Het Onze Vader uitgelegd voor de eenvoudigen, 1519 (26)

U die ons bidden hoort – tot U komt de sterveling (Psalm 65 : 3)

De zevende en laatste bede: 

Het kleine woordje ‘Amen’

Het kleine woordAmen‘ is van Hebreeuwse of Joodse afkomst. In het Duits betekent dit dat iets zeker (‘onomstotelijk’) waar is en vast staat. Het is goed om te onthouden dat dit woord uitdrukking geeft aan het geloof dat onmisbaar is bij het richten van welke bede dan ook tot God (1).

Christus zegt:En alles wat u in het ​gebed​ vraagt, in geloof, zult u ontvangen.‘ (Matteüs 21 : 22). En in een andere passage zegt hij: ‘Daarom zeg Ik u: alles wat u biddend verlangt, geloof dat u het ontvangen zult, en het zal u ten deel vallen.‘ (Marcus 11 : 24).

Dit is de reden waarom de heidense vrouw werd gehoord: ze vroeg met zo’n volharding en geloofde zo vast in Hem dat de Heer tegen haar zei: ‘O vrouw, groot is uw geloof; het zal gebeuren zoals u verlangt en vraagt. ‘ (Matteüs 15 : 28). En in Jakobus 1 vers 6-8 lezen we: ‘Laat hij bidden in geloof, zonder te twijfelen, want hij die twijfelt in zijn geloof moet niet verwachten dat hij ook maar iets van de Heer zal ontvangen.‘ Daarom verklaart de wijze Prediker dat het einde van een gebed is beter dan het begin ervan (Prediker 7 : 8).

Wanneer we ons gebed afsluiten met het woordje ‘Amen‘, en dat met vast vertrouwen gesproken, dan is het zeker verzegeld en gehoord. Maar zonder dit slot dient noch het begin noch het midden van het gebed enig doel.

Dus voordat iemand begint te bidden, moet hij zichzelf onderzoeken en beproeven of hij vast gelooft of eraan twijfelt dat zijn gebed zal worden verhoord. Als hij merkt dat hij twijfelt of onzeker is, of dat hij willekeurig bidt, dan is dat geen bidden. Zijn hart is niet standvastig; het wankelt en beweegt heen en weer en op en neer, en God wil niets in zo’n hart werken, zoals wij niets in iemands hand willen of kunnen stoppen zolang hij deze niet stilhoudt.

Stelt u zich eens voor wat u van een smekeling (bedelaar) zou denken wanneer deze u ernstig om iets zou vragen en dan zou eindigen met te zeggen: ‘Maar eerlijk gezegd verwacht ik natuurlijk niet dat u het mij zult willen of kunnen geven‘, en dat terwijl u het gevraagde heeft en stond te luisteren om hem dat te geven! Je zou zijn verzoek als scherts en spot beschouwen en uw voornemens intrekken en hem misschien zelfs straffen om zijn woorden.

Hoe kunnen we dan verwachten dat ons bidden God behaagt, die belooft onze bedes te verhoren, wanneer onze twijfels hem tot leugenaar maken, wanneer we met ons bidden handelen in strijd met wat bidden werkelijk is, wanneer we zijn betrouwbaarheid en goedertierenheid beledigen, namelijk door alles wat we ons bij ons bidden in het hoofd durven halen of houden (aan twijfel en ongeloof)?”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 2, 126, 29 – 127, 19 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 42, blz. 76/77)

(1) En laten we bij ons bidden leren van en ons houden aan en ons richten naar de bedes van het Onze Vader, dat Jezus Zijn discipelen en ons geleerd heeft.
(2) De heilige Geest wil en zal ons helpen bij het gelovig bidden en verwachten wanneer we steeds weer bereid zijn om dagelijk (eerst en steeds weer) te luisteren naar het onderwijs van Gods Woord.

NB. Deze Luther-quote is een (soms wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com
Or, you can use the web-form located on the homepage of the website www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 6 Ontzagwekkend is Uw antwoord,
U doet recht én redt ons, God,
op U hopen de einden der aarde,
de verten van de zee.
(Uit Psalm 65)

Bron afbeelding:  Pinterest Faith

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | 1 reactie

Eisen stellen of samen God danken…

(…) 16 Maar u slaat een hoge toon aan en bent daar nog trots op ook. Dat soort trots is volkomen ongepast. 17 Als iemand weet hoe het hoort maar er niet naar handelt, dan zondigt hij. (Uit Jakobus 4)

Droombeelden opgeven en Gods werkelijkheid aanvaarden
schept ruimte voor ware christelijke gemeenschap! *

God haat dromerij, want ze maakt hoogmoedig en veeleisend. Wie zich zelf het beeld van een gemeenschap droomt, eist van God, van de ander en van zich zelf de vervulling van die droom.

Zo iemand komt de gemeenschap van christenen al binnen met eisen, stelt eigen wetten op en beoordeelt daarnaar de broeders, en ook God zelf.

Zo iemand leeft in de kring der broeders onbarmhartig en als een levend verwijt voor alle anderen. Hij doet, alsof hij nu eens de christelijke gemeenschap tot stand moet brengen, alsof zijn droombeeld de mensen moet verenigen.

Zo iemand noemt wat niet volgens zijn wil gaat een mislukking. Waar zijn ideaal niet verwerkelijkt wordt, ziet hij de gemeenschap” uiteen vallen. Zo gaat hij eerst zijn broeders, dan God en ten slotte in vertwijfeling ook mee zich zelf als schuldigen aanwijzen.

Omdat God Zelf echter voor onze gemeenschap de enige grond reeds lang gelegd heeft en omdat Hij ons al lang voor wij dit leven in gemeenschap met andere christenen binnentraden, met hen tot het ene lichaam in Jezus Christus heeft samengevoegd – daarom treden wij deze gemeenschap niet binnen als mensen, die iets te eisen hebben, maar als dankbare en ontvangende mensen.

Wij danken God voor wat Hij voor ons gedaan heeft. Wij danken Hem, dat Hij ons broeders geeft, die onder zijn oproep, onder zijn vergeving en onder zijn belofte leven. Wij maken ons niet druk over wat God ons niet schenkt, maar wij danken Hem voor wat Hij ons dagelijks geeft.

Is het soms niet genoeg, wat ons (wél) gegeven is: broeders, die in zonde en nood met ons onder de zegen van zijn genade mogen leven en wandelen? Is de gave van God ooit een dag, ook in de moeilijke dagen die de christelijke gemeenschap kent, minder dan dit onbegrijpelijk grote?

Waar de ochtendnevels van de droombeelden verdwijnen, daar breekt de heldere dag der christelijke gemeenschap aan. Met de dankbaarheid in de christelijke gemeenschap is het precies zo gesteld als met de dankbaarheid overal elders in het christelijke leven; alleen wie voor het kleine dankt, ontvangt ook het grote.

Wanneer we niet dagelijks danken voor de christelijke gemeenschap, waarin we geplaatst zijn – ook als er geen diepe ervaring, geen merkbare rijkdom, maar veel zwakte, klein geloof en moeite is – en we steeds maar klagen tegenover God dat alles nog zo armzalig en gering is en dat het helemaal niet klopt met wat we hadden verwacht…

Dan lopen wij God in de weg en hinderen Hem
om onze gemeenschap te laten groeien tot
de mate en rijkdom, die in Christus Jezus
voor ons allen reeds klaar ligt.

* Opgemerkt AJ:  Ook droombeelden over ‘hoe het moest of moet zijn’ in eigen huwelijk of ‘hoe – mooi of vreselijk – het is’ in dat van een ander!

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Gemeenschap der heiligen” – “Eisen stellen of danken” (* 3 juni *) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

* 3 juni 1958 * de geboortedag van Yvonne Henriëtta Eikelboom aan wie deze blog met dit Bonhoeffer-citaat is opgedragen.

(…) 9 Klaag niet over elkaar, broeders en zusters, want daarmee roept u het oordeel over u af. Bedenk dat de rechter voor de deur staat. (Uit Jakobus 5)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Onze ‘ideaal-plaatjes’ dienen en promoten?

(…) 12 We zijn niet zo overmoedig ons te vergelijken met degenen die zichzelf zo aanprijzen, laat staan ons aan hen gelijk te stellen. Zij tonen hoe dom ze zijn door zichzelf als maatstaf en norm te nemen. 13 Wij daarentegen willen niet zo buitensporig hoog van onszelf opgeven, we blijven binnen de grenzen die God ons heeft gesteld. Ook u valt daarbinnen. (Uit 2 Korintiërs 10)

Op kosten en ten koste van de ware gemeenschap
met God en met elkaar?!

Al zeer vaak is een hele christengemeente uiteengevallen, omdat zij leefde uit een wensdroom. Juist overtuigde christenen zullen, als zij voor het eerst deelnemen aan een christelijke leefgemeenschap, vaak een duidelijk omlijnd beeld meebrengen van het christelijk samenleven, en proberen dit beeld te verwerkelijken.

Maar Gods genade helpt dergelijke dromen spoedig uit de wereld. Wij zullen zwaar teleurgesteld worden over de anderen, over de christenen in het algemeen en, als het goed is, ook over ons zelf, zo zeker als God ons brengen wil tot de kennis van de ware christelijke gemeenschap.

Uit louter genade laat God niet toe, dat we zelfs maar enkele weken in een droomwereld leven en ons overgeven aan die gelukservaringen en mooie, hooggestemde gevoelens, die als een roes over ons komen.

Want God is geen God van stemmingen maar van waarheid.

Wil een gemeenschap zijn wat zij voor God moet zijn en de belofte die haar gegeven werd in geloof aanvaarden, dan moet zij eerst de grote teleurstelling ontmoeten in al haar onverkwikkelijke en kwaadaardige verschijningen.

Hoe eerder dit uur van teleurstelling aanbreekt voor de afzonderlijke gelovigen en voor de gemeenschap, des te beter het voor beiden is.

Een christelijke gemeenschap die tegen een dergelijke teleurstelling niet bestand is en er niet overheen komt, die dus vasthoudt aan de wensdroom die haar uit handen geslagen moet worden, verliest op hetzelfde moment de belofte dat zij zal voortbestaan, en moet vroeg of laat uiteenvallen.

Iedere menselijke wensdroom, die men meebrengt als men een christelijke gemeenschap binnentreedt, staat de ware gemeenschap in de weg en moet worden opgeruimd opdat de ware gemeenschap kan leven.

Wie meer houdt van zijn droom over (of beeld van) een christelijke gemeenschap dan van de werkelijk bestaande christelijke gemeenschap zelf (1), breekt iedere christelijke gemeenschap af, hoe eerlijk, ernstig en edelmoedig zijn instelling ook mag zijn.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Gemeenschap der heiligen” – “Onze wensdroom en Gods werkelijkheid” (2 juni) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(1) Opgemerkt AJ:  Daarom hebben de kerken/gemeenten genoeg aan het duidelijk maken van en staan voor wat zij (hebben leren) belijden uit Gods Woord samen met de Kerk van alle tijden en samen met hun voorgeslachten en we behalen geen voordeel met het bieden van ‘mooie ideaal plaatjes’ en het beschrijven van ‘ons goede en mooie streven’ van ‘onze gemeente’ in het eigen kerkboekje en/of op de kerkelijke of gemeentelijke website.

(…) 11 Tot slot, broeders en zusters, groet ik u. Beter uw leven, neem mijn vermaningen ter harte, wees eensgezind, leef in ​vrede​ met elkaar – dan zal de God van de ​liefde​ en de ​vrede​ met u zijn. 12 Groet elkaar met een ​heilige​ kus. Alle ​heiligen​ die hier zijn laten u groeten. (Paulus in 2 Korintiërs 13)

(…) 17 Omdat gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte, 18 raad Ik u aan van Mij te kopen goud, dat in het vuur gelouterd is, opdat gij rijk moogt worden, en witte klederen, opdat gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worde; en ogenzalf om uw oogleden te bestrijken, opdat gij zien moogt. 19 Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u. (Jezus Christus in Openbaring 3)

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Liefde die leidt tot afkeer, verachting en laster…

Waarom roepen jullie Heer, Heer tegen Mij, maar doen jullie niet wat Ik zeg?
(Lukas 6 : 46)

De ander liefhebben om Christus’ wil!

Psychische liefde bemint de ander om wille van hem of haar zelf.
Geestelijke liefde bemint de ander om Christus’ wil.

De psychische liefde zoekt daarom het directe contact met de ander. Ze heeft hem niet lief in zijn vrijheid, maar alleen als degene die aan haar gebonden is; met alle mogelijke middelen wil zij winnen, veroveren en ze dringt zich aan de ander op; ze wil onweerstaanbaar zijn en ze wil heersen.

De psychische liefde geeft in wezen niet zoveel om de waarheid. Ze relativeert die, omdat niets, ook de waarheid niet, storend tussen haar en de geliefde mens mag komen. De psychische liefde begeert de ander, de gemeenschap met hem, zijn wederliefde, maar zij dient hem niet. Veeleer begeert zij ook daar nog, waar ze schijnt te dienen.

Psychische liefde kan de vijand niet liefhebben, d.w.z. hem die zich ernstig en hardnekkig tegen haar verzet. Kan zij voor haar verlangen geen bevrediging meer verwachten, dat is zij ook aan het eind.

Hier slaat ze om in haat, verachting, laster.

Maar hier ligt nu juist het punt, waar de geestelijke liefde begint.

Psychische liefde heeft zich zelf tot doel. Zij is haar eigen afgod, die ze aanbidt en aan wie ze alles moet onderwerpen. Ze verzorgt en cultiveert zich zelf, bemint zich zelf en verder niets op de wereld.

De geestelijke liefde komt van Jezus Christus. Zij dient alleen Hem. Wat liefde voor een ander betekent, weet ik niet reeds bij voorbaat door een algemeen begrip omtrent liefde, dat uit mijn psychisch verlangen gegroeid is; wat liefde is, zal alleen Christus mij in zijn Woord zeggen.

De geestelijke liefde is alleen gebonden aan het Woord van Jezus Christus. Tegen alle eigen meningen en overtuigingen in zal Jezus Christus mij zeggen hoe de liefde tot de broeder er in waarheid uitziet.

Omdat geestelijke liefde niet begeert, maar dient

daarom heeft zij de vijand even lief als de broeder. Want zij ontspringt niet aan de vijand, of aan de broeder, maar aan Christus en Zijn Woord.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Gemeenschap der heiligen” – “Niet begeren maar dienen” (31 mei) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 14 Broeders en zusters, wat heeft het voor zin als iemand zegt te geloven, maar hij handelt er niet naar? Zou dat geloof hem soms kunnen redden? (Uit Jakobus 2)

Bron afbeelding:   Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | 1 reactie

Haastige hulp…

(…) Hoor mij, haast U mij te helpen,
wees voor mij een rots, een toevlucht,
een vesting die mij redding biedt.
(Psalm 31 : 3)

Leer van Jezus om vrijmoedig te bidden, zonder te twijfelen of Hij je geven wil wat nuttig en goed is. Want hier staat de belofte: ‘Wat wij in de Naam van de Heere Jezus bidden dat zullen wij ontvangen.

Leer op deze belofte zien en om de moed niet verliezen of het roepen opgeven, want Zelf wordt Hij van jouw bidden ook niet moe. Als het gebed maar krachtig en geweldig zou zijn, (1) zou Hij op ditzelfde moment alles geven wat je van Hem bidt!

De Heere maakt in het Evangelie van Lukas over het aanhoudend roepen en smeken van een weduwe een prachtige gelijkenis, waarin een rechter die naar geen God of mens vraagt en niemand ontziet, eindelijk zegt: ‘Ik kan dit niet langer meer uithouden, zij blijft mij almaar lastigvallen en ik zal haar nu helpen.

Zou dan God’ – zegt Christus – ‘Zijn uitverkorenen niet verhoren en hen barmhartig zijn, die dag en nacht tot Hem roepen? Ik zeg U dat Hij hen haastig recht zal doen.’ Alsof Hij wilde zeggen: ‘Het gebed zorgt ervoor dat God met haast helpt, waar Hij anders geen haast zou maken.’

Maarten Luther: Evangelion Luce am 18. 1534, vgl. WA 52,170,15-29

(1) Opgemerkt AJ: Dat is dan natuurlijk toch alleen het ‘krachtige en geweldige’ bidden van en verwekt door door de Heilige Geest.

(…) 2 ‘Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. 3 Er woonde ook een ​weduwe​ in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: “Doe mij recht in het geschil met mijn wederpartij.” 4 Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen, 5 toch zal ik die ​weduwe​ recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’ 6 Toen zei de ​Heer: ‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het recht. 7 Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen? Of laat hij hen wachten? 8 Ik zeg jullie dat hij hun spoedig recht zal verschaffen. Maar als de ​Mensenzoon​ komt, zal hij dan geloof vinden op aarde?’ (Uit Lukas 18)

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (8 juni – “Haastige hulp“)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

Doe mij recht, o God, en voer mijn rechtszaak;
bevrijd mij van het volk zonder goedertierenheid,
van de man van bedrog en ​onrecht.
(Psalm 43 : 1)

Bron afbeelding:  Bible Verses

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | 1 reactie

Een nieuwe dag, een nieuwe week…

Des daags zal de Here zijn goedertierenheid gebieden, en des nachts zal Zijn lied bij mij zijn, een gebed tot de God van mijn leven.  (Psalm 42 : 9)

Zou ik niet van harte zingen!

Eindeloos lang en troosteloos zijn dag en nacht, wanneer wij zonder God zijn.

Maar ook de zwartste dag is van vreugde niet verstoken, wanneer ik blijf bij Gods goedheid en geloof, wanneer ik weet dat alle dingen ten goede moeten keren voor hen die God liefhebben;

Hoe stil en bevrijdend wordt de zwartste nacht wanneer ik zing en bid tot de God, die niet mijn dood maar mijn leven wil, tot de God van mijn leven.

Gods beloften blijven steeds van kracht en vullen dag en nacht, week na week, jaar na jaar. Als ik er maar aan vasthoud!

God, Heilige Geest, maak al uw beloften aan mij waar. Ik ben bereid, dag en nacht.
Vervul mij geheel. Amen.

Zou ik niet van harte zingen Hem, die zozeer mij verblijdt?
Want ik zie in alle dingen niets dan zijn genegenheid.
Is de hartslag van het leven niet de liefde van de Heer?
Liefde draagt hen meer en meer, die in dienst van Hem zich geven.
Alle dingen hebben tijd, maar Gods liefde eeuwigheid.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Gelijkvormig worden aan de Zoon” – “De nacht licht als de dag” (22 mei) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Alles heeft zijn uur en ieder ding onder de hemel zijn tijd; (Prediker 3 : 1)

Bron afbeelding:   DailyVerses.net

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | 1 reactie

Theologie studeren…(III)

(…) Hij heette ​Josef​ en was ook een ​leerling​ van ​Jezus​ geworden.
(uit Matteus 27 : 57)

Leerling worden van ​Jezus​ of effectieve hoeder/leider
van Gods volk?

Toen de avond gevallen was:

arriveerde er een rijke man die uit Arimatea afkomstig was. Hij heette ​Josef​ en was ook een ​leerling​ van ​Jezus​ geworden.  Hij meldde zich bij ​Pilatus en vroeg hem om het lichaam van ​Jezus. Hierop gaf ​Pilatus​ bevel het aan hem af te staan.

Josef​ nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver ​linnen​ en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen. Toen rolde hij een grote steen voor de ingang van het ​graf​ en vertrok.

Maria​ uit Magdala​ en de andere ​Maria​ bleven achter, ze waren tegenover het ​graf​ gaan zitten.

De volgende dag:

dus na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de farizeeën samen naar ​Pilatus. Ze zeiden tegen hem: ‘Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, (1) toen hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan.

Geeft u alstublieft bevel om het ​graf​ tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn ​leerlingen​ hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is ​opgestaan​ uit de dood” en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.’

Pilatus​ antwoordde: ‘U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed (en zo kwaad) als u kunt.’ Ze gingen erheen en beveiligden het ​graf​ door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten.

~~~

(…) Terwijl de vrouwen onderweg waren, gingen enkele van de bewakers naar de stad.

Daar vertelden ze de hogepriesters alles wat er gebeurd was. Die vergaderden met de oudsten en besloten de ​soldaten​ een flinke som ​geld​ te geven  en hun op te dragen: ‘Zeg maar:Zijn ​leerlingen​ zijn ’s nachts gekomen en hebben hem heimelijk weggehaald terwijl wij sliepen.

En mocht dit de ​prefect​ ter ore komen, dan zullen wij hem wel bepraten en ervoor zorgen dat jullie buiten schot blijven.’ Ze namen het ​geld​ aan en…

zij deden zoals hun was opgedragen.

En tot op de dag van vandaag doet dit verhaal onder de ​Joden​ de ronde.

Bron tekst: Matteüs 27 en 28 (NBV) – Nederlands Bijbelgenootschap [NL]

(1) Het Sanhedrin had serieuze zorgpunten en redenen om het volk, Jezus volgelingen en vooral ook ‘deze bedrieger’ tegen zichzelf te beschermen:  (…) … Deze man doet veel wondertekenen, en als we hem zijn gang laten gaan, zal iedereen in hem gaan geloven. Straks grijpen de Romeinen in; dan zullen ze onze ​tempel​ en ons volk vernietigen.’ (Uit Johannes 11 : 47-48)
Lees ook:  Johannes 12 : 37-50.

(…) 13 Wee jullie, ​Schriftgeleerden​ en farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het ​koninkrijk van de hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe. (Uit Matteüs 23)

Bron afbeelding:  the sojourner priest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | 1 reactie

Het Onze Vader uitgelegd voor de eenvoudigen, 1519 (25)

Want uw goedertierenheid is beter dan het leven; mijn lippen zullen U roemen.
(Psalm 63 : 4)

De zevende bede: En verlos ons van het kwaad.

Let er goed op dat verlossing van het kwaad het allerlaatste is waarom we bidden in het gebed dat Jezus ons leerde bidden. Onder ‘het kwaad’ verstaan we strijd, honger, oorlog, pestilentie, plagen, zelfs de hel en het vagevuur (1)  kortom, alles wat pijnlijk is voor lichaam en ziel.

Hoewel we om verlossing van dit alles vragen, bidden we dit pas op het laatst en moeten we ook leren om dit op de juiste manier te bidden.

Bevrijd en vrij om naar Gods wil en orde te bidden!

Waarom? Er zijn een aantal mensen, misschien zelfs velen, die God en zijn heiligen (2) eren en smeken  uitsluitend ter wille van de verlossing van het kwaad. Dat alleen hebben ze op het oog en ze besteden daarom geen aandacht aan de eerste bedes die Gods eer, Zijn naam en Zijn wil benadrukken.

Ze zoeken hun eigen wil en verlangens te dienen en zo keren ze de volgorde van dit gebed volledig om. Ze beginnen aan het eind en komen op die manier nooit toe aan de eerste bedes. Ze stellen alles in het werk om van het kwaad dat hen getroffen heeft of treffen zal af te komen, of dit nu tot Gods eer is of niet, of het zich onderwerpt aan Zijn wil of niet.

Een oprecht gelovig mens zal zeggen: “Lieve Vader, kwaad en pijn drukken mij. Ik lijd veel leed en ongemak. De verschrikkingen van de hel benauwen mij. Verlos mij van deze pijn en ellende en angst, maar alleen zó en indien dit Uw eer en glorie ten goede komen en het gebeurd in overeenstemming met uw goddelijke wil. Laat Uw wil, en niet de mijne, worden gedaan (Lukas 22 : 42).

Uw goddelijke liefde en eer en wil zijn mij liever en verdienen en krijgen door Uw genade een steeds hogere plaats in mijn denken én doen en laten dan mijn eigen voordeel en troost, zowel nu als voor eeuwig. “

Dat is een aangenaam en goed gebed en het is zeker dat het in de hemel gehoord zal worden. Als het anders wordt gebeden en opgevat, is het onaangenaam en zal het niet worden gehoord.

Aangezien dit leven hier niets anders is dan een vervloekt kwaad (Zie Genesis 3), zodat het zeker is dat beproevingen ons zullen treffen, heeft Jezus ons geleerd te bidden om verlossing van het kwaad, zodat beproevingen en zonden zullen ophouden en opdat Gods wil geschiede en de komst van Zijn koninkrijk niet gehinderd wordt, maar door allen gediend, tot glorie en eer van Zijn heilige naam. ” (o.a. 1 Timoteüs 2 : 1-6)

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 2, 126, 4-27 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 42, blz. 75/76)

(1) 1523: de meeste lezers van Luthers geloofden nog steeds in een vagevuur.
(2) 1523: de meeste lezers van Luthers geloofden nog steeds in de heiligen als helpers.

NB. Deze Luther-quote is een (soms wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com
Or, you can use the web-form located on the homepage of the website www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding:  DaillyVerses.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Echt vrij zijn…

Bid ook voor mij om zegen (Exodus 12 : 32)

Tien plagen, of beter vertaald, slagen heeft de farao geïncasseerd in het geding tussen hem en Mozes, dat eigenlijk het geding tussen de Egyptische goden en de God van de Hebreeën is. (1)

De tiende slag treft Egypte in het hart: alle eerstgeborenen, inclusief de kroonprins, sterven in een vreselijke nacht. En het lijkt erop dat de farao eindelijk zijn nederlaag erkent. Hoe eerder Mozes met de Israëlieten vertrekt, hoe beter! ‘Ga de HEER maar vereren, zoals u hebt gevraagd … en verdwijn!’

Maar dan volgt nog een opmerkelijk zinnetje uit de mond van de verslagen tiran: ‘Bid ook voor mij! Zou Mozes dat ook daadwerkelijk gedaan hebben? (2)

Doen wij dat weleens? Bidden voor onze vijand? En toch: echte bevrijding is er pas als je zo vrij ten opzichte van je vijand kunt komen te staan, dat je zelfs voor hem kunt bidden.

(1) Lezen: Exodus 12 : 29-36
(2) Jezus wilde – op eigen initiatief! – zelfs voor Zijn eigen volk, dat vijand geworden was, bidden: Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen. (Lukas 23 : 34)

Bron tekst: Bijbels Dagboek – Dag in dag uit 2018 – Vrijdag 25 mei – Leger des Heils | Ark Media

1 Halleluja! Zing voor de HEER een nieuw ​lied,
roem hem te midden van zijn getrouwen.
2 Laat Israël verheugd zijn over zijn machtige maker,
het volk van Sion juichen om zijn ​koning.
3 Laten zij dansend zijn naam loven, (a)
bij ​lier​ en ​tamboerijn​ voor hem zingen.
4 Ja, de HEER vindt vreugde in zijn volk,
hij kroont de vernederden met de zege.
5 Laten zijn getrouwen juichen in triomf,
nog jubelen als zij te ruste gaan,
6 met lofzang voor God uit hun kelen,
een tweesnijdend ​zwaard​ in hun hand. (b)
7 De volken laten boeten, de naties bestraffen,
8 hun koningen in boeien slaan, hun ​leiders​ met ketenen binden,
9 het geschreven recht aan hen voltrekken:
dat is de ​glorie​ voor al zijn getrouwen.
Halleluja!
(Psalm 149)

(a) Zie Exodus 15.
(b) De volken Gods Woord, het Evangelie brengen! (De) Exodus was en is ook Evangelie voor Egypte!

Bron afbeelding:  For You

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk, Politiek | 1 reactie

Onheilige heilige…

Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?
Ik dank God door Jezus Christus onze Heere.
(Uit Romeinen 7 : 24-25)

‘Ik dank God’

Ik dank God door Jezus Christus onze Heere.‘ Een christen is op hetzelfde moment een zondaar en een heilige, goddeloos en godvrezend. Want wat betreft onszelf zijn we vol zonden en wat onze naam betreft zijn we zondaren.

Maar Christus geeft ons een nieuwe naam.

Hij noemt ons: UW-ZONDEN-ZIJN-U-VERGEVEN

omdat omwille van Christus al onze zonden vergeten en vergeven zijn. Dan is het beide waar: de zonden zijn er, en zijn er toch niet, want God wil ze om Christus’ wil niet zien.

Maar voor mijn ogen zijn ze, ik zie en voel ze wel! Christus laat mij prediken dat berouw en vergeving van zonden geschonken worden in Zijn Naam.

Berouw – hoewel het niet gemist kan worden – is niét de oorzaak van de vergeving van zonden. Het moet zover komen, dat je gelooft in de Naam van Christus en alleen door Hem vergeving van zonden ontvangt.

Waar dat geloof is, alleen daar ziet God geen zonden meer, want dan sta je niet in je eigen naam voor God, maar in de Naam van Christus. Hij kleedt je met Zijn genade en gerechtigheid.

Hoewel je in eigen ogen en voor jezelf nog een arme zondaar blijft, vol zwakheid en ongeloof, toch behoef je daarvan geen doodsschrik te krijgen, maar bidt: ‘Ach Heere, ik ben een arme zondaar, maar U zegt: zo zal het niet met je blijven, want Ik heb bevel gegeven dat vergeving van zonden in Mijn Naam gepredikt moeten worden.’

Maarten Luther: Predigten des Jahres 1533 (1544) vgl. WA 52, 264,32 – 265,10

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (26 augustus – “Onheilige heilige“)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie