Gebod met een belofte… (IIIa)

(…) En Hij ging met hen mee terug naar Nazareth en was hun onderdanig (gehoorzaam). En Zijn moeder bewaarde al deze dingen in haar ​hart. (Lukas 2 : 51)

Gehoorzaamheid en liefde bewijzen zich ‘tot het einde’…

Het werk van het vierde gebod (IIIa)

Eer je vader en  je moeder

(…) En bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder en de zuster van Zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria van Magdalena. Jezus nu, ziende Zijn moeder, en de discipel die Hij liefhad, daarbij staande, zei tot Zijn moeder: Vrouw, zie uw zoon. Daarna zei Hij tot de discipel: Zie uw moeder. En van die ure aan nam de discipel haar in huis. (Johannes 19 : 25-27)

We lezen in Johannes 13:

Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot de Vader, alzo Hij de Zijnen die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde’ (vers 1).

(…) Voortdurend slaat Hij hen als de Zijnen gade en zorgt Hij voor hen. Van hen wordt ook gezegd dat Hij hen liefgehad heeft, dat is dat Hij aan hen allerlei blijken en overtuigende bewijzen van een tedere en hartelijke liefde bewezen heeft (Johannes 11 : 5).

Hij heeft hen liefgehad tot het einde.

(…) Zelfs toen Hij aan het kruis hing, heeft Hij op een zeer tedere (tere) en bijzondere manier getoond de Zijnen tot het einde lief te hebben door voor Zijn moeder te zorgen.

(…) Déze tekst gaat erover dat Christus, toen Hij aan het kruis hing, tot Zijn moeder sprak, voor haar zorgde en haar aan Johannes toevertrouwde.

(…) Spoedig merkt Jezus op dat Zijn beminden (de genoemde vrouwen!) en Zijn bijzondere geliefde Johannes hier staan. Daarom wendt Hij Zijn ogen van de schare af en slaat acht op hen. In het bijzonder kijkt Hij naar Zijn moeder en Zijn beminde discipel die bij haar staat. Want, aldus vervolgt Johannes in het 26e vers: ‘Jezus nu, ziende Zijn moeder en de discipel die Hij liefhad, daarbij staande.

Hij kijkt niet naar Zijn moeder alsof ze door haar droefheid iets zou verdienen, samen met Hem. Ik zou niet weten wat voor verdienste hier aan Maria zou moeten worden toegeschreven. Maar Jezus ziet hen beiden aan met ogen vol liefde en genade. Deze aanblik is een erfenis van het werk dat Hij nu bezig is te verkrijgen.

Bovendien ziet Hij Maria aan met een oog van medelijden, omdat ze reeds eerder door de dood beroofd was van haar man Jozef. Deze was haar eerst tot een steun en toeverlaat geweest. Nu moet ze ook haar Zoon gaan missen. Hij had na de dood van Jozef als een vader en man voor haar gezorgd. Hij ziet haar aan, nu ze haar Toevlucht in de tijd moet gaan missen.

Dit alles ontroert Zijn hart en doet Hem spreken. Hij schenkt aan Zijn moeder een andere, trouwe zoon en aan Zijn discipel een liefdevolle moeder. Dit blijkt duidelijk uit de woorden die Hij tot hen beiden richt, als Hij tot Zijn moeder zegt: ‘Vrouw, zie uw zoon’, en tot de discipel die Hij liefhad: ‘Zie uw moeder.

Dit is ongetwijfeld niet de eerste keer dat de Zaligmaker Zijn moeder aan Johannes aanbeveelt. Het is niet voor te stellen, dat de liefdevolle en bezorgde Jezus niet eerder dan tot op dit moment daaraan gedacht of daarover gesproken zou hebben…

Tot zover de citaten uit deze preek. Lees deze behartenswaardige preek in z’n geheel! Bestellen van de preek kan per e-mail:  reveil@pietersgroede.nl

Bron tekst:  “De zorgende Heiland is nabij” preek van Johannes Beukelman (1704-1757) uitgegeven door Stichting “Smytegelt Fonds” in de Reveil-serie (No. 553, maart 2019).

Bron afbeelding:  Bible Verses Cards 2 – Resources for Catholic Educators

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Gebod met een belofte… (II)

(…) 18 Hierna zei ​Jeremia​ tegen de Rechabieten: ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Jullie hebben alle geboden van je (voor)vader Jonadab nageleefd,  jullie zijn hem in alles gehoorzaam geweest. 19 Daarom – dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Er zullen altijd nakomelingen van Jonadab, de zoon van Rechab, zijn die Mij dienen.’ (Uit Jeremia 35)

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XXXIV)

Het werk van het vierde gebod (II)

Eer je vader en je moeder

(…) “Dit werk lijkt gemakkelijk, maar weinigen zien het goed (met het juiste ‘Bijbels-inzicht). Want waar de ouders ware en oprechte dienaars van God zijn en hun kinderen niet alleen op een natuurlijke en menselijke manier liefhebben, maar (zoals het behoort) hen onderwijzen en ook dirigeren met woorden en werken om God lief te hebben met heel hun hart en heel hun verstand en al hun krachten, zoals we dat leren van de eerste drie geboden, dan wordt – hoewel in feite op een ongedwongen manier – de eigen wil van het kind toch voortdurend gebroken.

Het kind moet doen, niet doen, of verdragen wat zijn eigen aard zo graag anders zou zien en hebben. Daarom en daarin vindt hij genoeg reden om zijn ouders te verachten, op hen te mopperen of over hen te klagen of erger nog. Liefde en eerbiedige vrees (voor de ouders) verdwijnen daar waar door God gewerkte genade – door ongeloof! – ontbreekt.

Dus, wanneer ouders waar nodig – hoewel soms ook ten onrechte – kinderen straffen en onder de tucht van Gods Woord houden, daar wordt het leven en de redding van het kind niet in gevaar gebracht; maar onze ‘oude natuur’ is echter van zichzelf beslist niet bereid om dat te accepteren.

Bovendien is het met sommigen ‘zo ver gekomen’ dat ze zich schamen voor hun ouders vanwege hun armoede, lage geboorte, afstotelijk uiterlijk of schande, en toelaten ​​dat deze dingen hen meer beïnvloeden dan het hoge gebod van God, Die toch boven alles staat en Die heeft, met welwillende bedoelingen, hun zulke ouders gegeven, en wel om ze ook hiermee te beproeven en testen bij het naleven van Zijn geboden.

De zaak wordt nog erger als zo’n (ontevreden) kind op zijn beurt eigen kinderen heeft. Dan neemt de liefde voor die eigen kinderen toe, terwijl de liefde en de eer die men aan de ouders verschuldigd is alleen maar afnemen.

Maar wat van ouders wordt gezegd en bevolen, dat geldt niet minder voor al degenen die, waar ouders overleden zijn of niet aanwezig, hun plaats innemen, zoals vrienden, familieleden, peetouders, voogden en geestelijke vaders.

Want het is nodig dat iedereen wordt geregeerd en zich schikt onder het gezag van andere mensen (1). Dus we zien hier opnieuw hoeveel goede werken met dit gebod worden onderwezen, want daarin wordt ons hele leven onderworpen aan andere mensen. Dat is de reden waarom gehoorzaamheid zo zeer geprezen wordt en dat alle deugd en goede werken erin zijn inbegrepen.’

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 251/252 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 82)

(1) Zelfs een koning/president behoort zich te laten regeren (informeren en gezeggen) door – op allerlei terrein door kennis van zaken ‘gezaghebbende’ – raadgevers.

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Die ‘eenvoudigen’ wijsheid leert…

(…) 32 Hij sprak hierover in alle openheid. Toen nam ​Petrus​ hem apart en begon
Hem fel terecht te wijzen. (Uit Markus 8)

(…) 9 Voorwaar, Ik zeg u: Overal waar dit ​Evangelie​ gepredikt zal worden in heel de wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden over wat zij gedaan heeft.
(Uit Markus 14)

In de ogen van de leerlingen van Jezus is het te gek voor woorden en pure verkwisting. Hoe kan de vrouw nu zomaar een kruik met zeer kostbare nardusolie uitgieten over Jezus. Ze hadden die olie veel beter kunnen verkopen en het geld gebruiken om de armen te helpen.

Maar Jezus denkt daar duidelijk anders over. Deze vrouw heeft niet berekenend maar uit liefde iets goed voor Hem gedaan. Zij zalft Jezus al vóór Zijn begrafenis, omdat zij beseft wat er gaat gebeuren. Zij heeft geluisterd naar de woorden van Jezus die sprak over Zijn lijden en sterven.

Het is niet voor niets dat Jezus háár daarom als voorbeeld stelt van iemand die het begrepen heeft. Haar handelen lijkt onverantwoord in de ogen van de leerlingen, maar in Jezus’ ogen is het een goede daad die voor altijd herinnerd blijft.

Leestips: Markus 8 : 31-33, Markus 14 : 3-9 en Psalm 76.

(…) 10 En ​Judas​ Iskariot, een van de twaalf, ging weg naar de overpriesters
om Hem aan hen over te leveren.
(Uit Markus 14)

Bron tekst:  Bijbels Dagboek 2019 – Dag in Dag uit – zaterdag 30 maart – Leger des Heils | Ark Media

Wie in woede tegen U opstond, zal U loven,
wie ontkwam aan Uw woede, omgordt zich met gejuich.
(Psalm 76 : 11)

Bron afbeelding:  Bible Reading

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gebod met een belofte… (I)

(…) Kinderen, weest uw ouders gehoorzaam [in de Here],
want dat is recht
(naar Gods wil)
(Uit Efeziërs 6 : 1-3)

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XXXIII)

Het werk van het vierde gebod (I)

Eer je vader en je moeder

(…) “Uit dit gebod leren we dat er na de voortreffelijke werken van de eerste drie geboden er geen betere werken zijn dan om al diegenen die gezag hebben over ons te gehoorzamen en te dienen.

Dit is waarom ongehoorzaamheid een zonde is die erger is dan moord, onkuisheid, diefstal, oneerlijkheid en alles wat daarmee gepaard gaat. Er is geen betere manier om het verschil tussen grotere en kleinere zonden te leren dan uit de (volg)orde van Gods geboden, hoewel er ook verschillen zijn in de werken van elk individueel gebod.

Wie weet niet dat het een grotere zonde is om te vloeken dan om boos te zijn, dat staken slechter is dan vloeken, en dat het slaan van vader en moeder erger is dan iemand anders slaan? Dus leren deze zeven geboden ons hoe we onszelf moeten oefenen in goede werken jegens onze medemensen, vooral ten opzichte van hen die gezag over ons hebben.

Het eerste werk is dat we onze eigen vader en moeder moeten eren. Deze eer bestaat niet alleen in het tonen van alle ontzag. Het betekent dat we ze gehoorzamen, eerbied hebben voor wat ze doen en wat ze zeggen, ze hoog achten, ruimte laten en (zo nodig) maken voor hen en accepteren en met respect overdenken wat ze (ons en anderen) zeggen.

Het betekent ook dat we hun omgaan met en hun onderwijzen en opvoeden van ons zonder klacht doorstaan, zolang dit niet in strijd is met de eerste drie geboden, en bovendien – wanneer we dat inmiddels zelf kunnen – hen voorzien van voedsel, kleding en onderdak wanneer ze in nood zijn. Want het is niet zonder reden dat hij heeft gezegd: ‘Gij zult hen eren.

Hij zegt niet:Gij zult hen liefhebben‘, hoewel het ook dat betekent. Maar eren en ontzag hebben is hoger en meer dan alleen liefde, en omvat tevens een soort van vrees die zich verenigt met liefde en die zo’n effect heeft op een mens dat hij meer beducht is hen te beledigen dan dat hij bang is voor de daaruit voortvloeiende straf. Je kunt het vergelijken met het ontzag (en eerbied) dat ons vervult op of bij een bijzondere of heilige (gedenk)plaats en waarvan we toch niet wegvluchten maar juist moeite doen om daar te naar toe te gaan en er te verblijven.

Werkelijke eren is het soort eerbied en ontzag dat vermengd is met liefde. De andere vorm van vrees die zonder liefde is, is de angst voor die dingen die we verachten of mijden, bijvoorbeeld de angst voor de beul of die voor de straf en haar gevolgen. Daarin is geen eerbied en ontzag, want het is angst zonder liefde: in feite is het een angst vermengd met haat en vijandigheid. Hier geldt een spreekwoord van st. Jerome: Wat ons met angst vervuld, daaraan hebben we ook een hekel. (1)

God wil niet gevreesd of geëerd worden met dat soort angst, noch wil hij dat onze ouders geëerbiedigd worden vanwege dit soort angst, maar juist die van het eerste genoemde, het soort eerbied en ontzag vermengd met liefde en vertrouwen en wat (daarom) terecht respecteren van de ander (en elkaar) genoemd kan worden.

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 250/251 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 80/81)

(1) Denk aan Luther’s eerdere ‘hekel aan God’, namelijk toen Hij God nog enkel zag (kon zien) als een toornige rechtvaardig Rechter en wreker van alle zonden.

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) Spreek tot de hele vergadering van de Israëlieten en zeg tot hen: Heilig zult gij zijn, want Ik, de HERE, uw God, ben heilig. Ieder zal voor zijn moeder en zijn vader ontzag hebben en mijn sabbatten houden: Ik ben de HERE, uw God. (Leviticus 19 : 2-3)

Bron afbeelding: Verse of the day – Knowing Jesus

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Losgekocht met Zijn bloed… (V – slot)

(…) 18 in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, 19 maar met het kostbaar bloed van ​Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam. (1 Petrus 1 : 18)

(1) (…) Die gedachte (van ‘duur gekocht te zijn‘) spreekt de moderne mens niet zo aan. Het lijkt wel of onze bezittingen geen waarde hebben. Wij kopen zo gemakkelijk – oud én jong. Maar wie van zijn zuurverdiende spaargeld (soms bloedgeld) iets gekocht heeft is daar uitermate zuinig op.

Jezus onze Heer, Hij is zuinig op Zijn bezit.
Dat is voor het gelovig kind van God een rijke troost; ik ben van Hem!

Ik lig voor Zijn rekening. Daarbij komt nog iets anders. Bij de belijdenis: Gods eniggeboren Zoon komt de klemtoon enigszins op onze eerbied – Hij is immers zo uitzonderlijk hoog boven ons.

Maar als ik zeg: Heer, dan past mij gehoorzaamheid.
Hebben wij alles (voor Hem) gedaan? Dan nog ‘onnutte slaven‘ zegt Jezus.

Zeg ik: onze Heer, dan geldt: niemand kan twee heren dienen. Dan zullen wij weten: nooit (onze) eigen weg, nooit eigen wil, nooit eigen mening boven het Woord van deze Heer!

Heer! – diepe belijdenis. Vroeger beleden (en) de belijders werden voor de leeuwen geworpen. Niemand kan zeggen: Jezus is Heer dan door de heilige Geest. Daar is het geheim van deze belijdenis.

Hoe meer de Geest ons vervult, in ons werkt, hoe krachtiger die belijdenis wordt – niet maar met woorden maar metterdaad. Amen.

(1) Avonddienst met verkondiging (‘opening’) van Gods Woord naar wat we daarvan belijden met/in Zondag 13 van de Heidelbergse Catechismus.
(Gekozen/gelezen tekst bij de verkondiging: Hebreeën 1 : 1 – 2 : 4)

Bron tekst: Preek van ds. J.W. Verheij (1911-2008) gehouden in een avonddienst op 25 april 1965.

Zie ook:  Losgekocht met Zijn bloed… (I)(II), (III) en (IV)

(…) ‘Jullie zeggen altijd “Meester” en “Heer” tegen mij, en terecht,
want dat ben Ik ook.
’(Johannes 13 : 13)

Bron afbeelding:  BibleWordings.com

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Losgekocht met Zijn bloed… (IV)

En buiten alle twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot:
God is geopenbaard in het vlees”. (1 Timoteüs 3 : 16)

(…) Gòd is geopenbaard in het vlees. Gòd – daar ligt vandaag (1)  de klemtoon. Volgende week DV bij zondag 14: God is geopenbaard in het vléés! Het Woord is vlees geworden.
Maar nu: Jezus Christus is God. Het Woord. De Eeuwige. De Almachtige. De Heilige. De Alwetende. Wij mogen weten in Wie wij geloofd hebben. In Hem, Die God is, boven alles en allen te prijzen.

Wie Hem van deze naam ontrooft en dat weg-theologiseert, heeft een stuk van het Evangelie weggenomen. Heeft de Zoon geloochend, miskend, veracht!
Die doet aan Godslastering als hij doopt in de drie namen en zegent met die drie namen. Hij kan ook heel veel liederen niet meer oprecht meezingen. Hij zet zichzelf buiten de Kerk van alle eeuwen, die getroost belijdt: Ik geloof in Gods eniggeboren Zoon, onze Heer.

En dat laatste is niet minder belangrijk als het eerste. Hij is onze Heer. Dat wil zeggen: onze eigenaar, meester, gebieder. Dat is Hij ook als God. Natuurlijk. Maar nu mag het ook anders bezien worden. De catechismus geeft de verklaring uit het oosterse leven, vanuit het Oude Testament. Slaven werden gekocht. Maar ook losgekocht. Dat wordt dikwijls niet duidelijk gezien.

Ik las dat slaven in het Oosten dikwijls een soort spaarbank in de tempel hadden. Na verloop van tijd hadden ze het vereiste bedrag bij elkaar gespaard. Dan – met de meester naar de tempel! Dan een handel tussen de priester (namens de godheid) en de meester. De godheid kocht de slaaf vrij. Met de bepaling in het koopcontract , dat dit eigendom van de godheid geen slaaf meer mocht worden van een mens.

Nu 1 Petrus 1 : 18v. Niet gekocht met zilver en goud. Toch gekocht. Duur gekocht; met bloed, (het) leven van een onschuldige. En nu Zijn eigendom. Losgekocht uit de macht van de satan. Die alles op alles zet om ons weer in zijn macht te krijgen. Dat zal hem nooit lukken, want Jezus zorgt voor de Zijnen:  niemand kan ze uit Mijn hand rukken.

(wordt vervolgd!)

(1) Avonddienst met verkondiging (‘opening’) van Gods Woord naar wat we daarvan belijden met/in Zondag 13 van de Heidelbergse Catechismus.
(Gekozen/gelezen tekst bij de verkondiging: Hebreeën 1 : 1 – 2 : 4)

Bron tekst: Preek van ds. J.W. Verheij (1911-2008) gehouden in een avonddienst op 25 april 1965.

Zie ook:  Losgekocht met Zijn bloed… (I) en Losgekocht met Zijn bloed… (II) en
losgekocht met Zijn bloed… (III)

(…) 18 in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, 19 maar met het kostbaar bloed van ​Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam. (1 Petrus 1 : 18)

Bron afbeelding: Biblia.com

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Losgekocht met Zijn bloed… (III)

(…) 1 Bedenk toch hoe groot de ​Liefde​* is die de Vader ons heeft geschonken!
Wij worden ​kinderen​ van God genoemd, en dat zijn we ook.
(Uit 1 Johannes 3)

(…) Wij zijn kinderen van God!

Laten we daar nu eerst op letten. Is dat wel zo? Daar zijn velen die dat niet zo durven zeggen. Dat is niet de schuld van de belijdenis. Dat is de schuld van de kerk zelf. Men heeft de Gemeente laten verworden tot een volkskerk. Doopte ‘alles’ wat in het doophuis kwam. Maakte de geloofsbelijdenis los van het geloof – het werd ‘aannemen’.

Daar moest wel een reactie op komen – het piëtisme: een kerkje in de kerk. Alleen wedergeboren, ingeleide kinderen van God…
Dat is echter niet meer Schriftuurlijk. Daar is het Verbond los gelaten – niet alleen de eis, maar vooral de belofte van het Verbond.

Wij zijn kinderen van God.

Wie zijn dat? De gelovigen – jawel, maar ook hun kinderen. U en uw zaad! Uit genade – om Zijnentwil, staat hier. Het gaat niet buiten Christus om. Zeker – het gaat ook niet buiten het geloof om. Maar ook dit mag en moet ik geloven.

Wij zijn geadopteerd. Dat is een grote zaak.

Geen schande maar een eer, want Wie adopteert? En wie worden er meestal geadopteerd? Ongelukkigen. Ellendigen. Door allerlei oorzaak. God adopteert – uit genade. Ons zondige, schuldige en verloren mensenkinderen. Dat heeft Christus mogelijk gemaakt.

Maar zo is er ook verschil.

Jezus Christus is de enige, Die ‘gewoon’ Kind van God is; d.w.z. Die bij de Vader hoort. Ook al kunnen wij geen formule of uitdrukking bedenken om te zeggen hoe God Vader is en hoe de Zoon uit de Vader is. Dat hoeft ook niet.

Van ons wordt alleen gevraagd te geloven.Niemand heeft ooit God gezien“. Dat wij toch weten Wie God is, hoe groot in liefde, dat weten wij door de Zoon. “De eniggeborene, Die in de schoot van de Vader was, Die heeft Hem geopenbaard.” Zo is die Zoon. Uitzonderlijk groot.

Moeten wij dat weten? Hoort de vraag van Christus Zelf:

Wat dunkt u van de ChristusWiens Zoon is Hij?

(wordt vervolgd!)

* De Liefde van 1 Korintiërs 13 en dat is Christus: …en had de Liefde niet

(1) Avonddienst met verkondiging (‘opening’) van Gods Woord naar wat we daarvan belijden met/in Zondag 13 van de Heidelbergse Catechismus.
(Gekozen/gelezen tekst bij de verkondiging: Hebreeën 1 : 1 – 2 : 4)

Bron tekst: Preek van ds. J.W. Verheij (1911-2008) gehouden in een avonddienst op 25 april 1965.

Zie ook:  Losgekocht met Zijn bloed… (I) en Losgekocht met Zijn bloed… (II)

(…) ‘Als u Mij zou kennen zou u Mijn Vader ook kennen‘ (Uit Johannes 8 : 19)

Bron afbeelding: Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

De stem van de Herder horen in het Woord…

Ik ben de goede Herder; een goede herder geeft zijn leven voor de schapen
(Johannes 10 : 11, weergave DB 1545).

Het is alsof Christus wil dat een christen hier op aarde verborgen moet blijven onder ongeluk, hartzeer, zonden en allerlei gebreken en ergernissen. Op die manier is het alsof er geen verschil is tussen hem en een goddeloze. Want hier op aarde is leven en sterven uitwendig gezien gelijk.

Ja, wat nog meer is, het schijnt dat een christen er nog slechter aan toe is* mét zijn Heere God, dan een heiden die God niet kent. Ja, het gaat zeker nog slechter met een christen. Hij heeft meer ergernissen en bestrijdingen dan andere mensen.

Laat je hierdoor niet in de war brengen, maar geloof dat het waar is wat Hij hier zegt: ‘Ik ken Mijn schapen.’ Nu zeggen de duivel en het verstand: ‘Hoe kan Hij je kennen wanneer het immers zo slecht met je gaat?

Dan geef je als antwoord:Ik weet dat Hij mij kent en het hindert mij niet in het geloof, dat ik moet sterven en allerlei lijden moet ondergaan. Want ik ken toch Zijn stem en ik hoor Zijn stem in het Woord en houd mij daaraan.

Want zó praat Hij met mij als een herder met zijn lammetje: ‘Ik ben je Herder en Ik ben voor jou gestorven. Ik heb Mijn leven voor jou gegeven.

Dat Woord hoor ik en geloof het. Dat is mijn enige en zekere teken dat Hij mij kent en ik Hem ook.

Maarten Luther: Hauspostille 1544, Predigten des Jahres 1533, vgl. WA 52, 280, 29 – 281, 4

* (…) 19 Als wij alleen voor dit leven op ​Christus​ onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn. (Uit 1 Korintiërs 15)

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres: info@maartenluther-citaten.nl

(…) 68 Simon Petrus antwoordde Hem: Here, tot wie zullen wij heengaan? U hebt woorden van eeuwig leven; 69 en wij hebben geloofd en erkend, dat U bent de Heilige Gods. (Uit Johannes 6)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Losgekocht met Zijn bloed… (II)

1 Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen
gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen
tot ons gesproken door de Zoon… (Uit Hebreeën 1)

Wat dunkt u van de Christus – Wiens Zoon is Hij?

(…) Tussen de Joodse kerk en de christelijke kerk is een kloof ontstaan:  ‘Deze lastert God; Hij heeft zich Gods Zoon genoemd‘. Dat is voor ‘de Jood’ het onoverkomelijke struikelblok. En als de ketter Arius uit de vierde eeuw en de Jehova-getuige van de twintigste eeuw gelijk hadden, dan zou die kloof overbrugd kunnen worden. Zo ziet u wel dat wij nu (1) een belangrijke zaak bespreken. Maar niet als kwestie, maar als Evangelie.

Nu wil ik beginnen met verwijzen naar Hebreeën 1 en 2.

Wat daar staat is voluit Evangelie, dat in Zondag 13 wordt nagesproken. Daar staat wie Christus is: De eniggeboren Zoon, Die uitsteekt boven alle profeten en Die uitsteekt boven de engelen. In de volgende hoofdstukken zal de schrijver zeggen: én boven Mozes én boven Aäron.

Maar nu: boven profeten en engelen! Wie hebben zo Gods raad  kunnen dienen en bekend maken onder die schepselen als de Zoon?

De Zoon het uitgedrukte beeld van de Vader. Eeuwig één met de Vader. De Geest spreekt Hem door David aan als God: Uw God, o God heeft U gezalfd!
Jezus heeft ook met vrijmoedigheid gezegd: “Ik en de Vader zijn één; wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien“.
Zoals wij wel zeggen: als je dat meisje ziet, zie je haar moeder; zo sprekend lijkt ze op haar en hebben ze alles gemeen. Maar ten opzichte van de Here God, kan men dat van geen schepsel zeggen. Maar van Jezus weten wij, dat Hij is het Woord, dat was bij God, ja, dat God is en blijft. Het Licht van het leven.

Wij lezen ook in de Schriften, dat Jezus Christus evenzeer de Almachtige en de Amen, de eerste en de laatste heet als God de Vader. Wij zullen dat niet begrijpen, nee, we kunnen het niet verklaren, maar we mogen en zullen dat geloven, want het is ons geopenbaard.
Alleen de hoogmoedige mens wil daar niet aan. Haalt Jezus naar beneden; brengt de vrome, ernstige mens omhoog!
Schijnbaar terecht! Wij zijn toch zonen, kinderen van God?
Heeft Paulus in Athene niet aangehaald de versregel van een heidens dichter: wij zijn ook van Gods geslacht?
En is ook niet bij Paulus te vinden: wij zijn tot kinderen van God aangenomen? En zegt Johannes niet: Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, dat wij kinderen Gods genoemd worden? En zegt dezelfde niet: zovelen Hem aangenomen hebben heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden?

De catechismus gaat op die vragen in – niet zozeer om de ketters (verkondigers van een onBijbelse leer) tegemoet te komen, maar om de ernstige Bijbellezer te helpen. Die kunnen het er toch ook moeilijk mee krijgen?!

(wordt vervolgd!)

(1) Avonddienst met verkondiging (‘opening’) van Gods Woord naar wat we daarvan belijden met/in Zondag 13 van de Heidelbergse Catechismus.
(Gekozen/gelezen tekst bij de verkondiging: Hebreeën 1 : 1 – 2 : 4)

Bron tekst: Preek van ds. J.W. Verheij (1911-2008) gehouden in een avonddienst op 25 april 1965.

Zie ook:  Losgekocht met Zijn bloed… (I)

(…) 3 Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de ​reiniging​ van onze ​zonden​ door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen. 4 Hij is zoveel meer geworden dan de ​engelen​ als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft, voortreffelijker is dan die van hen. (Uit Hebreeën 1)

Bron afbeelding:  Heartlight

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Losgekocht met Zijn bloed… (I)

Want U bent geslacht en met uw bloed hebt U voor God mensen gekocht
uit alle landen en volken, van elke stam en taal (Openbaring 5 : 9).

Wat dunkt u van de Christus – Wiens Zoon is Hij?

Een ding moet in deze avonddienst (1) voor ons vaststaan: wij horen het Evangelie van Jezus Christus, als Gods eniggeboren Zoon en onze Heer.

Wij gaan dus niet spreken over de dogmatische strijd, die er a.h.w. op de achtergrond ligt bij deze Zondag (1). Natuurlijk beweer ik niet, dat deze strijd overbodig was. Al spreekt men nog zo mooi en zo vroom over Jezus en al bedenkt men de mooiste namen voor Hem – men tast Hem in Zijn grootheid en liefde tegelijk aan als men niet meer Schriftuurlijk belijdt dat Hij is God uit God, Licht uit Licht, geboren en niet gemaakt; eeuwig één met de Vader.

Maar al dient men voor de zuivere belijdenis daarvan te strijden, men kan dat niet zuiver en goed, niet ootmoedig en geestelijk als men het Evangelie niet kent. Immers, omdat het Evangelie verduisterd is ontstaat er strijd. Daarom zijn er vandaag ook mensen die deze belijdenis niet met ons uitspreken. Zij verwerpen die belijdenis omdat zij het Evangelie verwerpen. Ze stellen zich met hun beschouwing bóven het Woord.

Albert Schweitzer bijvoorbeeld, deze man mag dan nog zoveel betekenen in zijn zelfverloochenende overgave voor onze gekleurde medemensen in Afrika bij Lambarene – hij verwerpt dit Evangelie. Hij wringt het in zijn moderne theologie. En hij is daarmee niet de laatste!

Hier gaan zij, die zich christenen noemen, uiteen. Hier wordt een onoverbrugbare kloof zichtbaar, die echter door velen niet belangrijk geacht wordt. Modernen en zogenaamde rechtzinnigen zeggen, ondanks die verschillen, elkaar de hand te kunnen reiken; maar hier geldt wat Paulus schreef: wie een ander Evangelie verkondigt, dan dat ik u verkondig(t heb), die zij vervloekt, al was het een engel uit de hemel. [en ook wanneer ik dat zelf alsnog zou doen].

Dat geldt niet alleen het ‘Evangelie der verzoening’, uit genade alleen, door het geloof alleen – het geldt ook de vraag:  “Wat dunkt u van de Christus – Wiens Zoon is Hij“?

(wordt vervolgd!)

(1) Avonddienst met verkondiging (‘opening’) van Gods Woord naar wat we daarvan belijden met/in Zondag 13 van de Heidelbergse Catechismus.
(Gekozen/gelezen tekst bij de verkondiging: Hebreeën 1 : 1 – 2 : 4)

Bron tekst: Preek van ds. J.W. Verheij (1911-2008) gehouden in een avonddienst op 25 april 1965.

(…) 43 Hij zei tegen hen*: ‘Hoe kan ​David, geïnspireerd door de Geest, Hem dan ​Heer​ noemen, als hij zegt: 44 De ​Heer​ heeft gezegd tot mijn ​Heer: Ga zitten aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden aan uw voeten heb gelegd? 45 Als ​David​ Hem ​Heer​ noemt, hoe kan Hij dan zijn Zoon zijn?’ 46 Niemand kon Hem daarop een antwoord geven, en niemand durfde Hem van die dag af nog iets te vragen. (Uit Matteüs 22)
* Op een bijeenkomst/vergadering van Farizeeën, de ‘expert-uitleggers’ van het OT.

Bron afbeelding: Bible Verses KJV on Twitter

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie