Zit u ook nog te wachten op een gaventest?

Wat zullen wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?‘ (1)
(Uit Johannes 6 vers 28)

Geciteerd: In en door het geloof worden alle werken gelijk, zodat het ene werk wezenlijk niet verschilt van het andere. Elk verschil tussen de werken valt weg, of ze nu groot of klein, kort of lang, veel of weinig zijn, maakt niet uit. Want de werken worden niet omwille van hun goede eigenschappen aangenaam voor God, maar ze zijn aangenaam omwille van het geloof. Dit geloof is nu in alle werken onveranderd hetzelfde. Het leeft en werkt zonder onderscheid in elk werk, hoeveel en hoe verschillend zij in onze ogen ook mogen zijn.
Net zoals alle ledematen aan het hoofd hun leven, hun werkzaamheid en hun naam danken en zonder dat hoofd dus niet kunnen leven en werken. Daaruit volgt dan weer: als een christen in dit geloof leeft, dat hij dan niemand nodig heeft die hem goede werken moet leren. Hij doet het immers – onder persoonlijk en gezamenlijk gebed om de nodige liefde en wijsheid (2) – helemaal vrijwillig wat hem voor de hand komt, en zó gaat het goed.
Ook Paulus zegt: ‘Waar de Geest van Christus is, daar is alles vrij’ (3). Want het geloof laat zich aan geen enkel speciaal werk binden. Evenmin laat het zich een werk ontnemen, maar, zoals de Psalm zegt: ‘Hij geeft zijn vrucht, wanneer de tijd daarvoor gekomen is’ (vgl. Psalm 1 : 3). Dat wil zeggen: zoals het komt en gaat.
[Maarten Luther: WA 6, 206, 33-207, 15]

(1) Lees het antwoord van onze Heer in Johannes 6 : 29.
(2) Zie Lukas 11 : 1-13 en Jakobus 1 : 5-8.
(3) Vgl. 2 Korintiërs 3 vers 17 en zie ook Galaten 5.

Opgemerkt: Het kerkelijk leven van een gemeente kan heel wat eenvoudiger worden (of blijven, wat organisatie betreft!) wanneer we het Godsvertrouwen dat Gods Woord ons leert – zoals dat (o.a.) in een vijfdelige serie dagopeningen ‘De werken Gods’ (25-29 mei) aan de orde wordt gesteld – in praktijk brengen. Dan zal de doorgaande eenvoudig bediening van Gods Woord aan de leden van Christus’ gemeente de Hoofdzaak (!) zijn.

Zie hierbij ook nog deze blog: ‘Wij zijn Uw kerk…

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie ‘De werken Gods (4)’ van 28 mei – Den Hertog uitgeverij (2019)

In afwachting van mijn komst moet je je toeleggen op het voorlezen uit de Schrift, op de prediking en het onderricht. (…) ‘Richt je hierop, maak het je eigen, zodat voor iedereen duidelijk wordt dat je vorderingen maakt. Neem je in acht, houd je aan de eenvoudige leer van het Evangelie en blijf dat doen; dan red je zowel jezelf als hen die naar je luisteren.‘ (Uit 1 Timoteüs 4 uit de verzen 11-16)

Bron afbeelding: SlideServe

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Wij zijn Gods volk’… en ‘Wij zijn Uw kerk’…

“Ik weet wel dat jullie nakomelingen van Abraham zijn. Toch willen jullie mij doden, omdat er in jullie geen ruimte is voor wat Ik zeg. Ik spreek over wat Ik gezien heb bij de Vader, jullie doen wat jullie gehoord hebben van jullie vader.” “Onze vader is Abraham”, zeiden ze. Maar Jezus zei: “Als jullie echte kinderen van Abraham zijn, zouden jullie moeten doen wat Abraham deed. Maar nee, jullie willen Mij, Iemand die jullie de waarheid heeft gezegd die Hij van God gehoord heeft doden – zoiets heeft Abraham niet gedaan. Maar jullie doen inderdaad wat jullie vader deed!“‘ (Uit Johannes 8 de verzen 37-41)

Opgemerkt 1: Wij zongen gisteren weer het lied ‘Bouw Uw Koninkrijk’ (Opwekking 769) en daarin klinken deze woorden

‘Bouw uw koninkrijk
Zet het kwaad te kijk
Toon uw sterke hand
Kom, herstel ons land
Vul uw kerk met vuur
Win dit volk terug
Heer, dat bidden wij
Tot uw koninkrijk
Verschijnt
Uw ongetemde kracht
Verslaat de helse macht’…

Jullie waren dood door jullie zonden en door jullie onbesneden staat, maar God heeft ons levend gemaakt toen Hij ons al onze zonden kwijtschold. Hij heeft het document met voorschriften – de Wet! – waarin wij werden aangeklaagd uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft zich ontdaan van de machten en krachten, Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt – te kijk gezet! – en in Christus over hen getriomfeerd.‘ (Uit Kolossenzen 2 de verzen 13-15).

Opgemerkt 2: ‘Het kwaad te kijk gezet’ dat is dus eens en voor altijd gebeurd op Golgotha. Daar werd het kwaad van Gods volk én het kwaad van de heidenen ‘te schande gemaakt’ en onze aanklager – onze Heer noemt hem in Johannes 8 zelfs de vader van de besneden Joden die niet in Hem wilden geloven en Hem bestreden en uiteindelijk zelfs uit de weg ruimden – de mond gesnoerd.

Opgemerkt 3: Wij christenen – als nu ook behorend tot het volk van God (zie Romeinen 11) – zullen niet die hoogmoedige houding aannemen zoals de vrome Joden dat deden in het Israël van die dagen (lees Johannes 8 ) en juist de meest vrome mannen onder hen lieten zich niet dopen door Johannes en ook niet door de discipelen van Jezus (zie Lukas 7 : 29-30) en ze keken neer op het gewone volk, de tollenaars en de Romeinen (heidenen). Maar als het zo uitkwam maakten ze wel gebruik van hun diensten (Jezus werd voor Pilatus gebracht).

Opgemerkt 4: Het kwaad van Gods volk kwam en het kwaad van ons christenen komt ook aan het licht! We hebben daar de afgelopen decennia veel van moeten meemaken en het moet ons nog altijd weer met schaamte vervullen. Wij hebben geen enkel recht om (zingend) te bidden dat God het kwaad van ‘de wereld’ (ons land) nog maar eens te kijk moet komen zetten, dat is dus al gebeurd op Golgotha: Ook om onze zonden kwam Christus aan het kruis…

Opgemerkt slot: Lees de woorden van heel Kolossenzen 2 nog eens aandachtig door, ook de woorden over besnijdenis en doop (11-13) en ook de woorden over het aan anderen iets voorschrijven (16-23) en wanneer we dat hoofdstuk dan uit hebben dan hoort het volgende hoofdstuk daar helemaal bij. Wat hebben we dan reden – als kerk en ook persoonlijk – om weer het tollenaarsgebed (lees die woorden in Lukas 18 : 9-14!) te bidden ipv opwekking 769.

NB. Let erop dat in de geciteerde tekst hieronder het thuisraken in Gods Woord en het elkaar onderrichten en vermanen vooraf gaat aan het zingen voor God. Wij hebben de tweede (leer)dienst afgeschaft en onze ‘erediensten’ (’s ochtends) duren nu langer mee doordat we meer zijn gaan zingen (niet uit Gods Woord, de Psalmen, waarop God Zijn troon heeft willen bouwen, maar m.n. allerlei ‘bureautafel liederen’ van opwekking) en daarmee menen we God een dienst te bewijzen, terwijl God de samenkomsten van Zijn gemeente(n) ons juist gegeven heeft voor Zijn dienst aan ons om toegerust weer de week in te gaan voor onze dienst aan Hem in het dagelijkse leven (zie Romeinen 12). Maar wij mensen leven liever in een (door ons!) ‘omgekeerde’ wereld!

En bovenal, kleed u (je) in de liefde, dat is de band die u (jullie) tot een volmaakte eenheid brengt/maakt. Laat in uw (jouw) hart de vrede van Christus heersen, want dáártoe zijn jullie geroepen als leden van één Lichaam. Wees ook dankbaar. Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in jullie wonen, onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid…’ (Uit Kolossenzen 3 de verzen 14-16)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Een levende interactie met de Schrift vandaag de dag’…

‘Aan alles hoe volmaakt ook, zag ik een einde,
maar Uw gebod (onderwijzing) is grenzeloos ruim.’
(Uit Psalm 119 vers 96)

Geciteerd: Het proces van herinterpretatie tijdens het wordingsproces van het profetenboek Jesaja in al haar onderdelen wordt gevoed door de (eerdere) gezaghebbende woorden van God. Als schrijversprofetie zijn de herinterpretaties ervan zelfs een nieuwe verkondiging van Gods woord voor toekomstige generaties geworden. Hoewel dit proces in deze bijdrage vanuit een diachroon perspectief wordt beschreven, is dit proces niet louter door de mens aangestuurd. In wezen is de initiële impuls om eerdere teksten te herinterpreteren, evenals het proces zelf, afkomstig van God zelf (vgl. 55 : 10-11), hoewel het onmogelijk is om daarin het menselijke en het goddelijke van elkaar te scheiden. Het feit dat het boek Jesaja door zoveel verschillende vormen van herinterpretatie tot stand is gekomen, toont in ieder geval aan dat de Geest meer dan één pijl op zijn boog heeft om in elke nieuwe situatie Gods levengevende woorden te spreken.

Zicht krijgen op de exegetische en redactionele processen die aanleiding gaven tot het boek Jesaja in zijn huidige vorm, vergroot werkelijk de verwondering over het levende karakter van het woord van God. Bovendien kan dit wonder vruchtbaar worden voor een levende interactie met de Schrift vandaag de dag. In de context van de kerkgemeenschap komen christenen steeds weer nieuwe vragen tegen, waardoor ze op zoek gaan naar woorden van God die betrouwbare richtlijnen kunnen geven. Veel christenen verlangen zelfs naar directe vormen van begeleiding. Ze bidden dat de Geest hun goddelijke boodschappen in dromen en visioenen zal openbaren of hun een woord zal geven dat als profetie voor hun medechristenen zou kunnen functioneren. Dit verlangen moet worden erkend, maar de soms ongezonde focus op het ontvangen van onmiddellijke openbaring moet worden verlegd naar de Schrift als de enige bron en standaard voor alle zaken van het christelijk leven. In dit opzicht blijft het reformatie principe van sola scriptura belangrijk voor het hedendaagse christendom en voor ons hedendaagse begrip van de geestelijke gave van profetie. Dit principe sluit echter de ontwikkeling van nieuwe interpretaties van de Schrift niet uit, maar omvat ze alleen maar, want ook in de Schrift zelf is het woord van God niet iets statisch, maar levend en actief, en altijd open naar de toekomst.

Nieuwe interpretaties moeten echter altijd door de Schrift zelf worden gerechtvaardigd, zoals ook de apostelen en de evangelieschrijvers voortdurend doen in het Nieuwe Testament. Hun interpretatie van het Oude Testament is ook een fascinerende vorm van herinterpretatie binnen een nieuwe context, namelijk de kruisiging en opstanding van Jezus Christus. Dit vormt geen misbruik van de Schrift die de uniciteit van het Oude Testament ontkent of die van het Oude Testament een ander boek maakt, zoals soms wordt beweerd. Het is veeleer een soortgelijk proces van herinterpretatie als het proces dat het boek Jesaja heeft gevormd, en komt voort uit de erkenning van het gezag van alles wat God in het verleden heeft gesproken. Dit was het woord dat JHWH in het verleden sprak. Maar nu zegt JHWH… (1)

Die nieuwe interpretatie moet zichzelf altijd rechtvaardigen aan de hand van de Schrift, en is zelfs vandaag nog meer van toepassing dan tijdens het proces van totstandkoming ervan. Het is een duidelijk feit dat er binnen de geschiedenis van de interpretatie van de Schrift een zeker keerpunt is geweest, waarna nieuwe herinterpretaties niet langer werden ingevoegd in of toegevoegd aan de tekst van de Schrift zelf, maar een plaats kregen in nieuwe geschriften en in commentaren op de Schrift. Het moment waarop de overdracht van de tekst van de Schrift en het commentaar werden gescheiden, is in feite het moment waarop de Schrift blijkbaar zijn canonieke status had gekregen. Als gevolg hiervan kunnen zowel nieuwe herinterpretaties als ons eigen begrip van de Schrift vanaf dat moment nooit meer dezelfde autoriteit krijgen als de interpretaties die zelf onderdeel zijn geworden van de Schrift. In die zin blijft het principe sacra scriptura sui ipsius interpres een belangrijk ankerpuntpunt voor de hermeneutiek van vandaag.
Dit ankerpunt sluit echter het verantwoorden van nieuwe vragen en de noodzaak van het actualiseren van de Schrift met het oog op de voortdurend ontwikkelen van nieuwe contexten niet uit, maar juist in. Uiteraard moet dan rekening worden gehouden met veel uitdagende hermeneutische vragen, die het onderwerp vormen van andere artikelen in dit boek.

Tot slot: Voor het hedendaagse christendom is door de Schrift geleerde profetie – opgevat als activiteit ingebed in een gelovige en interpretatieve gemeenschap, net zoals de op schrift gestelde profetie in het boek Jesaja dat is geweest (2) – onmisbaar. Het beoefenen van een levende interactie met de Schrift binnen de context van een focus op het koninkrijk van God impliceert de belofte dat wat nieuw en wat oud is voortdurend uit deze schat tevoorschijn gehaald kan worden en zal helpen om te horen wat de Geest tegen de Kerk zegt, vandaag en morgen.

(1) Denk hierbij ook aan het ‘Maar Ik zeg jullie…’ van onze Heer in de Bergrede in Matteüs 5-7.
(2) Prof. dr. K.J. Popma gaat bij het boek Prediker ook uit van zo’n ‘gelovige en interpretatieve gemeenschap’ waarbinnen dit boek opgesteld werd. Zie ook deze blogs: ‘Prediker: Werkgroep met saamhorigheid als doel…‘ en ‘Prediker: Sleutel tot verstaan van het boek…

English version:

Quoted: The process of reinterpretation that gave rise to the book of Isaiah in all aspects is nourished by the authoritative words of God. As scribal prophecy its reinterpretations even have become themselves a new shape of God’s word for future generations. Though described in this contribution from a diachronic perspective, this process has not been merely human driven. Fundamentally, the initial impulse to reinterpret previous texts as well as the process itself have originated from God himself (cf. 55:10–11), though it is impossible to disentangle the human and the divine in it. The fact that the book of Isaiah has come about through so many different forms of reinterpretation, demonstrates in any case that the Spirit has more than one string to his bow in order to speak God’s life giving words in every new situation.

Understanding the exegetical and redactional processes that gave rise to the book of Isaiah in its present form, really augments the wonder about the living character of the word of God. Furthermore, this wonder can become fruitful for a living interaction with scripture today. In the context of the church community, Christians always come across new questions, which make them look for words of God that are able to provide reliable guidelines. Many Christians even long for direct forms of receiving guidance. They pray for the Spirit to reveal them divine messages in dreams and visions or to give them a word which could function as a prophecy for their fellow-Christians. This longing should be acknowledged, but the sometimes unhealthy focus on receiving immediate revelation should be redirected to scripture as the only source and standard in all matters of Christian life. In this regard the reformed principle of sola scriptura remains important for Christianity today and for our contemporary understanding of the spiritual gift of prophecy. This principle, however, does not exclude the development of new interpretations of scripture, but just includes them, for also in scripture itself, the word of God is not something static, but living and active, and always open to the future.

New interpretations, however, have always to be vindicated by scripture itself, as even the apostles and the gospel writers constantly do in the New Testament. Their interpretation of the Old Testament is also a fascinating kind of reinterpretation within a new context, i.e. the crucifixion and resurrection of Jesus Christ. This does not constitute an abuse of scripture that denies the uniqueness of the Old Testament or that turns the Old Testament into another book, as is sometimes asserted. It, rather, is a similar process of reinterpretation as the one which shaped the book of Isaiah and just arises from the recognition of the authority of all God has spoken in the past. This was the word that YHWH spoke in the past. But now YHWH says…
That new interpretation always has to justify itself to scripture, in fact, applies even more today than during the process of its making. It is an obvious fact that within the history of interpretation of scripture there has been a certain turning point after which new reinterpretations were not any more inserted within or added to the text of scripture itself, but
were rather given a place in new writings and in commentaries on scripture. The moment at which the transmission of the text of scripture and commentary were separated is, actually, the moment at which scripture apparently had received its canonical status. By consequence, from that time onwards new reinterpretations as well as our own understanding of scripture can never be granted the same authority as those interpretations which themselves have become part of scripture.68 In that sense the principle sacra scriptura sui ipsius interpres remains an important anchorage point for reformed hermeneutics today.
This anchorage point, however, does not exclude, but rather include, accounting for new questions and the necessity of actualizing scripture in view of continuously developing new contexts. Of course, many challenging hermeneutical questions then have to be accounted for, which are the subject of other papers in this book.

In conclusion, for Christianity today scripture learned prophecy—understood as activity embedded in a believing and interpretative community, just as scribal prophecy in the book of Isaiah has been—is indispensable. Practising a living interaction with scripture within the context of a focus on the kingdom of God implies the promise that what is new and what is old can continuously be brought out of its treasure and will help to hear what the Spirit is saying to the church, today and tomorrow.

Bron citaten: ‘Sacra Scriptura Sui Ipsius Interpres – Herinterpretatie in het boek Jesaja’ – door Jaap Dekker, hoogleraar Bijbelstudies en Identiteit (Henk de Jong Leerstoel), Theologische Universiteit Apeldoorn

Source quotes: ‘Sacra Scriptura Sui Ipsius Interpres – Reinterpretation in the Book of Isaiah’ – door Jaap Dekker, Professor of Biblical Studies and Identity (Henk de Jong Chair), Theological University of Apeldoorn

Daarom, iedere Schriftgeleerde, in het Koninkrijk der hemelen onderwezen, is gelijk aan een heer des huizes die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt.’ (Uit Matteüs 13 vers 52)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Kunnen we God dan ook een tunnelvisie verwijten?

Maar God berispt Zijn volk met de woorden: ‘De dag zal komen – spreekt de HEER – dat ik een nieuw verbond zal sluiten met het volk van Israël en het volk van Juda. Niet een verbond zoals ik sloot met hun voorouders toen ik hen bij de hand nam om hen weg te leiden uit Egypte, want aan dat verbond zijn ze niet trouw gebleven.‘ (Uit Hebreeën 8 de verzen 8-9)

Geciteerd: Na verloop van tijd zet je verdriet zich om in boosheid. Waarom doet de ander jou dit aan? Je kunt niet begrijpen hoe het heeft kunnen gebeuren. Vanuit je tunnelvisie geef je de ander de schuld van jullie breuk.

Opgemerkt 1: Het zou vreemd zijn wanneer de schrijver (relatietherapeut) hier het oog heeft op het uitgaan van een verkering of verloving van gelovige kinderen van God. Want juist in die periode zullen beide ‘partners’ elkaar de vrijheid gunnen en geven om zich nog terug te trekken uit het aangaan van een vaste (levenslange verbonds)relatie; en dat dan ook zonder de ander te ‘overweldigen’ met (alleen al het idee van) hopeloosheid, verwijt en boosheid of zelfs haat, alsof er buiten die ander geen (levens)heil meer te verwachten is. Die Bijbelse nuchterheid moet ons – ook gelovige jongeren al – niet vreemd zijn, maar zelfs ‘levensbepalend’!

Opgemerkt 2: Maar wanneer we die verbondsrelatie wel aangaan en elkaar levenslange trouw beloven voor de overheid en ook voor het aangezicht van God, dan zullen we de gedane belofte(n) aan elkaar nakomen en dat ook wanneer dat ons (zeer) zwaar valt. En dan kan bij verbreking van die trouwbelofte levenslange droefheid en verontwaardiging beslist heel terecht zijn.
Maar:

‘De verlatene/verstotene doet aan lasterpraat niet mee,
en benadeelt een ander niet en drijft niet de spot de ander.
Zo iemand heeft verachting voor wie geen achting waard is,
maar eert wie ontzag hebben voor de Heer.
Zijn/haar trouwbelofte verbreekt hij/zij niet, zelfs al brengt het (zwaar) nadeel,
(…) zo iemand verraadt ook geen onschuldigen voor geld.
Wie zo doet zal de wedloop van het geloof ten einde toe volbrengen.’

(Naar woorden uit Psalm 15)

Bron citaat: RD opinie – ‘Liefdesverdriet is als een rouwproces en heeft tijd nodig’ – Th.J. Hofland (relatietherapeut)

Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt. Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, onze Leidsman en Voleinder van het geloof, Die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods. Vestig jullie aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat jullie niet door matheid van ziel verslappen.‘ (Uit Hebreeën 11 de verzen 1-3)

Bron afbeelding: Biblia

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het enige normerende is dan…

Zorg ervoor dat jullie spreken en jullie handelen de toets kunnen doorstaan van de wet die vrijheid brengt. Onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie geen barmhartigheid heeft bewezen; maar de barmhartigheid overwint het oordeel’ (Uit Jakobus 2 vers 12)

Geciteerd 1: ‘Er zijn in deze tijd nieuwe vragen waar de Bijbel geen antwoord op geeft. De ethiek laat zich niet een-op-een uit de Bijbel afleiden. Probeer je dat wel, dan wordt het biblicistisch. Het vraagt altijd om een vertaalslag, waarbij Gods geboden uitgangspunten moeten zijn. Maar de samenvatting van de tien geboden – God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf – wordt in deze tijd soms gebruikt als sleutel voor alles, ook bij kwesties als de positie van de vrouw en seksuele relaties. Het enige normerende is dan nog ‘all you need is love’.’

Opgemerkt 1: Jammer dat deze theoloog deze zaken hier zo simplificeert. In Gods Woord lezen we het volgende na eerst waarschuwende woorden over eigenwillig onze eigen verlangens nalopen: ‘Maar de vrucht van de Geest is liefde (dat voorop!), vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid en geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft. Wie Christus Jezus toebehoren heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen. Wanneer we de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst. Laten we elkaar niet uit eigen waan (ook geen theologische kenniswaan!) de voet dwarszetten en elkaar geen kwaad hart toedragen.
De apostel Jakobus wijst ons erop dat we dagelijks gelovig om de liefde en wijsheid en kracht van onze Heer mogen bidden en dat Hij die door de Heilige Geest ons ook zeker schenken zal. Dat moet ons helpen om met respect te blijven spreken over de ander en wat deze geleerd heeft gedurende een biddend leven. En dan zullen knappe theologen toch steeds (ook) weer in de leer hebben te gaan bij eenvoudige gelovigen (w.o. homofiele broeders en zusters) en dat door een respectvolle omgang met hen en dat is zelfs van meer belang dan de omgang met ‘vaktheologen’ en de ‘vaktheologie’ die ‘hoge woorden’ menen te moeten (s)preken.

Geciteerd 2: Nieuw is dat mensen nu voorstander zijn van vrouwelijke ouderlingen of predikanten, en tegelijk ontkennen dat ze de Bijbel anders lezen. Dat triggert mij. Als je denkt dat een totaal andere visie op de toepassing kan samengaan met een onveranderde visie op het Schriftgezag, houd je jezelf voor de gek. Erken dan gewoon dat je anders tegen de Bijbel bent gaan aankijken.’

Opgemerkt 2: Wanneer je Gods Woord anders meent te moeten toepassen geleerd door Gods Woord en de kerkgeschiedenis, is het dan eerlijk om de ander dan verdacht te maken door te zeggen dat hij of zij dan niet meer ‘de ene en ware kijk’ op de Bijbel heeft?

Geciteerd slot: ‘Probeer het woord op je in te laten werken en te luisteren alsof het de stem van God zelf is. Als je biddend en met verlangen om de Heer Jezus te leren kennen en de wil van God te verstaan de Schriften onderzoekt, dan is het een goudmijn waar je steeds meer kunt ontdekken.’

Opgemerkt slot: Juist! Maar dat is natuurlijk niet alleen aan de theoloog prof. dr. Henk van de Belt gegeven.

>> Leestips: 1 Timoteüs 4 : 11-16 en Titus 3.

Bron citaten: ND Geloof – ‘‘Erken dan gewoon dat je anders naar de Bijbel bent gaan kijken.’ Henk van den Belt over schriftgezag’ – door Hilbert Meijer.

Laten ook onze mensen zich inspannen om het goede te doen waar dat dringend nodig is. Zo maken ze zich nuttig.‘ (Uit Titus 3 vers 14)

Bron afbeelding: Pray-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het Evangelie niet vanzelf-sprekend?

Maar verzet jullie toch niet langer tegen de Heer en wees niet bang voor de macht van het volk in dit land: die zullen wij zeker verslaan. Zij hebben niemand die hen beschermt en wij worden bijgestaan door de HEER. Wees dus niet bang voor hen. Het volk dreigde hen te stenigen, maar toen verscheen de majesteit van de HEER aan de Israëlieten in de ontmoetingstent…’ (Uit Numeri 14 de verzen 9-10)

Opgemerkt vooraf: Het artikel gelezen met toch helaas ook een gevoel van verbazing en bevreemding. Je kunt je aanstelling en rol als ‘opvoedingspedagogen’ graag willen waarmaken, maar wat er in dit artikel gezegd en aanbevolen wordt maakt me nogal eens verdrietig! Zal niet op alle punten die daar aanleiding toe geven ingaan, maar hieronder een en ander aanstippen.

Geciteerd 1: Net als de hoogleraar pedagogiek onderstreept Van Dulken het belang van voorbeeldgedrag. „Kinderen luisteren minder goed dan dat ze kijken. Je kunt denken dat je woorden overkomen, maar wat je kinderen zien, komt nog veel meer binnen.”
Opgemerkt 1: Toch de kijkcultuur dus. Straks zien we nog de refo-cultuur helemaal doorslaan… Wanneer de mensen om David heen het moesten hebben van ‘wat voor ogen was’ bij David, en niet wilden luisteren naar zijn geloofsbelijdenissen (en de woorden van de profeten, o.a. Samuël en Nathan), die zijn leven bepaalden van jongs af aan, dan hadden ze op een gegeven moment allemaal David willen/moeten verwerpen en waren ze op zoek gegaan naar een waardiger opvolger die wel/beter liet zien wat er van hem te verwachten viel. Koning Salomo leek aanvankelijk duidelijk zichtbaar aan zulke verlangen te kunnen en gaan voldoen… Van deze koning lezen we wel veel (door hem verzamelde!) spreuken maar geen (eigen) boetpsalmen, zou hij dat niet nodig hebben gevonden?

Geciteerd 2: Maar wat nu als zoon of dochter niet meer naar de kerk wil, omdat het geloof niks meer zegt of ze er zich niet bij thuis voelen? „Blijf naast je kind staan”, adviseert De Muynck. „Vaak vergeten we dat het veel logischer is dat kinderen niet geloven dan dat zij dat wel doen. Het Evangelie is niet vanzelfsprekend.
Opgemerkt 2: Deze laatste twee uitspraken doen me nog het meest verdriet. Het Evangelie verkondigt ons de waarheid en de Heilige Geest is ook aan onze kinderen geschonken om Hém de waarheid van Gods Woord altijd weer in hun hart te laten bevestigen en dat tegen al het woelen van ons eigen vlees (onze Adam’s natuur) en het woeden van de wereld en de boze in. Leren we niet heel de Bijbel door dat we Gods Woord zullen vertrouwen en niet wat mensen doen en zeggen en wat de boze ons influistert. Hij Die met ons is is vele malen machtiger dan dat wat tegen ons is en die tegen ons zijn.

>> Leestips: Numeri 14, Psalm 95 en Matteüs 19 : 13-30 en Lukas 11 : 1-13 en Hebreeën 8.

Zie hierbij ook deze blog: ‘Een hemelse kerkmuur?

Bron citaten: RD Onderwijs & opvoeding – ‘Een kind gelooft nog als een kind’ – door Laura Hendriksen-Bassa

Toen Mozes de woorden van de HEER aan de Israëlieten had overgebracht, werd het volk diep bedroefd. De volgende morgen wilden ze de bergen in trekken. “We zijn alsnog bereid om op te trekken naar de plaats waarover de HEER gesproken heeft”, zeiden ze, “we hebben gezondigd”. Maar Mozes zei: Waarom gaan jullie in tegen het bevel van de HEER? Zo’n onderneming is gedoemd te mislukken…”‘ (Uit Numeri 14 de verzen 39-41)

Bron afbeelding: Biblics

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een hemelse kerkmuur?

Nadat Hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer opgenomen in de hemel en nam Hij plaats aan de rechterhand van God.’ (Uit Marcus 16 vers 19)

Geciteerd 1: Als de uitstorting van de Heilige Geest op de gelovigen (uitverkorenen) niet zonder ophouden zou voortduren, dan zou de duivel niet één enkel mens bij de pinksterpreek en bij het geloof in Christus laten blijven. Maar onze lieve God en Vader heeft in de hemel een eeuwige, Goddelijke Muur daarvoor gezet, Jezus Christus, Zijn Zoon en onze Heere, verhoogd aan Zijn rechterhand. Hij is het Die ons de pinksterpreek en het christelijk geloof doet behouden, totdat ook wij ondankbaar worden en God ons moet straffen vanwege onze verkeerdheid en ondankbaarheid en bedroeven van de Geest van Christus, zodat de duivel – onder Gods toelating – de kans krijgt om de pinksterpreek weg te nemen uit stad, dorp, gebied of land.
Geciteerd 2: Maar zo machtig zal de wereld of de duivel met al zijn aanhang niet zijn, dat zij samen met alle geleerden en wijzen toch Mijn Doop en de prediking van het Evangelie geheel en al zullen wegnemen. Bovendien zal de Heilige Geest in Mijn uitverkorenen regeren en werken, ondanks dat ze zonder ophouden worden aangevochten, en ook zelf zeer zwak schijnen te zijn.
Geciteerd 3: Hoewel Hij dus toelaat dat Zijn kinderen tot ieders voetveeg worden, gelasterd, gescholden, veroordeeld, vervolgd en vermoord en ook door de duivel in hun harten zonder ophouden verschrikt, bedroefd en geplaagd, zodat ze in de volle zin van het woord ‘wezen’ kunnen worden genoemd, zegt Christus tot hen: ‘Ik wil jullie toch niet zó verlaten, zoals jullie nu denken en voelen, maar ik zal jullie de Trooster blijven geven. Die jullie in je hart zal verzekeren dat jullie (desondanks) Mijn ware christenen en gelovigen bent.
[Maarten Luther: W(2) 13b, S. 2069 ff en WA 45, 580, 1-20 (Dr)]

Bron citaten: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditaties van 21 en 22 mei (bewerkt) – Citaten samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden – Den Hertog uitgeverij (2019)

Daarom bidden wij onophoudelijk voor jullie, vanaf de dag dat we over jullie geloof gehoord hebben. We vragen God dat jullie Zijn wil ten volle mogen leren kennen door de wijsheid en het inzicht dat de Geest jullie schenkt. Dan zullen jullie leven zoals het past tegenover de Heer en Hem volkomen welgevallig zijn. Jullie zullen vrucht dragen door al het goede wat jullie doen, jullie kennis van God zal groeien en jullie zullen door Zijn luisterrijke macht de kracht ontvangen om alles vol te houden en alles te verdragen. Breng dus met vreugde dank aan de Vader.’ (Uit Kolossenzen 1 de verzen 9-11)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Herkenbaar – of raakte u nooit in een underdog-positie?

Wij bidden God dat jullie het kwade nalaten, niet om te bewijzen dat wij geslaagd zijn, maar omdat jullie het goede moeten doen, ook al zouden wij mislukt zijn. Wij kunnen ons niet tegen de waarheid verzetten, wij kunnen ons er alleen voor inzetten*. Het verheugt ons werkelijk dat wanneer wij zo zwak zijn, jullie zo sterk zijn. We bidden (echter) dat jullie je zullen beteren.’ (Uit 2 Korintiërs 13 de verzen 7-9)
* Durven en doen we dat ons inzetten voor de waarheid ook nog als onze eigen belang daarmee niet gediend is?

Geciteerd: Westerduin promoveerde in juni vorig jaar op een studie naar de vraag welke stemmen we het zwijgen hebben opgelegd, bij onze kijk op de wereld. In haar proefschrift laat ze hen ‘terugpraten’. En daarmee legt ze bloot dat ‘christelijke theologie cruciaal is geweest in de geschiedenis van witheid en racisme. Ook na de Verlichting was de christelijke norm de meetlat voor wie werd ingedeeld als mens (wit), als minderwaardig (Joden, moslims, ‘indianen’) of als niet-mens en koopwaar (Afrikaans).’
De behoefte om mensen, systemen, culturen en religies te beoordelen en te evalueren, is een tweede natuur van witte westerlingen. ‘We oordelen over wie radicaal is en wie niet, wie gevaarlijk is en wie niet, wie mag blijven in Nederland en wie niet’, aldus Westerduin, en daarmee creëren we een illusie van veiligheid. ‘Terwijl dat systeem zelf heel onveilig en gewelddadig. Vooral voor wie continu geëvalueerd wordt: moslims, migranten, mensen die afhankelijk zijn van het UWV.’

Bron citaat: ND Geloof – ‘Theoloog-historicus Westerduin legt springstof onder vanzelfsprekendheden van ‘witte westerse theologie’’ – door Koos van Noppen.

Wij, de sterken, moeten de zwakken in hun kwetsbaarheid helpen en niet ons eigen belang dienen. Laat ieder van ons zich richten op het belang van de ander, op wat goed en opbouwend voor hem of haar is. Ook Christus zocht niet Zijn eigen belang, integendeel, er staat geschreven: De smaad van wie U smaad is op mij neergekomen. Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen. Moge God, Die ons doet volharden en ons troost geeft, jullie de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt. Dán zullen jullie (weer) eendrachtig en eenstemmig lof brengen aan God de Vader van onze Heer Jezus Christus.‘ (Uit Romeinen 15 de verzen 1-6)

Bron afbeelding: Bible Portal

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Hij zal van Mij getuigen’

‘Kinderen, we moeten niet liefhebben (en getuigen) met de mond, met woorden, maar waarachtig, met daden. Dan weten we dat we voortkomen uit de waarheid en kunnen we met een gerust hart voor God staan. En zelfs als ons hart ons aanklaagt: God is groter dan ons hart, Hij weet alles. Geliefde broeders en zusters, als ons hart ons niet aanklaagt, kunnen we ons vol vertrouwen tot God wenden en ontvangen we van Hem wat we maar vragen, omdat we ons aan Zij geboden houden en doen wat Hij wil. Dit is Zijn gebod: Dat we geloven in de naam van Zijn Zoon Jezus Christus én elkaar liefhebben zoals Hij ons heeft opgedragen. Wie zich aan deze geboden (Zijn geboden, lees de Bergrede!) houdt blijft in God, en God in hem of haar. Dat Hij in ons blijft, weten we door de Geest die Hij ons gegeven heeft.‘ (Uit 1 Johannes 3 de verzen 18-24)

Geciteerd: ‘Hij zal VAN MIJ getuigen’, zegt Christus in Johannes 15 vers 26. Wie? De Heilige Geest zal van Christus getuigen! Buiten dit getuigenis is geen zekere en blijvende troost. Daarom moet u de woordjes ‘VAN MIJ’ met grote letters schrijven en daar met alle aandacht op letten. Hieruit kunnen we zeker weten van Wie de Heilige Geest zal getuigen – van Christus!

Hij zal niet met leringen van Mozes of met iets anders komen om uw geweten te troosten. Als de gewetens werkelijk getroost moeten worden, dan kan dat alleen door over Christus en Zijn sterven én Zijn opstanding te preken – dat is het enige wat troost geeft. Daarentegen alle andere preken over de wet, de goede werken, een heilig leven, over Goddelijke of menselijke geboden zijn in nood en dood machteloos om de mens te troosten en kunnen ons alleen nog meer bevreesd en wanhopig maken. Noem maar op wat u wilt: al waren het alle goede werken en goede wetten bij elkaar of wat u verder nog kunt bedenken.

Want God Zelf – als u buiten Christus met Hem wilt [onder]handelen – is een vreselijke God, bij Wie u geen troost maar enkel toorn en ongenade zult vinden (o.a. Jesaja 33 : 14 en Hebreeën 12 : 29). Wie echter over Christus preekt, die verkondigt en brengt de ware troost, waarbij het onmogelijk is dat de bedroefde harten zich daarover niet verblijden en daarover niet goedsmoeds zullen worden. Daarom komt het erop aan dat men deze troost met zekerheid aanneemt en vasthoudt, en zegt: ‘Ik geloof in Jezus Christus, Die voor mij gestorven is.’

Bovendien weet ik dat de Heilige Geest, Die een Getuige en Trooster genoemd wordt – en ook in waarheid is! – in de christenheid over niemand anders ooit preken of getuigen zal, dan alleen over Christus – om alle bedroefden alleen door Hem te vertroosten en te versterken. Daar houd ik mij aan en verder zal ik mij aan geen andere troost houden. Want als er een betere of een meer zekere troost zou zijn, dan zou de Heilige Geest die ook tot mij brengen – maar Hij wil en zal alleen van Christus getuigen.

Maar waarom gebruikt de Heere hier zojuist het woordje ‘getuigen’? Hij zou het toch ook wel op een andere manier hebben kunnen zeggen? De reden is: dat we beter naar het Wóórd zullen luisteren en het ook zullen geloven. Want hoewel het wáár is dat de Heilige Geest inwendig in het hart Zijn werking heeft, wil Hij toch deze werking ordelijk en in het algemeen niet anders dan door het mondeling gesproken Woord uitrichten. Paulus zegt dat ook: ‘Hoe zouden zij kunnen geloven, die niet eerst over Hem hebben gehoord?’ (Romeinen 10 : 14).

Bij dit ‘getuigen’ hoort immers ook de mond en het woord van de apostelen en van alle predikers die Christus rein en zuiver verkondigen. Daarom mag niemand die waarlijk troost begeert, wachten totdat de Heilige Geest Christus persoonlijk aan hem of haar voorstelt of direct uit de hemel tot hem of haar zal spreken. U moet echter de stem [of het getuigenis] van de Heilige Geest door het Woord in uw hart horen spreken: dat Christus voor u is gestorven en zonde, dood, wereld, duivel en hel voor u heeft overwonnen.

Hij houdt Zijn getuigenis openbaar in de prediking, dáár moet u Hem zoeken en op Hem wachten, totdat Hij door dit Woord – dat u met uw oren hoort – uw hart aanraakt en op die manier door Zijn werking inwendig in het hart van Christus getuigt. Maar dit inwendige getuigenis komt pas als daarvóór dat openbare getuigenis van het Woord is gekomen: hoe Christus om ons mens is geworden, is gekruisigd, gestorven, begraven en weer is opgestaan.”

[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1532, Hauspostille Ausgabe 1544, vgl. WA 52, 308, 9 – 309, 5. Weergave: W(1), Dr. Johann Georg Walch, Sämtliche Schriften, Ausgabe 1740-1753, Dreyzehenter Theil (1743), S. 1374 – S. 1376 (verkort)]

Zie hierbij evt. ook: ‘Verkondiging van het Evangelie aan de gemeente

Bron citaat: http://www.maartenluther-com – 21 mei 2024 – Luthercitaat ontvangen via de email.

De God van onze voorouders heeft Hem (Jezus) een plaats gegeven aan Zijn rechterhand en Hem tot Leidsman en Redder verheven om de Israëlieten tot inkeer te brengen en hun zonden te vergeven. Daarvan getuigen wij (als Gods gezanten), en daarvan getuigt ook de Heilige Geest (in de harten van de gelovigen), Die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen.‘ (Uit Handelingen 5 de verzen 31-32)

NB. Zie bij ‘als Gods gezanten’ 2 Korintiërs 2 : 14-17, 5 : 19-21 en bij ‘in de harten van de gelovigen’ 1 Johannes 2 : 20, 4 : 21-24.

Bron afbeelding: SlideToDoc-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een belangrijke (Pinkster)oproep…

Geciteerd: De Geest verbindt ook – horizontaal – met elkaar. Het een is niet zonder het ander. Dit samengaan van het verticale en het horizontale correspondeert met de beide balken van Jezus’ kruis, waarin het diepste geheim van de Bijbelse eenheid ligt. Niets bindt meer samen dan dat de Geest ons elkaar doet vinden aan de voet van het kruis – als zondaren die het van Gods genade moeten hebben. Een wonder dat niet door ons te organiseren valt. Daarom is eensgezindheid primair een gave van de Heilige Geest.
Het is niet voor niets dat Paulus in Efeze 4:3 de lezers aanspoort om zich te beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren (1). Dat is een belangrijke (Pinkster)oproep. Geest en eenheid worden in één adem genoemd. Kennelijk vraagt het inspanning – en zelfs ijver – om eensgezind te zijn. Het gaat in ieder geval niet vanzelf. Het heeft volgens Paulus te maken met nederigheid, zachtmoedigheid, geduld en elkaar in liefde verdragen (vs.2). Hiermee wordt een geestelijke houding (gezindheid) bedoeld, zodat we met elkaar omgaan in de Geest van Christus.
Aan het einde van hetzelfde hoofdstuk waarschuwt Paulus voor het bedroeven van de Heilige Geest door bitterheid, woede, niet barmhartig en vergevingsgezind zijn (vs.30-32). In zo’n klimaat kan de Pinkstergeest het niet uithouden. Daar is Hij té heilig voor. Houden we er rekening mee dat de Heilige Geest Zich kan terugtrekken? En beseffen we de ernst daarvan? Dan valt immers de samenbinding weg. Vandaar het klemmende appèl van Paulus om de (geschonken) eenheid van de Geest te bewaren. Dat houdt ook in: tegen verdeeldheid strijden.

(1) ‘Ik die gevangen zit omwille van de Heer, vraag jullie dan ook dringend om de weg te gaan die past bij de roeping* die jullie hebben ontvangen: wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde. Span jullie in om door de samenbinden kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest jullie geeft: één Lichaam (de Gemeente) en één Geest, zoals jullie één Hoop hebben op grond van jullie Roeping, één Heer, één Geloof, één Doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.’ (Uit Efeziërs 4 de verzen 1-6)
* Bedenk hoe de door onze Heer geroepen discipelen die weg moesten leren gaan door te blijven in het gevolg van Jezus en door altijd weer te luisteren naar Zijn onderwijs en vermaan. Petrus geeft dat onderwijs en vermaan van Hem daarom ook weer aan ons door, zoals we daarvan kunnen lezen in 1 Petrus 4 : 7-19.

>> Lees het hele artikel van ds. J.C. Schuurman via deze link: https://gereformeerdebond.nl/de-waarheidsvriend/artikelen/een-echte-verbinder

Bron afbeelding: Integrated Catholic Life

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie