Over “je vertrouwen in ‘de kerk’ kwijt”…

‘Zie mij, antwoord mij, HEER, mijn God!
(Uit Psalm 13 vers 4a)

Geciteerd: Op een mooie winteravond dronk Rokus Maasland samen met twee vrienden buiten bij een groot vuur een biertje. Starend in de vlammen ging het gesprek langzaam van grappen naar serieus. De twee waren niet hun geloof kwijtgeraakt, maar wel hun vertrouwen. In de kerk. In mensen. In hoe het blijkbaar kan gaan.

De twee kenden elkaar uit een kerk die inmiddels niet meer bestaat. Niet omdat het gebouw is afgebroken, maar omdat de gemeenschap zichzelf kwijtraakte. Heilige overtuigingen waren gebotst, met alle onheilige gevolgen van dien. Beide mannen hadden het zinkende schip vroegtijdig verlaten. Teleurgesteld, gefrustreerd en gekwetst.

Als hun kerk een dansvloer was, hadden ze allebei jarenlang meegedanst. Ze stonden niet langs de kant maar midden op de vloer, in het zweet. Ze bouwden, organiseerden, inspireerden. De bloeiperiode van die kerk — voor zover je die niet volledig aan God toeschrijft — droeg ook hun handschrift. En toch stonden ze aan het eind buiten. Moe en uitgedanst.

Geciteerd 2: Want ja, er raken mensen de maat kwijt. Er raken mensen beschadigd. Ze stappen van de dansvloer af en blijven jarenlang langs de muur staan. Met een klein restje geloof in hun zak of, zoals Paul het noemt, ‘a thimbleful (vingerhoedje) of faith’. Genoeg om de muziek nog te horen, te weinig om weer onbevangen mee te dansen.

Misschien is dat wel de vraag die de kerk – en dan bedoel ik niet de stapel stenen, maar de leden – zich steeds opnieuw mag stellen: zijn wij een plek waar mensen steeds opnieuw durven binnenkomen? Waar uitgedansten mogen bijkomen, waar wie uit de maat loopt niet wordt weggewuifd, maar vastgehouden?

Een kerk waar we tegen zwervers, hoeren, tollenaars, maar ook tegen mijn twee vrienden zeggen: welkom, je bent weer thuis!

Opgemerkt 1: Het is waar: Jezus zocht de zwervers, de hoeren en tollenaars op, maar hij ‘preekte’ ook in de synagogen. Laten christenen dus vooral mensen zijn die zwervers, hoeren en tollenaren niet mijden en uit de weg gaan maar hen opzoeken en helpen en hen nodigen om ook deel te worden van Christus’ gemeente hier op aarde. Laat je maar dopen dan zal je de Heilige Geest ontvangen en kom onder Zijn gehoor en vier met ons – in de relatief besloten eenvoudige samenkomsten van Zijn gemeente – de maaltijden van de Heer.

Opgemerkt 2: Als we ‘de kerk’ of ‘ónze’ gemeente’ willen inrichten en laten functioneren naar onze eigen denkbeelden en inzichten (wereldwijsheid/wetenschap) en we krijgen het dan toch niet voor elkaar zoals wij dat wensen, dan kunnen we gefrustreerd raken in ‘de kerk’ en de mensen die haar bevolken en reden zien/hebben om ‘hún’ kerk/gemeente maar te verlaten. Maar soms (of eerder: als regel?) hebben juist die eersten de macht of weten die te veroveren en die krijgen het wel voor elkaar het wel voor elkaar om een gemeente naar hun inzicht en streven op te zetten. Maar door zulke mensen zou je nog meer gefrustreerd kunnen raken, wanneer je hun inzichten niet deelt. (1) Want die zijn ook bekwaam om je op allerlei manier duidelijk te maken dat je je heil dan maar elders moet zoeken. Zo niet goedschiks, dan gaat het, wat hun betreft, maar kwaadschiks.

(1) Je zou kunnen zeggen: Wanneer je niet naar hun pijpen danst. *
* “Naar iemands pijpen dansen” betekent alles doen wat een ander wil, iemands wil volledig volgen en geen eigen wil hebben, net zoals je willoos danst op de muziek van iemand die op een fluit (pijp) speelt. Het beeld is dat iemand blindelings de commando’s van een ander uitvoert, zoals een poppenspeler een pop laat dansen op zijn muziek, en wordt vaak in negatieve zin gebruikt om te zeggen dat iemand zich volledig laat leiden.

Leestips: Psalm 13 en Lukas 7 : 18-35.

Bron citaten: Petrus Magazine – ‘Column Rokus: Als het vertrouwen kwijt is’ – door Rokus Maasland.
De schrijver van de column is zanger, liedjesschrijver en auteur van het boek ‘Allen die vermoeid en belast zijn’, waarin hij aan de hand van Psalm 13 op zoek gaat naar waar God is in het lijden en naar de rol van de kerk daarin.

‘Ik vertrouw – ondanks alles wat me overkomen is en nog overkomen zal – op Uw liefde,
mijn hart zal juichen omdat U redding brengt,
Ik zal zingen voor de HEER, Hij heeft mij geholpen.’
(Uit Psalm 13 vers 6)

Bron afbeelding: A Reason For Hope

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wie mag/moet het voor het zeggen hebben in Christus gemeenten?

Mijn volk was een dolende kudde schapen, hun herders lieten hen dwalen, ze dreven hen de bergen in. Daar dwaalden ze over heuvels en bergen, ze vergaten waar hun schaapskooi was.’ (Uit Jeremia 50 vers 6)

Orakels zijn bedrog en waarzeggers vertellen leugens: wat zij dromen komt niet uit, hun troost bestaat uit holle woorden. De mensen dolen rond als schapen, ontredderd, want een herder is er niet.’ (Uit Zacharia 10 vers 2)

En Jezus, uitgaande, zag een grote schare (menigte mensen), en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder(s) hebben; en Hij begon hun veel dingen te leren.’ (Uit Markus 6 vers 34)

Geciteerd 1: ‘Dat betekent ook iets voor de kerkdienst. Iemand zei: “Ik kom in de kerk om God te ontmoeten, maar de dominee praat er telkens doorheen”. Waarom creëren we niet meer stiltemomenten, waarin God tot ons kan spreken? Laten de kerkdiensten en ook andere momenten, oases van rust zijn.’

In het omgaan met ‘weerbaarheid en veerkracht’ zou de kerk de lat volgens Visser veel hoger mogen leggen.

‘Want dit vraagt niet om een brave en burgerlijke, maar om een uitnodigende en uitdagende kerk. Een gemeenschap waar karakters worden gevormd. Het zou mooi zijn als er meer initiatieven zoals ‘De vierde musketier’ komen, waarin mannen die niet zoveel interesse hebben in theologie of boeken lezen, maar wél iets met God willen, worden uitgedaagd in outdooractiviteiten. Moeten we niet vaker predikanten van het type Ray van Kamp van Koningsbrugge op de kansel hebben?’

Volgens Visser zet de kerk ‘te vaak alleen in op de zwakken en behoeftigen’ – hoe goed dat op zichzelf ook is. ‘Maar wat is er voor de anderen? In het jeugdwerk lijkt soms het hoogste doel om jongeren bij de kerk te houden. Dus geven we hen chips en cola; ze moeten het vooral fijn vinden. Waarom dagen we hen niet veel meer uit?’

Tegen de ‘tribalisering’ zou de kerk veel meer moeten inzetten op het vormen van een gemeenschap met een doel buiten de eigen kring. ‘Niet onze eigen kerk op de eerste plaats, het voortbestaan, het overleven, maar God en zijn missie.

Laten de predikant en de kerkenraad eens dertig procent van hun tijd gaan besteden aan een doel buiten de kerk. Moet je eens zien hoeveel nieuwe verbindingen dan kunnen ontstaan.

Opgemerkt 1a: Wie was er beter in staat om de moeiten van het Godsvolk te peilen en te duiden dan onze Heer Jezus Christus? En aan wie/Wie vertrouwde Hij het Godsvolk, dat Hij Zich ging werven uit alle volken, toe? En hoe heeft Hij gedurende Zijn leven laten zien hoe Hij Zijn schapen tot Zich wilde trekken? Hebben we werkelijk dit soort praat van een wereldwijze wetenschapper die zich aanmeet ons te kunnen vertellen hoe wij als ‘kerk'(en) – en niet als leden van Christus gemeente ieder op onze eigen plaats in de samenleving – missionair dienen te zijn?

Opgemerkt 1b: Dat het zout werkzaam zal zijn en dat het licht niet onder een korenmaat zal worden geplaatst daar mogen onze voorgangers in navolging van onze Heer – net als vroeger in de synagogen gebeurde en waar ook onze Heer Zijn stem liet horen – aan werken door de bediening van heel Gods Woord en de bediening van de Sacramenten (Doop en Avondmaal) in de liturgie van lof- en dankzegging en belijden in de (nog altijd zondagse) samenkomsten van de gemeenten van onze Heer. Zo wil de Heilige Geest werkzaam zijn door de middelen die van God ons geschonken zijn. Zo zullen gemeenten van onze Heer elkaar wereldwijd herkennen en steunen.

Geciteerd 2: Visser kiest in de missionaire trendrede, die hij zaterdag uitspreekt, voor ‘verwildering’ als trefwoord. Het lijkt nóg dramatischer dan wat zijn voorgangers signaleerden. ‘Maar het beeld van verwildering is nadrukkelijk niet bedoeld om een doemscenario te schetsen’, licht hij toe. ‘Verwildering heeft zeker ook positieve kanten.’

Opgemerkt 2: Moet hierbij denken aan ‘Waar de profetie ontbreekt, verwildert het volk’ (Spreuken 29 : 18). Bij profetie hebben we dan te denken aan het onderwijs van heel Gods Woord en m.n. ook met wat de profeten ons hebben aangereikt (ook in de Psalmen). De apostel Petrus wijst ons ook op de noodzaak van het blijvend aandacht geven aan dat onderwijs, m.n. het begin van zijn tweede brief en Paulus heeft dat ook van het begin af aan Timoteüs aangeraden om daar aandacht aan te geven in de samenkomsten van de gemeente(n) die hij diende.
Dietrich Bonhoeffer heeft zich ingespannen om m.n. ook het onderwijs van de Psalmen onder de aandacht te brengen. Maar we weten wel dat hij binnen de Duitse christenheid van die dagen een roepende in de woestijn is geweest.

Leestip: Lukas 6 : 17-49 en 14 : 25-35.

Bron citaten: ND geloof – ‘Deze wetenschapper pleit voor avontuurlijke kerken. ‘Een ‘wilde God’ kan nooit een tamme kerk hebben’’ – door Koos van Noppen

En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen. En Hij kwam te Nazareth, waar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op de sabbat naar de synagoge; en stond op om te lezen. En Hem werd gegeven het boek (de boekrol) van de profeet Jesaja; en als Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats, waar geschreven staat: De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren. En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht.‘ (Uit Lukas 4 uit de verzen 15-30 : 15-20)

Maar Hij zei tegen hen: “Ook in de andere steden moet ik het goede nieuws over het Koninkrijk van God brengen, want daarvoor ben Ik gezonden.” En Hij maakte dat goede nieuws bekend in de synagogen van Judea.‘ (Uit Lukas 4 uit de verzen 31-44 : 43-44)

Bron afbeelding: BiblePic

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Wij hebben Hem gevonden’…

De volgende dag ging Jezus naar Galilea en vond Filippus. Hij zei tegen hem: Volg mij. Filippus kwam uit Bethsaida, de stad van Andreas en Petrus. Filippus vond Nathanaël en zei tegen hem: Wij hebben Hem gevonden, over wie Mozes in de wet en de profeten geschreven hebben: Jezus van Nazareth, de zoon van Jozef.‘ (Uit Johannes 1 de verzen 43-45)

Geciteerd: Na Zijn doop nam Christus de discipelen op vriendschappelijke wijze in Zijn kring op, stelde hen aan Zichzelf voor en ging in een zeer vriendschappelijke geest met hen om, voordat Hij hen uitnodigde Zijn apostelen te worden. We hebben gehoord over Zijn ontmoeting met de vier: Andreas, Petrus, Filippus en Nathanaël. We zagen Hem rondtrekken langs de oevers van de Jordaan en door eenvoudige steden en marktplaatsen, en uit het hele volk Israël degenen uitkiezen die Hem behaagden en die Hij het meest geschikt achtte voor de dienst in Zijn koninkrijk.

Hij vermeed zorgvuldig de stad Jeruzalem met haar koninklijke troon, de woonplaats van de machtigsten, rijksten en wijzen. Hij weigerde de hogepriesters en heersers in Zijn gelederen op te nemen. Hij keerde de vorst van het land de rug toe en nodigde geen vooraanstaande mannen uit. Hij trok door de woestijn, door dorpen en marktplaatsen, en koos de armste en meest ellendige bedelaars uit die Hij kon vinden, zoals arme vissers en goede, eenvoudige, onbeschaafde mensen.

Het lijkt er bijna op alsof Hij zich niet in staat voelde Zijn koninkrijk te besturen tenzij Hij Zich omringde met zulke eenvoudige mensen. De grote aristocraten liet Hij achter in Jeruzalem, hoewel iedereen ervan uitging dat de Messias zich ooit zou mengen onder de hooggeplaatsten in Jeruzalem, met de wijzen en de geleerden. Maar Christus deed precies het tegenovergestelde; Hij volgde Zijn eigen plan en stichtte Zijn koninkrijk met zo’n absurde eenvoud dat het alle wijze mensen zeker zou beledigen.

Christus’ enige reden voor deze handelwijze was om te voorkomen dat de verhevenen, de machtigen, de slimmen en de invloedrijken zouden denken dat zij alleen toegang hadden tot het koninkrijk van Christus en dat zij anderen onder de voet konden lopen. Hij wilde een koninkrijk stichten en begon Zijn koninkrijk met een absurde eenvoud die onmiskenbaar was als een koninkrijk van genade, waarin niets anders dan Gods genade waarde zou hebben, hoe goed en waardevol het verder ook zou zijn.

Hij wilde de waarheid benadrukken dat een dergelijk koninkrijk evenmin gebaseerd was op rede en menselijke wijsheid. Zo werd het koninkrijk opgebouwd, en zo wordt het tot op de dag van vandaag in stand gehouden. Christus is niet erg onder de indruk van grote koningen of machtige heren, van de rijken van deze wereld, of van koninklijke afstamming en grote pracht en praal, die anderszins gewicht in de schaal leggen. Als Hij alleen vooraanstaande, geleerde en heilige mannen als Zijn apostelen had gekozen, zou niemand de wereld ervan kunnen overtuigen dat ook de armen tot het koninkrijk van God behoren.

Iedereen zou volhouden dat alleen de heiligen en de rijken in aanmerking kwamen voor lidmaatschap. Zelfs nu Christus de meest geringsten aanneemt en degenen uitkiest die door de wereld als dwaas en ongeschikt worden verworpen – zoals Paulus verklaart (1 Korintiërs 1:27): ‘God heeft de zwakken uitgekozen’ toen Hij Zijn koninkrijk vestigde door niets anders dan bedelaars, lompe lomperiken en nederige mensen, namelijk de apostelen – zelfs nu is het moeilijk te bevatten dat Christus’ koninkrijk ook voor de armen is. Hij wil geëerd worden als iemand die gedreven wordt door genade en niet door ons gouden haar of een andere deugd waarover we kunnen opscheppen of trots op kunnen zijn.”

[Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 46, 541 e.v. – (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, Concordia Publishing House, deel 22, blz. 189/190)]

Bron citaat: maartenluther-com – Engelstalig Luthercitaat van 23 januari 2026 – ‘Luther’s sermons on the gospel of st. John (42)’

Ook jullie moeten – net als de vogels en de lelies – je niet druk maken over wat je zult eten en wat je zult drinken en waarmee jullie je zullen kleden, en je door zorgen laten kwellen. De volken en de machthebbers van deze wereld jagen die dingen na, maar jullie Vader weet dat je ze nodig hebt. Zoek liever Zijn Koninkrijk, en die andere dingen zullen jullie erbij geschonken worden. Vrees niet, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie het Koninkrijk willen schenken.’ (Uit Lukas 12 uit de verzen 22-34 : 29-32)

Bron afbeelding: Prayables

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Loze woorden (op preekstoelen en vanaf podia)?

Jullie zijn onze aanbevelingsbrief, in ons hart geschreven maar voor iedereen – ook buitenstaanders! – te zien en te lezen: jullie zijn zelf een brief van Christus, door ons opgesteld – lees 1 Korintiërs 3! -, niet met inkt geschreven maar met de Geest van de levende God, niet in stenen platen gegrift maar in het hart van mensen. Dat vertrouwen kunnen wij dankzij Christus (!) tegenover God uitspreken (en God er in de samenkomsten voor danken). Niet dat wij uit onszelf zo bekwaam zijn dat we dit als ons eigen werk (en als gevolg van ons beleid) kunnen beschouwen; onze bekwaamheid danken we aan God. Hij heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe verbond (!) te dienen: niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van Zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakte en maakt – ook jullie Korintiërs! – levend.’ (Uit 2 Korintiërs 3 uit de verzen 1-18 : 2-6)

Geciteerd 1: Van nature ben ik een pessimist. Mijn enthousiaste buitenkant kan nauwelijks verhullen dat de staat van kerk en wereld mij soms diep aangrijpt. Misschien komt het door de reformatorische christen in mij, die zich scherp bewust is van de zondige staat van de mens.

Geciteerd 2: Vorig jaar traden 300 mensen toe tot de PKN als tegelijkertijd belijdend lid én dooplid. Het gaat om tieners en volwassenen die niet eerder waren gedoopt en die nieuw tot geloof kwamen. Nieuwe leden zijn er namelijk wel meer. Duizenden kinderen worden jaarlijks gedoopt. Duizenden mensen sluiten zich aan vanuit andere kerken. Maar ‘volledig nieuwe’ gelovigen waren het er 300. De Protestantse Kerk telt circa 1,4 miljoen leden, verdeeld over bijna 2000 gemeenten. Dat betekent gemiddeld 0,16 nieuwe gelovige per gemeente per jaar. Met 1352 actieve predikanten komt dit neer op 0,22 nieuwe gelovige per predikant.

Geciteerd 3: We vertellen graag verhalen over hoopvolle signalen, generatie Z en het keren van de krimp. Zolang dit niet zichtbaar wordt in concreet missionair beleid, zijn het loze woorden. Het getal 300 laat mij niet los. Het hoort niet alleen mij wakker te houden, maar de hele kerk. Dit cijfer hoort op tafel te liggen in kerkenraden en classes, net zo lang tot de missionaire roeping van de kerk weer onontkoombaar centraal staat.

Opgemerkt 1: Wat van beleid van bovenaf en m.n. opgelegd missionair beleid al niet verwacht mag worden! Hoop doet (op)leven zeggen we dan.

Opgemerkt 2: Of klinkt er in de (reformatorische) huizen en van de reformatorische kansels een boodschap, die jong en oud de moed in de schoenen doet zinken en hen het water aan de lippen brengt – en hen het water op hun voorhoofd doet vergeten! – omdat ze te verstaan krijgen dat ze (vooralsnog) nog buiten de boot vallen en al watertrappend toch het schip van de kerk – met de kruisvlag hoog in top? – in het oog moeten blijven houden vanwege de kans dat dit – de reddingsboei toegeworpen krijgen – hen mogelijk toch een keertje overkomt?

Opgemerkt 3: Moet een getal ons wakker houden en moeten beleidsmakers ons (op)wekken (w.o. zelfs predikanten op conferenties en zo) of is dat wakkerhouden iets wat de Heilige Geest in Zijn gedoopte gemeente(n) wil werken door Woord en gebed. En dat heel gewoon – zonder opdracht of inbreng van beleidsmakers – dagelijks en wekelijks.

Bron citaat: ND Opinie – ‘De Protestantse Kerk heeft een gigantisch missionair probleem. ‘Het getal 300 laat mij niet los’’ – door Mark de Jager (protestants predikant in Heerde)

Er staat geschreven: “Ik bleef vertrouwen, daardoor kon ik spreken.” In datzelfde vertrouwen spreken ook wij, omdat we geloven en weten dat Hij Die de Here Jezus heeft opgewekt ook ons, net als Jezus, zal opwekken en ons samen met jullie (!) naar Zich toe zal voeren. Dit alles gebeurd omwille van jullie (!), zodat Gods goedheid, die zich door steeds meer mensen verbreidt (2), ook tot steeds meer dankzegging leidt, tot eer van God.‘ (Uit 2 Korintiërs 4 uit de verzen 7-18 : 13-15)
(2) Lees Titus 3.

Bron afbeelding: nl.pinterest-com/pin

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Nieuw is echt nieuw’… (I)

Daarom, iedere Schriftgeleerde, in het Koninkrijk der hemelen onderwezen, is gelijk aan een heer des huizes die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt.‘ (Uit Matteüs 13 vers 52)

Leven in de eenentwintigste eeuw van het Nieuwe Testament

Geciteerd 1a: Nieuwtestamenticus Donald Hagner schreef jaren geleden een prachtig boekje met (vertaald) de titel: Hoe niéuw is het Nieuwe Testament? Dat is een fascinerende vraag. Het Bijbelonderzoek van de laatste jaren benadrukt sterk de continuïteit tussen het Oude en Nieuwe Testament. Dat is grote winst. Ook de aandacht van het feit dat de Heere Jezus een Jood was (net als Paulus), en dat we Hem daarom vanuit de Joodse context moeten begrijpen, is toe te juichen. Dat is weleens anders geweest. De keerzijde is echter dat wie alleen de doorgaande lijn benadrukt, het punt mist dat Jezus’ komst naar de aarde de tijd voorgoed veranderd heeft. Je struikelt in het Nieuwe Testament over woorden als een nieuw gebod, de nieuwe mens, de nieuwe gehoorzaamheid, een nieuw verbond, de nieuwe schepping, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een nieuwe leer, de nieuwe wijn, een nieuw lied, het nieuwe Jeruzalem. We zouden zonder moeite een tijdje door kunnen gaan.

Hoe voorkomen we dat we een lap van een nieuw bovenkleed op een oud bovenkleed naaien? Het nieuwe past immers niet bij het oude (Lukas 5 : 35)? Wat de Heere Jezus meebrengt, is niet het oude met een kleine update, maar werkelijk nieuw – splinternieuw. Zijn we ons daarvan voldoende bewust? Naar mijn mening niet. Er schuilt een gevaar in het opsluiten van de Heere Jezus en Paulus in de Joodse context. Want waarom werd Hij door Zijn volksgenoten gekruisigd? En van wie had de apostel het meest te duchten? Om welke reden?

Geciteerd 1b: (…) In de context van hoofdstuk 13 van het Matteüsevangelie gaat het erom dat de Heere Jezus in precies zoveel gelijkenissen de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen uitlegt. Tussen haakjes: Matteüs gebruikt de uitdrukking ‘Koninkrijk der hemelen’ niet zozeer om de naam van God (voor zijn Joodse lezers) te vermijden. Dat is slechts ten dele waar. De klemtoon valt op het feit dat het Koninkrijk waar Jezus over spreekt bij de hémel hoort en op geen enkele manier door menselijke inspanning tot stand komt. Het komt bij God vandaan, uit de hemel. Vandaar dat er velen zijn die van de gelijkenissen niets begrijpen.

Geciteerd 1c: We kunnen niet simpelweg een isgelijkteken zetten tussen de Schriftgeleerde uit Mateüs 13 vers 52 en de dominee van vandaag. Toch zijn er ook frappante overeenkomsten tussen beiden. Behoort een predikant geen Schriftgeleerde te zijn, een dienaar van het Woord? En is verkondiging niet opdiepen van nieuwe en oude schatten, in die volgorde?

Geciteerd 1d: Kerkenraden gaan in vacaturetijd naarstig op zoek naar de alleskunner. Er ‘moet’ ook zoveel. Echter: een voorganger (dominee/predikant) is ook maar een mens. Niet ook, maar dat ís een mens. Als ik de Bijbel goed begrijp, is het zelfs zo dat God bij voorkeur gebruik of zelfs uitsluitend gebruik maakt van het zwakkere(re). Om de sterke(ren) te beschamen, om ons allemaal te leren dat het Gods werk is (1 Korintiërs 1 : 19-21, 26-31, 2 Korintiërs 13 : 9). Precies, dat het het Koninkrijk van Gód is. Dienaren van het nieuwe verbond (2 Korintiërs 3 : 6) zijn geen krachtpatsers. Juist niet. Zouden kerkenraden een in onze ogen zwakke(re) broeder (dienaar van het Woord… AJ) durven beroepen? Zodat wie roemt, dat alleen in de Heere doet? Dat is een serieuze vraag die ons geestelijk gehalte toetst.

Geciteerd slot: Uiteindelijk is niet de evangelist Matteüs, maar de Heere Jezus Zelf de ware Schriftgeleerde. Dat wist de vroege kerk al. Christus brengt uit Vaders voorraad nieuwe en oude schatten tevoorschijn én deelt er ook van uit. Ik wees al op het onbekommerde: de schatten worden uitgeworpen. (1) Volgens nieuwtestamenticus Adolf Schlatter is het zelfs zo dat het nieuwe zich steeds opnieuw – en díéper – in Christus voor het geloofsoog ontvouwt. We vallen zogezegd van de ene in de andere verrassing. Tot de dag aanbreekt waarop de nieuwe hemel en de nieuwe aarde definitief gestalte krijgen. Vanwege Hem Die zegt: Zie Ik maak alle dingen nieuw.” (Openbaring 21 : 5)
(1) Vertrouwen! Zie ook Jezus’ woorden in Matteüs 6 : 33)

(Wordt vervolgd)

Bron citaat: De Waarheidsvriend (15 januari 2026) – ‘Leven in de eenentwintigste eeuw van het Nieuwe Testament – Nieuw is echt nieuw’ – door ds. C.H. Hogendoorn (Zwolle, redactielid)

Zorg ervoor dat jullie Timoteüs niet afschrikken wanneer hij bij jullie komt, want hij werkt net als ik ten dienste van de Heer. Dus niemand mag op hem neerzien.’ (Uit 1 Korintiërs 16 de verzen 10-11 – zie hierbij ook 1 Korintiërs 4 : 6-7 en 1 Timoteüs 4 : 1-13)

Bron afbeelding: Susan Barnes

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over een evangelisatietentje van arts Bunyan voor de ingang van het Hospitaal…

Jullie moeten geen moeite doen voor voedsel dat vergaat – dus door ijverig te bidden om/voor je dagelijkse boterham – , maar tot Mij komen en vragen om het voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft; de Mensenzoon zal het jullie geven, want de Vader, God Zelf, heeft Hém die volmacht gegeven. Ze vroegen Hém (niet Bunyan, etc., etc.): “Wát moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?” “Dit moeten jullie voor God doen: Geloven* in Hém Die Hij gezonden heeft”, antwoordde Jezus.’ (Uit Johannes 6 de verzen 27-29)
* Luisteren naar en je vertrouwen geven aan wat Hij (!) ons zegt in de naam van de Vader.

Geciteerd 1: ”Komen tot Christus”, was het thema van de jaarlijkse winterconferentie, georganiseerd door de werkgroep voor studenten van de GG. De avond werd gehouden in het Hoornbeeck College in Gouda. Dit jaar bezoeken ruim honderdtwintig studenten de avond, die gevuld is met een maaltijd, veel gesprekken, discussie over stellingen en een lezing.
Vanavond is er ook een boekentafel van de John Bunyanstichting en wordt de nieuwe website van de werkgroep gelanceerd. Uit de vragen die binnenkomen na de lezing blijkt dat het onderwerp leeft, door vragen als „Hoe kan ik tot Christus gaan?”, „Hoe gaat dat praktisch?” en „Mag je pleiten op alle beloften?”.
(…) Ds. Visser vertelt dat John Bunyan het komen tot Jezus Christus „een van de grootste wonderwerken van God” noemt.

Opgemerkt 1: Let wel, het gaat hier om gedoopte studenten die van jongs af aan opgevoed zijn bij Gods Woord en bij het dagelijks gebed en de wekelijkse gebeden om het voedsel dat niet vergaat. Ze hebben uit de mond van onze Heer Zelf kunnen horen dat Hij geloofd wil/moet worden op de woorden die Hij gesproken heeft en die Hij ons in de Naam van de Vader liet en laat verkondigen door Zijn apostelen. En nu gaan deze studenten voor zulke basale vragen te rade bij ene ds. R.A.M. Visser (uit Apeldoorn) en die ontleend zijn wijsheid dan vooral aan wat John Bunyan ons te vertellen had/heeft?

Geciteerd 2: Ds. Visser tekent de verandering. „Diegenen die komen, worden ernstig, gaan bidden en Bijbellezen, breken met de zonde en verlaten de godsdienst van de lege buitenkant. Veranderingen zijn soms levensgroot.” Hij waarschuwt: „Let erop: niet iedere verandering is vernieuwing. Het gaat erom dat Christus de hoogste plaats in het leven inneemt. Daarom is het belangrijk dat de Heilige Geest doorwerkt. Zo leer je om alles te verliezen en als een arme, uitgewerkte zondaar uit te gaan tot Hem en het leven te vinden bij de Heere Jezus.”

Opgemerkt 2: Wordt op deze manier niet het gaan tot onze Geneesheer, Die ons in het Hospitaal dat Hij voor ons heeft ingericht en ons daar – al van geboorte af aan – dagelijks heeft ontvangen en ons daar alles schonk en schenkt wat wij nodig hebben, nu bij de ingang al geblokkeerd door het evangelisatietentje van (o.a.) John Bunyan en nodigt ds. Visser, die voor dat tentje staat, deze studenten uit om nu eerst eens bij arts John Bunyan binnen te gaan om daar met hulp van hem eerst eens te gaan doen aan een grondige zelfanalyse? En wanneer daarbij dan blijkt dat je overtuigd genoeg bent van het lijden aan de kwaal waar alle mensen mee behept zijn en je genoeg kunt laten blijken dat je grondig beseft en kunt beschrijven wat die kwaal aan misvorming in jouw leven heeft teweeg gebracht, dat je dan (pas) mag doorlopen (of beter: weer teruglopen) naar het Hospitaal om daar al de middelen uitgereikt te krijgen die nodig zijn om de kwaal effectief te bestrijden? Maar zolang dat niet genoegzaam blijkt, dan wordt je gevraagd om daar bij dat Hospitaal en de grote Geneesheer nog weg te blijven en om in plaats daarvan met enige regelmaat – mee op aanraden van ds. Visser – opnieuw het tentje van John Bunyan te bezoeken om daar met hulp van hem de zelfanalyse nog weer eens opnieuw uit te voeren, totdat aan de daaraan gestelde eisen wordt voldaan…

Geciteerd 3 (vervolg citaat 2): „De beloftewoorden van God doen dan (dan pas?) kracht, geven hoop en verwachting, overwinnen bezwaren, verbreken weerstand en richten je van jezelf af naar boven. Het zijn woorden die naar binnen gaan en ingedragen worden in je ziel”, vervolgt ds. Visser. „Dan wordt er zoveel trekking gevoeld, dat ik ren, loop, struikel of kruip naar Christus om – dan eindelijk? – te ervaren dat het waar is: „Die zal Ik geenszins uitwerpen”. In Christus vind je alles wat je nodig hebt tot de zaligheid en wordt dat toegeëigend.”
Ds. Visser raadt de jongeren aan om biddend met dit thema werkzaam zijn, ook als er zoveel – door John Bunyan en ds. Visser opgeworpen? – bezwaren zijn. „Zeg het maar tegen de Heere, want de Heere Jezus zegt: Ik zal u geenszins uitwerpen.”

Opgemerkt 3: Zullen we niet beter met (alleen) Gods Woord in de hand tegen deze jongeren zeggen: Loop nu maar gauw weer door naar onze grote Geneesheer in Zijn Hospitaal, en gebruik daar trouw en in goed vertrouwen – dus in geloof – álle middelen die Hij ons aangereikt heeft en mij en ook jou aanreikt. En dat betekent dat je ‘heel gewoon’ trouw bent en trouw blijft doorgaan met het lezen van de Bijbel en met bidden en in het bezoeken van de samenkomsten van Christus’ gemeente en dat je niet nalaat om daar ook alle (!) door Hém aangereikte (bevolen!) middelen te gebruiken…

Daarop zei Jezus: “Waarachtig Ik verzeker jullie: als je het lichaam van de Mensenzoon niet eet en Zijn bloed niet drinkt, heb je geen leven in je. Wie Mijn lichaam eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem of haar zal Ik op de laatste dag uit de dood opwekken. Mijn lichaam is het ware voedsel en Mijn bloed is de ware drank. Wie Mijn lichaam eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik blijf in Hem. De levende Vader heeft Mij gezonden, en Ik leef door de Vader; zo zal wie Mij eet leven door Mij.“‘ (Uit Johannes 6 de verzen 53-57)

Opgemerkt slot: Tegen de gedoopte gemeente van Laodicea zegt onze Heer – die Zijn Hospitaal om hen verlaten heeft en aanklopt bij mensen rondom het evangelisatietentje van John Bunyan en er staan nog veel meer van die tentjes op de ‘Voorhof der Heidenen’** bij Zijn Hospitaal – en zegt: Kom en koop bij mij medicijnen ‘om niet’ (gratis dus) en ook: Ik sta voor de deur en Ik klop aan. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten, Ik met hem of haar en hij/zij met Mij. (Uit Openbaring 3 uit de verzen 14-22 : 18 en 20).
** De Tempel in Jeruzalem had een buitenste gedeelte, de ‘Voorhof der Heidenen’, waar zowel Joden als niet-Joden (heidenen) mochten komen om te bidden, te rusten en te luisteren, hoewel heidenen niet verder de heiligere delen van de Tempel in mochten; dit gebied was een grote open ruimte met zuilengangen waar ook geldwisselaars en handelaren waren en diende als een publieke plek voor iedereen, ondanks de duidelijke scheiding met een muur (de balustrade) die de weg naar de binnenste gedeelten afsloot, met een doodstraf voor wie deze overschreed.

Zie ook deze blog: ‘Geen vrijbrief voor de zonde, wel voor de zondaar…

Bron citaat: RD kerk & religie – ‘Ds. R.A.M. Visser tegen studenten Gereformeerde Gemeenten: Is er levend geloof in Christus in je jonge leven?’ – door Nico van den Berg

Want Hij is onze vrede, Hij die met Zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken en de Wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld om uit die twee Zichzelf één nieuwe Mens te scheppen. Zo bracht Hij vrede en verzoende Hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in Zijn lichaam (binnen Zijn gemeente) de vijandschap te doden. Vrede kwam Hij verkondigen aan jullie die ver weg waren en vrede aan hen die dichtbij waren: dankzij Hém hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.’ (Uit Efeziërs 2 uit de verzen 1-22 : 14-18)

Bron afbeelding: Facebook (Verse of the Day)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geen vrijbrief voor de zonde, wel voor de zondaar…

Wij weten dat dat de Wet in alles wat zij zegt alleen (nog*) tot degenen spreekt die nog aan de Wet onderworpen zijn. Maar uiteindelijk wordt ieder mens het zwijgen opgelegd en staat de hele wereld schuldig voor God. Daarom is geen sterveling onschuldig (en rechtvaardig voor God) omdat hij of zij de Wet (zo voorbeeldig) naleeft, want juist de Wet leert ons (onze) zonde(n) kennen.’ (Uit Romeinen 3 de verzen 19-20)
* Zie o.a. Galaten 5 : 1-5.

Geciteerd 1: De eerste ‘verbetering’ die Kohlbrugge aanbrengt in het Avondmaalsformulier betreft een aanvulling op het onderwijzende gedeelte ervan. Deze toevoeging volgt direct na de passage waarin wordt benadrukt dat wij niet tot het avondmaal komen “om daarmee te tonen dat wij in onszelf volkomen en rechtvaardig zijn. Integendeel, aangezien wij (gelovigen) ons leven – altijd weer! (AJ) – buiten onszelf in Jezus Christus zoeken (en belijden/weten!), belijden wij daarmee dat wij midden in de dood liggen.” In deze zinnen worden twee werelden tegenover elkaar gesteld: die van de (gelovige) Farizeeër en die van de (gelovige) tollenaar. Waar “in onszelf’ verwijst naar zelfgenoegzaamheid en eigen gerechtigheid staat “buiten onszelf” voor het zoeken van leven en gerechtigheid in Christus alleen. Op dit punt onderbreekt Kohlbrugge de lezing van het formulier en voegt hij er een pastorale en troostvolle aansporing toe, speciaal gericht aan de tollenaar, de zondaar die zich onwaardig acht: “Laten we dus goed verstaan en er aan vasthouden dat dit sacrament een artsenij is voor zieken en bekommerden, en dat de waardigheid die God van ons vordert, alleen daarin bestaat dat wij ons ongeveinsd zo erkennen zoals wij zijn, over onze zonde(n) smart en droefheid ondervinden en al onze vreugde en lust (en zaligheid) in Christus hebben.”
Met deze woorden richt Kohlbrugge zich tot de aangevochten zondaar, die worstelt met zijn of haar onwaardigheid en juist daardoor dreigt te wankelen (en af te blijven van het Avondmaal).

Geciteerd 2: Een opvallend nieuw element dat Kohlbrugge in het avondmaalsformulier opneemt, betreft de uitnodiging, die hij invoegt na de opwekking tot deelname. (…) In Spreuken 9 wordt gesproken over een feestmaal dat is aangericht door de opperste Wijsheid. Haar dienstmeisjes worden eropuit gestuurd om mensen uit te nodigen. Kohlbrugge ziet hierin een diep geestelijk beeld, dat hij doortrekt naar het heilig avondmaal. Voor hem is vers 4 daarbij de kern: “Wie is er onverstandig? Laat hij/zij hierheen afwijken.”
Aan tafel worden dus juist de onverstandigen genodigd. In de Duitse vertaling gebruikt Kohlbrugge het woord Albern, wat iets betekent als eenvoudig, dwaas of onbeduidend.

In een preek legt Kohlbrugge uit: “De nodiging geschiedt tot allen die slecht zijn, dat betekent: eenvoudig, argeloos.” Het zijn mensen die “vanwege hun zonden en vervloeking niet weten waar zij het anders zoeken moeten”. Ook deze toevoeging in het formulier weerspiegelt het hart van Kohlbrugge’s theologie [=verstaan van Gods Woord]. De nodiging tot degene voor wie niets duidelijk is dan de eigen onheiligheid. Hij komt (en durft) aan tafel als een onheilige heilige, omdat het (uitnodigende) Woord van God, Christus Jezus, het enige is wat voor hem of haar geldt.

Geciteerd slot: Kohlbrugge sluit het formulier af met de lofprijzing; het daaropvolgende slotgebed laat hij achterwege. Waarom hij daarvoor kiest is niet met zekerheid te zeggen. De term ‘verbeteringen’ suggereert dat het oorspronkelijke avondmaalsformulier tekort schiet, maar dat was wat Kohlbrugge betrof zeker niet het geval. Zijn aanpassingen vormen een verdieping en aanscherping vanuit zijn verstaan van Gods Woord. Ze weerspiegelen zijn nadruk op de radicale genade, de geestelijke armoede van de zondaar en de volkomenheid van de eenheid met Christus in het Avondmaal.

Zie ook deze blog: ‘Over een evangelisatietentje van arts Bunyan…

Bron citaat: De Waarheidsvriend, 15 januari 2026 – ‘Kohlbrugge ‘verbetert’ het avondmaalsformulier’ – door H. Boele (kerkhistorisch publicist)

Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf. Zolang we leven, leven we voor de Heer, en wanneer we sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer. Want Christus is gestorven en weer tot leven gekomen om te heersen over de doden en de levenden. Wie bent u dat u een oordeel velt over een broeder of zuster? Wie bent u dat u neerziet op een broeder of zuster? Wij zullen allen voor Gods rechterstoel komen te staan, want er staat geschreven: “Zo waar Ik leef – zegt de HEER -, voor Mij zal alle knie zich buigen, en elke tong zal God loven.” Ieder van ons zal zich dus tegenover God moeten verantwoorden.’ (Uit Romeinen 14 de verzen 7-12)

Bron afbeelding: Bible Portal

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Naar mijn mening kan een kind zichzelf nog niet toetsen’…

Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het Koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ (Uit Markus 10 vers 15)

Geciteerd: Als we zoeken naar antwoord op de vraag of het wel of niet Bijbels is om kinderen en jongeren het avondmaal mee te laten vieren, wil ik er eerst op wijzen dat deze vraag in de Bijbel zelf niet wordt gesteld en de Bijbel geen ‘antwoordenboek’ is. Wel is het zo dat in de geschiedenis van Gods kerk met name twee gedeelten uit de Bijbel ons richting wijzen.
De eerste passage is 1 Korintiërs 11:17-31. Paulus legt in zijn brief de vinger bij wantoestanden in de gemeente van Korinthe. Men kwam er samen voor een maaltijd en op enig moment werd tijdens de maaltijd de dood en opstanding van Jezus met brood en wijn gevierd. De maaltijd bestond uit een buffet dat was samengesteld van wat de gemeenteleden zelf meenamen. Om te voorkomen dat de arme gemeenteleden het lekkers van de rijken op zouden eten, spraken de rijke gemeenteleden af vroeger aanwezig te zijn.
Paulus is woest over deze egoïstische houding: Als je zo lichtzinnig met het avondmaal omgaat heb je geen benul van de diepe betekenis van het
avondmaal. (1) Op die manier kun je zelfs Gods oordeel over je afroepen. Of sterker God kan zelfs de hele gemeente met zijn toorn treffen. Vanwege de misstanden aan het avondmaal zijn er bij jullie veel zieken en overlijden er veel gemeenteleden. Daarom moet iedereen zichzelf eerst toetsen alvorens hij of zij van het brood eet of uit de beker drinkt. Met andere woorden, één rotte plek kan de hele appel aantasten. (2)
Naar mijn mening kan een kind zichzelf nog niet toetsen. (3) Heeft het nog te weinig onderscheidingsvermogen om de heiligheid van het avondmaal te beseffen. De Hebreeënschrijver vertelt dat kinderen geen verstandige dingen kunnen zeggen over gerechtigheid (Hebr.5:13). (4) Daar komt het bij het avondmaal nu juist wel op aan! Het avondmaal is een teken van Gods verbond. In het Oude Testament was de besnijdenis het teken van het verbond. Maar daar mocht het niet bij blijven. Iedereen die besneden was moest tot een persoonlijk antwoord komen. (5) Ook het hart moest worden besneden (Deut.10:16).
In het Nieuwe Testament zijn de doop en het avondmaal de tekenen van Gods verbond. Evenals de besnijdenis vraagt ook de kinderdoop om een persoonlijk antwoord. Het avondmaal is voor hen die tot persoonlijk geloof zijn gekomen. (6) Jezus had honderden volgelingen, maar stelde het avondmaal in terwijl Hij met zijn twaalf speciale leerlingen aan tafel lag. Deze twaalf leefden in een bijzondere verbondenheid met hun Heer. Jezus bidt in het hogepriesterlijk gebed: ‘Zij hebben mijn woorden aanvaard en weten echt dat Ik van U gekomen ben, en ze geloven dat U Mij hebt gezonden’ (Joh.17: 8]. (7)
Zover zijn lang nog niet alle kinderen en jongeren. (8) Een ander belangrijk Schriftgedeelte is Exodus 12. Daar lezen we hoe het Pascha, als herinnering aan de bevrijding uit de slavernij in Egypte, werd ingesteld. Dit moest voortaan elk jaar in gezinsverband worden gevierd. Vanuit dit gezichtspunt zou je kunnen denken dat dus ook de kinderen het avondmaal mee moeten vieren. Voor mij is het echter de vraag of er dan niet voorbijgegaan wordt aan de veranderde betekenis die Jezus aan het Pascha heeft gegeven. Die betekenis is voor volwassenen al moeilijk te vatten, laat staan voor kinderen. (9)

[Ds. K. de Groot – reactie geschreven n.a.v. stelling in brochure ‘Samen aan tafel? Kind jongere en avondmaal’ van Kerkpunt (NGK)]

(1) ‘Ze hadden geen benul van de diepe betekenis van het Avondmaal’?
Of deden ze op hun manier van de maaltijd van de Heer vieren m.n. geen recht aan hun broeders en zusters en daarmee ook geen recht aan wat samen het Avondmaal vieren betekent? Juist bij het Avondmaal staan we allemaal op gelijk niveau en zijn er geen standsverschillen, niet in materiële en niet in geestelijke zin. Dát moet daar juist ook uit alles blijken. De Heer gaf Zijn leven voor ons, niemand uitgezonderd en wij verkondigen daar met elkaar en ieder persoonlijk de dood van de Heer totdat Hij komt. Dat gebeuren is trouwens geen intellectueel hoogstandje waar kinderen nog niet genoeg verstand voor en genoeg kennis van hebben om de betekenis ervan te kunnen begrijpen. Dat wij door brood en wijn deel hebben aan het (gebroken) lichaam en het vergoten bloed van Christus tot vergeving van onze zonden, dat is een zaak van eenvoudig geloof, niet een zaak van het begripvolle verstand.

(2) ‘Ieder moet zichzelf toetsen want één rotte plek kan de hele appel aantasten.’
Volgens mij zou er moeten staan: Eén rotte appel (iemand die zichzelf niet getoetst heeft) kan de hele mand (gemeente) aantasten. Maar het is m.i. niet toevallig dat het hier anders wordt gezegd. Maar dit kan zo toch echt niet gebruikt worden tegen de deelname van kinderen aan het Avondmaal. Wanneer er in een gemeente op eerbiedige en gepaste wijze het Avondmaal wordt gevierd en daarbij de Avondmaalswoorden worden gesproken, dan kunnen kinderen heel goed begrijpen dat het Lichaam van de Here Jezus gebroken werd en dat Zijn bloed vergoten werd ook voor hun zonden en dat het Zijn verlangen is dat ze door het eten van het brood en het drinken van de wijn kracht zullen ontvangen van de Heilige Geest om te groeien in het geloof en in de verwachting van Zijn wederkomst.
NB. Hoe zouden wij die ene rotte appel – iemand die zichzelf niet toetst op ?? – uit de mand moeten vissen?
Maar we moeten bij deze misstand van de viering van het Avondmaal toch vooral denken aan een gezamenlijke schuld. En ieder moest voor zichzelf nagaan, vier ik het Avondmaal zoals het bedoeld is en dus op zo’n manier dat niemand zich aan deze gezamenlijke tafel en deze gezamenlijke maaltijd die de Heer heeft ingesteld voor Zijn gemeente zich minder bedeeld zal voelen, maar gezien en behandeld als een volwaardig lidmaat van het Lichaam van Christus – en dat ongeacht dus zijn of haar plaats in dat Lichaam – Lees 1 Korintiërs 12 : 12-26.

(3) Die toetsing houdt volgens 1 Korintiërs 11 in dat degenen die gaan deelnemen aan de maaltijd beseffen – ieder voor zich, maar ook gezamenlijk! – dat heel die maaltijd staat in het teken van het verbroken lichaam en vergoten bloed van onze Heer en dat wij door deelname de dood van de Heer gelovig gedenken, beamen, belijden en verkondigen – Hij stierf ook voor mijn zonden – en dat we dat altijd weer zullen doen in de verwachting van Zijn wederkomst. Het is dus nogal eenvoudig en ook kinderen kunnen het begrijpen en ook als ze het nog niet helemaal begrijpen eerbiedig daarbij aanwezig zijn en eraan deelnemen. Het is daarbij dus ook een heel nivellerende maaltijd, er mogen geen materiële en/of geestelijke standsverschillen blijken en dat gebeurde in Korinte dus wel bij de maaltijden die zij organiseerden.

(4) Moeten kinderen bij deelname aan het Avondmaal verstandige dingen kunnen zeggen over Gods gerechtigheid? Ook de gedoopte zuigelingen van 1 Korintiërs 3 vers 1-2 zullen daar nog niet aan toe zijn geweest en toch mochten zij al als volwaardige lidmaten deelnemen aan de maaltijden van de Heer.

(5) ‘Iedereen die besneden was moest – eerst nog? – tot een persoonlijk antwoord komen.’
Toch deden al de Israëlieten – oud én jong – mee aan al de feesten, werden ze niet geweerd uit de tempel, etc. Dus niet te gebruiken als argument tegen kinderen aan het Avondmaal laten deelnemen.

(6) ‘Evenals de besnijdenis vraagt ook de kinderdoop om een persoonlijk antwoord. Het avondmaal is voor hen die tot persoonlijk geloof zijn gekomen.’
Wij hebben het geloof van onze kinderen altijd serieus genomen en als het werk van de Heilige Geest gezien en niet als geloof dat gewerkt was door ons als ouders. Waar dát geloof en dát belijden van de ouders ontbreekt, dáár is er iets mis en dán is er iets mis en dán gaat er iets mis in de gezinnen én in de gemeente! Het is een gebrek aan vertrouwen op het werk dat God vast en zeker wil doen in de harten van onze kinderen door het werk van de Heilige Geest waarom toch altijd weer gebeden wordt in onze gezinnen – zie Lukas 11 : 1-13.

(7) ‘Deze twaalf leefden in een bijzondere verbondenheid met hun Heer’.
Nee, dat kunnen en zullen we ook niet gebruiken tegen kinderen laten deelnemen aan het Avondmaal. We doen dan o.a. de vrouwen die Jezus volgden vreselijk tekort. En later werden de Emmaüsgangers de ogen geopend bij het breken van het brood…
Wat zaten er aan die Avondmaalstafel trouwens een stelletje vanuit zichzelf zwakke gelovigen. De satan zou hen gaan schiften en Petrus zou zijn Heer nog verloochenen. Het is dat onze Heer voor hen gebeden had… Moest en moet Hij dat niet ook altijd weer doen? Petrus raakte in Antiochië nog weer onder de indruk van de Joodse Wet-strebers (hij ging apart met hen aan tafel) en moest gecorrigeerd worden (Galaten 2 : 11-14). Dus laten we het Avondmaal toch niet vieren door gearriveerde mensen of met een ‘gearriveerdheid’ naar anderen die geen enkele gelovige past!

(8) ‘Zover zijn lang nog niet alle kinderen en jongeren.’
Hoever moeten wij dan komen volgens deze predikant en hoe zullen we bij onszelf of bij een ander toetsen hoever wij/zij ermee zijn? Jammer dat hij het kinderlijk geloof en het eerbiedig meedoen aan de maaltijd niet als voldoende beschouwd. Het is zelfs uitermate ‘onBijbels’ gedacht – dus ook tegen het onderwijs van onze Heer en apostelen in.

(9) ‘Die betekenis is voor volwassenen al moeilijk te vatten, laat staan voor kinderen.’
Of zullen we hierbij denken aan Jezus woorden ‘Voor wijzen en verstandigen verborgen, maar aan kinderkens geopenbaard’, want hoeveel verstand moeten we hebben om de zegen van het deelnemen aan de viering van het Avondmaal te ontvangen? Die zegen is toch helemaal een werk van de Heilige Geest.

Aanvullend nog: De woorden ‘woest’ en het verwijt van ‘geen benul’ zijn toch niet passend bij het onderwijs dat Paulus de gemeente – op hun eigen verzoek – nog weer geeft in 1 Korintiërs 11 : 17-34. Wanneer was onze Heer een keer zeer ontstemd? Dat was die keer dat de discipelen moeders wilden verhinderen om hun kinderen bij Jezus te brengen… (zie Marcus 10 : 13-16)

Opgemerkt slot: Helaas moet ik van de bijdrage van deze predikant zeggen dat ze niet geschreven is in de geest van de predikanten die na de breuk in de vrijgemaakte kerk meenden dat toekomstige student-predikanten van de NGK beter in een eigen opleiding (het latere NGK-seminarie) konden worden opgeleid. Dat had de voorkeur boven het opgeleid worden aan de TUA, en een belangrijke reden daarbij was het verschil in denken over de toe-eigening van het heil.

Maar jullie behandelen arme mensen met minachting. Zijn het dan niet de rijken die jullie onderdrukken en jullie voor de rechterslepen? Zijn zij het niet die de voortreffelijke Naam die over jullie is uitgesproken, door het slijk halen? Wanneer jullie echter het koninklijke gebod volbrengen dat de Schrift geeft: “Heb je naaste lief als jezelf”, dan handelen jullie juist.’ (Uit Jakobus 2 uit de verzen 6-13 de verzen 6-8)

Bron afbeelding: in.pinterest-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ‘sterfbedhelderheid’…

Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem de levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.’* (Uit Genesis 2 vers 7)
* ‘levende ziel’ (STV).

Geciteerd 1: De immateriële geest of ziel onderscheidt mensen van dieren en machines. Wat onstoffelijk is, is per definitie onsterfelijk, betoogt Egnor. Wat niet fysiek of lichamelijk is, kan niet uiteenvallen of eindigen; dat blijft altijd bestaan.
Dat geldt ook voor de ziel en de zielsvermogens: „Als de hersenen sterven, gaan alle fysieke poorten open: de ziel komt los uit de beperkingen van het brein. Daarom kunnen stervende mensen zich hun hele verleden ineens, met intense helderheid, tot in de details en met een helder begrip herinneren.” Wetenschappers noemen dit verschijnsel ”terminal lucidity” – sterfbedhelderheid.

Opgemerkt 1: Geeft de mogelijkheid van het misschien moeten ondergaan en ervaren van ‘sterfbedhelderheid’ ons niet juist ook reden om de woorden van onze Heer over het tijdig recht doen aan en verzoening zoeken met je naaste(n), met je broeders en zusters, serieus te nemen, want je weet niet of je op je sterfbed daar dan nog gelegenheid en kracht toe gegeven wordt.
Zie hierbij (o.a.) de woorden van onze Heer in Matteüs 5 : 23-26.

Geciteerd 2: De beste verklaring voor het bestaan van de menselijke geest is dat deze afkomstig is van een goddelijke Geest, betoogt Egnor: „Bewuste wezens komen alleen voort uit bewuste wezens. Onze kinderen hebben een onsterfelijke geestelijke ziel, net als wij. En door Gods genade zijn zij geschapen via ons. Moeder en vader voorzien in de biologische noodzakelijkheden, maar God schept direct een ziel, omdat alleen een Geest een geest kan voortbrengen.”

Opgemerkt 2a: De Prediker beseft dat zowel dieren als mensen (en planten?) de adem (de ‘levensgeest’) van God ontvangen om te kunnen leven, alleen aan de mens is beloofd na z’n dood deze levensgeest van God weer terug te ontvangen, namelijk bij de opstanding van de doden en dat dan in een lichaam dat onsterfelijkheid heeft aangedaan. De niet gestorven gelovigen zullen dat nieuwe onsterfelijke lichaam in een ondeelbaar ogenblik ontvangen. Zie hierbij m.n. 1 Korintiërs 15 : 35-57.

Opgemerkt 2b: Schept of schenkt God de levensadem (de ‘levensgeest’) aan mensen en dieren (en planten)?

Bron citaten: RD Gezondheid | Wetenschap – ‘Neurochirurg noemt ziel op wetenschappelijke gronden „geestelijk” en een „schepsel van God”’ – door Bart van den Dikkenberg.

Wanneer de bazuin weerklinkt zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen wij (nog) levenden ook veranderen. Want het vergankelijk lichaam moet worden bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke lichaam met het onsterfelijke. En wanneer dit vergankelijk lichaam is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: “De dood is opgeslokt en overwonnen. Dood waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?” De angel van de dood is de zonde, en de zonde ontleent haar macht aan de wet*. Maar laten we God danken die ons door Jezus Christus de overwinning geeft.’ (Uit 1 Korintiërs 15 uit de verzen 50-57 : 52b-57)
* Zie 2 Korintiërs 4 : 6 en 9.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over hoe we onze ‘spirituele verbeelding’ fundament en vorm zullen geven…

Maar jij, blijf bij alles wat je geleerd hebt en met overtuiging hebt aangenomen. Je weet wie je leraren waren en bent van jongs af aan* vertrouwd gemaakt en geraakt met de heilige geschriften die je wijsheid kunnen geven, zodat je wordt gered door het geloof in Christus Jezus.‘ (Uit 2 Timoteüs 3 uit de verzen 10-17 : 14-15)
* Zie 2 Timoteüs 1 : 5 en Hebreeën 13 : 7-8.

Geciteerd: De denkwereld van Goethe maakte ruimte voor vrijheid, autonomie en kritisch denken. Maar het droeg ook bij aan een wereld die vooral functioneert en meet, en waarin weinig woorden overblijven voor zin, mysterie en troost. Juist die leegte ervaren veel mensen en vooral jongeren vandaag als pijnlijk.

> Perspectief is geen innerlijke spier die je kunt trainen zonder anderen. Het zou aangereikt moeten worden, ervaren en bevestigd in concrete relaties, in betrouwbaar beleid, in volwassenen die blijven.

Wie jongeren verwijt dat zij geen perspectief zien, miskent dat perspectief eerst zichtbaar moet worden gemaakt.

Precies op dat snijvlak krijgt ‘spirituele verbeelding’ betekenis. Niet als vlucht uit de werkelijkheid, maar als leefruimte waarin hoop en fantasie elkaar ontmoeten. In verhalen, beelden, muziek en stilte wordt zichtbaar dat mensen meer zijn dan wat meetbaar of maakbaar is.

Opgemerkt 1: Goed dat de schrijver verhalen als eerste noemt, want Gods Woord is het verhalenboek van onze Goede Vader en Herder in de hemel, en geen boek waaruit door knappe mensen/theologen een leer over Hem moet worden gedestilleerd en die dan dient te worden vastgelegd in al of niet lijvige geschriften of boekwerken. Het Evangelie is in haar centrale Boodschap en praktijk eenvoudig genoeg om door eenvoudige mensen en kinderen te kunnen worden begrepen en in praktijk gebracht onder dagelijks gebed om bijstand van de Heilige Geest.

Opgemerkt 2: Wie een beeld wil krijgen van hoe Rome (lees de RK-kerk) zich heeft ingespannen – en astronomische sommen aan kerkgeld daaraan besteed – om juist in beelden en niet door het onderwijs en de verkondiging van ‘de verhalen’ van het Woord – mensen perspectief te bieden, die moet onderstaande YouTube video over leven en werk van Gian Lorenzo Bernini (1) bekijken. Deze beeldhouwer was in dienst van zes opeenvolgende pausen (alleen Michelangelo viel eerder die eer ook te beurt). Paus Urban VIII zei tegen deze beeldhouwer: “Jij bent gemaakt voor Rome, en Rome is gemaakt voor jou.”

(1) Gian Lorenzo Bernini (Napels, 7 december 1598 – Rome, 28 november 1680): beeldhouwer van het goddelijke onderzoekt het buitengewone leven en de erfenis van een van de grootste kunstenaars van het barokke tijdperk. Van zijn vroege begin als kinderwonder onder leiding van zijn vader, Pietro Bernini, tot zijn opkomst als de meester-beeldhouwer en hoofdarchitect van de 17e-eeuwse Rome, deze documentaire onthult de man die marmer emotie en beweging gaf.
Ontdek de meest iconische werken van Bernini, waaronder Apollo en Daphne, de extase van Saint Teresa en het monumentale St. Peter’s Square in Vaticaanstad. Leer hoe zijn dynamische stijl, theatrale composities en diep katholiek geloof het spirituele en artistieke landschap van Europa hebben hervormd (2).

(2) Hervormd…

Leestips: Deuteronomium 5 : 1-30 en 2 Timoteüs 3 : 10 t/m 4 : 8.

Zie ook deze blog: ‘Bereidheid om te handelen zonder hoop op succes…’

Bron citaat: ND Opinie – ‘‘Het komt goed’, is wel het meest hopeloze zinnetje dat er is. Hoop heeft een bedding nodig’ – door Jos van Remundt – filosoof en auteur van het boek Spirituele verbeelding (Uitg. Eburon).

Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn. U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat. U moet ze als een teken op uw hand binden en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn.’ (Uit Deuteronomium 6 de verzen 6-8)

Link naar de video: https://youtu.be/VrTJhPVx8mo

Bron afbeelding: Wikipedia (zelfportret van 25 jarige Gian Lorenzo Bernini)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie