Hoe ontvankelijk zijn we in onze (zondagse) dienst aan God?

‘Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar zoeken de toekomstige.’
(Uit Hebreeën 13 uit de verzen 9-16 : 14)

Geciteerd: Maar zoals elke goede preek niet eindigt met wat mensen moeten gaan doen, maar met wat de Heere God deed en doen zal, wil ik ook deze brochure niet eindigen met mensenwerk. De Hebreeënschrijver besluit: “De God nu van de vrede, Die de grote Herder van de schapen, onze Heer Jezus Christus, uit de doden heeft teruggebracht, op grond van het bloed van een eeuwig verbond, moge jullie toerusten tot elk goed werk om Zijn wil te doen, en in jullie werken wat in Zijn ogen welbehaaglijk is, door Jezus Christus, Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.”
Zie je wat dit is? Een gebed. En dat is precies de kern. Ons leven met de Heere God is antwoord op het gebed. Het is niet wat wij (allemaal) doen voor Hem, maar wat Hij doet voor ons (1). In en door onze Heer Jezus Christus is het leven radicaal veranderd. Voor ons verleden is er vergeving (2). Voor onze toekomst is er redding door het oordeel heen (3). En ook voor het heden is er kracht voor moedige keuzes (4). Want de Geest neemt wat van Christus is om er ons mee tot leven te brengen. Daarom is alledaags (en zondags) geloven niet allereerst een zaak van bewijsdrang, maar van ontvankelijkheid (4). Heiliging is gave, voor het opgave wordt. Wij leven van genade, zelfs (of: juist) in het doen van het goede. God Zelf leidt ons door Zijn Geest de wereld door. Dat sluit menselijk werk niet uit, maar zet het in het juiste perspectief. Doorleeft geloof dat kunnen we niet; dat krijgen we. Dat is ons gebed: dat Hij ons zal toerusten tot elk goed werk, zodat Hij alle eer en heerlijkheid (daarvoor) ontvangt.

(1) Vandaar dat de kerken kunnen volstaan met een eenvoudige geloofsbelijdenis, zoals we die bezitten in de twaalf artikelen van het geloof. Dan ontdekken we misschien ook weer hoeveel eenheid er kan zijn, wanneer we ons tot die gezamenlijke en gezamenlijk te belijden belijdenis beperken. Dat kan helpen om allerlei pretenties, die we voeren onder en tegen elkaar, te laten vallen en om ons dan gezamenlijk te verheugen in wat we samen gelovig hebben te belijden over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest en de christelijke kerk hier op aarde.
(2) Denk aan het verleden van Paulus, hoe hij de gemeente ten dode toe vervolgd heeft en toch mocht hij uit de mond van een Joodse broeder het Evangelie horen en gedoopt worden. Lees het na in Handelingen 22 : 12-16.
(3) Lees het na in 2 Korintiërs 12 : 6-13.
(4) Lees het na in 2 Korintiërs 6 : 1-13.
(5) Daarom benadruk ik graag dat de zondagse samenkomsten een dienst van God zijn aan ons en niet onze (‘ere’)dienst aan God. En buiten die samenkomsten mogen wij ons inzetten voor de ‘ware eredienst’, zoals die (o.a.) ons voorgehouden wordt met en door de woorden in Romeinen 12.

Bron citaat: Bijlage bij De Waarheidsvriend – Brochure: ‘De (op)gave van heiliging – Anders kijken, anders leven’ – door ds. A.J. Mouw – Uitgave van de Gereformeerde Bond.

‘Met een beroep op de genade die mij geschonken is, zeg ik jullie allen dat jullie jezelf niet hoger moeten aanslaan dan jullie/je kunt verantwoorden, maar verstandig over jullie/jezelf moet denken. Denk overeenkomstig het geloof, dat is de maatstaf die God ons heeft gegeven.’ (Uit Romeinen 12 uit de verzen 1-21 : 3).

Bron afbeelding: A Reason for Hope

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie