Getuigen van de hoop die in ons is…

Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij/zij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God.” (Uit 1 Petrus 4 uit de verzen 1-16 : 10)

Geciteerd: Getuigen van de hoop die in ons is (1 Petrus 3 : 15), raakt de breedte en de diepte van ons bestaan. Getuige zijn gaat – waar het de verantwoordelijkheden van gedoopte leden van Christus gemeente betreft (1) – niet primair om de overdracht van bepaalde geloofswaarheden, of om de redding van onze ziel, maar het gaat om het volharden in de verwachting dat God de wereld met alles wat erop en erin is, nieuw zal maken en afrekenen met het kwaad. Het geloof in Gods nieuwe wereld is een geloof dat voortdurend bevraagd en getoetst wordt en dat als het goed is al ons doen en laten doortrekt. In The great Audit verwondert – de in het artikel eerder genoemde – Sir Matthew Hale zich over alle gaven die hij ontvangen heeft: zintuigen, een geweten, gezelschap van andere mensen en dieren, een fabelachtig mooie kosmos en nog veel meer. Die gaven, zo realiseert hij zich, zijn niet van hemzelf, maar zijn het eigendom van God. Hij moet er zuinig mee omspringen en ze inzetten ten dienste van zijn medeschepselen. Eens komt de Heer terug en zal er rekenschap gevraagd worden. Er zal gevraagd worden of je een goede rentmeester bent geweest. Uiteindelijk draait het niet om de waardering van anderen of om de impact die jij hebt weten te realiseren. Het gaat erom dat je trouw je plek hebt ingenomen. De aarde en onze maatschappelijke omgeving goed beheren, elkaar dienen met de gaven die wij ontvangen hebben en getuigenis afleggen van de hoop die in ons is, dat is werk dat echt bestendig is en waartoe we ook geroepen zijn.

(1) De apostelen hadden een heel bijzondere opdracht om te getuigen van hetgeen ze gehoord en gezien hadden. Zoals Johannes dat (bijv.) ook aangeeft in zijn evangelie in Johannes 20 : 30-31 en in 1 Johannes 1 : 1-4.

Bron citaat: Soφie 2062-2 – ‘Rentmeesters gevraagd! Roeping en werk in een tijd van disruptie’ [=ontwrichting, verscheuring] – door Jan van der Stoep (bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan de Theologische Universiteit Utrecht en aan Wageningen Univerity & Research.

Het einde van alles is nabij. Kom tot bezinning en wees helder van geest, zodat je kunt bidden. Heb elkaar vóór alles bestendig lief. Laat ieder van jullie de gave die hij/zij van God gekregen heeft, gebruiken om anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt. Voert iemand van jullie het woord, laten Gods woorden doorklinken in wat je zegt. Helpt iemand anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God je geeft. Want zó doen we alles tot eer van God, dankzij Jezus Christus, aan Wie alle eer en macht toekomt, voor eeuwig. Amen.’ (Uit 1 Petrus 4 uit de verzen 1-16 : 7-11)

Bron afbeelding: Prayables

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie