‘WIJ zijn toch niet blind!’…

Jezus zei: ‘Ik ben in de wereld gekomen om het oordeel te vellen. Dan zullen zij die niet zien, zien en zij die zien, zullen blind worden. Een paar Farizeeën die bij Hem in de buurt stonden en dat hoorden, zeiden: ‘Wij zijn toch zeker niet blind!’ ‘Was u maar blind’*, zei Jezus, ‘dan zou u zonder zonde zijn. Maar u beweert dat u kunt zien, en dus blijft uw zonde. (Uit Johannes 9 de verzen  39-41)

Geciteerd 1: Die diepe geraaktheid viel me pas op, toen ik het schilderij (1) niet meer met levende ogen kon zien. Hoe belangrijk het is dat mensen zich weer laten raken in onze ik-gerichte cultuur. Het innerlijk oog kan dus dingen zien die het uiterlijk oog niet ziet. Nu mijn levende ogen gesloten zijn, besef ik nog meer hoezeer we zonder het te beseffen gevangen zitten in ons denken.

Geciteerd 2: Acht jaar geleden begonnen mijn ogen snel achteruit te gaan. Op een gegeven moment kon ik zelfs mijn boekenkast niet meer zien, en ik ben verknocht aan mijn boeken. Dus dat vond ik verschrikkelijk. Maar vele malen erger is dat je aan tafel zit tegenover de vrouw die je liefhebt en dat je haar gezicht niet meer kan zien. Maar ik ben en blijf een dankbaar mens, want ik heb tot mijn zesentachtigste nog kunnen zien en kunnen autorijden…

Geciteerd 3: Ook is er veel liefde om mij heen, van kinderen en kleinkinderen en tal van anderen. Vooral dat is heel belangrijk. Dat brengt me tot het kernpunt waar het in het leven in wezen om gaat: de relatie met de oergrond van ons bestaan en die met de medemens. Dat is duizenden keren belangrijker dan het aantal nullen dat je achter je naam hebt staan.”

* Opgemerkt: We hebben elke dag opnieuw onze menselijke blindheid te belijden en te bidden om bijstand van de heilige Geest om te kunnen zien: Om God en en onze naasten te kunnen zien én liefhebben. Laten we het de blinde uit Jericho (Lukas 18) maar (blijven) nazeggen: ‘Heer, dat ik ziende mag worden‘. (ook vandaag weer ‘ziende’ mag zijn)

Geciteerd 4: Uit Johannes 9 de verzen 39-41 wordt duidelijk dat de blindheid van de blindgeborene een beeld is van de zondenatuur waarmee de mens wordt geboren. Hoewel niet met die bedoeling wordt dit door de Farizeeën min of meer bevestigd: in vers 1 staat dat de man “sedert (letterlijk: vanuit) zijn geboorte blind was” en in vers 34 zeggen de Farizeeën: “Gij zijt geheel in zonden geboren…”

De uitdrukkingvanuit zijn geboorte” (vs. 1) is overigens uniek. Dit vers is het enige Bijbelvers waar deze uitdrukking staat en het bepaalt ons bij het structurele probleem van de zonde. Bij de blindgeborene wordt duidelijk dat diens blindheid niet zozeer met zijn zondigen te maken heeft, zoals bij de man die niet lopen kon (vgl. Johannes 5 : 14).

De discipelen proberen die verbinding tussen zondigen en de blindheid van de man nog wel te leggen: “Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?” (vs. 2). ‘Nee‘, zegt de Here als het ware, ‘daar ligt de fout niet’ (vgl. vs. 3). Deze blindheid (lees: de zondenatuur) heeft niets te maken met het zondigen door de mens (waar hij nog enige invloed op heeft), maar met de zondenatuur waarmee de mens geboren wordt. Via Adam is de zonde de wereld binnengekomen (Romeinen 5 : 12) en sindsdien wordt elk mens met de zondenatuur geboren worden! Daar kun je niets aan doen; daar heb je geen invloed op.

En voor zo’n fundamenteel probleem is er maar Eén Die daar de fundamentele oplossing voor kan geven…
Lees dit citaat binnen het geheel op:  amen-nl/artikel/ik was blind en nu kan ik zien

(1) In de kathedraal van Lucca in Italië hangt een schilderij van Tintoretto, met Christus aan het hoofd van de tafel van het Laatste Avondmaal. Edy Korthals Altes (97) ging er ieder jaar kijken. “Toen mijn ogen onverwacht achteruitgingen, kwam er een moment dat ik het niet meer goed kon zien. Dat was een enorme schok. Op dat moment ben ik me gaan afvragen: wat zág ik eigenlijk in dat schilderij? Pas toen realiseerde ik me welke betekenis Tintoretto erin heeft proberen vast te leggen. Er is dat enorme contrast met de twee magistrale apostelen op de voorgrond, die het schilderij domineren met hun sterke ego’s en vooral met zichzelf en gewone dingen bezig zijn, zonder aandacht voor wat er aan het hoofd van de tafel plaatsvindt…

Bron citaten 1-3: Trouw/deVerdieping (via Blendle) – ‘Nee zeggen, omdat je vrij bent‘ – door Roek Lips

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

Bijbelse ‘kruistheologie’…

‘Want, er staat geschreven’

Onderweg zei Jezus tegen hen: “Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden.* Maar nadat Ik uit de dood ben opgewekt, zal Ik jullie voorgaan naar Galilea.” 
Petrus zei daarop tegen Hem: “Misschien zal iedereen U afvallen, ik nooit!” Jezus antwoordde hem: “Ik verzeker je: deze nacht zul je, nog voor de haan gekraaid heeft, mij driemaal verloochenen.” Petrus zei: “Al zou ik met U moeten sterven, verloochenen zal ik U nooit!” Alle andere leerlingen vielen hem daarin bij.’ (Uit Matteüs 26 de verzen 31-35)

Dat deel zal ik louteren

*Zwaard, ontwaakt! Verhef je tegen mijn herder, tegen de man met wie ik Mij verbonden heb – spreekt de HEER van de hemelse machten. Dood de herder, zodat de schapen verdwalen. Weerloos als ze zijn zal ik ze treffen. In heel het land – spreekt de HEER van de hemelse machten – zal tweederde worden uitgeroeid en omkomen; slechts een derde deel zal worden gespaard. Dat deel zal ik louteren in het vuur en ik zal hen smelten als zilver en zuiveren als goud. Zij zullen mijn Naam aanroepen en ik zal antwoorden. Ik zal zeggen: ‘Dit is Mijn volk,’ en zij zullen zeggen: ‘De HEER is onze God.‘ (Uit Zacharia 13 de verzen 7-9)

Waar het geloof begint

Geliefden laat de hitte (van de verdrukking) die over u komt, u niet bevreemden – die u overkomt, opdat u wordt beproefd – alsof u iets vreemds (uitzonderlijks) overkomt.‘ (Uit 1 Petrus 4 vers 12)

Geciteerd: Petrus wil met deze woorden aangeven dat het ons niet vreemd moet voorkomen of een ongewone en wonderlijke zaak toeschijnen als ook wij deze hitte of gloed moeten ondergaan en meemaken, waarbij wij dan ook zelf worden beproefd, als wanneer men goud in vuur laat smelten. Waar God het geloof begint, verlaat Hij het niet. Hij legt dan het heilige kruis op onze rug om ons te versterken en het geloof in ons krachtig te maken. Het heilige Evangelie is een machtig Woord. Daarom kan het Zijn werk niet doen zonder beproevingen en aanvechtingen. Alleen hij die het ondervindt, wordt gewaar dat het zo’n kracht heeft.
Alleen waar lijden en kruis wordt gevonden, kan het Evangelie Zijn kracht bewijzen en uitoefenen. Het is het Woord des levens. Daarom moet het Zijn kracht uitoefenen in het sterven. Wanneer er geen sterven en dood is, kan het niets doen. Niemand kan dan immers ondervinden dat het zo’n grote kracht heeft en sterker is dan zonde en dood.
Daarom zegt de apostel dat God het zo beschikt dat jullie de hitte ondergaan. Dat is: dat jullie velerlei ongeluk en lijden overkomt. Daarover moeten jullie je niet verwonderen; denk niet dat dit ongewoon is. Hoewel verzocht en beproefd – God doet dit om jullie bestwil, opdat jullie zijn Woord zullen vasthouden.

~~~

Zoals wij volop delen in het lijden van Christus, zo delen wij volop in de troost die God ons door Christus geeft. Ondervinden we tegenspoed, dan is het opdat u bemoedigd en gered wordt. Worden we bemoedigd, dan is het opdat u moed krijgt te volharden in hetzelfde lijden als wij ondergaan. De hoop die wij voor u hebben is gegrond: we weten dat zoals u deelt in ons lijden, u ook deelt in de troost die ons gegeven wordt.‘ (Uit 2 Korintiërs 1 de verzen 5-7)

Zie ook:De kerk van Christus en Luthers ‘kruistheologie’… (I)

Bron citaat:Als goud door vuur beproefd – Korte verklaring van de eerste brief van de apostel Petrus in 60 overdenkingen* – Samen gesteld en vertaald door H.C. van Woerden – Uitgegeven door Den Hertog, Houten.
* ‘Bloemlezing van zestig aansprekende preekfragmenten uit oudere edities van Luthers verzamelde werken.’

Bron afbeelding:  DailyVerses-net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

De kerk van Christus en de ‘kruistheologie’ van Luther… (slot)

Het einde van alles is nabij. Kom daarom tot bezinning en wees helder van geest,
zodat u kunt bidden. (Uit 1 Petrus 4 vers 7)

Luthers kerkleer en ‘de werkelijkheid van onze dagen’

Geciteerd 1: Samenvattend kan voor het gehele denken van Luther het volgende vastgesteld worden: zijn visie op de kerk blijft sedert het eerste college over de Bijbel centraal en constant. De kerk is zichtbaar, maar uitsluitend als de lijdende gemeenschap van Christus. Ze is uitgerust met rijke gaven, die alleen in het geloof toegankelijk zijn. Ze is uniek en een eenheid, maar verstrooid over de gehele wereld. Bisschoppen en doctores staan haar in dienst, opdat het Evangelie verkondigt wordt in de preek, in het sacrament, in de vergeving van zonden, in de lof van God – en in het bloedgetuigenis, zoals in de dagen van de oude kerk tot aan de jongste dag. Vervolging en onderdrukking nemen toe en desondanks zal de tegenstander de kerk niet kunnen overwinnen.

Geciteerd 2: Het Evangelie dat Luther in de loop van zijn strijd tegen de aflaathandel ontdekt heeft, verschaft de zekerheid dat de individuele Christen deel heeft aan alle gaven, die Christus aan Zijn kerk belooft heeft in Woord en Sacrament.
Het is echter niet het deelhebben aan triomf en zegepraal, maar aan de geschiedenis van de ware kerk, die onder haar triomf verborgen, in de wereld nog door de duivel wordt opgejaagd en door de machten van de duivel wordt geslagen.
De geschiedenis van deze kerk hadden de Psalmen geprofeteerd en de apostel Paulus aan den lijve ervaren: ‘In de druk, doch niet in het nauw, om raad verlegen, doch niet radeloos; vervolgd, doch niet verlaten; ter aarde geworpen, doch niet verloren‘ (2 Korintiërs 4 : 8-9).

Geciteerd 3: De ontdekking dat de kerk van macht en rijkdom in werkelijkheid een kerk in gevangenschap is, heeft met kracht en effectief de Reformatie op gang gebracht, een beweging die Luther daarentegen slechts als een voorspel en vooral als een verschrikkelijk ‘preludium’ voor de grote finale heeft willen interpreteren.

Geciteerd 4: De gedachte dat de strijd om de kerk slechts het voorspel is van de Reformatie door Gód heeft in de loop van de evangelische beweging (ten tijde en na de Reformatie) geen grote invloed gekregen. Andere vormen van kerkvernieuwing, vooral in de steden van Zuid Duitsland en Zwitserland, gevoegd bij de Reformatie die te danken is aan Johannes Calvijn hebben de ‘ecclesia militans’, de strijdende kerk, hier al op aarde zien overwinnen, met als gevolg dat juist het Calvinisme slagvaardiger was, succesrijker scheen en wegen kon wijzen en doelen stellen aan een nieuwe tijd die in opkomst was.
Waar de Reformatie vanuit Wittenberg vaste voet kreeg, hetzij in het land van oorsprong Saksen, hetzij in Skandinavië, daar kon de gedachte van de weerloze kerk blijven bestaan – in de schaduw van een staat die als beschermheer optrad.

Geciteerd 5: De tijden zijn inmiddels allang veranderd. Genoemde (staats)bescherming is onbetrouwbaar gebleken en die beschutting is zwak geworden. De gespannen verwachting van de nabijheid van de eindtijd heeft zich losgemaakt uit de omklemming door het vooruitgangsgeloof van de Verlichting en is net zo actueel geworden als in de late Middeleeuwen en het begin van de 16e eeuw.

Luthers visie op de belijdende kerk raakt opnieuw de werkelijkheid van onze dagen en kan daarom, mits op de juiste wijze geïnterpreteerd en gewaardeerd, met grote winst voor de oecumene verwelkomd worden.

Geliefde broeders en zusters, wees niet verbaasd over de vuurproef die u ondergaat; er overkomt u niets uitzonderlijks. Hoe meer u deel hebt aan Christus’ lijden, des te meer moet u zich verheugen, want des te overvloediger zal uw vreugde en blijdschap zijn wanneer Zijn luister geopenbaard wordt. Wanneer u gehoond en gesmaad wordt omdat u de Naam van Christus draagt, prijs u dan gelukkig, want het betekent dat de Geest van de heerlijkheid en de Geest van God op u rust.‘ (Uit 1 Petrus 4 de verzen 12-14)

Zie ook:De kerk van Christus en de ‘kruistheologie’ van Luther… (I)‘ en (II) en ‘Bijbelse “kruistheologie”…

Bron citaten:Hoofdstuk IX. De Christenheid tussen God en duivelinLuther, mens tussen God en duivelvan Heiko A. Oberman (bij leven hoogleraar kerkgeschiedenis).

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Een ‘ondraaglijk juk’…

De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.
(Psalm 23 : 1)

Van dr. Maarten Luther (1536)
Op een avond na gebed aan de eettafel uiteengezet.

Psalm 23 (21)

Zelfs al ga ik door een dal van schaduw van de dood, ik vrees geen kwaad;
want Gij zijt bij mij; uw stok en uw staf, die vertroosten mij.

(Psalm 23 : 4)

Geciteerd: (…) “Met de woorden “Uw stok en Uw staf, zij troosten mij“, wil de profeet iets speciaals zeggen. Het is alsof hij zou zeggen: “Mozes (lees: de Wet, de Thora) is ook een herder en heeft ook een stok en een staf. Maar hij doet niets anders dan drijven en plagen en zijn schapen belasten met een ondraaglijke last. (Handelingen 15 : 10-11; Jesaja 9 : 3) Daarom is ‘Mozes’ een vreselijke en verschrikkelijke herder (1,2), voor wie de schapen alleen vrezen en voor wie ze vluchten. Maar U, o Heer, drijft en beangstigt Uw schapen niet met Uw roede en Uw staf, noch belast U hen, maar troost hen slechts. “

Daarom spreekt hij hier over het predikingsambt van het Nieuwe Testament, dat aan de wereld verkondigt dat “Christus in de wereld is gekomen om zondaars te redden” (1 Timoteüs 1 : 15) en dat Hij deze redding voor zondaars heeft verkregen door Zijn leven te geven voor hen. Wie dit gelooft, zal niet verloren gaan, maar eeuwig leven hebben (Johannes 3 : 16). Dat is de stok en de staf waardoor de zielen rust, troost en vreugde verkrijgen.

Bij het geestelijk hoeden van schapen, dat wil zeggen in het koninkrijk van Christus, zal men men daarom aan de schapen van Christus – de bokken die moet men regeren door ‘Mozes’ en de stok en staf van de keizer – niet de wet van God prediken, laat staan de inzettingen van mensen, maar het Evangelie, dat de profeet met metaforische woorden een stok van troost en een staf van troost noemt. Want door het evangelie verkrijgen de schapen van Christus kracht in hun geloof, rust in hun hart en troost bij allerlei angsten en doodsgevaar. “

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 51, S. 271 ev (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 12, p. 147 ev)

Waarom wilt u God dan trotseren door op de schouders van deze leerlingen een ondraaglijk juk te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen? Nee, we geloven dat we alleen door de genade van de Heer Jezus gered kunnen worden, op dezelfde wijze als zij’ (Uit Handelingen 15 de verzen 10-11)

(1) Die genade-verkondiging was er ook al wel in het OT maar ‘in voorafschaduwing’. Koning David (bijvoorbeeld) heeft Gods genade ‘in Christus’ mogen horen en ervaren na zijn ‘zonde met Batseba’ en moord op Uria.
(2) Zie eventueel ook: ‘De wet een tuchtmeester tot Christus‘ (bijbelseoverdenkingen-nl)

Bron citaat 1: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding: SlideShare

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

De kerk van Christus en de ‘kruistheologie’ van Luther… (II)

Gedenk Heer, dat uw dienaar wordt bespot,
dat ik lijd onder de hoon van vele volken.
De vijanden, HEER, bespotten mij,
spotten met Uw gezalfde, waar Hij ook gaat.
(Uit Psalm 89 de verzen 51-52)

Geen andere kerk dan de vervolgde gemeente van Jezus Christus…

Geciteerd 1: In de jaren 1513 tot 1515 gaf Luther als jonge professor colleges over de Psalmen die naar alle waarschijnlijkheid zijn eerste colleges waren in Wittenberg. Zij zullen moeten aantonen of de jonge Luther werkelijk van begin af aan gestreden heeft voor de gemeenschap van de kerk.

Geciteerd 2: Het eerste college-uur begint Luther met een fundamentele inleiding over ‘de goede sleutel’ tot het verstaan van de Schrift. Het is de kunst om te kunnen onderscheiden tussen Geest en letter. Pas dit onderscheidingsvermogen maakt iemand tot een echte theoloog. Deze gave ontvangt de kerk van de heilige Geest, ze ontspringt dus niet aan de invallen van verstandige mensen.
(…) De bidder (van de Psalmen) wordt weggesleurd uit zijn tredmolen wanneer hij weet door te dringen tot de Geest, tot de Geest van Christus – want het boek der Psalmen is het boek van de profetie die naar Christus wijst.

Geciteerd 3: Met Zijn uitspraak:Onderzoekt de Schrift, zij is het die van Mij getuigt‘(Johannes 5 : 39) heeft Christus zelf de richtingwijzer gegeven om een weg te zoeken in het ‘labyrint van de Psalmen’. Overigens, wie de geleerde scholastieke commentaren van dit Bijbelboek raadpleegt, zal ontdekken dat zij vaak nog meer een nadere verklaring nodig hebben dan de tekst van de Bijbel zelf.

Geciteerd 4: Of de studenten in die augustusmaand van 1513 al begrepen hebben welke consequenties in dit programma van Luther opgesloten zitten? Luther zelf laat zien hoe doelbewust, doelbewust gericht op de kerk, zijn uitleg van de profetie van de Psalmen is.
(…) Zijn inleiding, die als ‘Vorrede Jesu Christi’ het college over de Psalmen opent, zet in met een rij van vier teksten, waarvan de laatste als climax laat zien over welke Christus de psalmdichter David – hij gold als dé schrijver van de Psalmen – profeteert: ‘Ik ken niets anders dan Jezus Christus, maar dan wel als de gekruisigde‘ (1 Korintiërs 2 : 2).
Met dit vers ligt tevens zijn visie op de kerk vast. Er is geen andere kerk dan de vervolgde gemeente die in haar geschiedenis deel heeft aan het lijden van Christus. En: geen ander behoort tot deze kerk dan diegene die zich niet tracht te onttrekken aan de aanvechtingen en moeite.

Geciteerd 5: Wat sterk opvalt is het gewicht dat hij legt op de onderlinge relatie tussen Christus, de kerk en de Christenen, en wel zo dat het de gekruisigde Christus is die Zijn kerk constitueert en het leven van de Christen bepaalt. Juist daarom is de kerk ‘ook vandaag’, zoals altijd, bedreigd en om die reden worden Christenen in aanvechtingen gebracht door de macht van de duivel.
(…) God en duivel vechten nog altijd om de kerk. De tegenstander verandert weliswaar van masker, maar hij blijft zichzelf trouw of hij nu actief is en met geweld opereert in de gedaanten van Farizeeën, romeinse keizers, ketters of de ‘kerkleiders’ van vandaag.
(…) De kerk is de kerk van de gekruisigde Christus, dus de kerk van de martelaren, die het Evangelie niet verbreid hebben door middel van wereldlijke macht en wapen geweld, maar door geloof en belijdenis.

Geciteerd 6: De geloofsgehoorzaamheid van de martelaren is voor de jonge Luther nog  altijd van zo centrale betekenis, dat hij de gerechtigheid door het geloof, waarover Paulus spreekt in zijn brief aan de Romeinen, nog geen plaats kan geven in de onderlinge betrekkingen tussen Christus, de kerk en de individuele Christen. Dat zal pas gebeuren als gevolg van de reformatorische ontsluiting van de centrale tekst in de brief aan de Romeinen – ‘de rechtvaardige zal uit geloof leven‘ (Romeinen 1 : 17).

Op een weg die vanuit de kerk begint en bij haar tot het einde toe blijft, schrijdt Luther voort van ontdekking naar ontdekking in zijn speurtocht naar duidelijkheid.
(…) Aan het eerste college van de Psalmen ging al een reeks ontdekkingen vooraf, zoals uit de inleiding val af te leiden. Deze hebben zich gevoegd tot een beeld van de kerk dat reeds reformatorische trekken draagt. Hier zijn beslissingen gevallen die leiden tot de strijd tegen de aflaathandel.

(Wordt vervolgd!)

Zie ook:De kerk van Christus en de ‘kruistheologie’ van Luther… (I)‘, (slot) en ‘Bijbelse “kruistheologie”…

Bron citaten:Hoofdstuk IX. De Christenheid tussen God en duivelinLuther, mens tussen God en duivelvan Heiko A. Oberman (bij leven hoogleraar kerkgeschiedenis).

De steen die de bouwers afkeurden
is een hoeksteen geworden.
Dit is het werk van de HEER,
een wonder in onze ogen.
Uit Psalm 118 de verzen 22-23)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

De kerk van Christus en de ‘kruistheologie’ van Luther… (I)

Ik heb jullie liefgehad zoals de Vader Mij heeft liefgehad. Blijf in Mijn liefde: je blijft in Mijn liefde als je je aan Mijn geboden houdt, zoals Ik me ook aan de geboden van Mijn Vader gehouden heb en in Zijn liefde blijf. Dit zeg ik tegen jullie om je Mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn. Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad. Er is geen groter liefde dan je leven te geven voor je vrienden.
(Uit Johannes 15 de verzen 9-13)

Geciteerd 1: De kerk van Christus is niet onzichtbaar. Haar macht en haar bezittingen zijn verborgen voor het oog van de wereld, omdat zij geborgen zijn bij God en alleen in het geloof aanschouwd kunnen worden. Voor het getuigenis van de kerk is echter wel plaats in het leven en in de dood. Zij maakt geschiedenis en heeft daarbij ambten en ambtsdragers nodig.
De zichtbare kerk is nooit rein en onbevlekt. Ze zal altijd een mengsel zijn van heiligen en schijn-heiligen. In tijden van beproeving door acuut gevaar zijn er maar weinigen die ondanks de druk die op hen wordt uitgeoefend standhouden en zich niet in verwarring laten brengen. Slechts een ‘klein hoopje’ zal tot het einde toe volharden.
Dit zijn fundamentele gedachten die Luther reeds in zijn eerste college over de Psalmen naar voren heeft gebracht. Ze zullen van kracht blijven en liggen net zozeer ten grondslag aan de stellingen van de aflaathandel uit 1517 als het artikel over de kerk in de door Melanchton in 1930 geformuleerde belijdenis van Augsburg’

Een kind van zeven jaar‘…

In 1537 heeft Luther in zijn Schmalkadische artikelen de kerk opnieuw gewezen op haar werkelijke fundament: ‘een kind van zeven jaar weet, Godlof, wat de kerk is, namelijk de heiligen, gelovigen en de schaapjes die de stem van hun herder horen’.

Geciteerd 2: Een leer over de kerk zou niet behoord hebben tot ‘de fundamentele theologische opvattingen van Luther’. Vanaf de negentiende eeuw tot in onze tijd is deze overtuiging invloedrijk geweest. Aan protestantse zijde heeft het individualisme van de negentiende eeuw en het personalisme van de twintigste eeuw de man uit Wittenberg bewierookt als de onverschrokken individualist en gemeend in hem het prototype te kunnen ontdekken van de moderne mens, die geheel voor eigen verantwoording, naar eer en geweten, in overeenstemming met de eis van de tijd, weet te handelen voor God en voor de wereld en dat ook aandurft.

Alleen het kruis‘…

De grote kenner van Luther uit de negentiende eeuw, Theodosius Harnack schreef: ‘Hij kwam in het geheel niet op de gedachte – bij zijn leer van verzoening en verlossing – dat de kerk ook een rol zou kunnen spelen. Als motto koos Harnack een woord van Luther, die Harnacks opvatting ondubbelzinnig scheen te bewijzen – inderdaad een kernachtige zin die Luther kort voor zijn reis naar het wetenschappelijk dispuut (twistgesprek) in Leipzig zijn studenten had ingeprent: Alleen het kruis van Christus opent het Woord van God; het kruis brengt de enige echte theologie. – ‘Crux Christi unica est eruditio verborum dei, theologia sincerissima’.

Geciteerd 3: Wanneer – vanwege dit motto – gelezen dient te worden, dat te midden van aanvechtingen en geloofsvertrouwen de kruiservaring van het individuele geweten de sleutel wordt voor het verstaan van de Schrift, dan moet inderdaad de conclusie luiden dat (in Luthers theologie) niet alleen de paus zijn ambt maar ook de kerk haar plaats verloren heeft.

Geciteerd 4: In het katholieke onderzoek heeft deze visie op een geheel eigen wijze al lang (en eerder)  ingang gevonden. Hier hoort men over de eenzame monnik, die voor zichzelf een genadig God zocht  en daarbij kon doordringen tot diepe ervaringen en hoogdravende ontdekkingen kon doen. Maar helaas – aldus het voorbehoud van Hubert Jedin – toonde Luther geen enkele interesse voor de kerk.

Geciteerd 5: Het woord van de kruistheologie staaft nog de protestants individualistische, nog de katholieke-subjectieve interpretatie. Echte theologie staart zich niet blind op topprestaties van eigen wijsheid en bouwt niet op het in moreel opzicht veeleisende streven naar geloofwaardigheid en eigen gerechtigheid. Ze verwerpt daarom ook – aldus de conclusie van Luther – de behoefte aan macht en leiding in de concurrentie tussen patriarchen, bisschoppen en monniken.

De eenheid van de kerk‘…

Kruistheologie keert terug naar de eenheid van de kerk die gelegen is in de verkondiging van het Evangelie (mee door de bediening van de Sacramenten – AJ) en in het gehoorzamen aan het gebod van God (= ‘Doopt hen en leert hen onderhouden al wat ik u bevolen heb‘ – AJ)

Geciteerd 6: Luther staat niet voor het alternatief ‘waarheid in plaats van eenheid’,  ‘geweten in plaats van instituut’, ‘individu in plaats van gemeenschap’. De belijdenis aangaande de kerk als gemeenschap van heiligen in de Grote Catechismus van 1529 zou de katholieke en protestantse verkeerde voorstelling van zaken (betreffende Luther’s kerkleer) al hebben moeten uitsluiten.
Kerk(-zijn) is namelijkeendrachtig in de liefde en zonder verval en scheiding‘. Luther heeft van het begin af aan er voor gestreden de kerk van het geloof in de kerk van zijn dagen terug te halen. De zichtbare, bestaande kerk moet gemeten worden aan de opdracht van haar Heer. (1)

Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is, zo veel ontferming en medelijden, maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest. Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.‘ (Uit Filippenzen 2 de verzen 1-8)

(1) Opgemerkt AJ: Dat meten (van zichzelf) gebeurt in en door de betrouwbare verkondiging van heel Gods Woord aan de gemeente(n) en ook in en door de toetsing van dat verkondigde Woord door de leden van de gemeente en dat (alles) onder de leiding van door de gemeente gekozen ambtsdragers. Hoe het gehoorde Woord in het dagelijks leven van de gemeente in praktijk zal worden gebracht is een eerste verantwoordelijkheid van ieder individueel lid, al kunnen de ambtsdragers (en/of andere broeders en zusters) de leden van de gemeente wel – met Gods Woord in de hand – aanspreken op hoe deze hun Christelijke verantwoordelijkheid al of niet in praktijk brengen.

Zie ook: De kerk van Christus en de ‘kruistheologie’ van Luther… (II)‘ en (slot) en ‘Bijbelse “kruistheologie”…

Bron citaten:Hoofdstuk IX. De Christenheid tussen God en duivelinLuther, mens tussen God en duivelvan Heiko A. Oberman (bij leven hoogleraar kerkgeschiedenis).

Bron afbeelding:   SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Over dino’s in de ark en onze doop…

Verberg Uw gelaat en zij bezwijken van angst,
ontneem hun de adem en het is met hen gedaan,
dan keren zij terug tot het stof dat zij waren.
Zend uw adem en zij worden geschapen,
zo geeft U de aarde een nieuw gelaat.’
(Uit Psalm 104 de verzen 29-30)

Geciteerd 1: Ten slotte wordt vaak geopperd dat de reusachtige oerdieren niet in de ark zouden hebben gepast. Maar ook dat argument is niet steekhoudend, om twee redenen. Uit onderzoek naar de groeisnelheid van een langnekdino als de apatosaurus blijkt dat hij na vijf jaar ongeveer zo groot is als een koe of stier. Daarna start er een groeispurt, die afvlakt na dertien jaar. Het beest is dan ongeveer 5,5 ton zwaar. Noach kon dus in de ark met gemak een aantal jonge dino’s meenemen.

Geciteerd 2: Bovendien is het volgens de auteurs aannemelijk dat na de zondvloed door micro-evolutie razendsnelle soortvorming heeft plaatsgehad. Uit een beperkt aantal basissoorten die in de ark de zondvloed hebben overleefd, zouden verschillende nieuwe dino-ondersoorten zijn ontstaan.

Opgemerkt 1: Alhoewel blijkt uit archeologische en geologische vondsten dat ‘dino’s’ en de mens gelijktijdig hebben geleefd kunnen we ons wel afvragen of we alle schepselen van na de zondvloed moeten zien als afstammelingen van de schepselen zoals die al bestonden voor de zondvloed (1)

Opgemerkt 2: Aanleiding tot het maken van de eerste opmerking is wat ik onlangs nog weer las (op aanwijzing van een emeritus predikant) in het boek ‘Genesis Exodus (deel uit de serie ‘De Voorzeide Leer‘, van ds. C. Vonk), daar vinden we over de zondvloed geschreven:

De hoofdstukken over de zondvloed prediken ons het Evangelie van God die lust heeft in het behoud van deze wereld en van ons mensenleven. (2) Men leze ze niet ter beantwoording van geohistorische en biologische vragen Welke bedoeling Gods Geest wél met deze hoofdstukken had voor Israël en voor ons, zien we, wanneer we letten op de droefheid Gods vanwege de ontaarding en boosheid van Zijn mensen…
(…) In zo’n wereld zou Noach’s gezin, een kerkje van maar acht zielen, verdronken zijn, had God het niet verhoed door die wereld zelf te verdrinken. Op die manier spreekt Petrus er ook over. Zoals de Doop ons, voormalige heidenen, gered heeft van de ondergang in het heidendom van onze voorouders, zo heeft het water van de zondvloed Noach en de zijnen gered van de goddeloosheid van hun tijdgenoten (zie 1 Petrus 3 : 19-21 en ook Galaten 3 : 27-28)
(…) We moeten niet menen dat de Schrift het woord “scheppen” zó gebruikt, dat God volgens haar vandaag niet meer scheppen zou. Die mening moge bij ons ingang gevonden hebben, op verklaarbare manier, (zoals eerder aangegeven), maar de Schrift steunt haar niet, nee, ze weerspreekt haar! Het woord “bara”, dat scheppen betekent en door de Schrift nooit anders gebezigd wordt dan van God, komt wel terdege ook na Genesis 1 voor en dan niet alleen te herinnering aan het in Genesis 1 verhaalde werk van God. <Dan volgen er een heel aantal Schriftplaatsen (3)>. (…) Wij leren hieruit, dat wat de HEERE volgens Genesis 1 deed en thans nog doet – Hij formeert van ogenblik tot ogenblik voor ons het licht, drenkt de bergen uit Zijn opperzalen en doet het gras uitspruiten voor de beesten – vrij mag worden aangeduid met dat ene woord “scheppen”.

(1) Het lijkt me niet ‘tegen de Schrift’ om aan te nemen dat bijvoorbeeld de oerwouden en de koraalriffen met hun enorme en bijzondere soortenrijkdom toch (deels) kunnen worden toegeschreven aan Gods ‘scheppen van een nieuw gelaat op aarde’ (Zie Psalm 104 de verzen 29-30).
(2) Het Bijbelboek Genesis werd geschreven voor Gods volk (toentertijd eerst alleen nog het volk Israël). Het lezen van het hierboven genoemde boek als inleiding op het lezen van het Bijbelboek Genesis kan en wil ik de lezers van harte aanbevelen, maar er is recent ook een brochure verschenen (zie hieronder) die zeker ook aan te prijzen valt als een goede hulp bij het lezen van Genesis (H1-H11).
(3) O.a. ook Psalm 51 : 12 en aan deze tekstverwijzing wil ik zelf dan nog toevoegen Galaten 6 : 15 (onder verwijzing naar Galaten 3 : 27-28) en aan de andere (OT) tekstverwijzingen Psalm 104 de verzen 29-30.

NB.  Wanneer we aan het water van de Doop en aan het brood en de wijn van het Avondmaal net zoveel scheppende (en regeneratie) kracht toekennen (vanwege Gods inbreng natuurlijk) als aan het scheppende Woord van God, dan zijn we in lijn met de Schrift. We kunnen de woorden uit Jesaja 55 : 10-11 ook helemaal van toepassing achten op het werk van de heilige Geest en het werk van onze Heer Jezus Christus (m.n. vers 11).

BoekInleiding Genesis Exodus‘: Lees meer over deze serie via deze link.
Brochure (Genesis H1-11): Zie de publicatie(s) op deze website.

Bron citaten 1-2:Hoe dino’s passen in een christelijk wereldbeeld‘ – Bart van den Dikkenberg – RD Cultuur & boeken.

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Biddag: Met God over tradities van bidden en vasten gesproken…

Vragen staat vrij!

Vraag (van de Israëlitische bevolking aan Zacharia): ‘Al jarenlang wordt er bij ons in de vijfde maand getreurd en gevast. Is het werkelijk nodig dat wij dat blijven doen?

Antwoord: Toen richtte de HEER van de hemelse machten Zich tot mij: “Zeg tegen de bevolking van dit land en tegen de priesters: Wanneer jullie in de vijfde en zevende maand rouwen en vasten, nu al zeventig jaar lang, doe je dat dan werkelijk voor Mij? Ook wanneer jullie eten en drinken, doe je dat toch omdat je dat zelf wilt?

Jullie weten toch wat de HEER bij monde van de vroegere profeten heeft gezegd, toen Jeruzalem en de omliggende steden nog bewoond en vredig waren, en er ook mensen woonden in de Negev en in het heuvelland. En nu zegt de HEER het nogmaals, bij monde van mij, Zacharia: “Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Spreek eerlijk recht, wees goed en zorgzaam voor elkaar; onderdruk geen weduwen en wezen en ook geen vreemdelingen en armen, en wees er niet op uit om een ander kwaad te doen.”

(…) Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Opnieuw zullen er op de pleinen van Jeruzalem oude mensen zitten, steunend op hun stok vanwege hun hoge leeftijd, en de straten zullen krioelen van de spelende kinderen. Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ook al lijkt het jullie, die van dit volk nog over zijn, onmogelijk, waarom zou het voor Mij onmogelijk zijn?

(…) Geef de moed dus niet op. Hier moeten jullie je aan houden: Spreek de waarheid tegen elkaar, bewaar de vrede door eerlijk en rechtvaardig recht te spreken; wees er niet op uit om een ander kwaad te doen en laat je niet verleiden tot meineed, want dáár heb ik een afkeer van – spreekt de HEER.’

(Uit Zacharia 8diverse tekstgedeelten)

Want niemand van ons leeft voor zichzelf. En ook niemand van ons sterft voor zichzelf. Want als we leven, leven we voor de Heer. En als we sterven, sterven we voor de Heer. Of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer. Want Christus is gestorven en weer levend gemaakt, zodat Hij over levenden én doden zou regeren. Maar waarom hebben jullie dan kritiek op je broeders en zusters? En hoe durf je op één van hen neer te kijken omdat hij het volgens jou niet goed doet? We zullen allemaal voor Christus de Rechter komen te staan. Want er staat in de Boeken: “Ik zweer bij Mijzelf, zegt de Heer: Iedereen zal zich voor Mij buigen en iedereen zal toegeven dat Ik God ben.” We zullen dus allemaal tegenover God verantwoordelijk zijn voor wat we hebben gedaan.
(Uit Romeinen 14 de verzen 7-12)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

‘Wat wij met onze handen getast hebben’…

Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze (eigen) ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben, het Woord des levens...’ (Uit 1 Johannes 1 vers 1)

Geciteerd 1: Aandacht verdient verder de aanpassing van het zogenaamde ”sursum corda”. In de liturgie van de eucharistie werden deze woorden uitgesproken vóór het grote eucharistische gebed: de harten omhoog, ”sursum corda”. In de gereformeerde avondmaalsliturgie kregen deze woorden echter een nieuwe plaats, vlak voor het breken en uitdelen van het brood. Bovendien wordt er de oproep aan toegevoegd – polemisch tegenover Rome – om met onze harten niet te blijven hangen aan het uiterlijke brood en wijn, maar ze tot de hemel te verheffen. In de gereformeerd-vrijgemaakte hertaling wordt dit een expliciete aansporing om weg te kijken van het zichtbare: we moeten niet alleen naar dit brood en deze wijn kijken. We moeten juist omhoogkijken, naar Jezus Christus in de hemel.

Opgemerkt 1: Deze aansporing is inderdaad niet terecht, want wij zullen juist het brood en de wijn proeven en genieten en ons geloof en de gemeenschap met Hem en met onze broeders en zusters daardoor laten versterken, en dat door het werk van de heilige Geest, Die ons allen geschonken is, want Hij doet God ons meer nabij zijn dan dat wij onszelf nabij zijn.

Geciteerd 2: Misschien dat het dan lukt (1) om het avondmaal te vieren zoals Calvijn het ten diepste wilde (2): als het moment waarop in het eten en drinken de mystieke gemeenschap met Christus genoten wordt. Daar laat de Heilige Geest aan ons, zo materieel als we zijn, proeven dat Christus ons leven is en dat Hij in ons vlees en bloed wil worden. Christus is verborgen aanwezig en de gemeenschap met Hem een geheim. Om ons toch te laten leven in eenheid met die Christus, gebruikt de Heilige Geest brood en wijn.

Opgemerkt 2: We zullen heel blijmoedig aanvaarden dat allen die het Avondmaal in de samenkomsten van de gemeente gelovig ‘genieten’, de zegen daarvan ook ontvangen – ongeacht de Avondmaalsopvatting die men er op nahield/nahoudt. Wat ons verdriet doet (behoort te doen) dat is dat zo veel mensen in verleden en heden het ‘genieten’ van brood en wijn aan de Avondmaalstafel hebben nagelaten!
Luther achtte het juiste verstaan van de viering van het Avondmaal juist daarom zo belangrijk omdat hij niet wilde dat zondaren en aangevochten mensen van het Avondmaal weg zouden blijven, omdat zij zichzelf (of anderen hen) daarvoor te onwaardig achten. Wanneer we Luthers ‘verstaan’ van het Avondmaal ‘vatten’ (=de Bijbelse zin/werkelijkheid ervan begrijpen), dan gaan we ook inzien waarom zelfs de meest eenvoudigen (jonge kinderen, verstandelijk gehandicapten, etc.) het Avondmaal kunnen en mogen en behoren te vieren en dat zij daarvan de zegen net zo goed kunnen en zullen ontvangen als de anderen aan de Avondmaalstafel. Want hoewel ‘gezonde’ volwassenen gemaand worden om niet op onverantwoordelijke manier (‘onbeschaamd’!) het Avondmaal te gebruiken (zie 1 Korintiërs 11 : 29), zullen we anderen (lichamelijk of verstandelijk ‘minder ontwikkelden/bedeelden’) daarom niet ‘zekerheidshalve (veiligheidshalve’) maar weren van de Avondmaalstafel.

NB. Kinderen kunnen onder verantwoordelijkheid van hun ouders en volwassenen – die zich ‘beschaamd onwaardig’ achten – onder verantwoordelijkheid van broeders en zusters aangaan aan het Avondmaal. Dit zou geheel in lijn zijn met wat Luther over het aangaan aan het Avondmaal op grond van Gods Woord meende begrepen te hebben.

(1) Het mag (inmiddels) duidelijk zijn dat ‘Misschien dat het dan lukt’ helemaal niet van belang of aan de orde is. De zegen van het samen genieten van brood en wijn aan de Avondmaalstafel is niet afhankelijk van onze inbreng. Zelfs het gelovig (samen in geloof) aangaan aan de Avondmaalstafel is een gave van Gods kant. Alle inspanning van onze kant om er wat aan te hebben of van te maken is onjuist en onnodig, want onmogelijk! Het enige wat van ons lidmaten van het lichaam van Jezus Christus gevraagd wordt is om aan te gaan.

(2) Wat Calvijn (of Luther) met de viering van het Avondmaal ‘ten diepste wilde(n)’ is hier van geen enkel belang. Wat ons van God geschonken wordt bij en door de viering van het Avondmaal dat is werkelijkheid voor degenen die aangaan.

Zoals het Woord dat voortkomt uit Mijn mond: het keert niet vruchteloos naar Mij terug, niet zonder eerst te doen wat Ik wil en te volbrengen wat ik gebied, zo is het ook met het brood en wijn van de Avondmaalstafel dat door jullie genoten wordt. (naar Jesaja 55 de verzen 10-11)

Zie ook:  ‘Het ‘hier’ van het Heil…

Bron citaten: RD Opinie – ‘Theologenblog: Wegkijken van brood en wijn?‘ – door Hans Burger (De auteur is universitair hoofddocent systematische theologie aan de Theologische Universiteit Kampen. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep Biblical Exegesis and Systematic Theology (BEST) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | 1 reactie

Het ‘hier’ van het Heil*…

Hebt u soms geen eigen huis waar u kunt eten of drinken? Of veracht u de gemeente van God en wilt u de armen onder u vernederen? Wat moet ik hierover zeggen? Moet ik u soms prijzen? Dat doe ik in geen geval‘ (Uit 1 Korintiërs 11 vers 22)

* In de concrete/daadwerkelijke samenkomsten van de gemeente van Jezus Christus met daarin de dienst van door de gemeente aangewezen (verkozen) ambtsdragers.

Geciteerd 1: Om helderheid te krijgen over de distantie van Luther tot het moderne Protestantisme is in de eerste plaats van belang zich te realiseren dat hij in de omgang met de sacramenten geen stap is afgeweken van het grondprincipe ‘alleen door het geloof’. Maar hij strijdt tegelijkertijd op twee fronten…

Geciteerd 2: Iets anders zijn echter de zondaren en aangevochtenen voor wie het sacrament allereerst is ingesteld. Dat is het tweede front waarvoor Luther zich geplaatst ziet en dat pas in de avondmaalsstrijd met de Zwitsers werkelijk duidelijk wordt…

Geciteerd 3: Op het antwoord van Luther moet goed gelet worden. Het nut van het avondmaalsslichaam ligt daarin dat het geloof in de lichamelijke tegenwoordigheid van Christus de aangevochten communieganger niet op zichzelf en zijn eigen ziel (zieleroerselen – AJ) terugwerpt, maar hem/haar uit zichzelf haalt en op Christus richt. De ondubbelzinnige, ‘heldere’ instellingswoorden doorbreken de nauwe grenzen van de eigen psyche en wijzen naar buiten en naar God, die belooft: ‘Hier zal je me vinden’.

Geciteerd 4: God is weliswaar overal aanwezig, maar het is iets totaal anders, of ‘God daar is’ of dat ‘God voor jou daar is’. Het eerste weet de duivel heel goed, het tweede zal hij echter nooit beleven. Het Evangelie is geconcentreerd in het kleine woordje ‘hier’, zonder dit ‘hier’ zou men de hele schepping moeten aflopen, hier zoeken en daar vragen. Maar dan zal niemand zeker kunnen zijn de oneindige God in Zijn rijk geschakeerde schepping ‘voor zichzelf’ gevonden te hebben.

Geciteerd 5: Wanneer je thuis, aldus Luther, je brood eet, dan is God ook dichtbij. Maar wanneer je ‘hier’ toetast, dan eet je Zijn lichaam – God wordt van jou. God legt Zich dus vast op een ‘hier’ waar Hij vast en zeker gevonden kan (nee: zal! – AJ) worden, opdat niemand behoeft te ‘dwepen’ Hem ‘overal’ te zoeken (en daar mogelijk te kunnen vinden – AJ).

Geciteerd 6: De(ze) winst van de avondmaalstrijd mag niet veronachtzaamd worden. Het geloof in Gods Woord is onontbeerlijk. Het doorbreekt echter de geestelijke-psychologische beperkingen tot de innerlijkheid van het vrome genot. De betekenis van deze ontgrenzing is nu juist dat de DUIVEL, KENNER VAN DE ZIEL EN VIJAND VAN HET LICHAAM, tegengesproken wordt. (..) De oproep van de instellingswoorden van het Avondmaal trekt de mens uit het vangnet van de zelfanalyse.

Leestip: Lees de citaten binnen het geheel van het betoog in het hoofdstuk ‘VIII.2 Strijd om het sacrament van de eenheid‘ in het boek van Heiko A. Oberman. (zie ‘Bron citaten’)
Aanleiding: Mede dit RD-artikel van prof. dr. M.J. Kater ‘De plááts om samen te komen is voorportaal van nieuwe tempel‘ – RD Opinie (5 maart 2021)

Bron citaten: Het boek ‘Luther, mens tussen God en duivel’ van Heiko A. Oberman (bij leven hoogleraar kerkgeschiedenis).

Bron afbeelding: Top Bible Verses & Pictures

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie