De heilzame (nederige!) weg van bediening en gebruik van de middelen…

‘Maar ik zei: Heere, wat moet ik doen? De Heere nu sprak tot mij: “Sta op en ga Damascus in; daar zal jou alles gezegd worden wat je doen moet.”‘ (Uit Handelingen 22 uit de verzen 6-16 : 10)

Geciteerd: Onze Heere God wil voor niemand iets bijzonders instellen, maar Hij geeft Zijn doop en Evangelie (bediening van Woord en Avondmaal) aan de hele wereld, zonder uitzondering, zowel aan de één als aan de ander. Daaruit moet je leren hoe je zalig moet worden. Je hoeft er dus niet op te wachten dat God voor jou iets nieuws zal scheppen of een engel uit de hemel naar je zal sturen. Want Hij wil dat we ons op weg begeven om het Evangelie te horen van hen die het prediken (1). Daar moet en zal je Hem vinden en verder nergens. Je hebt dwepers die het predikambt nalaten en ondertussen ergens in een stil hoekje zitten en daar wachten op een bijzondere openbaring van de Heilige Geest, maar ze krijgen wat ze willen en vinden in plaats van het lieflijke duifje, een zwarte raaf, de duivel zelf!
Want waarom zou je de Heere God willen dwingen dat Hij (eerst) aan jou iets bijzonders zou laten zien? Zelfs Paulus, die de lichamelijke stem van de Heere Christus hoort, en een van de grootste apostelen moest worden, moet toch in de stad naar Ananias luisteren. Christus zegt tegen hem: ‘Ga heen naar de stad.’ Hij wil hem daar in het veld verder niets leren of openbaren en ook niet laten dopen. Maar Christus stuurt hem naar Damascus, waar Zijn Woord en doop is. En Paulus volgt graag, hoewel hij zo precies niet weet, wáár hij heen moet en wíé daar met hem zal spreken (2).
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1534, Hauspostille 1544, WA 52, 615, 3-22]

(1) Het is zelfs zo dat onze Heer Zijn predikers (de apostelen) uitgezonden heeft om aan heel de wereld het Evangelie te verkondigen. Voor wij zelf op zoek gingen was God ons al voor. En nu mogen wij ook altijd weer het Evangelie gaan horen uit de mond van hen die in een christelijke gemeente in het predikambt aangesteld (gekozen) zijn. Zie o.a. 2 Timoteüs 2 : 2.
(2) Hij moet daar in Damascus zelfs nog door Ananias aangespoord worden – net als eerder Petrus zijn luisteraars in Jeruzalem had aangespoord (Handelingen 2 : 37-40) – om zich te laten dopen tot afwassing van zijn zonden en om de Heilige Geest te ontvangen.

Leestips: Handelingen 22 t/m 26 en 1 Timoteüs 4 : 11-16.

‘U kunt zich er van vergewissen dat ik pas twaalf dagen geleden naar Jeruzalem ben gegaan om daar God te aanbidden. Ik heb in al die tijd nooit een debat uitgelokt of een volksoploop veroorzaakt, niet in de tempel, niet in de synagogen en ook niet elders in de stad. Mijn aanklagers beschikken over geen enkel bewijs voor hun beschuldigingen. Maar wel wil ik hier verklaren dat ik overeenkomstig de Weg, die zij een sekte noemen, de God van onze voorouders (van jongs af aan) dien en dat ik geloof alles wat in de Wet en de Profeten geschreven staat; en evenals mijn aanklagers hoop en verwacht ik dat God zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen uit de dood zal doen opstaan. Daarom tracht ook ik steeds mijn geweten zuiver te houden voor God en mensen.’ (Uit Handelingen 24 uit de verzen 10-21 : 11-16)

Bron afbeelding: Pinterest

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie