Sterke God… (slot)

“De hoofdzaak nu van wat wij zeggen is, dat wij zo’n Hogepriester hebben, Die is gaan zitten aan de rechterzijde van de troon van de Majesteit in de hemelen, een Bedienaar van het heiligdom en van de ware tabernakel, die de Heer heeft opgericht, niet een mens” (Hebreeën 8 : 1-2).

Middelaar…

Mogen we dan niet zeggen dat de Messias de sterke God is? Is Hij niet de machtige en overwinnende Held Die alles in Zichzelf is wat wij van Hem gezegd hebben? O, sterke Middelaar! Hoewel Hij een Middelaar was, toch kon en mocht Hij niet minder zijn dan een sterke God.

Om de Kerk te verlossen, was er een Borg en Hogepriester nodig, Die het vermogen had Zijn leven af te leggen en het weer aan te nemen. Er was een Middelaar nodig Die zoveel kracht en zo’n verheven positie moest hebben, dat de Vader in Zijn offer een behagen had en tevredengesteld was.

Hij moest Zijn vijanden aan Zijn macht onderwerpen en Zijn volk uit hun geweld verlossen. Daarom moest Hij almachtig zijn. Samengevat: God moet met Zijn vijanden verzoend worden. Er moet ten volle aan Zijn gerechtigheid worden voldaan en Zijn barmhartigheid moet op de heerlijkste wijze getoond worden.

De zondaar moet zalig gemaakt worden, erfgenamen van de hel moeten burgers van de hemel worden en voor mensen die de dood en het oordeel verdiend hebben, moet het leven verdiend en toegepast worden. Wat een ongelooflijk werk!

Moet Hij dan niet een sterke God zijn om dit te kunnen volbrengen? Het is dan ook terecht dat de profeet de Messias de Naam van sterke God geeft.

Zie evt. ook:  Sterke God… (I) – Gekruisigd en Sterke God… (II) – Verdrukking en Sterke God… (III) – Gewillig

Bron tekst:  “Klamp u vast aan de sterke God” preek van Wilhelmus Everdijk (1653-1729) verschenen als uitgave in de Reveilserie van de stichting “Smytegelt-fonds”.

Hij heeft gedacht aan Zijn genade,
Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt;
Dit slaan al ’s aardrijks einden gade,
Nu onze God Zijn heil ons schenkt.
Juich dan den HEER met blijde galmen,
Gij ganse wereld, juich van vreugd;
Zing vrolijk in verheven psalmen
Het heil, dat d’ aard’ in ’t rond verheugt.
(Psalm 98 vers 1, OB)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Sterke God… (III)

(…) 1 Voorts maken wij u bekend, broeders, de genade van God, die in de gemeenten van Macedonie gegeven is. 2 Dat in veel beproeving der verdrukking de overvloed van hun blijdschap, en hun zeer diepe armoede overvloedig geweest is tot voller rijkdom van hun vrijgevigheid. 3 Want zij zijn naar vermogen (ik betuig het), ja, boven vermogen gewillig geweest; (Uit 2 Korintiërs 8)

Gewillig…

(…) De Messias is voor Zijn kinderen en Zijn Kerk in al hun lijden een sterke God. Hij ‘maakt hen daarvoor gewillig. Ze zijn niet alleen bereid om gebonden te worden, maar ook voor de Naam van Jezus te sterven, en hierin volgen ze het voorbeeld van Paulus.

Christus versterkt hun geest met heldhaftigheid en ondersteunt hun hart met kracht, zodat ze met blijmoedigheid de zwaarste pijnen en de meest wrede dood hebben ondergaan. Als ze op een gloeiend rooster gemarteld werden, was het voor hen als een bed van rozen. Vunzige kerkers waren voor hen aangename slaapkamers. De meest knellende boeien om hun hals en hun armen beschouwden ze als prachtige parelsnoeren.

Het schavot en de pijnlijkste dood was voor hen als een maaltijd op een bruiloft en als een vurige zegewagen die ze meenam van de aarde naar de hemel. We kunnen lezen in de geschiedenissen van de martelaren hoe de Messias Zijn kracht in zwakheid volbrengt.

Mogen we dan niet zeggen dat de Messias de sterke God is?

(Wordt vervolgd)

Zie evt. ook:  Sterke God… (I) – Gekruisigd en Sterke God… (II) – Verdrukking

Bron tekst:  “Klamp u vast aan de sterke God” preek van Wilhelmus Everdijk (1653-1729) verschenen als uitgave in de Reveilserie van de stichting “Smytegelt-fonds”.

(…) Hij offerde Zijn leven voor hun schuld,
om Zijn nageslacht te zien en lang te leven.
En door Zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde.
11 Na het lijden dat Hij moest doorstaan,
zag Hij het licht en werd met kennis verzadigd.
(Uit Jesaja 53)

Bron afbeelding:  Family Radio

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Sterke God… (II)

(…) 12 Geliefden, laat de hitte van de verdrukking onder u, die tot uw beproeving dient,
u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwam.
(Uit 1 Petrus 4)

Verdrukking…

(…) Christus is de sterke God ten opzichte van Zijn uitverkorenen, omdat Hij in hun lijden hun sterkte is. Wie is er aan zoveel ellende onderworpen als een gelovige? Wie moet om de Naam van Christus zoveel verdragen als hij?  De gelovige kan vergeleken worden met het winterkoren op het land.

  • De ene keer wordt hij bedreigd dat hij van zijn bezittingen wordt beroofd, wat Achab bij Naboth deed.
  • Een andere keer wordt hij in zijn gezicht gelagen, wat de trouwe boeteprediker Jeremia overkwam door de goddeloze Pashur.
  • Een ander wordt geslagen met de tong, dat is: zijn naam wordt met allerlei leugens belasterd en gesmaad.
  • In Athene werd Paulus door epicurische en stoïsche filosofen uitgelachen en uitgescholden voor een zwetser.
  • Sommigen worden met Johannes, Petrus en anderen gevangengenomen en opgesloten. Sommige discipelen sterven een wrede dood.

Hierom vat de apostel het lot van de gelovigen in het algemeen samen met de naam van ‘verdrukking’: ‘En ook allen, die godzalig willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden’ (2 Timoteüs 3  : 12).

Bedenk maar wat Paulus heeft moeten ervaren, of lees het kleine martelarenboek in Hebreeën 11 : 35- 38.

Het is de waarheid: de Kerk heeft haar grondslag in het bloed, is door bloed begonnen, is door bloed tot volwassenheid gekomen en ze zal door bloed tot haar einde komen. Zij die met Christus Zijn heerlijkheid willen delen, zullen ook met Hem Zijn verdrukking moeten delen; deze twee kunnen niet van elkaar gescheiden worden.

(Wordt vervolgd)

Zie ook:  Sterke God… (I) – Gekruisigd en Sterke God… (III) – Gewillig

Bron tekst:  “Klamp u vast aan de sterke God” preek van Wilhelmus Everdijk (1653-1729) verschenen als uitgave in de Reveilserie van de stichting “Smytegelt-fonds”.

(…) 33 Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat u in Mij ​vrede​ zult hebben. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen. (Uit Johannes 16)

Bron afbeelding:  Reflections For Living

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Allerhanden (ma)kaken en de ijstijdsprookjes…

‘Voor gek’…

Citaat 1 (1) : (…) “Andere paleontologen verklaarden mij eerst voor gek, toen ik een foto rondstuurde. Maar na een bezoek aan een Franse deskundige, die ooit op vroege makaken was gepromoveerd, was er geen twijfel meer: dit was echt een fossiel van een aap, gewoon gevonden op het strand van Hoek van Holland.” (a)

(a) Fossielen – De bodem van de Noordzee biedt een bijzondere kijk op het leven in onze omgeving in de ijstijd. ‘Er hebben hier veel langer dan gedacht apen rondgelopen‘, weet paleontoloog Dick Mol nu.

Citaat 2 (2): (Opsteller van de uniformiteitsleer en evolutionist) Lyell gaf de volgende verklaring voor de aanwezigheid van het nijlpaard in Europa: ‘De geoloog… mag naar hartenlust speculeren (b) over de tijd waarin kudden nijlpaarden wegtrokken van de Noord-Afrikaanse rivieren, zoals de Nijl, en in de zomer langs de kusten van de Middellandse Zee noordwaarts zwommen of zelfs nu en dan eilanden nabij de kust bezochten. Misschien zijn ze hier en daar geland om te grazen of te grasduinen, om er een poosje te blijven en later hun reis noordwaarts te vervolgen. Andere zijn tijdens een paar zomerdagen mogelijk vanuit de rivieren in het zuiden van Spanje of Frankrijk naar de Somme, de Theems of de Severn in Wales gezwommen om zich vóór sneeuw en ijs inzetten tijdig weer naar het Zuiden terug te trekken.’

Een Argonautentocht van nijlpaarden vanuit de rivieren van Afrika naar de eilanden van Albion (zoals hier zich voorgesteld/ingebeeld door Lyell – AJ) klinkt als een idylle.

(b) Opgemerkt AJ:  De evolutie-wetenschappers beschikken (dus schijnbaar*over alle tijd en desondanks weten ze die niet goed te gebruiken en benutten, want ze combineren (bewust of onbewust) niet alle gegevens – zoals de diversiteit van de vindplaatsen (o.a. hoogte en diepte), de hoogst merkwaardige mengeling van diersoorten zoals wonderlijk (vaak massaal) bijeen op de diverse vindplaatsen, en de aangetroffen conditie(s) van de dierlijke restanten (meest skeletdelen) op die vindplaatsen… (zie o.a. betoog hieronder – o.a.!, want er is slechts een heel klein gedeelte uit het betreffende boek hier overgenomen)

*  Schijnbaar, want de IJstijd periode is relatief kort geleden en strekt zich uit over een nogal korte periode (gezien op de geologische tijdschaal) waardoor het volledig ontoereikend is om de enorme en grootschalige bodemdalingen en weer oprijzen daarvan  en/of het dalen en rijzen van de zeespiegel redelijkerwijs binnen die ‘tijdspanne’ te kunnen aannemen en verklaren met dan ook nog eens de massale migratie (en aanpassing) van allerlei diersoorten en hun populaties binnen die tijd.

Citaat 2 (vervolg): In de Victoria-grot nabij Settle in West-Yorkshire heeft men 440 meter boven het zeeoppervlak, onder een bijna vier meter dikke kleilaag die enkele diepgegroefde rolstenen bevatte, talloze overblijfselen van de mammoet, de neushoorn, het nijlpaard, de bison, de hyena en andere dieren aangetroffen.

In Noord-Wales in de Clwyd-vallei liggen in talloze grotten de overblijfselen van nijlpaarden, tezamen met die van mammoeten, neushoorns en holenleeuwen. ‘Tijdens opgravingen’ in de Cae Gwyn-grot in hetzelfde dal ‘werd het duidelijk dat de beenderen door de werking van water danig door elkaar waren gegooid’. De bodem van de grot was ‘later bedekt met klei en zand waarin uitheemse steentjes zaten. Dit scheen een bewijs dat de grotten, nu 120 meter boven het zeeoppervlak, na door mensen en dieren bewoond te zijn geweest, onder water moeten hebben gestaan… De inhoud van de grot moet gedurende de grote onderdompeling halverwege de ijstijd door bewegend zeewater zijn verspreid en later door zeezand bedekt zijn geworden… schrijft H. B. Woodward.

De nijlpaarden reisden niet slechts tijdens warme zomernachten naar Engeland en Wales, maar beklommen ook heuvels (c) om tussen andere dieren vredig in de grotten te sterven, terwijl het ijs, dat zachtjes naderde over de vredig rustende reizigers met tedere hand kleine steentjes uitstrooide, terwijl het land met zijn heuvelen en grotten in een langzame wiegende beweging tot onder het zeeniveau zonk en zachte stromen de dode lichamen streelden en met roze zand bedekten.

(c) Opgemerkt AJ: Nijlpaarden leven dicht bij het water in rivierdalen en dat van meren.

Citaat 2 (vervolg): De aanhangers van de uniformiteitsleer namen drie dingen aan: te eniger tijd, niet zo heel lang geleden, was het klimaat op de Britse eilanden zo warm, dat nijlpaarden ze des zomers plachten te bezoeken; de Britse eilanden zakten (daarna) zo ver, dat de grotten in de heuvels onder water stonden; het land steeg opnieuw tot de tegenwoordige hoogte – en dat alles zonder enigerlei werking van gewelddadig karakter.

  • Of was het misschien een berghoge vloedgolf die over het land spoelde en de grotten binnendrong en die met zeezand en grint (en dierlijke resten – AJ) vulde? Of daalde de grond en rees ze weer omhoog bij de een of andere heftige krampaanval van de natuur, waarbij ook het klimaat veranderde?

  • Liepen de dieren weg bij de eerste tekenen van het naderend onheil en kwam de binnendringende zee hen achterna en verstikte hen in de grotten waarin ze hun laatste toevlucht hadden gezocht en die hun graf werden?

  • Of spoelde de zee hen weg uit Afrika om hen bij hopen op de Britse eilanden en elders neer te werpen en hen met aarde en zeegruis te bedekken? De ingangen van sommige grotten waren te nauw en de grotten zelf te “bekrompen’ (beperkt) om tot schuilplaats voor grote dieren als nijlpaarden en neushoorns te hebben kunnen dienen.

Welk van deze antwoorden of veronderstellingen juist is, en of de nijlpaarden in Engeland leefden dan wel door de oceaan daar werden neergeworpen, of ze wegschuilden in grotten of dat de grotten hun begraafplaatsen werden, de aanwezigheid van hun talloze beenderen op de Britse Eilanden en ook op de bodem van de zee rondom deze eilanden zijn een teken van een enorme verandering in de natuur.

(1) Bron: Trouw/de Verdieping (via Blendle) – “Makaken op het Hollandse strand” door Rob Buiter)
(2) Bron: “Aarde in beroering” door Immanuel Velikovsky (1895-1979)

Bron afbeelding:  Natuur Historisch Museum Rotterdam

Kaak van een makaak gevonden op de Tweede Maasvlakte

 

Geplaatst in Geschiedenis, Natuur, Wetenschap | Plaats een reactie

(Toen nog) …in doeken gewikkeld…

En dit zal het teken zijn: U zult het Kind vinden in doeken gewikkeld, en liggende
in een kribbe’ (Lukas 2 : 12, weergave DB 1545).

(1) (…) “Het Kind Jezus ligt in de kribbe. Zie toe dat je zeker bent, dat er niets anders in de hele wereld verkondigd zal worden dan alleen dit Kind. Wat is de kribbe anders dan de prediking waaronder het christenvolk in de kerk samenkomt?

Wij zijn de dieren bij deze kribbe, waarin Christus aan ons wordt voorgelegd. Onze zielen moeten daarmee gevoed worden. Dat wil zeggen: tot deze kribbe of prediking moeten wij geleid worden. Wie naar deze prediking luistert, die gaat naar de kribbe. Ja – maar dan moet het wel een prediking zijn, waarin alleen Christus wordt verkondigd! Want niet in álle kribben ligt Christus, ook niet alle preken leren het geloof.

Er was slechts één kribbe in Bethlehem, waarin deze Schat was gelegd. En bovendien was het een ellendige en verachte kribbe. Daarin lag geen ander Voedsel, dan alleen Jezus Christus onze Heere. Daaruit blijkt, dat aan de prediking van het evangelie niets mag worden toegevoegd.

Deze prediking heeft en leert niets anders dan Christus. Wordt er echter iets anders geleerd, dan is het al niet meer de kribbe van Christus, maar een kribbe voor vurige hengsten, vol leringen over tijdelijke dingen en voedsel voor het vlees.

Je moet echter zien dat met de doeken, waarin Christus is gewikkeld, het Oude Testament wordt aangeduid.” (2)

Maarten Luther: Kirchenpostille 1522, vgl. WA 10.1.1, 82, 8-21

(1In 1522 werd in Wittenberg alvast een gedeelte van Luthers ‘Kirchenpostille’ gedrukt door Johann Grunenberg (ook Grünberg of Gronenberg). Deze prekenserie was door Luther op de Wartburg (1521/22) in stilte voorbereid. De bedoeling van deze uitgave was om ‘preekvoorbeelden’ te geven aan de vele geestelijken die overgingen tot de Reformatie. Ons citaat komt uit de preek voor eerste Kerstdag met als Schriftlezing Lukas 2 vers 1 tot 14.

Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres info@maartenluther.com

(2) (…) 5 Mozes​ vervulde trouw zijn taak in heel Gods huis, als dienaar die getuigde van de komende openbaringen, 6 Christus​ echter is trouw als Zoon die over dat huis is aangesteld. (Uit Hebreeën 3)

Bron afbeelding:  Inspirational Bible Verse Images – Knowing Jesus

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

Sterke God… (I)

En men noemt Zijn Naam sterke God, …
(Uit/naar Jesaja 9 : 5)

Gekruisigd…

(…) Hij is de sterke God Die het geestelijke leven in hen niet alleen bewaart, maar het in hen ook doet groeien en sterker maakt. De genade die de gelovigen bezitten, namelijk hun kennis, hun geloof en hun heiligheid, is vaak zwak en bestreden. In hun kennis zijn er nog zoveel onbeantwoorde vragen en het geloof moet vaak worstelen met ongeloof. Op hen is van toepassing wat de Zaligmaker zei tegen Zijn discipelen: ‘O onverstandigen en tragen van hart om te geloven al hetgeen dat de profeten gesproken hebben’ (Lukas 24 : 25).

Ze zijn in hun heiligmaking vaak nog zo besmet met de invloeden van hun vlees en hun geest. Alles is in de meest gunstige omstandigheden slechts ten dele en een klein begin van de zaak. De Messias is geheel hun Sterkte, als ze een goddelijke groei mogen kennen in de genade en in de kennis van de Heere Jezus Christus. Zonder Hem kunnen ze niets doen, maar met Hem zijn ze tot alles in staat. Hij is niet alleen hun licht, hun heil, hun leven, maar Hij is ook hun levenskracht.

Als Hij het geestelijke leven in hen heeft gewerkt, bewaart en onderhoudt Hij het. Hij geeft het door Zijn geestelijke werkzaamheid nieuwe kracht, waardoor het sterk wordt in de Heere. Hij is hun sterke God als ze tegen hun zonden moeten strijden. Sommige christenen hebben een boezemzonde, een Delila, een diepgewortelde zondige begeerte. Dit kan hoogmoed zijn, of drift, verlangen naar de rijkdommen van deze aarde, wereldsgezindheid, en zo meer.

Dit zijn zonden die hun veel last bezorgen en die in de dienst van God erg hinderlijk zijn. Als zij het goede willen doen, worden ze door de zonde omringd. Ja, ze doen dikwijls dingen die ze niet willen doen, omdat ze vleselijk zijn en verkocht onder de kracht van hun verdorvenheid.

Het is voor een gelovige uiterst verdrietig om deze afgoden te dienen. Ze nemen de kleur en de vreugde van hun leven weg. Ze staan soms de vrijmoedigheid in de weg om tot de troon van God te naderen. Ze houden hem op een afstand van God zoals de tollenaar die van verre stond. Hun strijden, hun bidden en hun treuren zijn niet in staat om de nog overgebleven vijanden te verdrijven. Als de gelovige op zichzelf ziet, moet hij met de heilige Paulus uitroepen: ‘Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?’ (Romeinen 7 : 24).

De Heere Jezus helpt hen als de sterke God te strijden tegen de zonde. Eenmaal heeft Hij de zonde overwonnen aan het kruis. Elke dag is Hij hun Sterkte, waardoor ze hun strijd tegen de zonde kunnen voortzetten. Hij laat hen door Zijn Geest hun vleselijke gezindheid beter zien. Ze zullen meer van hun zondigheid gaan walgen, deze meer verafschuwen en ertegen strijden.

Maar Hij geeft ook dat ze meer daartegen bidden en naar de fontein van het bloed van Jezus vluchten om daarin gewassen te worden. Hij is hun geestelijke Hoofd en door de vereniging met Hem geeft Hij hun dat Zijn Geest zo krachtig in hen werkt dat hun vleselijke verlangens en neigingen meer en meer worden gekruisigd … (1).

(Wordt vervolgd)

Zie ook:  Sterke God… (II) – Verdrukking en Sterke God… (III) – Gewillig

Bron tekst:  “Klamp u vast aan de sterke God” preek van Wilhelmus Everdijk (1653-1729) verschenen als uitgave in de Reveilserie van de stichting “Smytegelt-fonds”.

(1) (…) 6 Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat aan het lichaam van de ​zonde​ zijn kracht ontnomen zou worden en wij niet meer als ​slaaf​ de ​zonde​ zouden dienen. 7 Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de ​zonde. (Uit Romeinen 6)

Bron afbeelding:  Bible Verse of the Day and Christmas Ideas

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Gods koninkrijk – de omgekeerde wereld!

(…) Waar is de wijze, waar de Schriftgeleerde, waar de redenaar van deze wereld?
(Uit 1 Korintiërs 1 : 20)

We kunnen er maar niet aan wennen, ook in de kerk(en) niet… (1)

(…) “Het kerstverhaal zet ons leven op z’n kop. Jezus kwam totaal ongelegen, er stond geen wiegje klaar. De eerste kraamvisite bestond uit een groep herders.”

De Korte: “We zouden het verhaal echter onrecht doen als we er van maken dat Kerst alleen voor gemarginaliseerde groepen is. De herders die Jezus eer komen bewijzen stonden inderdaad onderaan de sociale ladder. Maar er kwamen ook voorname wijzen uit het oosten met kostbare geschenken.**

** Echter geen Joodse Schriftgeleerden en Farizeeën – geen theologen dus of andere ‘kerkelijke’ hoogwaardigheidsbekleders, die eer werd hen niet gegund.

(1) En Jezus ging de tempel binnen en dreef allen uit, die verkochten en kochten in de tempel, en de tafels der wisselaars keerde Hij om en de stoelen van hen, die de duiven verkochten, en Hij zei tot hen: Er staat geschreven: Mijn huis zal een bedehuis heten***, maar gij maakt het tot een rovershol. En in de tempel kwamen blinden en lammen tot Hem en Hij genas hen. Toen de overpriesters en de Schriftgeleerden de wonderwerken zagen, die Hij deed, en de kinderen, die in de tempel riepen, zeggende: Hosanna de Zoon van David! namen zij dat kwalijk, en zij zeiden tot Hem: Hoort Gij wat dezen zeggen? Jezus zei tegen hen: Ja; hebt jullie nooit gelezen: Uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen hebt Gij lof bereid? En Hij verliet hen en ging buiten de stad, naar Betanië, en overnachtte daar. (Matteüs 21 : 12-17)

*** voor alle volken!!! (Jesaja 56 : 7)

Bron tekst: Trouw/de Verdieping (via Blendle) – “Kerstverhaal kritiseert de macht” door Wolter Huttinga

Bron afbeelding:  Dust Off The Bible

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Politiek | Plaats een reactie

Delen in Christus’ geboorte…

Aan u, aan u verkondig ik het goede nieuws van louter vreugde‘.
(Naar Lukas 2 : 10)

Deze vreugde blijft dus niet in Christus, maar is bestemd voor alle mensen. Geen enkel verdoemd of slecht mens hecht geloof aan deze blijde boodschap. Want dat is de ware grond van alle redding: het verenigt Christus met het gelovige hart, zodat van weerskanten alles gemeenschappelijk wordt gehouden. Maar waarin delen ze dan samen?

Christus heeft een zuivere, onschuldige en heilige geboorte. De mens heeft een onzuivere, zondige, verdoemde geboorte, zoals David zegt: ‘Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, in ​zonde​ heeft mijn moeder mij ontvangen.‘ (Psalm 51 [: 5]). Niets kan dit ongedaan maken behalve de reine geboorte van Christus. (1)

Dus de geboorte van Christus kan ons niet op een lichamelijke manier worden geschonken en dat zou ook niet helpen. Daarom wordt het geestelijk door het Woord aan iedereen uitgereikt, zoals de engel zegt dat het wordt gegeven aan allen die dit vast geloven, zodat ze geen nadeel en schade zullen ondervinden van hun eigen onreine geboorte.

Dat is de weg en wijze (manier) waarop zullen wij gereinigd worden van onze ellendige geboorte uit Adam. Hierom wilde Christus geboren worden, dat we door Hem langs een andere en nieuwe weg zouden geboren worden, zoals Hij ons verklaart in Johannes 3 [: 3]. Dit gebeurt door het geloof, zoals Jacobus zegt: ”Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn.” (Jakobus 1 [: 18]).

Dus, langs deze weg neemt Christus onze geboorte van ons weg en absorbeert het in Zijn geboorte, en schenkt ons de Zijne opdat we daarin (en daarmee) helemaal rein en nieuw zullen worden, alsof het onze eigen geboorte is, zodat elke christen zich kan verheugen en roemen in de geboorte van Christus alsof zo iemand, net als Christus, lichamelijk uit Maria geboren was. Wie dit niet gelooft of er aan twijfelt, is geen Christen. ‘

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 10.1.1, S. 70-72 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, volume 75, blz. 215/216)

(1) (…) 4 Wie zal een reine geven uit een onreine? Niet één. (Uit Job 14)

Leestip:  1 Korintiërs 15 : 35-58 en Romeinen 8.

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Ik ben een mede-erfgenaam met Christus en deel met Hem in Zijn erfenis.
(naar Romeinen 8 : 17)

Bron afbeelding:  YMI

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Zijn stem en aanwezigheid kunnen horen en verdragen…

En het hele volk [hoorde en] zag de donder en de bliksem, en het geluid van de bazuin en de rokende berg. Toen zij dit echter zagen, vluchtten zij en stonden van verre, en zeiden tegen Mozes: Spreekt u met ons, wij zullen gehoorzamen, en laat God niet met ons spreken, anders zouden wij sterven.” (Exodus 20 : 18-19, weergave DB 1545).

God geopenbaard in (en aan) het vlees…

(1) (…) “Wij kunnen het niet uithouden als God in Zijn majesteit, door ontelbaar veel duizenden engelen (a) met ons spreekt – wij kunnen immers deze stem niet verdragen [of: ondergaan, uithouden, verduren]. God zegt evenwel: ‘Nu zal Ik Mijn majesteit op het aller-diepste verbergen, en zal Mijn Zoon Mens laten worden. Hij zal geboren worden uit een maagd. Bovendien laat Ik door Hem de mensen helpen en overal vergeving van zonden verkondigen.’

Hij zal zo vriendelijk en zachtmoedig zijn als maar mogelijk is – alleen mag je niet vergeten dat deze Mens precies dezelfde God is Die in de woestijn, aan de berg Sinaï, met de kinderen van Israël heeft gesproken. Daarom moet je geloven dat Hij het is Die met je spreekt. Hij heeft echter Zijn majesteit in Zijn Mensheid verborgen. Zijn komst is nu niet met bliksem en donder of met engelen die je doen beven en sidderen. Hij is immers uit een arme maagd geboren en Hij wil je niet bang maken – Hij wil met je spreken over de vergeving van je zonden!’

Wat moeten we nu beginnen? Als God zou komen met Zijn engelen, [op de manier als in de woestijn aan de berg Sinaï], dan zou niemand Zijn stem kunnen verdragen. Nu zegt Hij echter: ‘Ik zal komen in een eenvoudige en nederige gestalte, in een menselijk Persoon – geloof Mij nu toch!’ Maar nu willen we nog minder naar Hem luisteren en verachten Hem.

We blijven denken dat Hij zeker in Zijn majesteit moet komen – en toch kunnen we Hem in die gestalte niet verdragen! Als Hij in Zijn majesteit komt, kunnen we niet naar Hem luisteren – en als Hij in een eenvoudige en nederige gestalte komt, willen we niet naar Hem luisteren.”

Maarten Luther: Auslegung des dritten und vierten Kapitels Johannis in predigten, 1538/1540, vgl. WA 47, 209, 34 – 210, 26 (verkort)

(a) Vgl. Handelingen 7 : 53Galaten 3 : 19; Hebreeën 12 : 22.

(1) Op 6 maart 1540 houdt Luther (als hij in de stadskerk dr. Johannes Bugenhagen tijdens diens verblijf in Denemarken vervangt) een preek die begint bij Johannes 4 vers 1. De Menselijke en Goddelijke natuur van Christus komen in deze preek ter sprake. Daarover zegt Luther trouwens zeer lezenswaardige dingen. Al spoedig maakt hij een ‘uitstapje’ naar de wetgeving uit Exodus hoofdstuk 20. Hierdoor komen er onverwacht andere zaken aan de orde. Dat is dan ook de reden waarom bovenstaand citaat niet op Johannes 4 vanaf vers 1, maar op Exodus 20 vers 18 en 19 werd gebaseerd.

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres info@maartenluther.com en van onze website:www.maartenluther.com (contact op de homepage)

(…) 18 U hebt niet, zoals het volk destijds, voor een laaiend en allesverzengend vuur gestaan, of in dreigende duisternis en woeste wind, 19 noch te midden van bazuingeschal en stemgedonder. Het volk dat dit alles onderging smeekte dan ook dat er geen woord meer tot hen zou worden gesproken, 20 omdat wat hun werd opgedragen ondraaglijk was: ‘Zelfs een dier dat de berg aanraakt, moet gestenigd worden!’ 21 Zo schrikbarend was de verschijning dat ​Mozes​ uitriep: ‘Ik sidder van angst!’ 22 Nee, u staat voor de Sionsberg, voor de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en voor duizenden ​engelen​ die in vreugde bijeen zijn, 23 voor de gemeenschap van eerstgeborenen, die in de hemel ingeschreven zijn, voor God, de rechter van allen, en voor de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid gekomen zijn, 24 voor de Bemiddelaar van een nieuw ​verbond, ​Jezus, en voor het gesprenkelde bloed dat krachtiger spreekt dan dat van ​Abel… (Uit Hebreeën 12)

Bron afbeelding:  SlideShare

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Kerst vieren in 2018…

Laat niemand iets u voorschrijven op het gebied van eten en drinken
of het vieren van feestdagen
(Uit Kolossenzen 2)

Ook wij christenen zijn druk, druk, druk, maar we maken (straks) twee dagen even tijd voor God en dan is er “God die even de tijd voor je heeft als je Hem die tijd dan maar weer even gunt” (1)…

Opgemerkt: Wij leerden thuis van onze ouders (2) – en ook mee dankzij het toentertijd doorgaande onderwijs dat gegeven is in/met de Heidelbergse catechismus – dat wij elke dag vanuit de door onze Heer en Heiland Jezus Christus voor ons verworven sabbatsrust mogen en hebben te leven en een heel belangrijk punt daarin is dat we rusten van onze zonden. Wat zou dat op allerlei manier al ontzettend veel drukte schelen! (3)

Leestip: Kolossenzen 2 en 3.

(1) Stukje tekst tussen aanhalingstekens een citaat uit een Facebook publicatie met gedachten over Kerst.
(2) Die maakten liever niet zo veel drukte van en met Kerst (ook in/met de kerkdiensten niet).
(3) Uit Jezus woorden en optreden blijkt dat nalatigheid op het gebied van barmhartigheid en vergevingsgezindheid ons nog het meest worden aangerekend. Die zonde mag ons niet met rust laten…

(…) 12 Omdat God u heeft ​uitgekozen, omdat u zijn ​heiligen​ bent en Hij u liefheeft,
moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid,
zachtmoedigheid en geduld.
(Uit Kolossenzen 3)

Bron afbeelding:  Our Joyous Rejoicing

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente | Plaats een reactie