Waar staat in de Bijbel dat kinderen worden gedoopt?

‘Ga dus op weg en maak alle volken tot Mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb.’ (Uit Matteüs 28 uit de verzen 19-20)

Vraag: Waar staat in de bijbel dat kinderen worden Gedoopt? Je moet er toch voor kiezen om God te willen dienen?

Antwoord: De ‘huisdoop’ is een bewijs dat ook kinderen behoren gedoopt te worden, zelfs als er in de huizen van toen geen kinderen werden gedoopt (wat m.i. moeilijk voorstelbaar is). Kijk maar naar de doop van Lydia en die van de gevangenbewaarder (Handelingen 16). We lezen dat God het hart van Lydia opende, toch werden ook al haar huisgenoten gedoopt. En bij de gevangenbewaarder is het niet anders, hij (!) geloofde en ook zijn huisgenoten werden gedoopt. En waarom? Zij mochten net zo goed als deze ‘huismoeder’ en ‘huisvader’ zeker weten dat het verkondigde Evangelie – dat Jezus ook voor hen gestorven en weer opgestaan is – waarheid is en daarin delen. Die waarheid mochten zij net zo goed aannemen en geloven en ook zij mochten delen in wat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest hen toezegden in verkondiging en Doop. Want het gaat hier om de waarheid van het Evangelie voor ieder mens. Ze konden het nu alleen nog maar afwijzen! Natuurlijk hadden de huisgenoten ook nog kunnen weigeren om (direct al ook) gedoopt te worden, maar daar horen wij niet over.
Misschien heeft Paulus hen nog wel verteld over het huis van de Romeinse hoofdman, waar de Heilige Geest op ieder van de huisgenoten hoorbaar en zichtbaar was neergedaald (Handelingen 10 : 45-46), net als bij Jezus’ discipelen/apostelen op de eerste Pinksterdag. Zo zeker mochten de huisgenoten van Lydia en de gevangenbewaarder nu ook weten dat de Heilige Geest hen geschonken was en zou bijstaan. Daarom waren ze allemaal welkom in de nieuw gevormde gemeente en mochten ze komen onder het onderwijs van de apostelen en deelnemen aan het breken van het brood.

‘Terwijl Petrus nog aan het woord was, daalde de Heilige Geest neer op iedereen die naar zijn toespraak luisterde. De Joodse gelovigen die met Petrus waren meegekomen, zagen vol verbazing dat ook heidenen het geschenk van de Heilige Geest ontvingen, want ze hoorden hen in klanktaal spreken en God prijzen. Toen merkte Petrus op: Wie kan nu nog weigeren deze mensen met water te dopen, nu ze net als wij de Heilige Geest hebben ontvangen. En hij gaf opdracht – hij deed het niet zelf! – hen te dopen in de naam van Jezus Christus.‘ (Uit Handelingen 10 de verzen 44-48)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat geven we onze jongeren mee?

‘Maar Johannes probeerde Hem tegen te houden met de woorden: “Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij? Jezus antwoordde: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.”‘ (Uit Matteüs 3 de veren 14-15)

Geciteerd 1: Het thema is ‘Goed nieuws!’. ‘Je bent niet waardeloos maar geliefd, dat is goed nieuws’, wil Van Houwelingen de jongeren op het hart drukken. ‘Er is een God die van jou houdt, die jou bijvoorbeeld door je negatieve gedachten heen trekt. Wat er ook op je pad komt. En dat is uiteindelijk het fantastische nieuws waarin we geloven met z’n allen.’
Volgens de spreker hebben jongeren die boodschap hard nodig. ‘Ik hoor veel geluiden van somberheid of depressie, van jongeren die vastzitten’, zegt hij. ‘Ik denk dat het voor een heel groot deel zit in eigenwaarde: hoe kijk je naar jezelf? Als jongeren van zichzelf gaan houden, komt er veel meer perspectief op het leven. Ik geloof dat zelfliefde daar ontzettend belangrijk voor is.’

Opgemerkt 1: Was het Zelfliefde (zelfliefde) die onze Heer (en de apostelen) ‘op de been hield’ en Hem (hen) er ‘doorheen’ hielp?

Opgemerkt 2: Graag wil ik dan net als de (EO-dag) spreker mijn eigen levenservaring inzetten om anderen wat mee te geven, want ik heb aan den lijve ervaren wat het is om mezelf – in eigen ogen, dat eerst en herhaald – als ‘afgeschreven’ te beschouwen, zo erg zelfs, dat als iemand me toen een goedwerkend euthanasie-middel (stiekem) in handen had gegeven ik dat middel ook onmiddellijk zou hebben willen gebruiken. En later werd ik door anderen als afgeschreven en daadwerkelijk uitgeschreven (ons huwelijk werd geschrapt bij de burgerlijke stand) beschouwd en dat dus nog wel door de mensen die je het meest nabij waren (fysiek én geestelijk!) en eerder helemaal niet aan dat afschrijven van mezelf (en uitschrijven) hadden willen meewerken, integendeel zelfs, ze spanden zich met alle liefde en macht in om mij weer overeind te helpen om dan weer met hen samen van het leven en (juist) ook van elkaar en het samenleven met elkaar te kunnen genieten. En dat is ons toen ook werkelijk gegeven, dat we weer met z’n allen blij en dankbaar verder konden en ook weer samen van het leven konden genieten. Toch is daar op een heel verdrietige manier een einde aan gekomen, nee, een einde aan gemaakt en dat juist door een broeder en zuster (en leden van het pastoraat die zich daarbij aansloten) die meenden dat zij de visie en de capaciteiten ‘in huis’ hadden om ons huwelijk en gezin voortaan – na het gezamenlijk vieren van ons 35-jarig (!) huwelijksjubileum – een veilige toekomst te garanderen. Maar toen mocht helder gaan blijken dat Góds kracht juist in zwakheid (zwakke mensen) (1) wordt volbracht! Daarom nu het volgende citaat.

Geciteerd 2: We willen hier nog iets zeggen over de Doop naar aanleiding van de woorden die Christus spreekt: ‘Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden.’ Daarop kun je zeggen: ‘Nu hoor ik wel dat de Doop er ook bij hoort.’ Jazeker hoort de Doop er ook bij! Maak nu niet de fout dat je denkt dat de Doop iets is wat wij (mensen) doen. Doop en geloof zijn onafscheidelijk. Waarom? God wil niet dat het geloof in het hart verborgen blijft, maar eruit breekt, zodat het bekend en openbaar wordt in de wereld. Daarom heeft Hij het uitwendige teken van de Doop ingesteld, waardoor ieder zijn of haar geloof zou kunnen tonen en belijden en ook dat je tot het (dragen van) het heilige kruis (in je leven) komt. (2)
Wanneer immers het geloof heimelijk in het hart verborgen zou blijven, zou je wel zeker kunnen zijn dat je het kruis niet hoefde dragen, of Christus daarin navolgen. Want wanneer de wereld (3) niet zou weten wat/dat wij geloofden, zou men ons niet vervolgen, maar met rust laten.
Daarom, wie nu een christen is en gedoopt is [en bovendien zijn of haar geloof openlijk belijdt], staat in gevaar dat de heidenen en niet-christen (3) hem of haar zullen willen aangrijpen, uitbannen en (zo mogelijk daadwerkelijk) vermoorden.

(1) Lees hierbij 1 Korintiërs 12.
(2) Lees hierbij Lukas 12 in z’n geheel (zie ook tekst uit dit Bijbelgedeelte hier onderaan)!
(3) We moeten bij dit woord ‘wereld’ beslist ook denken aan de wereld onder het Godsvolk en in de kerk (waar de Psalmisten ook over klagen!), de mensen die daar de vervolgers van hun broeders en zusters zijn/worden. Onze Heer en de apostelen ondervonden dat m.n. van de ‘kerkleiders/theologen’ in hun tijd hier op aarde.

Bron citaat 1: ND Geloof – ‘Bijna blinde Jurjen van Houwelingen spreekt op EO-Jongerendag: ‘Ik dacht: waarom doet God niks?’’ – door Christa van Norel
Bron citaat 2: ’Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie 10 februari – Den Hertog uitgeverij (2019)

‘Ik ben gekomen om op aarde een vuur (!) te ontsteken, en wat zou ik graag willen dat het al brandde! Ik moet een doop ondergaan, en ik wordt hevig gekweld zolang die niet volbracht is. Denken jullie dat ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Geenszins, zeg Ik jullie, Ik kom verdeeldheid brengen…’ (Uit Lukas 13 de verzen 49-51)

Bron afbeelding: a christian pilgrimage

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Je doopverjaardag vieren?

‘Heer, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven.’
(Uit Johannes 6 vers 68)

Geciteerd 1: Iedere traditionele gelovige mag kritisch zijn op het verlangen van eigen kerkleden naar een ‘tweede’ geloofsdoop. Maar vraag je tegelijk af of je wel je eigen doopverjaardag weet. En wat je de laatste keer hebt gedaan om die te vieren.
Opgemerkt 1: Je doopverjaardag vier je iedere keer weer wanneer het Avondmaal gevierd wordt. Houd dat niet alleen jezelf (als gerechtigd deelnemer) voor, maar vertel dat ook aan de gedoopte kinderen, die nog niet deelnemen aan de vieringen!

Geciteerd 2: Kerken kunnen rituelen voor doopgedachtenis en doopvernieuwing optuigen. Ze kunnen discussiëren over de vraag of die wel of niet met water gepaard mogen gaan (dus: in hoeverre ze op de oorspronkelijke doop mogen lijken of niet). Ze kunnen in de paasnacht de gelovigen aanmoedigen zingend met hun handen door het doopwater te gaan. Of ze kunnen – goed gereformeerd – het heilig avondmaal als de ultieme doopbevestiging presenteren.
Opgemerkt 2: Nee, het kan dan wel gereformeerd heten, maar wanneer het Avondmaal als de ultieme doopbevestiging presenteren is dat toch niet naar Gods Woord. De dopeling ontvangt bij de Doop alles wat nodig is om door de gemeente als een volwaardig lid van het lichaam van Christus te worden gezien en aanvaard. Dat we deelname aan de vieringen van het Avondmaal nog uitstellen is praktisch gezien wel een goede en geoorloofde beslissing, maar dat betekent niet dat de kinderen niet net zozeer ‘hemels recht’ hebben op deelname aan deze vieringen als de ouderen. In feite zouden we hen op een bepaalde leeftijd alleen nog de vraag van onze Heer aan Zijn discipelen kunnen voorhouden: ‘Willen jullie ook niet weggaan?‘.

> Zie daarbij dit web-artikel: ‘Willen jullie ook niet weggaan?’

Bron citaten: ND geloof – ‘Johan liet zich ‘overdopen’. Daar kun je kritisch op zijn. Maar weet je dan wel je eigen doopverjaardag?’ – door Dick Schinkelshoek

‘Dus altijd wanneer jullie dit brood eten en uit deze beker drinken, verkondigen jullie de dood van de Heer, totdat Hij komt.’ (Uit 1 Korintiërs 11 vers 26)

Bron afbeelding: Preach the Word

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Mogen we niet verwachten dat Jezus Zijn boodschap nog eens uitlegt?

‘Toen zei Hij tegen hen: “Hebben jullie dan zo weinig verstand en zijn jullie zo traag van begrip dat jullie niet geloven in alles wat de profeten gezegd hebben? Moest de Messias al dat lijden niet ondergaan om Zijn glorie binnen te gaan?” Daarna verklaarde Hij hun wat er in al de Schriften over Hem geschreven stond, en Hij begon bij Mozes en de profeten (a).’ (Uit Lukas 24 de verzen 25-27)
(a) Zie hierbij de woorden van Petrus tot de heel de gedoopte gemeente in 2 Petrus 1 : 19-21!

Geciteerd 1: De kanttekenaren wijzen erop dat de Heilige Geest de prediking van het goddelijke Woord in hen die van God geleerd worden, krachtig maakt. (1) Gaat uw hart nu niet branden? (2) Wat schittert in het komen tot Jezus het onuitsprekelijke wonder van Gods verkiezend welbehagen. (3)
Nóg iets valt op. Christus verklaart in Zijn preek God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Hij preekt trinitarisch. Dit moet ons doen opspringen van vreugde. Wat een eerlijke, begeerlijke en heerlijke prediking!
Dán roept Jezus de laatste woorden uit als een welmenende nodigende jubel en aanbod van genade tot Zijn hoorders: „Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.” Het is even stil. In gedachten horen we het woord waarmee de Meester de preek begon: „Amen.” De kerk gaat uit. De kerkgangers zullen onder de indruk zijn. Maar nee! Zijn discipelen reageren kritisch. Het zijn niet de twaalven (4), maar wel de belangstellende en betrokken volgelingen van Jezus die gaan mopperen. De boodschap klopt niet, het moet anders!

Geciteerd 2: Te midden van de kerkruzie klinkt de stem van de Hartenkenner: „Ergert u zich aan Mijn preek?” Je zou eigenlijk verwachten dat Jezus de boodschap nog eens uitlegt, zodat ze bij Hem blijven. (5) Hij hoeft alleen maar aan te sluiten bij de vermogens en wensen van de godsdienstige Jood, dan zou de penibele situatie gered zijn (6). Inderdaad, de kittelachtige hoorders krijgen nog een toepassing. Welke? Jezus predikt in deze verloren situatie de Heilige Geest Die wederbaart en geheimen geestelijk doet verstaan. Vlijmscherp separeert Christus tussen geestelijke en vleselijke godsdienst en wijst Hij op de onwil om te geloven en op de schuldige doodsstaat van de mens. Wat een mens vernederende toepassing. Maar het is het Woord van de Meester. (7)

(1) Dat is zeker waar, maar we moeten niet ons eigen hart gaan onderzoeken hoe het er mee staat en wat we van onszelf uit daarover kunnen zeggen! Zie meer hieronder.
(2) Zoals even later zal blijken (zie Johannes 7 : 67-69 en daarbij ook Matteüs 16 : 23) dat ook Zijn twaalf discipelen nog moesten leren dat ze niet moesten afgaan op wat er in hun eigen hart leefde en wat hun eigen hart hen ingaf.
(3) Niet in ons (willen) komen/gaan tot Jezus schittert het ‘onuitsprekelijk wonder van Gods uitverkiezend welbehagen’, maar in Zijn komen tot ons met en door Zijn Woord en zoals Hij ook tot al zijn discipelen/leerlingen kwam met en door de Doop. De leerlingen (!) die zich daar toen niet lieten gezeggen waren gedoopt, maar ze verzetten zich tegen het werk van de Heilige Geest, zoals dat tot hen kwam – tot in hun harten zelfs! (zie Matteüs 13 : 18-19) – door Jezus woorden. Ook de twaalf discipelen moesten dat verzet leren opgeven en dat door nederig (en niet eigenwijs!) in het gevolg en onder het gehoor van Jezus te blijven!
(4/5) Ook de twaalven zullen later nog kritiek leveren op Jezus’ woorden. Hún natuurlijke hart was heus niet anders dan dat van de leerlingen die zich toen aan het onderwijs van onze Heer onttrokken, al kan het heel goed zijn, dat die weglopers niet veel later Hem toch nog weer hoorden spreken of Hij dat nu Zelf was of na het Pinksteren in Jeruzalem door de verkondiging van de apostelen. En dan mochten ze toch weten dat Hij hen niet zou afwijzen, wanneer ze zich alsnog zouden bekeren (zie Lukas 22 : 32)
(6) Onze Heer zal toch bezig blijven om het Godsvolk (het Jeruzalem/Israël van zijn tijd) op te roepen en Hij ontzegt daarbij niemand de Heilige Geest! Hij verwijt hen wel verzet tegen de Heilige Geest, namelijk door Zijn woorden af te wijzen. We horen dat wel heel duidelijk in de klacht van onze Heer over ‘Jeruzalem’, zoals we dat lezen/horen in de woorden van Matteüs 23 : 37. En dan zullen we met name ook hebben te denken aan de ‘kerk/volksleiders’ van die tijd, want die woorden lezen we aan het slot van Matteüs 23!
(7) Zie ook deze blog: ‘Het getuigenis van Johannes de Doper en ons getuigenis…’

Bron citaten: Kerk & religie | Wekelijkse meditatie – ‘Meditatie: De preek van de Meester’ – Ds. H.J. Agteresch, Werkendam

‘Daarop zeiden ze tegen elkaar: “Brandde ons hart niet toen Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?‘ (Uit Lukas 24 vers 32)

Bron afbeelding: Church History

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Niet onder de wet, maar onder de genade…

‘Het verbaast me dat jullie je zo spoedig hebben afgewend van hem die jullie door de genade van Christus geroepen heeft…‘ (Uit Galaten 1 uit vers 6)

Geciteerd: Eerder noemde Paulus deze huidige wereld ‘slecht’, dat wil zeggen puur kwaad; want anders zou het de zegen en barmhartigheid van God erkennen, die het hatelijk verwerpt en vervolgt. Het houdt meer van duisternis, dwaling en het koninkrijk van de duivel dan van licht, waarheid en het koninkrijk van Christus (Johannes 3 vers 19). En dat gebeurt niet door fouten, maar door de extreme hatelijkheid van de duivel. Door Zichzelf in de dood te geven voor de zonden van alle mensen, heeft Christus niets anders aan deze wereld verdient dan dat zij Hem lastert en Zijn heilzame Woord vervolgt en Hem graag opnieuw zou willen kruisigen als het kon. Daarom woont de wereld niet alleen in duisternis, maar is zij zelf duisternis, zoals geschreven staat in Johannes 1 vers 5.

Daarom benadrukt Paulus deze woorden, ‘van hem die jullie door de genade van Christus heeft geroepen’, en suggereert op mystieke wijze een contrast. Het is alsof hij zegt: ‘Mijn proclamatie/verkondiging (1) ging niet over de harde wetten van Mozes; noch heb ik geleerd dat jullie slaven onder het juk moeten zijn. Maar ik predikte jullie pure genade en vrijheid; dat wil zeggen dat Christus jullie barmhartig in genade heeft geroepen om jullie vrije mensen onder Christus te maken in plaats van slaven onder Mozes. Maar door die ‘schijnapostelen’ onder jullie (2) zijn jullie nu (weer) discipelen van (‘tuchtmeester’) Mozes geworden; want zij hebben jullie door de wet van Mozes geroepen, niet tot genade, maar tot toorn, haat tegen God, zonde en dood.

Maar wanneer Christus roept, brengt dit genade en verlossing met zich mee. Want Hij brengt ze (Zijn schapen, Zijn gedoopte gemeente) over van de Wet naar het Evangelie, van toorn naar genade, van zonde naar gerechtigheid, en van dood naar leven. Zult u zich dan weer laten meevoeren – en zo snel en gemakkelijk ook nog! – in een andere richting, weg van zo’n levende fontein die overborrelt van genade en leven? Als Mozes nu door de Wet van God mensen tot de toorn van God en tot zonde oproept (3), waar denken jullie dan dat de paus (4) hen volgens zijn eigen tradities oproept?”

[Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 40.1 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, Concordia Publishing House, vol. 26, p. 48/49)]

(1) Het Evangelie moet altijd weer tot verkondiging/preek worden!
(2) Zie hierbij 2 Korintiërs 11 : 13-15, Galaten 1 : 7, 2 : 4-5, 4 : 17 en 6 : 13.
(3) Zie Romeinen 7 : 7-13
(4) En hoeveel mensen in gemeenten/kerken stelden en stellen zich niet ook op als ‘pausen/pausjes’ tegenover hun broeders en zusters.

‘Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde, en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.’ (Uit Galaten 5 de verzen 22-23)

Opgemerkt: Wanneer deze dingen door het geloof* overvloedig zijn in de (vaste) relaties (w.o. familie, huwelijk en gezin) die we aangaan of al hebben, dan leven we niet onder de wet, maar onder de genade!
* Dat is ook t/m maart 2014 – we vierden in die maand met kinderen en kleinkinderen ons 35-jarig huwelijksjubileum – ‘het geheim’ geweest van ons huwelijk en de daaruit altijd weer voortvloeiende bereidheid om de minste te willen zijn en dat om elkaar in huwelijk en gezin vanuit de christelijke liefde en gehoorzaamheid – in navolging van onze Heer – te dienen (zie Markus 10 : 45a).

Bron citaat: Luther-quotes via email – Galatians (16) – info@martinluther-quotes.nl (www.maartenluther.com)

‘(Juist) Vanwege de zonde heeft Hij Zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zó heeft Hij in dit bestaan met de zonde afgerekend, opdat in ons wordt volbracht wat de wet van ons eist. Ons leven wordt immers niet langer beheerst door onze eigen natuur (5), maar door de Geest.’ (Uit Romeinen 8 uit de verzen 1-17 uit de verzen 3-4)

(5) Velen betrekken dit vooral ook op het seksuele (samen)leven (en hebben dan een grote mond over anderen, die volgens hen daarin tekort schieten), maar de vruchten van de Geest maken duidelijk dat dit wel een heel grote (en ook wel een zeer onterechte) inperking is van de manier waarop de Heilige Geest alle facetten van ons leven onder Zijn beheer wil laten gedijen (tot groei en bloei en vruchtzetting laten komen)!

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Priester gebruikte bij vergissing de juiste woorden…

‘Besluit van 18 december 2003, houdende bepalingen over het Kabinet van de Koning:
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.’ (uit ‘Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden’ *)

Geciteerd 1a: In 2020 bleek dat een Amerikaanse priester jarenlang kinderen met een ‘verkeerde doopformule’ had gedoopt. Hij zei ‘Wij dopen u’, in plaats van ‘ik doop u’. Het Vaticaan oordeelde toen dat de doopsels ongeldig waren.
Geciteerd 1b: ‘Het veranderen van de vorm van een sacrament of het doel ervan is altijd een ernstig ongeoorloofde handeling en verdient een voorbeeldige straf’, schrijft Fernandez in de elf pagina’s tellende notitie. ‘Zulke willekeurige zaken kunnen ernstige schade toebrengen aan Gods trouwe volk.’ Welke straffen aan overtreders gegeven kunnen worden, meldt hij niet.

Geciteerd 2: De Doop is geen werk van ons, want de Doop is niet mijn werk (of werk van de een of andere geloofsgemeenschap/kerk), maar Gods werk. Want wie mij doopt, staat daar in Gods plaats en doet geen mensenwerk, maar het is Gods hand en Gods werk – en het is Zijn Woord dat daar gesproken wordt (AJ) – zodat eigenlijk God het Zelf doet en zegt. Daarom mag en moet ik zo spreken: ‘God, mijn Heere, heeft mij Zelf gedoopt door de hand van een mens.’

Opgemerkt: Wij dopen toch in de naam van onze Drie-enige God, in de Naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest en wanneer we spreken namens Hem in Zijn gemeenten (de christelijke kerken) hier op aarde, en wanneer we als gemeente aanwezig zijn bij de Doop kunnen/zullen we dan niet zelfs met meer recht kunnen/moeten zeggen: ‘Wij dopen jou/u’ dan ‘ik doop jou/u’?

Opgemerkt slot: Geeft dit reden tot aanpassing van de woorden bij de Doop? Want ook in het (gereformeerde/protestantse) doopformulier wordt de voorganger de volgende woorden in de mond gelegd: ‘Nnn, ik doop je/u in de naam van de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest.

* Is de Doop niet het uitvoeren van een besluit dat is uitgevaardigd in het ‘Staatsblad van het Koninkrijk van God’ (1)

(1) Het Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden is een blad waarlangs de Nederlandse regering wetten, algemene maatregelen van bestuur en andere koninklijke besluiten waarbij algemeen verbindende voorschriften worden vastgesteld, bekendmaakt.

