‘Zo heeft God de wereld liefgehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft...’ (Uit het gesprek van onze Heer met Nicodemus in Johannes 3, uit het 16e vers)
Geciteerd: Christenen moet op het punt komen – en de gedoopte tollenaars kwamen zover, zie Lukas 7 : 29-30! – dat zij God en de Heere Christus de eer geven. Te geloven dat Zijn Woord de waarheid is (1) en eigen ongeloof als zonde te beschouwen. Waar dit gebeurt, is de Heilige Geest al (eerder/daarvoor) begonnen met Zijn kracht en werk van geloof (2). Het hart wordt door Hem zover geopend dat het deze Schat, Die groter is dan hemel en aarde, kan bevatten (3). Toch gebeurt dit nog in grote zwakheid, en op aarde kan het geloof nooit [die maat] bereiken, of het hart zó vervullen als het behoorde. Maar het blijft nog altijd in het verlangen en zuchten van de Geest, iets wat voor de mens onuitsprekelijk is (Romeinen 8 : 26). Zodat het hart zegt: O, dat dit waar zou zijn! en: Ach, wie zou het kunnen geloven.
Niettemin doet dit zuchten en een vonkje geloof zoveel, dat God het als een volkomen geloof rekent, en zegt: ‘U/jou geschiede naar uw/jouw geloof’ (Matteüs 29 : 29). Omdat je dit gelooft, ben je zeker zalig. Want dit Woord is een kracht en macht, sterker dan alle angst voor zonden (die we begaan hebben of nog weer zullen begaan) en verdoemenis. Dit Geschenk is zo groot, dat het zonde, dood en hel verzwelgt, net zoals een druppeltje water in een gloeiende oven valt of een vuurvonkje aan een strohalm in de diepe oceaan uitblust.
[Maarten Luther: Crucigers Sommerpostille 1530/35 (Druck 1544), WA 21, 479 ff]
(1) Zie Johannes 6 : 28-29
(2) Zie Handelingen 16 : 14-15.
(3) ‘Opdat we zouden weten wat God ons in Zijn goedheid heeft geschonken’ – 1 Korintiërs 2 : 12.
Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 24 september – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)
‘De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik op de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God wees mij zondaar genadig.” Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander – de dankbare en God dankende Farizeeër – niet. Want wie zichzelf verhoogd zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernederd zal verhoogd worden.’ (Uit Lukas 18 uit de verzen 1-17 : 13-14)
NB. Denk hierbij aan het bidden en gebed van Daniël zoals we daarover lezen in Daniël 9 en m.n. daarvan ook de verzen 20-23.
Bron afbeelding: Bible Hub