‘Zalig zij die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.’ (Uit Matteüs 5 : 10)
Geciteerd: Dit is dan het laatste merkteken waaraan christenen zijn te herkennen. Wat hun leven betreft, zijn het ongevaarlijke mensen, die geen kwaad in de zin hebben en voor hun naasten (broeders en zusters en medemensen) juist het goede op het oog hebben. De wereld (ook de kerkwereld, of de wereld in de kerk) kan hun prediking – naar het Woord van God, en ook zichtbaar in hun daden – niet verdragen en uithouden. Dat is dan ook de reden dat ze door ‘de wereld’ vervolgd worden.
Het schijnen in de ogen van ‘de wereld’ maar armzalige en onbetekenende mensen/gelovigen, waaraan niets te verliezen is wanneer die veracht en vervolgd en zo mogelijk uitgebannen en geëlimineerd worden. Daarom kunnen de gelovigen hun geloof voor de (kerk)wereld niet anders belijden dan dat men hen daarbij allerlei ellende aandoet, hen verjaagt, hun eigendommen steelt (desnoods via de rechter en deurwaarder) en hen zo mogelijk vermoordt (en dat kan ook met en door woorden gebeuren, zie Matteüs 5 : 21-26 en Jakobus 2 : 6-13).
‘Maar’, zegt Christus, ‘laat je/jullie daardoor niet in de war brengen. Je/jullie zijn zalig, want je/jullie lijden in deze wereld als voor Mij onschuldige mensen. Jullie lijden is omwille van Mij. Weest gerust. Ik zal het jou/jullie wel vergelden en rijk vergoeden in de hemel. Alles wat je/jullie op aarde moeten verduren, staat in geen verhouding tot wat jullie geschonken zal worden. Zo is het toch ook gegaan met de lieve profeten die vóór jullie geleefd hebben. Jullie houden hen toch voor zalige en heilige mensen [heilig in de zin van: apart gezet voor de dienst aan God]? Daarom zullen de gelovigen in hun voetstappen wandelen, zodat ze ook op de plaats komen waar zij zijn.
[Maarten Luther: WA 52, 562, 23-34]
Opgemerkt: Wil hier dan toch nog weer aandacht vragen voor wat mijn grootvader aan het einde van WO II is aangedaan. Direct na de bevrijding werd bij de razzia’s, die tegen mensen die met de vijand geheuld hadden of waarvan men meende dat ze dat gedaan hadden, ook hij door zijn (nu dappere) gereformeerde broeders aangewezen als iemand die opgepakt diende te worden. Hij werd uit z’n huis gehaald en over straat afgevoerd naar een plaats waar de landverraders zouden worden getransporteerd naar een interneringskamp. Een inderhaast meegenomen Bijbel werd hem op straat door een broeder afgenomen met de woorden: ‘Daar heb jij wel genoeg in gelezen.’ Dat verblijf in een NSB-kamp heeft hij moedig gedragen en hij heeft ook daar nog van z’n vertrouwen op God mogen getuigen. Z’n gezondheid werd er echter wel danig en blijvend door aangetast. En daarna heeft hij ook nog een hele rechtszaak tegen zich moeten doorstaan alsof ons (kerkelijk) Nederland door hem tot heulen met de vijand was aangezet. Z’n ridderorde werd hem afgenomen en hij kreeg oneervol ontslag uit het onderwijs. En zo nam (gereformeerd) Nederland na WO II wraak op haar vijanden. Voor de teruggekeerde Joden en wat hen was aangedaan, en welke goederen hen ontnomen waren en hoe dat via de rechter/rechtbanken kon worden ‘rechtgezet’ was minder tot geen aandacht, maar zo’n broeder die met de hem gegeven wijsheid z’n broeders en zusters met Bijbelse raad had bij willen staan, die moest – met hulp van de rechterlijke macht – tot de grond toe afgebroken worden. Gelukkig namen/deden z’n vrouw en kinderen (en kleinkinderen) geen afstand van hem. Maar veel gereformeerde broeders lieten hem sindsdien links liggen.
Leestips: Psalm 43, 59, Matteüs 23 : 29-39, Lukas 12 : 13-32 en 2 Korintiërs 4 : 7-18.
Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 22 september – Den Hertog uitgeverij (2019)
‘Vrees niet, kleine kudde, want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven.‘
(Uit Lukas 12 uit de verzen 13-32 : 32)
Bron afbeelding: Prayables