Bron citaten 1a-b: ND geloof – ‘Vaticaan blijft streng: bij doop de juiste woorden gebruiken. ‘Opeenhoping van ongeldige sacramenten’’ – door Hendro Munsterman.
Bron citaat 2: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 11 februari – Den Hertog uitgeverij (2019)

Bron afbeeldig: Amazon-nl

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Oefenen ook jullie geduld met en onder elkaar’!

‘Hebt dus geduld – juist ook met en onder elkaar!* -, broeders en zusters, tot de komst des Heren! Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht van het land en heeft geduld, totdat de vroege en late regen erop gevallen is. Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij.’ (Uit Jakobus 5 de verzen 7-8)
* Zie Jakobus 5 vers 19!

Geciteerd 1: Wie een christen wil zijn en de Artikelen van het Christelijk Geloof (1) wil leren verstaan (met het hart), die moet niet bij zijn eigen verstand en inzicht te rade gaan en onderzoeken of het volgens ons menselijk verstand en inzicht allemaal wel kloppend te krijgen is. Zo iemand zal, hoe wonderlijk het hem of haar allemaal ook toeschijnt of in de oren klinkt (wat wij christenen belijden), alleen zeggen: ‘Ik vraag er niet naar hoe het kan kloppen, maar ik wil alleen weten of het naar Gods Woord is of niet. Dáár vraag ik naar, of God het (zo) heeft gezegd (door Zijn profeten en apostelen heeft laten verkondigen). Daar houd ik mij aan vast.’
Want jullie weten hoe dikwijls ik al gewaarschuwd heb dat je niet moet disputeren of met je verstand te werk moet gaan, wanneer het de hoge geestelijke zaken en de Artikelen van het Geloof (1) betreft. Want zo spoedig een mens begint met alles kloppend te maken (lees: in een theologisch/dogmatisch geheel/denksysteem te gieten), zodat het geschikt lijkt om het met het verstand te begrijpen, is het al te laat en vallen wij af (van de weg die Gods Woord Zelf ons onderwijst om het geloof in ons te werken en doen groeien!). Want de Artikelen van het Geloof (1) zijn te hoog voor het verstand (2). Ze laten zich niet meten of wegen, dat gaat ons niet lukken! Want het zijn Artikelen van het Geloof en geen artikelen van het verstand.

Geciteerd 2: Er is heel wat te doen om het belijdenisgeschrift van de Dordtse Leerregels. In kranten en tijdschriften lezen we er telkens weer het een en ander over. Tot in detail wordt de betekenis van (grond)woorden uitgeplozen en verdedigd om vervolgens weer bestreden te worden. Zou hier soms enig historisch besef ons kunnen helpen? In het onderstaande doe ik een poging. Misschien wordt het gesprek daardoor wat irenischer en positiever.

Opgemerkt: Wat zou het de vrede in de kerken van de ‘lutherreformatie’ gediend hebben (en nog!) wanneer we daar de wijze woorden/lessen van Jakobus en ook die van Maarten Luther ter harte zouden hebben genomen! Het is zeker een groot nadeel geweest dat de kerken van de reformatie al zo spoedig beschikten over een ‘pauselijk werkstuk’ als de Institutie van Johannes Calvijn. Hiermee hadden de intellectuelen in de kerk een werkstuk in handen waarmee ze de eenvoudigen (RK- of ex-RK leden/leken) om de oren konden slaan (3). En helaas voegde Guido de Brès er voor de Nederlanden nog een eigen werkstuk aan toe…
De Heidelbergse Catechismus daarentegen was een gezamenlijk werkstuk, bedoeld om de leden van de gemeente(n) – ook de jonge kinderen! – Gods Woord en het belijden van de kerk te leren kennen (onderwijzen) aan de hand van vragen en antwoorden. Een van de mede-opstellers van de HC, Zacharias Ursinus, schreef (eerst) ook een eigen catechismus, de zogenaamde Maior. Ds. J.C. Janse schreef (o.a.) daarover (4):

‘Wij mogen in het woord van de vaderen het Woord (met een hoofdletter) horen naklinken en zo hun spoor volgen. Wij mogen echter hun woord niet tot hét Woord verheffen. Dat geldt dan hun belijdeniswoord, maar zoveel sterker nog hun wetenschappelijk woord en de wetenschappelijke theologie. Zo leggen we ook bijvoorbeeld onze belijdenis, onze Heidelbergse Catechismus uit tegen de achtergrond van en vanuit de Heilige Schrift Zelf. We doen dat niet vanuit de theologie van Ursinus. Duidelijk proef je – om een voorbeeld te geven – het onderscheid als je de belijdende vorm waarin de HC over God spreekt, vergelijkt met de ‘Grote Catechismus’ van Ursinus. In deze zogenaamde Maior, die Ursinus eerst opstelde, wordt de vraag gesteld: ‘Wie is God’? – en dan volgt er een hele theologische beschrijving van God en Zijn eigenschappen, en een verhandeling over waarin de Vader en de Zoon en de Heilige Geest verschillend zijn. In het HC-antwoord van Zondag 9 belijden we ‘dat de eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus (…) om Zijns (geliefde) Zoons Christus wil mijn God en Mijn Vader is’. Evenzo wordt in Zondag 21 geen theologisch wetenschappelijke beschrijving van de kerk gegeven, zoals in de dogmatiek – wat de kerk is, zo en zo -, maar er wordt beleden ‘dat de Zoon van God Zich een gemeente (…) vergadert, beschermt en onderhoudt. In de Maior gebruikte Ursinus ook termen als ‘zichtbare en onzichtbare kerk’, onderscheidingen die uit de Roomse scholastiek afkomstig waren.’

(1) De ‘Apostolische geloofsbelijdenis’: de twaalf artikelen van het christelijk geloof.
(2) Lees 1 Korintiërs 2.
(3) Zie daarbij ook deze blog-serie: ‘Apostolische wijsheid en geduld versus dwepers en drijvers’
(4) In zijn bijdrage ‘Dingen, die eerst gezegd moeten worden’ in ‘Om het profetische Woord’ – Een uitgave (2001) ter gelegenheid van het 25-jarige bestaan van het Nederlands Gereformeerd Seminarie.

> Zie ook deze voorgaande blog: ‘Kort of (toch wat) anders gezegd?‘

Bron citaat 1: “Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 4 februari – Den Hertog uitgeverij (2019)
Bron citaat 2: ND Opinie: ‘De Dordtse Leerregels staan niet op zichzelf en dat schept helderheid in discussies’ – door Wim Verboom • emeritus hoogleraar in de geschiedenis van het gereformeerde protestantisme.

‘Broeders, zucht niet tegen elkander, opdat jullie niet onder het oordeel vallen; zie, de Rechter staat voor de deur. Broeders, neemt tot een voorbeeld van gelatenheid en geduld de profeten, die in de naam des Heren hebben gesproken. Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben; jullie hebben toch ook van de volharding van Job gehoord en jullie hebben uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming.‘ (Uit Jakobus 5 de veren 9-12)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Kort gezegd of (toch wat) anders gezegd?

Vraag: Wat is jouw enige troost, beide in het leven en in het sterven?
Antwoord: Dat ik met lichaam en ziel, beide in het leven en sterven, niet van mijzelf, maar van mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus eigendom ben. (Uit vraag en antwoord 1 van de Heidelbergse Catechismus)

Geciteerd vooraf: Er is weer veel discussies over de Dordtse Leerregels in reformatorische kringen. Historisch besef kan helpen dit belijdenisgeschrift beter te begrijpen, legt emeritus-hoogleraar Wim Verboom uit.

Geciteerd 1: Met name de eerste vraag van de Heidelbergse Catechismus (HC): kind, wat is jouw enige troost in leven en sterven? Kort gezegd: dat ik door het geloof het eigendom ben van Jezus Christus. Als we deze leessleutel hanteren, kunnen de Dordtse Leerregels vruchtbaar worden in ons persoonlijk geloofsleven.

Opgemerkt 1: Nee, niet door het geloof, maar door mijn Doop mag ik belijden dat ik het eigendom van mijn Zaligmaker ben en dat de Heilige Geest ook mij gegeven is. Ik kan deze waarheid alleen nog ontkennen door ze tegen te spreken, maar daarmee weersta ik het werk van de Heilige Geest! Wat zowel mijn Doop alsook de verkondiging van het Evangelie aan mij zijn mij door Zijn voortgaande werk overkomen. Dat heb ik – op grond van Gods Woord! – gelovig te aanvaarden en belijden mijn leven lang!

Opgemerkt 2: En omdat mijn/ons geloven ook altijd nog weer onvolmaakt blijkt, leef ik/leven wij van het volmaakte geloof van onze Heer Jezus Christus, ook Zijn volmaakte geloof wordt ons toegerekend.

Opgemerkt 3: Hoe onderhouden wij ons geloof en hoe kan ons geloof groeien? Door gebruik te blijven maken van alle middelen die God ons daartoe geschonken heeft.

Opgemerkt slot: Kan me verder goed vinden in de woorden van dit artikel al hoop ik altijd maar weer dat predikanten in hun preekwerk en pastorale werk zich richten op de verkondiging van Gods Woord uitgaande van het Bijbelgedeelte dat aan de orde gesteld is (door hen of anderen), net zoals Filippus dat deed bij de Moorman/Ethiopiër (zie Handelingen 8 vers 35).

> Leestip: https://zijlacht.nl/de-ethiopische-kamerling/

> Zie ook deze (vervolg)blog: ‘Oefenen ook jullie geduld met en onder elkaar’

Bron citaten: ND Opinie: ‘De Dordtse Leerregels staan niet op zichzelf en dat schept helderheid in discussies’ – door Wim Verboom • emeritus hoogleraar in de geschiedenis van het gereformeerde protestantisme.

‘Dit was het Schriftgedeelte dat hij las:‘… (Woorden uit Jesaja 53) … ‘De Ethiopische kamerling vroeg aan Filippus: “Kunt u me zeggen over wie de profeet het heeft? Over zichzelf of over een ander?” Daarop begon Filippus met hem te spreken over het evangelie van Jezus, waarbij hij het gelezen Schriftgedeelte als uitgangspunt nam.‘ (Uit Handelingen 8 uit de verzen 32-35)

Bron afbeelding: For You – WordPress-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De doop als ‘beste beslissing van je leven’?

‘Daar kwam een zekere Ananias naar me toe, een man die de wet trouw naleefde en bij alle Joden van de stad in hoog aanzien stond. Hij ging voor me staan en zei: “Saul, broeder open je ogen!” en op datzelfde ogenblik kon ik hem zien. Hij zei: “De God van onze voorouders heeft jou uitgekozen om je Zijn wil bekend te maken, om de Rechtvaardige te zien en Hem te horen spreken, want ook jij zult – net als de andere apostelen – Zijn oor- en oog- – getuige zijn en aan alle mensen verkondigen wat je gehoord en gezien hebt. Wat aarzel je dan nog? Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je Zijn naam aanroept.“‘ (Paulus sprekend tot het Joodse volk op de trappen van de kazerne – zie Handelingen 21 : 37 t/m 22 : 21)

Geciteerd 1a: ‘Mijn verlangen om me te laten dopen werd in de twee jaar voor mijn doop steeds sterker’, verklaart Rook zijn besluit. ‘Door een Alpha-cursus van twintig jaar geleden leerde ik over kerkmuren heen te kijken. In de loop der jaren bezocht ik allerlei conferenties en mannendagen. Uiteindelijk wilde ik mijn geloof belijden door middel van de doop. De kinderdoop wijs ik niet af, maar volgens de Bijbel zegt Jezus: laat je dopen als je gelooft. Een baby kan dit geloof niet uitspreken, en ouders kunnen dat niet doen voor hun kind.’
Geciteerd 1b: Mijn doop was de beste beslissing van mijn leven. Ik zou het prachtig vinden als onze kerk zou zeggen: we gaan zondagmorgen naar het Veluwemeer, en dan dopen we mensen die dat graag willen.’

Opgemerkt 1a: Laten we dan eens kijken naar de doop van de apostel Paulus, die, ‘als ontijdig geborene’ onder de apostelen, door Gods genade toch nog meer heeft mogen werken dan de anderen. Wat we dan leren uit Handelingen 9 én uit Handelingen 22 : 12-16, dat is dat deze ‘grote in het Koninkrijk van God’ later nooit heeft kunnen zeggen/beweren dat zijn doop ‘de beste beslissing van zijn leven was’. De doop is hem overkomen! Paulus wist na zijn ontmoeting met de levende Heer op weg naar Damascus helemaal nog niet waar hij aan toe was met deze Heer. Was deze hemelse Jezus, Die naar Zijn zeggen door hem vervolgd werd (Handelingen 9 vers 5), hem nu (voortaan) welgezind of niet? Hij wist het niet. Een broeder moest Hem het komen verkondigen in naam van Zijn Heer! En deze broeder moest hem aansporen: ‘Wat aarzel je nog, laat je dopen!‘
Opgemerkt 1b: Later zal Paulus – net als Petrus op de eerste Pinksterdag in Jeruzalem (Handelingen 2 : 38-42) – nog velen hebben aangespoord om zich te laten dopen (en blijkbaar liet hij liever het dopen zelf aan zijn medewerkers over, in elk geval in Korinthe was dat het geval, zie 1 Korintiërs 1 : 14-17) en daarom kunnen we stellen dat net als Paulus en zoveel anderen, die doop hen overkwam! Het was niet hun beslissing, maar het hoorde er blijkbaar bij, wanneer je geloof hechtte aan de boodschap die door de apostelen verkondigd werd. En ja, waarom ze toen geloof gehecht hadden aan die wonderlijke boodschap van de apostelen? Ze moesten later horen – lees het in de eerste drie hoofdstukken van de eerste brief aan de Korintiërs maar weer na – dat was helemaal het werk van de Heilige Geest geweest! Die had hun harten geneigd om die boodschap te aanvaarden (zie bijv. Handelingen 16 : 14).
Opgemerkt 1c: Dus de doop overkomt je door het werk van de Heilige Geest, Die deed de apostelen opstaan en op weg gaan om de boodschap van het Evangelie te verkondigen en Hij gaf hun de woorden die ze spreken moesten en Hij opende de harten van de hoorders, zodat ze niet alleen de boodschap van de apostelen wilden geloven, maar zich ook gewillig lieten dopen en daarbij ook gehoor gaven aan de oproep om dan voortaan ook de samenkomsten van de gemeente van hun nieuwe Heer, Jezus Christus, bij te wonen om daar samen een nieuwe gemeenschap te zijn/vormen en om verder onderwezen te worden (o.a. ook over hun doop) in de (nieuwe) leer van het Evangelie en daar samen het brood te breken om de dood van hun Heer te verkondigen (zie Handelingen 2 : 42 en 1 Korintiërs 11 : 26).
Opgemerkt 1d: Helemaal vergelijkbaar overkomt de kinderen van de gemeente hun Doop. Het is allemaal werk van de Heilige Geest geweest dat ze in het midden van de gemeente van onze Heer geboren worden en daar in Zijn lichaam ingelijfd mogen worden. En ook zij komen onder het onderwijs van de apostelen om (o.a.) hun doop te leren verstaan…

Geciteerd slot: De synode van de NGK sprak zaterdag over de vraag hoe ze moet omgaan met gedoopte gemeenteleden die met een tweede doopritueel hun geloof willen onderstrepen, maar kwam nog niet tot besluiten. De kwestie is doorgeschoven en ligt volgende maand opnieuw op de synodetafel.

Opgemerkt slot: Weten de predikanten van de NGK de gemeente van onze Heer hun de doop nog te onderwijzen en nemen/krijgen ze daar nog gelegenheid voor nu de middagdiensten (als leerdiensten) vrijwel overal ‘afgeschaft’ zijn.

Bron citaten: ND Geloof – ‘Johan koos voor geloofsdoop en bleef lid van de NGK. ‘Mijn doop is het beste besluit van mijn leven’’ – door Bas Meeuse.

‘Wie denken jullie wel dat jullie zijn? Bezitten jullie – wat het geloof betreft – ook maar iets dat jullie niet geschonken is? Alles is jullie geschonken, dus waarom scheppen jullie dan op alsof jullie het zelf verworven hebben?‘ (Paulus in 1 Korintiërs 4 vers 7)

Bron afbeelding: Peter Lumpkins

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Moeten ‘leken’ het (weer) leren van (ingehuurde) ‘professionals’?

‘Werkelijk, jullie hadden inmiddels allemaal leraar moet zijn (zeker in jullie huwelijk/gezinnen thuis). In plaats daarvan hebben jullie er zelf een nodig om jullie opnieuw de grondslagen van Gods Woord bij te brengen, het is met jullie zo ver gekomen dat jullie aangewezen zijn op melk in plaats van op vast voedsel. Wie melk drinkt is nog een klein kind en heeft geen weet van de verkondigde gerechtigheid.‘ (1) (Uit Hebreeën 5 de verzen 12-13)

‘Jullie die zo verstandig zijn, verdragen dwazen toch met het grootste gemak. Tenslotte verdragen jullie het ook dat men jullie tiranniseert, uitzuigt, onderwerpt, zich boven jullie verheft en jullie beledigen.‘ (Uit 2 Korintiërs 11 de verzen 19-20)

Geciteerd: Anita Abbring (52) heeft een droom (2) : “Dat alle kerken gaan bidden in de kracht van de Heilige Geest.” Ze gunt (3) iedereen een vertrouwelijke omgang met God. Anita is al jaren actief bij New Wine. Sinds 1 oktober 2021 is ze ook stafmedewerker gebed en geeft les aan het Evangelisch College in Zwijndrecht en Zwolle.
Gebed is voor haar net zo belangrijk als ademen. Ze bidt de hele dag door en is op vele manieren samen met God. “Ik bid alleen of met anderen. Roep naar God of ben juist stil bij Hem. Ik bid door een woord of zin uit de Bijbel te herhalen. En s’morgens kniel ik net als mijn oma vroeger naast mijn bed neer om de dag met God te beginnen.” (4)
Door New Wine ging een wereld voor me open” (5), vertelt ze. “Ik dronk alles in als een spons. De Heilige Geest blijkt zo krachtig, Hij doorbreekt alle grenzen. Ministry, gebedspastoraat, luisterend bidden. Als ik samen met anderen bid, zijn er zoveel heilige momenten. God is er altijd bij: vooral in de stilte.”
God daagt me uit om elke keer weer een volgende stap te zetten. Ik ben nooit klaar met leren bidden.” (6)

(1) Hoe kon en durfde de schrijver van de Hebreeënbrief dit verwijt te maken? In de periode van de eerste gemeenten in Israël en daarbuiten hadden de leden van de gemeenten toch maar beperkte mogelijkheden om zich in Gods Woord te verdiepen. Velen (m.n. ook de slaven) zullen mogelijk zelfs niet eens altijd in de gelegenheid zijn geweest om op de zondagen (of op de sabbat als ze in een synagoge bijeenkwamen) de bijeenkomsten van de gemeente bij te wonen en werden er misschien bijeenkomsten in de avond belegd (zie o.a. Handelingen 20 : 7-12) om de leden (en bezoekers) te onderwijzen in Gods Woord en in de verzen 28-35 maant Paulus de ‘oudsten van de gemeente’ (vers 17) om zélf de kudde te verzorgen (naar zijn voorbeeld!) en waarschuwt hen ernstig voor mensen uit eigen kring die de waarheid zullen verdraaien om de leerlingen voor zich te winnen.

(2) ‘De profeet die een droom heeft, vertelle een droom, en die Mijn woord heeft, spreke Mijn woord naar waarheid; wat heeft het stro met het koren gemeen? luidt het woord des HEREN.’ (Uit Jeremia 23 : 23-32 vers 28). Wij hebben sinds het Pinksteren in Jeruzalem voorgangers die ons Gods Woord naar waarheid en op profetische wijze hebben te verkondigen (zie ook 1 Korintiërs 14 : 20-40).

(3) Ach wat een gunnend mens is deze Anita Abbring! Die treffen we zo niet in eigen gemeente! Laat staan dat God Zelf het is die het ons dáár gunt. Nee, we moeten toch echt ‘de boer op’ om zo iemand te vinden en om God en ons te helpen het ook nog eens te gaan bewerkstelligen in de gemeenten/kerken. Je moet deze bijzondere mensen met een lampje zoeken. Maar je moet hun pretenties niet houden tegen het licht van het Woord, want dat verdragen die pretenties niet en degenen die deze pretenties hebben en/of de mensen met dat soort pretenties graag ‘verkopen/promoten’ nog minder!

(4) Net als de Farizeeën (eertijds in Jeruzalem) meent ze haar voorbeeldige gebedsactiviteit aan de mensen te moeten demonstreren en etaleren. Maar onze Heer onderwijst Zijn leerlingen heel anders over het bidden tot onze Vader in de hemel, Die al weet wat we nodig hebben voor wij Hem bidden en Die Zijn kinderen, die samen of alleen (in het verborgen) bidden, heus wel ziet en hoort en verhoort op Zijn manier! (Lees het in Matteüs 6 : 5-18 en 23 : 5-7).

(5) Niet door Gods Woord en Geest in het samenleven in gezin en gemeente, maar door een organisatie als New Wine moesten haar ogen geopend worden. Och, wat zal zo’n organisatie als New Wine – die zulk soort mensen graag ‘exploiteert’ (ten bate van eigen organisatie) of/en (ook nog) door anderen laat ‘exploiteren’, daar blij mee zijn! Natuurlijk is het allemaal ten dienste van een geestelijke opwekking in de kerken, maar dat verdoezelt (verdonkeremaant!) alleen maar dat er bekering nodig is in onze kerken! Dat we werkelijk willen horen wat de Geest (nog altijd, ook hier in Nederland nog!) tot de gemeenten zegt. Bij het brengen van Gods Woord aan de leden van de gemeenten, daar kunnen de kerken geen organisaties bij en voor gebruiken!

(6) Onze Heer was anders helemaal niet lang van stof toen Hij Zijn discipelen onderwees over het bidden En we moeten niet door een overijverige zuster onderwezen worden over ons gebedsleven, maar de Heilige Geest Zelf wil ons leren bidden om de liefde en de wijsheid die we nodig hebben in het leven van elke dag, en dan wil Hij dat we vast en zeker op Hém rekenen, zonder te twijfelen aan Zijn trouwe bijstand – lees/hoor het in/uit Jakobus 1 : 5-8 en hoor het van onze Heer in Lukas 11 : 1-13).

Opgemerkt slot: Gezien hoe een organisatie als New Wine zich durft opdringen aan de gemeenten van onze Heer Jezus Christus, durf ik de vertegenwoordigers en ‘promotors’ van deze organisatie (en ze zijn niet de enige die dat doen!) te vergelijken met de schijnapostelen waarover Paulus spreekt en strijdt in de tweede brief aan de Korintiërs (10 : 12-18, 11 t/m 12 : 13 en 13).
Ook durf ik het aan te stellen dat het tijdens een bijeenkomst van New Wine genezen van de knieën van deze zuster Anita Abbring – waarna zij ‘een sprintje trok’ – valt onder Jezus waarschuwing Matteüs 7 : 21-23 en dat de ‘exploitatie’ van deze zuster (binnen de kerken) me doet denken aan de ‘eigenaars’ van een slavin die deze vrouw exploiteerden (zie Handelingen 16 vanaf vers 19).
En wat die door een gemeente in te huren ‘professionals’ betreft, wil ik nog verwijzen naar de woorden van onze Heer in Johannes 10 : 11-16.

Bron citaten: new-wine-nl – ‘Anita Abbring: Na het gebed trok ik een sprintje’ – Verhalen (19 januari 2022)

‘Wij hebben vernomen dat enkelen van ons (!) jullie een bezoek hebben gebracht – zonder dat wij hen dat hadden gevraagd/opgedragen – en dat hun uitspraken aanleiding zijn geweest tot verwarring en verontrusting.‘ (Uit Handelingen 15 vers 24)

Bron afbeelding: Bible Hub

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie