‘Het ontzaglijke van een mensenleven…’

Vrees niet voor het lijden dat u zult ondergaan. Sommigen van u zullen door de duivel in de gevangenis worden geworpen, en zo op de proef worden gesteld, en u zult tien dagen verdrukt worden. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de kroon van het leven schenken.’ (Uit Openbaring 2 de vers 10)

Uit een preek die gehouden werd op Zondag 30 mei 1943

Geciteerd: Hier in Smyrna is dus de gemeente van Jezus Christus, de levende God én de eeuwig levende mens. En zo heeft de gemeente zelf in Hem het leven. Want dat leven van haar Heer en Heiland is geen abstractie, Hij openbaart de kracht van Zijn leven in de kerk. Ze is met Hem gestorven en weer opgewekt. En zo heeft ze in gemeenschap met Hem het eeuwig leven. (…) Hier in Smyrna staat dus de kerk van het leven, hier in de omgeving van Joden en Romeinen, in deze stad die pronken kan met haar levensrijkdom…

We zouden kunnen zeggen: deze kerk heeft in Smyrna grote mogelijkheden. Smyrna is immers de stad van de synthese, de stad waar scherpste tegenstellingen worden opgelost, de stad van de verbroedering, waar men elkaar te vinden weet, waar bruggen worden gebouwd, dan kunnen we toch veilig zeggen, dat de meest onverzoenlijke vijanden en machten de verzoening tot stand hebben gebracht.* Als deze geest van verbroedering en synthese de geest van Smyrna is, dan kan de kerk in dit klimaat zich rustig ontplooien.
* Romeinen en Joden gunden elkaar daar alle vrijheid en levensruimte.

Maar dan vergissen we ons, want het eerste woord van Christus is: Ik weet uw verdrukking. En, ‘verdrukking’ is in de Bijbel een heel diep woord. Het betekent niet maar, dat er wat moeite is en tegenstand, niet maar dat er een last op het leven ligt, niet maar, dat het recht wordt gekrenkt; neen; verdrukking is in de Bijbel altijd de openbaring van de macht van de dood. Als de Schrift van verdrukking spreken gaat, dan denkt ze altijd aan Hem die het geweld van de dood heeft, de duivel, die zijn vijandschap vertoont in de vernieling van het leven.

Het geweld van de dood is er allereerst economisch. Het was immers de stad van de grote rijkdom. En zelfs de Joden, die berooid en haveloos uit Jeruzalem waren gevlucht, en zonder een cent zich hier hadden gevestigd, ze waren in enkele jaren rijk geworden en deelden in de algemene welvaart. Maar de Christenen daar zijn arm. Dat is geen toevalligheid, zoals in een welvarende omgeving altijd wel enkelen aan de grond blijven zitten; neen, dit is een openbaring van de verdrukking, van de macht van de dood. Men gaf die Christenen economisch geen kans.

O ja, ik weet het wel en Christus zegt het ook met nadruk: maar jullie zijn rijk; deze mensen hebben een schat in de hemel; ze bezitten het waarachtige leven in Christus Jezus en dat is meer dan alle schatten van Smyrna. Het is allemaal waar, maar waar het leven door Christus hersteld is, daar verlangt men toch ook Zijn volle glorie; waar innerlijk het leven vernieuwd is, daar zoekt men toch ook uitwendige levensbloei.

Niet alleen in de armoe, maar ook door smaad, verdachtmaking en valse aanklacht ondervindt de gemeente te Smyrna de verdrukking. Het is maar niet alleen venijn van de kant van de Joden, het is de satan, die door zijn ‘synagoge te Smyrna’ aan de gemeente levensontplooiing ontneemt. Armoede betekent stoffelijk geen levensmogelijkheid hebben; laster wil zeggen, dat ze ook geestelijk en zedelijk geen levensmogelijkheid hebben; de pas wordt hen aan alle kanten afgesneden. De gemeente van het leven moet bukken voor de dood.

Laten we maar eerlijk bekennen, wat daar in Smyrna gebeurde maakt ons wel bang. En het verbaast ons dat Christus zeggen kan: Vreest geen van die dingen, die ge lijden zult. Notabene de enige zekerheid die ze in Smyrna hebben is dat het nog benauwder gaat worden, maar overigens weten ze niets, noch van de maat nog van de duur van het lijden. Is dat niet vreselijk irriterend, dat zinnetje: vreest niet…?

Dat is juist het ontzaglijke van een mensenleven: als er slechts mensenkrachten in het spel waren, en mensenfactoren, zouden we de spanningen kunnen verdragen; het zou alles binnen onze maat en daarom in onze macht zijn. Maar dit is het geweldige en overweldigende: in gewoon menselijke verhoudingen, zakenrelaties, buurpraatjes, doodgewone dingen van elke dag, botsen bovenmenselijke krachten op elkaar, krachten van Christus én van satan, krachten van de hemel en krachten van de hel; mensenzenuwen krijgen nu spanningen te verwerken waar ze niet op berekend zijn…

U zegt: dan wordt het voor ons niet uit te houden. Dat is het ook niet. Maar Christus stelt ons aan die hoogspanning bloot, om ons te beproeven, dus om te doen uitkomen, wat in ons eigenlijk de doorslag geeft: het leven, dat uit Hem is dan wel de schatten die de duivel biedt. Nog eens: daar zijn we niet tegen bestand. Maar het gaat er ook niet om, of wij bestand zijn tegen die spanning, maar of het leven van Christus bestand is tegen het geweld van de duivel…

En omdat het daarom gaat, vraagt Christus niet naar de grenzen van ons uithoudingsvermogen. Hij gaat als het moet ver buiten de perken daarvan. Hij stelt Zijn kracht zo onvermengd mogelijk tegenover het geweld van de satan. Zoals daar in Smyrna. Eerst zijn ze arm, en ondergaan ze de laster. Maar ze houden vol. En dat betekent al heel wat. (…) In die eerste krachtmeting overwint Christus.

Maar toch was dit nog niet de uiterste krachtsproef. Er moet nog blijken of Christus zónder vrijheid en zónder leven, dus de pure onvermengde genade van God zonder iets daarbij, hun genoeg is; of het wegvallen van de laatste restjes levensvreugde nóg in hun keus geen verandering brengt. En zo beproeft Hij ons ook vandaag… (zie de datum van deze preek)

Slot citaat: Zullen wij leven? Het leven is ons Christus. Moeten we sterven? Ook dat is ons tot winst. Hij heeft de dood overwonnen. Hij gebruikt hem slechts om de glorie van Zijn leven in ons te openbaren.

Wie oren heeft, hore wat de Geest tot de gemeenten zegt.’ Amen.

(1) Gebeurde zoiets niet ook in Hitler-Duitsland waar veel voorgangers in de kerken de kant van Hitler kozen en/of liever zwegen over wat er werkelijk zich aan het ontwikkelen was in het zichzelf verheerlijkende Duitsland. En waar degenen, die die alleen in Christus hun Koning wilden erkennen en belijden, levensgevaar liepen.

Zie ook van deze prekenserie uit Openbaring:

Bron citaten: Boek ‘Een levende hoop – In de wereld, niet van de wereld’ (deel I, Openb. 1-3) – serie preken van B. Holwerda, bij leven hoogleraar aan de theologische hogeschool te Kampen.

Bron afbeelding: Bible

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s