‘Nu sla ik mijn ogen op,
naar U Die in de hemel troont,
zoals de ogen van een slaaf
de hand van zijn heer volgen,en de ogen van een slavin
de hand van haar meesteres,
zo volgen onze ogen
de HEER, onze God
tot Hij ons genadig wil zijn.’
(Uit Psalm 123 de verzen 1-2)
‘En Hij sprak: Laat Mij gaan, want het morgenrood breekt aan. Maar hij antwoordde: Ik laat U niet los, alleen als U mij zegent.‘ (Uit Genesis uit de verzen 23-33 : 26)
Geciteerd 1: God is getrouw in al Zijn beloften en toezeggingen. Paulus zegt tegen Timoteüs in zijn tweede brief (2 : 13): ‘Wanneer wij evenwel ontrouw zijn [letterlijk: niet geloven], dan blijft Hij getrouw en waarachtig; ‘Hij kan Zichzelf niet verloochenen.’ Daarom is deze Goddelijke waarheid en belofte een heel overvloedige, kostbare, uitgebreide en machtige garantie dat God niemand laat zinken of aan zichzelf overgeeft. Want wie op de belofte staat, die moet voor elke macht standhouden, zowel op aarde, alsook in de hel en in de hemel, zodat ook God Zichzelf daarin moet wegschenken en Zich door Zijn belofte moet laten overwinnen.
Dat is prachtig uitgebeeld in Genesis (32 : 24), toen Jakob in die nacht met de Engel streed en worstelde totdat het morgen werd. De Schrift zegt het zelf dat Jakob voor God te sterk is geweest, en dat de Engel hem niets heeft kunnen weigeren. Daarom heeft Hij ook zijn naam veranderd en noemde Hij hem Israël, dat is een vorst Gods of die machtig is bij God. Daarom zei Hij: ‘Jij zult voortaan Israël heten: want als je bij God machtig bent geweest, hoeveel te meer zul je machtig zijn bij de mensen‘ (32 : 28). Op dezelfde manier moeten wij allen Israëlieten zijn of worden, zodat ook wij God overwinnen.
Geciteerd 2: Wij moeten dus allen Israëlieten zijn of worden, zodat ook wij God overwinnen. Hoe gaat dat toe? Niet anders dan op deze manier: Gods gericht en ons geweten kunnen elkaar onmogelijk verdragen. Gods gericht is rechtvaardig en ons geweten is [=weet ons] zondig en strafbaar. Wanneer die twee elkaar ontmoeten, begint er een strijd op leven en dood en van angst der hel (Psalm 116 : 3). Dat is een worsteling en zware strijd. Tenminste als het geweten de overhand moet behouden en een Israël worden.
Het geweten moet God aangrijpen, waarin Hij overwonnen en gevangen kan worden: dat gebeurt alleen door Zijn belofte, waaraan het geweten zich stevig moet vastklampen en daaraan ook moet vasthouden. Totdat het gericht moet wijken en de beloofde genade alleen overblijft.
Daar wordt dan het geweten vrolijk, daar is God voor een aangevochten mens wat deze zo graag wil: vol van genade en waarheid! Want God kan niet liegen en wordt op deze manier door Zijn eigen waarheid overwonnen, die Hij Zelf al genadig had beloofd en toegezegd.
Geciteerd 3: De Engel heeft Jakob gezegend, en Jakob sprak: ‘Ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, maar mijn ziel is verlost geworden‘ (vers 30). Wat laat hij hiermee anders zien, dan dat zijn ziel (herhaaldelijk) in grote noden en angsten geweest is en dat hij Gods gericht tegen zich heeft gevoeld? Hij had tevoren de genadige belofte van God, dat Hij zijn God zou zijn en in zijn Zaad [Christus] de hele wereld zou zegenen. Daaraan klemde hij zich vast; hij liet zichzelf niet toe een andere gedachte over God te hebben. God, Die hem de belofte had gedaan, zou die houden en waarachtig zijn! Daarvan kreeg hij de naam van een mens die God overwonnen had. Dat is Israël, waarvan Hosea (12 : 4-5vv) zegt: ‘In zijn kracht heeft hij met God geworsteld; hij heeft met de Engel geworsteld en overwonnen; hij weende en smeekte Hem.’
Op dezelfde manier moeten wij God ook overwinnen. In deze strijd hebben wij geen andere sterkte dan Zijn Goddelijke belofte en waarheid, die Hij Zelf niet loochenen kan of wil. Daarom, wie Hem aangrijpt in de belofte, die heeft Hem en zal Hem houden.
Dat zegt ook de bruid in het Hooglied: toen ze Hem lange tijd had gezocht en niet had gevonden, en spoedig nadat ze de wachters had ontmoet vond ze Hem, en ze zei: ‘Nu heb ik Hem gevonden en zal Hem niet loslaten‘ (Hooglied 3 : 4)
[Maarten Luther: Von der Beicht, ob die der Bapst macht haben zu gebieten (1521), WA 8, 178-179, 13 ff]
Leestips: Genesis 32 : 24-22 (28!)AA, Matteüs 11 : 7-19 (12!), Hosea 12 (4+5!) en 2 Timoteüs 2 : 8-13 (11-13!).
AA* Lees hierbij ook Genesis 47 : 7-10!
Bron citaten: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditaties van 11-13 augustus – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog Uitgeverij (2022)
‘Wees genadig, HEER, wees ons genadig,
wij worden veracht, meer dan te dragen is.
Meer dan onze ziel kan dragen
raakt ons de achteloze spot,
de hoogmoed van onverschilligen.’
(Uit Psalm 123 de verzen 3-4)
Bron afbeelding: Lift Up Your Eyes (WordPress-com)