Pronkzucht en macht of goed getuigenis… (II)

O God van Jozef, leid ons verder, hoor ons en wees weer onze Herder;
(Psalm 80 vers 1, berijmd, NB)

Wie willen en kunnen we gehoor geven én navolgen?

(…) 5 Al hun daden zijn erop gericht om door de mensen gezien te worden. Ze verbreden immers hun ​gebedsriemen​ en maken de ​kwastjes​ aan hun ​kleren​ langer, 6 ze verlangen een ereplaats bij feestmaaltijden en in ​synagogen, 7 en hechten eraan op het marktplein eerbiedig te worden begroet en door de mensen ​rabbi​ te worden genoemd.

(…) 27 Wee jullie, ​Schriftgeleerden​ en ​farizeeën, huichelaars, jullie lijken op witgepleisterde graven, die er vanbuiten wel fraai uitzien, maar vol liggen met doodsbeenderen en andere onreinheden. 28 Zo lijken ook jullie voor de mensen uiterlijk op rechtvaardigen, terwijl jullie innerlijk vol huichelarij en wetsverachting zijn.

(…) 29 Wee jullie, ​Schriftgeleerden​ en ​farizeeën, huichelaars, jullie bouwen grafmonumenten voor de profeten en versieren de graven van de rechtvaardigen, 30 en jullie zeggen: “Als wij geleefd hadden in de tijd van onze voorouders, zouden wij ons niet zoals zij schuldig hebben gemaakt aan de ​moord​ op de profeten.”  (Uit Matteüs 23)

Eenvoudige mensen, zelfs zonder de status en reputatie van
degelijk opgeleide Schriftgeleerden?

(…) 13 Toen de leden van het ​Sanhedrin​ zagen hoe vrijmoedig ​Petrus​ en ​Johannes​ optraden en begrepen dat het gewone, ongeletterde mensen waren, stonden ze verbaasd, en ze realiseerden zich dat beiden in ​Jezus’ gezelschap hadden verkeerd.
(…) 18 Ze riepen hen terug en bevalen hun de naam van ​Jezus​ op geen enkele manier meer te gebruiken en het volk niet meer over Hem te onderrichten. 19 Maar ​Petrus​ en ​Johannes​ zeiden: ‘Kunnen wij het tegenover God verantwoorden om wel naar u te luisteren en niet naar Hem? Oordeelt u zelf!  (Uit Handelingen Handelingen 4 :13-22)

We moeten immers wel spreken over wat we gezien en gehoord hebben
(Handelingen 4 : 20)

Mensen willen je graag de mond snoeren als je iets vertelt dat hun niet aanstaat. Ook de Joodse leiders proberen met alle middelen het spreken van Petrus en Johannes te stoppen. Waarom? Ze zijn bang dat het verhaal over de genezen man door het hele land verspreid wordt en dan raken zij hun gezag en invloed op het (kerk)volk kwijt.

Petrus en Johannes krijgen het bevel om de naam van Jezus niet meer te noemen en het volk niet meer over die Jezus te vertellen. Zouden ze nu echt denken dat God zich de mond laat snoeren. Ze hebben toch zelf geconstateerd dat beide mannen vrijmoedig en met overtuiging over Jezus spreken.

Petrus en Johannes stellen een slimme vraag:  ‘Denken jullie dat wij het tegenover God kunnen maken onze mond te houden? Wat denken jullie zelf? Nee, wij moeten wel spreken over Jezus.‘ En wij ook, toch?!

Bron tekst: Bijbels dagboek “Dag in dag uit – 2019” (21 februari)
Leger des Heils – Ark Media.

(…) 16 Nog eens vroeg Hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?’ Hij antwoordde: ‘Ja, ​Heer, u weet dat ik u liefheb.’ Jezus zei: ‘Hoed Mijn schapen
(Uit Johannes 21)

en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden één kudde, en één Herder. (1)
(Uit Johannes 10 : 16)

(1) Dat is toch wel wat anders dan dat er sprake zou zijn van een ‘Joods-project’ en een ‘christelijke gemeente project’ van God in deze wereld, zoals niet alleen in Johannes 10 te lezen valt maar ook uit Handelingen 3-4 weer heel duidelijk blijkt.

Zie ook: Pronkzucht en macht of goed getuigenis… (I)

Bron afbeelding: Redeeming God

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Pronkzucht en macht of goed getuigenis… (I)

Geef o God uw wetten aan de koning
Uw gerechtigheid aan de koningszoon
(Uit Psalm 72)

Wat voor koning hebben we graag boven ons?

Iemand waarmee we voor de dag kunnen komen?

(…) 23 Koning ​Salomo​ overtrof alle andere koningen op aarde in rijkdom en wijsheid. 24 Uit alle delen van de wereld kwamen mensen naar ​Salomo​ toe om te luisteren naar de wijsheid waarmee God hem vervuld had. 25 En allemaal brachten ze geschenken mee: zilveren en gouden voorwerpen, gewaden, wapens, reukwerk, paarden en muildieren. Dat ging zo jaar in jaar uit.
26 Salomo​ schafte ook ​wagens​ en paarden aan. Hij bezat veertienhonderd ​wagens​ en twaalfduizend paarden, die hij deels in ​Jeruzalem​ bij zich hield en deels onderbracht in garnizoenssteden verspreid over het land. (Uit 1 Koningen 10)

Of…
Eén(!) die ons in alles nederig en voorbeeldig ‘de les leest’ ?

(…) Wat moet de koning (Salomo) nu (nog) met een Bijbeltje? Wat heb je aan een Bijbeltje als je een heel volk moet regeren? Heeft een koning niet veel meer aan macht, geld en vrouwen? Dat was in ieder geval het beeld dat het volk Israël van een koning had. Een koning had militaire macht nodig om tegen vijanden bestand te zijn, om het land te regeren; hij moest veel geld hebben om zijn dienaren te kunnen betalen en om indruk te maken op andere koningen. Een koning was toch een groot man, die in weelde moest leven, omringt door vele vrouwen. Zulke koningen zag Israël in de landen om hen heen. Zij waren daar van onder de indruk. Zo’n koning wilden zij ook!

In Deuteronomium 17 : 14 horen we de Israelieten zeggen:  Ik wil een koning over mij aanstellen! zoals alle volken rondom mij hebben!

Het is de vraag of ons huidige beeld van een koning zo anders is. Goed, een grote harem, dat hoeft misschien van ons niet zo nodig. Maar wij kunnen ons toch ook niet een arme koning voorstellen? Een koning zonder macht? Zo’n koning, daar is weinig koninklijks meer aan. Hoe moet zo’n koning dan heersen?

God denkt daar heel anders over. Hij geeft een grondige herdefiniëring van het koningschap. Een koning is inderdaad een bijzonder persoon, met een bijzondere taak – en hij moet daarvoor inderdaad rijk zijn, maar dan wel echt rijk. Militaire macht, vrouwen, geld, – dat is in Gods ogen helemaal niet zo kostbaar. Een Bijbeltje, dat is in Gods ogen kostbaar.

Lees maar mee in vers 16: Maar hij zal niet veel paarden houden

Paarden waren nodig voor het leger, om de strijdwagens voort te trekken, voor de cavalerie. Veel paarden betekent veel militaire macht. Maar God zegt: nee koning, je zal niet veel paarden houden.

Vers 17: Ook zal hij zich niet vele vrouwen nemen, opdat zijn hart niet afwijke

Koningen trouwden met vrouwen uit allerlei landen, met het oog op allerlei diplomatieke relaties, om internationale belangen veilig te stellen. Koning Salomo ook, hij had wel 1000 vrouwen en zijn hart week af van God omdat deze vrouwen hem aanzetten tot afgodendienst.

Vers 17 gaat verder: Ook zal hij zich niet te veel zilver en goud vergaren.

Voor God hoeft de koning ook al niet zo rijk te zijn dat hij op de Quote-lijst van de 500 rijkste mensen terecht zou komen.

Maar ! – vers 18: Wanneer hij nu op de koninklijke troon gezeten is, dan zal hij voor zich een afschrift laten maken van deze wet.

Eenafschrift van de wet’ is in Gods ogen meer waard dan al die andere rijkdommen.

Een bijbeltje, is……..meer dan rijkdom.

Het goede getuigenis van een vrouw!
(en dan niet eentje uit de harem van Salomo…)

(..) 8 Geprezen zij de HEER, uw God, die zo veel behagen in u schept dat Hij u op de ​troon​ heeft gezet om in Zijn Naam ​koning​ te zijn. Uw God heeft Israël zo lief * dat Hij het voor altijd wil doen standhouden. Daarom heeft Hij u als ​koning​ aangesteld om recht en ​gerechtigheid​ te handhaven.’  (Uit 2 Kronieken 9)

* Johannes 3 : 16Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 

Bron tekst:  Preken van Ilonka Terlouw

Zie ook: Pronkzucht en macht en goed getuigenis… (II)

Bron afbeelding: Deborah H Bateman

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De kracht van het gelovig gebed…

(…) Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen. (Efeziërs 6 : 18).

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XXX)

Het werk van het derde gebod (VII)

(…) “De kracht van het gebed zien we in het gebed dat Abraham lang geleden (volhardend) gebeden heeft voor de vijf steden, Sodom, Gomorra en de anderen, en daarmee had hij zoveel bereikt, dat als er maar tien rechtvaardigen in die steden waren geweest, twee in elke stad, God die steden niet vernietigd zou hebben [Genesis 18 : 32].

Wat kunnen gelovigen dan niet bereiken, wanneer zij met hun bidden (bijv. in de samenkomsten van de gemeente) eendrachtig en eenparig zich wenden tot God en Hem (daar) met alle ernst en oprecht vertrouwen aanroepen?

De apostel Jakobus schrijft ook:Geliefde broeders, bid voor elkaar opdat u gered/behouden zult worden. Want het gebed van een rechtvaardige vermag veel (Jakobus 5 : 16), evenals volhardend en onophoudelijk bidden. ‘[Jakobus 5 : 10], dat wil zeggen, een bidden dat niet van opgeven weet – zoals sommige bange mensen helaas wel doen – en steeds weer en zelfs meer vragen durft, en dat (dus) ook wanneer nog niet zomaar duidelijk is en wordt dat het bidden wordt gehoord en verhoord.

Als voorbeeld hiervan geeft Jakobus ons het bidden van de profeet Elia, waarvan hij zegt: die een mens was, zoals wij. Elia bad dat het niet zou regenen; en het regende niet gedurende drie jaar en zes maanden. En hij bad opnieuw en het regende en alles werd weer vruchtbaar en leefde op [Jakobus 5: 17-18]. Er zo zijn er nog veel meer teksten en voorbeelden in de Schrift die ons aansporen om met ernst en geloof te bidden.

Zoals David zegt:De ogen van de Heer zien de rechtvaardigen, en zijn oren luisteren naar hun gebed‘ [Psalm 33 : 18]. Nogmaals: ‘God is nabij allen die tot Hem roepen, allen die Hem in waarheid aanroepen‘ [Psalm 145 : 18]. Waarom voegt hij eraan toe ‘allen die Hem in waarheid aanroepen‘? Omdat het geen bidden tot God of aanroepen van God genoemd kan worden wanneer men alleen maar (wat) prevelt met de mond. “

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 239 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 66/67)

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Ik heb de HEERE lief, want Hij hoort mijn stem, mijn smeekbeden.
Want Hij neigt Zijn oor tot mij, daarom zal ik Hem al mijn dagen aanroepen. (Psalm 116 : 1-2)

Bron afbeelding:  Giving God Glory

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

De hoogte van de preekstoel…

Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde. Luister naar Hem!
(Uit Matteüs 17 : 5)

De hoogste preekstoel*

En zie, een stem uit de hemel sprak: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb (Mattheüs 3:17, weergave DB 1545).

(…) “Ik vraag je: ‘Is dat geen blijde, zalige, genadevolle stem, de stem van de almachtige, eeuwige God?’ Het is de stem van de Schepper van hemel en aarde, Die alle dingen geschapen heeft en nog onderhoudt. Hij spreekt hier Zelf en is de hoogste Prediker. Vanaf de hoogste preekstoel houdt Hij Zijn preek: van de hemel naar de aarde.

Omdat Hij de hoogste Prediker is, daarom is ook deze preek de hoogste preek* en is er ook geen hogere preek ooit in de wereld gehouden. Want dát is alleen deze preek, die de almachtige, eeuwige, barmhartige God hier over Zijn even almachtige, eeuwige, barmhartige lieve Zoon houdt: ‘Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.

Want alles hangt alleen af van deze geliefde Zoon en alles is alleen om deze hartelijk geliefde Zoon te doen. Over Hem preekt God de Vader! Daaruit blijkt duidelijk, dat er nooit een hogere preek gehouden kan worden dan deze preek over de Zoon van God, Jezus Christus.

Hier is ook de hoogste Luisteraar en Toehoorder van deze preek aanwezig, de Heilige Geest Zelf, de derde Persoon van de Goddelijke Majesteit. Alles is hier oneindig hoog – Prediker, Preek en Toehoorder – hoger en heerlijker kan het niet. Daarom zwijgen de lieve engelen – zij laten zich niet horen, maar luisteren alleen wat de allerhoogste Prediker, God de almachtige Vader, zegt over Zijn enige lieve Zoon, in Wie Hij een hartelijk welbehagen heeft.”

Maarten Luther: Predigten des Jahres 1546, am 6. Januar in Halle gehalten, vgl. WA 51, 110, 33 – 111, 7

Het citaat hierboven komt uit één van de laatste preken die Luther heeft uitgesproken. De preek is gehouden op 6 januari 1546 in Halle. Een paar weken later (23 Januari 1546) werd een reis naar zijn geboorteland ondernomen, waar de graven van Mansfeld hem als bemiddelaar hadden aanvaard om een al jaren voortslepende broedertwist bij te leggen. In Eisleben zouden de onderhandelingen plaatshebben. Zijn drie zonen, hun huisonderwijzer en Johannes Aurifaber vergezelden hem. Het werd een zware en vermoeiende tocht. De gezondheid van Luther ging na aankomst in Eisleben snel achteruit. Op 18 februari 1546 is Luther ’s morgens om 3 uur in zijn geboorteplaats Eisleben, waar hij 63 jaar tevoren – kort na zijn geboorte – gedoopt werd, overleden.

* Opgemerkt AJ:  Alle verkondiging vanaf onze preekstoelen (podia, zeepkistjes of waar vanaf dan ook) dient een spreken te zijn dat geheel gebaseerd is op en een ‘afgeleide’ van deze ‘hoogste preek’.

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres:  info@maartenluther-citaten.nl

Bron afbeelding:  womenlivingwell.com (Pinterest )

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Mijn huis zal een bedehuis heten…

(…) 2 Ook wanneer een ​vreemdeling, die niet tot uw volk Israël behoort… (…) – wanneer zo iemand hierheen komt en een ​gebed​ richt naar deze tempel, 33 aanhoor hem dan vanuit de hemel, uw woonplaats, en doe wat hij U vraagt. Dan zullen alle volken op aarde uw naam leren kennen en ​ontzag​ voor U tonen, zoals uw volk Israël dat doet… (Uit 2 Kronieken 6)

(…) Ik zal hun vreugde bereiden in Mijn bedehuis; hun ​brandoffers​ en hun slachtoffers zullen welgevallig zijn op mijn ​altaar, want Mijn ​huis​ zal een bedehuis heten voor alle volken. (Uit Jesaja 56 : 7)

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XXIX-v2)

Het werk van het derde gebod (VI-v2)

(…)Staat er niet geschreven:
“Mijn huis moet voor alle volken een huis van ​gebed​ zijn”?

(Zie Markus 11 : 17, Matteüs 21 : 13 en Lukas 19 : 46)

(…) “Want inderdaad, de christelijke kerk op aarde heeft geen grotere macht of werk tegen alles dat haar tegenwerkt dan het gewone gebed. De boze weet dit heel goed, en daarom doet hij alles wat hij kan om dat heel gewone bidden te voorkomen.

Daarom laat hij ons mooie kerken bouwen, veel universiteiten en hogescholen stichten, lofliederen maken, lezen en zingen, en zet hij ons er toe aan om missen en allerlei andere vieringen buitensporig te vermenigvuldigen. Dit doet hem geen enkel verdriet. Integendeel, hij helpt ons juist om dát allemaal te doen, met de bedoeling dat we dit tot onze beste daden rekenen en menen dat we daarmee heel de ons opgedragen taak hebben verricht.

Maar wanneer het gewone doeltreffende en vruchtbare gebed ondertussen kwijnt en de hoge waarde ervan miskend wordt, en onopgemerkt blijft vanwege dergelijke hypocrisie, dan heeft hij precies bereikt waar hij op uit was en is.

Want wanneer het gebed (aan dat alles) ondergeschikt wordt gemaakt, behaalt niemand enig voordeel op de duivel en is er niemand die hem weerstaat. Maar als hij maar merkt dat we van dit gewone gebed praktijk willen maken, al zou dit maar gebeuren onder een eenvoudig rieten dak of in een varkensschuur, dan zal hij dat nog geen moment (willen) toestaan.

Hij zal zo’n varkensschuur veel meer vrezen dan alle hoge, grote en mooie kerken, en torens en klokken die er ooit gebouwd zijn, wanneer daarbij en daarin dat gewone en eenvoudige bidden ontbrak.

Waar het dus werkelijk om gaat, dat zijn niet de (heilige/bijzondere) plaatsen en gebouwen waar we plegen samen te komen, maar dat is alleen dit onoverwinnelijke gebed, en het werkelijk eendrachtig bidden ervan als een (geurige*) gave aan God.”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 239 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz.

* (Exodus 30:1-10; 2 Kronieken 6Psalm 141; Openbaring 8 : 1-5)

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Opgemerkt AJ:  Niet dat God onze gebeden nodig heeft om in beweging te komen, maar wij hebben het gebed nodig om (dagelijks weer) onze (totale!) afhankelijkheid te bedenken en beseffen en belijden en om onze volledige toewending naar en toewijding aan God en het heiligen van Zijn Naam en dienen van Zijn koninkrijk en het ons onderwerpen aan Zijn (goede) wil uit te spreken.
Hoe klein wij over onze eigen verdere inzet en werk voor Gods koninkrijk hebben te denken en daarbij niet hebben te gaan buiten wat ons opgedragen is leert Jezus ons met de woorden die wij vinden in Lukas 17 : 7-10.

(…) 24 Daarom zeg ik jullie: alles waarom jullie ​bidden​ en vragen,
geloof dat je het al ontvangen hebt, en je zult het krijgen.
(Uit Markus 11 : 20-25)

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Hij kreeg een grote hoeveelheid wierook om die op het gouden altaar voor de troon te offeren samen met de gebeden van alle heiligen. En de rook van de wierook steeg met de gebeden der heiligen uit de hand van de engel op. (Openbaring 8 : 3)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Gebed als beste (reuk)werk…

Laat mijn gebed als reukwerk voor Uw aangezicht staan.
(Uit Psalm 141 : 2)

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XXIX)

Het werk van het derde gebod (VI)

(…) “Want inderdaad, de christelijke kerk op aarde heeft geen grotere macht of werk tegen alles dat haar tegenwerkt dan het gewone gebed. De boze weet dit heel goed, en daarom doet hij alles wat hij kan om dat heel gewone bidden te voorkomen.

Daarom laat hij ons mooie kerken bouwen, veel universiteiten en hogescholen stichten, lofliederen maken, lezen en zingen, en zet hij ons er toe aan om missen en allerlei andere vieringen buitensporig te vermenigvuldigen. Dit doet hem geen enkel verdriet. Integendeel, hij helpt ons juist om dát allemaal te doen, met de bedoeling dat we dit tot onze beste daden rekenen en menen dat we daarmee heel de ons opgedragen taak hebben verricht.

Maar wanneer het gewone doeltreffende en vruchtbare gebed ondertussen kwijnt en de hoge waarde ervan miskend wordt, en onopgemerkt blijft vanwege dergelijke hypocrisie, dan heeft hij precies bereikt waar hij op uit was en is.

Want wanneer het gebed (aan dat alles) ondergeschikt wordt gemaakt, behaalt niemand enig voordeel op de duivel en is er niemand die hem weerstaat. Maar als hij maar merkt dat we van dit gewone gebed praktijk willen maken, al zou dit maar gebeuren onder een eenvoudig rieten dak of in een varkensschuur, dan zal hij dat nog geen moment (willen) toestaan.

Hij zal zo’n varkensschuur veel meer vrezen dan alle hoge, grote en mooie kerken, en torens en klokken die er ooit gebouwd zijn, wanneer daarbij en daarin dat gewone en eenvoudige bidden ontbrak.

Waar het dus werkelijk om gaat, dat zijn niet de (heilige/bijzondere) plaatsen en gebouwen waar we plegen samen te komen, maar dat is alleen dit onoverwinnelijke gebed, en het werkelijk eendrachtig bidden ervan als een (geurige*) gave aan God.”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 239 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz.

* (Exodus 30:1-10; 2 Kronieken 6Psalm 141; Openbaring 8 : 1-5)

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Opgemerkt AJ:  Niet dat God onze gebeden nodig heeft om in beweging te komen, maar wij hebben het gebed nodig om (dagelijks weer) onze (totale!) afhankelijkheid te bedenken en beseffen en belijden en om onze volledige toewending naar en toewijding aan God en het heiligen van Zijn Naam en dienen van Zijn koninkrijk en het ons onderwerpen aan Zijn (goede) wil uit te spreken.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Hij kreeg een grote hoeveelheid wierook om die op het gouden altaar voor de troon te offeren samen met de gebeden van alle heiligen. En de rook van de wierook steeg met de gebeden der heiligen uit de hand van de engel op. (Openbaring 8 : 3)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Opnieuw slaaf worden?

(…) Volg steeds de weg die Hij u heeft gewezen (Deuteronomium 5 : 33)

(a) Mozes dringt er bij het volk op aan om de woorden die God gegeven heeft in acht te nemen en zich eraan te houden. Hij wijst het volk erop dat dit als het ware de levensweg is die men moet gaan. En de tien woorden zou je kunnen zien als ‘grenspaaltjes’. Daar moet je niet buiten willen gaan. Niet links en niet rechts. En waarom niet? Omdat je binnen die ‘grenspaaltjes’ binnen het gezichtsveld van God blijft.

Sommige mensen vinden dat een belemmering. Alsof je geen mens bent maar een marionet waarbij God de touwtjes in handen heeft en je geen kant op kunt. Integendeel! Gods woorden serieus nemen is niet belemmerend of bedreigend, maar bevrijdend. Zo heeft God het bedoeld. Daarom begint Hij de tien woorden met de woorden: ‘Ik ben de Heere uw God, die u…. heeft bevrijd‘. Opnieuw slaaf worden?

Je zou wel gek zijn!

Lezen:  Deuteronomium 5 : 23-31

(b) Dit is duidelijk: de Heere kan een ‘schrik’ gebruiken om zondaren stil te zetten. Daar zijn Bijbelse voorbeelden van. Denk (niet alleen aan Zijn verschijning op de berg Sinaï maar ook bijvoorbeeld) aan de gevangenbewaarder (Handelingen 16). En veel van Gods kinderen weten van ingrijpende gebeurtenissen, die zorgden voor een omkeer.

Maar wat beweegt tot geloof? De schrik des Heeren? In ieder geval staat die tekst zo niet in de Bijbel. Lees maar na. Paulus zegt: ‘Wij dan wetende de schrik des Heeren bewegen de mensen tot het geloof” (2 Korinthe 5 : 11). Paulus wist van die schrik. Daarom bewoog hij tot het geloof. Niet door-dóór (door die schrik) maar daaróm (vanwege die schrik).

Onderweg naar Damascus ondervond Paulus iets van die schrik. Bewoog die schrik hem tot geloof? Was er meer niet geweest, hij was na bekomen te zijn van de schrik, dezelfde gebleven.

Dat zie je nog gebeuren. Rampen op zich brengen geen bekering. Ingrijpende verliezen vernieuwen geen hart. Angst voor het oordeel beweegt niet tot geloof. Wat dan wel? Gods opzoekende liefde! Ook bij Paulus: ”Saul, Saul wat vervolgt gij Mij? ” Dan smelt het hardste hart in evangelische boetvaardigheid: ”Wat wilt Gij dat ik doen zal?

Vreselijk om buiten die God te leven en te sterven. Paulus wist ervan. Daarom bewoog hij tot het geloof. Daarom verkondigde hij: …”ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Die gekruisigd” (1 Korinthe 2 : 2). In die heerlijke Naam is verlossing van slavernij (ook die van ‘theologische slavernij’, Paulus in Filippenzen 3!) en een eeuwige volheid. Buiten die Naam is duisternis en en (eeuwige) nacht.

(…) Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven (uit Johannes 14 : 6)

Zie evt. ook nog:
Christus ons bruilofstkleed…
Elke dag opnieuw hetzelfde verlangen…

(a) Bron tekst: Bijbels dagboek “Dag in dag uit – 2019” (14 februari) Leger des Heils – Ark Media.
(b) Bron tekst: digibron.nl (bewerkt).

Bron afbeelding:  Bible Study Tools

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Elke dag opnieuw hetzelfde verlangen…

(…) Hadden ze altijd maar zo’n verlangen om Mij te eren
(Uit Deuteronomium 5 : 23-31)

Er is goed over nagedacht door het volk. God heeft gesproken en de mensen hebben het overleefd. Dat was in hun gedachtegang al heel bijzonder, maar zou dat de volgende keer weer zo zijn? Laat Mozes maar bemiddelaar zijn tussen de Heer en hen. (1)

God heeft alle argumenten van het volk goed gehoord. En dan volgt Zijn wens, dat het volk altijd dezelfde gezindheid aan de dag zal leggen als men nu heeft uitgesproken.

Er lijkt in die wens zelfs iets van moedeloosheid door te klinken. In het verleden hebben ze die houding niet altijd gehad en ook in de toekomst zal het niet altijd zo zijn.

Mensen zijn zo hardleers en eigenwijs. God weet het. Maar moedeloos wordt Hij niet. Nooit geeft Hij het op met Zijn mensen! ‘Mozes, vertel het ze maar. Als ze bij Mij blijven, blijf Ik bij hen. Dan zal het ze goed gaan. Nu en voor altijd.

(1) (…) Nu echter heeft Hij [Jezus] een zoveel verhevener (‘eerbiedwaardiger’, NBV) dienst verkregen, als Hij de Middelaar is van een beter verbond, waarvan de rechtskracht op betere beloften berust. Want indien dat eerste onberispelijk (‘zonder gebreken’, NBV) zou zijn geweest, zou er geen plaats gezocht zijn voor een tweede (‘daarvoor in de plaats hebben hoeven komen’, NBV) .” (Hebreeën 8 : 5-7, NBG’51).

Bron tekst: Bijbels dagboek “Dag in dag uit – 2019” (13 februari)
Leger des Heils – Ark Media.

En vergeef ons onze schulden gelijk ook wij (vandaag weer) vergeven hebben
hen die ons iets schuldig zijn… (Matteüs 6 : 12)
(Zie ook Psalm 4 : 9)

Elke dag heeft genoeg aan z’n eigen kwaad… (Matteüs 6 : 34)
(Zie ook Psalm 130 : 3-4)

Elke dag zijn Uw gunstbewijzen nieuw… (Klaagliederen 3 : 22-24)
(zie ook Psalm 5 : 4 en 12)

Bron afbeelding:  ThoughtCo – Enough for Today

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Christus, ons Bruiloftskleed…

En zei tegen hem: Vriend, hoe bent u hier ingekomen, en hebt toch geen
bruiloftskleed aan?’ (Mattheüs 22 : 12, weergave DB 1545).

(…) “Het ware Bruiloftskleed is Christus. Wij trekken Hem aan door het geloof, zoals de apostel zegt: ‘Trek aan de Heere Christus Jezus’ (vgl. Romeinen 13 : 1). Daarna straalt er licht uit dit Kleed. Dat wil zeggen: het geloof in Christus draagt vrucht. Welke? De liefde! – de liefde vloeit voort uit het geloof in Christus.

Dát zijn de echte goede werken: ze verspreiden licht door het geloof, ze zoeken niet zichzelf of enig loon, ze zoeken het nut van de naaste en ze vloeien voort uit het geloof. Als dit niet het geval is, zijn het heidense werken, want het zijn dan geen vruchten van het geloof. Deze vruchten worden later tot niets en verdoemd en in de buitenste duisternis geworpen.

Dat wil het ook zeggen, dat deze man ‘aan handen en voeten gebonden werd’ – want de handen zien op het werk en de voeten op de wandel. Misschien zal hij zijn vertrouwen op zijn werken hebben gesteld en niet alleen aan Christus hebben gehangen.

Deze mens werd beschuldigd dat hij niet met het Bruiloftskleed – dat is met Christus – was bekleed*. Daarom moet zo iemand met zijn werken omkomen. Want die hebben niet, door het geloof, als een licht, van zijn kleed afgestraald. Daarom volgt hieruit: als je goede werken wilt doen, dan moet je eerst geloven – als je goede vruchten wilt dragen, dan moet je eerst de bruid van Christus zijn.”

Maarten Luther: Predigten des Jahres 1522, gepredigt am 2. November, vgl. WA 10.3, 419, 11-25

* We kunnen hierbij zelfs ook wel aan een hele gemeente denken (Sardes of Laodicea bijvoorbeeld, zie resp. Openbaring 3 : 1-2 en 14-19)

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres: info@maartenluther-citaten.nl

Bron afbeelding:  BibleWordings.com

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Alles ‘om niet’…

(…) 3 Leen Mij je oor en kom bij Mij, luister en je zult leven.
(Uit Jesaja 55)

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XXVIII)

Het werk van het derde gebod (V)

(…) “Maar ik weet heel goed dat velen zo dwaas zijn en niet om dergelijke dingen willen vragen, tenzij ze eerst geconstateerd hebben dat ze [zelf] waardig genoeg zijn, omdat ze menen dat God niet horen wil naar iemand die nog in (bepaalde) zonde(n) leeft. Dit alles is het werk van predikers die Gods Woord verdraaien en de mensen leren om niet te beginnen met geloof en vertrouwen op Gods gunst en genade, maar met het zien op zichzelf en/of op hun eigen inzet en werken.

Luister daarom goed, arme stakker die je bent! Als je ernstig verwond bent geraakt, of als een dodelijk ziekte of ander gevaar je bedreigt, dán roep je God toch wel aan. En je roept mogelijk een predikant of misschien zelfs een gebedsgenezer erbij, want je wacht daarmee natuurlijk niet tot het gevaar geweken is. Je bent dus niet zo dom om te denken dat God iemand niet helpen wil met ernstig lichamelijk letsel of die op een andere manier in groot of zelfs ernstig levensgevaar verkeert.

Integendeel, je meent dat God het meest gewillig is om te luisteren en te helpen wanneer iemand in zulk soort gevaar en nood verkeerd. Maar waarom gedraag je je dan zo dwaas om, wanneer je bij jezelf een onmetelijk grotere nood en eeuwige smart vindt, dan niet om geloof, hoop, liefde, geduld, gehoorzaamheid, kuisheid, zachtmoedigheid, vrede en gerechtigheid te willen vragen en verwachten gehoor te vinden, tenzij je zou kunnen zeggen dat je vrij bent van alle ongeloof, twijfel, trots, ongehoorzaamheid, onkuisheid, boosheid, hebzucht en ongerechtigheid? Welnu, hoe meer je merkt en beseft dat je tekort komt in deze dingen, des te meer noodzaak is er voor je om te bidden en te  roepen tot God.

Hoe (ver)blind zijn wij mensen toch! We haasten ons naar God bij ziekte en andere lichamelijke nood; maar met de ziekte van onze ziel vluchten we van Hem weg en willen of durven we niet naar Hem toegaan en Hem vragen, tenzij we eerst meer of helemaal ‘gezond’ of ‘waardig genoeg’ zouden zijn – net alsof er een god is die helpt bij lichamelijke nood en een andere die onze ziel moet helpen, of alsof we (eerst) onszelf wat zouden kunnen of moeten helpen en geschikt maken voor hulp bij geestelijke nood, die toch veel ernstiger is dan lichamelijke nood. Dat is een duivels en opportuun plan!

Nee, lieve man of vrouw, jongen of meisje, wanneer je van de zonden wilt genezen en verlost worden, dan moet je je niet van God afwenden, maar naar Hem toe rennen en met veel meer vertrouwen tot Hem bidden dan wanneer lichamelijke nood je heeft overvallen.

God staat helemaal niet onwelwillend of vijandig tegenover zondaars, Hij keert zich wel tegen de ongelovigen. Dat zijn dus die mensen die hun zonde(n) niet erkennen en bewenen willen en die niet alle hulp verwachten van en zoeken bij God, maar die liever hun eigen redeneringen volgen en menen dat zij zichzelf eerst moeten en kunnen zuiveren (of ‘geestelijk opwerken’) en die daarmee hun werkelijk volledige afhankelijkheid van Gods genade dus niet erkennen, en die God daarom niet toestaan dat Hij ons een God is Die geeft ‘om niet’ (Jesaja 55 : 1-2) en die bij dat geven dus niets van ons verwacht of verlangt. (1)

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 237 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 63/64)

(1) Dat is ook precies de reden waarom wij een ander niet mogen (be)oordelen en zeggen dat hij of zij nog maar eens moet wachten met zich ‘Gods genade rijk rekenen’ om dan (henzelf of anderen) beter te kunnen laten bezien en beoordelen of hij of zij werkelijk wel mag aannemen genade gevonden te hebben bij God!

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 23 Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God; 24 en iedereen wordt uit ​genade, die niets kost, door God als een rechtvaardige aangenomen
omdat hij ons door ​Christus​ ​Jezus​ heeft verlost. (Uit Romeinen 3)

Bron afbeelding:  Figther Verses – God’s Glorious Gift 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie