‘En de – christelijke! – hoop beschaamt niet, omdat de liefde van God in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest, Die ons – vast en zeker! – gegeven is (en wordt).’ (Uit Romeinen 5 uit de verzen 1-11 : 5)
Geciteerd: Dat we nog op aarde leven, is alleen omdat we dan ook andere mensen kunnen en zullen helpen. Anders was dit het beste geweest, dat God onze adem had weggenomen en ons had laten sterven toen wij gedoopt waren en (als kinderen) begonnen te geloven. Maar Hij staat ons toe hier te léven, zodat wij andere mensen ook tot het geloof zullen brengen, juist zoals Hij dat ook met ons heeft gedaan [door middel van de inzet van mensen, die je naar het doopvont brachten en die je het Evangelie hebben verteld en het geloof hebben voorgeleefd].
Zolang wij hier op aarde leven, moet ons leven een ‘leven van hoop’ zijn (hoopgevend juist ook voor anderen, juist ook voor de minder bedeelden!), want wij weten dat het een hoop is die niet beschaamt. Daarom is het door het geloof een zeker weten dat wij alle schatten van God reeds ontvangen hebben en bezitten. Want het geloof geeft ons – door het werk van de Heilige Geest en het trouw blijven gebruiken van alle ons geschonken middelen – de nieuwe geboorte, de vreugde en de vrijheid van Gods kinderen (1) én de eeuwige erfenis.
We kunnen dit echter tot nu toe niet zien (2) en (anderen) aantonen (bewijzen) (3). Het ligt nog in de toekomst verborgen en onze ogen kunnen het nog niet onderscheiden. Petrus noemt het een ‘levende hoop’ (vgl. 1 Petrus 1 : 3). Dat wil zeggen: dat we dit met zekerheid hopen en dat onze harten, door het werk dat de Heilige Geest met en door Gods Woord wil doen in onze harten en levens (4), ook overtuigd zijn dat we het eeuwige leven zullen ontvangen.
[Maarten Luther. WA 12, 267, 1-15]
(1) Lees het na in Romeinen 8 : 12-17.
(2) Lees het na in Hebreeën 11 : 1-3.
(3) Lees het na in 1 Korintiërs 4 : 1-5.
(4) Lees het na in Hebreeën 4 : 11-13.
Leestips: Bovengenoemde Schriftgedeelten en 1 Tessalonicenzen 5 : 1-11.
Bron citaat: ‘Vreest niet, geloof alleen’ – Meditatie van 20 juli – Den Hertog uitgeverij (2019)
‘Jullie (dopelingen) zijn allemaal kinderen van het licht en kinderen van de dag. Wij zijn niet van de nacht en ook niet van de duisternis.‘ (Uit 1 Tessalonnicenzen 5 uit de verzen 1-11 : 5)
Bron afbeelding: Zie onderaan in afbeelding.