Allerhanden (ma)kaken en de ijstijdsprookjes…

‘Voor gek’…

Citaat 1 (1) : (…) “Andere paleontologen verklaarden mij eerst voor gek, toen ik een foto rondstuurde. Maar na een bezoek aan een Franse deskundige, die ooit op vroege makaken was gepromoveerd, was er geen twijfel meer: dit was echt een fossiel van een aap, gewoon gevonden op het strand van Hoek van Holland.” (a)

(a) Fossielen – De bodem van de Noordzee biedt een bijzondere kijk op het leven in onze omgeving in de ijstijd. ‘Er hebben hier veel langer dan gedacht apen rondgelopen‘, weet paleontoloog Dick Mol nu.

Citaat 2 (2): (Opsteller van de uniformiteitsleer en evolutionist) Lyell gaf de volgende verklaring voor de aanwezigheid van het nijlpaard in Europa: ‘De geoloog… mag naar hartenlust speculeren (b) over de tijd waarin kudden nijlpaarden wegtrokken van de Noord-Afrikaanse rivieren, zoals de Nijl, en in de zomer langs de kusten van de Middellandse Zee noordwaarts zwommen of zelfs nu en dan eilanden nabij de kust bezochten. Misschien zijn ze hier en daar geland om te grazen of te grasduinen, om er een poosje te blijven en later hun reis noordwaarts te vervolgen. Andere zijn tijdens een paar zomerdagen mogelijk vanuit de rivieren in het zuiden van Spanje of Frankrijk naar de Somme, de Theems of de Severn in Wales gezwommen om zich vóór sneeuw en ijs inzetten tijdig weer naar het Zuiden terug te trekken.’

Een Argonautentocht van nijlpaarden vanuit de rivieren van Afrika naar de eilanden van Albion (zoals hier zich voorgesteld/ingebeeld door Lyell – AJ) klinkt als een idylle.

(b) Opgemerkt AJ:  De evolutie-wetenschappers beschikken (dus schijnbaar*over alle tijd en desondanks weten ze die niet goed te gebruiken en benutten, want ze combineren (bewust of onbewust) niet alle gegevens – zoals de diversiteit van de vindplaatsen (o.a. hoogte en diepte), de hoogst merkwaardige mengeling van diersoorten zoals wonderlijk (vaak massaal) bijeen op de diverse vindplaatsen, en de aangetroffen conditie(s) van de dierlijke restanten (meest skeletdelen) op die vindplaatsen… (zie o.a. betoog hieronder – o.a.!, want er is slechts een heel klein gedeelte uit het betreffende boek hier overgenomen)

*  Schijnbaar, want de IJstijd periode is relatief kort geleden en strekt zich uit over een nogal korte periode (gezien op de geologische tijdschaal) waardoor het volledig ontoereikend is om de enorme en grootschalige bodemdalingen en weer oprijzen daarvan  en/of het dalen en rijzen van de zeespiegel redelijkerwijs binnen die ‘tijdspanne’ te kunnen aannemen en verklaren met dan ook nog eens de massale migratie (en aanpassing) van allerlei diersoorten en hun populaties binnen die tijd.

Citaat 2 (vervolg): In de Victoria-grot nabij Settle in West-Yorkshire heeft men 440 meter boven het zeeoppervlak, onder een bijna vier meter dikke kleilaag die enkele diepgegroefde rolstenen bevatte, talloze overblijfselen van de mammoet, de neushoorn, het nijlpaard, de bison, de hyena en andere dieren aangetroffen.

In Noord-Wales in de Clwyd-vallei liggen in talloze grotten de overblijfselen van nijlpaarden, tezamen met die van mammoeten, neushoorns en holenleeuwen. ‘Tijdens opgravingen’ in de Cae Gwyn-grot in hetzelfde dal ‘werd het duidelijk dat de beenderen door de werking van water danig door elkaar waren gegooid’. De bodem van de grot was ‘later bedekt met klei en zand waarin uitheemse steentjes zaten. Dit scheen een bewijs dat de grotten, nu 120 meter boven het zeeoppervlak, na door mensen en dieren bewoond te zijn geweest, onder water moeten hebben gestaan… De inhoud van de grot moet gedurende de grote onderdompeling halverwege de ijstijd door bewegend zeewater zijn verspreid en later door zeezand bedekt zijn geworden… schrijft H. B. Woodward.

De nijlpaarden reisden niet slechts tijdens warme zomernachten naar Engeland en Wales, maar beklommen ook heuvels (c) om tussen andere dieren vredig in de grotten te sterven, terwijl het ijs, dat zachtjes naderde over de vredig rustende reizigers met tedere hand kleine steentjes uitstrooide, terwijl het land met zijn heuvelen en grotten in een langzame wiegende beweging tot onder het zeeniveau zonk en zachte stromen de dode lichamen streelden en met roze zand bedekten.

(c) Opgemerkt AJ: Nijlpaarden leven dicht bij het water in rivierdalen en dat van meren.

Citaat 2 (vervolg): De aanhangers van de uniformiteitsleer namen drie dingen aan: te eniger tijd, niet zo heel lang geleden, was het klimaat op de Britse eilanden zo warm, dat nijlpaarden ze des zomers plachten te bezoeken; de Britse eilanden zakten (daarna) zo ver, dat de grotten in de heuvels onder water stonden; het land steeg opnieuw tot de tegenwoordige hoogte – en dat alles zonder enigerlei werking van gewelddadig karakter.

  • Of was het misschien een berghoge vloedgolf die over het land spoelde en de grotten binnendrong en die met zeezand en grint (en dierlijke resten – AJ) vulde? Of daalde de grond en rees ze weer omhoog bij de een of andere heftige krampaanval van de natuur, waarbij ook het klimaat veranderde?

  • Liepen de dieren weg bij de eerste tekenen van het naderend onheil en kwam de binnendringende zee hen achterna en verstikte hen in de grotten waarin ze hun laatste toevlucht hadden gezocht en die hun graf werden?

  • Of spoelde de zee hen weg uit Afrika om hen bij hopen op de Britse eilanden en elders neer te werpen en hen met aarde en zeegruis te bedekken? De ingangen van sommige grotten waren te nauw en de grotten zelf te “bekrompen’ (beperkt) om tot schuilplaats voor grote dieren als nijlpaarden en neushoorns te hebben kunnen dienen.

Welk van deze antwoorden of veronderstellingen juist is, en of de nijlpaarden in Engeland leefden dan wel door de oceaan daar werden neergeworpen, of ze wegschuilden in grotten of dat de grotten hun begraafplaatsen werden, de aanwezigheid van hun talloze beenderen op de Britse Eilanden en ook op de bodem van de zee rondom deze eilanden zijn een teken van een enorme verandering in de natuur.

(1) Bron: Trouw/de Verdieping (via Blendle) – “Makaken op het Hollandse strand” door Rob Buiter)
(2) Bron: “Aarde in beroering” door Immanuel Velikovsky (1895-1979)

Bron afbeelding:  Natuur Historisch Museum Rotterdam

Kaak van een makaak gevonden op de Tweede Maasvlakte

 

Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, Natuur, Wetenschap. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s