Wijze zachtmoedigheid…

(…) 13 Wie van u kan wijs en verstandig genoemd worden? Laat hij het daadwerkelijk bewijzen door een onberispelijk leven en door wijze zachtmoedigheid. 14 Maar als u zich laat beheersen door bittere jaloezie of eigen belang, kunt u beter niet zo hoog van de toren blazen; u zou de waarheid geweld aandoen. 15 Dat soort wijsheid komt niet van boven; ze is aards, ongeestelijk, demonisch. (Uit Jakobus 3)

De Waarheid* geweld aan doen…

Opgemerkt: Toen onze Heer Jezus Christus door een Farizeeër werd uitgenodigd voor een maaltijd bij hem thuis, ging Hij daar niet eerst maar eens zorgen voor een goede sfeer door een hartelijk dankwoord uit te spreken en er op te wijzen wat de Farizeeërs en Wetgeleerden toch allemaal aan goeds hadden weten te bereiken op het gebied van onderwijs aan het volk…

Onze Heer (z)at graag met zondaars en tollenaars aan tafel, maar wilde Hij dan niet ook – als een goed koorddanser (Lees: Duivelskunstenaar! Zie Lukas 11 : 14-26) balanceren tussen die twee uitersten onder het volk van God en graag ook goed contact onderhouden (want daar gaat het maar om!->?) met zo’n invloedrijke groep als die van de Farizeeën (en Wetgeleerden, etc.).

Want wanneer Hij zulke belangrijke mensen uit die invloedrijke kringen via zo’n maaltijd en een goed gesprek zou weten te betrekken bij Zijn werk en meekrijgen – misschien wilden ze dan zelfs wel voor Hem uitlopen (ipv navolgen) om Hem overal aan te kondigen** – dan was er toch al veel gewonnen geweest en dat had Hij vast allemaal kunnen bereiken door gewoon wat wijze zachtmoedigheid op het juiste moment in te zetten,  bijvoorbeeld tijdens zo’n maaltijd met hen, zoiets was toch een ‘uitgelezen’ moment daarvoor!->?
Meer doen dan z’n best kon zelfs Hij natuurlijk ook niet, maar geen poging wagen wanneer zo’n gelegenheid je in de schoot geworpen wordt, dat zou toch zonde zijn!->?

Maar blijkbaar houdt deze Jezus er toch wat andere ‘principes’ (1) op na dan met ‘wijze zachtmoedigheid‘ iedereen van Gods volk te vriend houden of op z’n minst daarmee een vriendelijke poging te doen om ze te vriend houden.

Geciteerd uit Lukas 11: 37: Toen Hij uitgesproken was, nodigde een Farizeeër Hem uit voor de maaltijd. Hij ging naar binnen en ging aan tafel aanliggen. 38 Toen de Farizeeër dat zag, verwonderde hij zich erover dat Hij zich niet eerst gewassen had voor de maaltijd. 39 Maar de Heer zei tegen hem: ‘Ach, jullie Farizeeën! De buitenkant van de beker en de schotel reinigen jullie, maar jullie eigen binnenkant is vol roofzucht en slechtheid…
(…) 45 Daarop zei een Wetgeleerde tegen hem: ‘Meester, door die dingen te zeggen beledigt u ook ons.’ 46 Maar Jezus zei: ‘Wee ook jullie, Wetgeleerden!
(…) 52 Wee jullie Wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijn jullie niet binnengegaan, en anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden.’ 53 Toen Hij het huis verliet, waren de Schriftgeleerden en de Farizeeën uitzinnig van woede; ze begonnen Hem over van alles uit te vragen, 54 in een arglistige poging om Hem te betrappen op een ongeoorloofde uitspraak.

(1) Geciteerd uit Lukas 12: 48… En van ieder aan wie veel gegeven is, zal veel teruggevraagd worden en van hem aan wie men veel toevertrouwd heeft, zal men des te meer eisen. 49 Ik ben gekomen om vuur te werpen op de aarde en wat wil Ik nog meer, nu het al ontstoken is! 50 Maar Ik moet met een doop gedoopt worden, en hoe beklemt het Mij, totdat het volbracht is. 51 Denkt u dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde? Nee, zeg Ik u, maar eerder verdeeldheid. 52 Want van nu aan zullen er vijf in één huis verdeeld zijn, drie tegen twee en twee tegen drie. 53 Zij zullen tegen elkaar verdeeld zijn: vader tegen zoon, en zoon tegen vader, moeder tegen dochter, en dochter tegen moeder, schoonmoeder tegen haar schoondochter, en schoondochter tegen haar schoonmoeder.

* Jezus zegt: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Uiteindelijk zouden die Farizeeën en de Schriftgeleerden de Waarheid niet alleen geweld aandoen, maar Hem zelfs helemaal uitbannen… 
** Hij wist hoezeer ze gesteld waren op hun erebaantjes/plaatsen onder het Godsvolk en Hij zou daar handig gebruikt van kunnen hebben gemaakt door hen eerst met ‘wijze zachtmoedigheid‘ voor zich te winnen om hen dan daarna – natuurlijk ook weer met wijze zachte hand en tact – voor z’n eigen karretje te spannen.

Leestip: Lukas 11 en 12 in z’n geheel!

N.a.v. ‘Preek’ tijdens dienst van NGK ‘De Ontmoeting’ (Voorthuizen-Barneveld) op zondagmorgen 16 augustus 2020

Bron afbeelding:  Pinterest (A True Gospel Ministry)

Afbeelding kan het volgende bevatten: de tekst '(Jesus said) have come to bring fire on the earth... Do you think I came to bring peace on earth? No, I tell you, but division. From now on there will be five in one family divided against each other, three against two and two against three. They will be divided, father against son and son against father, mother against daughter and daughter against mother, mother-in-la against daughter-in and daughter-in-law -in-law against mother-in- law." Luke 12:49-53 A e True Gospel Ministry'
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Waar begint de tucht?

Geciteerd 1: De schrijvers (1) vinden dat gelovigen elkaar moeten bevragen en aanspreken op de navolging van Christus. „Als er zonde is in ons leven, vormt die een blokkade in de geloofsgroei. En omwille van deze geloofsgroei moeten we elkaar op die zonde aanspreken.

Geciteerd 2: Vandaar een pleidooi voor vermaning en tucht, „niet als een verdelgingsmiddel maar als een geneesmiddel.” Tucht dient de instandhouding en gezondmaking van de gemeente als het lichaam van Christus. „De gemeente is de bruid van Christus. Daarom moet zij hoge eisen aan zichzelf stellen om te voldoen aan de verwachting die Christus heeft van Zijn gemeente.

Geciteerd 3: Horjus denkt dat de kerk zo allergisch is geworden over de tucht, omdat de kerk liever spreekt over liefde dan over zonde en tucht. „Het is ook erg moeilijk om heel concreet over tucht te spreken, maar deze moet wel een plek in de gemeente hebben.

Geciteerd 4: Paulus zegt onomwonden dat de gemeente van Korinthe de zondaar uit haar midden weg moet doen. Als de wereld nu het voortouw neemt en de kerk tot de orde roept, waarom zouden we dan als kerk achterblijven?”

Opgemerkt 1: Is zonde pas zonde en het elkaar daarop aanspreken waard wanneer die een blokkade voor de geloofsgroei vormt? Zonde is een in een bepaalde situatie blijkend gebrek aan liefde tot God en dat komt bij gelovigen nog het meest tot uiting in het niet liefhebben van de van God gegeven naaste(n) ‘als onszelf’. Onze Heer Jezus Christus wijst gemeenten terug naar hun ‘eerste liefde‘ en Paulus doet dat in zijn brief aan de Galaten ook. Blijkbaar kan er zelfs van een neergaande lijn sprake zijn t.o.v. het ‘mooie’ begin!

Opgemerkt 2: Tucht niet als verdelgingsmiddel maar als geneesmiddel. Ik meende dat het woord ‘groeimiddel’ gebruikt zou worden, maar zover gaat de invloed van tucht blijkbaar ook weer niet. Nee, zonde is niet alleen een blokkade voor de groei het maakt het lid en mogelijk zelfs andere leden van hetzelfde lichaam ziek. Die ziekte moet genezen worden. Door hoge eisen aan zichzelf te stellen omdat Jezus zulke hoge verwachtingen heeft gaat men tucht als middel tegen de ziekte en het zieke lichaam inzetten? Is dat werkelijk de ‘harde weg’ die onze Heer Jezus Christus, onze milde Geneesheer, ‘de(ze) hulpartsen’ – de schrijvers (1) – wijst en moet wijzen? Waarom zegt Hij ons dan: Zonder Mij kunnen jullie niets doen? (Johannes 15 : 5*)

Tucht begint bij een eerbiedige verkondiging van heel Gods Woord in en aan de gemeente en dat kan ook niet zonder dat er in de huizen bij de mensen thuis een zelfde tucht wordt gehanteerd, namelijk dat daar heel Gods Woord gehoord (gelezen) wordt, persoonlijk en ook met elkaar. Door te luisteren naar wat God te zeggen had en heeft staat men onder de tucht van Gods Woord en daarbij hoort ook het dagelijkse gebed** en dagelijkse bekering.

Ook het eerbiedig en ootmoedig en berouwvol deelnemen aan de vieringen van het Avondmaal behoort tot de tucht in de gemeente anders heeft men geen deel aan Christus en gaat men niet gerechtvaardigd naar huis (Zie Johannes 13 : 6-11).

Onze Heer en Heiland vraagt ons helemaal niet om onszelf hoge eisen te stellen om te kunnen komen tot het voldoen aan Zijn hoge verwachtingen, persoonlijk en als gemeente. Hij vraagt om onze liefde (Zie o.a. Johannes 21 : 15-17 ) en dan schenkt Hij ons door Woord en Geest de kracht om die liefde ‘handen en voeten’ te geven in onze levenspraktijk: zonder Mij kunnen jullie niets. (Johannes 15 : 5*)

Opgemerkt 3: Verkondig het Woord! Heel Gods Woord is nuttig om op te bouwen (daar komt de groei vandaan!), zie 1 Korintiërs 3 : 5-23 en 2 Timoteüs 4 : 1-5. Jezus Christus komt tot ons in het gewaad van het Woord: Zonder Mij kunnen jullie niets. (Johannes 15 : 5*)

Opgemerkt 4: Bepaalt nu op die manier niet toch weer de wereld ‘de agenda’ van de kerk/gemeente? Nee, dit argument hebben we niet nodig, nee dat behoren we zelfs niet te gebruiken! En wie wijzen wij aan als ‘de zondaar‘, die ‘uit ons midden moet worden weggedaan‘? Dan mogen we wel heel goed thuis zijn in Gods Woord en ons voortdurend daar weer onder vernederen, want anders is of wordt het middel erger dan de kwaal! Daarover zou nog meer op te merken zijn, maar daar ontbreekt hier de ruimte voor.
Voor Jezus aan Petrus de opdracht geeft ‘hoed mijn lammeren‘, vraagt Hij hem: heb je Mij werkelijk lief? – want zonder Hem kan ook Petrus niets beginnen! (Johannes 15 : 5*)

* 1 Korintiërs 13maar had De Liefde niet...

** Het dagelijks het Onze Vader gebed bidden, persoonlijk en gezamenlijk is een krachtig tuchtmiddel!

(1) De schrijvers baptistenvoorganger Yme Horjus uit Barneveld, prof. dr. Henk Bakker (baptist), dr. Erik Groeneveld (Kerk van de Nazarener) die samen het boek ”Kunnende kerk. Gemeente-ethiek in de praktijk” (uitg. Brevier, Kampen) schreven. Horjus rondt momenteel een proefschrift af over het draagvlak voor tucht in de christelijke gemeente.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Voorganger baptisten: Spreken over zonde en tucht is taboe geworden‘- door Klaas van der Zwaag

Bron afbeelding:  My Bible Journal – blogger

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

De NT ‘eredienst’ is coronaproof…

(…) 1 Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. (Uit Romeinen 12)

To be a or not to be a Christian – that’s the question!

Geciteerd: Zorg baart mij de tegenvallende animo. Op veel plaatsen staat men niet in de rij voor de eredienst. Sommigen weigeren zich aan te melden. „Dan kom ik niet…” Anderen zien er op het laatste moment weer van af. Of geven voorkeur aan thuis meekijken en -luisteren. Vooral leden van risicogroepen. Horen daar ook veel jongeren bij? Ik mis ze. In Neerlangbroek nodigde de kerkenraad hen specifiek uit. En… ze kwamen. Maar de kerkhonger is niet wat ik ervan verwachtte. Teleurstellend. Verliezen we mensen? Went thuisblijven en ”kerken” vanaf de bank? Al dan niet met ontbijt, koffie en in pyjama onder de preek? Wat bindt ons nog samen? Het is verleidelijk om later op de dag in te loggen, een keer over te slaan of digitaal te shoppen. Ik maak me zorgen over deze sluipende en insluipende ritmeloosheid, de dreigende teloorgang van discipline en flexibilisering. Ook als het gaat over respect en eerbied bij en onder het Woord en de heiliging van Gods dag. Geloof, hoop en liefde worden beproefd. Zeker nu het einde van de crisis nog niet te zien is. Zijn we coronaproof?

Opgemerkt: Lees nog weer eens de woorden over de voetwassing in Johannes 13 : 1-11. Onze Heer Jezus zegt daar: wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. We zullen ons dus steeds weer door Jezus de voeten laten wassen en daar wil Hij ook onze dagelijkse bekering maar met name ook onze zondagse samenkomsten met de viering van het Avondmaal voor gebruiken.
Wanneer we ons dan weer hartelijk bekeren van onze dagelijkse of langer aangehouden zonden, dan hebben we werkelijk deel aan Hem. Doen we dat niet – zoals Judas – dan gaan we niet gerechtvaardigd naar huis. Zoals de tollenaar wel gerechtvaardigd naar huis ging na zijn gebed in de tempel en de Farizeeër die blind was (geworden!
*) voor zijn zonden – niet. (Zie ook wat Jezus zegt in Johannes 9 : 40-41).
Maar de voetwassing – de vergeving van 
ónze zonden – die mogen we dan niet alleen voor onszelf weer ontvangen, maar onze Heer Jezus Christus laat ook duidelijk weten dat we dan ook elkaar de voeten hebben te wassen (= elkaar vergeven – zie 1 Johannes 11 : 12-18).
Daarom zie ik onze zondagse samenkomsten als dienst van God aan ons – we zitten daar als gedoopten (‘gebaad’) aan de voeten van Jezus om te luisteren en laten ons de voeten wassen door Hem – en dus niet als ónze ‘eredienst’ aan Hem.
Paulus zegt dat onze ware eredienst is dat we ons met onze hele dagelijkse levenspraktijk zullen wijden aan de dienst van onze God.

Zie verdeook deze zeer verhelderende preek

* Lukas 18 : 9-14. De Farizeeër spiegelde zich niet meer aan Gods heilige wet (Psalm 143 : 1-2) maar aan de mensen om zich heen (mensen die roofzuchtig, onrechtvaardig en overspelig zijn of zoals die tollenaar daar…)

Bron citaat: RD Opinie – ‘Column: Coronaproof‘ – door ds. J. Belder

Bron afbeelding: Inspired by Life… and Fiction

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk | Plaats een reactie

Uw enige en ware troost…

In de ark werden slechts enkele mensen, acht in totaal*, van de watervloed gered en dat water is voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered.
(Uit 1 Petrus 3 : 20-21)

* Noach ‘met zijn huis’

Kijk daar is je ‘Rode Zee’, je ‘zondvloed’….

De troost van Gods Woord moeten we op alle aanvechtingen toepassen, zodat we leren om de gevaren die ons bedreigen, te verachten en de hoop te behouden. Zelfs dan als het er hopeloos met ons voorstaat. Ook als de dood op ons aanvalt, moeten wij ons verkwikken en tegen onszelf zeggen: “Kijk, daar is je ‘Rode Zee’, je ‘zondvloed’, je ‘doop’ en je ‘dood’, nu is je leven nog maar een handbreed verwijderd van de dood.”

Vrees echter niet: het gevaar is maar een handvol water vergeleken met een zondvloed van genade. Daarom zal de dood u niet doden, maar uw dienstknecht en medewerker zijn tot het leven.

Hoe zou de dood een christen schade kunnen doen, aangezien men toch op geen andere manier aan de dood kan ontkomen dan door de dood? Want het afsterven van het lichaam is het laatste vóór de verlossing van de geest en de opstanding van het vlees. Zoals ook het voorbeeld van Noach laat zien dat hij in de zondvloed door niets anders werd gedragen dan juist dóór de zondvloed, die alle andere mensen heeft omgebracht.

Zo was het ook met de tocht van het volk Israël door de Rode Zee, want de zee die van nature niet anders kan dan mensen overspoelen en verdrinken, moest stilstaan en het volk zo beschermen dat de golven hen niet zouden overstromen.

Wat daarom van nature niet anders dan toorn is, wordt voor de gelovigen genade en wat niet anders dan dood is, wordt leven. Bijgevolg: alle dingen, die in deze wereld te beklagen en te bewenen zijn, moeten voor u, als u tenminste in de Ark bent – dat is: als u gelooft én de beloften van God, in Christus geschonken, aangrijpt – meewerken tot uw zaligheid en vreugde (vgl. Romeinen 8 : 28).

Dat geldt ook van de dood, die u van hier wegneemt om u tot het leven te brengen – en van het graf, dat u verslindt en voor u de weg ten hemel moet worden.

Maarten Luther: Vorlesungen über 1. Mose von 1535-45, vgl. WA 42, 370, 14-36, weergave W(2), 1, 615 ff (verkort).

Gebed bij de Doop*

O Almachtige, Eeuwige God: Gij die naar uw streng oordeel de ongelovige en onboetvaardige wereld met den zondvloed gestraft hebt, en den gelovigen Noach, zijn acht zielen, uit uw grote barmhartigheid behouden en bewaard; Gij, die den verstokten Farao met al zijn volk in de Rode Zee verdronken hebt, en uw volk Israël droogvoets daardoor geleid, door hetwelke de Doop beduid werd; wij bidden U, bij uw grondeloze barmhartigheid, dat Gij deze kinderen genadiglijk wilt aanzien, en door uw Heiligen Geest uw Zoon Jezus Christus inlijven; opdat zij met Hem in zijn dood begraven worden, en met Hem mogen opstaan in een nieuw leven; opdat zij hun kruis, Hem dagelijks navolgende, vrolijk dragen mogen, Hem aanhangende met waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde; opdat zij dit leven (hetwelk toch niet anders is dan een gestadige dood) om uwentwil, getroost, verlaten, en ten laatsten dage voor den rechterstoel van Christus, uw Zoon, zonder verschrikken (1) mogen verschijnen, door Hem, onzen Heere Jezus Christus, uw Zoon, die met U en de Heiligen Geest, één enig God, leeft en regeert in eeuwigheid. Amen.
* Uit Liturgie van de Gereformeerde Kerken in Nederland – Formulier om de heilige doop aan kleine kinderen van de gelovigen te bedienen.

(1) Zie Handelingen 17  : 31 en 1 Petrus 3 : 21b en 22a.

Bron tekst:  info@maartenluther-citaten.nl  – www.maartenluther.com
Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden? Er zijn geen kosten aan verbonden als iemand deze wekelijkse citaten zelf ook graag wil ontvangen.

Bron afbeelding:  SlideShare

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

OT: Bijzonder boek van Godsopenbaring!

Israëls boetelied* en Gods antwoord

(…) 1 ‘Kom, laten wij teruggaan naar de HEER! Hij heeft ons verscheurd, hij zal ons genezen; de hand die sloeg, zal ons verbinden.
2 Hij redt ons na twee dagen van de dood, de derde dag doet hij ons opstaan: in Zijn nabijheid zullen wij leven.
3 Dan zullen wij Hem kennen, ernaar jagen om de HEER te kennen. Even zeker als de dageraad zal Hij komen, Hij komt naar ons als milde regen, als de lenteregen die de aarde drenkt.’

Liefde wil ik…

4 Wat moet ik met je beginnen, Efraïm? Wat moet ik met je beginnen, Juda? Want jullie liefde is als een ochtendnevel, als dauw die ’s morgens vroeg verdwijnt.
5 Daarom heb ik jullie gedood met de woorden die ik sprak, jullie neergehouwen door mijn profeten; zo brak het volle licht van mijn recht door. 6 Want liefde wil ik, geen offers; met God vertrouwd zijn is meer waard dan enig offer.

Verbond geschonden…

7 Maar zij hebben het verbond met Mij geschonden, zoals eens in de stad Adam: daar waren ze Mij al ontrouw. 8 Gilead is een broeinest van misdadigers, een stad vol bloedsporen. 9 De priesters liggen als een bende rovers op de loer, plegen moorden op de weg naar Sichem. Gruwelijk is het wat ze doen! 10 Bij het volk van Israël heb Ik afschuwelijke dingen gezien: Efraïm is overspelig geworden, Israël heeft zich besmeurd. 11 Ook jij, Juda, zult oogsten wat je hebt gezaaid.

* We kunnen beter zeggen: het boetelied dat de profeet Hosea het volk voorhoudt, het volk van zijn dagen was zover nog niet om dat mee te zingen!

Bron tekst:  Hosea 6 (NBV, Nederlands Bijbelgenootschap)

Bron afbeelding:  SlideServe

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

Vervolging van broeders en zusters…

Zij zullen u uit de synagogen werpen; ja, de ure komt, dat een iegelijk
die u zal doden, zal menen Gode een dienst te doen.’
(Johannes 16 : 2)

Als God me in zonden zou willen laten vallen, dan zou Hij me alleen in díé zonden laten vallen, waarvan ik weet, begrijp en erken* dat het zonden zijn.

Hij zou me echter niet in zulke zonden* laten vallen die niet als zonde erkend worden, maar die ook niet voor een grote deugd of iets heiligs gehouden worden.

Niets ontstemt onze Heere God meer dan dat mensen de zonde verdedigen en zeggen dat ze net als Saulus – toen hij de gemeente vervolgde (1) – geen onrecht hebben gedaan.

(1) En Saulus stemde in met zijn terechtstelling. (Steniging van Stefanus en daarop volgende vervolging van de gemeente te Jeruzalem en Damascus -zie  Handelingen 8 : 1-3 en 9 : 1-2)

*Opgemerkt:  Dat zelfs Maarten Luther later nog opriep tot een algemene vervolging van onze Joodse broeders en zusters moet ons allen tot bescheidenheid stemmen en extra alert maken: wie sta zie toe dat hij niet valle!

Bron citaat:  Luther Heritage Foundation – Brouwersgracht 156 Veenendaal, Ut 3901 TM Netherlands

Bron afbeelding:  Verse of the Day – Knowing Jesus

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Met wie gaan wij de boot (het Schip) in?

En toen Hij in het schip ging, volgden Zijn discipelen Hem.” (Mattheüs 8 : 23)

Geciteerd 1:  De landingsboot van Andrew Higgins besliste de oorlog op D-day. Zijn boot bood geheel nieuwe mogelijkheden en bezorgde volgens generaal Eisenhower de geallieerden de zege op Adolf Hitler.

Geciteerd 2: De discipelen volgden Hem! Hebben wij dit wel goed verstaan? Jezus ging in een schip en de discipelen volgden Hem. Het is dus niet zo, dat wij in een schip gaan en Jezus bij ons uitnodigen! Nee, zo is het niet! Jezus gaat voorop en wij hebben maar te volgen!

Toen Hij in het schip ging, volgden Zijn discipelen Hem.” In de Kerk moet dat niet anders zijn! De Kerk mag niet onze onderneming zijn, maar ALTIJD IN DE EERSTE PLAATS ZIJN WERK.* Hij gaat daarin voorop en wij mogen Hem daarin volgen. Wij mogen er bij zijn, daar waar Hij is en waar Hij spreekt en handelt. Hij wil ons er wel bij hebben, om ons te gebruiken in Zijn dienst.

Hij ging in het schip en de discipelen volgden Hem. Dat is de grondregel van de Kerk, eigenlijk van heel onze handel en wandel. God roept mensen om er bij te zijn, in de Kerk. Vaak wordt voor de Kerk de afbeelding van een schip gebruikt. Dat is niet zo verwonderlijk, omdat de Kerk net als een schip altijd onderweg is.

De Kerk staat midden in de wereld, hoort eigenlijk nergens thuis, omdat iedereen er zich thuis mag voelen. Mensen van alle rangen en standen, rassen en volken, zij horen allemaal thuis in de Kerk. En daarom is de Kerk als een schip, altijd op reis. Maar het is als de tegeltjeswijsheid: God heeft u geen voorspoedige reis beloofd.

De reis kan alle kanten uitgaan: in voorspoed en tegenspoed. Dat zien wij hier ook bij Jezus, “En zie, er kwam een grote onstuimigheid op de zee.” Ja, zo iets kan gebeuren, zo iets gebeurt vaak ook in ons leven. Hoe gevaarlijk de wereld is, waarin de Kerk haar opdracht vervult, is niet altijd direct voelbaar. Er zijn ook stormen, die op grote afstand van ons verwijderd woeden: orkanen, aardbevingen, bosbranden, epidemieën enzovoort. En dat is op onze aardbol nooit anders geweest.

Het is in onze wereld gevaarlijk. Mensen zijn gevaarlijk. Zij luisteren niet naar God en Zijn geboden. Satan heeft macht over hen en gebruikt mensen voor zijn dodelijke werk. Daarom is onze wereld zo gevaarlijk…

Lees verder:  https://www.pastoralekroes.nl/prekenhetschipindestorm/

* Of bouwen we de boot (het Schip) toch liever zelf net als de Amerikaanse marine indertijd? Zie inhoud onderstaande artikel!

Bron citaat 1:  Landingsboot van Andrew Higgins besliste de oorlog op D-day.

Bron afbeelding:  Pinterest

Geen fotobeschrijving beschikbaar.
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Het profetische ‘strafambt’ in gezin en gemeente…

Die niet terugschold, toen Hij werd uitgescholden, niet dreigde, toen Hij leed,
maar het overgaf aan Hem, Die rechtvaardig oordeelt.
(1 Petrus 2 : 23, weergave DB 1545)

Schelden en dreigen?

Nu zou je kunnen zeggen: ‘Wat? – heeft Christus ook niet terug-gescholden, als Hij in het Evangelie de farizeeën en Schriftgeleerden huichelaars, moordenaars, slangen en adderengebroedsels noemt? (1) En hoeveel keer roept Hij een “Wee u…” over hen uit?’ (vgl. Mattheüs 23 : 13 vv en Lucas 11 : 37-54).  Antwoord: ja, deze voorbeelden willen we wél graag navolgen, dat we zouden mogen terugschelden en terugslaan. Want dat zou niet zo moeilijk zijn om te doen, daar hebben we zelfs geen leermeesters voor nodig.

Maar je moet het op deze manier begrijpen (zegt Petrus): ‘Tot op het uur, dat Christus moest lijden, heeft Hij in overeenstemming met Zijn profetische ambt dat Hij uitoefende, de waarheid gezegd en de leugen bestraft, en juist daarom heeft Hij het kruis op Zijn rug gekregen en heeft het nu met Zijn lijden moeten bekopen. Toen heeft Hij niet teruggescholden, maar Hij heeft Zich als een slachtschaap (zegt Jesaja in hoofdstuk 53) laten doden en Zijn mond tegen Zijn lasteraars en moordenaars niet opengedaan.

Dit moet men met goed onderscheid verstaan: er is tweeërlei schelden of vloeken en dreigen. In de eerste plaats: vanwege het ambt, dat in Naam van God wordt uitgericht. In de tweede plaats: persoonlijk buiten het ambt, als iemand dit in eigen naam doet. Het ambt dat Christus op aarde heeft uitgericht (en na Hem ieder die daartoe is geroepen), staat toe en verplicht om de waarheid te zeggen en het kwade te bestraffen. Dit is noodzakelijk, zowel tot Gods eer, als tot het heil van zielen.

Want als iedereen de waarheid wilde verzwijgen, wie zou dan nog tot God komen? En zo is het strafambt een werk van Goddelijke en christelijke liefde. Want daartoe heeft God het ook aan de vader- en moederstand (2) opgelegd, waar toch de hoogste liefde door God in de menselijke natuur is ingeplant.

Dan moeten zij toch, als ze goede ouders zijn en hun kinderen echt liefhebben, er niet bij staan te lachen en het goedkeuren als hun kinderen ongehoorzaam zijn – maar dit zowel met woorden alsook met de roede straffen.

Dit zijn ambtelijke liefdesslagen, waartoe men verplicht is en die God heeft geboden. Zoals Salomo zegt: ‘Wie de roede spaart, die haat zijn zoon, wie hem echter liefheeft, die kastijdt hem’ (vgl. Spreuken 13 : 24). Zodoende mag en moet ieder straffen [lett.: schelden*], waar het ambt of de nood van de naaste dat vereist en het nuttig is tot betering en bekering.

Maarten Luther: [Crucigers Sommerpostille (Druck 1544), vgl. WA 21, 305 ff]

*  (…) 2 Doch de HEERE zei tegen satan: De HEERE schelde u, gij satan! ja, de HEERE schelde u, Die Jeruzalem verkiest; is deze niet een vuurbrand uit het vuur gerukt? (Uit Zacharia 3)

(1) Uit Lukas 11: (…) 52 Wee jullie wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijn jullie niet binnengegaan, en anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden.’ 53 Toen Hij het huis verliet, waren de Schriftgeleerden en de farizeeën uitzinnig van woede; ze begonnen Hem over van alles uit te vragen, 54 in een arglistige poging om Hem te betrappen op een ongeoorloofde uitspraak.

(2) Ouderschap is bij Luther ook een ambt, ja zelfs het hoogste ambt.

Bron tekst:  info@maartenluther-citaten.nl (www.maartenluther.com)
Wilt u deze Luthercitaten a.u.b. ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden? Er zijn geen kosten aan verbonden als iemand deze wekelijkse citaten zelf ook graag wil ontvangen.

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Geloofszekerheid…

(…) 14 want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ 15 Maar wanneer u elkaar aanvliegt, pas dan maar op dat u niet door elkaar wordt verslonden. 16 Ik zeg u dus: laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten. 17 Wat wij uit onszelf najagen is in strijd met de Geest, en wat de Geest verlangt is in strijd met onszelf. Het een gaat in tegen het ander, dus u kunt niet doen wat u maar wilt. (Uit Galaten 5)

Geciteerd: Intussen is het toch eenvoudig genoeg. Wij worden uit de vrucht niet van ons geloof overtuigd, maar verzekerd. De eenvoudige zin van deze woorden moet wezen, dat de zekerheid van het geloof toeneemt, naarmate de vruchtbaarheid toeneemt. Deze twee houden gelijke tred.

Geloofsgehoorzaamheid!

De weg van geloofsgehoorzaamheid is de weg tot geloofszekerheid, zoals omgekeerd de gifplant van de twijfel groeit op de bedorven akker van een slordig en onvruchtbaar leven. Hoe meer ik vruchten voortbreng, hoe vaster mijn tred wordt, en hoe steviger mijn geloof.

Door „goede werken” te doen, raak ik hoe langer hoe meer mijzelf kwijt. De somberste gevangenis is die, waarin ik mijzelf heb opgesloten. Wie de kluisters van z’n „eigen ik” heeft laten doorbreken, ademt weer vrij. We leren zien, dat het een vreugde is, de Here te mogen dienen, en dat vrede heeft, ieder, die ’s Heren wet bemint.

Wat het leven somber maakt, en de mooiste verhouding lelijk, is niet de dienst des Heren, maar de zonde. Vrijheid, vreugde, vrede, ziedaar enkele voetstappen op de weg der geloofszekerheid voor hen, die vrucht dragen in goede werken.

Wij geven de Here terug, wat Hij onszelf eerst geschonken heeft. Niet met een kwart of de helft of driekwart. Maar met ons hele leven. De Here eist ons leven op. Hij vraagt het onze niet, maar onszelf. Hij vraagt niet veel, maar alles. Zoals Hij Zichzelf weggeschonken heeft aan ons, eist Hij, dat wij ons zullen wegschenken aan Hem. (1)

Ons hele leven in z’n breedte, van de prille jeugd tot de hoge ouderdom. Ons hele leven in z’n diepte, te beginnen bij het liefhebbende hart en eindigend in de werkzame hand en de voet, geschoeid met bereidheid van het evangelie.

(1) Opgemerkt: Daarom is het beter om met elkaar te spreken over Liefde die de Vader en de Zoon alles gekost hebben en waarvan de heilige Geest ons overtuigt, dan dat we zo makkelijk spreken van Gods ‘onvoorwaardelijke liefde’ voor ons.
(1) Zie ook n.a.v.  ‘Hij vraagt niet veel, maar alles’:  Matteüs 5 : 43-48!

Bron citaat:  “Zondagskinderen*  van ds. H. Veldkamp. (1895-1956)* Over de ‘Zondagen’ van de Heidelbergse Catechismus

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Echt getrouwd…

Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.
(Markus 10 : 9)

(oftewel hoe ben je pas echt gehecht in/door de echt*)
*

Geciteerd: Of je nou doodmoe na een enerverende trouwdag het huwelijksbed bestijgt of na een dagje verhuizen bij je vriend of vriendin in bed stapt, maakt eigenlijk niet uit. Er is maar één criterium voor het huwelijk: twee mensen worden één vlees. Ze hebben gemeenschap met elkaar. En dat maakt ze tot man en vrouw.*

Dit werd in 1991 geschreven in een evangelisch jeugdmagazine. De schrijver slaat echter een paar zeer belangrijke stappen over.

Er zijn in de Bijbel drie criteria voor een huwelijk die we al vinden bij Adam en Eva in Genesis 2 : 24. Ook de Here Jezus noemt deze drie beginselen voor een huwelijk. (Matteüs 19 : 5) En tenslotte herhaalt Paulus dit drievoudige principe in Efeziërs 5 : 31. ‘ Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen en die twee zullen tot één vlees zijn‘.

Een huwelijkssluiting is dus niet een privé aangelegenheid. De ouders staan officieel hun kind af aan de levenspartner van hun kind die op zijn of haar beurt hen officieel verlaat om vanaf die dag een andere gezinseenheid te vormen.

De tweede fase is het elkaar aanhangen. In het Hebreeuws wordt er een woord gebruikt dat ‘kleven’ of ‘onlosmakelijk verbinden’ betekent.

Het is officieel en juridisch verbinden.
Aanhangen is een verbondsterm.
Spreuken 2:17 zegt dat ook.
Het huwelijk is een verbond.

Dus eerst verlaten, dan verkleven en vervolgens één vlees worden.
Dán ben je echt getrouwd!

Zie ook:  ‘Wat Jezus deed – Markus 10 : 9

* I – In de echt verbonden zijn (getrouwd zijn), in de echt treden (trouwen)
* II – echt bijv. naamwoord: Niet vals, geen namaak Voorbeelden: `echte parels`, `je echte naam`.

Bron citaat:http://www.zoeklicht-nl/artikelen/spreuken/2:17 – door Els ter Welle 

Bron afbeelding: DailyBibleDevotions – theseason-org

Afbeelding kan het volgende bevatten: de tekst '"She has abandoned her husband and ignores the covenant she made before God." Proverbs 2:17 NLT GOD'S Love For Us'
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie