‘Naar mijn mening kan een kind zichzelf nog niet toetsen’…

Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het Koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ (Uit Markus 10 vers 15)

Geciteerd: Als we zoeken naar antwoord op de vraag of het wel of niet Bijbels is om kinderen en jongeren het avondmaal mee te laten vieren, wil ik er eerst op wijzen dat deze vraag in de Bijbel zelf niet wordt gesteld en de Bijbel geen ‘antwoordenboek’ is. Wel is het zo dat in de geschiedenis van Gods kerk met name twee gedeelten uit de Bijbel ons richting wijzen.
De eerste passage is 1 Korintiërs 11:17-31. Paulus legt in zijn brief de vinger bij wantoestanden in de gemeente van Korinthe. Men kwam er samen voor een maaltijd en op enig moment werd tijdens de maaltijd de dood en opstanding van Jezus met brood en wijn gevierd. De maaltijd bestond uit een buffet dat was samengesteld van wat de gemeenteleden zelf meenamen. Om te voorkomen dat de arme gemeenteleden het lekkers van de rijken op zouden eten, spraken de rijke gemeenteleden af vroeger aanwezig te zijn.
Paulus is woest over deze egoïstische houding: Als je zo lichtzinnig met het avondmaal omgaat heb je geen benul van de diepe betekenis van het
avondmaal. (1) Op die manier kun je zelfs Gods oordeel over je afroepen. Of sterker God kan zelfs de hele gemeente met zijn toorn treffen. Vanwege de misstanden aan het avondmaal zijn er bij jullie veel zieken en overlijden er veel gemeenteleden. Daarom moet iedereen zichzelf eerst toetsen alvorens hij of zij van het brood eet of uit de beker drinkt. Met andere woorden, één rotte plek kan de hele appel aantasten. (2)
Naar mijn mening kan een kind zichzelf nog niet toetsen. (3) Heeft het nog te weinig onderscheidingsvermogen om de heiligheid van het avondmaal te beseffen. De Hebreeënschrijver vertelt dat kinderen geen verstandige dingen kunnen zeggen over gerechtigheid (Hebr.5:13). (4) Daar komt het bij het avondmaal nu juist wel op aan! Het avondmaal is een teken van Gods verbond. In het Oude Testament was de besnijdenis het teken van het verbond. Maar daar mocht het niet bij blijven. Iedereen die besneden was moest tot een persoonlijk antwoord komen. (5) Ook het hart moest worden besneden (Deut.10:16).
In het Nieuwe Testament zijn de doop en het avondmaal de tekenen van Gods verbond. Evenals de besnijdenis vraagt ook de kinderdoop om een persoonlijk antwoord. Het avondmaal is voor hen die tot persoonlijk geloof zijn gekomen. (6) Jezus had honderden volgelingen, maar stelde het avondmaal in terwijl Hij met zijn twaalf speciale leerlingen aan tafel lag. Deze twaalf leefden in een bijzondere verbondenheid met hun Heer. Jezus bidt in het hogepriesterlijk gebed: ‘Zij hebben mijn woorden aanvaard en weten echt dat Ik van U gekomen ben, en ze geloven dat U Mij hebt gezonden’ (Joh.17: 8]. (7)
Zover zijn lang nog niet alle kinderen en jongeren. (8) Een ander belangrijk Schriftgedeelte is Exodus 12. Daar lezen we hoe het Pascha, als herinnering aan de bevrijding uit de slavernij in Egypte, werd ingesteld. Dit moest voortaan elk jaar in gezinsverband worden gevierd. Vanuit dit gezichtspunt zou je kunnen denken dat dus ook de kinderen het avondmaal mee moeten vieren. Voor mij is het echter de vraag of er dan niet voorbijgegaan wordt aan de veranderde betekenis die Jezus aan het Pascha heeft gegeven. Die betekenis is voor volwassenen al moeilijk te vatten, laat staan voor kinderen. (9)

[Ds. K. de Groot – reactie geschreven n.a.v. stelling in brochure ‘Samen aan tafel? Kind jongere en avondmaal’ van Kerkpunt (NGK)]

(1) ‘Ze hadden geen benul van de diepe betekenis van het Avondmaal’?
Of deden ze op hun manier van de maaltijd van de Heer vieren m.n. geen recht aan hun broeders en zusters en daarmee ook geen recht aan wat samen het Avondmaal vieren betekent? Juist bij het Avondmaal staan we allemaal op gelijk niveau en zijn er geen standsverschillen, niet in materiële en niet in geestelijke zin. Dát moet daar juist ook uit alles blijken. De Heer gaf Zijn leven voor ons, niemand uitgezonderd en wij verkondigen daar met elkaar en ieder persoonlijk de dood van de Heer totdat Hij komt. Dat gebeuren is trouwens geen intellectueel hoogstandje waar kinderen nog niet genoeg verstand voor en genoeg kennis van hebben om de betekenis ervan te kunnen begrijpen. Dat wij door brood en wijn deel hebben aan het (gebroken) lichaam en het vergoten bloed van Christus tot vergeving van onze zonden, dat is een zaak van eenvoudig geloof, niet een zaak van het begripvolle verstand.

(2) ‘Ieder moet zichzelf toetsen want één rotte plek kan de hele appel aantasten.’
Volgens mij zou er moeten staan: Eén rotte appel (iemand die zichzelf niet getoetst heeft) kan de hele mand (gemeente) aantasten. Maar het is m.i. niet toevallig dat het hier anders wordt gezegd. Maar dit kan zo toch echt niet gebruikt worden tegen de deelname van kinderen aan het Avondmaal. Wanneer er in een gemeente op eerbiedige en gepaste wijze het Avondmaal wordt gevierd en daarbij de Avondmaalswoorden worden gesproken, dan kunnen kinderen heel goed begrijpen dat het Lichaam van de Here Jezus gebroken werd en dat Zijn bloed vergoten werd ook voor hun zonden en dat het Zijn verlangen is dat ze door het eten van het brood en het drinken van de wijn kracht zullen ontvangen van de Heilige Geest om te groeien in het geloof en in de verwachting van Zijn wederkomst.
NB. Hoe zouden wij die ene rotte appel – iemand die zichzelf niet toetst op ?? – uit de mand moeten vissen?
Maar we moeten bij deze misstand van de viering van het Avondmaal toch vooral denken aan een gezamenlijke schuld. En ieder moest voor zichzelf nagaan, vier ik het Avondmaal zoals het bedoeld is en dus op zo’n manier dat niemand zich aan deze gezamenlijke tafel en deze gezamenlijke maaltijd die de Heer heeft ingesteld voor Zijn gemeente zich minder bedeeld zal voelen, maar gezien en behandeld als een volwaardig lidmaat van het Lichaam van Christus – en dat ongeacht dus zijn of haar plaats in dat Lichaam – Lees 1 Korintiërs 12 : 12-26.

(3) Die toetsing houdt volgens 1 Korintiërs 11 in dat degenen die gaan deelnemen aan de maaltijd beseffen – ieder voor zich, maar ook gezamenlijk! – dat heel die maaltijd staat in het teken van het verbroken lichaam en vergoten bloed van onze Heer en dat wij door deelname de dood van de Heer gelovig gedenken, beamen, belijden en verkondigen – Hij stierf ook voor mijn zonden – en dat we dat altijd weer zullen doen in de verwachting van Zijn wederkomst. Het is dus nogal eenvoudig en ook kinderen kunnen het begrijpen en ook als ze het nog niet helemaal begrijpen eerbiedig daarbij aanwezig zijn en eraan deelnemen. Het is daarbij dus ook een heel nivellerende maaltijd, er mogen geen materiële en/of geestelijke standsverschillen blijken en dat gebeurde in Korinte dus wel bij de maaltijden die zij organiseerden.

(4) Moeten kinderen bij deelname aan het Avondmaal verstandige dingen kunnen zeggen over Gods gerechtigheid? Ook de gedoopte zuigelingen van 1 Korintiërs 3 vers 1-2 zullen daar nog niet aan toe zijn geweest en toch mochten zij al als volwaardige lidmaten deelnemen aan de maaltijden van de Heer.

(5) ‘Iedereen die besneden was moest – eerst nog? – tot een persoonlijk antwoord komen.’
Toch deden al de Israëlieten – oud én jong – mee aan al de feesten, werden ze niet geweerd uit de tempel, etc. Dus niet te gebruiken als argument tegen kinderen aan het Avondmaal laten deelnemen.

(6) ‘Evenals de besnijdenis vraagt ook de kinderdoop om een persoonlijk antwoord. Het avondmaal is voor hen die tot persoonlijk geloof zijn gekomen.’
Wij hebben het geloof van onze kinderen altijd serieus genomen en als het werk van de Heilige Geest gezien en niet als geloof dat gewerkt was door ons als ouders. Waar dát geloof en dát belijden van de ouders ontbreekt, dáár is er iets mis en dán is er iets mis en dán gaat er iets mis in de gezinnen én in de gemeente! Het is een gebrek aan vertrouwen op het werk dat God vast en zeker wil doen in de harten van onze kinderen door het werk van de Heilige Geest waarom toch altijd weer gebeden wordt in onze gezinnen – zie Lukas 11 : 1-13.

(7) ‘Deze twaalf leefden in een bijzondere verbondenheid met hun Heer’.
Nee, dat kunnen en zullen we ook niet gebruiken tegen kinderen laten deelnemen aan het Avondmaal. We doen dan o.a. de vrouwen die Jezus volgden vreselijk tekort. En later werden de Emmaüsgangers de ogen geopend bij het breken van het brood…
Wat zaten er aan die Avondmaalstafel trouwens een stelletje vanuit zichzelf zwakke gelovigen. De satan zou hen gaan schiften en Petrus zou zijn Heer nog verloochenen. Het is dat onze Heer voor hen gebeden had… Moest en moet Hij dat niet ook altijd weer doen? Petrus raakte in Antiochië nog weer onder de indruk van de Joodse Wet-strebers (hij ging apart met hen aan tafel) en moest gecorrigeerd worden (Galaten 2 : 11-14). Dus laten we het Avondmaal toch niet vieren door gearriveerde mensen of met een ‘gearriveerdheid’ naar anderen die geen enkele gelovige past!

(8) ‘Zover zijn lang nog niet alle kinderen en jongeren.’
Hoever moeten wij dan komen volgens deze predikant en hoe zullen we bij onszelf of bij een ander toetsen hoever wij/zij ermee zijn? Jammer dat hij het kinderlijk geloof en het eerbiedig meedoen aan de maaltijd niet als voldoende beschouwd. Het is zelfs uitermate ‘onBijbels’ gedacht – dus ook tegen het onderwijs van onze Heer en apostelen in.

(9) ‘Die betekenis is voor volwassenen al moeilijk te vatten, laat staan voor kinderen.’
Of zullen we hierbij denken aan Jezus woorden ‘Voor wijzen en verstandigen verborgen, maar aan kinderkens geopenbaard’, want hoeveel verstand moeten we hebben om de zegen van het deelnemen aan de viering van het Avondmaal te ontvangen? Die zegen is toch helemaal een werk van de Heilige Geest.

Aanvullend nog: De woorden ‘woest’ en het verwijt van ‘geen benul’ zijn toch niet passend bij het onderwijs dat Paulus de gemeente – op hun eigen verzoek – nog weer geeft in 1 Korintiërs 11 : 17-34. Wanneer was onze Heer een keer zeer ontstemd? Dat was die keer dat de discipelen moeders wilden verhinderen om hun kinderen bij Jezus te brengen… (zie Marcus 10 : 13-16)

Opgemerkt slot: Helaas moet ik van de bijdrage van deze predikant zeggen dat ze niet geschreven is in de geest van de predikanten die na de breuk in de vrijgemaakte kerk meenden dat toekomstige student-predikanten van de NGK beter in een eigen opleiding (het latere NGK-seminarie) konden worden opgeleid. Dat had de voorkeur boven het opgeleid worden aan de TUA, en een belangrijke reden daarbij was het verschil in denken over de toe-eigening van het heil.

Maar jullie behandelen arme mensen met minachting. Zijn het dan niet de rijken die jullie onderdrukken en jullie voor de rechterslepen? Zijn zij het niet die de voortreffelijke Naam die over jullie is uitgesproken, door het slijk halen? Wanneer jullie echter het koninklijke gebod volbrengen dat de Schrift geeft: “Heb je naaste lief als jezelf”, dan handelen jullie juist.’ (Uit Jakobus 2 uit de verzen 6-13 de verzen 6-8)

Bron afbeelding: in.pinterest-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ‘sterfbedhelderheid’…

Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem de levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.’* (Uit Genesis 2 vers 7)
* ‘levende ziel’ (STV).

Geciteerd 1: De immateriële geest of ziel onderscheidt mensen van dieren en machines. Wat onstoffelijk is, is per definitie onsterfelijk, betoogt Egnor. Wat niet fysiek of lichamelijk is, kan niet uiteenvallen of eindigen; dat blijft altijd bestaan.
Dat geldt ook voor de ziel en de zielsvermogens: „Als de hersenen sterven, gaan alle fysieke poorten open: de ziel komt los uit de beperkingen van het brein. Daarom kunnen stervende mensen zich hun hele verleden ineens, met intense helderheid, tot in de details en met een helder begrip herinneren.” Wetenschappers noemen dit verschijnsel ”terminal lucidity” – sterfbedhelderheid.

Opgemerkt 1: Geeft de mogelijkheid van het misschien moeten ondergaan en ervaren van ‘sterfbedhelderheid’ ons niet juist ook reden om de woorden van onze Heer over het tijdig recht doen aan en verzoening zoeken met je naaste(n), met je broeders en zusters, serieus te nemen, want je weet niet of je op je sterfbed daar dan nog gelegenheid en kracht toe gegeven wordt.
Zie hierbij (o.a.) de woorden van onze Heer in Matteüs 5 : 23-26.

Geciteerd 2: De beste verklaring voor het bestaan van de menselijke geest is dat deze afkomstig is van een goddelijke Geest, betoogt Egnor: „Bewuste wezens komen alleen voort uit bewuste wezens. Onze kinderen hebben een onsterfelijke geestelijke ziel, net als wij. En door Gods genade zijn zij geschapen via ons. Moeder en vader voorzien in de biologische noodzakelijkheden, maar God schept direct een ziel, omdat alleen een Geest een geest kan voortbrengen.”

Opgemerkt 2a: De Prediker beseft dat zowel dieren als mensen (en planten?) de adem (de ‘levensgeest’) van God ontvangen om te kunnen leven, alleen aan de mens is beloofd na z’n dood deze levensgeest van God weer terug te ontvangen, namelijk bij de opstanding van de doden en dat dan in een lichaam dat onsterfelijkheid heeft aangedaan. De niet gestorven gelovigen zullen dat nieuwe onsterfelijke lichaam in een ondeelbaar ogenblik ontvangen. Zie hierbij m.n. 1 Korintiërs 15 : 35-57.

Opgemerkt 2b: Schept of schenkt God de levensadem (de ‘levensgeest’) aan mensen en dieren (en planten)?

Bron citaten: RD Gezondheid | Wetenschap – ‘Neurochirurg noemt ziel op wetenschappelijke gronden „geestelijk” en een „schepsel van God”’ – door Bart van den Dikkenberg.

Wanneer de bazuin weerklinkt zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen wij (nog) levenden ook veranderen. Want het vergankelijk lichaam moet worden bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke lichaam met het onsterfelijke. En wanneer dit vergankelijk lichaam is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: “De dood is opgeslokt en overwonnen. Dood waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?” De angel van de dood is de zonde, en de zonde ontleent haar macht aan de wet*. Maar laten we God danken die ons door Jezus Christus de overwinning geeft.’ (Uit 1 Korintiërs 15 uit de verzen 50-57 : 52b-57)
* Zie 2 Korintiërs 4 : 6 en 9.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over hoe we onze ‘spirituele verbeelding’ fundament en vorm zullen geven…

Maar jij, blijf bij alles wat je geleerd hebt en met overtuiging hebt aangenomen. Je weet wie je leraren waren en bent van jongs af aan* vertrouwd gemaakt en geraakt met de heilige geschriften die je wijsheid kunnen geven, zodat je wordt gered door het geloof in Christus Jezus.‘ (Uit 2 Timoteüs 3 uit de verzen 10-17 : 14-15)
* Zie 2 Timoteüs 1 : 5 en Hebreeën 13 : 7-8.

Geciteerd: De denkwereld van Goethe maakte ruimte voor vrijheid, autonomie en kritisch denken. Maar het droeg ook bij aan een wereld die vooral functioneert en meet, en waarin weinig woorden overblijven voor zin, mysterie en troost. Juist die leegte ervaren veel mensen en vooral jongeren vandaag als pijnlijk.

> Perspectief is geen innerlijke spier die je kunt trainen zonder anderen. Het zou aangereikt moeten worden, ervaren en bevestigd in concrete relaties, in betrouwbaar beleid, in volwassenen die blijven.

Wie jongeren verwijt dat zij geen perspectief zien, miskent dat perspectief eerst zichtbaar moet worden gemaakt.

Precies op dat snijvlak krijgt ‘spirituele verbeelding’ betekenis. Niet als vlucht uit de werkelijkheid, maar als leefruimte waarin hoop en fantasie elkaar ontmoeten. In verhalen, beelden, muziek en stilte wordt zichtbaar dat mensen meer zijn dan wat meetbaar of maakbaar is.

Opgemerkt 1: Goed dat de schrijver verhalen als eerste noemt, want Gods Woord is het verhalenboek van onze Goede Vader en Herder in de hemel, en geen boek waaruit door knappe mensen/theologen een leer over Hem moet worden gedestilleerd en die dan dient te worden vastgelegd in al of niet lijvige geschriften of boekwerken. Het Evangelie is in haar centrale Boodschap en praktijk eenvoudig genoeg om door eenvoudige mensen en kinderen te kunnen worden begrepen en in praktijk gebracht onder dagelijks gebed om bijstand van de Heilige Geest.

Opgemerkt 2: Wie een beeld wil krijgen van hoe Rome (lees de RK-kerk) zich heeft ingespannen – en astronomische sommen aan kerkgeld daaraan besteed – om juist in beelden en niet door het onderwijs en de verkondiging van ‘de verhalen’ van het Woord – mensen perspectief te bieden, die moet onderstaande YouTube video over leven en werk van Gian Lorenzo Bernini (1) bekijken. Deze beeldhouwer was in dienst van zes opeenvolgende pausen (alleen Michelangelo viel eerder die eer ook te beurt). Paus Urban VIII zei tegen deze beeldhouwer: “Jij bent gemaakt voor Rome, en Rome is gemaakt voor jou.”

(1) Gian Lorenzo Bernini (Napels, 7 december 1598 – Rome, 28 november 1680): beeldhouwer van het goddelijke onderzoekt het buitengewone leven en de erfenis van een van de grootste kunstenaars van het barokke tijdperk. Van zijn vroege begin als kinderwonder onder leiding van zijn vader, Pietro Bernini, tot zijn opkomst als de meester-beeldhouwer en hoofdarchitect van de 17e-eeuwse Rome, deze documentaire onthult de man die marmer emotie en beweging gaf.
Ontdek de meest iconische werken van Bernini, waaronder Apollo en Daphne, de extase van Saint Teresa en het monumentale St. Peter’s Square in Vaticaanstad. Leer hoe zijn dynamische stijl, theatrale composities en diep katholiek geloof het spirituele en artistieke landschap van Europa hebben hervormd (2).

(2) Hervormd…

Leestips: Deuteronomium 5 : 1-30 en 2 Timoteüs 3 : 10 t/m 4 : 8.

Zie ook deze blog: ‘Bereidheid om te handelen zonder hoop op succes…’

Bron citaat: ND Opinie – ‘‘Het komt goed’, is wel het meest hopeloze zinnetje dat er is. Hoop heeft een bedding nodig’ – door Jos van Remundt – filosoof en auteur van het boek Spirituele verbeelding (Uitg. Eburon).

Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn. U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat. U moet ze als een teken op uw hand binden en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn.’ (Uit Deuteronomium 6 de verzen 6-8)

Link naar de video: https://youtu.be/VrTJhPVx8mo

Bron afbeelding: Wikipedia (zelfportret van 25 jarige Gian Lorenzo Bernini)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Bereidheid om te handelen zonder hoop op succes’…

Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen? Maar als wij hopen op wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding.’ (Uit Romeinen 8 uit de verzen 22-26 vers 25)

Geciteerd 1a: Voor Kant is hoop geen voorspelling dat alles goed zal komen. Het is de bereidheid om te handelen zonder garantie op succes. Echte hoop is volhouden, ook wanneer de uitkomst onzeker blijft. Dat maakt zijn visie op hoop veeleisend. Zij troost minder snel, maar is wel eerlijker. Hoop is niet geloven dat het goed afloopt, maar blijven doen wat juist is, ook als het niet loont.
Kants kritiek op hoop is helder, maar zij hangt samen met een wereldbeeld waarin het metafysische en transcendente grotendeels naar de achtergrond zijn verdwenen. Kant maakte een onderscheid tussen wat de menselijke rede kan kennen en wat daarbuiten valt.
Vragen over God plaatste hij buiten het domein van wetenschap en publieke rationaliteit. Hij zei, kort gezegd: laat zulke vragen over aan geloof en kerk.
Het maakte ruimte voor vrijheid, autonomie en kritisch denken. Maar het droeg ook bij aan een wereld die vooral functioneert en meet, en waarin weinig woorden overblijven voor zin, mysterie en troost.
Juist die leegte ervaren veel mensen en vooral jongeren vandaag als pijnlijk.

Geciteerd 1b: Wie jongeren verwijt dat zij geen perspectief zien, miskent dat perspectief eerst zichtbaar moet worden gemaakt.

Opgemerkt: Als er iemand is geweest om volhardend te blijven handelen zonder garantie op succes, dan is het wel onze Vader des Vaderlands prins Willem van Oranje (1) geweest. Van hem werden deze woorden opgetekend: ‘Men hoeft niet te hopen (2) om iets te ondernemen, noch te slagen om te volharden.’
(1) Nederlands stadhouder 1533-1584.
(2) Hopen op zichtbaar aards succes.

Geciteerd 2: Op 13 april 1574 wordt het door zijn broer Lodewijk – met financiële steun van de Franse koning en diens broer, die kort daarvoor koning van Polen geworden was – verworven leger vernietigd op de Mokerhei. Twee broers van de prins (Lodewijk en Hendrik) kwamen om en alleen zijn broer Jan ontkomt door toeval – was afwezig om soldijgeld te halen – aan een zekere dood.
De prins heeft in de voorafgaande maanden zelf ook een leger van 6000 soldaten verzameld, dat op 16 april bij Zaltbommel wordt gelegerd. Vanuit Zaltbommel schrijft hij brieven aan zijn broers, maar hij wacht vergeefs op antwoord…

Op 7 mei schrijft hij aan zijn broer Jan de volgende woorden:

‘Ik moet u bekennen dat mijn hoofd zo dof geworden is van de grote menigte van zaken die het doen omlopen en ook van verdriet en neerslachtigheid over het verlies van hertog Christoffel en mijn broers, wier dood wel zeker is, dat ik nauwelijks nog weet wat ik doe. Maar aangezien het de wil des Heeren is geweest, moeten we dat geduldig dragen.

Wij moeten acht slaan op Zijn Goddelijke voorzienigheid, dat Hij het bloed van Zijn enige Zoon heeft gestort om Zijn Kerk in stand te houden, niets zal doen dan hetgeen strekt tot Zijn eer en tot bescherming van Zijn gemeente. En al kwamen wij allen te sterven en al werd dit arme volk geheel vermoord of verjaagd, behoren wij toch verzekerd te zijn dat God de Zijnen nooit verlaat.

Ik herinner me dat ik je gezegd heb dat men dit land twee jaar zou kunnen verdedigen tegen de hele macht van Spanje, maar dan hebben we hulp nodig al zou God ons ook zonder enige hulp kunnen ondersteunen zoals Hij tot nu toe heeft gedaan, maar ik spreek op menselijke wijze. En nu deze twee jaar binnenkort voorbij zijn, is het hoog tijd dat enige vorsten en machthebbers ons de hand reiken. Als die niet te vinden zijn en wij door gebrek aan hulp zullen gaan verliezen, in Gods Naam, het zij zo! Wij hebben dan nog altijd de eer dat wij iets gedaan hebben dat nog nooit een volk heeft gepresteerd, namelijk dat een zo klein land zich heeft verdedigd en standgehouden tegen zulke machtige en vreselijke vijanden zonder enige hulp. En wanneer de arme inwoners van dit land, door iedereen in de steek gelaten, nog zouden willen volhouden, zoals ze tot nu toe gedaan hebben en ik hoop dat ze dat nog zullen doen, en God ons nog meer wil kastijden en wij alles verliezen, zal het nog het halve Spanje kosten, zowel aan inwoners als aan bezit, voor ze een eind aan ons hebben gemaakt.

Wat mijzelf betreft, ik kan je verzekeren, dat ik mijn plicht zal doen, met alles wat in mij is, zoals ik tot nu toe hier gedaan heb. Ik voorzie duidelijk dat als dit land eenmaal verloren is en onder het juk en de tirannie van de Spanjaarden is gebracht, dat in al de andere landen de (protestantse) religie daar de enorm buitengewone gevolgen van zal ondervinden en menselijkerwijs aan het eind zal gekomen zijn en uitgeroeid worden, zonder dat er nog een vonkje zal schijnen. De Duitsers zullen mettertijd de schade ervan ondervinden, evenals de Engelsen, die de gebeurtenissen en gevolgen van onze zaken afwachten, of met grote voorzichtigheid proberen uit te stellen. De arme Fransen die vastbesloten de wapens weer hebben opgenomen voor de zaak van de (protestantse) religie zullen dan in de grootste verlegenheid raken. Moge God het verlies van dit land niet gedogen, want het is te vrezen dat de koning van Frankrijk opnieuw een verbond zou sluiten met de koning van Spanje dat zij overal in één slag deze (protestantse) religie zullen kunnen vernietigen.

> Leestip: Romeinen 8 : 18-39.

Bron citaat 1: ND Opinie – ‘‘Het komt goed’, is wel het meest hopeloze zinnetje dat er is. Hoop heeft een bedding nodig’ – door Jos van Remundt – filosoof en auteur van het boek Spirituele verbeelding (Uitg. Eburon).
Bron citaat 2: Boek ‘Een Prince van Oreangien – Portret van Willem van Oranje’ – door A.P. Bijl (Uitgeverij De Groot Goudriaan, 1995)

Het geloof legt de grondslag voor alles waarop wij hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. Om hun geloof werden mensen uit vroeger tijd geprezen. Door geloof komen we tot inzicht dat dat de wereld door het Woord van God geordend (geschapen) is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet zichtbare.’ (Uit Hebreeën 11 de verzen 1-3)

Bron afbeelding: Biblia-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De EO had als gloednieuwe omroep maar één doel voor ogen…

Welnu, jullie zijn het Lichaam van Christus en ieder (dooplid) van jullie maakt daar deel van uit. God heeft in de gemeente allerlei mensen een plaats gegeven: ten eerste aan ons apostelen (die hebben de gemeenten mogen funderen op Christus, zie 1 Korintiërs 3), ten tweede profeten (zie 1 Korintiërs 14 : 20-33) en ten derde aan leraren (er zit ook een tijdsvolgorde in, lees de brieven aan de leraren Timoteüs en Titus).’ (Uit 1 Korintiërs 12 de verzen 1-31, de verzen 27-28b)

Geciteerd 1: ‘Er zijn twee trappenhuizen. Vandaag was ik* al vroeg op de redactie en ging ik via de grote trap in de hal omhoog, als ik wat later ben, pak ik toch de kleinere. Om ongezien naar binnen te glippen.’ Haar ogen twinkelen en er verschijnt een ondeugende lach op haar gezicht. Terwijl we de grote trap bestijgen, wijst ze naar een enorme ladder van transparant kunststof in het trapgat. ‘Het is gebaseerd op een Bijbelverhaal. Welk precies, weet ik even niet.’
* Wilke Stuij, contentmaker en het gezicht van het EO-jongerenplatform Beam. (1)

Het blijkt een verwijzing naar een verhaal over bijbelfiguur Jakob, waarin hij droomt over een ladder die van de aarde naar de hemel reikt. In de vergaderkamer waar we plaatsnemen, staan papieren bordjes met ‘Geloof, hoop en wifi’. Het EO-pand contrasteert met het Mediapark, waar de omroepen op een kluitje zitten en redacteuren van de nos, vpro en avrotros rond hetzelfde tijdstip een wandelingetje maken over het park.

Dit is ook de plek waar een ideeënstrijd werd uitgevochten. In de jaren zestig tot zeker de jaren tachtig was de EO tegen abortus, tegen het homohuwelijk, zelfs tegen de evolutieleer. Sollicitanten werden op deze punten getoetst. De EO was de fundamentalistische polder-variant van het Amerikaanse evangelisme en had als gloednieuwe omroep maar één doel voor ogen: van Nederland weer een christelijk land maken. De vrije geest van de jaren zestig moest beteugeld, de wetten van God waren heilig.

‘Decennialang was het voor veel jongeren verplicht mee te gaan naar de kerk. Ze vonden het saai, er kleefde een overtuiging aan. (2) Maar die lading heeft het voor de nieuwe generatie helemaal niet’, legt ze uit, terwijl ze haar rode haar uit haar gezicht strijkt.

(1) Het jongerenplatform kiest er bewust voor geen sluitende antwoorden te geven, over hoe je het geloof invult of niet. Dat past ook niet bij de EO, benadrukt ze: ‘Wij zijn een publieke omroep, geen kerk.’ (3) Het geloof is iets dat je zelf moet ontwikkelen, vindt ze. ‘De omroep is veelkleurig, er is niet één manier van geloven. We staan met beide benen in de maatschappij en ondertussen bestaat het geloof gewoon om ons heen. Althans, de mensen die er ontvankelijk voor zijn, voelen dat zo.’
(2) ‘Verplicht’, ‘saai’, ‘overtuiging’. Zo wordt het samenleven in een gemeente van Jezus Christus ‘van tafel geveegd’ op een manier die de pretentie inhoudt dat de jeugd een (beter) alternatief moet worden geboden en dat de EO die op het spoor is.
(3) ‘Wij zijn een publieke omroep, geen kerk.’ Precies, en daar ging de EO de fout in en daar gaat de EO ook nu weer fout in!

Opgemerkt: Een (christelijke publieke) omroep kan de opdracht en het nederige werk dat de Heilige Geest door het samenleven in en van de gemeenten van Onze Heer Jezus Christus hier op aarde wil doen niet verrichten. Als christelijke omroep kan zij hooguit wat hand en spandiensten verlenen aan gelovige christenen, maar meer ook niet. Dus zowel in de jaren zestig-tachtig – toen leek de EO op de GKV in een omroepjasje (4) – als nu in de eerste decennia van de twintigste eeuw weet de EO haar plaats niet t.o.v. de gemeenten van onze Heer Jezus Christus en de kerkverbanden waarin de laatsten (nog) functioneren.

(4) ‘De EO had als gloednieuwe omroep maar één doel voor ogen: van Nederland weer een christelijk land maken.’ De structuur is hiërarchisch en de top bestaat uit evangelisten en predikanten. Zij hebben veel invloed op de inhoud van de programma’s. Later worden er Amerikanen aangenomen, in de hoop dat ze op die manier kennis over televisieproductie binnenhengelen. De EO bereikt nog nauwelijks mensen buiten het eigen fort. De programma’s zijn stijfjes, het is een verlengstuk van de kerk, met een overvloed aan Bijbelteksten.

Geciteerd 2: De veranderingen bij de EO zijn volgens de directeur te categoriseren in drie perioden. De eerste, vanaf de oprichting tot eind jaren tachtig, kenmerkt zich door tegenstellingen: er was een duidelijk beeld van goed en fout, de EO streed voor ‘het goede’. De EO verdedigde conservatieve waarden. In de tweede periode, in de jaren negentig, professionaliseerde de omroep. Er kwamen naast religieuze figuren ook journalisten binnen en daarmee verloor de top langzaam aan invloed op de inhoud. De programma’s werden inhoudelijk beter en er kwamen bekroonde dramaseries bij. De omroep zit nu in de derde fase, die ze zelf de periode van verbinding noemen.

Geciteerd slot: Onderzoekers Linda Woodhead en Paul Heelas schrijven in hun boek The Spiritual Revolution: Why Religion is Giving Way to Spirituality, dat de innerlijke religieuze ervaring steeds belangrijker wordt, meer nog dan de kerk of de bijbel. Het geloof is een gevoel geworden, iets dat er soms is en je aanraakt, en dan weer niet. Daardoor is het ook diep persoonlijk en abstract. Emotionele ervaringen bevestigen de echtheid ervan, niet het kerkbezoek of hoe vaak je bidt. De waarheid vind je niet alleen in de bijbel, maar in de bevestiging van je eigen, authentieke emoties.

Bron citaten: De Groene Amsterdammer – ‘De evolutie van de Evangelische Omroep – Zachter zenden’ – door Jasmijn Huisman

Zo zijn jullie – dopelingen! – dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen (uit het OT) en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten met Christus Jezus Zelf als de Hoeksteen. Vanuit Hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel (zie 1 Korintiërs 3 : 9-22) die gewijd is aan Hem, de Heer, in Wie wij ook samen (!) opgebouwd worden (door Woordverkondiging en bediening van Doop en Avondmaal) tot een plaats waar God woont door Zijn Geest.’ (Uit Efeziërs 2 de verzen 1-22 : 19-22)

Bron afbeelding: bol-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Zien en horen door de ogen en oren van de profeten en apostelen…

Ogen zullen niet langer blind zijn en oren zullen weer aandachtig luisteren.‘ (Uit Jesaja 32 vers 3)

Geciteerd 1: Door de plaag van onwetendheid weet u niets van God, noch van Jezus Christus. Tracht dan om op Jezus Christus te zien, dat zal u verlich­ten en uw onwetendheid genezen, zoals Jesaja 32 : 3 zegt: „De ogen van hen die zien, zullen niet terugzien.” En Psalm 34 : 6: „Zij hebben op Hem gezien en werden verlicht (Engelse vertaling). Eén heldere blik op Hem zal de mist van duisternis ver van u doen wijken. Nu, als uw gebed is (komende tot de avondmaalstafel) dat uw ogen mogen worden geopend, dan zeg ik: één heldere blik op de Zoon van God zal een ge­neesmiddel voor u zijn en u genezen van de plaag van uw onwetendheid. Daar is ook de plaag van hardheid des harten, wat de plaag is van velen in dit geslacht: één duide­lijke blik op Christus zal u daarvan genezen. Toen Chris­tus Zich omkeerde en Petrus aanzag, werd hij indachtig het woord des Heeren en weende bitter (Lukas 22 : 62). Indien u één blik op Hem mocht slaan, zouden „waterbeken afvlieten uit uw ogen en uw hoofd zou een springbron van tra­nen zijn”. In Zacharia 12 : 10 staat: „Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken heb­ben en zij zullen over Hem rouwklagen.” De omhelzing van een gewonde Christus zou uw hart verwonden en doen smel­ten. O, dat wij tranen van bloed konden schreien vanwege ons doorwonden van de Zoon van God!

‘… Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren.’ (Uit Matteüs 17 de verzen 1-8 vers 3)

Geciteerd 2: Hoe kun je weten dat Jezus werkelijk de beloofde Verlosser is? Hij had aangekondigd dat sommigen van Zijn hoorders nog voor hun dood Hem in Zijn majesteit zouden zien. (1) Dat gebeurde. Drie apostelen gingen met Jezus de berg op en zagen hoe schitterend Hij werd. Mozes en Elia kwamen met Hem spreken. Mozes de wetgever. Elia, zonder twijfel de grootste profeet uit het Oude Testament. De wet en de profeten komen bij Jezus in Zijn glorie. Er is een nauwe band. De leerlingen moeten beseffen dat de komst en het werk van Jezus geheel in lijn zijn met wat God door alle eeuwen heen heeft gezegd. Hij is de climax van de wet en de profeten. Hij vervult de wil van God en spreekt volmaakt het Woord van God. Jezus is het laatste Woord van God, het absolute Hoogepunt (2). Ook God Zelf getuigt dat Jezus Zijn geliefde Zoon is naar wie wij moeten luisteren.
(1) Zie Lukas 9 : 27-36 : 27.
(2) Zie Hebreeën 1 : 1-14.

> Leestips: Johannes 9 : 24-41, Romeinen 10 : 11-17, 2 Petrus 2 : 16-21 en 1 Johannes 1 : 1-4.

> Zie hierbij ook nog deze blog: ‘Recht doen aan het echte leven…

Bron citaat 1: RD Meditatie – ‘”Christus boven alles dierbaar”, 2000’ – door Andrew Gray, predikant te Glasgow
Bron citaat 2: Dag in dag uit 2026 – meditatie van zaterdag 1 augustus – door ds. L.G. Compagnie*
* Onze kinderen mochten graag luisteren naar deze predikant.

Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met Hem op de heilige berg waren. Ons vertrouwen in de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. Jullie doen er goed aan de aandacht altijd dáárop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de morgenster opgaat in jullie hart.‘ (Uit 2 Petrus 1 uit de verzen 12-21 : 18-19)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Recht doen aan het echte leven…

Geciteerd 1: De Britse biograaf Emily Herring noemt Henri Bergson „de beroemdste filosoof ter wereld”. En daarmee overdrijft ze niet.
Bergsons hele oeuvre gaat over het recht doen aan de echte tijd en aan het echte leven. Om zijn positie enigszins te begrijpen, is een korte blik op zijn belangrijkste werken nodig. Vanuit dat perspectief krijgt de gedetailleerde biografie van Herring het juiste reliëf.

Bergsons toehoorders waren diep onder de indruk van zijn manier van denken, die afweek van het in de filosofie heersende zuivere rationalisme. Hij stelde dat je met alleen logisch nadenken het echte leven niet kunt begrijpen; volgens hem was het minstens zo belangrijk om het leven van binnenuit te voelen en te ervaren. Hij boeide bovendien met een stijl van spreken die bijzonder dichterlijk was.

Als docent distantieerde Bergson zich van de Engelse filosoof Herbert Spencer, die met zijn sociaal darwinisme de evolutie van de mens dacht te kunnen beschrijven: „Bergson zou een van de belangrijkste spreekbuizen worden van degenen die het idee hadden dat (met de industriële ontwikkeling) de ziel uit de wereld was gerukt en dat kilheid en zinloosheid de overhand begonnen te krijgen”, schrijft Herring.

In het mijnenveld van de materialistische filosofie ging Bergson behoedzaam te werk. Met zijn ideeën (het „bergsonisme”) was hij niet uit op een openbaar gevecht, laat staan op een strijd op leven en dood. Op een beschaafde manier verdedigde hij zijn visie op het leven en zijn kritiek op de technologische ontwikkelingen die dat leven naar zijn mening in gevaar brachten. Voor die overtuiging oogstte hij veel waardering, vooral bij vrouwen. Bergsons tegenstanders zeiden daarom smalend dat zijn filosofie een wijsbegeerte voor vrouwen was.

Mechanisch gedrag, dat vanbuiten wordt opgelegd en niet uit het innerlijk afkomstig is, is voor Bergson verraad van het leven. Daarom is ook de mechanische ordening van het leven, bijvoorbeeld door de klok die de tijd reguleert, in zijn ogen een ontkenning van het echte leven, het ”élan vital”. Hij wil recht doen aan de tijd als ”stroom” en ”duur”, aan Gods voortdurende schepping.

In ”Les deux sources de la morale en de la religion” (1932, ”De twee bronnen van de moraal en van de religie”) spreekt Bergson over de verhouding tussen de stuwkracht van het leven en God. Onder invloed van de apostel Paulus en van mystici als Teresa van Avila is Bergson tot het besef gekomen dat het onze bestemming als door God geschapen mensen is om lief te hebben en om voorwerp van liefde te zijn. De liefde is in zijn ogen de definitie van scheppende energie: God heeft ons tot aanzijn geroepen om scheppers te zijn, om Zijn liefde voor Zijn schepping in ons eigen leven werkzaam te laten zijn.

Geciteerd 1 slot: Bergson slaagde er niet in om tegenwicht te bieden tegen de vernieuwende natuurkundige inzichten van Albert Einstein. Toen hij in 1941 stierf, was zijn roem al danig geslonken. Hij stierf aan een longontsteking die hij opliep toen hij de snerpende vrieskou in Parijs trotseerde om zich als Jood te laten registreren. De uitzonderingspositie die hem door de Duitse bezetter van Parijs was aangeboden had hij welbewust afgewezen.

Geciteerd 2: Geschiedenis – in de ruimste zin genomen – omvat ál wat gebeurd is, al wat geschied is.
De zonsopgang van deze morgen, de lichtbundels, die door onze ramen gleden, de onmerkbare uitzetting van de metalen sponningen door de warmte, de vlucht van een vogeltje naar een hogere tak, zijn jubelend lied in al hogere tonen, de wisselende indrukken van het honingzoekende bijtje in de bloesem van de fruitboom voor het venster, het handelen en leven en lijden van de mensenwereld, de noden van de geboorte en de angsten van de stervenden – en ook het uitvloeien van de letters uit mijn pen in bepaalde volgorde, die door mijn gedachtengang word beheerst – ja ook die gedachtengang zelf – dat alles behoort in het naastvolgende ogenblik tot de geschiedenis.
Maar welk schepsel – zelf in de stroom van de tijd vervloeiend – zou in staat zijn om ook maar van één seconde die geschiedenis met zijn verstand te omvatten.
God – boven de tijd verheven – kent het gebeuren van al het bestaande van seconde tot seconde. Er valt, naar het woord van onze Heiland, geen musje ter aarde en geen haar van ons hoofd zonder Zijn wil.
De geschiedenis zelf – de feiten in heel hun samenhang met het natuurgebeuren – zoals een ooggetuige, zoals een historisch romanschrijver het kan vertellen – dát is en blijft geschiedenis waar wij mensen belang bij hebben om die te horen en er kennis van te nemen.
Wij vertellen het verhaal van de Evangelisten – die ons verhalen wat er gebeurd is. We vertellen (dus) het verhaal van ooggetuigen en zoeken in de bronnen van de geschiedenis naar de werkelijk gebeurde feiten. Op die manier is de geschiedenis en het bestuderen en kennis nemen van de geschiedenis voor ons allen van belang.

Bron citaten ‘Geciteerd 1’: RD Recensie – ‘Filosoof Henri Bergson wilde recht doen aan het echte leven’ – door dr. Hans Ester
Bron citaten ‘Geciteerd 2’: Boek – ‘Opvoeding en onderwijs’ – Hoofdstuk: ‘Het werk Gods dat onder de zon is geschied’ (1924) – door A. Janse (1890-1960)

Toen zag ik al het werk Gods, dat de mens niet kan uitvinden, het werk, dat onder de zon geschiedt, om hetwelk een mens arbeidt om te zoeken, maar hij zal het niet uitvinden; ja, indien ook een wijze zou zeggen, dat hij het zou weten, zo zal hij het toch niet kunnen uitvinden.’ (Uit Prediker 8 vers 17)

Bron afbeelding: ABConcepts

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat is de basis van goed samenleven?

Niemand van jullie moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van jullie; of het nu Paulus, Apollos of Petrus is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van jullie. Maar jullie zijn van Christus – gekocht en betaald! – en Christus is van God.’ (Uit 1 Korintiërs 3 de verzen 21-23)

Geciteerd 1a: Daarom is ontworteling – de vernietiging van een groep, een collectief (een gezin, AJ), een thuisland – zo misdadig, schrijft Weil: het is een misdaad tegen de ziel. Andersom stelt ze ook: een collectief dat geen zielen voedt, maar ze ontwortelt en opvreet, verdient geen bescherming, maar vernietiging.

De mens maakt er een puinhoop van, God heeft gefaald of afgedaan, en niemand weet wat hem moet vervangen. We hebben verandering nodig, schrijft Baldwin. ‘Niet aan de oppervlakte, maar in de diepte.’

Geciteerd 1b: Die vernieuwing gaat niet om visioenen of profeten, maar om iets heel tastbaars. Je zou het misschien nog sterker kunnen stellen: die vernieuwing bestaat eruit de wereld om ons heen opnieuw tastbaar te máken. Voor Baldwin – net als voor Weil — is spiritualiteit namelijk niet irreëel of zweverig, het is juist een voorwaarde voor contact met de realiteit. Daarom ergert hij zich zo aan kerkelijke taboes op sensualiteit: sensualiteit is een noodzaak voor een spiritueel leven.

‘Sensueel zijn’, schrijft Baldwin, ‘betekent volgens mij: dat je de kracht van het leven, dat je het leven zélf respecteert en viert, dat je aanwezig bent bij alles wat je doet, van je inspanningen om lief te hebben tot het breken van brood. Het zou trouwens een grote dag zijn voor Amerika als we weer echt brood gingen eten, en niet dat godslasterlijke en smakeloze rubber dat we er nu voor aanzien. En ik maak geen grap. Er gebeurt iets heel sinisters met de inwoners van een land wanneer ze hun eigen reacties zo diepgaand wantrouwen als ze hier doen, en zo vreugdeloos worden als ze hier zijn.’

In Baldwins ogen zijn (met name witte) Amerikanen zo onzeker, en zo slecht in staat om hun dorst te lessen ‘bij de bron van hun eigen levens’ dat je nauwelijks nog met hen kunt discussiëren. Immers: ‘Wie zichzelf wantrouwt, heeft geen toetssteen voor de realiteit – die toetssteen kun je alleen zelf zijn. Zo iemand plaatst tussen zichzelf en de realiteit een labyrint van meningen.’ Oftewel: wie niet kan putten uit een innerlijke bron, wordt vatbaar voor misinformatie en propaganda.

Impliciet hieraan is volgens mij de aanname dat die innerlijke bron waarover Baldwin schrijft – een bron waar alleen jijzelf, op eigen kracht, bij kunt – tegelijk gemeenschappelijke grond biedt voor een gesprek. De bron is in jou, maar ook in iedereen, hij is zowel compleet privaat als universeel. Het is Weils innerlijke bruggetje naar het goede.

Geciteerd 1c: Dit is de grootste troef van het fascisme: het is, in tegenstelling tot het liberalisme, niet gehandicapt door een grote vrees voor het mystieke, metafysische, spirituele, bevlogene. Het presenteert een valse versie ervan, maar wel een heel begeesterende.

Het collectief (het volk) waar fascisme mee dweept, is een bijna perfecte dubbelganger van het universele, of spirituele: iets wat jij bént, maar wat ook boven je uitstijgt. Het collectief, of de massa, functioneert gemakkelijk als een namaak-God: het volk is, net als een God, veel groter dan jij bent, en toch ben je het zelf.

Hannah Arendt schreef dat vooral eenzame en geïsoleerde individuen vatbaar zijn voor fascisme. Los in de leegte zijn is onverdraaglijk voor een mens. Wat progressieven of linksen vandaag vaak reflexmatig doen – het weghonen van al het spirituele – is daarom, denk ik, zowel kortzichtig als gevaarlijk. We hoeven niet mee te gaan in de macho-mystiek van rechts, maar we kunnen toch zeker betere vormen van verbondenheid scheppen? Een betere en minder dodelijke lijm?

Het idee van ‘morele herbewapening’ is zo gek nog niet, zolang we die niet begrijpen als (christelijke of nationalistische) propaganda, maar als het scheppen van ruimte voor de essentiële vragen. Het zoeken naar grond waarin de ziel kan wortelen. Dit is werk dat ieder van ons persoonlijk kan en moet doen, maar hoe meer macht of aanzien je hebt, hoe groter de verplichting.

Geciteerd 2a: Voor elk christelijk samenleven is het een bestaanskwestie, dat het lukt om op het juiste moment het onderscheidingsvermogen op te brengen tussen menselijk ideaal en Gods werkelijkheid, tussen geestelijke en psychische gemeenschap.

>> Of men op dit punt zo snel mogelijk tot een nuchtere instelling komt is beslissend voor dood of leven van een christelijke gemeenschap. <<

Met andere woorden: een gemeenschapsleven onder het Woord kan alleen daar gezond blijven, waar het zich niet ontwikkelt als ‘beweging’, vereniging of collegium pietatis, maar waar het zichzelf kent als een deel van de ene, heilige, algemene christelijke kerk en waar het handelend en lijdend deelneemt aan de nood, strijd en belofte van de hele kerk.

Elk streven naar voorkeur voor bepaalde mensen of groepen en daarmee naar afzondering, dat niet heel zakelijk zijn reden vindt in de gezamenlijke arbeid, in plaatselijke omstandigheden of in gezinsverbanden, is voor een christelijke gemeenschap levensgevaarlijk.

Geciteerd 2b: Er is zeker geen christen, aan wie God niet één keer in zijn leven de gelukkig makende ervaring schenkt van echte christelijke gemeenschap. Maar zo’n ervaring blijft in deze wereld alleen een genadige toegift boven het dagelijks brood van het christelijk gemeenschapsleven. Op zulke ervaringen hebben wij geen recht en we leven niet met andere christenen samen ter wille van zulke ervaringen. Niet de ervaring van de christelijke broederschap, maar het vaste en zekere geloof in de broederschap houdt ons bijeen.

> Lees het geheel in deze (en bijbehorende) blogs: ‘Door God tot enkelingen gemaakt…

Bron citaten 1a-1d: De Correspondent – ‘Een antwoord op fascisme vind je bij mystici’* – door Bregje Hofstede (Correspondent Nieuwe goden)
Bron citaten 2a-2b: “Verborgen omgang” (deel “Gemeenschapsleven”) van Dietrich Bonhoeffer.
* Link naar het artikel: ‘Een antwoord op fascisme vind je bij de mystici…

Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het als broeders ook tezamen wonen
(Uit Psalm 133 vers 1, lees bij deze woorden ook Psalm 87)

Bron afbeelding: Bible Study Tools

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geen ‘zelfverbeteringscorvee’…

Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen.’ (Uit Galaten 5 : 1)

Geciteerd 1: Een dezer dagen valt bij ons allemaal een overheidsfolder in de bus met instructies voor hoe je je voorbereidt op een noodsituatie. Die folder werd geladen met een waarschuwing van NAVO-baas Mark Rutte, die zijn vermogen om ernstige dingen weg te lachen sinds zijn intrede als boodschappenjongen van daddy Trump lijkt te hebben ingewisseld voor de keerzijde van dezelfde munt: angst zaaien. ‘We moeten ons voorbereiden op een oorlog van een omvang die onze grootouders en overgrootouders hebben meegemaakt.’

> ‘Tirannieke regimes’, schrijft hoogleraar psychiatrie Judith Lewis Herman, ‘creëren cynisme, onverschilligheid en navelstaarderig egoïsme onder het grote publiek. Ze moedigen mensen aan om alleen het eigen vege lijf te redden en de andere kant op te kijken als hun buren worden geraakt. Door alle gevoel van saamhorigheid en het algemeen belang te ondermijnen, houden dit soort overheersers mensen onder controle.’

> Het klinkt misschien lachwekkend, maar hét symbool daarvan is voor mij sinds kort een nieuw type tuinschutting waarmee mijn woonwijk wordt vol gezet: houten schotten die hermetisch aan betonnen palen en stoepbandjes zijn geschroefd, waardoor er geen egel meer langs of onderdoor kan. We bakenen ons privéterrein rigoureus af en maken onszelf wijs dat we binnen de vierkante meters tussen onze erfgrenzen kunnen heersen, zonder afhankelijk te hoeven zijn van wat daarbuiten gebeurt. Zonder nog te zien dat alles daarbuiten ons nodig heeft.

Geciteerd 2: Als je dus een kind van God wilt zijn, neem dan in je hart voor je naaste zo te dienen, alsof Christus het Zelf aan jou zou hebben gevraagd, ja alsof het Christus Zelf is, Die geholpen moet worden. (1)
Deze roem en zekerheid – het dienen van Christus Zelf – kan geen priester, monnik en non hebben. Want niemand kan zeggen: God heeft Zelf mij geboden (dagelijks) de mis te lezen, de metten (2a) te zingen, de zeven getijden te bidden (2b), en dergelijke zaken meer. Want ze hebben daarvoor geen enkel bevel in de Schrift. Daarom, als je hen vraagt of ze zeker weten of hun geestelijke stand God behaagt, dan is het voor hen onmogelijk om daar ‘ja’ op te zeggen. Maar als je een eenvoudige huishulp vraagt waarom zij het huis aanveegt, de borden wast, de glazen poetst, de koe melkt enz., dan kan ze zeggen ik weet dat mijn werk God behaagt, aangezien ik Zijn Woord en bevel heb dat ik mijn baas of mevrouw zal gehoorzamen. (3) Dat is een groot goed en een kostbare schat! Een werkheilige is het niet waard om daar ook maar iets van te weten of te begrijpen.
Zo kan ook een vorst in zijn of haar positie doen wat God heeft bevolen en waaraan Hij een welbehagen heeft, als Hij de (werkelijk) kwaden vervolgt en straft en de goeden beschermt. En een huisheer als hij zijn vrouw en kinderen en huispersoneel goed en christelijk bestuurt. God ziet niet aan hoe gering of groot de werken zijn – in de ogen van mensen (4). Hij ziet naar het hart, dat in geloof en gehoorzaamheid aan God de dingen doet die het beroep vereist. Maar het gaat allemaal gebrekkig genoeg. Wat God gebiedt daar heeft (haast) niemand belangstelling voor. Wat mensen instellen en gebieden, daar komt iedereen bij hopen op af.

Opgemerkt: Dit onderwijs van Maarten Luther werd in praktijk gebracht op de Dillenburg aan het hof van Willem van Nassau waar zijn tweede vrouw Juliana van Stolberg leiding gaf aan het huishouden van haar gezin, terwijl haar man zich bezig hield met het besturen van het graafschap, lees erover in deze blog(s): ‘Over Juliana van Stolberg…

(1) Lees hierbij Matteüs 25 : 31-46.
(2a/b) a) De vroege ochtend gebeden en b) de zeven liturgische gebeden, verdeeld over de hele dag.
(3) Lees hierbij 1 Petrus 2 : 11-25.
(4) Zie 1 Samuel 16 : 7.

Bron ‘Geciteerd 1’: De Correspondent – ‘Nieuw jaar, nieuwe voornemens: een heel jaar vrij van zelfverbeteringscorvee!’ – door Rinke Verkerk (Correspondent Omstanders)
Bron ‘Geciteerd 2’: Boek ‘Als goud door vuur beproefd’ – ‘Over werkgevers en werknemers’ – door H.C. van Woerden (Den Hertog Uitgeverij, 2020)

Daarom zullen allen die lijden omdat ze leven naar Gods wil, het goede blijven doen en hun leven toevertrouwen aan Hem op Wie wij mogen vertrouwen als onze Schepper*. (Uit 1 Petrus 4 : 19)
* Zie hierbij de woorden van Jakobus in Jakobus 1 : 18.

Bron afbeelding: Knowing-Jesus-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Bewaard worden voor zelfoverschatting en martelaarscomplex…

Wij bidden God dat jullie het kwade zullen nalaten, niet om te bewijzen dat wij geslaagd zijn, maar omdat jullie het goede moeten doen, ook al zouden wij mislukt zijn.’ (Paulus in 2 Korintiërs 13 uit de verzen 1-11 : 7)
* Zie 1 Korintiërs 4 : 1-5.

Geciteerd 1: Martin Luther King leek fatalistisch en Stefan Paas schrijft in De Nieuwe Koers over een martelaarscomplex dat ook christenen kunnen hebben. Het feit dat je gehaat wordt, wordt gezien als bewijs van het eigen gelijk.
Het leven van Martin Luther King laat zien dat grote morele leiders niet alleen maar goed zijn. Ze zijn en blijven mensen, met hun gebreken en contradicties.
Een duidelijke roeping, sterke morele overtuigingen en de bereidheid te lijden kunnen eerst de reden zijn dat een leider moedig tegen de bestaande orde ingaat. Na verloop van tijd kunnen juist deze kwaliteiten steeds meer een last worden, een gestold eigen gelijk en een onvermogen tot aanpassing aan wat er op dat moment nodig is.
Moreel en dienend leiderschap schieten dan hun doel voorbij en worden een middel om anderen uit te sluiten. Zo zei King toen zijn vrouw Coretta aangaf een actievere rol in de beweging na te streven: ‘Je moet begrijpen dat ik ben geroepen, en jij niet.’
Het leven van King is hiermee ook een waarschuwing om alert te zijn wanneer moreel leiderschap een tegenovergestelde uitwerking heeft. Uiteindelijk zijn mensen niet óf goed óf fout en zoals King al preekte in 1957: ‘In het beste van ons bevindt zich iets slechts, en in ons slechtste gedeelte bevindt zich iets goeds.’

Geciteerd 2: King was veel meer dan de man die de ‘I have a dream’-toespraak hield en mensenmassa’s in vervoering bracht. In plaats van een morele held had hij net als ieder mens gebreken. Zo kwam hij steevast te laat bij vergaderingen, beet hij op zijn nagels, had hij depressies en bedroog hij voortdurend zijn vrouw.

Opgemerkt 1: ‘Bedroog hij voortdurend zijn vrouw’. Verdrietig om dat te lezen. Blijkbaar zijn krachtige figuren op huwelijksgebied en partnertrouw extra kwetsbaar (denk aan J.F. Kennedy, Clinton, Trump, King, etc., etc.).

Opgemerkt 2: Heel verdrietig wanneer ‘geweldige’ mannen in de gemeente waar je lid van bent – en die menen/pretenderen het voortbestaan van hun huwelijk zelf wel waar te hebben gemaakt en waard te zijn geweest – zulke ‘krachtmensen’ (Kennedy,… etc., etc.) op jou als trouwe en liefdevolle huwelijkspartner projecteren. Blijkbaar hadden en hebben ze dát toch ook nog nodig gehad (en nog!) om hun echtgenoten en kinderen ervan te overtuigen hoe goed ze met hen af waren en zijn.

NB. Bij ‘martelaarscomlex’ kan je ook nog denken aan bepaalde vormen van slachtofferschap.

Bron citaat: ND Opinie – ‘Leiders, leer van Martin Luther King: hij was een held die verstarde. ‘Ik ben geroepen, jij niet’’ – door Tabitha van Krimpen (bedrijfskundige en theoloog, promovenda VU/PThU)

Luister geliefde broeders en zusters: heeft God niet juist hen die minder bedeeld zijn, uitgekozen om rijk te zijn door het geloof en deel te krijgen aan het Koninkrijk dat Hij heeft beloofd aan wie Hem liefhebben?‘ (Uit Jakobus 2 vers 5)

Bron afbeelding: The Bible Says

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie