Waaruit kent gij uw ellende… (III)

Uit de Tien Geboden (‘de Wet’)

Gij zult de Heere uw God liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel
uit geheel uw verstand en uit geheel uw krachten; en uw naaste als uzelf.
(Lukas 10 : 27)

Als je zelf je zonde en ellende niet kent, en je daar geen zorgen over maakt, dan moet je weten dat je er heel slecht aan toe bent, want dan is dat je grootste ellende!

Je hart is zo hard en versteend, dat je nu helemaal ongevoelig moet ondervinden dat niets je bewegen kan. Geen betere spiegel is er – om voor te staan – dan de Tien Geboden, waarin je zien kunt wat je gebrek en gemis is. (1)

Daarom, als je een zwak geloof hebt, niet veel hoop, weinig liefde tot God, dat je God niet looft of eert, maar eigen roem en eer liefhebt, de gunst van mensen zoekt, slordig bent in gebed en kerkgangin welke zaken niemand zonder gebrek is – dan moet je van deze gebreken meer schrikken dan van alle tijdelijke schade aan bezit, eer, lichaam en leven, en weten dat die erger zijn dan de dood en alle dodelijke ziekten.

Deze nood mag je in alle ernst voor God neerleggen, Hem klagen en om bijstand bidden, in vertrouwen dat je hulp en genade ontvangen zal.

Ga zo maar door naar de tweede tafel van de wet, en zie je ongehoorzaamheid, boosheid, haat, schelden, lasteren, ontucht, gierigheid, leugens en onrecht, dan zul je zonder twijfel zien dat je vol bent met allerlei zonde en schuld en oorzaak genoeg hebt om tot God te roepen en te kermen of bloeddruppels te wenen als je dat kon.

(1) En wij lezen en horen en verstaan (begrijpen en weten het toe te passen!) de ernst van de Tien Geboden niet alleen uit de wet en de profeten (maar nu nog veel beter) in het licht van het onderwijs  van onze Heer Jezus Christus en de apostelen!

Zie ook de inhoud van de eerdere blogs:

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (26 oktober – “Waaruit kent gij uw ellende“)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

(…) 28 Wat verborgen is, behoort onze God toe, wat openbaar (geworden/gemaakt) is, komt ons toe. Wij en onze kinderen dienen ons altijd te richten naar alle bepalingen van deze wet. (Uit Deuteronomium 29)

(…) “Denk niet dat Ik gekomen ben om de wet [Thora] of de profeten te ontbinden (af te schaffen); Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen” (Mattheus 5 : 17).

Bron afbeelding:  SlidePlayer

(Deut. 29:29).

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s