‘Nu echter blijft geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de liefde is daar de grootste van.‘ (Uit 1 Korintiërs 13 uit de verzen 1-13 : 13)
Geciteerd 1: Wanneer men spreekt over de vergeving van zonden en het eeuwige leven, en we ondervinden daarentegen niets dan zonden en eeuwige dood, dan geloven we niet dat het met ons zal gebeuren zoals het Goddelijk Woord ons voorzegt (in de verkondiging van het Evangelie bij en door de Doop) en zegt (in de verkondiging van het Evangelie in Woord en Avondmaal). En wel, omdat alles [wat God belooft] lijnrecht ingaat tegen de menselijke ondervinding. Zodoende bestaat het leven van een christen enkel in hoop: eenmaal zal het beter worden! Dus hopen we wat we niet zien. De zonde zegt (door de wet): je bent een zondaar, daarom moet je sterven; dat kun je zien! De hoop zegt (door de Heilige Geest, Die de middelen gebruikt): vertrouw en hoop, want Gód heeft je beloofd dat het beter zal worden. Hoe minder je hulp en verlossing voelt, hoe meer je moet hopen, want je moet hopen wat je niet ziet (Hebreeën 11 : 1).
Je kunt lezen over Antonius (1) dat hij bij de dood van veel martelaren is geweest, en hun dít als troost heeft toegeroepen als ze voor de dood hebben gevreesd en zouden willen omkeren: sluit je ogen, het zal spoedig beter worden! De hoop (als werk/vrucht van de Geest) brengt twee dingen tezamen. In de eerste plaats zien wij wat voor ogen is: zonde en dood (2). Daar is geduld voor/bij nodig want dit is zeer pijnlijk. In de tweede plaats, we hopen op wat we niet zien: de vergeving van onze zonden en het toekomstige leven. Daarom zegt de Psalm: ‘U, HEER, hebt mij in de hoop versterkt‘ (Psalm 4 : 9, Vulgaat).
Geciteerd 2: Daarom ben je gewaarschuwd dat je hier goed op let! Want alle dingen die God geeft en doet, moeten met de Geest [=door de Heilige Geest] worden verstaan, omdat vlees en bloed hier niets van kunnen begrijpen. God maakt het verstand te schande en gewent Zijn heiligen alleen op hem te zien en te vertrouwen (Job 22 : 21-27).
[Maarten Luther: Stephanus Roths Festpostille 1527, WA 17.2, 271 ff]
(1) Antonius van Egypte (251-356) trok zich terug in de eenzaamheid van de woestijn, en wordt gezien als de vader van het kloosterleven.
(2) Lees hierbij Johannes 16 : 16 en m.n. de verzen 7-13: ‘Wanneer Hij komt zal Hij de wereld duidelijk maken wat zonde, gerechtigheid en oordeel is: zonde – dat ze niet in Mij geloven (2a) – gerechtigheid – dat ik naar de Vader ga en jullie me niet meer zien (2b), oordeel – dat de heerser over deze wereld is veroordeeld (2c). Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nu nog niet verdragen. De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer Hij komt (uitgestort wordt op jullie), de weg wijzen naar de volle waarheid.’
(2a) Zie Johannes 6 : 25-29 waar de mensen Jezus vragen: ‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?‘
(2b) Romeinen 4 : 25: ‘Jezus werd opgewekt omwille van onze rechtvaardiging.’
(2c) Zie Kolossenzen 2 : 14-15.
Leestips: Job 22 : 21-27 en Psalm 4.
Zie ook deze blog: ‘Wat we over onze wedergeboorte kunnen zeggen [=belijden]…‘
Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie(s) van 9 (en 8) juli – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)
‘Dit zegt de HEER:
de wijze moet zich niet beroemen op zijn wijsheid,
de sterke niet op Zijn kracht,
de rijke niet op zijn rijkdom.
Wil iemand zich op iets beroemen,
laat die zich dan erop beroemen dat hij/zij Mij kent,
inziet dat Ik, de HEER, dit land liefde schenk,
rechtvaardigheid en recht,
want daar schep Ik behagen in (=> Matteüs 3 : 17)
spreekt de HEER. (=> Openbaring 2 : 7,11,17+29 en 3 : 6,13+22)
(Uit Jeremia 9 de verzen 22-23 => Zie hierbij ook Jezus’ woorden in Matteüs 11 : 25-30)
Bron afbeelding: Hebrews 12 Endurance