‘Zó heeft God de wereld liefgehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft...’ (Uit het gesprek van onze Heer met Nicodemus in Johannes 3, daarvan uit het 16e vers)
Geciteerd: Waarom zouden we nog langer willen roemen over onze daden (en theologie) als we horen dat onze situatie zodanig is dat we onherroepelijk en voor altijd verloren zouden moeten gaan als deze Schat niet voor ons was geofferd? Dit neemt niet alleen de roem weg van alle menselijke werken, maar ook van de hele wet van God, zodat, zelfs als iemand alles heeft en doet naar zijn vermogen (1), dan heeft hij/zij nog steeds niet het punt bereikt dat hij of zij verloren zou moeten gaan. Wat zouden anders de woorden betekenen: ‘Op dat allen die in Hem geloven niet verloren gaan’ (2). Zo laat Hij daarmee immers zien dat geen Mozes, ook niet de heiligheid van alle mensen tezamen, van de dood kunnen verlossen of leven kunnen geven. Het hang allemaal af van deze enige Zoon van God.
Nu zien we welke grote en voortreffelijke daden in deze tekst zijn samen gevat. De Gever, Die zo groot en machtig is, de Schepper van alle schepselen, zegt niet alleen goedemorgen of lacht ons vriendelijk toe, maar Hij heeft ons zó hartelijk lief, dat Hij ons niet alleen een bedelaarsdeel geeft van vergankelijke goederen, maar ook Zijn hoogste, liefste Schat, Zijn Zoon, die ook Heere is van hemel en aarde (3). Hij toont deze liefde niet aan Zijn vrienden, maar aan degenen die Zijn vijanden zijn, en geen enkel schepsel (met uitzondering van de duivel zelf) is die liefde minder waard dan wij (4).
[Maarten Luther: Curciger Sommerpostille 1530/35 (Druck 1544), WA 21, 479 ff]
(1) Denk aan de rijke jongeling (Marcus 10 : 17-22) of aan de dankbare en dankende Farizeeër in de tempel, die zich toch nog verheffen wilde t.o.v. zijn gelovige en zich dagelijks bekerende broeder, die tollenaar was en zich nederig door Johannes de Doper had laten gezeggen en dopen (zie Lukas 18 : 9-14 en Lukas 7 : 29-30).
(2) Johannes 3 : 16b en zie ook Johannes 6 : 28-29.
(3) Zie Kolossenzen 1 : 15-20.
(4) Zie o.a. Titus 3 : 3-8.
Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 23 september – Samengesteld en vertaald door H.c. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)
Leestips: Galaten 5 en 6 en Kolossenzen 2.
‘Maar ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld. Het is volkomen onbelangrijk of men (volgens de wet van Mozes) besneden is, belangrijk is dat we – door doop en geloof! (a) – een nieuwe schepping zijn. Laat er vrede en barmhartigheid zijn voor allen die bij deze maatstaf (5) blijven en voor het Israël van God (6). En laat voortaan niemand mij meer tegenwerken, want ik draag de littekens van Christus in mijn lichaam (7).’ (Uit Galaten 6 : uit de verzen 1-18 : 14-17)
(a) Zie Hebreeën 10 : 21-23.
(5) Zie Romeinen 12 : 3.
(6) Zie o.a. Openbaring 2 : 9 en 3 : 9.
(7) Zie Kolossenzen 1 : 24-29.
‘Wij waren dood door onze zonden en door ons onbesneden hart, maar God heeft ons samen met Christus levend gemaakt toen Hij ons al onze zonden kwijtschold. Hij heeft het document met voorschriften vernietigd door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft Zich ontdaan van de machten en krachten, Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd.’ (Uit Kolossenzen 2 uit de verzen 6-23 : 13-15)
Bron afbeelding: Last Message of Mercy (Zie hierbij ook Hebreeën 1 : 1-4).