‘Gevonden op de weg naar Jericho’

‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten.‘ (Uit Lukas 10 uit de verzen 25-37 : 30)

Opgemerkt: Mooi dat slot van onderstaande gedicht om te bidden altijd weer te zullen/mogen beseffen een geredde Christiaan te zijn en ook genoemd te worden, gevonden langs de weg en opgeraapt door onze genadige Redder.
En door Hem ook toevertrouwd aan een Herberg (Zijn Gemeente, als een plaatselijke gemeente) waar we op Zijn kosten verzorgd zullen worden.
Denk aan Paulus die van de weg geraapt werd toen hij op weg was naar Damascus.
Onze Heer vertrouwde hem toe aan Ananias, lid van Zijn gemeente te Damascus en later kwam hij in Jeruzalem nog weer onder de zorg van Barnabas.
En altijd weer zal Paulus vragen of de gemeenten weer voor hem en zijn zendings- en gemeentewerk zullen bidden. Hij beseft hun steun en zorg voor hem ook altijd weer nodig te hebben.
In die Herberg dragen wij zorg voor elkaar en dat altijd op kosten van onze Heer. Niemand kan als geredde Christiaan zich daar verheffen boven de ander en doen alsof hij of zij niet ook voortdurende zorg en medicijngebruik nodig heeft (en dus ook gebed en zo nodig correctie, etc.). We leven er allemaal elke dag op kosten van onze Heer en daar zullen we ons naar gedragen!

‘Gevonden in een oude doos’

KIES GIJ VOOR MIJ

Ik weet niet wat ik kiezen zal,
Om niet te spreken van de ‘isten’,
Van Calvijn en de Calvinisten,
Van Menno Simons en de Mennonisten,
Van Luther en de Ubiquisten,
De Baptist en de Piëtist,
De Labadist, de Sabbatist;
‘k Wou dat ik het wist.

Ik weet niet wat ik kiezen zal:
Een Zwingliaan, een Lutheraan,
Een Voetiaan of Cocceaan.
Zou dat in deze tijd nog gaan?
Nee, ik word… Kohlbrugge-aan!
Geen goede werken meer te zweten!
Mij wordt door niemand iets verweten,
De wet is dan een lijk voor mij,
Van Mozes ben ik eindelijk vrij.

Maar, och, mijn Puriteinse bloed…
Het Evangelie spreekt in mijn gemoed:
“Verbeter u, verbeter u, zó gaat ‘t niet goed!”
Is ’t Jezus’ stem, heb ik het goed verstaan?
Hoor slechts ‘t apostolische vermaan:
“Het goede werk dat moet gedaan.”
Ben ik nu toch een Voetiaan?

Misschien is Paauweaans nog wat,
Al was ‘t alleen voor ‘t maandelijks blad.
Maar ach, ik ben zo moe, het is gedaan,
Ik strijd niet meer met ene Comriaan.

Nu weet ik wat ik worden wil: Presbyteriaan.
Naar Schotland wild’ ik toch al gaan.
Daar zing ik onberijmde psalmen,
Met ieder die er mee wil galmen.
Mijn tere hart vindt metgezellen,
Geen orgel zal mijn ziel meer kwellen.

Waarom word ik geen Ledeboeriaan?
En zing met andere gemoedsbezwaarden
De oude psalmen van Datheen,
Want betere, je vindt er geen!

En als het eens mocht komen te gebeuren,
En is er ‘n dominee, dan kerk ik door de week,
Maar zondags zit ik thuis en lees een oude preek.

Soms ben ik voor een week of wat Steenblokkiaan,
En zeg: “Die predikers vandaag de dag
Zijn veel te ruim, te licht…
Ze bieden het maar aan!”
Eerst moet je nog…; eerst moet je toch…
En als je niet verkoren bent, ‘t is al vergeefs:
‘t Is dan alleen nog maar verloren gaan.

Ik weet niet wat ik kiezen zal.
Het is ook altijd juist een ander die er kiest,
Die jouw vernoemt naar één of andere ‘jaan’.

Misschien ben jij (je weet het immers niet)
Een Sociniaan, of Semi- of gewoon Pelagiaan,
Of Antinomiaan, een Arminiaan of Kuyperiaan,
Of slaapt er diep in jou de oude Ariaan.

Misschien ben jij (je weet het immers niet)
Een Neocalvinist, een Hypercalvinist,
Een Kerkist of een Darby-ist.
Ja, mogelijk zit er diep in jou een Atheïst,
En ben je slechts Religie Hobbyist.
Och, ‘t is altijd een ander die ‘t voor jou beslist.

O, schrik maar niet, hoever een mens kan gaan.
Soms klemt de vraag, bij dag en nacht,
Bij zon en maan:
“Ben ik slechts kaf of ben ik graan?”

Maar wij zijn Synodaal,
Of Oud- of Christelijk Gereformeerd,
Of van de Bond, Hersteld, of van ‘t Gekrookte Riet.
Wij zijn geen ‘janen’, zo u ziet.
Wij zijn niet van dat soort —
Het rijmt ook immers niet!

Ik laat u zo niet gaan,
U leeft nu in een waan!
Want in de taal van God, geschreven in Zijn Boek,
Daar staat uw soort, en achter uwe naam,
Geschreven in een vreselijk schrift:
Een ‘JAAN’.

O, Heer’, als ik eens kiezen moest,
Van al die ‘janen’ één!
Kies Gij voor mij, geef mij een nieuwe naam,
Noem Gij mij: CHRISTIAAN.

De bruid, de vrouw des Lams.
Genoemd met Uwe Naam.
Die Naam zo groot, zo heilig en zo rein —
Ik ben ‘t niet waard, naar U vernoemd te zijn.
Maak mij gelijk U eenmaal was,
Zolang ik hier beneden ga
En loop in deze baan.
Maak mij door Uwe Geest:
Een SAMARITAAN.

Bron citaat: info@maartenluther-citaten.nl (homepage: http://www.maartenluther-com)

Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde.‘ (Uit Lukas 10 : 25-37 : 33-34)

Bron afbeelding: CBM Australia

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe ‘zien’ wij onszelf… (n.a.v. Epstein-dossiers)

Want wie de Boodschap van het Evangelie gehoord heeft en er niets mee doet, is net als iemand die het gezicht waarmee hij geboren is in de spiegel bekijkt: hij ziet zichzelf, maar zodra hij wegloopt is hij vergeten hoe hij eruitzag. Wie zich daarentegen spiegelt in de volmaakte wet die vrijheid brengt, en dat blijft doen, niet als iemand die hoort en vergeet, maar als iemand die ernaar handelt – hem valt geluk ten deel, juist om wat hij doet.’ (Uit Jakobus 1 uit de verzen 18-27 : 23-27)

Geciteerd: De aantasting van de morele grenzen raakte Nederland minstens even hard. Bloot werd gewoon in de Nederlandse filmindustrie, ook weer onder de vlag van bevrijding. Pedofilie werd in de jaren tachtig en negentig tot in de Tweede Kamer toe verdedigd als een uiting van liefde. Wie grenzen wilde stellen, werd gezien als een gevaar voor de bejubelde vrijheid.
Maar er zijn te veel mensen beschadigd, voor het leven. De Epstein-documenten leren een harde les: de bevrijding werd voor de slachtoffers een marteling. Zíj hebben nu de aandacht nodig.
Dat is belangrijker dan publiek wraak te nemen op mensen die in de documenten worden genoemd. Want dat verlegt de blik weer, weg van de samenleving zelf. Maar die samenleving – wij allemaal dus – moet in deze vuile spiegel kijken en ervan leren.

Opgemerkt 1: Toch zullen we ook hierbij op de achtergrond zien het wetenschappelijk materialisme en het aanhangen van de evolutietheorie die mensen (m.n. mannen) de gedachte gaf en geeft dat ze de sterke en door hun seksuele driften beheerste mannetjes moeten en mogen uithangen omdat ze nu eenmaal van zulke voorouders afstammen.
Opgemerkt 2: Heb het altijd verdrietig gevonden dat velen in het kerkelijke milieu waar ze opgroeiden de seksuele verlangens/lusten en fascinatie voor de vrouw en het vrouwenlichaam vooral (of alleen maar) als zondige lusten hebben leren zien, die dan maar z.s.m. bedwongen moe(s)ten worden door trouwen en kinderen verwekken, terwijl we die toch op grond van het onderwijs van Gods Woord mogen leren zien en ervaren als goede scheppingsgaven van God, die wij goed mogen (leren) gebruiken om daar persoonlijk en samen van te genieten*. Dat God ons dat ook daadwerkelijk gunt. Daarom was ik als jongere heel blij met de ruimere – en toch Bijbelse! – opvattingen onze seksualiteit (als scheppingsgave) binnen christelijke gemeenten/kerken na WO II.
* Ben overigens geen voorstander van voorbehoedsmiddelen (zoals de pil, etc.) door meisjes/vrouwen. Jongens/mannen moeten zich maar (leren) beheersen (zie ‘Opgemerkt 3’).

Opgemerkt 3: Christenjongeren zullen toch al vroeg horen/leren dat wie het lichaam van een ander schendt, dan een tempel van de Heilige Geest schendt en dat God dat niet ongestraft wil laten? (zie 1 Korintiërs 3 : 16-17, dat geldt voor de gemeente, maar ook voor ieder gedoopt lid van een christelijke gemeente)
Zelfs wanneer een jongere geen of een gebrekkige seksuele voorlichting heeft gehad, maar opgevoed is bij het (hele) onderwijs van Gods Woord, dan kan/zal zo’n een jongere toch al vroeg horen en weten dat je je niet aan het lichaam van een ander mag vergrijpen en dat penetratie van een ander zijn of haar lichaam (we kunnen de zaken toch gewoon en maar beter bij de naam noemen) buiten een officiële vaste relatie, waar twee volwassenen over en weer hebben ingestemd en elkaar trouw beloofd, en waarvan het huwelijk tussen man en vrouw de door God ingestelde orde is, onder aanranding valt en als een schending van een tempel van de Heilige Geest aangemerkt moet worden.
Dat Bijbelonderwijs (thuis en in de gemeente en op school) moet jongeren (en volwassenen!) helpen om met het grootste respect en met de grootste zorg voor het lichaam van zichzelf en dat van een ander om te gaan en ook om hen te doen beseffen wanneer hij of zij of een ander dat niet in praktijk brengt dan door God gestelde grenzen overschrijdt.
En natuurlijk valt er nog wel (heel wat) meer te noemen dat valt onder respect tonen voor de lichamelijke en geestelijke integriteit van jezelf en van een ander en hoe je je in het bijzijn van een ander gedraagt en wat voor woorden je spreekt.

Leestips: Jakobus 1 : 18-27 en 1 Korintiërs 3 : 16-17.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Ontzagwekkend’!

‘Ontzagwekkend is Uw antwoord
U doet recht én redt ons, God,
Op U hopen de einden er aarde
de verten van de zee’
(Uit Psalm 65 vers 6)

Geciteerd 1: Wij hebben gezien (bespreking van Habakuk in eerdere afleveringen – AJ) hoe de profeet op de rechte plaats kwam. Al zijn bekommernissen hébben zich opgelost in de ene bekommernis omtrent ‘het werk Gods‘. Hij vraagt niet om de afwending van het oordeel, maar dat de Heere Zijn genadewerk in stand mag houden.

Habakuk is bekommerd over het werk Gods. Zijn gebed is: „Uw werk, o Heere behoud dat in het leven.“ Hij besluit dat gebed om de instandhouding van het werk van Gods genade in en met Israël met de bede: „gedenk in de toorn aan ontfermen.” Hoe is dit nu mogelijk? Hoe kan God in het midden van Zijn toorn aan ontferming denken? Toch vraagt de profeet dit.

De profeet Habakuk wist hoe God in toorn Zich ontfermt. Hij kende het geheim van de verzoening. Hij wist hoe God over de zonde kon toornen en tegelijk zich over de zondaar ontfermen.
In Christus gedenkt God in de toorn aan Zijn ontferming.
Op Golgotha zien wij de toorn van God tegen de zonde geopenbaard, maar wij zien tegelijk Gods ontferming over de verloren en schuldige zondaar in het heerlijkste licht geplaatst.
Er is liefde en ontferming in het midden van deze toorn.

Wat is dat een geheim!
Wat een zaligheid om dit geheim te kennen. Habakuk kende dat geheim…

> Lees meer/verder in deze meditatie/blog: ‘Habakuk kende dat geheim…

Bron citaten meditatie/blog:
Bron citaat 1: Daniel (via Digibron) – ‘De profeet Habakuk (12)‘ – door ds. C. Harinck – Publicatiedatum 02-01-1976.
Bron citaat 2: RD Kerk & religie – ‘Nieuwe gemeente Gkv/Ngk in historische kerk Voorthuizen‘ – van RD correspondent.

‘Als U de zonden blijft gedenken, HEER,
HEER, wie houdt dan stand?
Maar bij U is vergeving,
daarom eert men U met ontzag.’
(Uit Psalm 130 de verzen 3-4)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Niet uit wijsheid’…

Zeg niet: Hoe komt het, dat de vroegere tijden beter waren dan deze? Want niet uit wijsheid zoudt gij aldus vragen.’ *
* Prediker 7 : 10 waarschuwt om niet te klagen dat vroeger alles beter was, omdat zo’n vraag niet voortkomt uit wijsheid, maar uit ontevredenheid. Het wijst erop dat nostalgie een vertekend beeld geeft en dat men beter in het heden kan leven.

Geciteerd 1: De tekst uit Johannes 6 vers 37b kwam op een gegeven moment diep bij me binnen: “die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen” (SV). Deze Bijbeltekst is altijd betekenisvol voor me gebleven. Als ik op mezelf zie, is er niets dan onreinheid, onvolkomenheid en gebrek, maar als ik op de Heere zie, is er uitkomst. Iedereen die bij Hem komt en zijn zonden belijdt, zal Hij zeker aannemen als zijn kind.
Opgemerkt 1: Jammer dat hij niet allereerst zegt en belijdt dat hij geraakt is door het feit dat God ons eerst heeft liefgehad en dat Hij dat bewezen heeft door Zijn Zoon te zenden in deze wereld en dat wij weten op grond van Gods Woord dat op Golgotha onze zonden werden/zijn verzoend (zie bijv. Kolossenzen 2 : 12-15). Die Goddelijke waarheid, die werd al aan hem bevestigd bij zijn Doop en in die waarheid is hij onderwezen. Waarom spreekt en belijdt hij (dat) niet met de overtuiging waar Paulus Titus toe aanspoort (zie Titus 3 : 4-8). Waarom wil(de) hij eerst nog zijn zonden gaan belijden bij God om zekerheid te ontvangen over Gods liefde voor hem als mensenkind? Moeten wij daarmee God eerst nog gunstig stemmen? Vroeg onze Heer Jezus dáár om toen moeders hun kinderen bij Jezus brachten? Wilde hij hen niet aannemen en zegenen dan nadat ze de leeftijd zouden hebben bereikt waarop ze hun zonden bewust konden belijden? En vroeg Jezus eerst ook zo’n schuldbelijdenis aan de Kananese vrouw toen die Hem vroeg haar dochter te genezen?

Geciteerd 2: Ik vind dat de kerk een zuiver standpunt moet blijven uitdragen over het feit dat het huwelijk alleen bestemd is voor een man en een vrouw en dat het niet gehoorzamen daaraan zonder bekering consequenties heeft voor de eeuwigheid. Als er twee samenlevende mannen naast me zouden wonen, zou ik vriendelijk en hartelijk met hen omgaan. Ik zou ze alleen duidelijk zeggen wat mijn Bijbelse standpunt over homoseksualiteit is. Ik vind dat een vorm van eerlijkheid die de onderlinge verhoudingen niet in de weg hoeft te staan.
Opgemerkt 2: Zo, een onvergeeflijke zonden dus, waar geen geloof tegen opgewassen is? Of zal onze Heer toch eerst en vooral op hun geloof zien, zoals hij het geloof zag van de mannen die een verlamde bij Hem brachten (zie Matteüs 9 : 1-8 en let ook op wat er geschreven staat over de wetsgetrouwe Schriftgeleerden daar ter plaatse).

Geciteerd 3: Hoewel ik natuurlijk in deze tijd geplaatst ben, en ik dus oog wil blijven houden voor hoe God onder jongeren werkt, kan ik soms naar vroeger verlangen. Toen was er in de samenleving nog respect voor de geboden van God. Mensen hielden zich in ieder geval aan de tweede wetstafel, waarin de Bijbelse normen en waarden, zoals het eerbiedigen van de rustdag, staan beschreven. Die geboden stonden zelfs bij politici als VVD’er Pieter Oud en PvdA’er Willem Drees nog hoog in het vaandel.
Ik vind dat we als christenen te veel aan zelfcensuur doen. We durven nauwelijks meer voor onze standpunten uit te komen. Iemand die dat wel deed, was de Amerikaanse politieke activist en christen Charlie Kirk. Daar heb ik bewondering voor. Hij was een belijdend christen die ook cultuurchristenen wist te motiveren. Maar houd me ten goede – ik zal nooit op Wierd Duk (een prominente rechtse opiniemaker, red.) stemmen als hij een nieuwe politieke beweging van de grond weet te krijgen. Er zijn voldoende christenen in de politiek op wie je kunt stemmen.

Opgemerkt 3a: Wanneer we letten op hoeveel gelovigen – en met name ook vrouwen maar ook heel wat anderen – geleden hebben onder de starre wetsopvattingen en het wetticisme binnen de kerken dan is er geen enkele reden om dáár naar terug te verlangen. Wat heeft m.n. de vrouw, maar zeker ook de man en de seksuele omgang met elkaar geleden onder de opvattingen over lust en seksualiteit zoals die toch m.n. door Augustinus ons is aangepraat. Wat misten en missen we daarin – het Gereformeerd Beraad M/V promoot ze nog altijd – het menselijke en nuchtere onderwijs van Paulus in 1 Korintiërs 7. Wat had vrouwen veel meer vrijheid gegund mogen worden ook binnen het huwelijk en wat hadden echtgenoten niet een rust en vrijheid gekregen om de seksuele omgang met elkaar niet onder het slavenjuk van kinderen verwekken te weten, maar deze te zien en aanvaarden als een genadige gave van God om hun samenleven tot een minzaam en heilzaam en zelfs feestelijk samenleven te maken. Heilzaam voor hen zelf, maar zelfs ook voor de mensen (w.o. hun kinderen, als hen die geschonken werden/waren) die met hen samenleefden. Want waar huwelijkspartners/levenspartners het ook op seksueel goed hebben met elkaar, daar profiteren ook hun medemensen van.
Opgemerkt 3b: Ik verwonder me ten zeerste over deze bewondering van een predikant voor Charlie Kirk. Is dat werkelijk de weg die onze Heer en de apostelen ons gewezen hebben en in lijn met bijv. het onderwijs van Petrus in 1 Petrus 2 : 11-25. Gedroeg Charlie Kirk zich bescheiden als een vreemdeling die niet met grote mond eigen gelijk en rechten opeist en wel omdat die zich ‘ver van huis’ weet? Wil God dat wij met onze woorden ‘onwetende dwazen’ de mond snoeren of onderwijst Petrus ons toch wat anders in (o.a.) 1 Petrus 2 : 15?

Geciteerd 4: Je moet beslist eens iets lezen van de Engelse theoloog J.C. Ryle. Hij heeft bijvoorbeeld gezegd: “Het is verre van eenvoudig om eenvoudig te preken.” Vaak wil je de exegese een hoofdrol geven, maar dan wordt het te theoretisch. Het zielsniveau van de hoorder moet aangesproken worden. Ik geef daarom veel voorbeelden in de preek – volgens mijn kinderen te veel. Zo krijgt de hoorder de ruimte om rust te nemen om zelf na te denken en wordt de boodschap van de verkondiging niet alleen een zaak van het hoofd, maar ook van het hart.
Opgemerkt 4: Scheept Paulus Timoteüs en Titus op met dit soort problematiek waar deze genoemde theoloog mee komt aanzetten of horen we van de apostel toch wat anders? Lees nog eens na wat hij aan Timoteüs schrijft in 1 Timoteüs 4.

Geciteerd slot: Moos geeft me vaak diepe geestelijke lessen. Hij is altijd blij als hij me weer ziet. Ja, zo veel als Moos van mij houdt, zo veel wil ik van God houden. Zelfs wanneer hij door mij wordt bestraft, komt-ie naar me terug en geeft me een lik over mijn wang.’
Opgemerkt slot: Gods Woord zelf onderwijst ons hier op een meer nuchtere manier over: ‘Gij (jullie, gedoopte leden van Christus’ gemeente) hebt nog niet ten bloede weerstand geboden in uw (jullie) worsteling tegen de zonde (ook ds. de Vries zal zich dat vermaan hebben aan te trekken, toch?) en gij hebt de vermaning vergeten, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt. als tuchtiging hebt gij dit te dragen: God behandelt u (jullie, dopelingen) als zonen. Want is er wel een zoon, die door zijn vader niet getuchtigd wordt. Blijft gij (jullie dopelingen) echter vrij van de tuchtiging (wat voor dopelingen in feite onbestaanbaar is!), welke allen toch ondergaan hebben, dan zijt gij (jullie) bastaards en geen zonen.’ (Lees ook het vervolg nog van deze woorden uit Hebreeën 12!)

Bron citaten: ND Geloof – ‘Hersteld-hervormd predikant Piet de Vries verlangt naar vroeger. ‘Toen was er nog respect voor Gods geboden’’ – door Roeland van Mourik.

Bron afbeelding: onewalk-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Voor God en mensen een zondaar durven zijn…

… en voor Hem en de mensen (broeders en zusters) willen en durven verschijnen…

‘Toen nu Jezus hún geloof zag, zei Hij tegen de verlamde: Wees getroost mijn zoon, je zonden zijn je vergeven.’ (Uit Matteüs 9 vers 2)

Geciteerd: Wanneer de duivel op je geweten aanvalt, zodat hij je hart doet vrezen en beven, en hij zegt: Je hebt toch zelf geleerd dat je (eerst) een vroom mens (geworden) moet zijn! – antwoord dan welgemoed: Het is waar dat ik een zondaar ben (en blijf). Dat wist ik al eerder, want dit artikel [=wat de gemeente van Jezus Christus op grond van het onderwijs van Gods Woord belijdt] van de vergeving der zonde heeft mij dat allang (voor velen toch al van jongs af aan) geleerd. Voor de wereld wil ik eerlijk en oprecht zijn en wil ik goeddoen zoveel ik kan. Maar voor God wil ik graag een zondaar zijn en wil ik niet anders genoemd worden, opdat dit artikel waar zal blijven. Anders zou dit artikel niet over de vergeving van de zonden, maar over de gerechtigheid van de wet spreken. Daarom, hoewel ik niets anders voel (en zie) dan mijn vele en grote zonden (van vroeger, maar ook altijd nog weer in het heden), dan zijn het toch geen zonden meer. Want ik heb daartegen een krachtig tegengif dat de zonde haar kracht ontneemt en bovendien doodt. Dat zijn de woordjes: Je zonden zijn je vergeven, waarvoor alle zonden vergaan als stoppels voor het vuur. Verder helpt geen werk, geen lijden of kastijding, zelfs niet tegen de allerkleinste zonden. (1)
Want buiten de vergeving van onze zonden is en blijft alles wat we doen of laten enkel verdoemelijke zonde. Voor de wereld kan ik goed leven en alles doen zoals het behoort. Voor God echter ben ik puur zonde, zoals het artikel ons leert. Daarom is het waar: ik ben een zondaar, maar wel zo’n zondaar die die volkomen vergeving van zonden heeft, en in de troon zit, waar alleen genade regeert (Efeziërs 2 vers 6), zoals ook Psalm 116 ons leert.
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1529, zu Marburg 5. )ktober. WA 29, 565 ff]

(1) Wat wel nodig is, dat is het dagelijks en wekelijks gebruik van alle middelen (medicijnen, tegengif) die ons geschonken zijn.

> Leestips: Matteüs 9 : 1-8, Hebreeën 10 : 19-25 (en ook de verzen 26-31 die gaan over het verwaarlozen van het gebruik van de ons geschonken middelen en die door nalatigheid – met als gevolg toenemend ongeloof en verachteren in de genade – gering achten!) en Psalm 116.

> Beluister hierbij ook nog deze preek over Psalm 70 (door ds. Wilmer Blijdorp, predikant van NGK De Burcht, Barneveld):

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagboek over beloften en troost’ – Meditatie van 1 februari – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (Houten)

Laten wij daarom – ook vandaag weer en elkaar daartoe aanmoedigen – met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.‘ (Uit Hebreeën 4 vers 16)

Bron afbeelding: ThePreachersWord

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Goedbedoeld de plank flink misslaan…

‘Wat heb je tegen degene gezegd die wijsheid mist,
heb jij goede raad gegeven aan de onervarenen?
En wie heeft jou de woorden ingefluisterd,
wiens geest spreekt door jouw mond?
(Uit Job 26 : 3-4, Jobs antwoord op Bildads derde betoog)

Geciteerd: Het probleem van die vrienden was niet dat ze domme of ketterse dingen zeiden, stelt de Britse theoloog Christopher Ash. Hij schreef in 2021 een artikel over wat we van die vrienden van Job kunnen leren. Op zichzelf genomen was alles wat ze zeiden waar, wijs en gelovig.
Maar ze zeiden het niet op het goede moment. En ze hadden geen ruimte voor Jobs (onschuldige) lijden, en voor de gebrokenheid van de wereld. Alles moest worden verklaard en geduid.

Opgemerkt: Je zou hierbij nog kunnen opmerken dat het maar goed is dat de drie vrienden van Job zo hun best hebben gedaan om Job op het rechte pad te krijgen, daardoor moest Job zich wel verweren en horen we later dat God Zelf zegt, dat Job recht gesproken heeft van Hem, maar dat die drie vrienden met hun ‘troost’ en vermaningen de plank flink mis sloegen.
Daarom is het zo nodig en nuttig voor de levenspraktijk van elke dag om altijd weer nederig ons oor te luisteren te leggen bij het Woord van God, om te bidden om de liefde en de wijsheid van onze Heer, zoals we die ontvangen mogen – zonder verwijt! – van en door de Heilige Geest.
Het eerste wat we dan zullen onthouden en in praktijk brengen is dat we, nu we vandaag weer verder mogen zonder verwijt van Gods kant, we zelf ook liefdevol en bescheiden zullen zijn naar onze medemensen, die ook nog altijd zondaren zijn net als wij en ook maar mensen zijn met hun beperkingen (door allerlei oorzaak).

‘En hij sprak tot de mens:
‘Ontzag voor de HEER – dat is wijsheid;
het kwaad mijden* dat is inzicht.’
(Uit Job 28 vers 28)

* ‘Maar als jullie geweten (begrepen) hadden wat het betekent: Ik wil barmhartigheid en geen offer, dan zouden jullie de onschuldigen niet veroordeeld hebben.‘ (Uit Matteüs 12 vers 7)

Bron citaat: ND Geloof – ‘Niet alleen de dader, ook de goed bedoelende ‘Job-trooster’ misbruikt de Bijbel. Hoe voorkom je dat?’ – Dick Schinkelshoek

‘Het begin van de wijsheid is ontzag voor de HEER,
een goed inzicht hebben allen die ze betrachten.’
(Uit Psalm 111 vers 10, onze trouwtekst)

Bron afbeelding: in.pinterest-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een oordeel dat niet van ons gevraagd wordt!

Als iemand mijn woorden hoort, maar ze niet bewaart, zal Ik niet over hem of haar oordelen. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden. Wie Mij afwijst en mijn woorden niet aanneemt, die heeft al een rechter: alles wat Ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem of haar oordelen.‘ (Uit Johannes 12 uit de verzen 37-50 : 47-48)

Geciteerd: „Moeten we in het oordeel van liefde alle kinderen als wedergeboren beschouwen?” vroeg ds. W. Visscher tijdens een doopsymposium in de hersteld hervormde Victorkerk aan dr. W. van Vlastuin. „Kun je op dit punt meer helderheid geven?”

Opgemerkt 1: Van voorgangers, oudsten en broeders en zusters wordt door Gods Woord dat soort (‘liefde’)oordelen (of vaker: liefdeloos oordelen) uitspreken over de gedoopte leden van de gemeente helemaal niet gevraagd, zelfs verboden! Maar we weten wel dat in bepaalde refo-kerken dat soort oordelen regel is, vandaar dat velen het deelnemen aan maaltijden van de Heer (de vieringen van het Avondmaal) niet aandurven.

Opgemerkt 2: Laten voorgangers en oudsten en laten wij als broeders en zusters elkaar altijd maar weer Gods Woord in herinnering brengen en voorhouden en waar nodig elkaar daarmee ook vermanen (bijv. om niet weg te blijven van de samenkomsten en/of niet deel te nemen aan de vieringen van het Avondmaal). Op die wijze doen wij alle leden van het lichaam van Christus liefdevol recht.

Leestips: Romeinen 12 en 14, 1 Korintiërs 3 en 12 en Titus 3.

Broeders en zusters, ik ben ervan overtuigd dat jullie niets anders dan het goede wilt (voor elkaar en voor u zelf vanwege onze hemelse Redder en de redding die jullie ten deel gevallen is – zie Titus 3 : 4-7) en dat het jullie aan niets ontbreekt, zodat jullie ook in staat zijn om elkaar terecht te wijzen.’ (Uit Romeinen 15 uit de verzen 14-16 vers 14)

Bron citaat: RD Kerk & religie- ‘Dr. Kater tijdens doopsymposium: Wim, wat heb jij toch tegen dat nieuwe hart?’ – door Ruben Bolier.

Bron afbeelding: in.pinterest-uk

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wie denken wij wel dat we zijn…

De volgende dag ging Jezus naar Galilea en vond Filippus. Hij zei tegen hem: Volg mij. Filippus kwam uit Bethsaida, de stad van Andreas en Petrus. Filippus vond Nathanaël en zei tegen hem: Wij hebben Hem gevonden, over wie Mozes in de wet en de profeten geschreven hebben: Jezus van Nazareth, de zoon van Jozef.’ (Uit Johannes 1 de verzen 43-45)

Geciteerd: Christus vestigt zijn koninkrijk op zo’n nederige en onbeduidende manier om aan te geven dat Hij de arme bedelaars en vissers, zijn apostelen, evenzeer waardeert als degenen die door de wereld hoog in aanzien staan. Hijzelf rijdt in armoede Jeruzalem binnen op een geleende ezel; Hij bezit niet eens een haarbreedte van deze aarde die Hij zijn eigen kan noemen en waarop Hij zijn hoofd kan neerleggen (Matteüs 8:20). Hij was zo’n arme gast op aarde dat Hij in de lucht aan het kruis moest sterven.

Daarom kiest Christus hier als Zijn apostelen de armsten en nederigsten die Hij kan vinden: Andreas, Petrus, Filippus, Johannes en anderen met wie iedereen liever helemaal geen contact zou hebben gehad. Hij wordt niet gedreven door minachting voor sociale status, door afwijzing of veroordeling van talenten, of door vijandigheid jegens mensen vanwege deze talenten. Maar God wil niet dat ik denk dat Hij mij genadig is vanwege deze en vele andere gaven, en dat zulke gaven mij tot een kind van God maken en mij eeuwige zaligheid schenken.

Nee, dat is niet de bedoeling. God schenkt deze gaven niet opdat wij erdoor verlossing zouden zoeken, maar opdat wij ze zouden gebruiken in de vreze Gods en tot ons eigen en het welzijn van onze naasten in dit leven. Dit is het doel dat onze macht, rijkdom en wijsheid moeten dienen. Om een ​​kind van God te worden, is meer nodig dan zilver en goud, wijsheid en macht; Het vereist “het Lam van God, dat de zonde van de wereld draagt.” De wereld, met haar aangeboren trots, misbruikt deze gaven en goederen.

In geestelijke hoogmoed denkt een mens dat God hem of haar genadig is vanwege verkregen rijkdom, of dat iemand kind van God is vanwege verworven wijsheid, aangeboren intelligentie of een ascetische leven, zoals de monniken geloven. Nu komt Christus en laat zien dat Hij de bedelaars, onwetenden en dwazen als Zijn discipelen wil uitkiezen. Het zou zelfs de arme hoer Maria Magdalena kunnen zijn, of de moordenaar en schurk Paulus, of de misdadiger aan het kruis. Hij wil voor iedereen duidelijk maken dat niemand Gods genade verkrijgt vanwege zijn gaven, zoals rijkdom, wijsheid en macht.

Waarom zouden wij dan zo hoogmoedig zijn om te veronderstellen dat God ons dan toch willen zou begunstigen vanwege deze gaven? Werpt God ze niet toe aan goddelozen én godvruchtigen, misschien zelfs wel genereuzer aan de goddelozen dan aan Zijn christenen? Zo laat Hij ook Zijn zon schijnen over de slechten en over de goeden, en Zijn regen evenzeer vallen op het veld van een schurk als op dat van een godvruchtig mens (Matteüs 5:45). Dus wie denkt dat iemand gered zal worden vanwege van zijn of haar deugden en (bereikte) bekwaamheden, bedriegt zichzelf.”

[Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 46, 541 e.v. – (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, Concordia Publishing House, deel 22, blz. 191/193)]

Bron citaat: maartenluther-com – Engelstalig Luthercitaat van 29 januari 2026 – ‘Luther’s sermons on the gospel of st. John (43)’

Jullie moeten uit ons voorbeeld deze regel leren: houd je aan wat geschreven staat. Je mag jezelf niet belangrijk maken door de een te verheerlijken boven de ander. Wie denk je wel dat je bent? Bezit je ook maar iets dat je niet geschonken is? Alles is je geschonken, dus waarom verhef je je dan boven een ander en doe je alsof je het aan jezelf te danken hebt wat God je gaf of liet verwerven?‘ (Uit 1 Korintiërs 4 uit de verzen 6-21 : 6b-7)

Door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door Hém worden wij verlost, opdat het zal zijn zoals geschreven staat: “Wil iemand zich beroemen, laat hij/zij zich op de Heer beroemen.”‘ (Uit 1 Korintiërs 1 de verzen 26-31 : 30b-31)

Bron afbeelding: Lift Up Your Eyes! – WordPress-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waarom en waarvoor willen christenen (en kerken) zich sterk maken?

Maar wee jullie die nu rijk zijn, jullie hebben je deel al gehad. Wee jullie die nu verzadigd zijn, want je zult hongeren. Wee jullie die nu lachen, want je zult treuren en huilen. Wee jullie, wanneer alle mensen lovend over je spreken, want hun voorouders hebben de valse profeten op dezelfde manier behandeld.’ (Uit Lukas 6 uit de verzen 1-38 : 24-26)

Geciteerd: Europa kijkt met afgrijzen hoe Trump het internationaal recht inruilt voor het recht van de sterkste, maar applaudisseert de witte, christelijke aanhang van Trump hier nog voor? Auteur en historicus Kristin Kobes Du Mez, die de witte evangelicals als geen ander kent, legt uit hoe zij zich bewegen tussen een slachtofferrol, bravoure en geloof.

Opgemerkt: De witte evangelicals en orthodoxe christenen die Trump steunen, die hebben blijkbaar niet uit Gods Woord geleerd en begrepen dat God van het eerste begin af aan al duidelijk heeft gemaakt dat Hij het niet van de sterke man/mens moet hebben hier op aarde en dat Hij het zwakke (en mensen op de ‘tweede plaats’) aanneemt en zegenen wil. Huwelijk en gezin krijgen een taak in het genereren (geboren doen worden) van de beloofde Verlosser. Zal onze Heer straks niet de tweede Adam genoemd worden?
We zien direct al bij Kaïn en Abel hoe God dat duidelijk wil hebben (Adam&Eva meenden in de sterke eerstgeboren Kaïn al de beloofde Verlosser te kunnen zien) en dan lezen we in de volgende hoofdstukken hoe de mensheid op aarde zich ontwikkelt. Het wordt een wereld vol geweld en blijkbaar kan dat alleen nog beteugeld worden door een zondvloed.
Maar ook nadat alleen de gelovige Noach en zijn gezin de aarde weer kunnen en mogen bevolken gaat het toch snel al weer mis. God moet opnieuw ingrijpen en de mensheid, die zich sterk maakt, intomen door de spraakverwarring bij de torenbouw van Babel.
En wanneer God Zijn plannen met de mensheid dan toch doorzet door Abraham en Sarah te roepen, dan wordt helemaal duidelijk dat God geen verwachting heeft van wat mensen (nog) voor Hem op aarde zullen presteren. Dat Abraham en Sarah toch nageslacht krijgen en dat God door het nageslacht van hen alle volken wil en zal zegenen, dat is een prestatie die niet aan mensen of aan een volk kan worden toegeschreven.
Toch wil God door het nageslacht van Abraham en Sarah en dus daarmee door de huwelijken en gezinnen van het Joodse volk de beloofde Verlosser geboren doen worden. Maar we zien in de geslachtslijn van onze Heer dat ook daarmee God niet gebonden is aan wat (Joodse) mensen er van maken.
Wij leven inmiddels na de geboorte van de beloofde Verlosser, onze Heer Jezus Christus, geboren uit de Joodse maagd Maria, in Hem werden en worden al Gods beloften vervuld. En dat is dan ook de reden dat Paulus zo kan schrijven over huwelijk en al of niet getrouwd zijn als christen, zoals hij dat deed in 1 Korintiërs 7.

Zie hierbij verder ook nog deze blogs:

Bron citaat: ND Nieuws – ‘Wat vinden evangelicals van Trump na Epstein, Groenland en politiegeweld? Deze historicus* legt het uit’ – door Alexander Dommerholt
* Kristin Kobes Du Mez

Tot jullie die naar Mij luisteren zeg ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen.’ (…) ‘Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is. Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden. Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.’ (Uit Lukas 6 de verzen 1-18 : 36-38)

Bron afbeelding: a christian pilgrimage (WordPress-com)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

“Ergernissen in de christenheid” *

Zoals de Vader Mij liefheeft, zó heb Ik ook jullie lief. Blijf in Mijn liefde.
(Uit Johannes 15 vers 9, weergave DB 1545)

* En in de christelijke gemeenten, families, gezinnen en huwelijken.

Geciteerd: Het kan gebeuren, en het gebeurt ook daadwerkelijk, dat zelfs de vroomste en allerliefste vrienden het met elkaar oneens zijn en aan elkaar geërgerd raken, alleen omdat de duivel soms om een enkel woord of om een onvriendelijke blik achterdocht en vergif in het hart werpt, zodat zulke vrienden elkaar ten slotte niet meer kunnen verdragen. Daarin is de duivel een meester en weet hij het zo hoog te drijven, dat zoiets al gebeurd is voordat men het verwacht of gewaarwordt.

Zoals dit ook tussen Paulus en Barnabas plaatsvond (Handelingen 15:39): zij konden het niet met elkaar eens worden en gingen daarop uit elkaar. Evenzo waren de twee mannen Hiëronymus en Rufinus eens de beste vrienden en gingen zij als broeders met elkaar om, en toch werden zij vijanden om een voorwoord of inleiding van een zeker geschrift van Origenes, zodat zij geen vrienden konden blijven (1). Dat zou tussen Augustinus en Hiëronymus ook zijn gebeurd, als Augustinus niet wijzer was geweest (2).

Zo kunnen uit kleine zaken grote ruzies en twisten ontstaan, die daarna veel schade toebrengen aan een hele gemeente. Want wanneer het bloed eenmaal begint te koken, dan schiet de duivel zijn giftige pijlen in het hart door boze lastertongen, zodat niemand nog iets goeds van de ander spreekt of denkt; dan blaast hij het vuurtje verder aan en wil hij de mensen tegen elkaar ophitsen en ellende en moord aanrichten.

Wij moeten als christenen de kunstgrepen en streken van de duivel kennen en ons daarnaar richten, dat wij verstandig zijn en weten hoe wij ons daarvoor moeten wachten. Wij mogen niet toestaan dat zulk vergif in ons hart opgroeit, maar ook, wanneer wij toch tot wantrouwen en onwilligheid worden aangezet, ons daartegen verzetten en ons herinneren dat wij daarom de liefde niet mogen opgeven of laten uitblussen, maar des te vaster daaraan moeten vasthouden. En als er misschien toch onwilligheid of onenigheid ontstaat, moet men de liefde en vriendschap weer herstellen en verbeteren.”
[Maarten Luther: Das XIV. und XV. Kapitel S. Johannis (Druck Frühjahr 1538), WA 45, 683ff]

(1) Rufinus van Aquileia (ca. 345–410) was een groot bewonderaar van Origenes (ca. 185–253) en vertaalde diens werken. Hiëronymus (ca. 347–420), die aanvankelijk eveneens door Origenes was beïnvloed, keerde zich later tegen hem en beschuldigde Rufinus van ketterij. (Dr. Ernst Schäfer, Luther als Kirchenhistoriker, Druck C. Bertelmann, Gütersloh, 1897. S. 260)

(2) Ondanks hun geschillen over de Septuagint en de Vulgaat (en, zoals Luther opmerkt, ook over de oudtestamentische wetten) bleven Augustinus (354–430) en Hiëronymus (ca. 347–420) elkaar respecteren en wisselden zij brieven uit. Uiteindelijk erkenden zij elkaars intellectuele en geestelijke waarde, al bleef er spanning bestaan. (Dr. Ernst Schäfer, idem, S. 261)

Leestip: Psalm 55

Opgemerkt: Aan het lezen van deze Psalm was ik vanochtend toe. Wie zou bij deze Psalm (en m.n. de verzen 13-15 en 21-22) niet denken aan hoe Achitofel, die een gezien raadslid was aan het hof van David, zich tegen koning David keerde vanwege de zonden van David tegen Bathseba en tegen Uria haar man en tegen zijn eigen manschappen die voor hun gezalfde koning streden. Moeten we niet van Achitofel zeggen dat hij – ondanks zijn wijsheid en verstand – aardse belangen nastreefde en daardoor geen zicht (meer) had op het werk dat de Geest – en dat dus ondanks en door Davids zonden heen – door deze gezalfde koning wilde verrichten ten bate van het volk van God. Toen zijn streven en streken geen resultaat opleverden was er blijkbaar geen plaats voor openlijk schuld belijden, voor berouw en bekering, zoals die er door Gods genade bij David wel gevonden werd. Davids berouw en openlijk schuld erkennen en belijden zijn ons zondaars tot hoop- en moedgevend (en ootmoedgevend!) voorbeeld geschonken. God had David ook kunnen bewaren voor de genoemde zonden – zoals Hij bijvoorbeeld eerder David door Abigaïl (de vrouw van de rijke Nabal, zie 1 Samuël 25) geholpen had om onnodig en onterecht bloedvergieten te voorkomen…

Wie beheerst wordt door het aardse, streeft aardse zaken na, maar wie beheerst wordt door de Geest, streeft na wat de Geest wil.‘ (Uit Romeinen 8 vers 5)

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie