… en voor Hem en de mensen (broeders en zusters) willen en durven verschijnen…
‘Toen nu Jezus hún geloof zag, zei Hij tegen de verlamde: Wees getroost mijn zoon, je zonden zijn je vergeven.’ (Uit Matteüs 9 vers 2)
Geciteerd: Wanneer de duivel op je geweten aanvalt, zodat hij je hart doet vrezen en beven, en hij zegt: Je hebt toch zelf geleerd dat je (eerst) een vroom mens (geworden) moet zijn! – antwoord dan welgemoed: Het is waar dat ik een zondaar ben (en blijf). Dat wist ik al eerder, want dit artikel [=wat de gemeente van Jezus Christus op grond van het onderwijs van Gods Woord belijdt] van de vergeving der zonde heeft mij dat allang (voor velen toch al van jongs af aan) geleerd. Voor de wereld wil ik eerlijk en oprecht zijn en wil ik goeddoen zoveel ik kan. Maar voor God wil ik graag een zondaar zijn en wil ik niet anders genoemd worden, opdat dit artikel waar zal blijven. Anders zou dit artikel niet over de vergeving van de zonden, maar over de gerechtigheid van de wet spreken. Daarom, hoewel ik niets anders voel (en zie) dan mijn vele en grote zonden (van vroeger, maar ook altijd nog weer in het heden), dan zijn het toch geen zonden meer. Want ik heb daartegen een krachtig tegengif dat de zonde haar kracht ontneemt en bovendien doodt. Dat zijn de woordjes: Je zonden zijn je vergeven, waarvoor alle zonden vergaan als stoppels voor het vuur. Verder helpt geen werk, geen lijden of kastijding, zelfs niet tegen de allerkleinste zonden. (1)
Want buiten de vergeving van onze zonden is en blijft alles wat we doen of laten enkel verdoemelijke zonde. Voor de wereld kan ik goed leven en alles doen zoals het behoort. Voor God echter ben ik puur zonde, zoals het artikel ons leert. Daarom is het waar: ik ben een zondaar, maar wel zo’n zondaar die die volkomen vergeving van zonden heeft, en in de troon zit, waar alleen genade regeert (Efeziërs 2 vers 6), zoals ook Psalm 116 ons leert.
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1529, zu Marburg 5. )ktober. WA 29, 565 ff]
(1) Wat wel nodig is, dat is het dagelijks en wekelijks gebruik van alle middelen (medicijnen, tegengif) die ons geschonken zijn.
> Leestips: Matteüs 9 : 1-8, Hebreeën 10 : 19-25 (en ook de verzen 26-31 die gaan over het verwaarlozen van het gebruik van de ons geschonken middelen en die door nalatigheid – met als gevolg toenemend ongeloof en verachteren in de genade – gering achten!) en Psalm 116.
> Beluister hierbij ook nog deze preek over Psalm 70 (door ds. Wilmer Blijdorp, predikant van NGK De Burcht, Barneveld):
Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagboek over beloften en troost’ – Meditatie van 1 februari – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (Houten)
‘Laten wij daarom – ook vandaag weer en elkaar daartoe aanmoedigen – met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.‘ (Uit Hebreeën 4 vers 16)
Bron afbeelding: ThePreachersWord