Je gekend weten… (V)

Alleen u heb Ik gekend

uit alle geslachten der aarde; daarom zal Ik aan u bezoeken al uw ongerechtigheden
(Amos 3 : 2)

Ontnuchterend, dit woord uit de profetieën van Amos. Met name voor degene die het door God gekend worden heeft leren zien als een wonder van genade. Dit zelfde gekend worden door de HERE blijkt in deze profetie ineens zeer onaangename consequenties te kunnen hebben. Sterker nog: het feit dat Israël gekend is uit alle volken der aarde, voert de profeet hier aan als de directe reden, op grond waarvan God zijn volk gaat oordelen. “Alleen u heb Ik gekend”; dáárom zal Ik aan u bezoeken al uw ongerechtigheden“.

Deze profetie is een regelrechte waarschuwing. Niet enkel aan het adres van Israël, maar ook voor de gemeente onder het nieuwe verbond. Wie deze woorden ter harte neemt, zal het wel uit zijn hoofd laten om het door God gekend worden te trekken in de sfeer van de mystiek. Alsof het daarbij zou gaan om een aan alle aardse realiteit ontheven verkeer tussen God en de ziel.

De HERE kent de zijnen. Hij heeft ons zeer persoonlijk lief. Maar deze goddelijke liefde heeft niets zweverigs. Gods liefde is: integendeel zó concreet, dat Hij de zijnen zeker weet te vinden, wanneer zij hun roeping ontrouw zijn. “Want de HERE bestraft wie Hij liefheeft” (Spreuken 3 : 12, en ook Hebreeën 12 : 6-13 ).

Alleen u heb Ik gekend uit alle geslachten der aarde“. De wijze waarop God de zijnen kent, krijgt hier een nadere toespitsing. Het is een kennen uit! Een kennen dat het karakter draagt van uit-verkiezen. Dit profetische woord spreekt dan ook van Gods uitzonderlijke liefde voor Zijn volk. Hij weet niet maar enkel van het bestaan van zijn kinderen af. Nee; Hij heeft hen gekénd, in de zin van gekozen, tot zijn eigendom uit alle geslachten van deze aarde.

Uitgerekend met Israël wilde Hij leven in het verbond.

Sprekend bewijs van deze uit-verkiezing: de uit-leiding uit Egypte. Hierop zinspeelt Amos, wanneer hij het woord moet richten “tot het ganse geslacht dat Ik uit het land Egypte heb gevoerd” (Amos 3 : 1); d.w.z. tot Juda en Israël samen. Als de twaalf stammen heeft de HERE hen gekend uit al die andere geslachten. Amos moet dat met nadruk in herinnering roepen.

Zodoende is de schok ook des te heviger, wanneer de profeet in de naam van de HERE vervolgt: “En daarom zal Ik aan u bezoeken al uw ongerechtigheden”. Het oordeel overvalt Gods volk niet als iets noodlottigs. De profetie wil zeggen: het oordeel over uw ongerechtigheden staat in direct verband met uw gekend zijn door de HERE. Dat is het beklemmende van dit woord van Amos.

Waarin bestaan die ongerechtigheden? Zonder enige moeite zou er een hele lijst van zonden zijn op te sommen.

Amos noemt ze bij name. Hier wil ik vooral uw aandacht vragen voor het verband waarin de profeet de ongerechtigheden van het volk ter sprake brengt. U zou de eerste twee hoofdstukken van dit Bijbelboek eens door moeten lezen, om dan tot de ontdekking te komen, dat Amos eerst de volkeren van rondom het oordeel aanzegt, maar dan zonder onderbreking, met exact dezelfde aanhef, het oordeel afkondigt over Juda en Israël. Dát is de manier waarop de HERE de situatie van zijn volk taxeert: het is verworden tot een volk als alle andere volken. Niets herkent de HERE er meer in van zijn uitverkoren geliefde: het Israël, dat Hij gekend had uit alle volkeren der aarde.

Alles wat aan die roeping herinnerde hadden de twaalf stammen aan de kant gezet. Met het gevolg dat Juda en Israël deelden in de malaise van de buurvolken: het maakte nauwelijks verschil, overal dezelfde misstanden. Daarom zegt de HERE zijn volk het oordeel aan in één adem met de heidenen. Voor Israël en Juda maakt Hij geen uitzondering.

We moeten het zeggen: voor de gemeente van Christus, die haar roeping ontrouw is, zijn de vooruitzichten niet rooskleuriger.

Paulus zegt het heel duidelijk:Maar gij geheel ánders; gij hebt Christus leren kennen” (Efeziërs 4: 20). God heeft ons liefgehad in zijn Zoon. Niets meer, maar ook niets minder verlangt Hij nu van ons, dan dat wij in deze wereld herkenbaar blijven als zijn ge-liefden, zijn ge-kenden.

Wordt de gemeente van Christus echter onherkenbaar, dan zal diezelfde gemeente dat weten! Dan zal ze kennismaken met de heilige jaloezie van haar Heer.

Herkenbaar moeten wij zijn. Maar dan in de eerste plaats voor Hem, door Wie wij gekend zijn! Een gemeente, die angstvallig concessies doet aan de publieke opinie, die zich in allerlei bochten wringt om bij te blijven en toch vooral niet uit de toon te vallen, loopt het gevaar om haar herkenbaarheid in Gods ogen te verspelen. Met het gevolg dat de gemeente ook geen leesbare brief meer zijn kan ten opzichte van de wereld. Want wat heeft de gemeente van Christus nog te bieden, wanneer zij haar roeping om geheel ánders te zijn opgeeft?

Wie het Woord van Amos gehoord heeft, die is gewaarschuwd!

Bron tekst: Gekend te worden (III) door A.M. van Leeuwen – Opbouw online – 17 oktober 1980, jaargang 24, nummer 39, Artikel 014621

Zie ook:
Je gekend weten… (II)
Je gekend weten… (IV)
Leven in het Verbond

Bron afbeeldingPinterest

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Een reactie op Je gekend weten… (V)

  1. janvdijk9464 zegt:

    Dit is op Sitetitel herblogd.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s