‘Jezus antwoordde en zei tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn Woord bewaren; en Mijn Vader zal hem/haar liefhebben, en Wij zullen tot hem/haar komen en zullen woning bij hem/haar maken.’ (Uit Johannes 14 uit de verzen 18-26 : 23*)
* Zie hierbij ook Openbaring 3 de verzen 14-23 en dan m.n. vers 20.
Geciteerd: Er zijn twee zaken die de christenen van God ontvangen, zoals Paulus ze ook afzonderlijk noemt ‘genade en gave’ (vgl. Romeinen 5 : 15).
Genade vergeeft de zonde, maakt troost en vrede in het geweten en zet de mensen over in het ‘Rijk van Gods genade en waarheid’, zoals het Genaderijk genoemd wordt in de psalm: ‘Zijn genade en waarheid regeren machtig over ons tot in eeuwigheid’ (vgl. Psalm 117).
De gave echter, of het geschenk, is dat de Heilige Geest in de mens nieuwe gedachten, een nieuwe zin, troost, kracht, ja een volkomen nieuw hart en een nieuw leven geeft. Dat bedoelt Hij nu in de tekst, waar Hij zegt: ‘Wij zullen woning bij hem/haar maken.’ (1a)
Dit moet (!) volgen op de genade en de liefde van God, dat het hart van de mens nu een troon en stoel van de hoge Majesteit wordt, hoger en beter (2) dan de (door de zonde en de boze aangetaste) aarde/wereld/mensdom, zoals Paulus zegt: ‘De tempel van God is heilig, en jullie zijn (zelf) die tempel’ (vgl. 1 Korintiërs 3 : 17). En: ‘Jullie (als gemeente) zijn de tempel van de levende God, zoals God zegt: Ik zal in hen wonen en in hen wandelen’ (vgl. 2 Korintiërs 6 : 16). (1b)
(1a) Bedenk hierbij dat gezegd wordt dat man en vrouw door het huwelijk tot ‘één vlees/lichaam’ (onafscheidelijk, niet meer te scheiden geheel)geworden zijn volgens Gods Woord – zie o.a. Matteüs 19 : 4-6.
(1b) Bedenk hierbij dat we als gemeente ook één lichaam vormen (met Christus als ons Hoofd) en daarmee een onverbrekelijke eenheid. Door onze Doop werden we ‘ingelijfd’ en aan het Avondmaal mogen we die gezamenlijke gemeenschap met/aan het lichaam van Christus met elkaar (oud én jong) vieren en verkondigen wij daar de dood van onze Heer – aan elkaar, dat die – Zijn kruisdood – voor ons allen, ook voor mij, nodig was/is – totdat Hij komt.
(2) Bedenk wel dat wij dat ‘hoger en beter’ hier en nu ontvangen en ‘uitdragen’ (verkondigen) in de ‘vernederde gestalte’ van onze Heer, zoals (bijvoorbeeld) Petrus dat beschrijft in 1 Petrus 2 : 20-25 en Paulus in 6 : 4-13.
Leestip: Efeziërs 4 : 25-32 en 5 : 13-20.
Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 7 augustus – Den Hertog uitgeverij (2019)
‘Maak (daarom, vanwege die eenheid) Gods Heilige Geest niet bedroefd, want Hij is het stempel waarmee jullie (door de Doop) gemerkt zijn voor de dag van de verlossing. Laat (daarom) alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw (gescheld) en gevloek en alle kwaadaardigheid (jegens elkaar). Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God jullie in Christus vergeven heeft.’ (Uit Efeziërs 4 de verzen 25-32 : 30-32)
Bron afbeelding: Pinterest