jodendom of staatsrechtelijk te onderscheiden en/of definiëren. Maar dat Bijbels gezien mensen uit de ‘heidenvolken’ zich mogen rekenen onder de ‘in Sion (Salem) geborenen’ en dat ‘de Wortel’ Die de edele olijf met de natuurlijke takken draagt ook de later geënte takken draagt, daar is geen twijfel over mogelijk.  Zie ook Genesis 14 : 18-20, Psalm 76 : 3 en Psalm 110 : 4 en Romeinen 11 : 13-18.

Bron citaat:Deez’ en die is daar geboren – Psalm 87 en het probleem van de inclusieve samenlevingDriestarren‘ – door Aart Deddens in Soφie 10e jaargang nr. 5 – oktober 2020.

Van de Korachieten, een psalm een lied.
Boven alle steden van Jakob heeft de HEER de poorten van Sion lief,
Zijn vesting op de heilige bergen.
Van u wordt met lof gesproken, stad van God.

‘Ik noem Rahab en Babel Mijn getrouwen.
Filistea, Tyrus en Nubië zijn alle hier geboren.’

Met recht kan men van Sion zeggen: ‘Welk volk ook, het is hier geboren,
de Allerhoogste houdt Sion in stand.’

Bij de namen van de volken schrijft de HEER: ‘Dit volk is hier geboren.’
En dansend zingen zij: ‘Mijn bronnen zijn alleen in u.

Psalm 87 (NBV)

Bron afbeelding:  Believe Trust

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

‘Ik geloof in God de Vader’…

Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde.
(Artikel 1 van de apostolische geloofsbelijdenis)

De enige God, Die de macht heeft u voor struikelen te behoeden en u onberispelijk en juichend van vreugde voor Zijn majesteit te laten verschijnen, Die ons redt door Jezus Christus, onze Heer, Hem behoort de luister, de majesteit, de kracht en de macht, vóór alle eeuwigheid, nu en tot in alle eeuwigheid. Amen.‘ (Judas 1 : 24-25).

Geciteerd:  Wat moeten wij dus doen nu heel de schepping zucht en de wereld geblakerd wordt? We willen belijdenis doen van ons geloof, sprekende: ik geloof in God de Vader

Want dit geloofsartikel vindt vandaag, nu Christus de zegels verbreekt, zijn vervulling. Wat hier staat wordt elke dag dieper en rijker, en de zin van de schepping wordt elke dag meer bereikt. En terwijl we dit belijden maakt de gemeente vandaag (toen zondag 1 maart 1942!) hierbeneden aan de engelen bekend de veelkleurige wijsheid van God*.

Want dat Mozes het scheppingsverhaal schreef, dat was veel. Dat Jesaja daarvan een troostbrief maken kon voor de kerk  – de kinderen van Gods volk, het Israël van toen en zeker ook voor de gemeente van Joden en ‘Grieken’ nu (AJ) -, dat was meer. Maar dat de kerk haar belijdenis van God de Vader en onze schepping in dagen van wereldafbraak met de engelen meespreekt en straks boven de engelen uitzingt, dát is het meest.

Ik geloof in God de Vader, de Schepper; daarom verwachten we naar Zijn belofte een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. Nee, niet een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarbij de schepping van de wereld wordt teniet gedaan (vernietigd), maar waarin de schepping tot haar eeuwige vernieuwing komt.

En daarom zien we in deze dagen van wereldbrand uit naar de laatste dag, maar we doen dat terugziende op de eerste dag; we omspannen in dit geloofsartikel al de eeuwen; we verbinden hier de schepping aan het eeuwige leven.

We houden de Vader vast,
– want Hij is de God en Vader van onze Heer Jezus Christus;
– wij geloven in Hem door de Geest,
– Die het uit Christus nam,  en
– Die het ons ook vanavond weer verkondigde.
Amen.  

* Namelijk zoals die onder zulke omstandigheden ook blijkt uit het standvastige, onwankelbare vertrouwen van de leden van de gemeente van onze Heer Jezus Christus. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het in WO II met woord en daad belijden van hun geloof van de familie Ten Boom en een predikant als Dietrich Bonhoeffer.

(1) Preek over Zondag 9, vraag 26  (Wat gelooft u…) – Slot van de preek – gehouden op zondag 1 maart 1942.

Bron citaat:De dingen die ons van God geschonken zijnCatechismuspreken’* van B. Holwerda (1909-1952) (2)
* Eerste deel Zondag 1-13

(2) In leven hoogleraar aan de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde kerken te Kampen.

Bron afbeelding:  Fine Art America (Sherman Rivers)

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Zondag 3 (HC) na viering van het Avondmaal… (slot)

Zo is het ook met het lichaam van Christus. Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu uit het Joodse volk of uit een ander volk afkomstig zijn, of we nu slaven of vrijen zijn.
(Uit 1 Korintiërs 12 : 12-31)

In samenhang met Hem én met elkaar!

Geciteerd: Zo pas zei ik, dat daarom geen mens het zwarte schaap in de familie kan zijn, want vanwege de structuur van ons geslacht, vanwege ons begrepen zijn in Adam, zondigen we in samenhang met elkaar. Maar diezelfde samenhang is er nu ook in de verlossing. We kunnen nu slechts verlost worden in Hem, die het hoofd van de nieuwe mensheid is, slecht dan wanneer we begrepen zijn in Hem. Dat wil zeggen ook in samenhang met elkaar.

Niet één zwart schaap!

Verlossing is nu nooit,  dat ik er op m’n eentje uitkom;  want mijn ellende hangt samen met de ellende van alle anderen. Daarom is verlossing ook slechts daar, waar ik in gemeenschap met allen door Christus verlost word. Ellende is niet één zwart schaap, maar de zwarte kudde.

Niet één enkele witte raaf!

Verlossing is daarom ook niet één enkele witte raaf, maar de hele kudde gereinigd in Hem. En wie nog nooit begreep wat de kerk is, die leert dat hier in Zondag 3 wel spellen.

Wondere diepte van de wedergeboorte

En nu dat laatste: onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Maar nu gaat voor mij open de wondere diepte van de wedergeboorte door de Geest van Christus. En in Christus zijn, Zijn eigendom zijn (dat de HC in Zondag 1 ook de jonge kinderen al laat geloven en belijden), dat betekent: de Geest hebben, de Geest die mij vernieuwt; die mijn onwil breekt en voortgaand mij van harte gewillig maakt Christus te dienen; de Geest die mijn onmacht doorbreekt en me bekwaam maakt om God lief te hebben metterdaad.

Beeldrager van God

En wat nu de dankbaarheid betreft:  na Zondag 3 leer ik Psalm 8 weer beter lezen: wat is de mens dat Gij zijner gedenkt, en de Zoon des mensen dat Gij hem bezoekt; dat Gij hem eens gemaakt hebt en in Christus hersteld hebt tot een beelddrager van God? U hebt alles onder zijn voeten gezet. Dus ligt de hele wereld voor me open; ik mag met God nu al in eeuwige zaligheid leven, om Hem eeuwig te loven en te prijzen! Heere mijn God in eeuwigheid zal ik u loven. Amen.

(1) Preek over Zondag 3 (kennis van onze ellende) na viering van het Avondmaal – Slot van de preek – gehouden op zondag 18 januari 1941.

Zie ook:  ‘Zondag 3 (HC) na viering van het Avondmaal… (inleiding)

Bron citaat:De dingen die ons van God geschonken zijnCatechismuspreken’* van B. Holwerda (1909-1952) (2)
* Eerste deel Zondag 1-13

(2) In leven hoogleraar aan de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde kerken te Kampen.

Bron afbeelding:  Pinterest (Pin on Scripture Art)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Zondag 3 (HC) na viering Avondmaal… (inleiding)

Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, en
zo is de dood voor ieder mens gekomen, want ieder mens heeft gezondigd.

(Romeinen 5 : 12)

Drie stukken… Drie stadia?

Geciteerd (1): U herinnert zich toch wel uit Zondag 1: Hoeveel stukken zijn nodig, om in deze troost – waarover direct al gesproken wordt in Zondag 1 – zalig te leven én te sterven? Drie stukken, ten eerste: hoe groot mijn zonden en ellende zijn, enz. We moeten dus het stuk van de ellende, zoals ook in Zondag 3 beleden wordt, kennen om getroost te zijn met de enige troost van Jezus Christus.

Zeer orthodox

Het is zo jammer, dat dit besef bij velen ook in de kerk zo uitgesleten is. Men is zeer orthodox in het stuk van de ellende, men weet precies te zeggen, wat daarmee bedoelt wordt, met erfschuld en erfsmet. Maar men leest dit niet meer tot vertroosting. ’t Is zo ontzaglijk jammer, dat men zo langzamerhand Zondag 1 ging beschouwen als een stichtelijke inleiding, als een ‘woord vooraf’.

Op een kier…

De eigenlijke catechismus zou beginnen in Zondag 2. En men meende dan, dat dit drie stadia waren van de weg van de verlossing: eerst de ellende leren kennen, en als men zover gekomen is, dan het blijde licht van de verlossing laten zien, om ten slotte te eindigen met de dankbaarheid. Men zag toen ook zondag 3 als een middel om mensen neer te slaan, opdat ze uit de diepte van de vertwijfeling zouden gaan roepen om de verlossing. Men zei: hier mag over verlossing niet worden gesproken; hier mag hoogstens de deur van de verlossing op een kier worden gezet. Maar over Jezus Christus moest men in dit eerste stadium nog zwijgen.

Voorlopig nog zwijgen?

Als dat waar was, dan kon over Zondag 3 eigenlijk niet meer worden gepreekt. Als ik vanmiddag niet over Jezus Christus mag spreken, dan heb ik hier niets te doen. Want u bent (jullie zijn) de gemeente van Jezus Christus, die in Hem begrepen zijt door de doop, en die vandaag (allemaal, jong en oud) uw gemeenschap met Hem verzegeld en bevestigd hebt gezien in (de viering van) het Heilig Avondmaal. Nu kan ik niet meer doen, alsof u een gemeente bent tot wie over de verlossing in Christus nog enkele weken moet worden gezwegen.

In etappes?  

Ik kan bij Zondag 3 niet doen, alsof u/jullie buiten Hem staan. En zelfs als dat zo was, dan zou ik u/jullie vanmiddag nog niet mogen proberen de kennis van de ellende te  prediken als het eerste stadium van een weg, waarvan de kennis van de verlossing pas de tweede etappe is. Dan zou ik u/jullie een verlossingsweg wijzen die helemaal geen weg van de verlossing is. Want het Woord zegt dat nergens, dat de drie stukken op elkaar volgen. En de catechismus wil dat ook niet.

Niet ondermijnen

De belijdenis begint hiermee, dat we het eigendom van Christus zijn. En dán wordt gesproken over de ellende. Maar niet om die troost u weer te roven, niet om de zekerheid dat u/jullie het eigendom van Christus bent, weer te ondermijnen. Ook niet om u als verlosten, nog eens een blik terug te laten werpen op uw/jullie val in Adam als een historische bijzonderheid, die er eigenlijk niet meer toe doet en die we wel vergeten kunnen.

In de gemeenschap met Christus bevestigd!

Maar deze belijdenis dwingt de kerk terug te zien op de oorsprong van onze ellende, opdat ze in de gemeenschap van Christus bevestigd zou worden, opdat we zouden begrijpen de lengte en breedte en diepte en hoogte van wat in Christus is, opdat we (ook) mee door Zondag 3 in leven en sterven vertroost zouden zijn.

Geen zwaar juk

Zondag 3 is dus geen zwaar juk, waaronder we door moeten gaan voor we tot Christus kunnen komen; het is evenmin een artikel (station), dat we eigenlijk al lang zijn gepasseerd en puur nog als antiquiteit even in herinnering brengen. Maar Zondag 3 is de waarheid van God , die we als kerk moeten kennen, om in leven en sterven waarachtig getroost te zijn. En zo wil ik tot u spreken over de troost van Zondag 3 en dat naar drie zijden…

(1) Preek over Zondag 3 (kennis van onze ellende) na viering van het Avondmaal – Inleiding van de preek.

Zie ook:  ‘Zondag 3 (HC) na viering Avondmaal… (slot)

Bron citaat:De dingen die ons van God geschonken zijnCatechismuspreken’* van B. Holwerda (1909-1952) (2)
* Eerste deel Zondag 1-13

(2) In leven hoogleraar aan de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde kerken te Kampen.

Bron afbeelding:  King James Bible

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

‘Ooggetuigen geweest van Zijn majesteit’…

Wie heeft lust den HEER te vrezen,
’t Allerhoogst en eeuwig goed?
God zal Zelf zijn Leidsman wezen;
Leren, hoe hij wand’len moet.
’t Goed, dat nimmermeer vergaat,
Zal hij ongestoord verwerven,
En zijn Godgeheiligd zaad
Zal ’t gezegend aard’rijk erven.
Psalm 25 vers zes (Berijming 1773)

De vreze des Heren in het Nieuwe Testament *

(…) Wat nu dede vreze des Heren in het Nieuwe Testament’  betreft, het kan de schijn hebben dat de vreze de HEREN iets is dat speciaal behoort bij het Oude Testament, sterker: daartoe beperkt is. De gedachte kan leven, dat de vreze des HEREN slecht past bij het evangelie van Gods liefde en genade, Zijn toenadering tot ons in Jezus. En lezen wij niet bij Paulus: Gij hebt niet ontvangen de geest van knecht-zijn om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de geest van het zoonschap, waardoor we roepen Abba, Vader? En horen we niet van Johannes, dat de liefde de vrees uitdrijft (1 Joh. 4 : 18). Zou dan misschien, zoals men wel beweert, het Nieuwe Testament zelf debet zijn aan het in vergetelheid raken van de uitdrukking ‘de vreze des HEREN’? We zullen zien.

Bijde vreze des HERENin het Nieuwe Testament gaat het niet slechts om een uitdrukking, maar om de zaak, die ook in het Nieuwe Testament volop aanwezig is. En daar wil ik nu iets van aanwijzen. De vreze des HEREN, dat is toch allereerst het ontzag dat de HERE inboezemt. Van Hem komt het. Het is geen prestatie van de mens.

Laten we allereerst letten op de vreze die Jezus inboezemde, zelfs aan zijn eigen discipelen, die het dichtst bij Hem stonden. Ik handhaaf het archaische woord ‘vreze’ om aan te duiden dat het om een speciaal soort ontzag gaat. En ik zeg met opzet ‘Jezus’ en niet ‘Here Jezus’, daarmee aansluitend bij het spraakgebruik van de evangeliën. Is het u wel eens opgevallen, dat Hij daar overwegend Jezus wordt genoemd, zonder meer. Het is één van de blijken, dat de bewering als zouden de evangeliën een latere reflectie weergeven, waarin de man van Nazareth buiten alle proporties is verheerlijkt, geen grond heeft in de evangeliën zelf. Ze verhalen van die man van Nazareth, Jezus, een mens van gelijke beweging als wij. Van zijn dagen op aarde, toen Hij kwam in vernedering om te sterven. De historische Jezus, zogezegd. Die echter – en daar gaat het nu om – zijn naaste vrienden bij ogenblikken bijzonder heeft doen vrezen en beven.

(…) Een andere plaats, waar ik de vinger bij wil leggen, is Markus 9 : 6. ‘U bent de Christus, de beloofde Verlosser’, had Petrus begrepen en vrijmoedig beleden. En terecht. Precies goed gezegd! Maar ze mochten het zo nog niet rond bazuinen. Eerst zou Hij nog moeten lijden. Dat moest echt gebeuren, dat mocht Petrus niet afweren. Maar de heerlijkheid komt daarna. En daarvan mag Petrus met twee andere discipelen ook al een glimp opvangen op die hoge berg. Op dat moment weet Petrus niet meer wat hij zeggen of zwijgen moet, want, zij waren zeer bevreesd. Geen wonder: voor de schittering van hemelse heerlijkheid en dat niet in een beschouwing maar in het echt! Later prent de apostel de gemeente in: Wij zijn geen mythen gevolgd in ons spreken over de kracht en de komst in heerlijkheid van onze Heer Jezus Christus. Maar we zijn ooggetuigen geweest van Zijn majesteit, toen we met Hem op de heilige berg waren. Wie zou niet vrezen met diepe eerbied en ontzag voor de HERE. Zeg het maar in die bepaalde vorm, HERE, die vorm, die we voor God reserveren.

Nu letten wij op Markus 10 : 32. Terwijl ieder wist dat Jezus zich zo in het hol van de leeuw begaf, terwijl Hij zelf ook gezegd had dat het niet goed zou aflopen, ging Hij toch ook die keer nog op naar Jeruzalem. En Hij ging zelfs voor hen uit! Ze waren verbaasd, de mensen. En zijn naaste volgelingen waren bevreesd. Was dat alleen maar angst dat Hem wat overkomen zou? Was het niet veeleer heilig ontzag voor Hem dat hen al eerder had bevangen? Zoals Hij er nu op afgaat, voor hen uit, zijn eigen gang gaand, zo is Hij naar het kruis gegaan, voor hen uit. En zo is Hij ook weer uit het graf gekomen, voor hen uit!(Markus 16).

(…) Het getuigenis van het evangelie, van de echte Jezus, leert ons in Hem te geloven als de Here, die eerbied oproept en diep ontzag. Zijn wegen, ook in vernedering, in lijden en verhoging, zijn hoger dan de onze. Zodat het past Hem eerbiedig te vrezen.

Ook ons past dat, en dat temeer daar we Hem als Rechter uit de hemel verwachten. Ook wij zullen zijn heerlijkheid zien. En allen moeten we voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat ieder wegdrage wat hij verricht heeft, goed of kwaad. Aldus de apostel in 2 Korinthe 5. Die dan vervolgt: Daar wij dan weten hoezeer de Here (Jezus) te vrezen is, trachten wij de mensen te overtuigen, te bewegen, tot geloof om ons door Hem met God te laten verzoenen. Maar dat geloof, dat vertrouwen, dat Hij, die geen zonde gekend heeft, tot zonde is gemaakt, opdat wij zouden worden een en al gerechtigheid voor God in Hem, dat geloof neemt de vreze niet weg. Vreze in de zin van zorgvuldigheid, beduchtheid om Hem welgevallig te zijn. Zoals de liefde de eerbiedige schroom voor Zijn hoogheid niet wegneemt. [Einde citeren]

* Titel van de hieronder genoemde lezing.

Zie ook: ‘De bovenste beste theologie?

Bron: Lezing gehouden in Ermelo door ds. J.D. Janse (1932-2005) op een studiedag (25 oktober 1986) van het Nederlands Gereformeerd Seminarie (opgenomen in NGS-uitgave “Met het oog op de gemeente – lezen in het Nieuwe Testament“, oktober 2002).

(1) In de onberijmde Psalm staat het als volgt (NBG’51): Psalm 25 : 12-13
Wie is de man die de HERE vreest?  Hij onderwijst hem aangaande de weg die hij moet kiezen. Hij zelf zal in voorspoed vertoeven, en zijn nageslacht zal het land beërven.

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

De bovenste beste theologie?

Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten, maar nu de tijd ten einde loopt heeft Hij tot ons gesproken door Zijn Zoon, die Hij heeft aangewezen als enig Erfgenaam en door wie Hij de wereld heeft geschapen.‘  (Hebreeën 1 : 1-2)

God het meest centraal

Geciteerd 1: In lijn met de traditie van het neocalvinisme en de oude Princeton-theologen (verbonden aan het conservatieve Princeton Theological Seminary in de VS) is gereformeerde theologie het beste te omschrijven als die vorm van christelijke theologie waarin God het meest centraal staat, waarin het meest overtuigend beleden wordt dat de Heilige Schrift door onze zondigheid noodzakelijk is, waarin de inwerking van het bovennatuurlijke op deze wereld het meest vrijmoedig erkend wordt en waarin de verlossing door Christus het meest radicaal als Gods werk wordt geleerd.

Opgemerkt: Maar door wie en hoe (met welke criteria) wordt bepaald dat in de gereformeerde theologie God het meest centraal staat – meer centraal dan bijvoorbeeld in de RK-theologie? Moeten we niet eerder concluderen dat de (neo-calvinistische) gereformeerde theologie de meest pretentieuze theologie is. Is het niet heel gewoon en kinderlijk eenvoudig zó dat ook in de theologie een mens heeft te belijden dat de Bijbel het Woord van onze Levende God en Schepper is. En wanneer en waar dat erkend/geloofd wordt, dan heeft ieder mens reden om altijd weer goed naar dat Woord van God te luisteren en het gelovig te aanvaarden en dat onder gebed om hulp van de Heilige Geest daarbij. Dat is altijd en overal onder alle levensomstandigheden nodig en daar kan zelfs een gereformeerde theologie niets aan veranderen of aan bijdragen of aan toevoegen. Die eer kan ze zich beslist niet ‘toe-eigenen’, dat ze een steuntje in de rug is voor de heilige Geest Die het met het Woord alleen natuurlijk niet redt in deze wereld…

Geciteerd 2: Nu, bij de Prolegomena, de dingen, die éérst gezegd moeten worden, hebben we dat gezegd. We zeggen het nog steeds. De wetenschappelijke theologie is begrensd, is andersoortig dan het praktische spreken van de Schrift. De aanstaande dienaren van het Woord moeten leren, onder meer, hoe de Here de Christenheid ziet. Dat is een vraag van belang en een vraag waar alles om draait, wat onze toekomst betreft. Het is een vraag die door de wetenschap niet onder ogen gezien wordt. Ze kan die vraag niet áán. En ze is daardoor ook niet bij machte de gemeenten te leiden! Ze kan niet aandringen om de HERE te vrezen!
(…) De dogmatiek staat, om zo te zeggen, buiten de tijd. Die kennis heeft geen betrekking op een bepaalde situatie, ze heeft ook geen macht om op te roepen tot bekering. Dogmatiek tróóst ook niet. We hechten eraan om dit onderscheid in het oog te houden, opdat, onder meer, de aanstaande predikanten die we opleiden, ‘geen stenen voor brood’ zullen geven, in dorre opsommingen of constructies, en geen valse profetie zullen verkondigen vanuit een of andere moderne theologie. Ze moeten de staf van de Herder hanteren, de levende verkondiging van het Woord!

Opgemerkt 2: Een predikant/voorganger die a.s zondag Gods Woord heeft te verkondigen, die zal zich hebben te vernederen onder het Woord. Dat kan alleen biddend en door heel eerbiedig te luisteren naar het gedeelte uit de Bijbel waarop de verkondiging gebaseerd gaat worden. Dat gebed om hulp van de heilige Geest en het vaste vertrouwen dat de heilige Geest de wijsheid en het inzicht zal schenken om Gods Woord naar Gods wil en bedoeling aan de gemeente te verkondigen, dát zal een predikant/voorganger de vrijmoedigheid geven om de verkondiging (‘preek/voordracht’) op te stellen en uit te werken en zondags als Gods Woord aan de gemeente te verkondigen en om die verkondiging met ‘het amen’ af te sluiten.

Zie ook: Ooggetuigen geweest van Zijn Majesteit‘.

Bron citaat 1: RD Opinie – ‘Gereformeerde theologie heeft blijvende zeggingskracht’ – door J.N. Mouthaan MA
Bron citaat 2: “Om het profetische Woord” uitgave ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Nederlands Gereformeerd Seminarie.

Bron afbeelding: The words of BIBLE – blogger

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Alles van Eén kant…

Want zo wie den wil Mijns Vaders* doet, Die in de hemelen is,
zo iemand is Mijn broeder, en zuster, en moeder.
(Matteüs 12 : 46-50) – * De wil van de Vader is liefhebben!

Geciteerd 1: Tot Maria bidden mensen in de bitterste nood, zo schrijft u. Waarom Maria en niet Christus? Bij Hem kunnen we toch ook altijd terecht?
Dat is een terechte vraag. Vóór de Reformatie heeft Maria in de kerk en in de devotie een belangrijke functie gehad, als moeder van de kerk. Na de Reformatie kwam Maria in de dogmatiek en de theologie terecht. Maar zoals paus Benedictus XVI heeft gezegd: er is geen mariologie zonder christologie. Het gaat uiteindelijk om Christus. Hoewel ik geen sentimentele Mariavereerder ben, bid ik elke dag tot Maria voor hulp en bijstand. Dat zit in mijn traditie en in mijn genen. Maria heeft bij ons ook een functie gekregen als reactie op een soms te strenge godsdienstbeleving. Als die strengheid doorsloeg – en doorslaan is altijd verkeerd – dan kon je bij Maria bij wijze van spreken uithuilen.”

Het moest en moet altijd weer van één kant komen!

En toen Hij te Jeruzalem was op het Pascha, tijdens het feest, geloofden* velen in Zijn Naam, toen zij Zijn tekenen zagen die Hij deed. Maar Jezus vertrouwde* Zichzelf aan hen niet toe, omdat Hij hen allen kende.‘ (Johannes 3 : 23)

Geciteerd 2: Deze verzen maken ons ook (zie *) iets duidelijk over Gods genade. In vers 23 zien de mensen Jezus en de tekenen die Hij doet en ze geloven in Hem (vertrouwen zichzelf toe aan Hem). Het is opvallend dat Jezus dat andersom niet doet. Hij vertrouwt Zichzelf niet aan hen toe. Of anders vertaald: Hij gelooft/vertrouwt niemand. Waarom niet? De reden wordt genoemd: omdat Hij allen kende. En in vers 25 dat daarachter volgt, maar hierboven niet geciteerd werd, staat nog een verdere uitleg: want Hij wist Zelf wat in de mens was.

Jezus kent, doorgrondt, de mensen om Hem heen en daarom vertrouwt Hij hen niet (kán en mag Hij hen Zijn vertrouwen niet schenken – AJ, zie ook (1)). Toch heeft dit geen invloed op Zijn liefde voor hen. Hij geneest zieken, Hij heeft aandacht voor de Schriftgeleerden, maar ook voor vrouwen, kinderen, tollenaars en zondaars. Zijn aanwezigheid heeft een magische (door de Geest gewerkte! – AJ) aantrekkingskracht op iedereen. Hij geeft mensen het besef dat ze kostbaar en van waarde zijn in de ogen van God  (die zij/wij in Zijn Naam hun/onze Vader mogen noemen – AJ). Hij geeft Zijn leven voor u, voor jou en mij.

Geciteerd 3: Dit is de God die die we allemaal nodig hebben en waarmee we, door het geloof, een relatie krijgen (of door onze Doop al een relatie mee hebben! – AJ, en zie ook Handelingen 17 : 27-31). Een God die ons door en door kent en waar we ons niet beter voor hoeven doen en die tegelijkertijd een God is die ons liefheeft met een oneindige liefde.

(1) * Geloven is jezelf toevertrouwen aan God – dat is altijd en overal ‘gepast’ – want Hij is ons vertrouwen volkomen waard! Daarentegen is het ‘onvoorwaardelijk’ vertrouwen op mensen niet gepast (zie bijv. ook Psalm 146 : 3), want zij kunnen ondanks al hun goede intenties/bedoelingen het noodzakelijke vertrouwen op God niet vervangen. Die reserve moeten we altijd houden waar we mensen ons vertrouwen (moeten/behoren te) geven. In onze huwelijken komt dat wel heel sterk naar voren! Dankzij ons vertrouwen op God geven wij mensen toch ook elkaar ons vertrouwen en vertrouwen wij ons aan een ander toe.
(2) De mensen – en zelfs ook de twaalf discipelen – zouden hun Heer Jezus hier op aarde tot een heel andere rol en ander werk hebben willen dringen/dwingen dan waartoe de Vader Hem gezonden had. En moeten ook wij niet altijd weer oppassen dat wij onze Heer Jezus Christus in een rol dringen/dwingen die ons past in eigen leven of in de gemeenten of in onze kerken?

Bron citaat 1: RD Kerk & religie – ‘Kerkhistoricus dr. André Roes: Het is vaak zo verbaal en druk in de kerk’ – door Klaas van der Zwaag
Bron citaat 2: Ecclesia nr. 21, okt. 2020 – ‘Hervormingsdag: Geloof en genade – door M. Dubbelman, Giessenburg

Bron afbeelding: Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Met vrees en beven…

En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten
en uw zinnen bewaren in Christus Jezus.‘ (Filippenzen 4 : 7)

Ervaring die alleen via het geloof ons toevalt

Geciteerd 1: Bij deze vrede van God moeten we niet denken aan de vrede waarmee God bij Zichzelf stil en tevreden is, maar de vrede die Hij in ons hart geeft, zodat wij tevreden zijn. Het verstand kent geen andere vrede dan wanneer er een eind komt aan het kwaad. Maar zij die zich in God verheugen, laten zich tevreden stellen wanneer ze vrede met God hebben. Zij blijven sterk in beproeving, verlangen niet naar de vrede die het verstand geeft, maar staan vast en verwachten innerlijke sterkte door het geloof. Ze vragen niet of het kwaad kort, lang, tijdelijk of eeuwig is en denken niet aan het einde en maken zich er ook geen zorgen over hoe dat einde zal zijn. Dat laten ze aan God over. Kijk, dat is de vrede van het kruis, de vrede van God, de vrede van het geweten, de christelijke vrede, de kracht waardoor een mens ook uiterlijk rustig en met iedereen tevreden is en niemand onrustig maakt. Dat is een werk van God, dat aan niemand anders bekend is dan alleen aan hem die het heeft ervaren.

Blijf u inspannen voor uw redding (1), en doe dat in diep ontzag voor God, want het is God die zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt, omdat het Hem behaagt. (Filippenzen 2 : 12-13)

Geciteerd 2: Ik ben aan het werk in jouw leven. Vertrouw op wat de Geest aan het doen is. Laat je dragen door de liefde van mijn Vader. Blijf je zo – gedragen door de liefde – inspannen voor je redding zodat jouw leven licht brengt onder de mensen om je heen. Je staat er niet alleen voor. Nooit. Ik woon in je en werk door jou heen.

(1) Opgemerkt: Die redding vinden we buiten onszelf door geloof in het ons verkondigde Woord van God* en zoals ons dat ook in en door de Sacramenten verkondigd en bezegeld en bevestigd wordt door de kracht en het werk van de heilige Geest.
* En verkondiging van Gods Woord is vanaf de eerste bladzijden van Gods Woord (onze Bijbel) verkondiging van Jezus Christus: zie Kolossenzen 1 : 15-20!

Zie ook:Als een goed soldaat van Christus Jezus

Bron citaat 1: checkluther-com – Meditatie 23 oktober 2020 – Luther Heritage Foundation
Bron citaat 2: tijdmetjezus-nl – Meditatie 23 oktober 2020 – Tijd met Jezus (Jos Douma)

Bron afbeelding: JeffRandleman-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Als een goed soldaat van Christus Jezus’…

Iemand die in krijgsdienst is, laat zich niet afleiden door het leven daarbuiten,
want zijn bevelhebber moet tevreden over hem zijn.
‘ (Uit 2 Timoteüs 2 : 1-13)

Strijden zonder de aangereikte middelen?

Geciteerd 1: Ook ten aanzien van de zekerheid worstelde hij (de jonge Herman Bavinck) met de toe-eigening van het heil. Hij nam bijvoorbeeld niet direct deel aan het Avondmaal toen hij in Zwolle belijdenis deed van zijn geloof. Die worsteling is herkenbaar in het licht van de geschiedenis van de Schotse kerk, maar niet de keuze die hij hierbij maakte.”

Opgemerkt 2: Is dát niet een overwinning van satan te noemen wanneer je tot het openbaar belijden van je geloof gekomen bent in het midden van de gemeente van Jezus Christus en dan niet de middelen wilt gebruiken die jouw Veldheer je aanreikt?!

Geciteerd 2: De vraag is wat de publieke belijdenis van geloof inhield voor Herman Bavinck op dat moment. Is dat: ik geloof dat waar is wat de kerk belijdt, of: ik geloof dat Jezus redding ook mij geldt.

Opgemerkt 2: Die publieke belijdenis van je geloof geeft alle reden en recht om deel te nemen aan het Avondmaal! Want niemand kan zeggen ‘Jezus Christus is Heer dan door toedoen van de heilige Geest‘ (Zie 1 Korintiërs 12 : 3). Of heeft de jonge Herman Bavinck gemeend op eigen kracht tot die belijdenis te (kunnen) zijn gekomen.

Bron citaat 1: RD Kerk & religie – ‘Bavinck: orthodox, calvinist én modern‘ (1) – door Klaas van der Zwaag

(1) N.a.v. dr. James Eglinton’s nieuwe biografie ”Bavinck. A Critical Biography” (Baker Academic, Grand Rapids, VS; 450 blz.; $ 44,99).

Zie ook:Met vrees en beven…

Bron afbeelding:  FBC Media Library – Faith Bible Church – Murrieta

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Maarten Luther – mens van verzoening…

Want Hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: In Jezus Christus geschapen om
de weg te gaan van de goede daden die God mogelijk heeft gemaakt.
*
(Uit Efeziërs 2 : 8-10)

Luther een moeilijk man?

Geciteerd 1: Wie in de kerkgeschiedenis had u graag eens willen ontmoeten?
Van de Kamp: „Geert Grote, die zijn carrière opgaf om zijn leven aan God te wijden. Of Luther, hoewel hij me wel een moeilijk man lijkt. En Calvijn, om zijn doordachtheid. Of iemand als Jonathan Edwards, vanwege zijn toewijding en verlangen naar een opwekking. Maar ik zou ook weleens willen praten met verlichtingsdenkers als Voltaire en Rousseau: waarom waren ze zo negatief over de kerk en gingen ze anders denken over het gezag van de Bijbel?”

Een vrolijk mens!

Geciteerd 2: De laatste dagen (van zijn leven) was Luther nog zeer vrolijk geweest. Zo kenden en waardeerden zijn vrienden hem! Hij had een moeilijke opdracht tot een goed einde gebracht. De bemiddeling in een langdurig conflict tussen de gebroeders Gebhard en Albrecht, de beide graven van Mansfeld, was de aanleiding geweest voor zijn reis van Wittenberg naar Eisleben. Urenlang had Luther tussen de partijen gezeten en moeten luisteren naar de slimme argumenten van die lieden, die hij sedert de tijd dat hij rechten studeerde aan de universiteit, elkaar niet meer konden luchten of zien: juristen in dienst van het hof.

Een gevraagd en gezien onderhandelaar!

Uiteindelijk waren de partijen na moeizame onderhandelingen, die veertien dagen duurden, dichter tot elkaar gekomen met een – tijdelijke – verzoening als resultaat. Er bestond dus reden om vrolijk te zijn. Luther had een vermoeden gehad dat hij in Eisleben, waar hij ook geboren was, zou sterven. Maar hij maakte zich daarover geen zorgen, ofschoon hij er zeker van was dat hij niet lang meer te leven zou hebben.

Een verzoend mens!

De voorgevoelens die Luther had omtrent zijn dood, zouden reeds een dag later werkelijkheid worden. Hij is niet meer levend uit zijn geboorteplaats teruggekeerd in Wittenberg, de stad waar hij werkte. In het begin van de middag van 18 februari vervaardigde een schilder het dodenmasker dat de ontspannen gelaatstrekken van de laatste uren moest vastleggen om op die manier niet alleen aan de kring van familie en vrienden, maar vooral ook aan het nageslacht in de verre toekomst het bewijs te kunnen leveren dat hij – niet alleen gelukzalig geleefd had, maar ook (AJ) – een gelukzalige dood was gestorven.

Een waardig echtgenoot!

Geciteerd 3: Over het huwelijk – Hij (Luther) beschouwde het niet als onmannelijk, wanneer een vader luiers wast en het bed opmaakt. Dan spotten mensen wel, maar ‘God lacht samen met alle engelen creaturen’. En omgekeerd vertrouwt hij met een gerust hart aan zijn vrouw het beheer van financiën en het bezit toe. Zelfs wanneer mannen kinderen konden baren dan nog zou zonder vrouwen de wereld ondergaan, want zij weten heel goed ‘te bewaren en te sparen‘ – en daarop berusten politiek en staat! (1)

(1) Leven we inmiddels – niet alleen in ‘politiek en staat’ – sinds lang niet in een tijd van liefst ‘exploiteren en uitgeven‘?!

*  Deze Bijbeltekst noteerde mijn vader op de  titel pagina (zie bron citaten 2+3) toen mijn ouders op 23 maart 2001 dit boek cadeau gaven.

Lees eventueel ook nog:  Luther en het Avondmaal

Bron citaat 1: RD Kerk & religie – ‘„Kerk van de eeuwen blaast christenen weer schoon”‘ – door Maarten Stolk
Bron citaat 2: – ‘De wagenvoerder van Israël is gevallen‘ – pagina’s 17-18 in: Luther – Mens tussen God en duivel – door Heiko A. Oberman – Kok Kampen 1988
Bron citaat 3: idem citaat 2 – ‘In weerwil met de duivel: Vreugde in het huwelijk en vrede met de wereld‘ – pagina’s 274-275

Bron afbeelding: HeHasPlans

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie