Je gekend weten… (II)

Maar nu hebt gij God leren kennen; wat méér is: gij zijt door God gekend
(Galaten 4 : 9)

God laat zich kennen door mensen die Hem vertrouwen op zijn Woord. Dat is en blijft een wonder van genade. Hoezeer dit wonder ook – juist onder gelovigen – telkens weer dreigt te degraderen tot dé vanzelfsprekendheid bij uitstek. Wij mensen mogen God kénnen. In de daden die Hij stelde in de geschiedenis, in Jezus Christus, in de beloften die in Hem Ja en Amen zijn.

Toch is het feit dat wij God kennen mogen nog maar de ene kant van het wonder. Deze mag dan het meest besproken zijn, er is ook nog die andere kant. Wij kennen God, inderdaad; maar evenzeer geldt, dat wij door Hem gekend worden. Geloven is dan ook: de HERE kennen, omdat wij door Hem gekend zijn. Het gekend worden gaat aan ons eigen kennen vooraf. Dat is de Bijbelse orde. Een orde die onomkeerbaar is. In enkele Schriftoverdenkingen wil ik daar uw aandacht op vestigen.

Wanneer U de bovenstaande tekst uit de Galatenbrief nog eens leest, ziet U hoe Paulus zichzelf hier min of meer in de rede valt. De eerste zinsnede: “Gij hebt God leren kennen“, brengt blijkbaar nog niet duidelijk genoeg tot uitdrukking wat hij eigenlijk wil zeggen. Daarom het volgende er direct overheen: “Wat méér is: gij zijt door God gekend“. De apostel denkt hierbij aan de bekering van de Galaten. Door de prediking van het Evangelie hebben zij toen God leren kennen. Maar hun kennismaking met het Evangelie zullen zij achteraf in de eerste plaats dienen te verstaan als een gekend worden door God.

In deze uitspraak van Paulus schuilt een terechtwijzing.
Op zijn prediking hadden de Galaten God leren kennen.
Maar wat is er van die aanvankelijke kennis overgebleven?

Al na korte tijd blijken de Galaten de vrijheid van Christus te verruilen voor het juk van de wet. M.a.w.: deze pas bekeerde heidenen zijn met hun kennis van God aan de haal gegaan. Zij menen God beter te kunnen kennen onder de wet, dan in Christus. In hun ‘kennen’ wordt het kruis van Christus verdrongen door de wet. Een ommezwaai, die voor Paulus gelijkstaat met terugval in het heidendom.

Dat is de reden dat de apostel de Galaten wil bepalen bij het begin: bij het Evangelie van het kruis, zoals zij dat van hem gehoord hadden. Hij wil hen terug hebben bij Gods initiatief: de prediking van Christus, die zichzelf gegeven heeft voor onze zonden. Terug bij het feit dat de Galaten onder déze prediking door God gekend zijn. Want als zij zó, d.w.z. in Christus, door God gekend zijn, hoe komen ze er dan bij om zich nu als slaven te verkopen onder de wet?

Het punt is, dat de Galaten in de praktijk volkomen voorbij gaan aan de wijze waarop zij in het begin door God gekend zijn. Er is onder hen nog wel sprake van kennis van God. Maar hun kennis van de HERE is een geheel eigen leven gaan leiden en staat niet meer in direct verband met de wijze waarop zij eens door Hem gekend zijn. Daarom gedragen zij zich tegenover de HERE als slaven, terwijl Hij hen in Christus had bestemd voor het zoonschap en hen de heilige Geest had geschonken, waardoor zij zouden roepen: Abba, Vader!

Paulus’ woorden zijn één pleidooi om de Galaten terug te roepen tot hun bestemming; om de slavernij onder de wet op te geven voor de vrijheid in Christus. Daar waar God hen tegemoet is getreden, in de prediking van het geloof, dáár zullen de Galaten zich weer tot God moeten bekeren. Zo roept de apostel deze mensen tot de orde: hun kennen zal opnieuw moeten gaan beantwoorden aan hun door God gekend zijn.

Gij zijt door God gekend“. In deze zinsnede schuilt een waarschuwing. Waar dit vergeten wordt of genegeerd, slaat het geloof los van zijn anker. Tegelijk is dit het meest vertroostende wat een mens kan horen: dat ik gekend bèn! En dan niet in mijn zonden, maar in Christus Jezus, die zich voor mij overgegeven heeft in de dood.

Gij zijt door God gekend“. Dat is het Evangelie, teruggebracht tot volstrekte eenvoud.

Bron tekst: Gekend te worden (I) door A.M. van Leeuwen – Opbouw online – 3 oktober 1980, jaargang 24, nummer 37

(…) 16 Hij kwam ook in ​Nazaret, waar Hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging Hij op ​sabbat​ naar de ​synagoge. Toen Hij opstond om voor te lezen, 17 werd Hem de ​boekrol​ van de ​profeet​ ​Jesaja​ overhandigd, en Hij rolde hem af tot de plaats waar geschreven staat: 18 ‘De ​Geest van de ​Heer​ rust op mij, want hij heeft mij ​gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft Hij Mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, 19 om een ​genadejaar​ van de ​Heer​ uit te roepen.’
20 Hij rolde de ​boekrol​ op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de ​synagoge​ waren op Hem gericht. 21 Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze Schrifttekst in vervulling horen gaan. (Uit Lucas 4)

(…) 12 Er is immers geen enkel onderscheid tussen ​Jood​ en Griek. Want Een en dezelfde is Heere van allen en Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen. 13 Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden. 14 Hoe zullen zij dan Hem aanroepen in Wie zij niet geloven? En hoe zullen zij in Hem geloven van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder iemand die predikt? (Uit Romeinen 10)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Lukas 4 20-21 - Today Scripture is fullfilled - SlidePlayer

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s