Over Het ‘(dienst)werk van het Godsvolk’ gesproken…

‘Sommigen doen het weliswaar uit afgunst en rivaliteit (1), maar anderen verkondigen Christus vanuit en met goede motieven en bedoelingen.’ (…) ‘Maar wat doet het er eigenlijk toe – die verachting en benadeling van mijn persoon -, dat Christus – ook door hen – verkondigd wordt dáár verheug ik me over.’ (Uit Filippenzen uit de verzen 12-21 : 15 en 18)

Jullie die zo verstandig zijn, verdragen dwazen* (onder jullie voorgangers en ‘geestelijke leiders’) toch met het grootste gemak [=zonder verzet (2)]. Tenslotte verdragen jullie het ook dat jullie worden getiranniseerd: namelijk doordat jullie toestaan dat men jullie (financieel) uitzuigt, onderwerpt (met geestelijke redeneringen en jullie leren vragen/verlangen ‘om/naar meer’ dan wat jullie ‘om niet’ geschonken is en wordt), zich – geestelijk! (3) – boven jullie verheft en (daarmee) beledigt.’ (Uit 2 Korintiërs 11 uit de verzen 16-21 : 19-20)

* Dwazen zijn in Gods Woord mensen die meer met mensen en hun oordeel en veroordeling rekening houden dan met God, Die toch alle mensenharten kent en doorgrondt (o.a. Psalm 19 : 13-15 en Psalm 139 : 1-6 en 23-24)

Geciteerd: Paulus schrijft aan de leden van Christus’ gemeente in Filippi waar hij blij van wordt: dat het Evangelie voortgang (en ingang) vindt. Hij heeft daar wel bedenkingen bij; sommigen laten blijken dat ze Paulus niet (meer) hoeven. Zijn ze jaloers op wat hij heeft mogen bereiken? Zien ze hem – vanwege hun eerzucht en geldingsdrang – als een concurrent? Paulus staat daarboven – Nee! Paulus kent zichzelf en weet van de hoogmoed en geldingsdrang bij zichzelf! (4) – en daarom kan hij het opbrengen – Nee! Paulus leeft in ootmoed door de kracht van de Heilige Geest – en (Bijbels) nuchter vaststellen dat de Blijde Boodschap ondanks allerlei menselijke ‘ruis’ de wereld in gaat. Dat stemt hem tot dankbaarheid en blijdschap. Hij concentreert zich – door Gods genade – op Jezus Christus en zoekt niet zichzelf.
De zondagse eredienst (5) is voor ons een kans om Paulus’ verwondering te delen met elkaar (6). Liturgie betekent letterlijk: werk van het volk (7). Maak er (dáár???) werk van en bid voor jouw voorganger.

(1) Of ook vanwege financieel gewin, waarvoor ik hen en jullie gewaarschuwd heb en dat ook zal blijven doen (zie o.a. 2 Korintiërs 2 : 17 en Galaten 4 : 17).
(2) Onze Heer en later de apostelen hebben zich tegen het leiderschap in het Israël van hun dagen in Jeruzalem (m.n. de Farizeeën en Schriftgeleerden en hoge priesters, in Jeruzalem verenigd in het Sanhedrin) verzet en we weten wel wat hen dit gekost heeft.
(3) We horen in de vier evangeliën en in het boek Handelingen genoeg over dat geestelijk zich verheffen boven medegelovigen. Zie/lees ook het vandaag (maandag 3 augustus 2026) toegezonden Luthercitaat met woorden n.a.v. de biddende Farizeeër en tollenaar.
(4) Die geldingsdrang en dat je boven een ander verheffen dat moest ook bij hem nog beteugeld worden: lees het na in 2 Korintiërs 12 : 6-10.
(5) Laten we de zondag maar zien en benoemen als ‘Góds dienst aan ons’ (dus daar juist niet: ‘de godsdienst aan óns’), want juist dáár wil Hij aan ons werken door Woord en Geest en het gezamenlijk gebed dat ten bate van iedereen en voor ieder te horen wordt uitgesproken door een voorganger of oudste. En laat ook een voorganger/oudste het gebedsonderwijs van onze Heer daarbij ter harte nemen (zie o.a. Matteüs 6 : 7-8 vv, Lukas 7 : 1-13) en dat van Paulus (zie m.n. 1 Timoteüs 2 : 1-8).
(6) Laten we ons idd verwonderen wanneer het Evangelie ons onderwezen wordt in de zondagse samenkomst, waar wij toch eerst en vooral samenkomen om samen te luisteren naar wat de Geest – niet onze (ingehuurde) voorgangers en/of organisatoren – tot de gemeente waartoe wij behoren (dooplid van zijn) te zeggen heeft. En wel om ons te laten toerusten tot het christelijk samenleven als gemeente in de dagelijkse praktijk (dus direct na de zondagse ‘eredienst’ op zondag en verder alle dagen in ‘de rest’ van de week) en dus als toerusting die nodig is voor het vervullen van onze ‘ware eredienst’ (zie respectievelijk 1 Korintiërs 12 en Romeinen 12).

Bron citaat (bewerkt!): Dag in dag uit 2026 – Meditatie van maandag 3 augustus – Leger des heils | Ark Media

Hij (!) heeft ons geschikt gemaakt (!) om het Nieuwe Verbond te dienen: niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van Zijn Geest. Want de letter doodt (de wet brengt ons het leven niet, maar veroordeelt!), maar de Geest maak levend.’ (Uit 2 Korintiërs 3 uit de verzen 1-6 : 6)

Bron afbeelding: BiblePortal

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie