Over (Bijbels) ‘vrijwilligerswerk’ gesproken…

Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de profeten.’ (Uit Matteüs 7 : 1-12 : 12)
Wees barmhartig, zoals jullie hemelse Vader barmhartig is. Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden. Geef dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.‘ (Uit Lukas 6 uit de verzen 20-38 : 36-38)

Opgemerkt vooraf: Bovenstaande en onderstaande geldt natuurlijk eerst en vooral binnen de eigen gemeente waar we lid van zijn, maar toch ook voor de mensen die God (onverwacht) op onze weg brengt en waaraan we ons de barmhartige naaste kunnen betonen.

Geciteerd 1: Het is niet genoeg dat we onze naaste geen schade doen aan lichaam, ziel en (huwelijks)leven, want er is nog een andere kant: We moeten hem of haar ook wéldoen – en wel zoveel als binnen ons bereik ligt. Geef de hongerige te eten. Hebben we dat niet gedaan, dan hebben we hem of haar gedood. Dat betekent: als zo iemand van honger zou sterven, dan is dat hetzelfde alsof we hem of haar dood zouden hebben laten gaan, ja, wat dat betreft hebben we zo iemand werkelijk gedood. Hetzelfde geldt ook in andere gevallen:

  • Kleed hen, die geen kleding hebben. Als we het kunnen, maar we kleden hen niet, dan is dat hetzelfde alsof we hen van kleding beroven.
  • Herberg de vreemdeling. Als we dat kunnen maar we doen het niet, dan is dat hetzelfde als wegjagen.
  • Geef de eenzamen een thuis. Wanneer we daarvoor kunnen zorgen, en we doen het niet, dan is dat hetzelfde als hen negeren en onze liefde onthouden.
  • Geef de dorstige te drinken. Als in ons vermogen ligt om dat te doen en we doen het niet, dan is dat het zelfde als hen van dorst laten omkomen.
  • Troost de bedroefden. Als we dat kunnen doen en we doen het niet dan staat dat gelijk aan dat we de oorzaak zijn van hun verdriet.
  • Onderwijs de dwalenden. Als we daarvoor de gave hebben en daartoe in staat zijn en we doen het niet, dan is dat hetzelfde alsof we hen verleid hebben.
  • Vermaan de zondaren. Als ons daar gelegenheid voor geschonken wordt en we doen het niet, dan is dat alsof we hen tot zondigen hebben aangezet.
  • Neem het op voor iemand die belasterd wordt. Als we dat kunnen en we doen het niet, dan is dat hetzelfde alsof we zijn of haar eer hebben geschonden.
  • Verzorg de zieken. Als we dat kunnen en we verzorgen hen niet, dan is het alsof we hen nog zieker maken.

De grond en oorzaak van dit alles is: dat wij graag dit graag door anderen aan ons zouden laten doen, als wijzelf in nood zijn. Daarom zijn wij naar Gods bevel verplicht het ook aan anderen, als zij in nood zijn – zo goed als we kunnen – te doen. (1)

[Maarten Luther: Monasterio Augustinen, Erffurdiae, circa 1514, vgl. WA, 593, 30-594,7]

(1) Dit citaat komt uit een van de zeer vroege preken van Luther, mogelijk reeds uit het jaar 1510, zegt lutherkenner Erwin Mülhaupt, die deze preek aanwijst als vroegst bekende preek van Luther die aan ons overgeleverd is. De kern van het citaat is overigens oorspronkelijk niet van Luther. De kerkvaders Ambrosius en Augustinus (a) hadden dit al ongeveer op dezelfde manier onder woorden gebracht. Luther zegt ook zelf dat hij het bij Augustinus gelezen heeft, en gebruikt het in deze preek die hij als monnik ooit gehouden heeft in het augustijnerklooster te Erfurt.

Opgemerkt bij (a): Moet je om bovenstaande woorden in een preek te kunnen laten horen, werkelijk eerst bij de kerkvaders terecht? Vreemd, we zouden deze woorden zomaar kunnen opschrijven op basis van het onderwijs van onze Heer en dat van de apostelen. Zie de leestips.

Leestips: De bovenaan genoemde tekstgedeelten waaruit de geciteerde Bijbelverzen gekozen zijn. En ook Lukas 10 : 25-37 en verder 1 Korintiërs 12 en Titus 3 : 8 en uit het Oude Testament Jesaja 58.

Als één deel van het lichaam pijn heeft, voelen alle andere delen die pijn ook. En als één deel van het lichaam extra goed verzorgd wordt, genieten alle andere delen daar ook van. Zo is het ook met jullie. Jullie vormen samen één kerk, ieder van jullie hoort erbij. Want jullie horen allemaal bij Christus.’ (Uit 1 Korintiërs 12 : 26-27).

Bron afbeelding: For You – WordPress-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hij kwam bij ons heel gewoon…

De volgende dag stond Johannes er weer met twee van zijn leerlingen.’
(Uit Johannes 1 vers 35)

Geciteerd: “De volgende dag”, niet de dag erna, maar een andere dag, werd Johannes vergezeld door twee van zijn discipelen. Hij had meer dan twee discipelen, maar de anderen waren op dat moment afwezig. Deze discipelen hadden Christus al eerder gezien, bij Christus’ doop toen Johannes naar Christus wees en zei: “Zie het Lam Gods!” Dit is de betekenis die hij nu wil overbrengen: “Eerder heb ik jullie gezegd dat dit het Lam Gods is. En nu, zie, hier is Hij!”

Bij de vorige ontmoeting had Johannes de woorden “die de zonde van de wereld wegneemt” toegevoegd. Bij de woorden van het (eerdere) tekstgedeelte verwees Johannes, overeenkomstig zijn ambt, zijn discipelen naar Christus. Hem de voorrang gevend, verklaarde hij: “Hij is de Meester; Hij doopt met de Heilige Geest en met vuur.” Toen de discipelen van Johannes, eenvoudige en vrome mannen, Johannes hoorden zeggen: “Deze man is het Lam en de ware Meester!” geloofden ze hem en werden ertoe bewogen Christus te volgen naar de plaats waar Hij verbleef.

Terwijl ze dat deden, keerde Christus zich om en vroeg: “Wat zoeken jullie?” Ze antwoordden: “Waar verblijft U?” (Johannes 1:38). En ze verbleven die dag bij Hem. Het lijkt mij dat ze een uitstekende manier hadden gevonden om meer over Christus te weten te komen. Uit Zijn eigen mond willen ze het getuigenis horen dat Johannes over Hem had gegeven.

Daartoe willen ze in Zijn gezelschap zijn, Hem zien, Hem horen, met Hem praten en met Hem omgaan. We merken echter op dat Christus hen op dat moment niet roept. Ook brengen ze niet de hele dag in Zijn gezelschap door. Ze kwamen “rond het tiende uur” bij Hem, of, zoals wij zouden zeggen, om vier uur ’s middags. Die tijd brachten ze met Christus door.

De gebeurtenissen en het gesprek zijn ons niet doorgegeven. De evangelist wil slechts laten zien hoe vriendelijk Christus hen behandelde, en legt daarmee uit hoe Christus het volk tot Zich trok totdat uiteindelijk twaalf apostelen en tweeënzeventig discipelen zich om Hem heen schaarden. Hij begon Zijn koninkrijk niet met geweld, met gebral, met openlijke aanval, zoals de Joden zich hadden voorgesteld; maar Hij was vriendelijk en mengde zich hartelijk onder het volk.

Hij deed Zijn intrede niet met wereldse pracht en praal, met paard, wapenrusting, speer en geweer (1); nee, Hij was vriendelijk en zachtmoedig. Hij ontving iedereen die tot Hem kwam, praatte met hen en sloot niemand uit van Zijn gezelschap. Dit wordt weerspiegeld in Jesaja 42:2-3, waar de profeet verklaart: “Hij zal niet roepen, noch Zijn stem verheffen, noch die op straat laten horen; een geknakt riet zal Hij niet breken, en een zwak brandende (of: walmende) pit zal Hij niet uitblussen.”
[Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 46, 541 ff – (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, Concordia Publishing House, vol. 22, p. 183/184)]

(1) Ook niet met een (opvallende) profetenmantel (zoals Johannes de Doper) en ook niet met een boetekleed en ook had Hij zijn gebedsriem niet extra breed gemaakt om daarmee op te vallen als rabbi.

Bron citaat: Maandelijks toegezonden Engelstalig Luthercitaat – ‘Luther’s sermon on the Gospel of st. John (41)’ – info@martinluther-quotes.nl (Subscribe and unsubscribe from these weekly quotes on this email address as well, or on http://www.maartenluther.com, e-mails are free of charge and you are not asked for donations.)

Bron afbeelding: Maichael Stewart Williams (Proclaiming our loyalty to a suffering servant)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Redenen genoeg om te wanhopen en te vertwijfelen…

Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam: Wonderlijk, Raad, Kracht, sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst.’ (Uit Jesaja 9:5, weergave SV)

Geciteerd: Denk er slechts aan hoeveel sterkte en kracht dit Kind en deze Zoon in Zich verborgen heeft. Als Hij niet meer dan een mens zou zijn, dan had Hij zelfs niet één mens met zijn zondelast kunnen dragen. Want de zonde en de daaropvolgende dood is voor de mens te zwaar en geheel niet te dragen. Nu echter zegt Jesaja duidelijk: ‘Dit Kind draagt niet slechts één mens, maar Hij draagt Zijn hele heerschappij op Zijn schouder.’

Dat is wat Johannes ook zegt: ‘Hij draagt de zonden der gehele wereld’ (o.a. 1 Johannes 2:2). Dat houdt in dat dit Kind ook eeuwig God is, anders moest Hij deze last wel laten liggen. Er is immers geen enkel mens – zoals de ondervinding wel leert – die zich vrij heeft kunnen maken van de zonde of zichzelf heeft kunnen beschermen tegen de dood, laat staan dat hij dit voor anderen heeft kunnen doen.

Dat alles zou vol troost zijn als wij dit maar in ons hart zouden kunnen inprenten en vast konden geloven. Want dat wij zondaren zijn, kunnen wij niet ontkennen; daarom hebben wij ook redenen genoeg om te wanhopen en te vertwijfelen. (1) Maar wat is onze troost? Niets anders dan dat God dit zalige Kind aan óns heeft gegeven en deze Zoon voor óns heeft laten geboren worden.

Hij zal Zijn heerschappij – dat is: Hij zal ons, arme mensen die wij zijn, niet laten dwalen, maar zal ons opzoeken en tot Gods genade en tot Gods Rijk dragen. Dat wil zeggen: Hij zal ons tot het eeuwige leven dragen. Met deze ‘Drager’ zullen wij ons vertroosten en daarbij God voor deze genade danken. Wij zullen Hem ook bidden dat Hij ons in dit geloof voor eeuwig zal behouden, zoals Hij ook graag wil doen.”
[Maarten Luther: Ein Predigt auf den heiligen Christtag, 1533, Druck Hauspostille 1544, WA 52, 582, 21‑38]

(1) De dichters van de boetpsalmen en de ook woorden van de profeten zijn ons geschonken om ons te doen weten en beseffen dat zelfs (en juist) de meest geliefde kinderen van Hem deze wanhoop en vertwijfeling hebben gekend.

Leestip: Psalm 25 en 40.

Bron citaat: http://www.maartenluther-com – “Profetie over de komende Messias” (1)” – Wekelijks toegezonden Luthercitaat van maandag 1 december 2025

‘Uw gerechtigheid* verberg ik niet diep in mijn hart,
Uw waarheid en Uw heil verkondig ik.
Uw goedertierenheid en Uw trouw
verzwijg ik niet in de grote gemeente.’
(Uit Psalm 40 vers 11)
* Wij hebben/hoeven niets bijzonders over onszelf te vertellen, maar wel over onze Heer en Heiland! (Zie o.a. 2 Korintiërs 10 : 12- 18 en 11-12)

Bron afbeelding: Bible Quotes (in.pinterest-com)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gelovige zoekt vrouw (of man)…

Welke vader onder jullie zou zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats van een vis een slang geven? Of een schorpioen als het om een ei vraagt? Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de Heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.’ (Uit Lukas 11 de verzen 11-12)

Jullie hemelse Vader weet wel wat jullie nodig hebben. Zoek liever eerst het Koninkrijk van God, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. Maak je dus geen zorgen over de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan het eigen kwaad.’ (Uit Matteüs 6 vers 34)

Strijd de goede strijd van het geloof, win het eeuwige leven, waartoe je geroepen bent en de goede belijdenis afgelegd in de aanwezigheid van veel getuigen.‘ (1 Timoteüs 6 vers 12)

Geciteerd: Het andere wat ik onze jeugd nog wil zeggen is: dat je God ernstig om een goede man of vrouw bidt en Hem daarvoor aanroept. Want dit zegt Salomo: ‘Huis en goed heb je van je ouders, maar een verstandige vrouw komt van de Heere.’ (vgl. Spreuken 19 : 14). Daaruit blijkt toch duidelijk dat een goede echtgenoot van God komt een gave is van God, net als bij Adam onze eerste vader, die geen vrouw kon vinden, Maar God heeft hem Eva als enige vrouw gegeven.
Omdat man en vrouw een gave van God zijn, moet je voor je ergens mee begint, God bidden dat Hij je een godvrezende man of vrouw wil beschikken en wil laten ontmoeten. Hoewel God dat ook wel zonder jouw bidden kan doen, wil Hij het op die manier toch niet, maar je moet Hem vooraf de eer geven en met danken en bidden erkennen dat het Zijn gave is [en dat Hij die jou al of niet schenken zal: ‘Uw wil geschiede’ ook t.a.v. mijn/ons huwelijk].
Daarom moet je bidden en in je hart zeggen: ‘Ach lieve God en Vader van onze Heere Jezus Christus, beschik en geef mij, arm kind [als het U belieft], een goede man [of vrouw] met wie ik godzalig, door de genade van de Heilige Geest, in het huwelijk mag leven.’
Velen zijn echter zo wijs dat ze wel durven zeggen: ‘Denk maar niet dat ik om een man of vrouw zal bidden, daar zou ik me voor schamen.’ De anderen – als ze dit van de preekstoel horen – lachen erom en drijven er de spot mee. Maar lieve kinderen, schaam je toch niet dat je om een goede man of vrouw bidt. Jullie houden het toch ook niet voor schande dat je om gezonde handen en voeten zou bidden als dat nodig was. Welnu, een goede echtgenoot is even belangrijk als gezonde handen en voeten, want als het niet goed gaat tussen man en vrouw, zal je niet veel goede dagen of uren hebben, en dan zou je liever wat aan handen en voeten mankeren. Daarom mag je bidden om een goed huwelijk niet voor iets belachelijks of iets bespottelijks houden. God moet het Begin zijn, daarom hoef je jezelf niet te schamen God erom aan te roepen en Hem te bidden.
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1525, vgl. WA 17.1,18,37 – 19,23]

Leestip: 1 Korintiërs 7.

Opgemerkt 1: Wie zoals hierboven aangegeven gelovig en eerbiedig gebeden heeft bij het zoeken naar een goede man of vrouw om daar een huwelijk mee te sluiten, die mag toch zeker weten dat God een hoorder en verhoorder van deze gebeden is geweest, wanneer God dan iemand op je weg brengt en waarmee je dan samen in het huwelijk de opdracht van onze Heer ‘zoekt eerst het Koninkrijk van God’ kunt voortzetten en waarmee je samen de goede strijd van het geloof’ voortaan zult strijden.

Opgemerkt 2: Je moet dan toch wel ‘van goede huize komen’* wanneer je dan later van je huwelijk meent te kunnen/moeten zeggen dat God dat huwelijk van jullie twee niet gewild heeft (niet gewild kan hebben) en dat je reden hebt om je man of vrouw zijn of haar van God gegeven plaats in jullie huwelijk niet meer te gunnen en te geven en hem of haar die te ontnemen…
* Over buitengewone kwaliteiten/gaven beschikken om dat God te kunnen/durven voorhouden.

Opgemerkt 3: Wat het strijden van de goede strijd van het geloof betreft – juist ook t.a.v. ons te beginnen en vol te houden huwelijk en de zorg voor ons gezin met zes kinderen – kan ik toch met oprecht hart zeggen dat ik die strijd – mee door het dagelijkse gebed – aanhouden en volhardend gestreden heb van het begin af aan en vijfendertig jaar lang en daarna ook nog weer tot de dag van onze echtscheiding toe. En de liefde en de zorg voor elkaar en voor onze kinderen hebben wij ook altijd weer van God afgebeden en het van Hem willen verwachten. Nooit heb ik daarbij gewezen en gepocht op eigen vermogens en kunnen. Ook in de huwelijksliefde en in de liefde en de zorg voor de kinderen, heb ik mij bedelaar geweten en geleefd van ‘de geef’. De goede gaven van God wat betreft liefde en zorg voor elkaar in ons huwelijksleven en gezin, die zijn (er) mild en overvloedig geweest, en voor hart en ogen van het geloof waren en zijn die ook altijd op te merken en te zien geweest en dat zijn ze nog altijd.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Samensteller en vertaler H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Degenen die getrouwd zijn geef ik, nee, niet ik – de Heer geeft hun het volgende gebod: een vrouw mag niet scheiden van haar man (is ze al gescheiden, dan moet ze dat blijven of zich met haar man verzoenen) en een man mag zijn vrouw niet verstoten en wegsturen.’ (Uit 1 Korintiërs 7 de verzen 10-11)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waarom we nog altijd ‘Jezus en Die gekruisigd’ verkondigen?

Ik doop jullie met water ten teken van het nieuwe leven dat jullie dienen te beginnen, maar na mij komt Iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet waardig genoeg om zijn sandalen voor Hem te dragen.’ (…) ‘Hij zal jullie dopen met de Heilige Geest en met vuur.’ (Uit Matteüs 3 uit de verzen 7-17 : 11)
God slaat echter geen acht op de tijd waarin men Hem niet kende, maar roept nu overal de mensen op om een nieuw leven te beginnen, want Hij heeft bepaald dat er een dag komt waarop Hij een rechtvaardig oordeel zal laten vellen door één Man Die Hij voor dat doel heeft aangewezen. Het bewijs dat het om deze Man gaat, heeft Hij geleverd door Hem uit de dood te doen opstaan.’ (Uit Handelingen 17 de verzen 30-31)
Dus altijd wanneer jullie dit brood eten en uit de beker drinken verkondigen jullie de (kruis)dood van de Heer [=dat het nodig was dat Hij ook voor mij stierf] totdat Hij komt.’ (Uit 1 Korintiërs 11
Ze bemoedigden de leerlingen en spoorden hen aan te volharden in het geloof – en dat door het samenleven in een christelijke gemeente onder de verkondiging van Gods Woord en de bediening van Doop en Avondmaal – en wezen hen erop “dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God kunnen binnengaan.” In elke gemeente stelden ze oudsten aan, en na gevast en gebeden te hebben bevalen ze hen aan bij de Heer, in Wie ze hun vertrouwen hadden gesteld.’ (Uit Handelingen 14 de verzen 22-23)

Geciteerd [>]:
> Maar waarom stopte De Vos met evangeliseren? ‘Mijn insteek was zoveel mogelijk mensen redden van de hel. Maar door die focus op de eeuwigheid vergeten we dat we vandaag leven. Het gaat om het hier en nu.’
Opgemerkt: Het gaat in bij de verkondiging van het Evangelie inderdaad en wel degelijk om het nieuwe leven in het hier en nu waar de gelovigen zonder uitstel aan dienen te beginnen. Maar dat kunnen zij ook, want dat hebben en hoeven ze niet te doen uit eigen kracht en vermogens (fysiek of geestelijk) en ze zullen dat ook niet in hun eentje hebben te doen.

> Wat betekent Jezus nog in het verhaal van David de Vos? Die kritische vraag krijgt hij geregeld. Eerder geloofde hij in het klassieke verhaal van verzoening door voldoening: Jezus sterft om de prijs voor de zonde te betalen en het goed te maken tussen God en mens. ‘Het was het enige wat ik predikte: als de mensen dat niet zagen, waren de consequenties groot.’
Opgemerkt: Lees in Kolossenzen 2 wat onze Heer voor ons verwierf aan het kruis. Dat wij als vrije mensen kunnen en mogen leven en liefhebben, onszelf verloochenen, dat is niet omdat wij los zijn van alle aardse begeerten en harstochten, maar omdat we weten dat zij ons niet meer kunnen aanklagen en verdoemen. Daarom kunnen we elke dag weer opnieuw bidden om de liefde en de wijsheid van onze Heer door de kracht van de Heilige Geest en die zal ons geschonken worden zonder verwijt van Gods kant (zie Kolossenzen 2 en Jakobus 1 : 5-8). Dit zal/moet ons ook helpen om nederig schuld te belijden over onze zonden wanneer en waar dat nodig is (zie o.a. en m.n. Jakobus 5 : 13-16).

Brug naar de hemel…
> ‘Natuurlijk gaat het om Jezus’, zegt De Vos nu. ‘Maar niet zozeer als het bruggetje naar de hemel, maar als de fantastische inspirerende persoon die Hij was. Hij laat het karakter van God zien.’ En overal waar liefde is, ziet de voormalige evangelist Jezus terug.
Opgemerkt: Zonder Doop en voortgaand gebed om de Heilige Geest onder voortgaande bediening van Woord, Doop en Avondmaal kan een christelijke gemeente in haar liefdewerken in deze wereld niet tot haar recht [=die werken van liefde, barmhartigheid en vergevingsgezindheid die de Heilige Geest de gelovigen wil laten doen]. Lees 1 Korintiërs 12 en 13 om te begrijpen waarom dat zo is.

Hoge kosten…
> Voor De Vos heeft zijn nieuwe koers hoge persoonlijke kosten. Hij stopt met zijn werk als evangelist en verliest zijn ‘fijne inkomen’. ‘Mijn vrouw en ik zitten thuis na te denken over wat we eventueel kunnen verkopen als het echt moet.’ Toch staat hij achter zijn keuze. ‘Ik kon niet met deze overtuiging mijn zakken blijven vullen.’
Opgemerkt: Jezus zegt: Wie van jullie die een toren wil bouwen gaat niet eerst de kosten berekenen, om te zien of hij wel genoeg heeft voor de bouw? Als hij het fundament gelegd heeft maar de bouw niet kan voltooien, zal iedereen die dat ziet hem uitlachten en zeggen: “Die man begon te bouwen, maar afmaken kon hij het niet.” (Uit Lukas 14 : 25-35 de verzen 28-30).

Nieuwe uitdaging…
> Ondertussen wacht een andere uitdaging. ‘Mijn grootste uitdaging is nu de mensen liefhebben die zo lelijk tegen me doen. Een betere test kan ik niet krijgen.’
Opgemerkt: Lees hierbij de woorden van Paulus in 2 Korintiërs 13 : 4-13.

Lees hierbij ook deze woorden van Dietrich Bonhoeffer: ‘Waar wij helemaal niet aan willen…’

Bron citaten: ND Geloof – ‘David de Vos stopte als evangelist en reageert op kritiek. ‘Mensen buitensluiten wil ik niet meer’’ – door Maaike Legemaat

Wie niet zijn of haar kruis draagt en Mij op Mijn weg volgt, kan niet Mijn leerling zijn.‘ (Uit Lukas 14 uit de verzen 25-35 : 27)

Bron afbeelding: SlideServe

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat nut ons een familiedag?

J.C. Ryle weet ons wel* te vertellen wie er (in de familie) tot het huisgezin van God behoren…
*Weet u/jij het ook? Of houden we ons maar beter aan 1 Korintiërs 4 vers 5?!

Vrede kwam Hij verkondigen aan jullie heidenen die ver weg waren en vrede aan hen die dichtbij waren: dankzij Hem hebben wij allen – gedoopte heidenen en gedoopte Joden – door één Geest toegang tot de Vader. Zo zijn jullie geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers net als de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten met Christus Jezus Zelf als de Hoeksteen.‘ (Uit Efeziërs 2 uit de verzen 11-22 : 17-20 – Lees hierbij ook 1 Korintiërs 3, een preek van Paulus aan de gedoopte zuigelingen te Korinthe).

Geciteerd 1: Dit heugelijke samenzijn (1) kwam me weer voor de ogen toen ik een verhandeling las van John Charles Ryle (1816-1900). Hij schrijft in ”Christen-zijn in het dagelijks leven” behartigenswaardige dingen over aardse families, naar aanleiding van Efeze 3:15. Ryle noemt familiebijeenkomsten „één van de weinige plezierige dingen die de val van de mens overleefd hebben.” En verderop: „Alles wat ertoe bijdraagt de familiebanden te verstevigen, moet aangeprezen worden.”

Geciteerd 2: In zijn verhandeling beschrijft Ryle in de voor hem typerende eenvoudige, maar trefzekere bewoordingen wie er tot het huisgezin van God behoren. Zij worden lid door nieuwe geboorte. Het zijn de uitverkorenen Gods, die in teder vertrouwen leren zien op Hem Die de overtredingen en de zonde vergeeft, en Die zelfs voor de zwakste grote ontferming heeft. Hun wacht geen onzekere toekomst, in tegenstelling tot aardse families, waarvan het geluk in veel gevallen na zo’n honderd jaar voorbij is, schrijft Ryle…
Hij roept er daarom met klem toe op om tijdens élke familiebijeenkomst elkaar de vraag te stellen: Behoort u al tot het huisgezin van God? Zo richting het einde van het jaar zullen er de nodige ontmoetingen zijn. Laat deze vraag dan in vele huiskamers klinken.

Opgemerkt: Neem aan dat ze wel weten wie er gedoopt zijn en de genoemde vraag aan gedoopte familieleden stellen is zeer ongepast. We kunnen er wel blijk van geven aan elkaar dat we er ook daadwerkelijk naar léven, dat we lid zijn van Gods huisgezin. En mochten er zijn die daarin nalatig (geworden) zijn, ja dan mogen we – op een gepast moment – elkaar wel aansporen om die nalatigheid na te laten. Mooi om met elkaar op familiebijeenkomsten als leden van het huisgezin van God samen dankbaar Gods lof te zingen met Psalmen en geestelijke liederen.

(1) Een familiebijeenkomst (van de schrijver van het artikel) met het talrijke nageslacht, ergens in een hotel langs een van de grote rivieren, in een zaaltje dat bijna uit zijn voegen barstte vanwege de hoeveelheid aanwezigen, overhandigde de oudste kleinzoon een plant aan (de honderdjarige) oma. Aan elke tak hing een kaartje met daarop van iedere nazaat een wens. Het geschenk symboliseerde haar inmiddels wijdvertakte stamboom.

Lees meer over J.C. Ryle in dit artikel op Refoweb.

Bron citaat: RD Opinie – ‘De ene familie is de andere niet’ – door Pieter Ariese (adjunct-hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad)

> Passende Bijbeltekst om met elkaar te lezen op een familiedag (met een honderdjarige) is te vinden in 2 Petrus 1 de verzen 12 t/m 21. We lezen daar in de verzen 12-13 en 19-21:

Daarom zal ik jullie hieraan blijven herinneren, hoewel jullie dit alles weten en gegrondvest bent in de waarheid die jullie hebben leren kennen. (2) Maar het lijkt me goed jullie wakker te houden door het telkens opnieuw onder jullie aandacht te brengen zolang ik in deze tent verblijf [=lichamelijk op deze wereld onder jullie ben en met jullie meeleven kan].’ (…) ‘Ons vertrouwen in de (OT-) profeten is alleen maar toegenomen. Ook jullie doen er goed aan jullie aandacht daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de Morgenster opgaat in jullie hart. Besef daarbij dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat, want nooit is profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de Heilige Geest.’
(2) Gegrondvest in de waarheid door (hun/onze) Doop in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en door het eerbiedig luisteren naar de verkondiging van Gods Woord en het deelnemen aan de maaltijden van de Heer, lees hierbij Kolossenzen 2 : 6-15.

Bron afbeelding: YouTube (The Voice of the Lord)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waarop baseert zich het geloofsvertrouwen van een gedoopt christen?

Want de Wet is door Mozes gegeven; genade en waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.’ (Uit Johannes 1 vers 17)

Geciteerd: Dus verklaar ik dat de Wet een les en een woord ten leven is, maar alleen voor degene die alles wat zij voorschrijft, naleeft en vervult. Want de Wet laat u heel nauwkeurig zien wat u moet doen. Er staat geschreven: “Door dat te doen zal een mens leven” (Lev. 18:5). Maar waar zijn degenen die dit kunnen? We schieten nog steeds tekort in Gods eis dat ons hart op Hem vertrouwt en dat we volledig op Hem vertrouwen; zo verspelen we onze eeuwige redding. Bovendien verbiedt God ten zeerste dat we van Hem wegvluchten, dat we wanhopen en Hem wantrouwen; maar Hij dringt erop aan dat we vertrouwen hebben in Hem als onze Vader. Maar het is onmogelijk voor mij om dit te doen. Wanneer een verleiding mij overvalt, of ik me op de drempel van de dood bevind, beschouw ik God als de duivel, ja, als een boze God die een wrok tegen mij koestert.

Het is passend dat de Wet en Gods geboden mij de juiste richtlijnen voor het leven geven; ze voorzien mij van overvloedige informatie over gerechtigheid en het eeuwige leven. De Wet is een preek die mij de weg wijst naar het leven, en het is essentieel om deze instructie te onthouden; maar we moeten in gedachten houden dat de Wet mij geen leven geeft. Ze is als een hand die mij de juiste weg wijst; zo’n hand is een nuttig lichaamsdeel. Als ik echter geen voeten, een wagen om in te reizen of paarden om op te rijden heb, zal ik die weg nooit bewandelen.

De hand geeft mij de juiste richting, maar hij zal mijn stappen niet leiden. Zo dient de Wet om de wil van God aan te geven en ons te laten beseffen dat we die niet kunnen houden. Ze maakt ons ook vertrouwd met de aard van de mens, met zijn mogelijkheden en met zijn beperkingen. De Wet is ons gegeven om de zonde te openbaren, maar ze heeft niet de macht om ons van de zonde te redden en ons ervan te verlossen. Ze houdt ons een spiegel voor; we kijken erin en zien dat we verstoken zijn van gerechtigheid en leven. En dit beeld spoort ons aan om te roepen: “O, kom, Heer Jezus Christus, help ons en schenk ons genade om ons in staat te stellen aan de de eisen van de Wet te voldoen!”

Dat is de betekenis van deze woorden van de evangelist: “De Wet is door Mozes gegeven; genade en waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.” Het is alsof hij wil zeggen: De Wet, gegeven door Mozes, is inderdaad een Wet van leven, gerechtigheid en al het goede. Maar veel meer werd volbracht door Christus. Hij komt en vult de lege hand en beurs; Hij brengt de vervulling van de Wetten, voorschriften en eisen met Zich mee. Hij schenkt genade en waarheid, en de middelen die mij in staat stellen het Eerste, het Tweede en het Derde Gebod te houden (‘Eerste tafel’).

Zo verkrijg ik vertrouwen en geloof in God als mijn Vader, en begin ik Zijn naam met een vrolijk hart te loven en te heiligen. Maar waar komt dit vandaan? Het is niet te danken aan mijn eigen kunnen, noch is dit alles bereikbaar door mijn verdiensten en door mijn uitvoering van de werken van de Wet. Nee, we danken het allemaal aan onze verlichting door de Heilige Geest, onze wedergeboorte door het Woord van God [door water en Geest – zie Johannes 3 : 5] en ons geloof in Christus. Deze vervullen ons met een nieuwe Geest, waardoor Gods Woord en de Wet ons welgevallig zijn. Nu verheug ik mij in het gebod om boven alles op God te vertrouwen. Ik voel: ik Doe het; ik ben met de les begonnen en heb het alfabet al onder de knie. De genade van God, die Christus mij heeft geschonken omdat ik in Hem geloof, maakt het Eerste Gebod nu tot een genoegen voor mij.’
[Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 46, 541 e.v. – (vertaling gebruikt: Luthers Works, Amerikaanse editie, Concordia Publishing House, deel 22, p. 143/144]

Leestip: Romeinen 7 (en lees 6 en 8 dan ook maar weer).

Bron citaat: Engelstalig Luthercitaat van 6 november 2025: ‘Luther’s sermon of the Gospel of st. John (37) – http://www.maartenluther.com

Jullie (en wij) waren dood door jullie (onze) onbesneden staat (1), maar God heeft ons samen met Christus levend gemaakt toen Hij ons al onze zonden kwijtschold. Hij heeft het document met voorschriften waarin (en waardoor) wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigt door het aan het kruis te nagelen (2). Hij heeft Zich ontdaan van de machten en krachten, Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd.’ (Uit Kolossenzen 2 de verzen 13-15)

(1) Onbesnedenheid van hart kan hier ook worden genoemd.
(2) ‘Wij hebben het vlees met zijn begeerten en hartstochten aan het kruis genageld.’ (Galaten 5 : 24) betekent niet dat wij deze al overwonnen hebben, maar dat ze ons niet meer kunnen aanklagen en verdoemen.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Wie Gosdens boek leest, begrijpt waarom’…

‘De mens – zijn dagen zijn als het gras,
hij is als een bloem die bloeit op het veld
en verdwijnt zodra de wind hem verzengt;
de plek waar hij stond, kent hem niet meer.’
(Uit Psalm 103 de verzen 15-16)

Geciteerd: De mens heeft toch een opgaande ontwikkeling doorgemaakt van magie, via religie, naar wetenschap? Eerst waren mensen primitief en geloofden ze om het even wat – dat was magisch denken. Daarna gingen ze de wereld zien door een religieuze bril, en was de ontluikende wetenschap een manier om Gods werken te doorgronden. En nu zijn we eindelijk rationeel en kunnen we via wetenschap de échte realiteit leren kennen. Wetenschap is de superieure opvolger én tegenpool van religie en magie.

Dat is inderdaad de gangbaarste, maar niet de behulpzaamste of zelfs de kloppendste manier om te kijken naar de relatie tussen magie, religie en wetenschap, stelt de Britse archeoloog Chris Gosden, emeritus hoogleraar aan Oxford, in zijn boek The History of Magic. Daarin bespreekt hij voorbeelden van magie en sporen van magisch denken. Zijn voorbeelden gaan van 40.000 jaar terug tot aan vandaag, en komen van over de hele wereld. Zo bespreekt hij allerlei vormen van voorouderverering, sjamanisme, begrafenisrituelen, het geloof in spoken, alchemie, astrologie, amuletten…

Magie is, kortom, zo oud als de mens. Wat nieuw is, is de slechte naam die magie de laatste eeuwen heeft gekregen in het Westen, dankzij een succesvolle lastercampagne vanuit de religie en de wetenschap. Maar, zo betoogt Gosden: ‘Elke vorm van menselijk gedrag die zó wijdverbreid is en zó lang aanhoudt, moet wel een belangrijke rol vervullen voor individuen en culturen.’ Magie heeft ons iets te bieden, ook – of juist – vandaag.

Het was je misschien al opgevallen: magie is hot. Je kunt vandaag geen boekhandel meer binnenstappen of je treft een aparte kast aan voor spreuken, toverdranken en volkswijsheden. Mijn lokale Ekoplaza biedt smudge sticks en kristallen aan.

Een niche is het ook niet, als het dat ooit al was. Meer dan de helft van de Nederlanders gelooft in iets paranormaals (zoals contact met de doden, of voorspellende dromen); ons geloof in buitenaardse wezens, spoken, geesten en elfen is de afgelopen veertig jaar verdubbeld.

Wie Gosdens boek leest, begrijpt waarom.

Religie gaat vaak over een god of goden die min of meer onbereikbaar zijn; het draait om mysterie en verwondering. Wetenschap scheidt mens en wereld, en probeert van een afstandje naar de fysieke werkelijkheid te kijken: het doel is begrip en controle. Magie gaat niet om scheiding, maar juist om vervlochtenheid van de wereld en de mens.

Magie gaat er immers van uit dat het universum jou beïnvloedt, én dat jij het universum kunt beïnvloeden. De stand van de planeten bepaalt een deel van jouw lot of karakter, en met jouw spreuken of handelingen stuur jij de wereld een tikje bij. Kortom: mens en wereld zijn intiem met elkaar verbonden.

Opgemerkt 1:Religie gaat vaak over een god of goden die min of meer onbereikbaar zijn‘. Vaak, blijkbaar toch niet altijd… Wat Gods Woord ons aanreikt is al zo oud als de mensheid en daar horen we vanaf het begin dat God Zich intiem verbonden heeft met de mens. Het was de mens zelf die afstand creëerde/nam. Lees het maar na in de boeken van Mozes en daar blijkt dat God Zelf alle moeite heeft gedaan en op Zich heeft genomen om weer met ons verbonden te raken. Lees het maar na in ‘onze Bijbel’, het Oude en het Nieuwe Testament.

Opgemerkt 2: God heeft geen ‘hoge pet’ opgehad (en nog altijd niet) van wat wij mensen hier op aarde met onze kennis en kunde zouden weten te bereiken. Hij heeft Abraham niet opgescheept met de opdracht om de aarde voor Hem door kennis en kunde van de mens voor Hem te veroveren… Ook voor christenen was dat niet de opdracht… AA Hij wist wel wat van Zijn maaksel te verwachten was en is (Psalm 103).

Bron citaat: De Correspondent – ‘Een wereld waarmee we in contact staan, is een wereld vol magie’ – door Bregje Hofman (Correspondent nieuwe goden)

En over de rechtvaardigheid die op grond van het geloof geschonken wordt staat geschreven: “Zeg niet bij uzelf: wie zal opstijgen naar de hemel? – en dat betekent: Wie zal Christus naar beneden brengen? Of: “Wie zal afdalen naar de onderwereld?” – en dat betekent: Christus bij de doden vandaan naar boven brengen. Maar vervolgens zegt Mozes: “Het Woord is dichtbij jullie, in jullie mond en jullie hart” – en dat betekent: de boodschap van het geloof die wij verkondigen is dichtbij jullie. Als jullie mond belijdt dat Jezus de Heer is en jullie hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zullen jullie worden gered (van afhankelijkheid van jullie eigen kennis en kunde). Want de Schrift zegt: “Wie in Hem gelooft, komt niet bedrogen uit.” En er is geen onderscheid tussen de Joden en de andere volken, want ze hebben allen dezelfde Heer. Hij geeft zijn rijke gaven aan allen die Hem aanroepen, want er staat (geschreven): “Ieder die de naam van de Heer aanroept, zal worden gered.“‘ (Uit Romeinen 10 de verzen 6-13)

Bron afbeelding: A Reason for Hope

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Zoals Hij zich neerbuigt tot stof en as’…

HEER, hoog als de hemel is Uw ​liefde,
tot in de wolken reikt Uw trouw,
Uw ​gerechtigheid​ is als de machtige bergen,
Uw ​rechtvaardigheid​ als de wijde oceaan:
U, HEER, bent de Redder van mens en dier.
Hoe kostbaar is Uw ​liefde, God!
(Uit Psalm 36 : 6-8)

Geciteerd:  Midden in verlorenheid en zonde, als het geweten knaagt en de wet vervloekt, te midden van pogingen om voor Gods aangezicht heilig te wandelen, weet men slechts hiervan: God zal en moet mij straffen. De zonde is een last geworden en men zou van haar ontslagen willen zijn, maar men zinkt er steeds dieper in weg.

Het geweten is verschrikt en de mens geschokt. Alles komt op in de gedachten van het vlees en in het verstand, behalve vergeving van zonden, zoals die bij God bestaat: dat God vergeeft en op welke wijze Hij vergeeft: Het verstand, beter gezegd het onverstand, neemt vergeving van zonden slechts voorwaardelijk aan. Het wil die zelf verdienen, en de Roomse leer die in alle harten schuilt, komt het verstand te hulp.

Eerst moet men iets hebben gedaan (of iets bijzonders ervaren! – AJ) om God te bewijzen hoezeer de zonde ons tot smart is. Eerst zelfkastijding, zelfverbetering. Men zoekt het overal. Dan is het beter geworden, welaan, nu mag men ook hopen op vergeving. Men heeft zijn best gedaan om veel voor God te doen, zich gekweld om heel wat na te laten; nu zal God ook iets laten vallen!

Men heeft (bij zichzelf of bij een ander) daden opgemerkt die het zedelijke gevoel kwetsen. Maar men heeft de zonde niet opgezocht waar zij ontspringt, namelijk in het sluwe hart, het binnenste ik. Dat bereikt u niet met uw boetedoening. En de zonde van het verstand telt u in het geheel niet, namelijk dat u zich verzet tegen de wijze waarop God de zonde vergeeft. (1)

Mag men dan om vergeving van zonden bidden zonder een oprechte gezindheid om ze na te laten? Volstrekt niet! Laat zo iemand niet menen, dat hij iets ontvangt. De moeder vergeeft het kind niet, dat zich eigenzinnig toont. Het kind is verloren, als de liefderijke wijsheid van de moeder de eigenzinnigheid van het kind niet ombuigt. Vergeeft de moeder, die de aard van haar kind kent, haar kind, omdat het zegt ‘ik zal het niet weer doen’, terwijl het morgen of overmorgen dezelfde streek toch weer uithaalt? Of vergeeft zij, omdat zij moeder is?

Wat te beginnen, als het met de verbetering afgelopen is; als men zó totaal verdorven is dat men niet meer kan verbeteren? Als men alle vroegere bekering terecht in twijfel moet trekken? Als onverwachts het stervensuur aanbreekt? Het is gemakkelijk aan te nemen dat God de zonde vergeeft als men meent iets geworden te zijn. (1) Maar hoe staat het, als men met alle goede gezindheid aan het eind gekomen is?

Laten wij alle hoogmoed afleggen die door het werken (en vergelijken – AJ) is veroorzaakt! (1) Zonde vergeven is vrijspreken van (daadwerkelijke) schuld en straf.

Als God vergeeft, dan spreekt Hij ons uit vrije gunst en ontferming vrij van schuld en straf. Goddelozen, die op dit ogenblik vol zonde zijn en de eeuwige dood hebben verdiend. Hier is niet een lief kind dat eerst het beter is gaan doen, maar een goddeloos kind dat niets heeft om zelf weer iets goed te maken. Dát is vergeving van zonden, zoals die bij God bestaat. Bij de heilige en rechtvaardige God is er een vrijspreken van schuld en straf.

Hierin bestaat onze rechtvaardiging voor God. Goddelozen spreekt God rechtvaardig (Romeinen 4 : 5). Zondaars verklaart Hij rein. Bij God is vergeving van alle zonden, al zijn ze nog zo zwaar of groot of machtig (Psalm 103 : 3). Er is geen overtreding van Zijn heilige wet die Hij niet vergeeft.

Waar de zonde machtig geworden is, daar is Zijn genade nog veel machtiger (Romeinen 5 : 20). God vergeeft niet slechts zonde uit nalatigheid, zonden die ons ontglipten, zonden die ons verborgen bleven (hoe machtig veel is haar getal!); niet slechts zonden als misstappen, maar grove, afschuwelijke zonden, zo heel dikwijls herhaald, en ondanks alle eden, beloften en heiligste voornemens nog eens herhaald, zonden begaan tegen liefde, plicht en geweten.

Daarbij wacht Hij niet op de mens totdat deze tot zichzelf inkeert en oprecht verbrijzeld wordt, nee, Hij is altijd de Eerste. Hij komt met Zijn Woord (én Sacrament – AJ) en laat genade weerklinken. De bazuin van Zijn Evangelie verkondigt vergiffenis aan hem die sterven moest.

Zo is God en zo is Zijn vergeving, een vrijwillige daad van eeuwige ontferming. En hoe vaak denkt u dat Hij vergeeft, Die ons geleerd heeft onze broeder die tegen ons zondigt, niet zevenmaal maar zeventigmaal zevenmaal te vergeven? (Mattheüs 18 : 22). God is onvermoeid in het vergeven van zonden.

Word honderd jaar oud in Zijn dienst, u/jij blijft dezelfde dwaas en God blijft dezelfde ontfermende God Die gezegd heeft: ‘Ik heb geweten dat gij gans trouweloos handelen zoudt, en dat ge van de buik af een overtreder genaamd zijt’ (Jesaja 48 : 8).

En als God zonden vergeeft, dan vergeeft Hij zo dat Hij aan al onze zonden ook in het geheel niet meer denkt (Jeremia 31 : 34, Micha 7 : 18-20). Door Zijn vrijspraak neemt Hij de zonde weg met al haar gevolgen, een belast geweten en een bedroefd hart, zodat er waarlijk vrede bij God in het binnenste woont. Dááraan kennen wij God, de levende God, zoals Hij zich neerbuigt tot stof en as, wat vloek en verdoemenswaardig is.

Tot zover geciteerd uit deze preek. Lees deze preek in z’n geheel! Bestellen van de preek (No. 556, juni-juli 2019). kan per e-mail:  reveil@pietersgroede.nl

(1) Opgemerkt AJ: De Farizeeërs (door onze Heer getypeerd in Lukas 18 : 11-12) keken niet (meer) als kinderen in de spiegel van de wet en de profeten (daar waren ze al een goed eind mee op weg meende ze – zie hierbij Markus 10 : 20, Matteüs 12 : 7, 23 : 23 en Jakobus 1 : 23-27) en ze vergeleken zichzelf liefst met overspelers en andere zondaars en ook met tollenaars. (1) Daarom meenden ze dat ze goede reden had om God te danken en daarbij op dat verschil met die anderen te letten en daar ook op te wijzen. Maar ondanks hun dankbare en vrome woorden werd ze door God niet in genade aangezien, maar vielen ze in ongenade vanwege hun trotse en hoogmoedige houding en veroordelende woorden naar overspelers en andere zondaars en ook tollenaars. We kunnen weten dat de tollenaars (als regel!) gelovige Israëlieten/Joden waren, mensen die ook regelmatig vastten, stipt de tienden betaalden en niet meer belasting inden van hun volksgenoten, dan dat hun werkgever (de Romeinse keizer/overheid) hen opdroeg. Maar de gelovige tollenaars kwamen met een heel andere houding in de tempel en ook met heel andere gebedswoorden voor Gods aangezicht dan de Farizeeërs.
* De tollenaars werden m.n. geminacht omdat ze voor de Romeinen werkten en dat konden ze omdat ze toch een andere Messiasverwachting hadden dan de Schriftgeleerden en Farizeeën. Zij konden schuldbewust buigen onder de overheersing door de Romeinen en daarom ook betrouwbare ambtenaren zijn in dienst van deze vreemde overheid! (Zie hierbij o.a. de schuldbelijdenis in Nehemia 9 m.n. de verzen 36-37 en zie ook Lukas 7 : 29 en eventueel ook nog deze blog)

Bron tekst:  “God vergeeft de zonden door de Naam van Jezus” preek van dr. H.F. Kohlbrügge (1803-1875) uitgegeven door Stichting “Smytegelt Fonds” in de Reveil-serie (No. 556, juni-juli 2019).

Spreek geen kwaad van elkaar, broeders en zusters. Wie kwaadspreekt van een ander of een ander veroordeelt, spreekt kwaad van de wet en veroordeelt de wet. En als u de wet veroordeelt, handelt u niet naar de wet, maar treedt u op als rechter. Er is maar één Wetgever en Rechter: Hij die bij machte is te redden of in het verderf te storten. Maar wie bent u, om uw naaste te veroordelen?‘ (Uit Jakobus 4 : 11-12)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over georganiseerd bevrijdingspastoraat…

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen.‘ (Uit Matteüs 6 vers 13)

Geciteerd 1a: Was Paulus in de ban was van een kwade geest, voordat hij christen werd? De Amerikaanse spreker Ken Fish (1) sluit het niet uit: ‘Zoals hij tekeer ging, dat lijkt wel demonisch.’
Fish was hoofdspreker op de conferentie There is More die onlangs plaatsvond in Ede. Hij nam de ruim duizend bezoekers mee in een massabevrijdingssessie. Maar wel nadat hij eerst uitgebreid onderwijs had gegeven over hoe mensen gebonden kunnen raken aan het duister en dit kunnen herkennen.

Geciteerd 1b: ‘In Europa is de invloed van kwade machten weg gepsychologiseerd’, meent Fish. Hij was uitgenodigd als spreker omdat hij genezing, zowel fysiek als psychisch, met bevrijding van demonen combineert.
Organisator en protestants theoloog Hans Maat legt uit dat demonie vaak wordt verward met bezetenheid. ‘Maar dit is niet per definitie het geval. Een christen kan ook gebonden zijn door kwade machten, terwijl hij niet bezeten is.’
Dit uit zich bijvoorbeeld in verslavingen, religieuze patronen of een verwonde ziel, zegt hij. Hij benadrukt tegelijk dat niet achter elke ziekte of depressie demonische activiteit zit.

Geciteerd 1c: Maat is zelf geïnspireerd door de hervormde voorganger W.C. van Dam, pionier op het gebied van geestelijke bevrijding binnen het pastoraat. (…) Bevrijding ziet er vaak spectaculair uit. Mensen vallen op de grond of schreeuwen het uit nadat ze worden aangeraakt. Soms worden de beelden hiervan op sociale media gedeeld. ‘Je hoort bij ons ook wel gegil, maar we geven minder ruimte aan demonen omdat we ze niet nodeloos laten manifesteren.’ In een massa bevrijdingssessie worden geestelijke machten stuk voor stuk benoemd en weggestuurd. ‘Als er wel geschreeuwd wordt, dan lost het ministry team dit snel op. Het is een stuk minder eng geworden’, beschrijft Maat.

(1) Ken Fish theoloog, historicus en econoom. Ken Fish komt uit Los Angeles en studeerde onder andere geschiedenis en filosofie van religie. Fish werkte jarenlang als bedrijfseconoom voor grote internationale organisaties. Vervolgens werkte hij samen met John Wimber bij Vineyard Ministries International. In 2010 richtte hij Orbis Ministries op en heeft een internationale bediening als spreker met een nadruk op bevrijding.

Opgemerkt 1: Was Luther met zijn aanvechtingen die hem geestelijk en lichamelijk in het klooster herhaaldelijk op de rand van de afgrond brachten in de ban van een kwade geest? Of was het opgenomen in Gods plan met zijn leven? Hadden zijn tijdgenoten een geestelijk bevrijding voor hem (en anderen) moeten organiseren? Luther leidde in het klooster – menselijk gezien – een heilig leven. De voedingsbron voor zijn aanvechtingen zal toch wel gelegen hebben in het feit dat hij besefte op allerlei manier toch nog een zondaar te zijn in gedachten en fantasieën, maar ook met woorden en daden. Hoe kon je daarmee verschijnen voor God?

Geciteerd 2: Het spreken over een vrolijke ruil, dat Christus door de schuld van de mens over te nemen Zelf ‘onrechtvaardig en zondaar wordt’ (2 Korintiërs 5 vers 21) – het riep onmiddellijk verontrusting wakker -, is ook bij Staupitz te vinden. Maar de consequentie die Staupitz daaruit trok, week van die van Luther af: de gelovige bevrijd van de last der zonden, zal nu ook werkelijk vrede vinden. Zijn nieuwe status van rechtvaardigheid is waarneembaar, een zoet voorgerecht van de eeuwigheid.
In tegenstelling daarmee ervaart Luther concreet de toename van de macht van de duivel, die, uitgedaagd door het evangelie van de vrolijke ruil, zijn aanvallen direct richt op de gelovigen. Tegenover de vreemde gerechtigheid van Christus beroept de duivel zich op Mozes en zijn ‘Tien Geboden’, kweekt gewetensnood, eist goede werken en drijft onophoudelijk het geweten ertoe aan de toorn van God te stillen. De ‘vrolijke ruil’ waarover Luther spreekt, leidt niet tot zoete ervaringen, want in de strijd met de duivel is er geen rust, geen vrede en geen aantoonbaar (!) succes. (…) Voor Luther zijn ‘zuchten en weggerukt worden’ de proefondervindelijke begrippen voor het samengaan van vrede en ellende. De vrede is doortrokken van de gruwelijke werkelijkheid van de macht van de duivel – ‘simul gemitus et raptus’.

Opgemerkt 2: Geven de brieven van de apostelen en m.n. ook de brief van Jakobus ons niet alle (!) reden om genezing en zo nodig schuld belijden en dus de (pastorale) zorg voor elkaar binnen de ‘eigen’ gemeente te houden. Er is werkelijk geen enkele Bijbelse reden om ons daar vanuit organisaties en door hen opgezette conferenties te moeten laten ondersteunen! Of de Heilige Geest zou niet meer zonder zulke organisaties en conferenties kunnen. Maar dat zullen we ons niet laten aanpraten!

> Leestips: Jakobus 5 : 13-20.

> Lees ook deze blog over de aanvechtingen waar Maarten Luther mee te maken had: ‘onomstotelijke woorden over ons heil

Opgemerkt 3: Uit eigen ervaring wil ik nog het volgende zeggen. Toen wij op vrijdagavond 20 maart 2014 ons 35-jarig huwelijk hadden gevierd, schreef ik dag erna aan kinderen en ook aan een broeder en zuster die aanwezig waren bij die viering een ‘verantwoordings-email’*, waarin ik hen wees op de Doop als het moment in mijn leven waarop God mij persoonlijk had toegesproken en ook aan mij al Zijn beloften vast en zeker had bevestigd, en op grond waarvan ik mijzelf kon zien en aanvaarden als een kind van God. In die email schreef ik aan die broeder en zuster ook nog wat persoonlijke woorden ter bemoediging, namelijk dat de Doop hen daarom toch ook een vast vertrouwen kon geven wat hun eigen kinderen betreft.
Deze broeder en zuster hadden die viering op vrijdagavond ook bijgewoond en hadden met ons en onze kinderen en kleinkinderen ook meegedaan aan het diner in een restaurant in Veenendaal. Ze zullen met verwondering – en die broeder beslist ook met jaloersheid! – hebben toegezien in wat voor eenvoudige en blijde sfeer wij met al onze kinderen en kleinkinderen dit huwelijksjubileum daar vierden. Jaloersheid – want toen wij de week daarop bij hen op bezoek gingen, toen kreeg ik van de echtgenote van die broeder voor de voeten geworpen dat ze helemaal niet blij waren met die ongeloofwaardige email van mij, en dat ik me maar eens moest afvragen of het niet de boze was die mij het schrijven van die verantwoordingsbrief had ingegeven…
Dat die jaloerse broeder niet zelf, maar zijn echtgenote mij dat voor de voeten liet werpen, dat moet alles te maken hebben gehad met ‘gaat deze zondaar-broeder (die ik de afgelopen jaren steeds weer de les gelezen heb) mij/ons nu de les lezen over onze kinderen’? Ons ermee confronteren dat wij niet zo’n mooi gezin hebben – ondanks alle moeite in zijn huwelijk en gezin waarvan hij o.i. de oorzaak was – als hij?

Opgemerkt 4: Het kan niet anders dan dat de betreffende broeder z’n echtgenote naar aanleiding van die viering in het restaurant en de ‘verantwoordingsemail’ van mij heeft gezegd: Nou, ik wil je over hem dan nu toch eens wat vertellen wat jij niet wist, maar wat ik eerder van hem gehoord heb. Want anders vallen die woorden (beschuldiging) van zijn echtgenote en haar/hun plotseling uiterst negatieve houding naar mij (vanwege die email) werkelijk op geen enkele manier te verklaren. Maar wat deze broeder van mij gehoord had, dat sloeg op een situatie van 16 jaar terug (mei 1998) waarvan ik later (in 2012 meen ik) – vanwege mijn wanhoop en uitputting – toch iets gezegd heb, maar zonder hem het hele verhaal te willen vertellen – en daar is hij dus, na de viering op 14 maart 2014 en na het ontvangen van mijn email op boosaardige wijze mee aan de haal/slag gegaan. Ik kon in hun ogen werkelijk niets goeds meer doen! En ze sleepten Yvonne en de kinderen daarin mee. En later ook nog het betrokken pastoraat en zelfs mijn familie kozen toen de kant van al die ‘tegenpartijders’ in ons huis en in onze gemeente. En dat dus op basis van ‘demonisering’ van mijn persoon op grond van een uitlating waarvan hij het fijne niet wist en nog altijd niet weet – niet weten wil! Want in mei 2014 (!) verbrak hij alle contact met mij en alle pogingen om met hem nog in gesprek te komen werden door hem geblokkeerd. En hij schuwde niet de lelijkste verdachtmakingen over mijn persoon naar anderen te communiceren. En in 2015 stelde hij z’n huis open voor geheime bijeenkomsten waarin een huwelijksdwangbrief werd opgesteld waarin mijn persoon op straffe van complete sociale isolatie een aantal totaal absurde eisen werden gesteld.

Opgemerkt slot: Waarvan akte maar weer! Met natuurlijk de hoop en het gebed dat vrouw en kinderen en betreffende broeders en zuster tot bezinning en inzicht en dus ook tot schuld erkennen en belijden en verzoening zullen komen. Dat ze de influisteringen van de boze niet meer zullen geloven en opvolgen, maar dat ze wat de Heilige Geest ons voorhoudt en leert in praktijk zullen gaan brengen. Daar hebben we geen duivel uitdrijvers bij nodig!

Bron citaten 1a-c: ND Geloof – ‘Amerikaanse spreker Fish biedt onderwijs over bevrijding van kwaad. ‘Europa ontkent geestelijke strijd’’ – door Laura Dijkhuizen
Bron citaat 2: ‘Luther – mens tussen God en duivel – Hoofdstuk VI De aangevochten reformator’ – door Heiko A. Oberman (1930-2001)

Bron afbeelding: The James Method

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie