Altijd weer streven naar verbetering?

Ongelukkige die ik ben, het is als bij de late oogst, als bij de laatste pluk: geen volle druiventros meer om te eten, geen vroege vijg meer waarnaar ik smacht.’ (Uit Micha 7 vers 1)

Geciteerd: „Ik ben van beroep historicus, en een historicus moet boven de partijen staan. (1) Mijn rol is niet om te oordelen over het verleden, of winnaars en verliezers aan te wijzen. Ik heb warme sympathie voor ál die mensen van toen, voor ál die soorten gelovigen. Ze zijn allemaal op zoek, en ze hebben verschillende antwoorden op die ene vraag: Hoe breng je de Eeuwige onder woorden? (2) Niemand dacht van zichzelf dat hij een ketter of een rebel was, ze beschouwden zichzelf allemaal als serieuze christenen die veel bezig waren met de grote religieuze vragen: Hoe moet ik geloven, hoe moet ik leven?”
> „Geschiedenis gaat over mensen, en om mensen te begrijpen heb je empathie nodig. Dat vind ik iets belangrijks. Een goede geschiedschrijver plaatst de lezer in een andere tijd, in een andere wereld, en leert hem om de mensen van toen te begrijpen. Dat is historische empathie, en dat helpt óók om empathie in het algemeen aan te leren. Loving your neighbor as yourself – je naaste liefhebben als jezelf. Dat geldt ook voor mensen uit het verleden. Geschiedenis leert je begrip, zo niet liefde.” (3)
> De mens is beperkt –een zondaar, zouden ze in de 16e eeuw zeggen– maar de mens kan toch ook altijd streven naar verbetering. Daar geloof ik wel in.” (4)

Leestip: Micha 7!

(1) ‘een historicus moet boven de partijen staan’. Dat is nogal wat. Groen van Prinsterer meende dat een historicus vanuit zijn eigen (duidelijk gemaakte standpunt) de waarheid moet dienen en zo goed als mogelijk is recht moet doen aan de medemens uit de geschiedenis. Dat is toch een wat ander standpunt dan zeggen dat je (inmiddels) boven de partijen staat. Dat lukt ons in het (gewone) dagelijks leven toch ook niet…
(2) Allemaal mensen van goede wille dus? De Bijbel geeft ons toch een wat ander zicht op de geschiedenis. Er zijn ook altijd weer bepaalde belangen te handhaven en verdedigen en dan verliest men zomaar ‘de Eeuwige’ en daarmee de medemens uit het oog. Dat bleek wel heel duidelijk tijdens het leven van onze Heer hier op aarde.
(3) Het is mooi wanneer je empathie zegt te hebben voor de mensen uit de geschiedenis. Het eerste wat dan nodig is, dat is, dat je je dan niet boven die mensen weet/plaatst. Dat is geschiedschrijvers beslist niet altijd goed afgegaan ondanks hun goede bedoelingen. En Gods Woord leert ons wat werkelijke naastenliefde is en daarom gaan we dagelijks in de leer bij Gods Woord en dan krijg je nog het beste onderwijs in de mensengeschiedenis mee ook! En dat met en door Goddelijke empathie geïnspireerd en geschreven!
(4) Wij geloven niet in het streven naar verbetering van en door de mens, tenminste dat horen we toch niet in wat we belijden te geloven met de Twaalf Artikelen van het geloof…

Bron citaten: RD Cultuur & boeken – ‘Christine Kooi schetst grote lijnen in Reformatiegeschiedenis’ – door Enny de Bruijn

Maar ik blijf uitzien naar de HEER, ik blijf hopen op de God Die mij redding zal brengen. Hij zal mij horen, mijn God.’ (Uit Micha 7 vers 7)

Bron afbeelding: Pyunkang Cheil

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Er is een tekort aan predikanten…

Uw Woord is een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad.’
(Uit Psalm 119 vers 105)

Geciteerd: Als de overheid niet beschermend optreedt richting het leven van een embryo, is het de taak van de kerk haar daarop aan te spreken.
Die oproep doet Arthur Alderliesten, directeur van Schreeuw om Leven, in ”Recht op leven. Aanzet voor een bio-ethiek van het levensbegin”. Het manuscript is het sluitstuk op zijn masterstudie theologie en ethiek aan de Theologische Universiteit Kampen | Utrecht. In het boek reflecteert Alderliesten op actuele medisch-ethische ontwikkelingen, vanuit het gedachtegoed van de Duitse theoloog en ethicus Dietrich Bonhoeffer (1906-1945).

Opgemerkt 1: Er is een tekort aan predikanten, maar we leiden wel theologen op die de overheid namens de kerk(en) (welke?) moeten kunnen aanspreken. Maar waar en wanneer het gebed voor de overheden in de samenkomsten van de gemeenten aan het ‘uitsterven’ is, daar hebben de theologen al helemáál geen (Bijbelse) grond meer onder de voeten voor hun spreken met de overheid. Blijkbaar lukt het de theologie-opleidingen niet meer om voldoende aspirant predikanten aan te trekken en/of op te leiden voor hun taak in de gemeenten en verder is de Woordverkondiging op allerlei andere manieren op haar retour. Dan is het zout bezig haar kracht te verliezen en dient het uiteindelijk nergens meer toe dan om weggeworpen te worden. Bij dergelijke ontwikkelingen in de kerken moet het ons toch niet bevreemden dat samenleving en overheid inmiddels geen antenne meer hebben voor wat christenen beweegt. En daar zouden dan nu ‘onze’ theologen wat aan moeten en kunnen (gaan) doen?

Opgemerkt 2: We klagen wel dat je tegenwoordig niet meer met ‘zonde(n)’ en ‘zondebesef’ moet komen aanzetten bij de mensen, maar als de gemeenten van Jezus Christus daarover niet meer geleerd worden uit Gods Woord, wie kan er dan nog wat beginnen in kerk en samenleving ten bate van het ‘goede leven’ en bescherming van dat leven?

Opgemerkt slot: We mogen blij zijn dat Dietrich Bonhoeffer geen kans gekregen heeft om zijn ‘Ethik’ uit te werken. Het zou de zegen van zijn eerdere schrijfwerk eerder weggenomen hebben dan daarmee bekroond. Wij moeten goed beseffen dat de leden van Christus gemeenten wel altijd weer goede Woordverkondiging nodig hebben om met liefde en wijsheid – die God ons dagelijks wil schenken op het gebed – in deze wereld bezig te kunnen zijn. En ook vandaag mogen christenen rekenen op de liefde en wijsheid die ons geschonken wordt door de kracht van de heilige Geest. Dát besef (geloof!) zal ze beslist ook minder afhankelijk maken van de theologen met al hun ‘dikke-boeken-wijsheid’ en juist dát is altijd weer hard nodig! Maar vinden we dat geloof nog in onze tijd en is dit geloof in feite niet al heel lang altijd weer ‘met een lampje’* te zoeken geweest binnen onze kerken?
* Alleen in een leven met en bij de lamp van Gods Woord te ontdekken!

> Leestips: Dietrich Bonhoeffers eigen woorden over de noodzaak van doorgaande Woordverkondiging in de eerste én ook de volgende blogs:

Welzalig de man die Gij kastijdt, HERE, die Gij onderwijst uit uw wet.’
(Uit Psalm 94 vers 12)

Bron afbeelding: Bible Portal

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Eerst kunnen verhalen over een ‘toeleidende weg’?

‘”Ik ben de weg, de waarheid en het leven,” antwoordde Jezus, “Ik ben de enige weg tot de Vader.“‘ (uit Johannes 14 vers 6)

Geciteerd 1: De kleinste lammetjes horen al bij de kudde, ook al weten ze het zelf niet. Maar zij hebben geen rust voordat ze die Herder hebben leren kennen. Pas later kunnen zij door terugleidend licht vertellen hoe de Heere in hun leven is begonnen. Hoe Hij door de tucht en de spiegel der wet hen van alles afgebracht heeft, alle dingen schade en drek geacht.”

Geciteerd 2:Weten jullie niet, dat wij allen, die in Jezus Christus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn?‘ Paulus maakt duidelijk waarom we in Christus’ gemeente in een nieuw leven zullen wandelen: ‘Omdat we weten – weten op grond van onze doop! – dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan zal worden en wij voortaan de zonde niet meer dienen’ (Romeinen 6 vers 6). Ons oude leven is reeds met Christus gekruisigd, dat is: het oordeel van dood en verdoemenis is erover uitgesproken en al voltrokken. Want dat is gekruisigd zijn.

Opgemerkt 1: Niemand anders dan Christus is die weg gegaan en heeft die weg willen en kunnen gaan van (eerst) alles afleggen en alle heerlijkheid prijsgeven tot in de dood. Paulus volgt onze Heer wel na in dat alles afleggen (alles ‘schade en drek achten’), maar hij zegt ook eerlijk dat hij het nog niet bereikt/gegrepen heeft. Toch kan en wil hij die weg gaan omdat hij door Christus gegrepen is. Dat is ook de enige mogelijkheid om die weg te gaan: Gegrepen zijn door Christus! Maar hoe wist Paulus dat hij door onze Heer gegrepen was? Door zijn bijzondere ‘arrestatie’ onderweg naar Damascus? Nee, daarbij bleef hij nog in het ongewisse over hoe liefdevol onze Heer over hem dacht en (al of niet) met hem verder wilde. In Handelingen 9 lezen we echter: ‘Saul, broeder, ik ben gezonden door de Heer, door Jezus, Die aan u verschenen is op de weg hierheen, om ervoor te zorgen dat u weer kunt zien en vervuld wordt met de heilige Geest. Meteen was het alsof de schellen hem van de ogen vielen, hij kon weer zien, stond op en liet zich dopen.‘ (Zie Handelingen 9 de verzen 15-18)

Opgemerkt 2: Die bijzondere ‘arrestatie’ van hem, die kon Paulus (dus) niet gebruiken om zichzelf en anderen ervan te overtuigen dat hij zich nu ook mocht beschouwen als een – en zelfs op een heel bijzondere manier – in Christus aangenomen kind van God. Niemand kon nagaan en bevestigen wat er nu werkelijk gebeurd en gezegd was daar onderweg en Paulus heeft het zelf ook nooit zo kunnen en willen gebruiken! Hij heeft er later wel over verteld, maar dan niet op die manier, dat het als bewijs voor hem en anderen zou gelden, dat hij zichzelf nu op grond daarvan als een kind van God mocht zien en aanvaarden, en dan nog wel met een bijzondere missie ook. Nee, dat eerste en dat laatste moest hij horen (!) uit de mond van een broeder, die hem toen ook heeft gedoopt.

Opgemerkt 3: De kinderen in de gemeente van Jezus Christus horen er helemaal bij en behoren daarom gedoopt te zijn. Wanneer wij sommige leden van de gemeente(n) of zelfs allen ernstig hebben te waarschuwen (ter voorkoming of bij reeds gebleken verachtering in de genade of zelfs blijken van ongeloof), dan zullen wij hen niet voor wolven/wolfjes houden of uitmaken, maar hen ernstig vermanen als geliefde kinderen van God, zoals dat bijvoorbeeld gebeurd in de brief aan de Hebreeën (zie 6 : 1-20 en 10 : 26-39) of met de woorden waarmee onze Heer sommige gemeenten in Klein Azie heeft gewaarschuwd (zie Openbaring 3 : 1-6 en 3 : 14-22).

Zie ook: ‘Misverstand over schapen en wolven en Gods eer…‘ en ‘Waartoe zijn wij uitverkoren

Bron citaat 1: RD Kerk & religie – ‘„Een ware christen wordt van een wolf veranderd in een schaap”’ – van RD-verslaggever.
Bron citaat 2: ‘Vertroost elkaar met deze woorden… – Citaat/meditatie 14 juni – Den Hertog uitgeverij (2022)

Maar nu het geloof gekomen is, staan we niet langer onder toezicht (van de wet), want door het geloof zijn jullie allen kinderen van God. Jullie allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebben jullie met Christus omkleed.’ (…) ‘En omdat jullie Christus toebehoren, zijn jullie nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte.’ (Uit Galaten 3 uit de verzen 25-29)

Bron afbeelding: parentandchildbiblereading-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waartoe zijn wij uitverkoren?

Weet u niet, dat wij allen, die in Jezus Christus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn?‘ (Uit Romeinen 6 vers 3).
Maar de Heer zei: “Ga, want hij is het instrument dat ik uitgekozen heb om Mijn Naam uit te dragen, onder alle volken en heersers en Israëlieten.”‘ (Uit Handelingen 9 vers 15)
In Hem zijn wij door Zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven dankzij de rijke genade die God ons in overvloed heeft geschonken. Hij heeft ons in al Zijn Wijsheid en Inzicht dit mysterie onthuld: Zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en Zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één Hoofd bijeen te brengen, onder Christus. In Hem heeft God, Die alles naar Zijn wil en besluit tot stand brengt, ons (Zijn gemeente hier op aarde) toebedeeld om vanaf het begin onze hoop te vestigen op Christus, tot eer van Gods grootheid.
In Hem hebben jullie ook de Boodschap van de Waarheid gehoord, het Evangelie van jullie redding, in Hem zijn jullie, door jullie geloof
(ouders en kinderen – zie 1 Johannes 2 : 12-14 en 25-27), gemerkt met het stempel van de heilige Geest Die ons beloofd is als voorschot op onze erfenis, opdat allen die Hij Zich heeft verworven verlost zullen worden tot eer van Gods grootheid.’

Opgemerkt: Wij zijn dus uitverkoren om in deze wereldtijd de grote daden van Gods liefde en vergevingsgezindheid te verkondigen door onze hoop te vestigen op Christus. En dat ‘verkondigen’ dat doen we door met onze daden en woorden altijd en overal te laten blijken dat – in navolging van onze Heer (en de apostelen) – Gods liefde ons drijft – zie 1 Korintiërs 13!

Zie ook: ‘Misverstand over schapen en wolven en Gods eer…‘ en ‘Eerst kunnen verhalen over een toeleidende weg?’

Deze Boodschap is betrouwbaar (zie Titus 3 : 1-7). Ik wil dat je hierover met overtuiging spreekt, opdat zij die op God vertrouwen zich erop toeleggen om het goede* te doen. Daar heeft iedereen (in gemeente en wereld) baat bij.’ ( Uit Titus 3 vers 8 )
* ‘het goede’ dat is het heil van de ander (!) op het oog te hebben, zoals onze Heer en de apostelen deden, en dat kan omdat ‘ook wij er van verzekerd zijn dat…’ (zie Romeinen 8 : 31-38)

Bron afbeelding: Facebook (Jesus is the Lamb)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Misverstand over schapen en wolven en Gods eer…

Geliefde broeders en zusters, vertrouwt niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen.’ (Uit 1 Johannes 4 vers 1)

Geciteerd 1: Eerst legde de predikant (1) uit wie er tot dat kleine kuddeken behoren: „Dat zijn Jezus discipelen, Zijn kinderen, Zijn volk. Van nature zijn we wolven. Vijanden van God. Met een goddeloos of juist een godsdienstig leven. Maar wat in de natuur niet kan, dat kan bij God wel: wolven die veranderd worden in schapen.”
Opgemerkt 1: Goddelozen – wanneer er in de Bijbel gesproken wordt over dat wij van nature goddelozen zijn – die zijn niet zomaar gelijk te stellen met wolven die de kudde bedreigen. In de kudde leven ook vette en sterke schapen, die de zwakkere en jonge dieren in de kudde zomaar kunnen (en willen) verdringen, maar die worden door de Herder wel door het gebruik van Zijn stok en staf gewaarschuwd om hen van dat verkeerde gedrag af te brengen. Wolven dat zijn de grote bedreigers van en bedriegers in de gemeente, die de kudde het volgen van de Goede Herder willen beletten om ze te kunnen verslinden.

Geciteerd 2: De kleinste lammetjes horen al bij de kudde, ook al weten ze het zelf niet. Maar zij hebben geen rust voordat ze die Herder hebben leren kennen.
Opgemerkt 2: De gedoopte gemeente bestaat uit schapen en lammetjes en geen enkel dier van de kudde hoeft zich af te vragen of hij of zij misschien (nog altijd) een wolf/wolfje is. En de schapen en lammetjes die kennen de stem van de Herder. Ze worden geboren in de kudde waar die stem van de Herder hen altijd weer toespreekt en daarom horen ze het ook wanneer er een andere stem klinkt. (2)

Geciteerd 3: Pas later kunnen zij (die zoekende lammetjes – AJ) door terugleidend licht vertellen hoe de Heere in hun leven is begonnen. Hoe Hij door de tucht en de spiegel der wet hen van alles afgebracht heeft, alle dingen schade en drek geacht.”
Opgemerkt 3: Wat moeten die pas bekeerde/gedoopte heidenen zich dan lange tijd ongelukkig hebben gevoeld. Nog niet door ‘de tucht en de spiegel van de wet van alles afgebracht’ moesten ze al wel verkeren in de gemeente van Jezus Christus, tot ook zij ‘door terugleidend licht’ konden vertellen hoe het eindelijk toch zo ver met hen gekomen was.

Geciteerd 4: In de tweede helft van de preek legde ds. Van de Kieft uit dat het Christus ten diepste niet ging om Zijn kudde of om Zichzelf. „Hij ziet hoger, het gaat Hem om de eer van Zijn Vader. Dat staat in Johannes 6: 36. „Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft.”
Opgemerkt 4: Maar wat was de wil van de Vader? Dat geen dier van de kudde verloren zou gaan! Dat was en is zuivere Vaderliefde. Geen eerzuchtige Vader, maar een liefdevolle Vader. En de Zoon heeft de Vader lief en daarom volbracht Hij de wil van de Vader.

(1) Tijdens de bidstond voor de synode van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN) stond ds. D. E. van de Kieft uit Urk dinsdagavond stil bij de tekst uit Lukas 12:32: „Vreest niet, gij klein kuddeken, want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het Koninkrijk te geven.”
(2) Of leven ze misschien in een deel van de kudde dat door wolven is weggevoerd van het volgen van de Goede Herder en horen en (her)kennen ze de stem van de Goede Herder nauwelijks of niet (meer)?

Zie ook: ‘Waartoe zijn wij uitverkoren‘ en ‘Eerst-kunnen-verhalen-over-een toeleidende weg

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘„Een ware christen wordt van een wolf veranderd in een schaap”’ – van RD-verslaggever.

Broeders en zusters – alle schapen en lammetjes worden toegesproken! Zie 1 Johannes 2 : 12-14 – , laten we elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde. En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft Zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door Hem zouden leven. Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen over onze zonden.‘ (Uit 1 Johannes 4 de verzen 7-10)

Bron afbeelding: Pin on the Lord

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat is het uitgangspunt van onze doop(praktijk)?

En Jezus antwoordde en zei tegen hem: Zalig ben je, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben jou dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. En Ik zeg je ook: jij bent Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.’ (Uit Matteüs 16 de verzen 17-18)

Opgemerkt 1: Het uitgangspunt van onze dooppraktijk ligt niet bij de oproep van Petrus op de eerste Pinksterdag tot zijn hoorders (Joodse broeders) om zijn woorden (zijn verkondiging) te geloven, zich te bekeren en zich te laten redden ‘uit dit verdorven mensengeslacht’ en dat mee door zich te laten dopen. Nee, dat uitgangspunt ligt (al) in Jezus roeping van Zijn discipelen, die later ‘het getuigenis van Jezus’, Gods Zoon, aan heel de wereld bekend zouden maken en die dat ook nu nóg altijd weer doen, namelijk overal waar het Evangelie verkondigd wordt en waar gedoopt wordt.

Opgemerkt 2: Wij lezen/horen dat toen Jezus zijn discipelen (die Hem zouden moesten vergezellen en volgen) uitkoos en tot Zich riep om Hem te volgen, dat zij allen daar onmiddellijk gehoor aan hebben gegeven en wel omdat Jezus’ roeping ‘onweerstaanbaar’ was. Wij horen/weten ook dat de discipelen toen nog een hele leerschool moesten doorlopen en dat hun door Jezus onderwijs groeiend geloof nog danig op de proef gesteld zou gaan worden. Het zou er zelfs nog van komen dat zij allemaal Hem in de steek zouden laten en zelfs ook Hem verloochenen. Maar onze Heer had hen al vooraf laten weten dat Hij voor hen – die de Vader Hem gegeven had – gebeden had en geen van hen verloren zou laten gaan.

Opgemerkt 3: Petrus, van wie onze Heer al bij zijn roeping had laten weten, dat Hij, op wat Petrus over Hem belijden zou, Zijn gemeente zou vestigen (zie Johannes 1 : 40-42 en Matteüs 16 : 15-20), die heeft, op een kritisch moment van Jezus optreden, inderdaad de goede belijdenis over onze Heer mogen afleggen, maar toen kreeg Hij wel direct te horen, dat die belijdenis van hem over niet door mensen van vlees en bloed was gewekt en ingegeven (dus door mensenliefde en mensenkracht en mensenwijsheid – en blijkbaar zelfs ook niet zondermeer door Jezus onderwijs en optreden!), maar dat Zijn Vader in de hemel het hem geopenbaard had.

Opgemerkt 4: En nu is het sinds het Pinksteren in Jeruzalem zó gesteld, dat overal waar dit Evangelie gehoord wordt en dus de goede belijdenis van Petrus ons verkondigd wordt, wij de waarheid horen over onze Redder en redding. Alle indertijd in Jeruzalem verzamelde hoorders, hoorden de waarheid verkondigd worden en iedereen mocht (behoorde!) die waarheid te aanvaarden en had zich toen direct al mogen laten dopen. Toch blijken er altijd weer mensen te zijn die zich tegen het werk van de heilige Geest verzetten, waardoor ze niet de hen verkondigde waarheid gelovig aannemen, maar liever de leugen(aar) geloven en dat om allerlei redenen.
Maar in de gemeente van Jezus Christus geloven wij de leugen(aar) niet en daarom belijden wij dat ook onze kinderen behoren gedoopt te worden/zijn. Zo zeker als overal waar het Evangelie verkondigd wordt en het hen als pasgeborene (en zelfs ook nog niet geborene en later bij het opgroeien) in de oren klinkt, zo zeker is het dan ook dat zij door Christus Zelf geroepen worden/zijn, en die roeping is nu beslist niet minder waar en waarachtig dan de roeping van de discipelen door onze Heer Zelf.

Opgemerkt 5: Maar wat moeten wij dan met het feit dat gedoopte kinderen later toch het geloof vaarwel blijken te kunnen zeggen? Dan moeten wij niet de waarheid van het ook aan hen verkondigde en bevestigde Evangelie in twijfel trekken en (dus) ook niet de waarachtigheid van hun doop, en (dus) ook geen oordeel uitspreken over hun eeuwig behoud, maar we zullen hen blijven voorhouden dat al Gods beloften in Jezus Christus ja en amen zijn en dat wijzelf ons dáár aan zullen houden en ook hem of haar dáár aan zullen blijven herinneren. Die ootmoed (geen oordeel uitspreken) en dat geloof past ons allemaal, en wel omdat onze God die bescheidenheid van ons verlangt omdat Hij ons bij monde van Jesaja heeft laten weten: ‘Mijn plannen zijn niet jullie plannen, en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de HEER. Want zo hoog als de hemel is boven de aarde, zó ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven, en Mijn plannen jullie plannen (lees deze woorden binnen het geheel van Jesaja 55!).

Opgemerkt 6: Maar, hen die nalatig worden en zich afwenden van het geloof, die zullen we beslist ook de zeer ernstige woorden uit Gods Woord voorhouden, zoals we die horen van onze Heer (o.a. in Johannes 3) en o.a. (en m.n.) ook in de Hebreeënbrief (zie Hebreeën 6 : 5-9 en 10 : 29-31 bijv.), maar dat toch altijd weer met wat hiervoor gezegd is over ons (beperkte menselijk) weten en oordelen in gedachten.

Opgemerkt 7: N.a.v. het lied ‘Doop’ (van Sela): ‘Uit het water van de doop, putten wij geloof en hoop, dat Gods trouw en liefde blijvend is.’
De woorden van dit lied geven ons toch niet genoeg ‘Bijbels houvast’! De doop is juist vanwege haar zichtbaarheid ons als een onweerlegbaar (!) teken en zegel gegeven (dit geldt zowel voor de dopeling als ook voor de aanwezige getuigen, dus voor/binnen de gemeente(n) van Jezus Christus hier op aarde, zie 1 Timoteüs 3 vers 14-15), zodat wij daar allen zullen weten het volle recht te hebben om hoop te putten uit Gods Woord, dat te geloven (te beamen, voor wis en waarachtig te houden!), en wel omdat al Gods beloften ‘ja en amen zijn in Jezus Christus, onze Heer’! (zie 2 Korintiërs 1 : 19-22).
Juist omdat het geloof de zekerheid is van de dingen die men hoopt en de zekerheid (bewijs) van de dingen die we niet zien (Hebreeën 11 vers 1), komt God ons geloven en hopen te hulp met twee toch wel ‘zichtbare/tastbare dingen’: Doop en Avondmaal.

NB. Bovenstaande mee n.a.v. de verkondiging in de doopdienst van zondag 11 juni 2023 (NGK ‘De Ontmoeting’, Barneveld)

Het geloof nu, is de zekerheid van de dingen die men hoopt en het bewijs van de dingen die men niet ziet. Want door dit [geloof] is aan de ouden een getuigenis gegeven.‘ (Uit Hebreeën 11 de veren 1-2)

Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dát verkondigen wij: het Woord dat leven is.
Het leven is verschenen, wij hebben het gezien en getuigen ervan, we verkondigen jullie het eeuwige leven dat bij de Vader was en aan ons verschenen is. Wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen we ook aan jullie, opdat jullie ook met ons verbonden zullen zijn. En verbonden zijn met ons is verbonden zijn met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus. We schrijven jullie om onze
(gezamenlijke) vreugde volkomen te maken. (Uit 1 Johannes 1 de verzen 1-4)

Bron afbeelding: Biblia-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Die opdracht staat nog steeds’?

Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dat er maar weinig tijd rest. Laat daarom ieder die een vrouw heeft zo leven dat het hem niet in beslag neemt (!), ieder die verdriet heeft zo dat hij/zij er niet door wordt beheerst, ieder die vreugde voelt zo dat hij er niet in opgaat, ieder die bezit verwerft of het niet zijn eigendom is, ieder die in deze wereld leeft alsof ze voor hem/haar niet meer van belang is. Want de wereld die wij kennen gaat ten onder.’ (Paulus in 1 Korintiërs 7 de verzen 29-31)

Geciteerd: Een christen weet zich als rentmeester van de schepping geroepen om de aarde te bouwen en te bewaren. Die opdracht is de mens als beelddrager van Zijn Schepper in het paradijs meegegeven. En die staat nog steeds. Met alle lek en gebrek, jawel. Zoekend en tastend naar een wankel evenwicht tussen bouwen en bewaren. Want die beide woorden staan op gespannen voet met elkaar. Te veel bouwen betekent dat er niet bewaard wordt, te veel bewaren stagneert het in cultuur brengen. Hoe je daarin koers houdt? Door de gevolgen van je handelen mee te wegen bij alle beslissingen die je neemt. Gevolgen voor andere schepselen, voor de schepping, voor de langere termijn. Door de opdracht van rentmeester serieus te nemen: te staan voor het bezit van de Eigenaar, die jouw Opdrachtgever is. Winst die ten koste gaat van het landgoed schaadt immers de landheer.

Opgemerkt 1: Je zou bijna gaan denken wanneer je het betreffende artikel leest: geen beter beheerders van deze wereld voor te stellen en geweest dan de westerse christenheid, want die wisten en weten zo evenwichtig van deze schepping gebruik te maken en te genieten dat er van uitbuiting van natuur en mensheid geen sprake kan zijn geweest en ook nu nog doen ze daar niet aan mee…

Opgemerkt 2: ‘Die opdracht staat nog steeds’? Maar waarom ging God dan met de aartsvaders en het volk Israël zo’n heel andere weg en geldt dat niet ook voor de gemeenten van onze Heer in deze wereld? Is ‘Zoek liever eerst het koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid’ niet toch wat anders dan deze wereld bouwen en bewaren?

Bron citaat: RD Opinie – ‘Kan een christen klimaatactivist zijn?’ – door Drs. W. de Kloe

… een ongetrouwde man of vrouw draagt zorg voor de zaak van de Heer…
(Uit 1 Korintiërs 7 uit vers 31- 35)

Bron afbeelding: Bible Hub

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Niet streven en jagen maar liefhebben en troosten…

Ik heb je slechts een ogenblik verlaten, maar met open armen zal ik je weer ontvangen’ (…) … Ik zal me weer over je ontfermen met een eeuwig durende liefde, zegt de HEER, Die je vrijkoopt.’ (Uit Jesaja 54 uit de verzen 7-8)

Geciteerd: Christus zegt: ‘Aan armen wordt het Evangelie verkondigd.’ Omdat nu de ware christenen in dit leven steeds weer aanvechting, treurigheid en droefheid voelen, daarom leert ons de samenvatting van de tien geboden ook, dat we niet alleen God, maar ook onze naaste moeten liefhebben en troosten. Andersom: degenen die midden in zulke aanvechtingen zitten moeten zich ook laten troosten (1), en Gods Woord meer geloven dan hun eigen gedachten (2) en de ingevingen van de boze met zijn vurige leugenpijlen.
[Maarten Luther: Tischreden aus Veit Dietrichs und Nicolaus Medlers Sammlung, WATR 1, Nr. 865]

(1) Daarom: blijf de middelen gebruiken, blijf Bijbellezen en bidden, verzuim niet de samenkomsten van Christus gemeente bij te wonen en daar ook het Avondmaal te gebruiken!
(2) Zie 2 Korintiërs 1 : 3-11 (m.n. vers 8-9)

> Leestips: Psalm 123, Jesaja 54, Handelingen 7 : 54 t/m 8 : 8 en Romeinen 8 : 31-39.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Citaat/meditatie van 7 juni – Den Hertog uitgeverij (Houten, 2022)

Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons bewezen heeft in Christus Jezus, onze Heer.‘ (Uit Romeinen 8 de verzen 38-39)

Bron afbeelding: Bible Verse Images

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Heeft de vader een bastaardzoon toegesproken?

Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen (kind!), jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.’ (Uit Lukas 15 de verzen 31-32)

Geciteerd 1: De hoorder heeft met de Bijbel een controlemiddel in handen. Ik schrik als een kerkganger tegen mij zegt: „Ik was het niet met u eens, het klopte niet.” Ik zou me geen raad weten als ik het Woord naar mijn hand moest zetten. Het Woord moet mijn hand leiden.”

Geciteerd 2: In navolging van hoogleraar homiletiek prof. W. Kremer onderscheidt u in de prediking drie posities: de Abrahams-, Adams- en in Christus-positie. Kunt u dat toelichten? (1)
„De Adamspositie laat zien dat we allemaal zondaar zijn. Als we in Adam sterven, zijn we verloren. Maar God zij dank is dat niet het enige. De Heere heeft Zijn hand op jongens en meisjes gelegd en gezegd: „Ik ben de Heere, jouw God.” Hij neemt hen op in Zijn verbond – de Abrahamspositie. De doop is daar een geweldig expressiemoment van. Daarom kan ik ook tegen de gemeente zeggen: „U bent allemaal kinderen van God. Maar dan verwijs ik wel gelijk naar de gelijkenis uit Lukas 15: een vader had twee zonen. Die vader was echt vader, maar die oudste zoon was geen zoon. Als je in Abraham bent, wil dat niet zeggen dat je behouden bent. Ja, God is verzoend door het werk van Zijn Zoon, maar richting de mens klinkt de oproep: Laat je met God verzoenen. Als je met Hem verzoend bent, sta je in de Christus-positie. Door de levendmaking ben je Hem ingelijfd. In je eigen hart is dan alleen maar ellende, maar in Christus ben je dan geheiligd.

Opgemerkt: Door onze Doop zijn wij allen van de Adamspositie in de in-Christuspositie geplaatst. De enige vraag die wij elkaar – op grond van Gods Woord! – zullen en mogen stellen is: leven we dan ook naar die in-Christuspositie of zijn we het werk van de heilige Geest aan het bedroeven en aan het weerstaan. En dan worden wij ernstig gewaarschuwd om ons daarvan te bekeren. En dat weerstaan van de heilige Geest en Zijn werk dat gebeurd dus ook al door deze driedeling te maken en die te hanteren in de verkondiging en ook in de huizen van de leden van Christus’ gemeente. Dat zullen deze hoogleraren en allen die deze driedeling hanteren zich DV wel aantrekken en zich daarvan bekeren!

> Leestip: Jesaja 55.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Dr. Van Kooten: Preken is niets anders dan de Schrift laten spreken’ – door Laura Hendriksen-Bassa

(1) Hoe bereik ik mijn hoorders? Voor menig predikant is het een worsteling. Een preek maken is geen koud kunstje. Samen met dr. A. Baars en dr. J. Hoek schreef dr. R. van Kooten een driedelig handboek homiletiek. Vrijdagavond wordt het eerste deel gepresenteerd.

Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des HEREN. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.’ (Uit Jesaja 55 de verzen 8-9)

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on Hope)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het bewijs van echte liefde…

Die jullie niet hebben gezien en toch liefhebt; en nu in Hem gelooft, hoewel jullie Hem niet zien; toch zullen jullie je verblijden met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde, en het einde van jullie geloof daardoor verkrijgen, namelijk de zaligheid der ziel.’ (Uit 1 Petrus 1 de verzen 8-9)

Geciteerd 1a: Wie oprecht gelooft dat hij/zij door het sterven en de opstanding van Christus van de zonde gerechtvaardigd is en van de dood verlost, die zal Hem zeker liefhebben. Hebben we Christus lief, dan zal de Vader ook ons liefhebben (Johannes 16 vers 27). (…) Waaraan kun je merken of iemand Hem liefheeft of niet? Wat is dan het bewijs van deze echte liefde? Zijn Woord geloven! (…) Zo toont Petrus met deze weinige woorden aan dat de christelijke gerechtigheid niets anders is dan Hem te geloven, zonder Hem te zien ( vers 8 ).

Geciteerd 1b: Petrus spreekt hier zo duidelijk over de vreugde in het toekomstige leven (1), dat ik nauwelijks zou weten of er ook op andere plaatsen in de Schrift met zulke heldere en duidelijke woorden over wordt gesproken. En toch kan Petrus het onmogelijk met woorden uitdrukken! Hoewel, zegt hij, jullie heerlijkheid, vreugde en zaligheid zich een tijdlang verborgen houdt, en jullie nu nog op aarde in smaad, droefenis en beproeving moeten leven – door de woede en de boosheid van de duivel en de wereld – doet jullie dat toch geen schade. Heb geduld, het zal spoedig anders worden. (…) Het einde van jullie geloof is eeuwige zaligheid.
[Maarten Luther: Epistel s. Petri gepredigt und ausgelegt, vgl. W(2) 9, 1132 ff (1539)]

Geciteerd 2: We leven hoopvol, omdat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen waar al Gods kinderen thuis zullen zijn. We leven hoopvol omdat we zien dat de Here God over de hele aarde aan het werk is om mensen daarop voor te bereiden. Maar die hoop is pas echt als er een kabel loopt van onze ziel naar al die beloften van God. Hoopvol leven doen we als we de zaligheid van onze zielen nu al ervaren (2) door onze levende verbondenheid met de Here Jezus.

(1) Deze vreugde (zaligheid) van het toekomstige leven – waarover Petrus spreekt en die we nu nog niet ervaren – is wat anders dan ‘de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat en die onze harten en gedachten behoeden zal in Christus Jezus’ – waarover Paulus spreekt in Filippenzen 4 : 6-8, en die we al wel opmerken en ervaren.
(2) Gezien (1), meen ik dat we hier zullen schrijven: als we de zaligheid van onze zielen nu al geloven door onze verbondenheid met de Here Jezus door de kracht van de heilige Geest.

PS. In dat hoofdstuk waaruit geciteerd lezen we ook nog: Dat is wat Christus ook Zelf zegt in Johannes 16 vers 10: ‘De heilige Geest zal de wereld overtuigen van zonde, omdat ze in Mij niet geloven; en van gerechtigheid, omdat ik tot de Vader ga, en jullie Mij voortaan niet meer zullen zien.’ Daaruit volgt dat Christus de ware God is, want geloven en vertrouwen mag je alleen in God. Nu, wij geloven in Christus, dat Hij ons kan troosten, helpen en ons uit alle noden kan redden, en ons ook rechtvaardig en zalig kan maken.

Bron citaten 1a/b: ‘Als goud door vuur beproefd – Korte verklaring van de eerste brief van de apostel Petus in 60 overdenkingen’ – Den Hertog uitgeverij (Houten, 2020)
Bron citaat 2: De Waarheidsvriend – ‘Toekomstgericht leven (1, hoopvol) – Een anker voor de ziel’ – door dr. M. Visser

Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot zaligheid. Want de Schrift zegt: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Er is immers geen enkel onderscheid tussen Jood en Griek. Want Een en dezelfde is Heere van allen en Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen. Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden.‘ (Uit Romeinen 10 de verzen 9-13)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie