Begin de dag met een lof- en dankzegging…

Zegen​ de HEER, u allen die de dienst van de HEER verricht
en in het ​huis​ van de HEER staat, nacht aan nacht.
(Psalm 134 : 1)

…en sluit er ook de dag mee af!

Henri Nouwen zei eens:  ‘Zegenen is: goede dingen tegen en over iemand zeggen.’ Het zet de zegen van God, die we mogen ontvangen, in een mooi perspectief: God zegt ons mooie en goede dingen toe. Hij wenst ons het allerbeste.

In deze laatste pelgrimspsalm staat de zegen centraal. Maar anders dan je zou verwachten, begint het bij de mensen die God zegenen. Door hun loflied, door hun dienen, maken zij de naam van de Here groot, zeggen zij goede dingen tegen en over God, wijden zij God hun hart en leven toe. Dat blijft niet zonder gevolgen. God antwoord met Zijn zegen.

Wat een mooie wisselwerking komt er zo op gang. De mens zegent de Heer door goede dingen tegen en over Hem te zeggen, door Hem te aanbidden en te dienen, tot eer van God en tot heil van de mensen. God roept de mens Zijn liefde, genade, vrede en bescherming toe. Mens, gezegend zul je zijn!

(…) 2 Hef uw handen op naar het ​heiligdom en ​zegen​ de HEER.
3 Moge uit Sion de HEER u ​zegenen, Die hemel en aarde gemaakt heeft.
(Uit Psalm 134)

Steekt nu voor God de loftrompet,
Hem die ons in de vrijheid zet.
Komt voor zijn aanschijn met verblijden.
Brengt Hem de dank van al wat leeft,
Hem, die ons heil gegrondvest heeft.
Viert Hem, de koning der getijden.
Psalm 95 vers 1 (Berijming 1967)

Psalm (mee)zingen:  Nederland Zingt: Psalm 95 vers 1 en 3

Bron tekst:  Bijbels Dagboek – “Dag in Dag uit 2018” – Leger des Heils | Ark Media – Meditatie vrijdag 15 juni.

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Barneveldse processierupsen (toch maar) niet gemeld…

Dinsdagmorgen ontdekte ik tijdens het wandelen een processie van rupsen op het fietspad en voor mij was het de eerste keer dat ik zo’n rijtje van de eikenprocessierups aan de wandel zag en dat ook nog op een foto (smartphone) kon vastleggen.

Nu vroeg een familielid me – toen hij de foto onder ogen kreeg – of ik de rupsen dan misschien had opgegeten, en wel omdat ik meldde dat ik na de waarneming en het maken van de foto opeens overal jeuk voelde of meende te voelen. En ik antwoordde bevestigend met daarbij de opmerking dat ik ze toch echt eerst goed had fijngestampt en met de vraag of ik ze dan misschien eerst nog had moeten koken.

Maar eerlijk gezegd heb ik deze processie niet willen verstoren of vernietigen of later nog gemeld bij de ongedierte bestrijding van de gemeente Barneveld en wel omdat ik weet dat deze processie-rupsen (volgens oude gewoonte) op weg waren op zoek naar een bedevaartsplek om daar te gaan bidden.

En dat bidden van hen daar is geen bidden in eigen belang en bidden om eigen gezondheid en welvaren, maar ze bidden daar schuldbewust voor de gezondheid van de Barneveldse natuur en omgeving en voor die van de Barneveldse bevolking. Ze beseffen namelijk heel diep welke schadelijke gevolgen niet alleen hun streken hebben (aantasting van de eik door vraat van het eikenblad) maar vooral en met name ook hun haren hebben voor de mensen die daar (extra) allergisch voor zijn.

En het moet gezegd, deze ‘kwalijke’ processie-rupsen verliezen na bezoek aan het bedevaartsoord en het daarna elk zich schuldbewust terugtrekken in de eigen cocon met de hoop en verwachting een nieuw leven te mogen en kunnen beginnen en op te staan als een prachtige mot inderdaad ook hun streken en haren.

Maar hun ‘wedergeboorte’ en het ‘nieuwe leven’ verlost hen hier in deze wereld echter nog niet voorgoed van het/hun kwaad. Het nageslacht dat zij voortbrengen zit helaas weer even vol met streken en haren als dat bij henzelf en bij hun eigen (eerdere) generatie(s) het geval was…

Maar misschien is er nu toch ook al meer hoop voor deze wereld dan in voorgaande en nu in hun eigen generatie nog het geval was en is. Velen van de huidige en nieuwe generatie processie-rupsen blijken namelijk in toenemende mate individualistisch te zijn ingesteld en blijken daarmee ook minder bereid om in gezamenlijke processies bedevaartsplekken als boete- en wedergeboorte-oorden op te zoeken.

En velen komen er daarom ook niet meer toe om zich daarna nog schuldbewust terug te trekken in een cocon met de hoop op nieuw leven, want daar geloven ze niet meer zo in, en het lijkt hen vooral ook teveel moeite, en daarom blazen ze uiteindelijk maar liever vroegtijdig ergens op een rustig plekje definitief de laatste adem uit.

Ze gaan er nu zelfs nog prat op dat op die manier de problemen die ze als processie-rupsen en motten veroorzaken bij deze ‘instelling en aanpak’ nog eerder opgelost en afgelopen zullen zijn dan waar hun voorouders het van wilden verwachten en op wilden wachten…

Gingen de voorgaande generaties voor ‘wedergeboorte’ en ‘nieuw leven’ en voor de hoop en de verwachting op langere termijn (met alle afzien en opzien dat daar onlosmakelijk bij hoort) de huidige en nieuwe generatie(s) zoeken het meer in de oplossingen zoals die direct in het hier en nu beschikbaar zijn (1)…

Een oplettende ‘(natuur)waarnemer’ ziet het om zich heen ‘gebeuren’!

(1) En droevig genoeg er zijn zelfs motten die ‘de jeugd’ deze ‘oplossing(en)’ aanbevelen en aanpraten!

(…) Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden. Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods. Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om de wil van Hem, die haar daaraan onderworpen heeft, in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. En niet alleen zij, maar ook wij zelf, wij, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam. (Romeinen 8: 18 – 23)

(…) Wij verwachten echter naar Zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. (2 Petrus 3 : 13)

Bron afbeelding:  Bible Verses

Geplaatst in Diversen, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Een wonderlijke, lieve God…

 

Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven,
en de heerschappij is op Zijn schouder’,
en men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raad,
Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst (Jesaja 9:5)

Uw Naam is Wonderlijk

Bent U niet een wonderlijke, lieve God, Die ons wonderlijk en vriendelijk regeert?

U verhoogt ons, als U ons vernedert.
U maakt ons rechtvaardig, als U ons zondaren doet zijn.
U brengt ons in de hemel, als U ons in de hel stoot.
U geeft ons de overwinning, als U ons de strijd doet verliezen.
U maakt ons levend, als U ons laat doden.
U vertroost ons, als U ons laat treuren.
U maakt ons vrolijk, als U ons laat huilen.
U laat ons zingen, als U ons laat wenen.
U maakt ons sterk, als wij lijden.
U maakt ons wijs, als U ons tot zotten maakt.
U maakt ons rijk, als U ons armoede toebedeelt.
U maakt ons heren, als U ons laat dienen.

En dergelijke ontelbare wonderen meer.

Ik dank U, dat U mij verootmoedigt, maar mij ook steeds weer helpt. Amen.

Maarten Luther: Auslegung des 118. Psalms, 1529/1530, vgl. WA 31.1,171,13-25

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (26 december – “Uw Naam is Wonderlijk“)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

(…) 17 Ik zal niet sterven, maar leven
en de daden van de HEER verhalen:
18 de HEER heeft mij gestraft,
maar mij niet prijsgegeven aan de dood.
19 Open voor mij de ​poorten​ van de ​gerechtigheid,
ik wil binnengaan om de HEER te loven.
(Uit Psalm 118 – n.a.v. ‘Auslegung des 118. Psalms’)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Je gekend weten… (V)

Alleen u heb Ik gekend

uit alle geslachten der aarde; daarom zal Ik aan u bezoeken al uw ongerechtigheden
(Amos 3 : 2)

Ontnuchterend, dit woord uit de profetieën van Amos. Met name voor degene die het door God gekend worden heeft leren zien als een wonder van genade. Dit zelfde gekend worden door de HERE blijkt in deze profetie ineens zeer onaangename consequenties te kunnen hebben. Sterker nog: het feit dat Israël gekend is uit alle volken der aarde, voert de profeet hier aan als de directe reden, op grond waarvan God zijn volk gaat oordelen. “Alleen u heb Ik gekend”; dáárom zal Ik aan u bezoeken al uw ongerechtigheden“.

Deze profetie is een regelrechte waarschuwing. Niet enkel aan het adres van Israël, maar ook voor de gemeente onder het nieuwe verbond. Wie deze woorden ter harte neemt, zal het wel uit zijn hoofd laten om het door God gekend worden te trekken in de sfeer van de mystiek. Alsof het daarbij zou gaan om een aan alle aardse realiteit ontheven verkeer tussen God en de ziel.

De HERE kent de zijnen. Hij heeft ons zeer persoonlijk lief. Maar deze goddelijke liefde heeft niets zweverigs. Gods liefde is: integendeel zó concreet, dat Hij de zijnen zeker weet te vinden, wanneer zij hun roeping ontrouw zijn. “Want de HERE bestraft wie Hij liefheeft” (Spreuken 3 : 12, en ook Hebreeën 12 : 6-13 ).

Alleen u heb Ik gekend uit alle geslachten der aarde“. De wijze waarop God de zijnen kent, krijgt hier een nadere toespitsing. Het is een kennen uit! Een kennen dat het karakter draagt van uit-verkiezen. Dit profetische woord spreekt dan ook van Gods uitzonderlijke liefde voor Zijn volk. Hij weet niet maar enkel van het bestaan van zijn kinderen af. Nee; Hij heeft hen gekénd, in de zin van gekozen, tot zijn eigendom uit alle geslachten van deze aarde.

Uitgerekend met Israël wilde Hij leven in het verbond.

Sprekend bewijs van deze uit-verkiezing: de uit-leiding uit Egypte. Hierop zinspeelt Amos, wanneer hij het woord moet richten “tot het ganse geslacht dat Ik uit het land Egypte heb gevoerd” (Amos 3 : 1); d.w.z. tot Juda en Israël samen. Als de twaalf stammen heeft de HERE hen gekend uit al die andere geslachten. Amos moet dat met nadruk in herinnering roepen.

Zodoende is de schok ook des te heviger, wanneer de profeet in de naam van de HERE vervolgt: “En daarom zal Ik aan u bezoeken al uw ongerechtigheden”. Het oordeel overvalt Gods volk niet als iets noodlottigs. De profetie wil zeggen: het oordeel over uw ongerechtigheden staat in direct verband met uw gekend zijn door de HERE. Dat is het beklemmende van dit woord van Amos.

Waarin bestaan die ongerechtigheden? Zonder enige moeite zou er een hele lijst van zonden zijn op te sommen.

Amos noemt ze bij name. Hier wil ik vooral uw aandacht vragen voor het verband waarin de profeet de ongerechtigheden van het volk ter sprake brengt. U zou de eerste twee hoofdstukken van dit Bijbelboek eens door moeten lezen, om dan tot de ontdekking te komen, dat Amos eerst de volkeren van rondom het oordeel aanzegt, maar dan zonder onderbreking, met exact dezelfde aanhef, het oordeel afkondigt over Juda en Israël. Dát is de manier waarop de HERE de situatie van zijn volk taxeert: het is verworden tot een volk als alle andere volken. Niets herkent de HERE er meer in van zijn uitverkoren geliefde: het Israël, dat Hij gekend had uit alle volkeren der aarde.

Alles wat aan die roeping herinnerde hadden de twaalf stammen aan de kant gezet. Met het gevolg dat Juda en Israël deelden in de malaise van de buurvolken: het maakte nauwelijks verschil, overal dezelfde misstanden. Daarom zegt de HERE zijn volk het oordeel aan in één adem met de heidenen. Voor Israël en Juda maakt Hij geen uitzondering.

We moeten het zeggen: voor de gemeente van Christus, die haar roeping ontrouw is, zijn de vooruitzichten niet rooskleuriger.

Paulus zegt het heel duidelijk:Maar gij geheel ánders; gij hebt Christus leren kennen” (Efeziërs 4: 20). God heeft ons liefgehad in zijn Zoon. Niets meer, maar ook niets minder verlangt Hij nu van ons, dan dat wij in deze wereld herkenbaar blijven als zijn ge-liefden, zijn ge-kenden.

Wordt de gemeente van Christus echter onherkenbaar, dan zal diezelfde gemeente dat weten! Dan zal ze kennismaken met de heilige jaloezie van haar Heer.

Herkenbaar moeten wij zijn. Maar dan in de eerste plaats voor Hem, door Wie wij gekend zijn! Een gemeente, die angstvallig concessies doet aan de publieke opinie, die zich in allerlei bochten wringt om bij te blijven en toch vooral niet uit de toon te vallen, loopt het gevaar om haar herkenbaarheid in Gods ogen te verspelen. Met het gevolg dat de gemeente ook geen leesbare brief meer zijn kan ten opzichte van de wereld. Want wat heeft de gemeente van Christus nog te bieden, wanneer zij haar roeping om geheel ánders te zijn opgeeft?

Wie het Woord van Amos gehoord heeft, die is gewaarschuwd!

Bron tekst: Gekend te worden (III) door A.M. van Leeuwen – Opbouw online – 17 oktober 1980, jaargang 24, nummer 39, Artikel 014621

Zie ook:
Je gekend weten… (II)
Je gekend weten… (IV)
Leven in het Verbond

Bron afbeeldingPinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | 1 reactie

Tegennatuurlijk…

ik heb mijn ziel tot rust gebracht, (Psalm 131 : 2)

Lezen: Psalm 131

Door de gebeurtenissen en worstelingen in het leven is de psalmist tot rust gekomen. Dat ging niet zonder slag of stoot. Zijn trots en hoogmoed zijn gebroken. Realiteitszin is doorgedrongen, niet langer willen wat te hoog gegrepen is.

Je hebt er volgens mij een heel leven voor nodig.

Toch zijn er ook onderweg markeringspunten waarop je het aandurft je niet langer op jezelf te verlaten. Dat je je – stil en tot rust gebracht – volledig aan God toevertrouwt. De psalmist schetst hierbij het prachtige beeld van een kind dat tot rust komt en zich veilig weet op de arm van zijn moeder.

Het opgeven van trots en hoogmoed is tegennatuurlijk.

We leven in een tijd waarin de mens zichzelf moet laten gelden. Maar als je durft of – door de omstandigheden van het leven – moet loslaten,

val je terug in de armen van Gods liefde, bescherming en ontferming.

~~~~

(…) Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie,
zoals de wereld die niet geven kan.
Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.
(Johannes 14 : 27)

Zie ook:  Tijd met Jezus – Bijbelmoment voor vandaag (12 juni)

Bron tekst:  Bijbels Dagboek – “Dag in Dag uit 2018” – Leger des Heils | Ark Media – Meditatie dinsdag 12 juni.

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | 1 reactie

Waaruit kent gij uw ellende… (III)

Uit de Tien Geboden (‘de Wet’)

Gij zult de Heere uw God liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel
uit geheel uw verstand en uit geheel uw krachten; en uw naaste als uzelf.
(Lukas 10 : 27)

Als je zelf je zonde en ellende niet kent, en je daar geen zorgen over maakt, dan moet je weten dat je er heel slecht aan toe bent, want dan is dat je grootste ellende!

Je hart is zo hard en versteend, dat je nu helemaal ongevoelig moet ondervinden dat niets je bewegen kan. Geen betere spiegel is er – om voor te staan – dan de Tien Geboden, waarin je zien kunt wat je gebrek en gemis is. (1)

Daarom, als je een zwak geloof hebt, niet veel hoop, weinig liefde tot God, dat je God niet looft of eert, maar eigen roem en eer liefhebt, de gunst van mensen zoekt, slordig bent in gebed en kerkgangin welke zaken niemand zonder gebrek is – dan moet je van deze gebreken meer schrikken dan van alle tijdelijke schade aan bezit, eer, lichaam en leven, en weten dat die erger zijn dan de dood en alle dodelijke ziekten.

Deze nood mag je in alle ernst voor God neerleggen, Hem klagen en om bijstand bidden, in vertrouwen dat je hulp en genade ontvangen zal.

Ga zo maar door naar de tweede tafel van de wet, en zie je ongehoorzaamheid, boosheid, haat, schelden, lasteren, ontucht, gierigheid, leugens en onrecht, dan zul je zonder twijfel zien dat je vol bent met allerlei zonde en schuld en oorzaak genoeg hebt om tot God te roepen en te kermen of bloeddruppels te wenen als je dat kon.

(1) En wij lezen en horen en verstaan (begrijpen en weten het toe te passen!) de ernst van de Tien Geboden niet alleen uit de wet en de profeten (maar nu nog veel beter) in het licht van het onderwijs  van onze Heer Jezus Christus en de apostelen!

Zie ook de inhoud van de eerdere blogs:

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (26 oktober – “Waaruit kent gij uw ellende“)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

(…) 28 Wat verborgen is, behoort onze God toe, wat openbaar (geworden/gemaakt) is, komt ons toe. Wij en onze kinderen dienen ons altijd te richten naar alle bepalingen van deze wet. (Uit Deuteronomium 29)

(…) “Denk niet dat Ik gekomen ben om de wet [Thora] of de profeten te ontbinden (af te schaffen); Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen” (Mattheus 5 : 17).

Bron afbeelding:  SlidePlayer

(Deut. 29:29).

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

‘De vrijgekochten des Heren’…

(…) 11 De vrijgekochten des Heren zullen wederkeren en met gejubel in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd wezen, blijdschap en vreugde zullen zij verwerven, kommer en gezucht zullen wegvluchten. (Uit Jesaja 51)

(…) 6 Ik werd woedend toen ik hun klachten en de aangedragen feiten hoorde. 7 Ik ging bij mezelf te rade en besloot de vooraanstaande burgers en de bestuurders ter verantwoording te roepen. Ik verweet hun dat zij ​rente​ van hun volksgenoten verlangden.

In een grote vergadering die ik met het oog op hun gedrag bijeen had geroepen, 8 zei ik tegen hen: ‘Voor zover het ons mogelijk was hebben wij de Joodse volksgenoten die zich aan vreemden hadden moeten verkopen, teruggekocht. En nu moeten we zelfs volksgenoten vrijkopen die door u worden verkocht!’

Ze zwegen, ze wisten niet wat ze moesten zeggen.

9 Ik vervolgde: ‘Wat u doet, is niet goed. Heb toch, bij alles wat u doet, ​ontzag​ voor onze God, anders haalt u zich de hoon van de vijandelijke volken op de hals! 10 Ook ik, mijn broers en mijn mannen hebben ​geld​ en graan uitgeleend. Laten we nu deze schuld kwijtschelden!

11 Geef hun daarom vandaag nog hun akkers terug, hun wijngaarden, olijfbomen en huizen, en scheld de ​rente​ kwijt van het ​geld​ en het graan, de ​wijn​ en de olie die u aan hen hebt geleend.’

12 Toen zeiden ze: ‘We zullen alles teruggeven en niets vorderen. We zullen doen wat u zegt,’ en in aanwezigheid van de ​priesters​ die ik had laten komen, liet ik hen zweren dat ze woord zouden houden.

13 Vervolgens schudde ik de plooi van mijn ​mantel​ uit en zei: ‘Zo zal God iedereen uitschudden die zich niet aan deze afspraak houdt. Uitgeschud en berooid zal hij zijn, zonder huis of have.’

Alle aanwezigen riepen ‘Amen,’ en ze loofden de HEER.
Iedereen kwam zijn ​belofte​ na.

Bron tekst:  Nehemia 5 (NBV) – Nederlands Bijbelgenootschap.

(…) 7 Luister naar Mij,
jullie die Mijn ​gerechtigheid​ kennen,
volk dat mijn wet in het ​hart​ draagt.
Wees niet bang voor de hoon van mensen,
stoor je niet aan hun spot.
8 Want ze vergaan zoals een gewaad door motten,
zoals wol door mottenlarven.
Maar Mijn ​gerechtigheid​ zal voor altijd blijven,
de redding die Ik breng, duurt van geslacht op geslacht.
(Uit Jesaja 51)

Bron afbeelding:  Believing God’s Word –  My Own 42

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk, Politiek | 1 reactie

Waaruit kent gij uw ellende… (II)

Uit de Psalmen…

Met mijn lippen verkondig ik alle verordeningen van uw mond.
(Psalm 119 : 13)

Gods verordeningen verlaten zijn mond en willen op mijn lippen komen. Hoe gemakkelijk is het vaak Gods woord in het hart te dragen, maar hoe moeilijk komt het ons soms over de lippen! Hier wordt geen loze lippendienst bedoeld, maar het luid uitroepen van datgene waar het hart vol van is.

Lijkt bij het zien van diep lijden onze mond niet vaak toegesloten, omdat wij bang zijn het goddelijk woord te vervangen door een vrome formule? Bestaat er geen atmosfeer van lichtvaardigheid en goddeloosheid, waarin wij het rechte woord gewoon niet meer vinden en maar zwijgen? Zwijgen wij niet vaak uit valse schaamte en angst voor de mensen?

Waarschuwing en vermaning blijven onuitgesproken.
Troost en bemoediging blijven ontzegd…

Hoe moeizaam en bangelijk is ons nu en dan de naam van Jezus Christus over de lippen gekomen! Het vereist een grote mate van geestelijke ervaring en oefening en tegelijk een kinderlijk geloofsvertrouwenalle verordeningen Gods‘ met de lippen te kunnen verkondigen, zonder een geestelijke routinier, een zedenmeester, of een opdringerige kletsmeier te worden.

Het gehele hart moet aan het Woord Gods toebehoren,
voor wij leren ook onze lippen geheel in dienst van Jezus Christus te stellen.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Het bidden van de Psalmen” – “Het komt moeilijk over de lippen” (13 februari) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 2 Welzalig is hij die verstandig omgaat
met een mens die in ellendige omstandigheden verkeert;
in dagen van onheil zal de HEERE hem bevrijden.
3 De HEERE zal hem bewaren en hem in het leven behouden;
hij zal op aarde gelukkig gemaakt worden.
(Uit Psalm 41)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | 1 reactie

Waaruit kent gij uw ellende… (I)

Uit de bedes van het Onze Vader gebed…

En de menigte der gelovigen was één hart en één ziel; ook zei niemand van zijn goederen dat ze de zijne waren, maar alles was hun gemeenschappelijk.
(Handelingen 4 : 32 – naar Luthers vertaling)

Uw Naam worde geheiligd.‘ Misschien zeg je wel: als dat waar is, dat niemand iets zijn eigendom kan en mag noemen, dat dan op aarde niemand Gods Naam naar behoren heiligt; dan zijn ook diegenen onrechtvaardig die rechtszaken met elkaar hebben over eer, geld en goed en andere zaken.

In de eerste plaats antwoord ik dat daarom al eerder gezegd is dat deze bede: ‘Uw Naam worde geheiligd‘, alles te boven gaat en de grootste is van alle beden en alle andere beden in zich besluit.

Als iemand Gods Naam naar behoren heiligde, zou die niet meer nodig hebben om het Onze Vader te bidden.

Als iemand zo volkomen was dat hij niets zijn eigendom zou noemen, die zou geheel rein zijn en Gods Naam zou in hem volkomen geheiligd zijn.

Dat behoort echter niet bij het aardse maar bij het hemelse leven. Daarom moeten wij ons leven lang bidden dat God Zijn Naam heiligt in ons. Want ieder mens – de ene meer dan de andere – zondigt tegen Gods Naam, hoewel de hoogmoedige heiligen dit niet geloven of horen willen.

Daarom heb ik gezegd dat deze woorden niet alleen een bede maar ook een heilzame leer en ontdekking zijn van ons ellendige en verdoemelijke bestaan op aarde en de mens neerwerpt en hem verootmoedigt.

Maarten Luther: Auslegung des Vaterunsersfilrdie einfältigen Laien, 1519, vgl. WA 2,91,35 -92, 12

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (2 november – “Niets mijn eigendom“)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

Conflicten om geld en goed:

(…) 6 U hebt daarentegen de arme schandelijk behandeld. Zijn het niet de rijken die u overweldigen en slepen juist zij u niet naar de rechtbank? 7 Lasteren zij niet de goede Naam, Die over u is aangeroepen? (1)
(…) 4 Trouwelozen! Beseft u dan niet dat vriendschap met de wereld vijandschap jegens God betekent? Wie bevriend wil zijn met de wereld, maakt zich tot vijand van God. 5 Denk toch niet dat dit loze woorden zijn in de Schrift: ‘Hij die ons het leven gaf, maakt er vurig aanspraak op; 6 maar de ​genade​ die hij schenkt is nog groter.’ Daarom staat er: ‘God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn ​genade. (Uit Jakobus 2 en 4)

(1) Dat gebeurde (al) bij onze Doop!

Lasterpraat en (ver)oordelen: 

(…) 11 Spreekt geen kwaad van elkaar, broeders. Wie van zijn broeder kwaad spreekt of hem oordeelt, spreekt kwaad van de wet en oordeelt haar; en indien gij de wet oordeelt, zijt gij geen dader, doch een rechter der wet. 12 Eén is Wetgever én Rechter, Hij, die de macht heeft om te behouden en te verderven. Maar wie zijt gij, dat gij uw naaste oordeelt? (Uit Jakobus 4)

Bron afbeelding:  Patheos

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie

Leg Uw hand op haar…

Mijn dochter is zo juist gestorven, maar kom
en leg​ Uw hand op haar en zij zal leven.

(Uit Matteüs 9 : 18)

Het eerste dat op het geloof moet volgen is het gebed, want dat is de vrucht van het geloof. Het geloof kan niet bestaan zonder gebed, net zomin als vuur zonder warmte.

Zo is het ook bij deze overste van de synagoge, Hij had een hartelijk vertrouwen en verlangen dat zijn dochter gezond mocht worden. Inwendig bidt en smeekt hij sterker dan alle woorden op aarde zouden kunnen uitspreken.

Het geloof zet hem aan om onbevreesd tot Christus te gaan en hij denkt er helemaal niet aan hoe groot Christus is en hoe gering hijzelf is. Zoals een dronkenman onbezonnen gaat waar zijn voeten hem brengen, zo gaat deze vader ook waar zijn hart hem brengt. Want hij is geestelijk dronken!

Op deze manier moeten wijzelf ook bidden en niet eerst met ons verstand beginnen en erover nadenken of het mogelijk zou zijn dat het echt gebeurd of niet. Wij mogen niet twijfelen dat Hij het kan en wil doen, maar in woorden losbarsten en tot Hem roepen.

De nood zal je wel leren hoe je bidden moet.

Zo doet de overste hier ook en bidt: ‘Heere, kom
mijn dochter is gestorven, maak haar levend!

Dit zijn simpele maar toch hoogst wonderlijke woorden.

Het geloof in het hart van de vader is een groter wonder dan
de opwekking van zijn dochtertje.

Maarten Luther: Predigte des Jahres 1528, vgl. WA 27, 422-423

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (5 november – “Leg Uw hand op haar“)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

Hij zei: ‘Vertrek van hier, het meisje is immers niet gestorven, ze slaapt.’
Men lachte smalend.
(Matteüs 9 : 24)

Jezus zei: ‘Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.’
(Lukas 18 : 27)

Bron afbeelding:  SlideShare

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | 1 reactie