‘Hij vergadert met de oudsten in de poort’ *

‘Uit haar verschijning spreken kracht en waardigheid,
de dag van morgen ziet ze lachend tegemoet.
Ze spreekt wijze woorden,
wat ze zegt zijn liefdevolle lessen.’
(Uit Spreuken 31 de verzen 25-26)

Geciteerd vooraf: Reformatorische vrouwen worstelen met een genderkloof en hebben behoefte aan een open gesprek over de rol van man en vrouw. Dat was een van de conclusies van de zogeheten Biblebeltdag die eind 2023 werd gehouden in Gouda. (1)

Geciteerd 1: Van den Heuvel: „God schiep de mens, man en vrouw, naar Zijn beeld. Er is inderdaad onderscheid in taken en eigenschappen. Tegelijkertijd: als ik de Bijbel op dit punt lees, zie ik niet een dwingend kader. De deugdzame huisvrouw uit Spreuken 31 floreert bijvoorbeeld door de activiteiten die ze onderneemt. Ze plant een wijngaard, drijft handel, weeft kleding en zorgt voor de armen. Dat is meer dan kinderen baren en voor haar gezin zorgen.”
Herweijer: „Deze vrouw doet dat natuurlijk niet uit carrièredrang, maar ten dienste van het gezin. Daardoor kan haar man een vooraanstaande positie hebben.”
Opgemerkt 1: Is het werkelijk waar dat deze echtgenoot van de ‘sterke vrouw’ uit Spreuken 31 een vooraanstaande positie bekleed? Of geniet hij misschien vooral vanwege háár functioneren bekendheid en respect bij ‘de oudsten in de poort’*: Hoe kan het toch dat zo’n eenvoudige man zo’n florerende vrouw en zo’n florerend gezin heeft? Dat zal/kan toch niet alleen aan die vrouw liggen…

Geciteerd 2: Klaassen: Dat (het marxisme) wilde vrouwen onafhankelijk maken van mannen. Dat ideaal is opgepakt door de feministische beweging en dan komt in de jaren zestig de seksuele revolutie. De opkomst van anticonceptie maakt het voor vrouwen mogelijk de arbeidsmarkt op te gaan zonder last te hebben van kinderen. Die ontwikkeling, die dus al in de 19e eeuw begon, werkt door. En dit denken sluipt ook de gereformeerde gezindte binnen.”
Opgemerkt 2: Het is verwonderlijk (en ook bedroevend!) dat juist christelijke echtparen de aanvang van het gezin (het moment waarop na het huwelijk besloten wordt om ook aan de kinderzegen te gaan ‘werken’) en ook later de uitbreiding van het gezin niet op een natuurlijke manier hebben weten (leren!) te bewerkstelligen. Zelf zou ik zeker de ‘penetratiedrang’ na onze huwelijkssluiting heel best hebben willen en kunnen beheersen en uitstellen en het zou het wederzijds genieten van onze seksualiteit zeker ten goede zijn gekomen of daar zeker niet vanaf gedaan hebben (zeker wat mijzelf betreft lag het toen zo!). Later hebben we deze natuurlijke manier van uitstellen en voorkomen van (te snelle) verdere gezinsuitbreiding heel wat jaren toegepast. In 1 Korintiërs 7 geeft de Heilige Geest echtgenoten daar ook alle ruimte voor en het kan echtgenoten juist helpen om zich nog meer in liefde aan elkaar en aan het gezin te geven en ook aan het nodige overige werk in dienst van het koninkrijk van God in het de gemeentelijk/kerkelijk en/of ook in het maatschappelijk samenleven.

Geciteerd 3: Klaassen: Ik zeg niet dat het eenverdienersmodel alleen goed is. Maar er zijn vragen te stellen bij sommige motieven om als vrouw –best veel– te werken. Ik vind het bijvoorbeeld lastig als ik bij jonge echtparen zie dat zij de kinderzegen uitstellen in verband met werk en carrière. Dat vind ik een voorbeeld van seculiere beïnvloeding. Tegenwoordig vraag ik in de huwelijksgesprekken expliciet of stellen openstaan voor de kinderzegen. Als dat niet zo is, moet je niet trouwen – uitzonderingssituaties rond bijvoorbeeld gezondheid daargelaten.”
Opgemerkt 3: Daar gaat onze christelijke vrijheid en verantwoordelijkheid! En dat vanwege een man die zich toch wel een hoofd voelt in de gemeente en daar graag op zijn manier met zijn (!) inzicht(en) en oordelen de leiding wil hebben over de gewetens. Mogen we hier niet ook wijzen op Jezus woorden over mensen die vermoeid en belast zijn geworden en dat mee door wat de ‘kerkleiders/theologen’ in Zijn tijd hier op aarde de mensen wilden opleggen?!

Geciteerd 4: Klaassen: Vanuit de Bijbel zie ik dat de man naar buiten gaat. Adam is uit de aarde en is er om op die aarde te werken. De vrouw mag dat ook doen, maar ik denk wel dat dit een primaire roeping van de man is. Het huwelijksformulier definieert dat ook zo: dat de man in het zweet van zijn aanschijn brood eet en op die manier voor zijn gezin zorgt. Het is prima als de vrouw bijdraagt en ook werkt, maar wel in de verhouding zoals ik die zojuist schetste.”
Opgemerkt 4: Ook ik werd er niet blij van wanneer ik ’s avonds mijn echtgenote bezweet en vermoeid in bed aantrof, vooral als ik na een dag werk toch nog zoveel energie overgehouden had om ook seksueel nog aan mijn trekken te willen komen… 😉

Geciteerd slot: Er zou meer aandacht moeten zijn voor hoe de man zijn rol invult, in plaats van alleen te focussen op de rol van de vrouw. Van den Heuvel: „Eens. Het lijkt soms dat de eerste roeping in het gezin voor de vrouw net wat meer geldt dan voor de man. Maar dat is niet zo. En dus hebben mannen niet carte blanche om voltijds te werken, in allerlei besturen te zitten, actief te zijn in de gemeenteraad en dan enkel op zondag thuis te zijn om het vlees te snijden. Dan gaat er toch iets mis.”
Opgemerkt slot: Dat het een batig saldo mag hebben deze gesprekken!

* Tenminste wanneer die ‘oudsten in de poort’, als bijv. later een Nathanaël (Zie Johannes 1 : 47), zelf ook ‘oprechte Israëlieten, zonder bedrog’ waren. Je moet het een ander ook gunnen.

(1) Jannet Herweijer, Gonda van den Heuvel, Elise van Hoek en Maarten Klaassen gaan in gesprek over scheppingsorde en veranderende maatschappij en wat dat betekent voor de rol van de vrouw én van de man.

Bron citaten: Mens & samenleving – ‘In gesprek over scheppingsorde en rolpatronen rond M/V; „Deugdzame huisvrouw plant ook een wijngaard en drijft handel”’ – door Linda den Hollander en Robert van der Stelt.

‘Haar man geniet bekendheid in de stad,
hij vergadert met de oudsten in de poort.’
(Uit Spreuken 31 vers 23)

Bron afbeelding: Woman Of Noble Character

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

(Ook seksuele) lust een scheppingsgave van God! (I)

‘De wet is door (via) Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, Die Zelf God is, die aan het hart van de Vader is, heeft Hem doen kennen.’ (Uit Johannes 1 de verzen 17 en 18)

‘Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen, want Hij heeft hen door het geloof innerlijk gereinigd. Waarom willen jullie dan God trotseren door op de schouders van deze leerlingen een juk (last) te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen. Nee, wij geloven dat we alleen door de genade van onze Heer Jezus gered kunnen worden, op dezelfde wijze (manier) als zij.’ (Petrus in Handelingen 15 de verzen 9-11)

Geciteerd 1: De Katholieke Kerk zegt dat homoseksuelen zonder seksuele relaties moeten leven. Is het hun wel toegestaan een exclusieve liefdesrelatie te hebben en samen te leven zonder seks te hebben?
‘Wat betekent een relatie? Iedereen leeft in relaties. Ik leef ook in relatie met de zusters die me hier helpen in de huishouding. Dat mensen bijvoorbeeld samen op vakantie gaan, dat gebeurt natuurlijk. (Stilte) Maar zo’n dagelijks leven samen … Het moet in ieder geval een normale vriendschap zijn. Seksuele relaties kunnen vanzelfsprekend niet.’

Geciteerd 2: U lijkt te vinden dat homoseksuele mensen geroepen zijn om alleen te leven. ‘Dat wil ik niet zo zeggen. Man en vrouw delen hun dagelijks leven samen, maar er zijn voor homoseksuelen andere legitieme modellen, zoals leefgemeenschappen. Een ongehuwde zoon kan bij zijn ouders blijven wonen, of met broers en zussen samen. We verlangen van niemand dat hij alleen woont en leeft.’

Geciteerd 3: Is het waar dat de kerk te klerikaal geworden is en dat leken niet genoeg inspraak hebben? ‘Dat is een cliché. Dat besluiten vaak in kringen van geestelijken werden genomen, is sociologisch verklaarbaar: de gewone gelovigen hadden weinig opleiding en nauwelijks kennis van zaken.

Geciteerd 4: Jezus spreekt over de goede herder. Die heeft geen zwaard, maar een staf.’
(Opgemerkt ND): Met een staf kun je ook slaan. Antwoord: ‘Ja, maar hij is bedoeld om de wolf weg te jagen.’

Geciteerd 5: ‘Ik denk dat we momenteel vooral veel van Afrika kunnen leren. Zij hebben zich uitdrukkelijk tegen de Vaticaanse verklaring over de zegening van homostellen gekeerd. Zij willen niet alles slikken wat uit Rome komt (!!! – AJ) en weigeren de relativering van het huwelijk van man en vrouw te accepteren.’

Opgemerkt 1a: Seksuele lust is bepaald geen lust die alleen opgewekt wordt door het zien van de eigen (a.s.) echtgenote, daar kan zelfs een ‘doorgewinterd’ Rooms Katholiek theoloog-bisschop-kardinaal niets aan veranderen. Seksuele lust zal zich gaan manifesteren in een zich ontwikkelend menselijk lichaam en dat zelfs (natuurlijk/’natuurlijk’) ook nog in een omgeving waar mensen van het andere geslacht geheel ontbreken. We mogen deze seksuele lust leren zien – mbv Gods Woord, dat eerst, maar ook uit ‘het boek van de natuur’ – en gebruiken als een goede scheppingsgave van God en we weten dat Hij deze lust (deze sterke menselijke drijfveer) juist ook aan ons mensen gegeven heeft met het oog op het liefdesspel in het huwelijk van een man en vrouw en dat Hij deze lust ook nog eens een plaats heeft willen en kunnen geven – voor God is niets onmogelijk! – in het samenleven van man en vrouw ten bate van de voorplanting. In 1 Korintiërs 7 is dat elkaar (ook seksueel) willen behagen van man en vrouw zelfs helemaal losgekoppeld van de (verlangen/wens/plicht tot) voortplanting!
Opgemerkt 1b: Het was en is voor ondergetekende – en daarin was en is hij niet de enige – onmogelijk om zijn seksuele lustgevoelens te negeren en niet te bevredigen voordat hij een verkering aanging, voordat hij zich verloofde en voordat hij in het huwelijk trad. Dat was en is voor hem zelfs nodig geweest en nog altijd weer nodig en dat om op bepaalde momenten zijn gedachten weer goed te kunnen concentreren op allerlei andere zaken/bezigheden, die ook om aandacht en concentratie (en bevrediging) vragen en die ook noodzakelijk waren en zijn in het leven. En hij heeft daar – God zij dank! – geen schuldgevoel aan over gehouden! Wel is het altijd m’n verlangen geweest – en nog! – om mijn seksualiteit in te zetten in en ten bate van het liefdesspel met de eigen (en enige!) echtgenote en wel zo dat je er samen blij en dankbaar om kunt zijn en er geen afkeer van deze omgang met elkaar ontstaat. Dat de seksuele lust en (het bijbehorende bedrijven van) het liefdesspel van echtgenoten helemaal los kan en mag (soms zelfs moet) staan van de wens (of plicht?) om daarmee kinderen/nageslacht te verwekken, daar kan ook de RK niets aan verhelpen.

Opgemerkt 2: Wij weten inderdaad – vanwege Gods Woord, dat ook tot ons gekomen is – van de zondeval. En sindsdien is het blijkbaar mogelijk dat het verlangen naar een (vaste) relatie met een ander niet bij ieder ‘van nature’ gericht is op het andere geslacht. Zo kan het dus iemand overkomen dat de aantrekkingskracht en ook de lustgevoelens die opgewekt worden geen (natuurlijke) stimulering vinden door personen/mensen van het andere geslacht, maar juist (natuurlijke) stimulering ondervinden van iemand van het eigen geslacht. Net zoals het een natuurlijk lichamelijke ontwikkeling is dat jongeren het andere geslacht aantrekkelijk (gaan) vinden en dat hun lustgevoelens door dat andere geslacht op allerlei manier worden gestimuleerd en geprikkeld (stem, manier van lopen, lichaamsvormen, etc.), zo kan het (blijkbaar!) ook een natuurlijke ontwikkeling zijn dat dit juist geldt t.a.v. het eigen geslacht.

Opgemerkt 3: Wij zullen deze natuurlijke ontwikkeling (bij jongeren) toch in geen van beide gevallen zonde willen of kunnen noemen! Want dan zouden jongeren zolang ze niet getrouwd zijn van allerlei seksuele lust en seksuele prikkels en seksuele zelfbevrediging gevrijwaard moeten worden. Dus wanneer zullen we dan wel van zonde moeten spreken?
Het is waar dat in het Oude Testament de wet van Mozes het samen liggen van mannen als zonde bestempeld wordt. En het is ook waar dat Paulus in Romeinen 1 het een straf van God noemt, dat mannen en vrouwen voor elkaar in hartstocht zijn ontbrandt en ontucht met elkaar bedrijven, maar dat was een straf (!) omdat ze van God waren afgedwaald en Hem vervangen hadden door afgoden. Dus bepaald niet het feit dat ze iemand van het andere geslacht aantrekkelijk vonden en er mee wilden samenleven ook op seksueel gebied was oorzaak van die straf geweest. Hun verlangens en seksuele omgang waren een gevolg van Goddelijke straf over hun eigenwijsheid en het niet willen erkennen en liefhebben van God. Dáár zat het probleem, dat was hun zonde en dan krijgt ook de ontwikkeling van hun lust en de seksualiteit geen eerlijke liefdevolle en eerbare plaats meer in hun leven! Gelovige homofiele mensen kunnen echter hun lust en seksualiteit – geleerd door Gods Woord! – wel degelijk een eerbare plaats geven wanneer ze samenleven in een vaste relatie. Net zo goed als een ongetrouwde jongere of volwassene de eigen lust en seksualiteit een eerbare plaats kan (en dient te) geven in de (nog) ongehuwde staat en dat geldt ook voor echtparen wanneer bij hen door omstandigheden de (seksuele) omgang met de huwelijkspartner op een laag pitje staat of niet eens meer mogelijk is.

Opgemerkt 4: Het is de zonde van de (RK) kerk geweest dat ze de gemeente het onderwijs van Gods Woord (‘stok én staf’) heeft onthouden (van haar weggehouden) en haar leden wijs gemaakt dat ‘gewijde kerkelijke mannen’ met hún stok de wolven zouden wegjagen, maar daarmee ontkwamen ze zelf aan die ‘stok en staf’ (die was niet alleen nodig voor de wolf) en betoonden ze zich juist zelf wolf te zijn! Ze vrijwaarden zich daarmee van kritiek, want ze wisten heel goed elkaar de handen boven het hoofd te houden al waren er altijd wel uitzonderingen op deze regel, maar die laatsten waren niet in staat om die verkeerde praktijk uit te bannen en de verkondiging van Gods Woord in en aan de hele gemeente te herstellen. Dat gebeurde pas weer (deels) na de ‘lutherreformatie’, de RK ging daar niet in mee!

Opgemerkt slot: Het huwelijk behoort tot de natuurlijke staat van de (eerste) mens (Adam) – of lichamelijke lust en seksuele gevoelens in Gods nieuwe wereld nog bestaan, dat wordt ons niet verteld – en van die natuurlijke staat zegt Paulus: ‘Wat ik bedoel broeders en zusters, is dit: wat uit vlees en bloed bestaat (tot de natuurlijke mens, de eerste Adam behoort) kan geen deel hebben aan het Koninkrijk van God; het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid.’ (Uit 1 Korintiërs 15 vers 50, lees dit vers in het geheel van 1 Korintiërs 15 : 35-58 met daarbij ook de woorden van onze Heer in Matteüs 22:29-32 in gedachten). Dus ook al in het paradijs waren Adam en Eva vergankelijke mensen die wel eeuwig konden blijven leven door Gods onderhoudende kracht, maar ze beschikten toch nog niet over het onvergankelijke lichaam dat wij bij de opstanding zullen ontvangen.

(Wordt vervolgd!)

Bron citaten: ND Geloof – ‘Pauskritische kardinaal Müller: ‘Goede herders hebben een staf, om de wolf weg te jagen’’ – door Hendro Musterman.

‘Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één Meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters. En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één Vader in de hemel. Laat je ook niet leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de Messias.‘ (Uit Matteüs 23 de verzen 8-10)

Bron afbeelding: SlideServe

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Overgeleverd aan de medicijnen van onze ‘medicijnmannen’?

‘U HEER, weigert mij Uw ontferming niet,
Úw liefde en Úw trouw zullen mij steeds bewaren,
ook nu rampen mij omringen, talloos vele,
nu mijn zonden mij achtervolgen en ik geen uitweg zie…’
(Uit Psalm 40 uit de verzen 12 en 13)

Geciteerd 1: „Op een grondige, bijna analytische wijze beschrijft Halyburton (1) zijn geestelijke weg”, zegt Van der Tang. Van Dijk: „Dit is een man die zijn zielsworstelingen beschrijft. Hij analyseert zijn fouten, maar hij geeft ook een pastoraal antwoord, aan zichzelf en ook aan de lezer.”
Opgemerkt 1: Gods Woord geeft ons in de Psalmen veel betere ‘zelfanalyses’ – of beter: analyses die de Heilige Geest nodig vond. (Lees er ook de boeken Koningen en Kronieken maar op na, en ook de profeten analyseerden in opdracht van God hun tijdgenoten). Die door Hem verstrekte analyses wil God zegenen wanneer we daar altijd weer kennis van willen nemen door onze Bijbel te lezen en door niet te ontbreken in de zondagse samenkomsten van Zijn gemeente waarvan wij gedoopte ledematen zijn.

Geciteerd 2: Van der Tang: „Soms klinkt de klacht: Waar hoor je nog hoe God een mens bekeert? Dan zijn deze boeken als een spiegel. Halyburton worstelde veertien jaar met zijn zielenheil. Zijn werkelijke verandering kwam echter na de openbaring van Christus aan zijn ziel. Toen kwamen al zijn vragen –naar het Godsbestaan en de waarheid van de Schrift –in een ander licht te staan.”
Opgemerkt 2: We leren uit Gods Woord wat bekering is en hoe God daaraan al gewerkt heeft en voortdurend werken wil, ook in ons eigen leven, te beginnen met en door onze Doop, die toch het bad der wedergeboorte genoemd wordt (Titus 3). We kunnen de kunst (van zelfanalyse en dagelijkse bekering) heus niet van anderen afkijken, wel kunnen we leren en (daarom) weten uit Gods Woord wat ons te doen staat wanneer we weer een nieuwe dag mogen (moeten – we kunnen er tegenop zien) beginnen om daarin te gaan doen wat Zijn Vaderhand ons te doen geeft en dat na te laten waarvan we weten dat Hij dat (beslist) niet wil. Dat geeft ons al strijd genoeg en die strijd zullen we niet in eigen kracht en met eigen (of door anderen aangereikte eigen) middelen hebben te voeren.

Geciteerd 3: Van Dijk sluit zich erbij aan: „Bedenk bij het lezen van dit boek: de God Die in het leven van Thomas Halyburton werkte, leeft nog.”
Opgemerkt 3: Dus dat onze God leeft en werkt dat moet een kerklid niet alleen funderen en geloven op wat God in en door Zijn Woord nodig vond om ons als Redder te hulp te komen, maar ook op de belevenissen van ene zichzelf en eigen leven analyserende Halyburton. Als dat geen heiligenverering is! Maar ja, als zulke heilige mannen als Jonathan Edwards, George Whitefield, Thomas Boston en Archibald Alexander zich er lovend over uit lieten en dit boek nu ook weer door zulke (naar ons inzicht waarlijk) ‘bekeerde’ mensen als René Heij, Laurens van der Tang (bestuurslid Stichting Gereformeerd Erfgoed) en Peter van Dijk (ouderling van de oud gereformeerde gemeente Bevervoorde te Rijssen) zo wordt aangeprezen aan de ‘goegemeente’, dan zal het wel een noodzakelijke aanvullend medicijn wezen voor ziekten van onze tijd waar het levende en krachtige Woord van God niet medicinaal genoeg gebleken* is in de ogen van de genoemde ‘medicijnmannen’.
* Of die heren daar mogelijk zelf een aandeel in hebben, bijv. door zoals hier gebeurd medicijnen van eigen fabricaat te verkopen aan het ‘goedgelovige’ volk, komt niet aan de orde in dit artikel. Dát laat men maar liever buiten de zelfanalyse en de (bevindelijke) beschouwingen.

Opgemerkt slot: En zo verliest het volk van God de dankbaarheid en gaat zich verliezen in zelfbeschouwing en worsteling om eigen zielenheil. Zorg voor het heil van de naaste in nood, daar komen ze niet meer aan toe, veel te druk met zichzelf als ze (blijkbaar moeten) zijn. We zullen onszelf juist schamen voor dit soort zelfanalyse en worsteling om eigen zielenheil. Ons oog en hart is dan te weinig gericht op Christus Zelf en het geeft juist helemaal geen pas om zo’n worsteling aan anderen ten voorbeeld na te laten door deze uitvoerig te beschrijven. Gebrek aan Godsvertrouwen verdient geen krans!

> Leestip: Psalm 40 (m.n. ook aandacht voor de verzen 11-18).

(1) De puriteinse predikant Thomas Halyburton (1674-1712) worstelde veertien jaar met zijn zielenheil. Zijn geestelijke weg staat beschreven in het boek ”Gedenkschriften”, dat dinsdagavond online werd gepresenteerd.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Halyburtons medicijn tegen oppervlakkigheid’ door Arie van Elst.

NB. Bij de afbeelding: Men kan zelfs nog een bedevaart maken naar het Schotse St. Andrews waar deze Halyburton begraven is.

Bron afbeelding: RD

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Begaan met de noodlijdende schapen?

‘Is het jullie herders niet genoeg dat jullie op de beste weiden grazen. En dat jullie vertrappen (met jullie theologen-discussies) wat er van het gras nog over is. Dat jullie het heldere water opdrinken en de rest met jullie poten troebel maken. Mijn schapen moeten eten van wat jullie hebben vertrapt, en drinken van wat jullie met je poten troebel hebben gemaakt.‘ (Uit Ezechiël 34 uit de verzen 17-18)

Geciteerd: De discussie wordt soms ongemakkelijk doordat Van den Brink zijn verwijten publiekelijk adresseert en op de persoon richt. Omgekeerd krijgt hij ook heel wat te incasseren, als zou hij een ‘dwaalleraar’ of een ‘tweelingbroer van Arminius’ zijn. ‘Het gaat me er niet om dat ik goede maatjes met allerlei dominees word’, zei hij in een interview. Zijn hart ligt bij de hoorders, de gewone kerkgangers. ‘Want in de kerk vallen de slachtoffers, daar zitten mensen in geestelijke nood. Ze horen het evangelie niet meer.’

Opgemerkt: Wanneer dr. Gert van den Brink begaan is met de ‘gewone kerkgangers’, dan moet hij hen niet leiden naar de theologendiscussies (met verwijten en dreigementen over en weer) waar het goede gras vertrapt en het heldere water vertroebeld wordt, maar hen wegleiden (weglokken) van die plaatsen om ze te brengen naar het ongerepte verse kruidige gras van de bergweiden en het heldere water van de bergbeken, dwz naar het Woord van God Zelf. En wanneer anderen zo graag wijzen op de (totale) onmacht van de mens, dan moet hij hen uit Gods Woord onderwijzen over hun doop. Dat is helemaal niet zo moeilijk, want Romeinen 6 en 1 Korintiërs 3 vallen ook nu nog altijd heel goed uit te leggen, wanneer je niet allerlei theologen en theologie eerst hun zegje wil laten doen.

> Leestip: Ezechiël 34.

Bron citaat: ND Geloof – ‘Theoloog Gert van den Brink wil geen ‘maatjes met dominees worden’. Maar hij gaat er wel erg hard in’ – door Koos van Noppen.

‘Alles wat de Schrift zegt is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een rechtschapen leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.‘ (Uit 2 Timoteüs 3 de verzen 16-17)

Bron afbeelding: Word To All International

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Lees theologische werken’ en ‘wees overtuigd dat jouw kerk om je geeft’…*

* Uitkomst van gesprek wanneer twee (hyper)calvinisten met elkaar in gesprek gaan over Dordt.

Vooraf: Prof. dr. W. van Vlastuin (dsWvV), rector van het Hersteld Hervormd Seminarium in Amsterdam, bleek bereid om, samen met ds. G.W.S. Mulder (dsWM), predikant van de gereformeerde gemeente in Ridderkerk, op diens voorstel een gesprek te voeren om daarin met elkaar te kunnen terugblikken op ‘de strijd’ die is ontstaan n.a.v. het boek ‘Hyperdordt’ van de herstel hervormde predikant dr. G.A. van den Brink.

Geciteerd 1a (dsWvV): Wij als calvinisten zeggen: „Wij prediken het Evangelie met bevel van geloof en bekering.” Niet omdat we denken dat die mens nog iets kan, maar omdat we geloven dat Jezus het kan door Zijn Woord en Geest. Dus we staan als het ware op het kerkhof en zeggen: Staat op uit de doden, en Christus zal over u lichten.
Geciteerd 1b (dsWM): Ds. Mulder: „Ik heb ds. J. Karels, emeritus in Rijssen, een hartelijk bevindelijk prediker, een keer horen zeggen: „Kinderen, bidden jullie allemaal om een nieuw hartje? Allemaal doen, hoor! Vanavond, elke avond. En dan hoor ik een kind zeggen: „Ja maar, kan ik dat wel krijgen?” Ja”, zei hij toen: „weet jij hoeveel nieuwe hartjes de Heere nog geeft? Eíndeloos veel.”

Opgemerkt 1a: Die beide dominees zien hun gedoopte gemeente als een ‘knekelhof’ vol dorre doodsbeenderen, waartegen zij, als eertijds Ezechiël, moeten profeteren om ze tot leven te wekken in de hoop dat Jezus dat wil en (deels) nog gaat doen ook door Zijn Woord en Geest.
Opgemerkt 1b: Of men stelt de gedoopte gemeente voor als kinderen, die eerst nog maar eens te weten moeten zien te komen of hun gebed om een nieuw hartje al dan niet verhoord wordt. God hoort al die gebedjes wel, maar je moet er iedere avond weer om bidden, anders wordt het nooit wat. En of het ooit wat wordt, nou ja daar heb je de predikant en de kerkenraad voor om je te helpen nagaan of je inmiddels zeggen mag dat je misschien toch wel wat gebedsverhoring ontvangen hebt. En anders kun je tal van (aangeraden) theologische boekwerken checken om te ontdekken of je mag spreken van ware bevinding bij jezelf en wat je op basis daarvan kunt concluderen over de mate van je eigen toe-eigening van het heil.

Geciteerd 2:
Vraag (RD): Wat raadt u een jongere, of oudere, die met vragen op dit terrein loopt aan?
Antwoord (dsWvV): „Ik zou zeggen: lees de Marrowmen. Ambrosius, ”Het zien op Jezus”. Fisher. Of M’Cheyne.”
Vraag (RD): De vraag is of jongeren dát nog zullen doen.
Antwoord (dsWvV): „Nee, maar ik beveel ze toch aan. Ik heb daar zo superveel aan gehad. Ik zou zeggen: als mensen echt worstelen, dan willen ze daar ook wel iets voor doen. Ik heb die boeken destijds gewoon opgegeten.”
Antwoord (dsWM): „Ik zou willen zeggen tegen zo’n jongere of oudere: Lees biddend je Bijbel. Kom trouw naar de kerk. Ga in gesprek met de leider van de jeugdvereniging of met een ambtsdrager die je vertrouwt. Wees ervan overtuigd dat jouw kerk om je geeft. Ik merk dat in kerkenraadskamers, overal waar ik kom. Bovenal: de Heere is een Waarmaker van Zijn Woord. Allen die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden. Dat is echt waar.”

Opgemerkt 2: Maar de dopelingen (de gemeente) heel ‘Bijbels gewoon’ aanraden om gelovig (!) al de middelen te blijven gebruiken en hen ook altijd weer de eenvoudige woorden (zie Romeinen 6 vers 19!) van Paulus uit Romeinen 6 voorhouden en zo nodig (en dat blijkt ook steeds weer nodig!) goed uitleggen, daar horen we deze predikanten zó niet over! Maar dát is toch echt de weg die Gods Woord ons wijst. Daar kan een ‘bevindelijk’ predikant met ‘bevindelijke’ prediking toch echt niets aan toe of af doen (en dat mag ook niet!).

Geciteerd 3 (dsWM): Onze generatie is inmiddels gewend aan bol.com: voor 24 uur besteld, is morgen in huis. We leven in een cultuur die niet meer kan wachten. Maar zet die nu eens naast de Messiasverwachting van Sara, Maria, Simeon. Die wachtenstijd is nuttig. Vlees en bloed beërven het Koninkrijk niet. Mijn vleselijke bestaan moet sterven. Ik heb bij sterfbedden gestaan van mensen die zichzelf niets konden geven en van wie je toch wist: Die man is goed heen.”
Opgemerkt 3: Dit zijn twee onvergelijkbare grootheden! De (opgelegde!) ‘wachtstand’ van gedoopte gemeenteleden wat betreft de zekerheid over hun persoonlijk heil en de gelovige ‘wachtstand’ van de Messiasverwachting van Sara, Maria en Simeon!

Opgemerkt slot: Wat we toch hier weer zien (lezen, horen) dat is dat het levende Woord gevangen wordt in een theologisch denkkader, waarbij mensen eerst op een bepaalde manier tot een persoonlijke zekerheid over het hun toegezegde heil moeten zien te komen en wanneer het dan eenmaal volgens hen en/of anderen (volgens bepaalde in ‘bevindelijke’ kring gehanteerde criteria) toch wel zo ver gekomen is, dan ook gerechtigd zijn/worden om deel te nemen aan de vieringen van het Heilig Avondmaal. Ook hoeven ze dan niet meer te vrezen voor de waarschuwende woorden, zoals we die o.a. vinden in Hebreeën 10 en in de brieven aan de (leden van de) zeven gemeenten in Openbaring…

Zie hierbij ook deze blog: ‘Ons geloof niet meer dan een luchtspiegeling?‘

Bron citaten: RD kerk & religie – ‘Ds. Mulder en ds. Van Vlastuin: Laten we elkaar vasthouden rond Dordt’ – door Arie de Heer en Maarten Stolk

‘Denk aan jezelf (zie jezelf) als levenden die uit de dood zijn opgestaan en stel jullie in dienst van God als werktuigen (instrumenten) van de gerechtigheid. De zonde mag niet langer over jullie heersen, want jullie staan niet onder de wet, maar leven onder de genade.‘ (Uit Romeinen 6 uit de verzen 13-14)

Bron afbeelding: Amazon-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Ons geloof niet meer dan een af/luchtspiegeling?

‘Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet
in Uw naam geprofeteerd?‘ (uit Matteüs 7 vers 22)

Geciteerd: Waarom zegt Christus dit? Het ontbrak deze mensen aan het echte geloof dat door de liefde werkt. Uit wat we hiervóór in dit Evangelie (van Matteüs) lezen, blijkt wel hoe moeilijk het is om Christus op de juiste manier te kennen en te volgen. Er zijn veel hindernissen die dit in de weg staan. De een wordt hier aan geërgerd en de ander ergert zich daaraan. Het gaat nergens goed, ook niet bij de discipelen van Johannes. Het helpt hen niet dat zij met hun ogen zien wat Christus doet en met hun oren horen wat Christus zegt. (1)
Zo gaat het ook bij ons. We zien, horen en weten dat een christelijk leven niets anders is dan geloven in God (Hem in en onder alles je vertrouwen geven, in navolging van onze Heer) en je naaste bijstaan in zijn of haar noden, maar toch komt er niets van terecht. De een is druk met zijn godsdienst en met eigen werken (die voorbijgaan aan de werkelijke nood van een op je weg gebrachte medemens, zie o.a. Lukas 10 : 25-37), een ander haalt alles naar zich toe en helpt niemand (zie o.a. Lukas 12 : 16-21 en 16 : 19-31).
Dat geldt zelfs ook van hen die deze leer van het zuivere geloof graag willen horen en begrijpen. Die beginnen net zo min hun naaste te dienen (of beter: zich naaste te betonen aan een medemens in nood), juist alsof zij door een geloof zonder werken zalig wilden worden.
Deze gelovigen zien niet dat hun geloof geen geloof, maar slechts een afspiegeling van het geloof is. Zoals ook een aangezicht in de spiegel niet het aangezicht zélf, maar een afspiegeling daarvan is. De apostel Jakobus heeft daar ook mooie dingen over gezegd, als hij spreekt over hoorders en daders van het Woord (vgl. Jakobus 1 : 22-24).
[Maarten Luther: WA 10.1.2, 169, 24 -170, 10]

(1) Hun eigen visies en doelstellingen zitten hen dwars en maken hen blind en doof en toch wijst Jezus hen niet af, maar neemt Hij tijd voor hen om hen de ogen te openen voor Zijn werk hier op aarde (zie Lukas 7 : 18-23)
(2) Heidelbergse Catechismus Zondag 44 vraag en antwoord 114.

Opgemerkt 1: Deze woorden van Luther kunnen we heel goed gebruiken ter weerlegging van degenen die nog altijd tegen Luther willen inbrengen dat hij de brief van Jakobus toch ‘een strooien brief’ heeft genoemd en waarmee ze nog altijd weer menen te kunnen aantonen dat Luther het doen van goede werken niet wist te plaatsen binnen het Evangelie en de Bijbelse leer over ‘de rechtvaardiging van de goddeloze’.
Opgemerkt 2: Wat we wel moeten beseffen en wat ons barmhartig zal maken naar onze medegelovigen en onszelf (we kunnen ook onbarmhartig zijn jegens onszelf!), dat is dat wij ook in ons geloven en werken leven van het volmaakte geloof en het werk van onze Heer Jezus Christus. Van Hém moeten wij het hebben. Elke dag weer! Ook wanneer we moeten vaststellen dat we nog in veel dingen (geloof en werken) niet meer dan een klein beginsel (2) hebben van de liefde en gehoorzaamheid die in onze Heer was en is.

> Leestip: deze preek

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Meditatie 26 januari – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr.

‘Er is geen mens op aarde die niet zondigt, die alleen maar goed is en altijd rechtvaardig. Spits daarom je oren niet bij alles wat er om je heen (en tegen je) gezegd wordt* …’ (Uit Prediker 7 vers 20)
* Om dit – waar het eigen belang dit lijkt nodig te hebben – tegen de ander te gebruiken ter zelfrechtvaardiging.

Bron afbeelding: jesus-works-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Ik zal zijn of haar naam geenszins uitwissen’…

‘Wie overwint zal zich ook in het wit kleden. Ik zal zijn/haar naam geenszins uitwissen uit het boek des levens, maar ik zal zijn/haar naam belijden voor mijn Vader en Zijn engelen.’ (Uit Openbaring 3 vers 5)

Geciteerd: In de brief aan Sardes (Openbaring 3 vers 5) worden witte klederen beloofd en: “Ik zal zijn/haar naam geenszins uitwissen uit het boek des levens, maar ik zal zijn/haar naam belijden voor Mijn Vader en Zijn engelen“. Over witte kleren horen wij telkens in deze openbaringen. Tegenover bezoedelde kleren van velen in Sardes duidt het op de rechtvaardiging, dus de vrijspraak door Christus. Die rechtvaardiging gaat niet buiten Zijn bloedstorting om. Daarom heet het van de witte klederen, dat ze gewassen zijn in het bloed van het Lam (7 vers 14). Daar is slechts rechtvaardiging om en door de genoegdoening van onze Middelaar.
Daarnaast wordt de zekerheid gegeven, dat ieder die overwint, niet geschrapt zal worden uit het ‘boek des levens‘. Dat is dus precies het tegenovergestelde van wat de dichter van Psalm 69 vers 29 wenste voor de goddelozen. Nu waren goddelozen voor de psalmist geen vreemden, maar volksgenoten, die leefden en handelden alsof God niet bestond. Het waren Verbondskinderen, die met de God van het Verbond niet rekenden. In de Burgerlijke stand van Israël stonden zij ingeschreven. De dichter bidt dat zij daaruit geschrapt zullen worden. Bedenken we nu wél, dat in de psalm de Geest van Christus spreekt en Hij wist immers ook van ‘kinderen des Koninkrijks‘, die zouden worden buitengeworpen. Ja, Zelf zal Hij tot sommigen zeggen: “gaat weg van Mij, Ik heb jullie nooit gekend!” Hier in Openbaring 3 moeten wij dus wel de dreiging aan de ene kant zien: naam-christenen geschrapt, maar ook naar de andere kant de belofte: de bekeerden behouden!

En dan komt voor die laatsten nog de vertroosting dat zij niet naamloos vergeten raken, omdat zij het er toch ook zo best niet zo best afgebracht hadden, maar dat ze bij name genoemd worden: Christus zal voor hen uitkomen bij de Vader en bij Zijn engelen. In 3 vers 12 wordt de erfenis als volgt omschreven: “hem/haar zal ik maken tot een zuil in de tempel van Mijn God en hij/zij zal niet meer daaruit gaan; en ik zal op hem/haar schrijven de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel neerdaalt van Mijn God – en Mijn nieuwe naam.“

Voor de tempel van Salomo stonden twee zuilen: Boaz (in hem is sterkte) en Jakin (Hij stelt vast). Deze zuilen symboliseerden de vastheid van de tempel. Edoch, die tempel is in 586 vC verwoest en de zuilen aan stukken gebroken, volgens Jeremia 52 vers 17. Zo vast was die tempel dus niet. Geen wonder, hij was ook maar een schaduw van de tempel, die in het Nieuwe testament heet: woonstede Gods in de Geest! Dat is de Gemeente, die nu nog op weg is naar haar voltooiing, zoals getoond is volgens Openbaring 21 : 9-27. Wie daar nu in geplaatst wordt heeft zijn definitieve bestemming bereikt. Nu is het nog zo, dat ook de gelovigen opgeroepen worden tot standvastigheid (3 vers 11), dáár zullen ze vaststaan.

Van de zuilen Boaz en Jakin weten we niet of zij hun namen ingegraveerd droegen; van de zuilen van Romeinse tempels is ons dat wel bekend. Hier spreekt de Christus nu over een bijzondere inscriptie: Gods naam, die van het nieuwe Jeruzalem en Zijn nieuwe naam. In de Bijbel duidt een naam heel wat meer aan dan bij ons. De naam zegt wie en wat de drager is. Zo wordt dus op deze plaats tot onze troost gemeld, dat wie overwint mag dragen de volheid van Zijn God en van zijn/haar Verlosser, en mag behoren tot de verloste Gemeente, die straks zal neerdalen op de nieuwe aarde, waar God alles zal zijn in allen.

Bron citaat: ‘Het Lam overwint’ – Uit ‘2.2..4 Wat beloof Christus Zijn gemeenten’ – door ds. J.W. Verheij (1911-2008)

“Er wacht jullie, die door Gods kracht worden beschermd omdat jullie geloven, in de hemel een onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt. Jullie zien de de redding tegemoet, die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden.’ (Uit 1 Petrus 1 de verzen 4-5)

Bron afbeelding: Heartligt-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over verzet tegen de Heilige Geest en Zijn werk…

‘Velen dan van Zijn discipelen, die dit hoorden*, zeiden: Deze rede is hard; wie kan haar aanhoren? Jezus nu wetende bij Zichzelf dat Zijn discipelen daartegen protesteerden, zei tegen hen: Ergert jullie dit? Wat zou het dan zijn wanneer jullie de Zoon des mensen zouden zien opvaren waar Hij tevoren was? De Geest is het Die levend maakt; het vlees is niet nuttig. De woorden die Ik tot jullie spreek, zijn Geest en zijn leven. Maar er zijn sommigen onder jullie, die niet geloven. Want Jezus wist van den beginne wie zij waren die niet geloofden, en wie hij was die Hem verraden zou. En Hij zei: Daarom heb Ik jullie gezegd, dat niemand tot Mij komen kan, tenzij dat het hem gegeven wordt van Mijn Vader. Van toen af gingen velen Zijner discipelen terug, en wandelden niet meer met Hem.’ (Uit Johannes 6 de verzen 60-66)
* Zie Johannes 6 : 41-52.

‘Vanaf die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de Schriftgeleerden… (…) Petrus nam Hem terzijde en begon Hem fel terecht te wijzen: “God verhoede het, Heer! Dat zal U zeker niet gebeuren!” Maar Jezus keerde Hem de rug toe met de woorden: “Ga terug, achter Mij, Satan! Je zou Me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.”‘ (Uit Matteüs 16 uit de verzen 21-23).

Geciteerd 1 (AJ): Merkte onlangs op n.a.v. ds. Thomas Boston’s ‘twaalf bijlslagen’* (die nodig zouden zijn om een mens los te kappen van de oude Adam) dat Paulus de ‘klein duimpje gelovigen’ (van 1 Korintiërs 3) de twaalf bijls/mijlslaarzen van het Evangelie aandoet (Lees 1 Korintiërs 3 of Romeinen 6 er maar weer op na). Wanneer dan de gedoopte gemeente zich gehoorzaam laat onderwijzen uit heel Gods Woord, dán ondervinden ze in de dagelijkse praktijk van het leven hoezeer er moet gestreden worden tegen en geleden onder onze ‘oude/Adam’s natuur’. En ook hoezeer wij allen ook altijd weer de ernstige aansporingen nodig hebben, zoals we die lezen in de brieven, en zoals we die m.n. ook lezen in Hebreeën 10 : 19-39.
* Thomas Boston (1676-1732) aangehaald door Steef de Bruijn in het RD.

Geciteerd 2 (HvW): Je kunt zoiets inderdaad (die ‘twaalf bijlslagen’) aan niemand opleggen… laat staan aan een gedoopte gemeente … je moet het echter wel persoonlijk ondervonden hebben… (alles in trap en mate) .. de uitwendige waterdoop kan je niet behouden… een Engelse theoloog, schreef ergens… dit in verband met de doop: … als sleep je iemand door het Kanaal van Dover naar Calais … dan is er nog geen enkele zonde afgewassen…

‘Het begin van het Evangelie van Jezus Christus, Zoon van God. (…) Dit gebeurde toen Johannes de Doper naar de woestijn ging en de mensen opriep zich te laten dopen en tot inkeer te komen, om zo vergeving van zonden te krijgen. Alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. (…) In die tijd kwam Jezus vanuit Nazareth, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om Zich door Johannes te laten dopen. Op het moment dat Hij uit het water omhoog kwam, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest op Zich neerdalen, en er klonk een stem uit de hemel…’ (Uit Marcus 1 uit de verzen 1-14)

Opgemerkt 1: Dat de waterdoop (al ten tijde van Johannes) een ‘hemels gebeuren’ is (!), dat werd duidelijk bij de doop van onze Heer, toen werd zichtbaar hoe daadwerkelijk betrokken ‘de hemel’ was (en is) bij de waterdoop! En onze Heer horen we dat nog eens uitdrukkelijk noemen en bevestigen in het gesprek met de Farizeeër Nikodemus (Johannes 3 : 1 t/m 4 : 3). De Geest was voorbij gewaaid aan de ‘hoge heren theologen’ in Jeruzalem en was aan het werk gegaan in de woestijn op de plaats bij de Jordaan waar Johannes de mensen opriep om tot inkeer te komen en zich te laten dopen. Dat bij de doop van Johannes de Heilige Geest niet zichtbaar neerdaalde op zijn dopelingen (en trouwens later ook niet bij de doop door Jezus’ discipelen! Johannes 4 : 1-3) dat doet niets af aan het feit dat de Heilige Geest wel degelijk aan het werk was in de harten van de hoorders (zie Matteüs 13 : 18-19) en degenen die zich ook daadwerkelijk lieten dopen. Maar, zoals later bleek, zelfs ook bij de twaalf discipelen van Jezus, kon dat werk van de Heilige Geest ook nog worden genegeerd en weerstaan. Bij de vrome Farizeeën en Schriftgeleerden ging dat zelfs zo ver, dat zij weigerden om zich te laten dopen en later zelfs overgingen tot het afwijzen van Jezus’ verkondiging en het laten arresteren van onze Heer om Hem (definitief) uit de weg te ruimen. Zo ver kan het dus met het verzet tegen de Heilige Geest en Zijn werk komen, en dat juist bij de meest vrome mannen onder het volk van God. Maar dat is niet gebeurd, dan nadat onze Heer hen vele malen heeft gewaarschuwd en ook gewezen op hún hardnekkige verzet (o.a. in Matteüs 23 : 13 en 37, Markus 3 : 22-30, Lukas 20 : 1-8, Johannes 11 : 45-53 en 12 : 42-43.

Opgemerkt 2: Dat de waterdoop door het geloof, voor zowel Joden en heidenen, als hét onweerlegbare teken van hun behoud moest gelden, dat leren we uit het onderwijs van de apostelen. De dopelingen mochten niet zien op hoe en door wie hen het Evangelie gebracht was en/of op hoe welbespraakt en wijs en op de hoorders aangepast de verkondiging geweest was, waardoor zij geloof gehecht hadden aan wat door één van de apostelen (of hun medewerkers) verkondigd was, nee ze moesten het feit dat ze zich hadden laten overtuigen en dopen helemaal toeschrijven aan het werk van de Heilige Geest. Dat een apostel op hun levensweg aan hen verschenen was, dat zij de moeite genomen hadden om hun boodschap aan te horen en dat zij het besluit genomen hadden om aan die boodschap geloof te hechten, en zich op aanraden van de apostelen of één van hun medewerkers hadden laten dopen, dat was allemaal het werk van de Heilige Geest! Hun Doop was hen door Zijn werk overkomen!
En op precies dezelfde manier overkomt de kinderen in Christus’ gemeente ook nu nog altijd hun Doop. Dat is allemaal het werk geweest van de Heilige Geest. Dáár zullen ze op zien en dát zullen ze geloven. De/hún Doop is een geloofsstuk! Zelfs een fundamenteel geloofsstuk! Zeggen dat je niet weet – niet/nooit zeggen kunt – of de Doop je (wel of niet) ‘van de hemel gegeven’ is, is zondermeer vergelijkbaar met de onwil en het ongeloof en het verzet tegen de Heilige Geest als waarover we lezen in Lukas 20 : 1-8 en ook in Hebreeën 10 : 29.

Opgemerkt 3: God wil Zijn gemeenten bouwen door de voortgaande prediking van Zijn Woord. Laten we daarom niet ophouden te bidden dat er altijd weer betrouwbare dienaars van dat Woord gevonden mogen worden, gesteund – en zo nodig terechtgewezen – door wijze en meelevende oudsten en broeders en zusters (oud en jong), zodat er in een gemeente gebouwd wordt met het goud, zilver en edelstenen van het Woord Zelf, want dat wil God gebruiken voor de groei van het geloof en dat natuurlijk niet minder door het gelovig gebruik van de Sacramenten – daarin zal men de gedoopte gemeente niet hebben te ontmoedigen maar juist aan te moedigen! Dienaars van het Woord, die dat ontmoedigen wel doen, die kunnen maar beter – volgens onze Heer! – ‘met een molensteen om de hals’ uitgeschakeld worden, namelijk om te voorkomen dat ze de ‘kleinen’ van Christus’ kudde zullen ‘ergeren’ (Zie Matteüs 18 : 4-6 en 10-14!).

> Leestip: Matteüs 18 (in z’n geheel!).

Opgemerkt slot: Wat we helaas heel wat in de praktijk van het kerkelijk leven zien gebeuren, dat is dat de verkondiging van Gods Woord door een predikant getoetst wordt aan onze belijdenisgeschriften (w.o. de Dordtse leerregels) in plaats van juist andersom! Dat men (dus) niet zegt: ‘God zij dank!, we hoorden Gods Woord weer lezen en verkondigd worden! (1), zijn de Dordtse leerregels – als menselijk geschrift – er werkelijk in geslaagd om het Woord van God, dat toch Zelf levend en krachtig is – niet ‘dood te slaan’ met en door menselijke redeneringen en zegswijzen?’ Maar nog beter is het om die leerregels maar te laten rusten en om maar liever heel ‘Bijbels gewoon’ altijd weer te willen horen naar wat de Geest door de verkondiging van Gods Woord ons weer te zeggen had en heeft. En dat elke zondag weer, maar ook – in onze tijd is dat toch helemaal goed mogelijk – elke dag van de week weer. Gods Woord altijd weer dankend ontvangen als het levende Manna voor de nieuwe week en nieuwe dag!

(1) Zie 1 Timoteüs 4 : 11-16 en 2 Timoteüs 3 : 10 t/m 4 : 5.

‘Ik ben het brood dat leven geeft. Jullie voorouders hebben in de woestijn manna gegeten en toch zijn ze gestorven. Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie dit eet sterft niet. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat ik geven zal voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.”‘ (Uit Johannes 6 uit de veren 41-51 de verzen 48-51)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een bedotting meer of minder in de dienst van Jezus…

‘Men moet ons beschouwen als dienaren van Christus, aan wie het beheer over de geheimen van God is toevertrouwd. Van iemand die deze taak vervuld, wordt verlangd dat hij betrouwbaar is.’ (Uit 1 Korintiërs 4 de verzen 1-2) (1)

Geciteerd 1: Ook Ouweneel denkt indertijd al dat niet elke genezing authentiek is en Joshua de boel soms ‘bedot’. Niettemin blijft Ouweneel enthousiast over de vele genezingen; hij legt zelf ook zieken de handen op, op verzoek van T.B. Joshua, tijdens zijn bezoeken aan The Synagogue.
Opgemerkt 1: Blijkbaar mag je als ‘geweldig kerkleider’ de boel als het zo uitkomt wel bedotten, en laat niemand je daarover de les (uit Gods Woord!) lezen, want dan weet zo’n kerkleider wel van aanpakken…

Geciteerd 2: Van zijn eerste bezoek aan de Nigeriaanse gebedsgenezer kwam hij als ‘vernieuwd man’ terug. Ouweneel verhaalt uitvoerig hoe hij vele zonden belijdt en wordt genezen van onder andere knieklachten en hoofdpijnen. En hoe hij terug in Nederland nog meer enthousiasme over het evangelie uitstraalt in lezingen.
Opgemerkt 2: Ja, wanneer zulke krachten en werkingen aan het werk van kerkleiders kunnen worden toegeschreven, hoe had de apostel Petrus zich dan wel niet kunnen laten gelden, maar die moest daar werkelijk niets (!) van weten. Lees het maar na in Handelingen 4 en ook hoe Petrus zich verantwoorden moet en wil tegenover zijn medegelovigen in de gemeente van Jeruzalem (Handelingen 11 : 1-18, Handelingen 15 : 6-11 en Galaten 2 : 6-14)

Geciteerd 3: TBJ vroeg mij een boek over zijn leven en bediening te schrijven. Maar toen ik hem het manuscript liet lezen, keurde hij het af omdat ik het gewaagd had bij bepaalde aspecten kritische vragen te stellen… Tja, zo gaat dat (vaak) bij grote leiders, zeker in een Afrikaanse context, waar het ‘stamhoofd’ onaantastbaar is.’
Opgemerkt 3: Tja, bij grote (kerk)leiders moet je nu eenmaal een oogje willen dichtknijpen, dat zien we in Gods Woord bij koning Saul, koning David en koning Salomo toch ook gebeuren. En knijpen de Bijbelse profeten niet ook vaak een oogje dicht? Nou dan!

Geciteerd 4: Niettemin blijft Ouweneel met respect naar de prediker kijken, omdat die ‘het zuivere evangelie van Christus verkondigde, en personen die onder zijn bediening waren geweest, dichter bij Jezus waren gebracht (zoals ikzelf)’.
Opgemerkt 4: Ja, als je door zo iemand als TBJ dichterbij onze Heer gebracht kan worden dan door Gods Zelf, namelijk door Zijn Heilige Geest, zoals Die door Hem bij iemands Doop wordt toegezegd én toebedeeld, en je jezelf daar graag op laat voorstaan, zodat jij daarmee nogal een voorsprong meent te hebben verworven t.a.v. heel wat (gedoopte) medegelovigen, dan laat je je dat niet door wat negatieve publiciteit zomaar uit handen slaan…

Opgemerkt slot: Je kunt ook stellen dat daar in Afrika bij TBJ een soort protestants/evangelisch Lourdes te vinden was en mensen die zich een reisje Afrika permitteren konden, (w.o. ene WJO, die kon dat zelfs ‘mooi meenemen’ om de eigen status er mee op te poetsen en de zichzelf toebedeelde positie in de gemeenten van Jezus Christus nog meer glans te geven – zoals hij zelfs ook nu nog weer doet!
En dat toch alles tegen het duidelijke onderwijs van onze Heer (zie o.a. Johannes 4 : 23-24) en de apostelen in. Nergens wordt door hen een bedevaart naar Jeruzalem, waar eerst nog de apostelen en iemand als Jakobus te vinden waren aanbevolen om daar genezen te worden of nog dichter bij Jezus te komen of je daar de biecht af te laten nemen).

(1) De apostel Paulus nadat hij in de hoofdstukken daarvoor heeft duidelijk gemaakt dat in de gedoopte gemeente van onze Heer niemand zich kan laten voorstaan op de positie en het werk van een ander.

> Leestip: 2 Korintiërs 6 : 1-13.

Bron citaten: ND Geloof – ‘Hoe Willem Ouweneel wel en niet afstand neemt van de van misbruik beschuldigde pastor T.B. Joshua’ – door Jacolien Viveen.

‘Ik zal mijn werk op dezelfde manier blijven doen om die apostelen de kans te ontnemen met hun gewichtigdoenerij dezelfde roem (2) te oogsten als wij.‘ (Uit 2 Korintiërs 11 vers 12)
(2) Paulus die zich zó in die gemeente heeft ingespannen om duidelijk te maken dat zij zich niet op mensen en hún werk zullen beroemen!

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Zolang wij dat niet goed begrepen hebben’…

‘Kinderen, zolang Christus geen gestalte in jullie krijgt, doorsta ik telkens weer barensweeën om jullie.‘ (Uit Galaten 4 vers 19)

Geciteerd 1: Het is moeilijk maar toch cruciaal om hierin het evenwicht te bewaren. Waar die balans ontbreekt, ontstaat eenzijdigheid. Het valt moeilijk te ontkennen dat dat geldt voor een deel van de preken in de gereformeerde gezindte, breder dan de Gereformeerde Gemeenten dus: daarin klinkt de nodiging tot het heil, de oproep tot geloof en de plicht om te geloven met veel minder klem dan in de tijd van de Reformatie en de Nadere Reformatie. Wordt er vanaf zulke kansels nog gewaarschuwd dat de zonde van ongeloof ernstiger is dan overspel en moord, omdat die God tot leugenaar maakt? Tegelijkertijd klinkt in de boeken van dr. Van den Brink veel te weinig door dat wedergeboorte een groter wonder is dan de schepping, en dat „wij allen vervloekt, verdoemd en verloren [zijn]. Zolang wij dat niet goed begrepen hebben*, zullen wij nooit proeven wat het betekent genade en barmhartigheid van God te ontvangen” (Calvijn).

* Zie Matteüs 11 : 25-26: ‘Voor verstandigen en wijzen verborgen, maar aan kinderkens geopenbaard…’ en ook 1 Korintiërs 1 : 20 en 2 : 13-16.

Geciteerd 2: „Het moet naar de ondergang toe met ieder mens. Als nu de mens zo ondergaat en tot niets wordt met al zijn kracht, werk en hele bestaan, als er niets meer dan een ellendige, verdoemde, verlaten zondaar overblijft, komt de Goddelijke hulp en kracht” (Luther).

Geciteerd 3: In evenwichtige preken klinken beide kanten door, zoals bijvoorbeeld bij de achttiende-eeuwse Schotse predikant ds. Thomas Boston. Hij drong er bij élke zondaar op aan dat hij de plicht heeft om de belofte van genade te [geloven], maar beschrijft ook welke twaalf bijlslagen nodig zijn om zo’n zondaar los te kappen uit de oude stam Adam en over te brengen in Christus.

Opgemerkt 1: Dringt Paulus Timoteüs er niet toe om heel Gods Woord te verkondigen (1) en daarmee doelde Paulus toentertijd toch echt op m.n. het Oude Testament en dat dan gelezen en uitgelegd en toegepast met het licht van het Evangelie, zoals hij dat als apostel verkondigd had. En wanneer dat gebeurt in een gemeente, ja dan zal een predikant niet elke preek moeten willen uitblinken door het aanbrengen van evenwichtigheid, want dan moet hij het Bijbelgedeelte waarover gepreekt wordt al gauw geweld aan doen. Het gaat dus om de doorgaande prediking van Gods Woord in/aan de gemeente, daarmee en daardoor zal de gemeente gebouwd worden in het geloof. Dat laatste is toch echt Gods werk! (Zie 1 Korintiërs 3 : 6-7)
(1) Zie 1 Timoteüs 4 : 11-16 en 2 Timoteüs 3 : 14 t/m 4 : 5.

Opgemerkt 2: Wanneer we bij onszelf of anderen willen meten hoeveel wij begrepen hebben van ons ‘vervloekt, verdoemd en verloren zijn’ dan zullen wel velen beneden de ‘intellectuele maat’ van het begrijpen van Calvijn (en universitair geschoolde predikanten) vallen. Maar Paulus schrijft aan de gemeente te Rome (in Romeinen 6): ‘Hoe zouden wij (gedoopten!), die dood zijn voor de zonde, nog in zonde kunnen leven – hoe zouden wij het daarin nog uit kunnen houden nu Gods genade in Christus ons verkondigd is – ? Weten jullie niet – is het jullie niet verkondigd? – dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in Zijn dood? We zijn door de doop in Zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. Als we delen in Zijn dood zullen we ook delen in Zijn opstanding.‘ (Lees het zelf nog weer na in deze brief!)

Opgemerkt 3: Zoals we niet kunnen afgaan op een enkele Bijbeltekst om daar een hele leer op te grondvesten, zo kunnen we ook niet een enkel citaat uit de Woordverkondiging van Luther plukken om daarmee een bepaalde kerkelijke leer (uitleg en toepassing van de Dordtse leerregels) al of niet te bevestigen.

Opgemerkt slot: Bij die twaalf bijlslagen waar Boston het over heeft, daar wil ik nog maar weer wijzen op Romeinen 6 en op 1 Korintiërs 3. En daarbij ook het volgende ter overweging meegeven: Zijn de Institutie (van Calvijn), de Dordtse leerregels (van een gereformeerde synode) en allerlei (‘verplichte’) dikke boekwerken (van puriteinen als Jonathan Edwards en Thomas Boston bijv.) niet nogal in tegenspraak met het bij de reformatie weer beleden ‘sola Scriptura’?

> Leestips: Galaten 4 (en Romeinen 6 en 1 Korintiërs 3).

Zie hierbij ook deze blog: ‘Ons een nieuw testament nagelaten?‘

Bron citaat: RD opinie | Toegespitst – ‘Loopgravenoorlog rond Dordt doet de Leerregels geen recht’ – door Steef de Bruijn

‘Jullie zijn geen slaven meer, jullie zijn kinderen van God en als Zijn kinderen zijn jullie erfgenamen, door de wil van God.’ (Uit Galaten 4 vers 7)

Bron afbeelding: Viewpoint

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie